Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:596

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-02-2014
Datum publicatie
03-02-2014
Zaaknummer
05/861420-13, 05/820776-13 (ttz. gev.) en 05/821282-13 (ttz. gev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op 28 mei 2013 is er een incident geweest te Doetinchem, waarbij iemand met een mes is gestoken. Dit is in meerdere varianten aan de uiteindelijk aangehouden verdachte ten laste gelegd: (medeplichtigheid aan) poging tot moord, dan wel ( medeplichtigheid aan) poging tot zware mishandeling dan wel openlijk geweld. De rechtbank is van oordeel dat er geen bewijsmiddel voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte wist dat één van de mededaders een mes bij zich had en dat verdachte op hoogte was dat de aangever daarmee mogelijk gestoken zou worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummers: 05/861420-13, 05/820776-13 (ttz. gev.) en 05/821282-13 (ttz. gev.)05/861420-13, 05/820776-13 (ttz. gev.) en 05/821282-13 (ttz. gev.)

Uitspraak d.d.: 3 februari 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum],

wonende [adres].

Raadsman: mr. B.J. Sanders, advocaat te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 januari 2014.

De tenlastelegging

Nadat de ten laste legging in de zaak met parketnummer 05/861420-13 is gewijzigd, is aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/861420-13

1.

hij op of omstreeks 28 mei 2013 te Doetinchem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, zich heeft begeven naar de woning van die [slachtoffer 1] voornoemd en/of die [slachtoffer 1] voornoemd uit die woning heeft gelokt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] voornoemd

met een mes in de buikstreek heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

een tot op heden onbekend gebleven dader op of omstreeks 28 mei 2013 te Doetinchem, ter uitvoering van het door hem/haar voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, zich heeft begeven naar de woning van die [slachtoffer 1] voornoemd en/of die [slachtoffer 1] voornoemd uit die woning heeft gelokt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] voornoemd met een mes in de buikstreek heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte, toen aldaar opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest, door opzettelijk die onbekend dader(s) te vervoeren naar de plaats van het misdrijf en/of door die dader(s) te verbergen achter in de auto en/of door die [slachtoffer 1] voornoemd uit de woning naar de auto te lokken en/of door die dader(s) weg te voeren vanaf de plaats van het misdrijf;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 28 mei 2013 te Doetinchem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, al dan niet met voorbedachten rade, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen,

opzettelijk, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, zich heeft begeven naar de woning van die [slachtoffer 1] voornoemd en/of die [slachtoffer 1] voornoemd uit die woning heeft gelokt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] voornoemd

met een mes in de buikstreek heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 303 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meest subsidiair:

een tot op heden onbekend gebleven dader op of omstreeks 28 mei 2013 te Doetinchem, ter uitvoering van het door hem/haar voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, zich heeft begeven naar de woning van die [slachtoffer 1] voornoemd en/of die [slachtoffer 1] voornoemd uit die woning heeft gelokt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] voornoemd met een mes in de buikstreek heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte, toen aldaar opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest, door opzettelijk die onbekend dader(s) te vervoeren naar de plaats van het misdrijf en/of door die dader(s) te verbergen achter in de auto en/of door die [slachtoffer 1] voornoemd uit de woning naar de auto te lokken en/of door die dader(s) weg te voeren vanaf de plaats van het misdrijf;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

uiterst subsidiair

hij op of omstreeks 28 mei 2013 te Doetinchem, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 1], door

  • -

    zich in een voertuig, met andere personen, te geven naar de woning van die [slachtoffer 1] voornoemd, en/of

  • -

    te vragen of die [slachtoffer 1] thuis was, en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] te vragen: “wat heb je met mijn broertje gedaan”, althans woorden van die aard en/of strekking, en/of

  • -

    te roepen “Pak hem, pak hem”, en/of

  • -

    met meerdere personen op die [slachtoffer 1] voornoemd af te rennen, en/of

  • -

    met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de buikstreek van die [slachtoffer 1] te steken, en/of

  • -

    (vervolgens) met hoge snelheid, met andere, weg te rijden in voornoemd voortuig.

2.

hij op of omstreeks 28 mei 2013 te Doetinchem, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (Renault Clio [kenteken 1]) toebehorende aan [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het leksteken van een aantal banden en/of het afbreken van de ruitenwissers en/of van een spiegel;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 28 mei 2013 te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (Renault Clio [kenteken 1]) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door een aantal banden van die auto lek te steken en/of de ruitenwissers en/of een spiegel af te breken;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 05/820776-13

hij op of omstreeks 9 februari 2013, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een bedrijfsbus Renault

[kenteken 1], geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij die weg te nemen auto onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking met zijn mededader(s), althans alleen een portierslot van die auto heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 9 februari 2013, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfsbus Renault

[kenteken 1], weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading (waaronder gereedschap), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die bedrijfsbus te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, een portierslot van die bus heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 05/821282-13

hij in of omstreeks de periode van 09 oktober 2012 tot en met 23 januari 2013 te Terborg, gemeente Oude IJsselstreek, in elk geval in Nederland, door misdrijf heeft verkregen en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, diverse auto onderdelen en/of sportartikelen en/of kleding en/of gereedschap, althans diverse goederen, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 28 mei 2013 omstreeks 22.38 uur werd bij de politie melding gemaakt van een steekpartij aan de [adres]. De daders hadden een capuchon op en waren deels gemaskerd. Nadat het slachtoffer zijn woning was ingevlucht werd zijn auto vernield. De daders zijn vervolgens weggereden in een witte Volkswagen Caddy. Er was mogelijk sprake van drie daders, waarvan één de verdachte zou zijn. Verdachte is een paar dagen later aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft ten aanzien van parketnummer 05/861420-13 geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 uiterst subsidiair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard, evenals het onder 2 primair ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van parketnummer 05/820776-13 heeft de officier van justitie geconcludeerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat het subsidiair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van parketnummer 05/821282-13 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit bewezen kan worden.

Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Namens verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/861420-13 aangevoerd dat vrijspraak dient te volgen voor al hetgeen onder 1 ten laste is gelegd. Verdachte ontkent bij de woning van aangever aanwezig te zijn geweest. Het onderzoek heeft geen aanwijzingen of sporen opgeleverd die in de richting van verdachte wijzen. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat, voor het geval bewezen zou worden verklaard dat verdachte degene is geweest die op de bestuurdersstoel van de Volkswagen Caddy zat, er geen bewijsmiddelen voorhanden zijn waaruit afgeleid kan worden dat verdachte een fysieke bijdrage heeft geleverd aan de aanval op aangever of dat hij ervan op de hoogte is geweest dat één van de inzittenden een mes op zak had en dat er gestoken zou worden, met als doel aangever ernstig lichamelijk letsel toe te brengen. Voor een veroordeling van alle ten laste gelegde varianten ontbreekt het noodzakelijk bewijs voor opzet. Ten aanzien van het meest subsidiaire is niet gebleken dat verdachte op de hoogte is geweest dat er geweld op aangever uitgeoefend zou worden en dat hij daaraan een bijdrage heeft geleverd.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit is ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte hierbij aanwezig is geweest. De op de auto aangetroffen handafdruk van verdachte kan verklaard worden uit het feit dat verdachte op een eerder moment op de auto heeft geleund.

Subsidiair is aangevoerd dat niet is gebleken dat verdachte op de hoogte is geweest dat er geweld op de auto zou worden uitgeoefend. Evenmin is sprake geweest van een bewuste en nauwe samenwerking.

Namens verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/820776-13 aangevoerd dat niet bewezen kan worden verklaard dat er een poging is gedaan tot diefstal van of uit een Renault bedrijfsbus, nu uit de stukken blijkt dat het een Volkswagen bedrijfsbus betrof. Bovendien kan niet worden vastgesteld of het een poging tot diefstal van of uit het voertuig betrof.

Namens verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/821282-13 aangevoerd dat de politie de getuigen foto’s heeft getoond van mogelijke verdachten. Daarbij is afgeweken van de standaardprocedure, waardoor achteraf niet getoetst kan worden of de getuigen door de politie zijn beïnvloed. De herkenningen dienen terzijde gelegd te worden. Er zijn geen aanwijzingen voor daadwerkelijke betrokkenheid van verdachte bij de aangetroffen goederen, zodat verdachte vrijgesproken dient te worden. Als verdachte degene is geweest die in de loods heeft gewerkt, dan ontbreekt het bewijs voor schuldheling. Dat er goederen zijn aangetroffen die afkomstig zijn van diefstal, maakt niet dat verdachte daarvan vermoeden of wetenschap heeft gehad. Voorts is van de goederen, die samen met de auto-onderdelen in de loods zijn aangetroffen, uit het dossier niet op te maken dat deze door diefstal zijn verkregen. Ten aanzien van die goederen dient vrijspraak te volgen.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 05/861420-13

[slachtoffer 1] heeft aangifte2 gedaan en is nadien nog als getuige3 gehoord. Hij heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij op 28 mei 2013 een partij voetbal had gespeeld met onder anderen [naam broer verdachte], een broer van verdachte. Dit was geëindigd in een ruzie waarbij over en weer werd geduwd en waarbij hij [naam broer verdachte] heeft geslagen. Later die avond was aangever thuis in de woning aan de [adres]. Even na 22.30 uur werd er aangebeld. Er werd geroepen dat het voor hem was. Hij is naar de voordeur gegaan, maar er stond niemand. Er stond wel een witte Volkswagen Caddy met dichte cabine op de straat. [verdachte] zat achter het stuur. Aangever is naar [verdachte] toegelopen die hem vroeg: “Wat heb je met mij broertje gedaan?” Voordat hij antwoord kon geven, hoorde hij de schuifdeur van de Caddy opengaan en kwamen mannen om de auto heen naar hem toe rennen. De voorste man had een capuchon over het hoofd. Deze was met touwtjes aangesnoerd over het gezicht. Hij hoorde dat er werd geroepen: “Pak hem, pak hem”. Eén van de mannen had een voorwerp in zijn rechterhand. Het was ongeveer tien centimeter lang. Hij draaide zich om om weg te rennen. Op dat moment voelde hij dat hij rechts in zijn buik gestoken werd. Hij is naar binnen gerend en gooide de voordeur dicht. Toen hij binnen was zag hij dat hij bloedde op de plek waar hij gestoken was. Er werd ongeveer een halve minuut lang tegen de voordeur getrapt en geslagen. Dat waren harde knallen. Later zag hij dat zijn auto, een Renault Clio met het kenteken [kenteken 1], vernield was. De banden waren lek gestoken, de ruitenwissers waren afgebroken en de buitenspiegel was afgebroken. [verdachte] heeft nooit tegen zijn auto gehangen of op de motorkap “gezeten”, want hij sprak [verdachte] nooit. Hij heeft ook nooit gezien dat [verdachte] tegen zijn auto leunde. Hij kan niets anders bedenken dan dat de handafdruk van [verdachte] tijdens het vernielen van de auto op zijn raam terecht is gekomen.

Uit de over [slachtoffer 1] opgemaakte geneeskundige verklaring4 blijkt dat er bij hem uitwendig letsel is waargenomen, namelijk een snijwond in de rechter onderbuik van 3 tot 4 centimeter, waarbij geen vitale organen zijn geraakt.

[broer slachtoffer1] heeft, zakelijk weergegeven, verklaard5 dat er op 28 mei 2013 werd aangebeld. Hij is naar de slaapkamer aan de voorzijde van de woning gelopen om uit het raam te kijken. Hij zag een witte Volkswagen Caddy voor het huis staan, naast de auto van zijn broer. De motor van de Caddy liep en hij zag het raam aan de bestuurderszijde open staan. [verdachte] zat achter het stuur van de witte Caddy. Zijn broer [slachtoffer 1] ging naar buiten. Kort daarna hoorde hij de voordeur met een luide knal dicht slaan. Hij hoorde zijn broer roepen: “Ik ben gestoken”. Daarna hoorde hij meerdere malen iemand tegen de voordeur aantrappen en hoorde ook iets roepen als: “dood aan je kankermoeder”.

[getuige 1] heeft, zakelijk weergegeven, verklaard6 dat hij op 28 mei 2013 buiten zijn woning aan de [adres] een hoop geschreeuw en gebonk hoorde. Hij zag op straat naast de auto van zijn buurman [slachtoffer 1] een witte Volkswagen Caddy staan. Hij zag een jongen bij de auto van [slachtoffer 1] staan die de ruitenwissers van de auto trok. Hij hoorde een hoop geschreeuw, waaronder “dood aan je kankermoeder”. De jongen trapte ook tegen de auto. Hij zag drie of vier personen op straat die in de laadbak van de Caddy sprongen. Vervolgens reed de Caddy met hoge snelheid weg. Hij zag vervolgens dat [slachtoffer 1] zijn hand rechts onder zijn buik plaatste. [slachtoffer 1] vertelde dat hij gestoken was.

Er is een sporenonderzoek7 verricht op de Renault Clio. De verbalisanten hebben onder meer geconstateerd dat de rechter zijspiegel naar beneden hing, dat de linker en rechter voorband zacht waren, dat de rechter ruitenwisser er af was en dat de linker ruitenwisser op de motorkap lag. De rechterband was voorzien van een perforatie, vermoedelijk ontstaan door een plat en scherp voorwerp. Op de auto is een voor identificatie geschikt spoor zichtbaar gemaakt. Dit betrof een handafdruk op de voorruit.

Uit het rapport van dactyloscopisch sporenonderzoek8 blijkt dat de van het spoor verkregen vingerafdruk geïndividualiseerd is als een vingerafdruk van verdachte.

De rechtbank is op basis van voornoemde bewijsmiddelen tot de conclusie gekomen dat verdachte degene is geweest die op 28 mei 2013 op de [adres] de bestuurder is geweest van de witte Volkswagen Caddy. Uit hetgeen verdachte tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd, namelijk: “Wat heb je met mij broertje gedaan?”, leidt de rechtbank af dat verdachte [slachtoffer 1] heeft opgezocht naar aanleiding van wat er eerder die dag was voorgevallen tussen de broer van verdachte en aangever [slachtoffer 1]. Bovendien was verdachte vergezeld van een aantal personen die zich verschanst hadden in de laadruimte van de Caddy en hun gezichten met kleding onherkenbaar hadden gemaakt. De rechtbank komt tot de conclusie dat verdachte en zijn mededaders bewust op zoek zijn geweest naar een confrontatie met aangever [slachtoffer 1]. Het staat ook vast dat aangever [slachtoffer 1] tijdens die confrontatie met een mes is gestoken en dat[verdachte] niet degene is geweest die hem heeft gestoken.

Er is geen bewijsmiddel voorhanden waaruit blijkt dat verdachte wist dat één van de mededaders een mes bij zich had en dat verdachte op hoogte was dat aangever [slachtoffer 1] daarmee mogelijk gestoken zou worden. Daarom kan op grond van het dossier niet worden geconcludeerd tot de aanwezigheid van (voorwaardelijk) opzet aan de onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 1 meest subsidiair ten laste gelegde feite. De verdachte dient hiervan derhalve vrijgesproken te worden.

De rechtbank acht wel het onder 1 uiterst subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Hoewel van verdachte zelf geen gewelddadige handelingen in de richting van [slachtoffer 1] zijn uitgegaan, heeft verdachte wel een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld tegen [slachtoffer 1] door de feitelijke dader(s) naar de plaats delict aan- en af te voeren in een auto die hij bestuurde en [slachtoffer 1] uit zijn woning naar de bestuurderskant van de Volkswagen Caddy te lokken.

De rechtbank is op grond van voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit zelf ook gewelddadige handelingen met betrekking tot de auto heeft verricht. De rechtbank acht het onder 2 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 05/820776-13

[slachtoffer 2] heeft aangifte9 gedaan. Hij heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij de eigenaar is van een zwarte Volkswagen Transporter, voorzien van het kenteken [kenteken 1].

Hij had de auto op 8 februari 2013 omstreeks 16.30 uur geparkeerd aan de Schatbergweg te Lichtenvoorde. Alles was toen nog in orde. Hij is zaterdag 9 februari 2013 omstreeks 04.30 uur gewekt door de politie omdat er mogelijk was ingebroken in de bedrijfsbus. Het slot aan de bestuurderskant was geforceerd. In de bedrijfsbus lag gereedschap ter waarde van ongeveer € 6.000,--.

[getuige 2] heeft als getuige verklaard10 dat hij op 9 februari 2013 om 02.05 uur op de [adres]een man zag. Er stond ook een zilverkleurige personenauto, merk Renault, model Vel Satis, waarvan het kenteken begon met [x]. De deur van dit voertuig stond aan de bestuurderszijde open. Er stapte een man uit. De getuige is verder gefietst naar zijn huis. Hij hoorde op dat moment een alarm afgaan. Even later reed de Renault weg. Hij heeft vervolgens de politie gebeld.

Uit het proces-verbaal van bevindingen11 blijkt dat de politie een melding heeft gekregen over het afgaan van een alarm aan de [adres], waarna een auto was weggereden, voorzien van het kenteken [x] De verbalisanten hebben een auto van het merk Renault, kenteken [kenteken 2], al rijdend aangetroffen en een stopteken gegeven. In de auto zaten twee personen. De bestuurder werd aan een veiligheidsfouillering onderworpen. In de binnenzak van zijn jas werd een deel van een autoslot aangetroffen en in de auto werd inbrekerswerktuig, waaronder een tang met het opschrift ‘keycutter’ aangetroffen. De bestuurder bleek te zijn [verdachte] en de bijrijder [bijrijder]. Wat later kregen de verbalisanten melding dat er te Lichtenvoorde ter hoogte van het perceel [adres] een auto was aangetroffen met een vernield deurslot.

Uit het proces-verbaal van bevindingen12 blijkt dat de verbalisanten onderzoek hebben gedaan naar braaksporen aan voertuigen aan de [adres]. Van een Volkswagen Transporter, voorzien van het kenteken [kenteken 1], bleek de cilinder van het slot van het portier aan de bestuurderszijde eruit gebroken.

Er is onderzoek13 gedaan naar het deel van het cilinderslot dat in de bedrijfsauto was achtergebleven en naar het afgebroken deel van het cilinderslot dat bij verdachte is aangetroffen. De conclusie van het onderzoek is dat beide delen cilinder oorspronkelijk één geheel hebben gevormd.

In het primair en het subsidiair ten laste feit is opgenomen dat het om een bedrijfsbus van het merk Renault handelde, terwijl het een bedrijfsbus van het merk Volkswagen betreft. De raadsman heeft om die reden vrijspraak bepleit. De rechtbank ziet dit echter als een kennelijke verschrijving. Uit voornoemde bewijsmiddelen en de in het dossier op pagina’s 35 en 36 opgenomen foto’s van de bedrijfsbus - waarop het kenteken [kenteken 1] zichtbaar is – is, in combinatie met het in de ten laste legging opgenomen kenteken van het voertuig en de naam van de benadeelde, voldoende duidelijk om welk voertuig het gaat.

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat sprake is geweest van een begin van diefstal van de bedrijfsbus zelf. Verdachte dient derhalve van het primair ten laste gelegde vrijgesproken te worden.

De rechtbank is op grond van voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat wel sprake is geweest van een begin van uitvoering van diefstal van goederen uit de bedrijfsbus. Zij acht het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 05/821282-13

De politie heeft naar aanleiding van een anonieme melding onderzoek14 ingesteld naar voertuigcriminaliteit op het adres [adres]. In een schuur/loods op dat adres zouden gestolen auto’s staan en ook gestolen auto’s gedemonteerd worden. Tijdens de zoeking zijn in één van de schuren op voormeld adres diverse goederen aangetroffen die vermoedelijk van diefstal afkomstig waren. Het betroffen voornamelijk auto-onderdelen. Uit de bijgevoegde lijst A1 blijkt dat dit onder andere betroffen: dashboards, autostoelen, achterlichten, filterelementen, autobanden en gordelspanners.

Er is onderzoek gedaan naar de identiteit en herkomst van goederen. Van dit onderzoek zijn processen-verbaal15 opgemaakt. Twee zaken daarvan zijn hierna uitgewerkt.


In de schuur werd een dashboard aangetroffen van een Volkswagen Caddy16. Aan hand van een door de fabrikant uniek aangebracht kenmerk bleek het dashboard te behoren bij een voertuig met het kenteken [kenteken 3], merk Volkswagen, type Caddy, dat sinds 15 december 2012 gesignaleerd stond als ontvreemd.

[aangever1] heeft aangifte17 van diefstal van een Volkswagen, type Caddy, met het kenteken [kenteken 3], gepleegd op 15 december 2012. Hij had de auto op 14 december 2012 voor de woning geparkeerd. Op 15 december 2012 om 08.00 uur zag hij dat de auto was weggenomen.


In de schuur werd nog een dashboard aangetroffen van een Volkswagen, type Caddy. Aan de hand van een door de fabrikant uniek aangebracht kenmerk bleek het dashboard te behoren bij een voertuig met het kenteken[kenteken 4], merk Volkswagen, type Caddy, dat sinds 11 december 2012 gesignaleerd stond als ontvreemd.

[aangever2] heeft aangifte18 gedaan van diefstal van een Volkswagen, type Caddy SDI, voorzien van het kenteken[kenteken 4]. De auto was op 10 december 2012 te Doetinchem geparkeerd en afgesloten. Op 11 december 2012 omstreeks 06.45 uur stond de auto er niet meer.

[getuige 3] heeft verklaard19, zakelijk weergegeven, dat hij vanaf 9 oktober 2012 een loods heeft verhuurd aan een huurder die wilde sleutelen aan oudere auto’s. De huurder was [huurder]. Hij was vaak in gezelschap van een jongen genaamd [verdachte], een Marokkaanse jongen die in Doetinchem woont. Soms kwamen ze samen drie keer per dag en soms kwam [verdachte] alleen. Er werden ook goederen aan derden verkocht, waarbij [verdachte] aanwezig was. [huurder] is een blanke jongen, leeftijd 20/25 jaar, blond half lang haar. [verdachte] is een getinte jongen, waarschijnlijk van Marokkaanse afkomst, leeftijd 20/25 jaar, gezet/dik postuur.

Tijdens het derde verhoor20 van [getuige 3] zijn hem foto’s getoond. Hij herkende daarop [huurder], die hij ook in zijn voorafgaande verklaringen had genoemd en aan wie hij de schuur verhuurde. Op de andere foto herkende hij [verdachte], over wie hij in de vorige verklaring eveneens had verklaard.

Op pagina’s 102 en 103 van het dossier bevinden zich de foto’s van de verdachten[verdachte] en [huurder], die ook op hun ID-staat zijn opgenomen zoals weergegeven op pagina’s 021 en 040 van het dossier.

[getuige 4] is als getuige21 gehoord. Hij heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij een loods huurde te Terborg van eind februari 2013 tot en met eind maart 2013. Hij kwam daar één tot drie keer in de week. Een andere loods werd ook verhuurd. Daar lagen onderdelen die je kon kopen. Deze werden verkocht door [huurder] en [verdachte]. Vervolgens zijn de getuige foto’s getoond. Hij herkende daarop [huurder] als degene die de loods huurde. Op de andere foto herkende hij [verdachte], die vrijwel dagelijks in de loods te vinden was.

[getuige 4] heeft zelf bij de sloperij van [huurder] gewerkt en heeft goede contacten met deze familie. Hij hoorde van [huurder] dat de auto-onderdelen allemaal gestolen spul was.

De raadsman heeft betoogd dat de getuigen door het tonen van de foto’s mogelijk door de politie beïnvloed zijn.

De rechtbank is van oordeel dat van beïnvloeding geen sprake is geweest. Getuige [getuige 3] heeft in de eerste twee verhoren de namen van verdachte en zijn mededader genoemd en ook een beschrijving van hen gegeven. Tijdens het derde verhoor zijn hem de foto’s van verdachte en [huurder] getoond en heeft hij bevestigd dat de daarop getoonde personen verdachte en zijn medeverdachte [huurder] betroffen. Ook [getuige 4] heeft de namen van verdachte en zijn medeverdachte genoemd voordat hem de betreffende foto’s zijn getoond. Bovendien blijkt uit zijn verklaring dat hij hen al kende uit de periode voordat hij zelf een schuur in Terborg huurde.

Onder de aangetroffen goederen bevond zich een grote hoeveelheid auto-onderdelen, waarvan verdachte, gelet op de aard en de soort ervan, redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze van diefstal afkomstig waren. Bovendien is komen vast te staan dat sommige auto-onderdelen behoorden bij nieuwe auto’s die kort daarvoor gestolen waren en heeft de huurder van de schuur/loods, [huurder], met wie verdachte samenwerkte, aan getuige [getuige 4] verteld dat de auto-onderdelen van diefstal afkomstig waren.

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit met betrekking tot de aangetroffen auto-onderdelen wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de aangetroffen sportartikelen, kleding en gereedschap is niet wettig en overtuigend bewezen dat deze van misdrijf afkomstig waren. Verdachte wordt van dit deel van het ten laste gelegde vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05/861420-13

1.

uiterst subsidiair

hij op 28 mei 2013 te Doetinchem, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 1], door

  • -

    zich in een voertuig, met andere personen, te begeven naar de woning van die [slachtoffer 1] voornoemd, en

  • -

    te vragen of die [slachtoffer 1] thuis was, en

  • -

    die [slachtoffer 1] te vragen: “wat heb je met mijn broertje gedaan”, althans woorden van die aard en/of strekking, en

  • -

    te roepen “Pak hem, pak hem”, en

  • -

    met meerdere personen op die [slachtoffer 1] voornoemd af te rennen, en

  • -

    met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de buikstreek van die [slachtoffer 1] te steken, en

  • -

    vervolgens met hoge snelheid, met die andere personen, weg te rijden in voornoemd voortuig.

2.

hij op 28 mei 2013 te Doetinchem, met anderen, op of aan de openbare weg, de [adres], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (Renault Clio [kenteken 1]), toebehorende aan [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het leksteken van een aantal banden en het afbreken van de ruitenwissers en van een spiegel;

Parketnummer 05/820776-13

subsidiair:

hij op 9 februari 2013, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfsbus met kenteken [kenteken 1], weg te nemen geld en goederen van zijn gading (waaronder gereedschap), toebehorende aan [slachtoffer 2], en zich daarbij de toegang tot die bedrijfsbus te verschaffen door middel van braak, een portierslot van die bus heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Parketnummer 05/821282-13

hij in de periode van 9 oktober 2012 tot en met 23 januari 2013 te Terborg, gemeente Oude IJsselstreek, door misdrijf voorhanden heeft gehad diverse auto onderdelen, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Parketnummer 05/821282-13

Met betrekking tot de strafbaarheid van het tenlastegelegde overweegt de rechtbank het volgende. Het bewezenverklaarde levert geen strafbaar feit op en kan, meer specifiek, niet worden gekwalificeerd als een strafbaar feit in de zin van artikel 417bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het artikel heeft als bestanddeel “terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed dan wel het vestigen van het recht redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof”.

Dit bestanddeel is slechts ten dele in de tenlastelegging, en derhalve ook slechts ten dele in de bewezenverklaring, opgenomen. De rechtbank stelt vast dat het bewezenverklaarde daardoor geen strafbaar feit oplevert en zal de verdachte voor het bewezenverklaarde van alle rechtsvervolging ontslaan.

Het bewezenverklaarde van de overige feiten levert op de misdrijven:

Parketnummer 05/861420-13

1.

uiterst subsidiair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

2.

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;

Parketnummer 05/820776-13

Subsidiair: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder parketnummer 05/861420-13 meest subsidiair ten laste gelegde, het onder 2 primair ten laste gelegde, het onder parketnummer 05/820776-13 subsidiair ten laste gelegde en het onder parketnummer 05/821282-13 subsidiair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman heeft naast de bepleite vrijspraken aangevoerd dat verdachte in feite een first offender is. Sinds zijn vrijlating is verdachte niet opnieuw met politie in aanraking geweest. De raadsman heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen en daarnaast eventueel een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank beoordeelt het handelen van verdachte als een vorm van eigenrichting. Verdachte heeft verhaal willen halen in verband met een ruzie die zijn broer en aangever [slachtoffer 1] eerder die dag hadden gehad. Verdachte is samen met anderen naar de woning van [slachtoffer 1] gereden. Hij heeft hem naar de auto toe gelokt. [slachtoffer 1] werd vervolgens bestormd door personen die hun gezichten hadden bedekt. Aangever [slachtoffer 1] is op de vlucht met een mes in zijn buik gestoken en is zijn huis in gevlucht. Verdachte en zijn mededaders hebben vervolgens hun woede geuit op de voordeur van de woning en op de auto van aangever, door tegen de voordeur te schoppen en door de ruitenwissers en een spiegel van die auto af te breken en banden lek te steken. De manier waarop verdachte en zijn mededaders dit hebben gedaan valt niet te rechtvaardigen. Ook voor de samenleving is dat een schokkend en ernstig feit. Het brengt namelijk, ook buiten de directe omgeving van het slachtoffer, angst en gevoelens van onveiligheid teweeg. Het letsel dat [slachtoffer 1] heeft opgelopen is uiteindelijk meegevallen, maar had evengoed veel ernstiger of zelfs fataal kunnen zijn. Dit handelen van verdachte en zijn mededaders toont een ernstig gebrek aan respect voor de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer.

Daarnaast heeft verdachte geprobeerd om in de nachtelijke uren in te breken in een bedrijfsbus.

Gelet op dit alles komt de rechtbank tot de oplegging van een hogere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank zal een fors deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, teneinde te voorkomen dat verdachte opnieuw in de fout zal gaan. De proeftijd zal worden vastgesteld op drie jaar.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.770,74 ingediend ten aanzien van het onder parketnummer 05/861420-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde.

De raadsman heeft vanwege de bepleite vrijspraak aangevoerd dat de benadeelde partij
niet-ontvankelijkheid verklaard dient te worden. Voorts heeft hij aangevoerd dat hij geen opmerkingen heeft ten aanzien van de schadeposten als zodanig.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal de vordering worden toegewezen. De verdachte is voor de schade – naar burgerlijk recht – aansprakelijk.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen met ingang van 28 mei 2013.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 160,-- ingediend ten aanzien van het onder parketnummer 05/820776-13

ten laste gelegde.

De raadsman heeft vanwege de bepleite vrijspraak aangevoerd dat de benadeelde partij
niet-ontvankelijkheid verklaard dient te worden. Voorts heeft hij aangevoerd dat hij geen opmerkingen heeft ten aanzien van de schadepost als zodanig.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal de vordering worden toegewezen. De verdachte is voor de schade – naar burgerlijk recht – aansprakelijk.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen met ingang van 9 februari 2013.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet, gelet op hetgeen is overwogen omtrent de vorderingen tot schadevergoeding, aanleiding om aan de verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht telkens de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te noemen som geld ten behoeve van voornoemde benadeelde partijen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 141, 310, 311 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart niet bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/861420-13 onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 1 meest subsidiair en het onder parketnummer 05/820776-13 primair ten laste gelegd heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/861420-13 onder 1 uiterst subsidiair en 2 tenlastegelegde en het onder parketnummer 05/820776-13 subsidiair tenlastegelegde en het onder parketnummer 05/821282-13 tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 stelt vast dat het onder parketnummer 05/821282-13 bewezen verklaarde geen strafbaar feit oplevert en ontslaat de verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging.

 verklaart het overigens bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Parketnummer 05/861420-13

1.

uiterst subsidiair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

2.

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;

Parketnummer 05/820776-13

Subsidiair: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

 beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer 1], rekeningnummer 110155084, van een bedrag van € 1.770,74, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 mei 2013, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat de verdachte niet meer tot vergoeding is gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 1.770.74, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 mei 2013, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis.

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], rekeningnummer 336149182, van een bedrag van € 160,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2013, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat de verdachte niet meer tot vergoeding is gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 160,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2013, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis;

 heft op het –geschorste – bevel voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mr. Gilhuis, voorzitter, mr. Gerbranda en mr. Welbergen, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

3 februari 2014.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal:- nummer 2013069344 Politie Oost Nederland, District Noord- en Oost Nederland, gesloten en ondertekend op 17 oktober 2013;- nummer PL0649 2013050394, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, District Achterhoek, gesloten en ondertekend op 23 april 2013;- nummer PL0642 2013009623, Regiopolitie Noord- en oost Gelderland, District Achterhoek, team Doetinchem, gesloten en ondertekend op 12 juli 2013.

2 Proces-verbaal nummer 2013069344, aangifte door [slachtoffer 1], pag. 98-101

3 Proces-verbaal nummer 2013069344, verhoren van [slachtoffer 1], pag. 98-101en 131-132

4 Proces-verbaal nummer 2013069344, medische verklaring, pag. 114

5 Proces-verbaal nummer 2013069344, verhoor van getuige [broer slachtoffer1], pag. 153-154

6 Proces-verbaal nummer 2013069344, verhoor van getuige [getuige 1], pag. 157-158

7 Proces-verbaal nummer 2013069344, proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 468-473

8 Proces-verbaal nummer 2013069344, rapport van dactyloscopisch sporenonderzoek, pag. 488-489

9 Proces-verbaal nummer PL0649 2013050394, aangifte door [slachtoffer 2], pag. 33-34

10 Proces-verbaal nummer PL0649 2013050394, verhoor van getuige [getuige 2], pag. 41-43

11 Proces-verbaal nummer PL0649 2013050394, proces-verbaal van bevindingen, pag. 44-45

12 Proces-verbaal nummer PL0649 2013050394, proces-verbaal van bevindingen, pag. 46-47

13 Proces-verbaal nummer PL0649 2013050394, proces-verbaal van bevindingen, pag. 50 en proces-verbaal van vergelijkend souche-onderzoek, pag. 51-54

14 Proces-verbaal nummer PL0642 2013009623, proces-verbaal van bevindingen, pag. 120-121

15 Proces-verbaal nummer PL0642 2013009623, processen-verbaal van onderzoek, pag. 130-157

16 Proces-verbaal nummer PL0642 2013009623, proces-verbaal onderzoek, pag. 130-131

17 Proces-verbaal nummer PL0642 2013009623, proces-verbaal van aangifte door [aangever1], pag. 046-048

18 Proces-verbaal nummer PL0642 2013009623, proces-verbaal van aangifte door [aangever], pag. 054-055

19 Proces-verbaal nummer PL0642 2013009623, processen-verbaal van verhoor van[getuige 3], pag. 095-099

20 Proces-verbaal nummer PL0642 2013009623, proces-verbaal van verhoor van[getuige 3], pag. 100-103

21 Proces-verbaal nummer PL0642 2013009623, proces-verbaal van verhoor van [getuige 4], pag. 109-113