Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:595

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-02-2014
Datum publicatie
03-02-2014
Zaaknummer
05/720372-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een uit Colombia afkomstig verdachte wordt veroordeeld tot 11 maanden gevangenisstraf. Zij is samen met haar medeverdachten naar twee verschillende juwelierszaken gegaan om daar sieraden te stelen. De werkwijze was geraffineerd en er is telkens een aanzienlijke waarde aan sieraden buit gemaakt. De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte dit feit samen met anderen heeft gepleegd onder druk van een Colombiaanse paramilitaire beweging en heeft daarom verzocht de straf te matigen. De rechtbank heeft daar echter geen rekening mee gehouden omdat er geen aanknopingspunten zijn dat verdachte inderdaad onder druk van een dergelijke beweging zou hebben gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 05/720372-1305/720372-13

Uitspraak d.d.: 3 februari 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in [adres].

Raadsman: mr. H.G. Koopman, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 januari 2014.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 29 mei 2013 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijfhonderd (500) gouden, althans edelmetalen, ringen (bevestigd op 5 tableaus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of juwelier "[bedrijfsnaam 1]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s)(procesverbaalnummer PL0621 2013070190);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 24 mei 2013 te Gorinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen honderdzevenenvijftig (157) gouden, althans edelmetalen hangertjes/bedeltjes(bevestigd op vijf vierkante houten tableau's in beukenkleur), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of Juwelier [bedrijfsnaam 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s)(procesverbaalnummer PL18202013046209);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 29 mei 2013 vond er tijdens openingstijd een diefstal plaats bij een juwelier te Apeldoorn. Deze leek door een groep personen te zijn gepleegd. Nadat de eigenares van de juwelierszaak collega’s in het land had gewaarschuwd voor de daders, werd zij benaderd door een collega juwelier te Baarn. Verdachte werd op de camerabeelden uit Baarn herkend door de eigenares van de zaak in Apeldoorn. Van de diefstal te Baarn werden in oktober 2013 beelden in het televisieprogramma “Opsporing Verzocht” getoond. Deze beelden werden gezien door de eigenaar van de juwelierszaak in Gorinchem, die verdachte herkende als mededader van de diefstal op 24 mei 2013. Verdachte werd tevens herkend door een verbalisant die haar had gehoord in verband met een eerdere diefstal. De zich inmiddels in voorlopige hechtenis bevindende verdachte is vervolgens buiten heterdaad aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de ten laste gelegde feiten bewezen verklaard kunnen worden aangezien verdachte daarover ter terechtzitting bekennende verklaringen heeft afgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de verklaring van verdachte, inhoudende dat zij op 29 mei 2013 te Apeldoorn samen met anderen vijfhonderd gouden ringen heeft weggenomen bij juwelier [bedrijfsnaam 1]. Deze ringen waren bevestigd op 5 tableaus2.

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] namens [bedrijfsnaam 1]3.

Feit 2

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de verklaring van verdachte, inhoudende dat zij op 24 mei 2013 te Gorinchem samen met anderen honderdvijfenzeventig hangertjes en bedeltjes heeft weggenomen bij Juwelier [bedrijfsnaam 2]. Deze waren bevestigd op vijf vierkante beukenhouten tableaus4.

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] namens Juwelier [bedrijfsnaam 2]5.

Aangezien verdachte de onder 1en 2 ten laste gelegde feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op 29 mei 2013 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijfhonderd (500) gouden ringen, bevestigd op 5 tableaus, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of juwelier "[bedrijfsnaam 1]";

2.

zij op 24 mei 2013 te Gorinchem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen honderdzevenenvijftig (157) gouden hangertjes/bedeltjes, bevestigd op vijf vierkante houten tableaus in beukenkleur, toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of Juwelier [bedrijfsnaam 2].

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1

en 2 telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.


Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden.

Ter toelichting op zijn eis heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte met haar mededaders in korte tijd op geraffineerde wijze twee brutale diefstallen heeft gepleegd. Daarbij is telkens een flinke waarde aan sieraden buitgemaakt.

Bij de eis heeft de officier van justitie ten voordele van verdachte op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening gehouden met de eerdere veroordeling van verdachte, waardoor zij het voordeel dat de samenloopbepalingen bij gelijktijdige berechting zou hebben geboden, is misgelopen.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte de feiten samen met anderen heeft gepleegd onder druk van een Colombiaanse paramilitaire beweging. De raadsman heeft verzocht om de druk waaronder verdachte de feiten heeft gepleegd mee te wegen in de straftoemeting. Hoewel de raadsman van mening is dat de eis van de officier van justitie op zich niet disproportioneel is, heeft hij verzocht de op te leggen straf te matigen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.


Verdachte is samen met haar medeverdachten kort na elkaar naar twee verschillende juwelierszaken gegaan om aldaar sieraden te stelen. De werkwijze was geraffineerd. Bij de diefstallen is telkens een aanzienlijke waarde aan sieraden buitgemaakt. Eén van de benadeelden heeft daardoor grote financiële schade geleden die niet door de verzekeringsmaatschappij wordt vergoed. Voor de verklaring van verdachte dat zij gehandeld heeft onder druk van een Colombiaanse paramilitaire beweging, heeft de rechtbank, behoudens het relaas van verdachte zelf, geen enkel aanknopingspunt gevonden. De rechtbank kan hiermee dan ook geen rekening houden.

Uit het door de reclassering over verdachte opgemaakte voorlichtingsrapport6 blijkt dat het gevaar voor recidive als gemiddeld/hoog wordt ingeschat. Toezicht op bijzondere voorwaarden en interventies/behandelingen zijn niet geïndiceerd. Er wordt geadviseerd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De aard en de ernst van de feiten rechtvaardigen dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. Alles overwegende acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden. Zij zal deze overnemen.

In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft gevorderd om de onder verdachte in beslag genomen goederen, te weten 2 gsm-toestellen van het merk Nokia en Samsung, verbeurd te verklaren.

De raadsman heeft zich hier niet over uitgelaten.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen

verbeurd verklaard dienen te worden, aangezien het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezen verklaarde is voorbereid.

Vordering tot schadevergoeding

[slachtoffer 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 72.500,-- als benadeelde partij gevoegd (feit 1). De benadeelde partij heeft ter terechtzitting aangevoerd dat dit de waarde is waarop zij de weggenomen sieraden schat, verminderd met een bedrag van

€ 7.500 dat de verzekering aan haar heeft uitgekeerd.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering toe te wijzen.

De raadsman heeft verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, daar de vordering niet is onderbouwd.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu de vordering niet voldoende is onderbouwd. In een civiele procedure zou de benadeelde een nadere onderbouwing moeten aandragen of bewijsstukken moeten leveren met betrekking tot de waarde van de ontvreemde gouden ringen. De rechtbank zou de zaak ten behoeve daarvan moeten aanhouden en zij is dan ook van oordeel dat verdere behandeling van de vordering onevenredig belastend is voor dit strafproces. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij daarom niet‑ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 57, 63, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1

en 2 telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) maanden;

 beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

een gsm-toestel van het merk Nokia;

een gsm-toestel van het merk Samsung.

 verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door mr. Gerbranda, voorzitter, mr. Welbergen en mr. Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

3 februari 2014.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal,- nummer PL1820-2013046209, Politie Eenheid Rotterdam, Alblasserwaard/Vijfheerenlanden, Recherchedienst D02, gesloten en ondertekend op 10 december 2013;- nummer PL0621 2013070190, Regio Noord- en oost Gelderland, District Apeldoorn, team Apeldoorn Binnenstad, gesloten en ondertekend op 21 november 2013.

2 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 20 januari 2014

3 Proces-verbaal nummer PL1820-2013046209, proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] namens [bedrijfsnaam 1], pag. 7-8

4 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 20 januari 2014

5 Proces-verbaal nummer PL0621 2013070190, proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] namens Juwelier [bedrijfsnaam 2], pag. 5-9

6 Reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, unit Utrecht, van 10 december 2013