Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:5922

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-07-2014
Datum publicatie
17-09-2014
Zaaknummer
2846681 BB 14-1188
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter verleent machtiging aan de mentor om voor het jaar 2014 de standaardvergoeding van € 891,00, alsmede 6 extra uren tegen een uurtarief van € 55,50 in rekening te brengen en bepaalt dat de mentor aan het eind van het jaar verantwoording dient af te leggen van de gedeclareerde uren.

De kantonrechterwijst het verzoek om machtiging voor het in rekening brengen van extra uren over 2013 af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team bewind en erfrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaakgegevens: 2846681 BB 14-1188 (MR 1832 oud / MR 6681 nieuw)

beschikking

inzake het verzoek om machtiging voor vergoeding van kosten voor mentorschap

ingediend door

[mentor], [adres], [plaats],

in haar hoedanigheid van mentor als bedoeld in titel 20 van boek 1 BW ten behoeve van [rechthebbende], geboren op[1946], hierna te noemen rechthebbende.

1 Het verzoek

1.1

De mentor heeft verzocht om machtiging te verlenen voor het in rekening brengen van te maken kosten voor mentorschap, te weten de door het LOVCK vastgestelde jaarvergoeding voor 2014 ad € 891,00, en aanvullend 6 uren tegen € 55,50 per uur.

1.2

Tevens heeft de mentor nog een aanvullende vergoeding voor het jaar 2013 verzocht, te weten nog 3 uur tegen € 55,46 per uur.

2 De beoordeling

2.1

De beloning volgens de Aanbevelingen mentorschap van het LOVCK heeft een forfaitair karakter. De Aanbevelingen mentorschap vermelden daaromtrent:

“Voor een forfaitaire beloning is gekozen omdat de mentor bij een cliëntenbestand van voldoende omvang zijn werkwijze zal stroomlijnen. Bij voorbeeld kunnen efficiencyvoordelen worden behaald door op dezelfde dag plannen van zorgbesprekingen betreffende cliënten die bij dezelfde instelling wonen. Bij een groter aantal cliënten leert de ervaring dat in een bepaald jaar sommige cliënten weinig aandacht vragen en andere veel. Met een gemiddeld tarief per cliënt levert dat een aanvaardbaar inkomen op. Het forfaitaire beloningssysteem houdt in dat het niet nodig is om de bestede uren te specificeren en te verantwoorden”.

Uit dit citaat leidt de kantonrechter af dat het in het forfaitaire beloningssysteem gaat om een beloning voor een gemiddeld zware taak. De term “gemiddeld” impliceert dat rekening wordt gehouden met het verschijnsel dat in een mentorschapspraktijk sprake is van lichtere en zwaardere dossiers.

Tegenover een dossier dat meer dan gemiddeld bewerkelijk is, staat er een dat in dezelfde mate minder bewerkelijk is. Concreet – bij wijze van voorbeeld - : tegenover een dossier dat 18 uur werk op jaarbasis kost, is in de gemiddelde mentorschapspraktijk een dossier aanwezig dat slechts 14 uur werk per jaar kost.

Het forfaitaire beloningssysteem brengt mee dat de twee uur die het bewerkelijke dossier in dit voorbeeld meer kost dan het aantal van 16 uur, genoemd in de Aanbevelingen, niet voor extra vergoeding in aanmerking komt.

Het forfaitaire systeem kan alleen werken als rekening wordt gehouden met een bandbreedte rond het gemiddeld aantal uren van 16 uur werkzaamheden per jaar. De kantonrechter pleegt – in redelijkheid – een bandbreedte van 25 % aan te houden, zodat extra uren pas voor extra beloning in aanmerking komen als er meer dan 20 uur in een dossier wordt gewerkt.

Met andere woorden: van een groot aantal gedeclareerde uren worden de eerste 16 uur vergoed met de forfaitaire beloning; worden de uren tussen 16 en 20 niet apart beloond wegens het forfaitaire karakter van de jaar beloning en komen de uren besteed boven het aantal van 20 per jaar in beginsel voor extra beloning in aanmerking.

2.2

Met betrekking tot het verzochte voor 2014 oordeelt de kantonrechter dat de mentor recht heeft op de standaardvergoeding ad € 891,00. Voor de te verwachten extra uren wordt geoordeeld dat deze voor toewijzing in aanmerking komen, gelet op de voorliggende jaren, met dien verstande dat gelet op de hierboven onder 2.1 genoemde bandbreedte op de verzochte 6 uur 4 uur in mindering zal worden gebracht. Aan het eind van het jaar dient de mentor de werkzaamheden te specificeren.

2.3

Met betrekking tot het aanvullend verzochte voor 2013 oordeelt de kantonrechter als volgt. Van de verzochte extra uren wordt geoordeeld dat deze werkzaamheden noodzakelijk zijn geweest, maar buiten de normale taakuitoefening van de mentor vallen, waardoor de mentor in beginsel recht heeft op een aanvullende vergoeding. Gelet op de hierboven onder 2.1 genoemde bandbreedte zal op de verzochte 3 uur 4 uur in mindering worden gebracht, waardoor voor vergoeding niets resteert.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1

verleent machtiging aan de mentor om voor het jaar 2014 de standaardvergoeding van € 891,00, alsmede 6 extra uren tegen een uurtarief van € 55,50 in rekening te brengen.

3.2

bepaalt dat de mentor aan het eind van het jaar verantwoording dient af te leggen van de gedeclareerde uren.

3.3

wijst het verzoek om machtiging voor het in rekening brengen van extra uren over 2013 af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.A. Huidekoper, en door deze in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.