Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:5921

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-09-2014
Datum publicatie
17-09-2014
Zaaknummer
2660747 CV 14-218
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter veroordeelt Interpolis om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 303
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 959
Burgerlijk Wetboek Boek 7 963
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2014/139
NTHR 2014, afl. 6, p. 315

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Apeldoorn

zaakgegevens 2660747 CV 14-218


grosse aan: mr. E.M. Horssius

afschrift aan: mr. B.M. Stroetinga

verzonden d.d.:

vonnis van de kantonrechter van 10 september 2014

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

gemachtigde: mr. E.M. Horssius,

tegen

de naamloze vennootschap Achmea Schadeverzekeringen N.V., handelende onder de naam Interpolis,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

gemachtigde: mr. B.M. Stroetinga,

Partijen worden hierna ook [eiser] en Interpolis genoemd.

1 Het procesverloop

1.1

Het procesverloop blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek

  • -

    de akte uitlating zijdens eiser

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1

[eiser] heeft gevorderd de veroordeling van Interpolis, uitvoerbaar bij voorraad, om aan haar te betalen € 472,13, waarvan € 61,58 als vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van Interpolis in de kosten van de procedure. Aan zijn vordering heeft [eiser] het volgende ten grondslag gelegd. In de periode dat hij bij Interpolis een schadeverzekeringsovereenkomst had heeft hij waterschade gehad aan zijn woning. De expert van Interpolis heeft de schade naar het oordeel van [eiser] te laag ingeschat. Hij heeft daarom Krantz & Polak ingeschakeld als contra-expert. Interpolis heeft de kosten van Krantz & Polak ten onrechte slechts gedeeltelijk betaald. Volgens [eiser] volgt uit de overeenkomst van schadeverzekering, dan wel uit artikel 7:959 lid 1 BW jo artikel 7:963 lid 6 BW, dat hij recht heeft op vergoeding van redelijke kosten met betrekking tot vaststelling van de schade.

2.2

Volgens Interpolis heeft [eiser] op grond van de verzekeringsovereenkomst recht op vergoeding van de gemaakte expertisekosten, maar is dit recht niet onbeperkt. De kosten voor het inschakelen van een contra-expert worden krachtens de polisvoorwaarden vergoed tot het niveau van maximaal de kosten van de expert die Interpolis heeft ingeschakeld. Interpolis heeft daarom een bedrag van € 714,00 inclusief BTW aan [eiser] vergoed, hetzelfde bedrag als zij aan de door haar ingeschakelde expert heeft betaald. Een bedrag dat ook redelijk is, gezien het aantal uren dat de contra-expert aan de zaak heeft moeten besteden, aldus Interpolis. Voorts heeft Interpolis aangevoerd dat ook uit artikel 7:959 BW niet volgt dat [eiser] recht heeft op volledige vergoeding van de kosten. Dit artikel bepaalt dat redelijke kosten tot het vaststellen van de schade ten laste van de verzekeraar komen, ook dan wanneer de verzekerde som wordt overschreden, maar niet is voorgeschreven dat ook de kosten van contra-expertise door de verzekeraar moeten worden vergoed. Interpolis heeft aan haar wettelijke verplichting reeds voldaan door voor haar eigen rekening een expert de schade te laten vaststellen, aldus Interpolis.

2.3

[eiser] heeft daarop gesteld dat hij meent dat uit de polisvoorwaarden niet de conclusie kan worden getrokken dat hij geen recht heeft op vergoeding. Hij verwijst naar artikel 4.2 van de bijzondere voorwaarden, waarin staat dat het oordeel van de experts van belang is bij de bepaling van de schade-omvang. Daarnaast, zo heeft [eiser] gesteld, is de wet van toepassing. Artikel 7:959 lid 1 BW is op grond van artikel 7:963 lid 6 BW dwingend recht. De verzekeringsvoorwaarden van Interpolis kunnen de rechten die daaruit volgen niet beperken, aldus [eiser]. Voorts valt volgens [eiser] niet in te zien waarom de te vergoeden kosten van de contra-expert beperkt moeten worden tot de kosten van de eigen expert. Een grote partij als Interpolis kan immers vaak experts inschakelen tegen zogenaamde bulktarieven, terwijl hij een hoger tarief moet betalen. Volgens [eiser] is hem ook nooit door Interpolis meegedeeld dat de kosten van zijn expert zouden worden vergoed tot de hoogte van de kosten van de eigen expert. Tenslotte heeft [eiser] gesteld dat de bepaling waarin de kosten van de contra-expert beperkt worden moet worden aangemerkt als onredelijk bezwarend beding.

2.4

Interpolis heeft in antwoord op de conclusie van repliek haar verweer aangevuld met een beroep op het ontbreken van een processueel belang aan de zijde van [eiser]. Op de website van Krantz & Polak staat vermeld dat zij haar cliënten een keiharde garantie geeft dat haar dienstverlening gratis is als deze niet wordt betaald en/of kan worden verhaald. Nu [eiser] Krantz & Polak niet heeft betaald en dat ook niet hoeft te doen, ontvalt zijn belang bij de vordering, aldus Interpolis. Voorts heeft zij haar verweer dat de polisvoorwaarden duidelijk zijn over de beperkte vergoeding herhaald en heeft zij daaraan toegevoegd dat het voor [eiser] ook niet relevant was of de kosten volledig vergoed werden, nu hij de toezegging van Krantz & Polak had dat hij gratis advies en begeleiding kreeg voor zover zijn kosten niet vergoed werden door Interpolis. Bovendien, zo heeft Interpolis ook nog aangevoerd, heeft haar expert Richard Jansen op 1 maart 2011 in een telefoongesprek met [eiser] uitgelegd welke kosten van de contra-expert mogelijk voor zijn rekening zouden blijven. Een beroep op de onredelijkheid van het beding waarin de kosten beperkt worden, gaat in dit geval niet op, nu geen recht op schadevergoeding beknot wordt, aldus Interpolis. Vergoeding van verzekeringspenningen wordt niet gebaseerd op afdeling 6.1.10 BW, maar op de nakoming van de verzekeringsovereenkomst. Pas als de overeenkomst niet wordt nagekomen, komt afdeling 6.1.10 BW mogelijk in zicht. Daar is nu echter geen sprake van, aangezien zij de overeenkomst is nagekomen, zo heeft Interpolis betoogd.

3 De beoordeling

3.1

De kantonrechter is van oordeel dat het verweer van Interpolis dat de vordering bij gebrek aan processueel belang moet worden afgewezen, moet worden verworpen. Hoewel artikel 3:303 BW bepaalt dat zonder voldoende belang niemand een rechtsvordering toekomt, volgt uit de jurisprudentie dat de rechter op dit punt terughoudend dient te zijn. Een eventuele afspraak tussen [eiser] en Krantz & Polak dat [eiser] niet hoeft te betalen als hij de kosten niet vergoed krijgt, is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende grond om [eiser] zijn vordering te ontzeggen.

3.2

De vraag die in deze procedure met name moet worden beantwoord is de vraag of Interpolis de vergoeding van de kosten van een contra-expert contractueel mag beperken in de door haar gestelde zin. Die vraag beantwoordt de kantonrechter ontkennend. Gelijk [eiser] heeft gesteld, is zij van oordeel dat een dergelijke algemene beperking van artikel 7:959 lid 1 BW niet is toegestaan. Het verweer van Interpolis dat artikel 7:959 lid BW slechts de expertisekosten van de eigen expert van de verzekeraar betreft, moet dan ook als onjuist worden verworpen. Dat zou immers betekenen dat een verzekerde bij onenigheid met zijn verzekeraar over de toedracht en/of hoogte van de schade ernstig beperkt zou kunnen worden in zijn mogelijkheden tot vaststelling van de schade. Of er sprake is van redelijke kosten zal dan ook steeds per geval moeten worden bekeken en kan niet op voorhand in algemene zin worden beperkt.

3.3

Voorts moet worden beoordeeld of de kosten die Krantz & Polak in rekening hebben gebracht ook redelijk zijn. Vast staat dat de eigen expert van Interpolis 5 uur aan de zaak heeft besteed tegen een uurtarief van € 142,80 inclusief BTW en dat Krantz & Polak 7 uur in rekening heeft gebracht tegen een uurtarief van € 160,65 inclusief BTW. Het verschil in tarieven en bestede tijd is naar het oordeel van de kantonrechter niet dusdanig groot dat hieruit kan worden afgeleid dat de kosten niet redelijk zijn. Het verweer van Interpolis dat de contra-expert kon koersen op het ‘voorwerk’ dat door haar eigen expert was gedaan, kan evenmin tot die conclusie leiden. De contra-expert moet immers tot een eigen oordeel omtrent de oorzaak en grootte van de schade kunnen komen. Ook in verhouding met de totale som van de door Interpolis vergoede schade (€ 8.300,00) komen de kosten van Krantz & Polak (€ 1.124,55) niet onredelijk voor.

3.4

Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter van oordeel is dat de gevorderde hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente toewijsbaar is. Hetgeen voor het overige door partijen is aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden en behoeft daarom geen bespreking.

3.5

Aannemelijk is dat [eiser] buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht dan wel heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten is in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en die geacht worden redelijk te zijn.

3.6

Interpolis zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1

veroordeelt Interpolis om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 472,13, vermeerderd met de wettelijke rente over € 410,55 vanaf 16 december 2013 tot de dag van algehele voldoening;

4.2

veroordeelt Interpolis in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:

€ 150,00 aan salaris gemachtigde,

€ 77,00 aan griffierecht en

€ 101,90 aan explootkosten;

4.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Hoogland en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.