Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:5654

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-07-2014
Datum publicatie
05-09-2014
Zaaknummer
258758
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De zaak betreft een verzekeringsovereenkomst Het geschil tussen partijen spitst zich met name toe op de vraag of sprake is (geweest) van risicoverzwaring en zo ja, wat daarvan de gevolgen zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2014/129 met annotatie van mr. A.I. Schreuder
NTHR 2014, afl. 6, p. 315
S&S 2015/131

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/258758 / HA ZA 14-67

Vonnis van 30 juli 2014

in de zaak van

1. naamloze vennootschap

AVÉRO SCHADEVERZEKERINGEN N.V., h.o.d.n. AVERO ACHMEA

gevestigd te Apeldoorn,

2. naamloze vennootschap

ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Utrecht,

3. naamloze vennootschap

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. naamloze vennootschap

EUROPEESCHE VERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

5. naamloze vennootschap

REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

eiseressen,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde sub 1],

wonende te [plaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaats],

gedaagden,

advocaat mr. K.J.T. Boersma te Tiel.

Partijen zullen hierna Avéro (vrouwelijk enkelvoud) en [gedaagden] (mannelijk enkelvoud) genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 16 april 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 9 mei 2014

  • -

    de akte houdende overlegging producties van 21 mei 2014 van de zijde van [gedaagden]

  • -

    de antwoordakte van 4 juni 2014 van de zijde van Avéro.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagden] is op 31 maart 2009 eigenaar geworden van een onroerende zaak bestaande uit een perceel met daarop onder andere een woonhuis, een zwembad en een bos, gelegen te [plaats] en genaamd Landgoed [naam 1] (verder: het landgoed). Het landgoed is aangeschaft voor de verhuur.

2.2.

[gedaagden] heeft voor het landgoed een woonhuisverzekering afgesloten bij [naam 2]. [naam 2] is een verzekeringsbedrijf dat onder meer optreedt als gevolmachtigd tussenpersoon van verzekeraars. [naam 2] is opgebouwd door [gedaagde sub 1] (gedaagde 1), die zijn aandeel in het verzekeringsbedrijf in 2008 heeft verkocht. [naam 2] heeft het risico van de verzekering ondergebracht bij een pool van verzekeraars (eiseressen), waarvan Avéro Achmea (eiseres 1) leader is.

2.3.

In de verzekeringspolis staat dat het landgoed is bestemd voor de particuliere verhuur.

2.4.

Op de verzekering zijn de Algemene Voorwaarden Comfortplan van Avéro Achmea (verder: de algemene voorwaarden), de bijzondere voorwaarden uniekverzekering woonhuizen (verder: de opstalvoorwaarden) en de bijzondere voorwaarden uniekverzekering inboedels (verder: de inboedelvoorwaarden) van toepassing.

2.5.

Artikel 4 van de algemene voorwaarden luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…) Art. 4 Verlies of verval van dekking

A Het niet nakomen van verplichtingen

Een verzekerde verliest het recht op schadevergoeding als een in de algemene, de bijzondere voorwaarde of in de clausules vermelde verplichting door hem niet is nagekomen en wij daardoor zijn benadeeld. Als een verzekerde echter kan aantonen dat hem daarover geen enkel verwijt valt te maken verliest hij het recht op schadevergoeding niet

B Opzettelijk verstrekken van onjuiste gegevens

Een verzekerde verliest het recht op schadevergoeding indien hij opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt. Voorts hebben wij dan het recht om:

1. De onderzoekskosten en de eventueel reeds uitgekeerde bedragen en onderzoekskosten terug te vorderen;

2. (…)”

2.6.

Artikel 11 van de opstalvoorwaarden en artikel 4 van de inboedelvoorwaarden zijn gelijkluidend. In deze bepalingen staat, voor zover van belang:

“(…) Art. 11 / 4 Risicowijziging en verbouwing

A Risicowijziging

U bent verplicht om ons in kennis te stellen van elke verandering die het risico verzwaart. De verzwaring van risico dient u zo spoedig mogelijk te melden doch uiterlijk binnen 30 dagen. Onder verzwaring van risico verstaan wij in elk geval:

- een verandering van de bouwaard of het gebruik van de woning(en);

- (…)

- (…)

Bij verzwaring van het risico hebben wij het recht de premie en/of voorwaarden te herzien, dan wel de verzekering te beëindigen.

2.7.

Bij brief van 28 juli 2008 deelt Avéro Achmea haar gevolmachtigde [naam 2] mee dat een aantal standaardlimieten voor de volmachttekening is verhoogd. In een bij de brief gevoegde bijlage staat voor, voor zover relevant:

“(…) BRAND

(…)

Niet acceptabele risico’s (gebouwen, inhoud en bedrijfsschade)

(…)

Seksclubs en seksgerelateerde bedrijven (…)”

2.8.

[gedaagden] heeft het landgoed sinds 30 juli 2009 verhuurd aan de heer [naam 3] (verder: [naam 3]). [naam 3], die zichzelf [naam 3] noemt, houdt zich onder meer bezig met tantra-meditatie. [naam 3] organiseert op het landgoed onder de naam Tantra Tempel bijeenkomsten.

2.9.

Bij de stukken bevindt zich een persbericht van de Tantra Tempel van 2 november 2009. In dit persbericht, met de titel “the Tantric Experience” staat onder meer:

“De Tantra Tempel heeft een nieuwe prachtige locatie met meer uitgebreide mogelijkheden.

Op een nieuwe uitstekende plek, te midden van een eigen rustgevend bos aan rivier de [naam 6], bevindt zich de Tantra Tempel, een inspirerend meditatiecentrum voor sessies, groepen en trainingen. (…)

De Tantra Tempel biedt individuele sessies, verwenavonden en arrangementen aan voor koppels en singels. Men leert van ervaren Tantrika’s het leven zó intens te beleven, dat het een spirituele ervaring en ontwikkeling wordt. Met wederzijds respect, liefde en persoonlijke aandacht wordt men begeleid naar onvergetelijke ervaringen die bijzonder helend kunnen zijn. Je wordt energieker, krachtiger, levenslustiger en de intimiteit wordt meer verdiept. (…)

De tempel is in een originele Mongoolse yurt ondergebracht. Daarnaast zijn in het landhuis een royale groepsruimte en een sessieruimte aanwezig. Allemaal gedecoreerd met kleurige sfeervolle oosterse stoffen van brokaat, zijde of satijn. (…)

U hebt een ruime keuze uit diverse Tantra Arrangementen, uitgebreide Tantra-opleidingen, Tantra-avonden, sessies en evenementen. Indien gewenst voor u op maat samengesteld.”

2.10.

Op 18 juli 2012 is het op het landgoed gelegen woonhuis grotendeels afgebrand.

2.11.

Bij de stukken bevindt zich een verkort expertiserapport van Biesboer expertise B.V. d.d. 24 september 2012. In het rapport staat, voor zover van belang:

“(…) EXPERTISE

(…)

Ter plaatse werd een nadere expertise ingesteld aan de gemetselde schoorsteen. Hierbij bleek dat zich ter hoogte van de schoorsteen geen componenten van de elektrische installatie bevonden.

Voorts bleek dat de voegen in het metselwerk gaten vertoonden. Doordat ter plaatse slechts een korte ladder aanwezig was, kon niet worden vastgesteld of deze gaten/openingen mogelijk doorliepen tot in het rookkanaal.

Het tegen het metselwerk liggende riet werd afgedekt middels ingemetselde loodslabben. Indien deze te ver zijn ingemetseld, zouden de slabben hebben kunnen functioneren als een warmtebrug.

Dit zou slechts vastgesteld kunnen worden door de gemetselde schoorsteen laag voor laag te slopen. (…)

SAMENVATTING EN CONCLUSIE

De onderhavige brand is vrijwel zeker het gevolg van warmte-overdracht, waarbij hout en/of riet pyrofoor is geworden. De hitte vanuit de schoorsteen kan overgebracht worden via gaten / openingen in metselwerk of door de loodslabben.

Tijdens deze expertise werden geen sporen en/of aanwijzingen geconstateerd welke zouden kunnen duiden op negatieve betrokkenheid van verzekerde of huurder. (…)”

2.12.

[naam 2] heeft namens Avéro de inboedel- en opstalschade vergoed. Het gaat hierbij in totaal om een bedrag van € 452.569,66.

2.13.

Bij de stukken bevindt zich een aantal aan [naam 2] gerichte facturen betrekking hebbende op reconditionerings- en expertisewerkzaamheden. Het totaalbedrag van de facturen bedraagt € 60.429,97.

2.14.

Het woonhuis is op enig moment weer opgebouwd.

2.15.

In een ongedateerd persbericht van de Tantra Tempel eveneens met de titel “the Tantric Experience” (productie 14 bij dagvaarding) staat onder meer:

“Even een kort verslag over het afgelopen, enerverende jaar. Na een jaar van wederopbouw is de Tantra Tempel weer in zijn volle glorie hersteld. De groepsruimte, slaap accommodaties en tuinen zijn nog mooier dan ze al waren.

Brand

De meesten wisten het al, medio juli 2012 vloog het rieten dak van het centrum in brand. De gehele bovenverdieping weg en de begane grond had te lijden van heel veel waterschade.

Tijdelijke groepsruimte in grote yurt

Om toch de activiteiten te kunnen voortzetten hadden we achter het zwembad op het grasveld een grote vlonder gebouwd. Daarop werd een ruime yurt geplaatst om als tijdelijke groepsruimte te gebruiken. We hebben daar fantastische workshops en trainingen kunnen geven. (…)

Het jaar door waren er steeds mensen werkzaam aan en rondom het huis. (…) En plotseling… alles klaar. (…) Het Tantra centrum met z’n unieke groepsruimte kon weer worden ingericht. Bankstellen rolden naar binnen, bedden werden geplaatst en gordijnen opgehangen. (…) Het resultaat mag er wezen, alles nog veel strakker en mooier dan voorheen. (…)”

2.16.

In een ongedateerde e-mail van [naam 4], de zoon van gedaagde 1, aan de heer [naam 5] van [naam 2] wordt, onder meer, de volgende vraag gesteld:

“(…) Op jouw advies heb ik jou gevraagd te melden dat er in het nieuwe pand tantrameditatie en yoga plaats vindt. Kun jij nog zien of weet je wanneer je dit aan de volmacht hebt medegedeeld? (…)”

2.17.

In de op 18 oktober 2013 verzonden antwoordmail van [naam 5] aan (de zoon van) [gedaagde sub 1] staat enkel:

“17 juli.”

2.18.

In een e-mail van 17 september 2013 van de advocaat van Avéro aan (de zoon van) [gedaagde sub 1] staat, voor zover van belang, het volgende:

“Wel liet de reactie van Achmea op uw e-mail van 16 juli 2013 even op zich wachten omdat Achmea het vermoeden kreeg dat de werkelijke bestemming van de woning niet in overeenstemming was en is met de polis genoemde bestemming. Achmea moest als zorgvuldig verzekeraar immers onderzoeken of haar vermoeden juist was én de feitelijke bestemming inderdaad niet bij de tussenpersoon bekend was, zodat u niet ten onrechte met een dekkingsweigeringsgrond zou worden geconfronteerd.

Omdat Achmea op dit moment niet met zekerheid kan vaststellen of sprake is van verzwijging of van risicoverzwaring, is zij bereid een opzegtermijn van twee maanden in acht te nemen. U vindt de precieze datum waarop de dekking eindigt in de royementsverklaring van uw tussenpersoon. (…)”

2.19.

Avéro heeft de dekking van de verzekering beëindigd per 1 december 2013.

2.20.

Avéro heeft een drietal aan haar gerichte facturen van haar advocaat in het geding gebracht. Het totaalbedrag van deze facturen bedraagt € 12.626,71.

3 Het geschil

3.1.

Avéro vordert dat de rechtbank [gedaagden] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan haar van een bedrag van € 525.626,34 (bestaande uit de uitgekeerde som van € 452.569,66, de reconditionerings- en expertisewerkzaamheden ad

€ 60.429,97 en de kosten van rechtsbijstand ad € 12.626,71), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data waarop de bedragen waaruit het totaalbedrag is opgebouwd zijn betaald tot aan de dag van voldoening, de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf zeven dagen nadat het vonnis is gewezen en de nakosten.

3.2.

Avéro legt aan haar vordering, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.

[gedaagden] heeft in maart 2009 bij Avéro een woonhuisverzekering afgesloten ten behoeve van het landgoed. [gedaagden] heeft het landgoed vervolgens in juli 2009 verhuurd aan [naam 3], die sinds geruime tijd op het landgoed een Tantra Tempel exploiteert. Er is sprake van een bedrijf en zelfs van een seks- of seksgerelateerd bedrijf en derhalve van risicowijziging. [gedaagden] had deze risicowijzing gelet op de polisvoorwaarden moeten melden bij Avéro, hetgeen hij heeft nagelaten. Wanneer [gedaagden] de risicowijziging zou hebben gemeld, dan zou Avéro de verzekering, gelet op haar acceptatiebeleid, hebben beëindigd. Dat dit zo is blijkt ook uit het feit dat Avéro de verzekering in 2013 heeft opgezegd nadat zij op de hoogte is geraakt van de risicowijziging. Op dat moment was Avéro echter al - achteraf gebleken ten onrechte - tot uitkering van verzekeringspenningen over gegaan. Avéro vordert deze penningen en de door haar in dit kader gemaakte kosten thans (terug) van [gedaagden]

Avéro grondt haar vordering, na een wijziging van de grondslag ter comparitie, primair op artikel 4 sub B onder 1 van de algemene voorwaarden, subsidiair op ongerechtvaardigde verrijking en meer subsidiair op onverschuldigde betaling. Zij heeft haar stelling dat sprake is van ontbinding van de overeenkomst en als gevolg daarvan van een ongedaanmakingsverbintenis ter comparitie prijs gegeven.

3.3.

[gedaagden] voert gemotiveerd verweer. In het woonhuis is volgens [gedaagden] geen bedrijf gevestigd en al helemaal geen seks- of seksgerelateerd bedrijf zodat geen sprake is van risicoverzwaring als bedoeld in de algemene voorwaarden. [naam 3], de huurder van het landgoed, oefende in het verleden in een yurt in de tuin van het landgoed zijn hobby tantra-meditatie uit. Tantra-meditatie is een vorm van meditatie gericht op bewustwording. Seksualiteit kan als onderdeel van de bewustwording aan bod komen, tantrameditatie is evenwel niet op seks gericht. In juli 2012 is de woning grotendeels afgebrand. Uit het rapport van Biesboer blijkt dat er geen enkel causaal verband bestaat tussen de in de tuin van het landgoed uitgeoefende hobby van [naam 3] en de schoorsteenbrand.

Nadat de woning weer was opgebouwd, is [naam 3] zijn hobby ook in de woning gaan uitoefenen. [gedaagden] heeft dit op 17 juli 2013 gemeld aan de volmacht van Avéro. Avéro mag dus vanaf die datum bekend worden verondersteld met de aanwezigheid van de Tantra Tempel in de woning. Avéro heeft de dekking van de verzekering ondanks haar bekendheid nog maanden door laten lopen en pas per 1 december 2013 beëindigd. Kennelijk was ook volgens Avéro dus geen sprake van risicowijziging, aldus [gedaagden]

Dat sprake is van het opzettelijk verstrekken van onjuiste gegevens als vereist op grond van artikel 4 sub B onder 1 van de algemene voorwaarden is volgens [gedaagden] gesteld nog gebleken. Zodat dit artikel geen grondslag biedt voor terugvordering van uitgekeerde bedragen en gemaakte kosten. Aangezien er geen causaal verband bestaat tussen de vermeende risicowijziging en de ontstane brand, is Avéro voorts niet benadeeld in de zin van artikel 4 onder A van haar algemene voorwaarden, zodat van het verlies van het recht op schadevergoeding op deze grond evenmin sprake is, aldus [gedaagden]

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het geschil tussen partijen spitst zich met name toe op de vraag of sprake is (geweest) van risicoverzwaring en zo ja, wat daarvan de gevolgen zijn.

4.2.

De verzekeringsovereenkomst tussen partijen dateert van voor 1 januari 2006. Bij gebreke van een wettelijke regeling omtrent risicoverzwaring in de op dat moment in werking getreden titel 7.17 BW, zijn voor de uitleg van de verzekeringsovereenkomst op dit punt derhalve de polisvoorwaarden bepalend.

4.3.

In artikel 11 van de opstalvoorwaarden, respectievelijk artikel 4 van de inboedelvoorwaarden, is opgenomen dat de verzekerde gehouden is de verzekeraar, binnen 30 dagen, in kennis te stellen van een verandering die het risico verzwaart. Hieronder wordt blijkens deze bepalingen in ieder geval verstaan een verandering van de bouwaard of het gebruik van de woning(en).

4.4.

Vast staat dat [gedaagden] in maart 2009 ten behoeve van het landgoed een woonhuisverzekering heeft afgesloten. Voorts staat vast dat [naam 3] het landgoed vanaf juli 2009 huurt van [gedaagden] en van daaruit sinds enig moment, blijkens het in r.o. 2.9 weergegeven persbericht in ieder geval vanaf november 2009, bijeenkomsten in Tantra-meditatie verzorgt.

4.5.

Hoewel [gedaagden] bij conclusie van antwoord nog heeft aangevoerd dat deze bijeenkomsten tot het moment van de brand enkel in een yurt (een mongoolse tent) in de tuin van het landgoed en derhalve niet in de woning plaatsvonden, heeft hij ter comparitie moeten erkennen dat er ook voor de brand jaarlijks ten minste 10 (groeps)bijeenkomsten plaatsvonden in de woning. Dat reeds voorafgaand aan de brand (tantra)bijeenkomsten plaatsvonden in de woning volgt overigens ook uit de in r.o. 2.9 en 2.15 weergegeven persberichten van de Tantra Tempel en de door [gedaagden] in het geding gebrachte verklaring van [naam 3] (productie 7 bij conclusie van antwoord).

4.6.

Avéro heeft onder verwijzing naar de website van de Tantra Tempel gesteld dat de prijzen voor een sessie tantra-meditatie variëren tussen de € 80,00 en € 175,00 per uur. Welk bedrag volgens de tarievenlijst en/of de algemene voorwaarden voorafgaand aan de sessie contant betaald moet worden. Tegen deze achtergrond is het verweer van [gedaagden] dat van deelnemers aan de sessies enkel een vrijwillige bijdrage wordt gevraagd, onvoldoende onderbouwd. De rechtbank gaat daaraan derhalve voorbij.

4.7.

Nu [naam 3] kennelijk voorafgaand aan de brand niet alleen op het landgoed maar ook in de woning onder de naam Tantra Tempel jaarlijks meerdere tantra-bijeenkomsten organiseerde, hij hiervoor aan de deelnemers een aanzienlijke (vooraf vastgestelde) vergoeding vroeg en hij ten behoeve van de Tantra Tempel een website in stand houdt waarop hij zich naar buiten toe afficheert als een professionele onderneming, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake meer van slechts het uitoefenen van een hobby zoals gesteld door [gedaagden], maar van het bedrijfsmatig verlenen van diensten. Op het landgoed, maar ook in de woning, is naar het oordeel van de rechtbank een bedrijf gevestigd.

4.8.

Door de vestiging van dit bedrijf is het gebruik van de woning veranderd. Er is derhalve sprake van een risicoverzwaring als bedoeld in artikel 11 van de opstalvoorwaarden en artikel 4 van de inboedelvoorwaarden. [gedaagden] was dan ook verplicht Avéro van deze verandering in kennis te stellen. Hetgeen hij, in ieder geval voorafgaand aan de brand, heeft nagelaten. Het is evenwel de vraag wat het gevolg is van dit nalaten.

4.9.

Avéro stelt zich primair op het standpunt dat zij, op grond van het bepaalde in artikel 4 sub B onder 1 van haar algemene voorwaarden, het recht heeft om de reeds aan [gedaagden] uitgekeerde bedragen en de door haar gemaakte kosten terug te vorderen. Hetgeen [gedaagden] betwist.

4.10.

De rechtbank overweegt als volgt. De primaire grondslag van de vordering van Avéro noopt tot uitleg van artikel 4 sub B onder 1 van de algemene voorwaarden en derhalve tot uitleg van de polisvoorwaarden. Nu over polisvoorwaarden die deel uitmaken van een verzekeringsovereenkomst niet tussen partijen onderhandeld pleegt te worden (en niet is gesteld dat zulks in dit geval anders is), is de uitleg daarvan met name afhankelijk van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de betreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel (HR 16 mei 2008, NJ 2008, 284).

4.11.

Artikel 4 van de algemene voorwaarden regelt het verlies of verval van de dekking van de verzekering. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee situaties. Het niet nakomen van verplichtingen uit de voorwaarden of clausules (onder A) en het opzettelijk verstrekken van onjuiste gegevens (onder B). Uit het in artikel 4 gemaakte onderscheid en de daar gekozen bewoordingen volgt dat onder B (het opzettelijk verstrekken van onjuiste gegevens) wordt gedoeld op een handelen van de verzekerde en onder A (het niet nakomen van verplichtingen) op diens nalaten.

4.12.

Avéro stelt weliswaar (primair) dat [gedaagden] artikel 4 sub B onder 1 van de algemene voorwaarden heeft geschonden, maar gesteld noch gebleken is welke onjuiste gegevens [gedaagden] heeft verstrekt aan Avéro. Hem wordt juist verweten dat hij bepaalde gegevens (de gegevens rondom de risicoverzwaring) niet heeft verstrekt. Een nalaten dus. Naar het oordeel van de rechtbank biedt artikel 4 sub B onder 1 van de algemene voorwaarden in het onderhavige geval, gelet op het voorgaande, geen grondslag voor verval of verlies van de dekking.

4.13. (

Meer) subsidiair voert Avéro aan dat [gedaagden] zijn recht op schadevergoeding heeft verloren gelet op artikel 4 sub A van de algemene voorwaarden. Nu reeds tot uitkering van verzekeringspenningen is overgegaan, is volgens Avéro sprake van ongerechtvaardigde verrijking dan wel onverschuldigde betaling. [gedaagden] betwist ook deze grondslag(en).

4.14.

De rechtbank overweegt als volgt. Ook de (meer) subsidiaire grondslag van de vordering leidt tot een kwestie van uitleg van de polisvoorwaarden (zie r.o. 4.10). In artikel 4 sub A van de algemene voorwaarden is opgenomen dat een verzekerde zijn recht op schadevergoeding verliest als een in de algemene of bijzondere voorwaarden, dan wel de clausules, vermelde verplichting door hem niet is nagekomen en de verzekeraar daardoor is benadeeld.

4.15.

De rechtbank heeft reeds eerder overwogen dat [gedaagden] de risicoverzwaring gelet op het bepaalde in de opstal- en inboedelvoorwaarden had moeten melden aan Avéro. [gedaagden] is derhalve een in een bijzondere voorwaarde vermelde verplichting, te weten het melden van een risicowijziging, niet nagekomen. Dit leidt blijkens (de tekst van) artikel 4 sub A van de algemene voorwaarden echter enkel tot verlies of verval van dekking wanneer de verzekeraar hierdoor, dus dóór het niet melden van de risicowijziging, is benadeeld. Voor zover Avéro heeft gesteld dat reeds het feit dat zij gedurende geruime tijd een ander en mogelijk groter risico in dekking heeft gehad dan haar bekend was, maakt dat sprake is van benadeling in de zin van artikel 4 sub A van de algemene voorwaarden, deelt de rechtbank deze uitleg niet.

4.16.

Het is een verzekerde, kennelijk, op grond van de polisvoorwaarden toegestaan het risico te wijzigen en zelfs te verzwaren. Wel moet een verzwaring, op grond van artikel 11 van de opstalvoorwaarden, dan wel artikel 4 van de inboedelvoorwaarden, gemeld worden aan de verzekeraar. Als sprake is van een risicoverzwaring heeft Avéro, blijkens eerder genoemde voorwaarden, het recht om de premie en/of de voorwaarden te herzien dan wel de verzekering te beëindigen. Wordt een risicowijziging niet gemeld, dan is in beginsel sprake van dekking, maar verliest de verzekerde, afgaande op de tekst van artikel 4 sub A van de algemene voorwaarden, het recht op schadevergoeding als er een evenement plaatsvindt, wanneer Avéro door het niet melden is benadeeld. Wanneer de wijziging van het risico dat de verzekeraar in dekking heeft op zichzelf al als een benadeling gezien zou moeten worden, is bij iedere niet gemelde risicowijziging sprake van benadeling van de verzekeraar. In dat geval zou de zinsnede ‘en wij daardoor zijn benadeeld’ een loze toevoeging zijn. Een redelijke (tekstuele) uitleg van artikel 4 sub A van de algemene voorwaarden, brengt daarom naar het oordeel van de rechtbank mee dat (slechts) sprake is van benadeling van de verzekeraar wanneer de niet gemelde risicoverzwaring heeft geleid tot het evenement in verband waarmee om uitkering wordt gevraagd, althans wanneer de kans daarop is toegenomen. In het onderhavige geval is gesteld noch gebleken dat de risicoverzwaring an sich heeft bijgedragen aan (de vergroting van de kans op) de ontstane brand. In tegendeel, uit het expertiserapport van Biesboer lijkt eerder te volgen dat de wijziging van de bestemming van het landgoed niet heeft bijgedragen aan de brand. Ook de subsidiaire en meer subsidiaire grondslag van de vordering van Avéro leiden in het onderhavige geval derhalve niet tot een verlies of verval van dekking.

4.17.

De vordering van Avéro zal gelet op het voorgaande worden afgewezen. De overige stellingen van partijen behoeven geen bespreking meer.

4.18.

Avéro zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] worden begroot op:

- explootkosten € 80,78

- griffierecht 1.519,00

- salaris advocaat 5.160,00 (2,0 punt × tarief € 2.580,00)

Totaal € 6.759,78

4.19.

De gevorderde nakosten zullen worden afgewezen omdat niet geconcretiseerd is welke kosten er in dit geval, gelet op de afwijzing van de vorderingen, na het vonnis nog te maken zijn aan de zijde van [gedaagden]

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Avéro in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] tot op heden begroot op € 6.759,78,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2014.