Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:5652

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-07-2014
Datum publicatie
04-09-2014
Zaaknummer
257430
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deskundigenbenoeming m.b.t communicatietechnologie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/257430 / HA ZA 14-34

Vonnis van 30 juli 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DETRON ICT SOLUTIONS BV,

gevestigd te Veenendaal,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.W.M. Heijlaerts te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B&P EDE BV,

gevestigd te Ede,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.N. Heeringa te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Detron en B&P genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 4 juni 2014

  • -

    de akte uitlaten van Detron

  • -

    de akte uitlaten deskundige van B&P

  • -

    de brief van Detron van 18 juli 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie

2.1.

De rechtbank verwijst naar het tussenvonnis van 4 juni 2014. Bij dat vonnis heeft de rechtbank overwogen dat een deskundigenonderzoek moet worden geëntameerd. De rechtbank heeft een aantal vragen geformuleerd en partijen uitgenodigd zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het specialisme en de persoon van de te benoemen deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vragen.

2.2.

Detron meent dat voldoende bewezen is dat er geen sprake is van non-conformiteit van het VCS-systeem en dat er geen reden is voor het benoemen van een deskundige. Detron heeft haar standpunt slechts herhaald, onder verwijzing naar haar eerder in de procedure ingenomen stellingen. Die stellingen heeft de rechtbank bij het nemen van haar beslissing om een deskundige te benoemen al betrokken. Voor een heroverweging is reeds daarom geen grond. Gebleven wordt bij hetgeen eerder is vastgesteld en overwogen.

2.3.

Het eerder aangekondigde deskundigenbericht zal nu worden bevolen. De rechtbank heeft kennis genomen van het tussen partijen gevoerde debat omtrent de benodigde expertise en persoon van de deskundige en de door Detron voorgestelde extra vraag.

2.4.

Detron heeft voorgesteld om als deskundige te benoemen Strict Consultancy, een onafhankelijk adviesbureau met ruime ervaring met advisering en bestekken alsmede inhoudelijke en juridische disputen en ‘second opinions’ op het gebied van video conference. B&P heeft daartegen bezwaar gemaakt aangezien zij twijfelt aan de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van Strict Consultancy. Uit de website zou blijken dat Detron presentaties verzorgt bij Strict Consultancy. B&P heeft op haar beurt [naam] van For Conference B.V. voorgedragen. Daartegen heeft Detron bezwaar aangezien For Conference B.V. een commerciële leverende partij op het gebied van audio- en video conference is en een rechtstreekse concurrent van B&P.

2.5.

De rechtbank acht het niet raadzaam een concurrent van B&P te benoemen voor deze opdracht. Aangezien Strict Consultancy zich op haar website presenteert als een toonaangevend ICT adviesbureau met kernexpertise in communicatietechnologie, heeft de rechtbank bij Strict Consultancy geïnformeerd of zij in staat is en vrij staat deze opdracht uit te voeren. Zij heeft daarop geantwoord dat zij beschikt over een breed en diep scala aan deskundigheden en goed in staat is de gevraagde expertise te leveren. Ook heeft zij bevestigd dat er in het verleden weliswaar contact is geweest met Detron maar dat dit een onafhankelijk onderzoek niet in de weg staat. Detron heeft een keer, net zoals vele andere serieuze marktpartijen, een presentatie verzorgd op een door Strict Consultancy georganiseerde vakbeurs. Zij heeft echter geen zakelijke banden met Detron.

2.6.

De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat het door B&P aangevoerde bezwaar tegen Strict Consultancy ongegrond is en zal de onder de beslissing vermelde deskundige van Strict Consultancy benoemen. Aan deze deskundige zullen de in het tussenvonnis en onderaan deze beslissing vermelde vragen worden voorgelegd. Detron heeft gevraagd de deskundige ook te laten onderzoeken of een slechte verbinding is te wijten aan het VCS-systeem of aan het netwerk waarover de verbinding wordt gemaakt en/of wordt veroorzaakt door andere van buiten komende omstandigheden die niet aan Detron zijn toe te rekenen. B&P is van mening dat dit te ver voert en dat Detron, als ter zake deskundige, had moeten onderzoeken of het aanwezige netwerk een deugdelijk werkend VCS-systeem zou belemmeren. Het wordt aan de expertise van de deskundige overgelaten of dit aspect bij het onderzoek zal worden betrokken. Uit het eerste onderzoek zal blijken of nader onderzoek op dit punt noodzakelijk is.

2.7.

In overleg met de deskundige begroot de rechtbank het voorschot op diens honorarium en kosten op € 3.267,00 inclusief btw (€ 2.700,00 exclusief btw). Indien gaandeweg dit voorschot ontoereikend lijkt te worden, kan de deskundige de rechtbank verzoeken om een aanvullend voorschot vast te stellen. In de vorige beslissing is al aangekondigd door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden gedeponeerd. Indien de hoogte van het voorschot voor B&P aanleiding vormt om af te zien van het deskundigenonderzoek, wordt zij verzocht dit binnen twee weken na datum van dit vonnis aan de rechtbank mede te delen.

2.8.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.9.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.10.

Voor het overige houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

in reconventie

2.11.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Hoe beoordeelt u de door B&P geuite klachten over het VCS-systeem, te weten:

  • -

    dat het beeld vaag is;

  • -

    dat het geluid blikkerig is en vertraagd binnenkomt, waardoor een vlotte communicatie onmogelijk is;

  • -

    dat de verbinding regelmatig (/te vaak) niet tot stand komt.

2. Bent u van mening dat de geconstateerde beeld- en geluidskwaliteit in overeenstemming is met hetgeen in beginsel van een dergelijk systeem mag worden verwacht en bezit het systeem de eigenschappen die voor het normaal gebruik van het onderhavige systeem nodig zijn?

3. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

3.2.

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

ing. H.H. Vennis,

Strict B.V. (h.o.d.n. Strict Consultancy)

correspondentieadres: [adres],

bezoekadres: [adres]

telefoon: [telefoonnummer],

emailadres: [e-mail adres].

3.3.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

3.4.

bepaalt dat B&P binnen twee weken na datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, civiele roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen, zulks ter doorzending aan de deskundige,

3.5.

bepaalt dat B&P binnen twee weken na datum van dit vonnis als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 3.267,00 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door dit bedrag over te maken op rekening nummer [rekeningnummer] ten name van MvJ arrondissement Arnhem onder vermelding van het rolnummer en de namen van partijen,

3.6.

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

3.8.

bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wil wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

3.9.

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de rechter mr. M.S.T. Belt,

3.10.

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.11.

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 1 september 2014, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,

3.12.

verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van B&P of voor bepaling datum vonnis,

3.13.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

3.14.

houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

3.15.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2014.