Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:5588

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-07-2014
Datum publicatie
03-09-2014
Zaaknummer
251172
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 157 lid 2 Rv. Dwingende bewijskracht onderhandse akte. Tegenbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 9 juli 2014

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/05/251172 / HA ZA 13-647 van

[eiser zaak 1],

wonende te [plaats],

eiser,

advocaat mr. J.B.M. Vaessen te Cuijk,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VIMOL BV,

gevestigd te Groesbeek,

gedaagde,

advocaat mr. R.J. Verweij te Nijmegen,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/05/259343 / HA ZA 14-94 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VIMOL BV,

gevestigd te Groesbeek,

eiseres,

advocaat mr. R.J. Verweij te Nijmegen,

tegen

[gedaagde zaak 2],

wonende te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.B.M. Vaessen te Cuijk.

Partijen zullen hierna [eiser zaak 1], ViMol en [gedaagde zaak 2] genoemd worden.

1 De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 12 september 2013

  • -

    de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring en tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord

  • -

    het incidenteel vonnis van 8 januari 2014

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    het tussenvonnis van 12 maart 2014, waarin een comparitie is gelast

  • -

    het verkort proces-verbaal van comparitie van 21 mei 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in vrijwaring van 10 februari 2014

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    het tussenvonnis van 12 maart 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 21 maart 2014.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

3.1.

De aandelen van ViMol werden tot 20 februari 2013 gehouden door The Birds Beheer B.V. (108 aandelen), Vink Productions B.V. (36 aandelen) en Brago Beheer B.V. (36 aandelen). The Birds Beheer B.V., met [gedaagde zaak 2] als bestuurder, was bestuurder van ViMol.

3.2.

The Birds Beheer B.V. is op 29 mei 2012 in staat van faillissement verklaard met benoeming van [naam 1] als curator. Bij schriftelijke koopovereenkomst van 1 februari 2013 heeft de curator de aandelen ViMol aan Wimbledon Beheer B.V. (hierna: Wimbledon) verkocht.

3.3.

Wimbledon heeft alle aandelen ViMol verkregen bij notariële akten van 20 februari 2013. De heer [naam 2](hierna: [naam 2]) is enig bestuurder van ViMol en tevens enig bestuurder van Wimbledon.

3.4.

Bij de stukken bevindt zich een onderhandse akte met de titel ‘Overeenkomst van geldlening’, gedateerd op 28 november 2008 met als partijen [eiser zaak 1] (schuldeiser) en ViMol (schuldenaar). In deze akte is het volgende bepaald:

In aanmerking nemend dat:

  • -

    schuldeiser bereid is een geldlening te verstrekken aan schuldenaar en schuldenaar deze geldlening wil aanvaarden;

  • -

    de geldlening is bedoeld voor het afbouwen van de Bedrijfsunits en uitsluitend hiervoor wordt gebruikt;

  • -

    schuldeiser en schuldenaar de voorwaarden van deze geldlening schriftelijk willen regelen;

komen het volgende overeen.

Artikel 1. Hoofdsom

  1. Schuldeiser verstrekt per 28-11-08 een geldlening aan schuldenaar ter grootte van € 30.000 (…) door overmaking op (…)

  2. Schuldenaar verklaart de hoofdsom te hebben ontvangen en is dit bedrag schuldig aan schuldeiser.

Art. 2 rente

Over de hoofdsom, of het restant, is schuldenaar 13% rente verschuldigd

Artikel 3. Looptijd en aflossing

  1. De geldlening heeft een looptijd van onbepaalde tijd, bij verkoop zal worden ingelost

  2. De schuldenaar lost de hoofdsom uiterlijk af bij verkoop van de units. Gedurende de looptijd is geen aflossing verschuldigd, maar wel toegestaan. / De schuldenaar lost de hoofdsom af in 1 termijn van € 30.000, te betalen aan het eind van de betreffende termijn. Vervroegde aflossing is toegestaan en verkort de looptijd.

De akte is namens ViMol getekend door [gedaagde zaak 2].

3.5.

Blijkens een bankafschrift van ViMol heeft [eiser zaak 1] op 28 november 2008 een bedrag van € 30.000,00 aan ViMol overgemaakt, met als omschrijving ‘Spoedopdracht zoals afgesproken’.

3.6.

In een e-mailbericht van 10 april 2013 heeft [gedaagde zaak 2] aan [naam 2] geschreven:

‘Beste [naam 2],

Tijdens de onderhandelingen voor aankoop Vimol vroeg ondergetekende 10.000 € daar wij een aardige fiasco hebben opgelopen.

Grondstuk privé 146.000 € laten vallen, mijn zoon [naam 3] 30.000 €, je wilde mij aan boord houden en bij verkoop of huur wanneer er winst wordt gemaakt een percentage uit te keren.

Je zou hiervoor een contrackt op stellen, tot op heden nog niets vernomen, je zult begrijpen dat ondergetekende het liefst die 10.000 € wil ontvangen zodat wij dit kunnen afsluiten.

(…)’

3.7.

Bij brief van 12 augustus 2013 heeft de raadsman van [eiser zaak 1] aan ViMol geschreven:

Geachte heer [naam 2],

Bij brief van 2 juli 2013 heeft de heer [eiser zaak 1], (…)Wimbledon Bheer B.V. als enig aandeelhouder van ViMol B.V. en u zelf als bestuurder van deze laatste vennootschap verzocht tot betaling over te gaan van verschuldigde maar nog onbetaald gebleven rente over aan de besloten vennootschap ViMol B.V. uitgeleende gelden.

(…)

Ik stel u hierbij nog eenmaal in gebreke in der minne in de gelegenheid althans het rentebedrag over de beide voormelde jaren van bijeen dus € 7.800,-- te voldoen (…)

Bij gebreke van betaling uiterlijk binnen vijf dagen na heden geldt onderhavige brief als sommatie en weet ik ViMol B.V. namens mijn cliënt in gebreke. Het spreekt dat hij zich voor dat geval ook op de terugvordering van het bedrag van de geldlening alle rechten voorbehoudt.

(…)’

3.8.

Op 24 oktober 2013 heeft Wimbledon conservatoir (derden)beslag doen leggen onder [gedaagde zaak 2].

3.9.

ViMol is bij akte van cessie van 9 november 2013 rechthebbende geworden van de vordering van Wimbledon op [gedaagde zaak 2].

3.10.

Bij de stukken bevindt zich de concept-jaarrekening van Vimol van 2011, die blijkens de eerste pagina op 21 februari 2012 aan directie en aandeelhouders ter beschikking is gesteld. In deze concept-jaarrekening is onder de langlopende schulden een onderhandse lening van € 30.000,00 opgenomen, die volgens de toelichting is verstrekt door [eiser zaak 1] ter financiering van de bedrijfshallen. In deze concept-jaarrekening is onder de toelichting van de rentelasten opgenomen ‘Rente lening [eiser zaak 1] € 4.175 (2011) en € 3.120 (2010).’

3.11.

Een schriftelijke verklaring van [naam 4] luidt, voor zover hier relevant, als volgt:

(…)

Omdat ik géén belangstelling had/heb voor het overnemen van onroerend goed inclusief een BV met daarin mogelijk ‘onduidelijkheden of vervelende / slepende dingen’, wilde ik slechts over één ding geinformeerd worden: in hoeverre kopen we een schone zaak en met welke financiele risico’s moeten we rekening houden? Hierover heb ik in de loop van januari-juni van dit jaar meedere malen met [gedaagde zaak 2] gesproken.

Elke keer bevestigde hij mij dat er absoluut géén ellende in de BV zat, dat deze volledig vrij van schulden was (behalve een beetje achterstand bij de hypotheekbank) en dat wij géén enkel risico liepen/zouden lopen! Daarnaast bevestigde hij meerdere malen ‘blij te zijn dat wij hem en zijn zoons van het ge-OH van ‘die boef/Curator’af hadden geholpen! Hij trad dan ook op namens zijn zonen en overtuigde mij meerdere malen dat ook deze 2 blij waren zonder schulden van hun aandelen Vimol af te komen.

(…)

21 oktober 2013, Beuningen

3.12.

Een schriftelijke verklaring van [naam 2]luidt, voor zover hier relevant, als volgt:

(…)

Uitgangspunt was een package deal die diende te bestaan uit de overdracht van 100% van de aandelen van Vimol BV (…) aan ondergetekende tegen een bedrag van 20.000 te betalen aan de Curator.

Vimol BV had een betalingsachterstand van enkele maanden hypotheeknota’s en enkele kleine lopende posten. Verder zou er géén schuld of vordering bestaan! De heer [eiser zaak 1] wist dit in detail te vertellen omdat hij vanaf aanvang als directeur van de BV de administratie verzorgde.

(…) [eiser zaak 1] gaf meerdere malen aan dat hij namens zijn zoons handelde en mocht handelen en om deze reden persoonlijk met mij in gesprek bleef!

De uiteindelijke prijs die is betaald aan de Curator is € 30.000. De extra € 10.000 werd betaald voor het afkopen van de 2x5.000 vordering op de zonen ten gunste van de boedel/Curator! Met de afspraak € 30.000 te betalen werd nogmaals uitgesproken en bevestigd dat er géén enkele verdere verrekening (meer) plaats diende te vinden; nulkommanul! [eiser zaak 1] was zeer verheugd dat zijn zonen ‘dankzij de deal die [naam 2] betaalde’ over en weer ‘schoon schip’ hadden met VimolCurator.

Omwille van het feit dat ik één van de drie bestuurders/eigenaars ben van Wimbledon beheer BV, was het voor mijn collega’s (en dus voor mij) van het grootste belang dat er ‘géén lijken in de kast gevonden zouden worden! De vraag is telkens aan [gedaagde zaak 2] gesteld (hij kent de andere belanghebbenden en is bekend met hun rechtlijnige standpunt ‘géén lijken’).

Steeds werd verteld dat er géén verrekeningen plaats hoefden te vinden; behoudens voornoemde achterstand bij de hypotheekbank (RNHB Utrecht) > bthway: waar niet zoals gezegd 2 maanden maar 5 maanden achterstand bestond!

(…)

[plaats], 22 oktober 2013

4. Het geschil

in de hoofdzaak

4.1.

[eiser zaak 1] vordert samengevat - veroordeling van ViMol tot betaling aan hem van € 30.000,00, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 13% per jaar vanaf 1 januari 2011 tot aan de dag van betaling, met veroordeling van ViMol in de kosten van de procedure met inbegrip van de beslagkosten ten bedrage van € 534,28.

4.2.

[eiser zaak 1] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. ViMol is in verzuim met de voldoening van de overeengekomen rente, in ieder geval vanaf 2011. Ondanks aanmaning is zij niet tot betaling van de verschuldigde rente overgegaan. De lening is op 31 oktober 2013 opeisbaar geworden aangezien ViMol per die datum gehouden was een van de van het bedrijfsverzamelgebouw deel uitmakende units te leveren. Op verzoek van de huidige bestuurder van ViMol heeft [eiser zaak 1] bij brief van 15 augustus 2013 een kopie van de geldleningsovereenkomst toegezonden en van het bankafschrift waaruit van de overmaking van het bedrag blijkt.

4.3.

ViMol voert verweer.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

4.5.

ViMol vordert - samengevat - dat [gedaagde zaak 2] wordt veroordeeld om aan ViMol te betalen al hetgeen waartoe ViMol in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, althans een nader door de rechtbank te bepalen bedrag, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak, met veroordeling van [gedaagde zaak 2] in de kosten van de vrijwaring.

4.6.

ViMol legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Indien en voor zover in rechte komt vast te staan dat er sprake is van een vordering van [naam 3] op ViMol, had [gedaagde zaak 2] als middelijk bestuurder, middelijk aandeelhouder en woordvoerder/gemachtigde van de andere aandeelhouders van ViMol, juiste informatie kunnen en moeten verstrekken aan Wimbledon toen laatstgenoemde bij hem informeerde omtrent openstaande vorderingen ten tijde van de verkoop van de aandelen in ViMol. Door [gedaagde zaak 2] is meerdere malen aan de curator en aan Wimbledon (in de persoon van de heer [naam 2] en de heer [naam 4] (middelijk) aandeelhouders van Wimbledon) verzekerd dat er geen aanspraken bestaan uit welke hoofde dan ook van de aandeelhouders in privé, in het bijzonder van [naam 5] of [naam 3], op ViMol. Wimbledon moest wel afgaan op de mondelinge garanties van [gedaagde zaak 2] aangezien het onmogelijk was zicht te krijgen op de financiele situatie bij ViMol door het ontbreken van een deugdelijke administratie en door het ontbreken van tijdig vastgestelde en gedeponeerde jaarstukken. Door in reactie op vragen naar de positie van zijn zonen op ViMol te zwijgen over de pretense geldlening van één van zijn zonen, heeft [gedaagde zaak 2] onjuiste of misleidende informatie verstrekt en onrechtmatig gehandeld jegens Wimbledon. Subsidiair beroept ViMol zich op dwaling en op artikel 7:17 BW. [gedaagde zaak 2] heeft onjuiste inlichtingen verstrekt omtrent de verplichtingen van ViMol waardoor Wimbledon bewogen werd de aandelen van ViMol over te nemen tegen de overeengekomen prijs. Zou Wimbledon bekend zijn geweest met een mogelijke schuld van [naam 3] aan ViMol dan zou Wimbledon de aandelen ViMol niet, in ieder geval tegen een andere prijs, van de curator hebben gekocht.

4.7.

[gedaagde zaak 2] voert verweer.

4.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

in de hoofdzaak

5.1.

Het verweer van ViMol houdt allereerst in dat de geldleningsovereenkomst is gefabriceerd en dat het door [eiser zaak 1] aan ViMol overgemaakte bedrag van € 30.000,00 een kapitaalverstrekking is aan de vennootschap waarvan hij, via Vink Productions B.V., middellijk (minderheids)aandeelhouder was. Uit de overboeking blijkt ook niet dat die € 30.000,- een relatie heeft met de gestelde lening. De omstandigheid dat de lening is opgenomen in een concept-jaarrekening van ViMol van 2011 zegt niets. Dit betreft geen goedgekeurde en/of door vennootschap vastgestelde jaarrekening, aldus ViMol.

5.2.

Indicaties dat er in werkelijkheid geen geldlening is verstrekt zijn volgens ViMol de volgende:

  • -

    De opmaak van de schriftelijke overeenkomst roept vragen op (afwijkend lettertype op pagina 1 en 2, de datum waarop lening zou zijn verstrekt is met de pen ingevuld).

  • -

    De overeenkomst bevat een exorbitant hoog rentepercentage (13% per jaar).

  • -

    Feitelijk is er nooit rente betaald.

  • -

    [gedaagde zaak 2] heeft ten tijde van de aandelenoverdracht jegens de curator en de kopers van de aandelen verklaard dat er geen sprake is van vorderingen van zijn zonen op ViMol.

  • -

    Wimbledon is pas geconfronteerd met dit stuk nadat na de aandelenoverdracht een verschil van mening is ontstaan tussen [gedaagde zaak 2] en ViMol over bepaalde financiële afspraken.

5.3.

De rechtbank oordeelt dat de door ViMol gesignaleerde eigenaardigheden aan het document, onvoldoende bewijs vormen voor de stelling dat hier sprake is van een later tussen zoon en vader [eiser zaak 1] gefabriceerd stuk. De rechtbank heeft navraag gedaan bij het Nederlands Forensisch Instituut of nog kan worden vastgesteld of de in het geding gebrachte schriftelijke geldleningsovereenkomst in 2008 dan wel in 2013 is opgesteld en getekend. Dit is niet het geval. In verband met de indroging van de inkt, kan de ouderdom van documenten die langer dan drie maanden à een half jaar geleden zijn opgesteld niet met voldoende zekerheid meer worden vastgesteld. Een deskundigenonderzoek om de ouderdom van de geldleningsovereenkomst te laten vaststellen zal dan ook niet worden opgedragen. Gelet op het tweede lid van artikel 157 Rv levert de geldleningsovereenkomst dwingend bewijs op van de verstrekking van een lening van € 30.000,00 door [eiser zaak 1] aan ViMol en zal de rechtbank vooralsnog moeten uitgaan van de juistheid van die overeenkomst, inclusief de daarin vermelde datum. Anders dan ViMol heeft gesteld blijft het tweede lid van artikel 157 Rv niet buiten toepassing in verband met het bepaalde in artikel 158 Rv. Het betreft hier immers geen eenzijdige onderhandse schuldbekentenis. Er wordt dan ook uitgegaan van de dwingende bewijskracht van de geldleningsovereenkomst. Ingevolge artikel 151 lid 2 Rv kan tegen de inhoud van de overeenkomst op dit punt tegenbewijs worden geleverd. ViMol zal daartoe in de gelegenheid worden gesteld, tenzij één van de andere hierna te behandelen verweren van ViMol slagen.

5.4.

Subsidiair heeft ViMol gesteld dat, voor zover daadwerkelijk een leningsovereenkomst is aangegaan, [eiser zaak 1] afstand heeft gedaan van die vordering in het kader van de ‘package deal’ die tussen de curator, de overige twee aandeelhouders van ViMol (de zonen van [gedaagde zaak 2] via hun vennootschappen) en Wimbledon is gesloten. Gelet op het feit dat Wimbledon een schuld van [eiser zaak 1] aan de curator feitelijk heeft overgenomen doordat zij heeft ingestemd met een hogere koopprijs voor de aandelen, is het niet vreemd dat [eiser zaak 1] afstand heeft gedaan van zijn vordering op ViMol. Tenslotte heeft [gedaagde zaak 2] in een bericht van 10 april 2013 verklaard dat er geen sprake meer is van enige vordering van zijn zoon ([naam 3]) op ViMol dan wel dat laatstgenoemde afstand heeft gedaan van enig vorderingsrecht op ViMol.

5.5.

Dit verweer wordt verworpen. Om te kunnen aannemen dat [eiser zaak 1] afstand heeft gedaan van zijn (gestelde) vordering op ViMol, zal zulks uit mondelinge verklaringen of feitelijke gedragingen duidelijk moeten blijken. Dat [eiser zaak 1] een mededeling van die strekking zou hebben gedaan is echter gesteld noch gebleken en verhoudt zich ook overigens niet met de stelling van ViMol dat voorafgaand aan en ten tijde van de aandelentransactie nu juist in het geheel niet is gesproken over de lening van [eiser zaak 1] aan ViMol. Zij verwijt de verkopers en hun gemachtigde dan wel woordvoerder immers dat zij, in weerwil van vragen van Wimbledon en in de wetenschap dat Wimbledon belang had bij die informatie, geen open kaart hebben gespeeld ten aanzien van een substantiële vordering van [eiser zaak 1] op ViMol. Met de enkele – onduidelijke – mededeling van [gedaagde zaak 2], en dus niet [eiser zaak 1] zelf, in een e-mailbericht van 10 april 2013, heeft ViMol onvoldoende onderbouwd gesteld dat sprake is geweest van afstand doening van een mogelijk vorderingsrecht van [eiser zaak 1] op ViMol.

5.6.

Meer subsidiair heeft ViMol zich erop beroepen dat de lening niet opeisbaar is nu nog niet alle bedrijfsunits zijn verkocht. Volgens [eiser zaak 1] was de lening echter uiterlijk per 31 oktober 2013 opeisbaar aangezien één van het bedrijfsverzamelgebouw deel uitmakende unit is verkocht en uiterlijk per 31 oktober 2013 moest worden geleverd. Dat brengt ingevolge de hierover door [eiser zaak 1] en ViMol gemaakte afspraak mee dat het bedrag van de geldlening uiterlijk per dezelfde datum aan eiser moet worden terugbetaald, aldus [eiser zaak 1] in de dagvaarding. Ter zitting is duidelijk geworden dat de betreffende unit inmiddels is geleverd.

5.7.

Het is de rechtbank niet geheel duidelijk of [eiser zaak 1] zich uitsluitend beroept op de opeisbaarheid van de lening ingevolge de voorwaarden van de overeenkomst of dat hij tevens rechtsgevolgen verbindt aan de omstandigheid dat ViMol in verzuim is met de voldoening van de overeengekomen rente. Dit lijkt wel de bedoeling te zijn van [eiser zaak 1] aangezien hij ViMol dienaangaande in gebreke heeft gesteld bij brief van zijn advocaat van 17 augustus 2013. De rechtbank zal [eiser zaak 1] derhalve in de gelegenheid stellen bij akte de grondslag van zijn vordering tot terugbetaling van het bedrag van € 30.000,00 nader toe te lichten. Daarna zal ViMol daarop bij antwoordakte mogen reageren, waarbij ViMol wordt verzocht zich tevens uit te laten over de vraag of zij tot bewijslevering als bedoeld onder 5.3 wenst te worden toegelaten indien hieraan wordt toegekomen.

5.8.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

in de vrijwaringszaak

5.9.

[gedaagde zaak 2] heeft – samengevat – het volgende verweer gevoerd. De aandelentransactie heeft onder regie van en in samenspraak met de curator plaatsgevonden, hij was daar geen partij bij. Hij is niet opgetreden als gevolmachtigde voor zijn zonen. Hun besloten vennootschappen waren bij de aandelenoverdracht vertegenwoordigd door [naam 3] en [naam 6] (bestuurder van Vink Productions BV). Hij heeft de door ViMol gestelde garantie nooit verstrekt. Hij heeft op verzoek van de curator uitsluitend een overzicht gegeven van de kortlopende schulden (tijdens de comparitie zei [gedaagde zaak 2]: - van de facturen). De langlopende schulden, zoals onder meer de hypotheekschuld, worden hierin niet genoemd maar hij heeft deze niet verzwegen. Deze waren immers kenbaar uit de jaarstukken. Niet alleen in de tijdig gedeponeerde concept-jaarrekening van 2011 was de lening opgenomen, maar ook in de daaraan voorafgaande jaarrekeningen vanaf 2008. Hij betwist dat de administratie niet op orde was en stelt dat Wimbledon het onderhavige risico voor lief heeft genomen. Tenslotte stelt hij dat een deugdelijke onderbouwing van de schade, de causaliteit en de relativiteit ontbreekt.

5.10.

De rechtbank oordeelt ten aanzien van de eerste grondslag (onrechtmatige daad) als volgt. Uit de stellingen van ViMol vloeit voort dat Wimbledon bij monde van [naam 2] en/of [naam 4] aan [gedaagde zaak 2] heeft gevraagd of zijn zonen nog vorderingen hadden op ViMol, althans of het een ‘schone BV’ betrof, en [gedaagde zaak 2] in reactie daarop heeft ontkend dat zijn zonen nog een vordering hadden op ViMol dan wel heeft gezwegen over de niet-afgeloste lening van zijn zoon [naam 3] op ViMol. Nu dat door [gedaagde zaak 2] uitdrukkelijk wordt betwist zal ViMol, op wier schouders de last rust haar stellingen te bewijzen, in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat [gedaagde zaak 2], hoewel daartoe verplicht, in antwoord op vragen dan wel uit zichzelf, niet aan [naam 2] en/of [naam 4] heeft medegedeeld dat zijn zoon [naam 3] nog een vordering had op ViMol uit hoofde van een leningsovereenkomst. Aan deze bewijsopdracht wordt slechts toegekomen indien in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat ViMol de lening (met rente) dient terug te betalen.

5.11.

Zou ViMol in dat geval slagen in het leveren van dat bewijs dan oordeelt de rechtbank dat [gedaagde zaak 2] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Wimbledon, temeer nu als onweersproken vaststaat dat Wimbledon een hogere prijs (€ 10.000,-) aan de curator heeft betaald voor de aandelen in ViMol om daarmee de schuld van de zonen [eiser zaak 1] aan de failliete Birds Beheer B.V. ongedaan te maken. Gelet op de uiteindelijke koopprijs voor de aandelen, € 30.000,-, is een vordering van € 30.000,- een substantieel bedrag en [gedaagde zaak 2] wist dan ook, althans had behoren te weten, dat wetenschap van deze vordering van essentieel belang was voor de koper. Daarbij is tevens van belang dat de concept-jaarrekening 2011 pas op 31 januari 2013 bij de Kamer van Koophandel is gedeponeerd en als onweersproken vaststaat dat de koopovereenkomst toen al was gesloten. Dat [gedaagde zaak 2] zelf niet als verkoper van de aandelen is opgetreden doet niet af aan het voorgaande. Evident is immers dat hij als voormalig (middelijk) bestuurder van Vimol en als woordvoerder van zijn zonen in de besprekingen over de onderhavige ‘package-deal’ bij uitstek wist welke vorderingen zijn zonen nog hadden op ViMol. De mededeling van [gedaagde zaak 2] ter comparitie dat hij zou hebben gezwegen over de lening aangezien hij in de (achteraf onjuist gebleken) veronderstelling verkeerde dat de onderhavige lening ‘weg’ zou zijn als gevolg van het faillissement van Birds Beheer acht de rechtbank ongeloofwaardig nu ViMol immers niet failliet was. In ieder geval kan dit er niet toe leiden dat eventuele onjuiste, misleidende of onvolledige inlichtingen van [gedaagde zaak 2] niet voor zijn rekening en risico zouden komen.

5.12.

Hoewel nog niet vaststaat dat in de hoofdzaak een veroordeling zal worden uitgesproken, geeft de rechtbank in dit vonnis reeds inzicht in de wijze waarop de procedure in de vrijwaring verder zal verlopen indien in de hoofdzaak een veroordeling zou volgen. Hiermee kunnen partijen hun positie wederom bepalen. Wellicht bevat dit vonnis aanknopingspunten om tot een minnelijke oplossing van dit geschil te komen of tot afspraken te komen over de punten waarop nog een beslissing van de rechtbank noodzakelijk wordt geacht.

5.13.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

6.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 6 augustus 2014 voor het nemen van een akte door [eiser zaak 1] over hetgeen is vermeld onder 5.7, waarna de wederpartij op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,

6.2.

houdt iedere verdere beslissing aan,

in de zaak in vrijwaring

6.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2014.