Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:5075

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-08-2014
Datum publicatie
05-09-2014
Zaaknummer
AWB-13_7363
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Boete i.v.m. schending inlichtingenplicht. In onderlinge samenhang bezien is genoegzaam komen vast te staan dat eiser zich in 2001 en 2005, tijdens onderzoeken van de verzekeringsartsen, anders heeft voorgedaan dan zijn medische situatie daadwerkelijk was. Deze afwijkende presentatie kan eiser ook worden verweten, zodat de boete stand houdt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen

Bestuursrecht

zaaknummer: 13/7363

uitspraak van de meervoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser][eiser], eiser

(gemachtigde: mr. B. Arabaci),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te Zwolle, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juni 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser een boete opgelegd ten bedrage van € 2.269,00.

Bij besluit van 7 november 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2014. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.T.W. van der Werf.

Op 11 juli 2014 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de zaak verwezen naar een meervoudige kamer.

Nadat partijen toestemming hebben verleend voor het achterwege laten van een nadere

zitting, is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.1 De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

1.2 Eiser verricht ruim tien jaar werkzaamheden in het kader van de Wet Sociale Werkvoorzieningen, laatstelijk metaal assemblage, als hij zich op 8 januari 2001 wegens psychische klachten ziek meldt.

1.3 Op 26 oktober 2001 wordt eiser in verband met zijn aanvraag voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) uitgenodigd op het spreekuur van verweerders verzekeringsarts J.M.A.P. Nyst, die van zijn bevindingen rapport opmaakt dat, voor zover van belang, als volgt luidt:

Anamnese:

Cliënt wordt begeleid door een tolk, zelf spreekt hij niet. De tolk vertelt dat hij wegens eigenaardig gedrag door de psychiater wordt behandeld. Thuis noch op het werk kan hij zich handhaven, het ligt in de bedoeling dat hij wordt opgenomen. Hij spreekt niet, trekt zich terug en loopt soms weg.

[…]

Medicatie:

Zyprexa

[…]

Onderzoek psyche:

stuporeus toestandsbeeld. Cliënt staart voor zich uit en antwoordt niet. Mijdt oogcontact. Laat zich leiden.

Informatie van derden:

zie info arbo-arts

3 Diagnose

[…] Schizofrenie

4 Beschouwing

Algemeen:

Cliënt is ernstig beperkt op p.s. gebied en wel dermate dat opname waarschijnlijk is geïndiceerd. In ieder geval kan hij zich thans en vooralsnog niet ahndhaven in maatschappelijke situaties en dient hij professioneel begeleid en geholpen te worden.

[…]

5 Conclusie

[…]

Situatie 1A van de standaard ‘geen duurzaam benutbare mogelijkheden’ is van toepassing omdat sprake is van:

- onvermogen tot persoonlijk en sociaal functioneren.

1.4

Vervolgens wordt aan eiser met ingang van 7 januari 2002 een WAO-uitkering toegekend, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%.

1.5

Op 9 augustus 2002 vult eiser op een vragenlijst in dat zijn toestand is verslechterd, dat hij onder behandeling is bij S. Gülsacan en dat hij als medicatie onder meer Zyprexa gebruikt. Naar aanleiding van deze vragenlijst rapporteert verzekeringsarts W.J. Reilman op 11 november 2002, voor zover van belang, als volgt:

De vragenlijst werd enigszins summier ingevuld; gezien de aard en de ernst van de medische problematiek, zoals deze uit de vorige verzekeringsgeneeskundige rapportage naar voren kwam, is echter evident dat deze herbeoordeling desalniettemin afgerond kan worden. […] Het geheel overziende is evident dat er bij verzekerde onveranderd sprake is van een situatie waarin hij geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft, dit in verband met een onvermogen tot persoonlijk en sociaal functioneren.

1.6

In het kader van een herbeoordeling wordt eiser in 2005 opnieuw uitgenodigd op een medisch spreekuur. Verzekeringsarts M.T. Falkenberg onderzoekt eiser op 3 februari 2005. Zijn rapport van dezelfde datum luidt, voor zover van belang, aldus:

Anamnese:

Op mijn spreekuur dd. 03-02-2005 wordt t belanghebbende begeleid door dhr. Kapikiran, tolk te Deventer. Belanghebbende blijkt nu onder behandeling te staan van dr. Gülsacan, psychiater te Utrecht. Dankzij een hoge dosering van neuroleptica zou belanghebbende nu thuis te handhaven zijn. Helaas zou er wel ongewijzigd een hoge mate aan inertie en apathie bestaan. Behalve in rustig tempo instaat te zijn tot enige zelfverzorging zou belanghebbende tot niets komen. Alle huishoudelijke activiteiten worden verricht door zijn echtgenote.

[…]

Medicatie:

[…] Zyprexa […]

[…]

Onderzoek psyche:

Bij oriënterend onderzoek ten aanzien van het bewustzijn lijkt deze vernauwd. T.a.v. concentratie en oriëntatie lijkt belanghebbende volledig afwezig. Het denken naar vorm en inhoud is niet mogelijk te traceren, wellicht incohaerent, magisch en benevens de realiteit alhoewel op de medicatie wanen mogelijk afwezig zijn. In kort duidelijke aanwijzingen voor psychopathologie en/of ernstige persoonlijkheidsproblematiek.

[…]

3 Diagnose

Schizofrenie […]

Zwak begaafd (?) […]

4 Beschouwing

[…]

Onderzoeksbevindingen:

Belanghebbende is bekend met een zeer ernstig, endogeen psychose. […] Dankzij een hoge dosering neuroleptica is hij per feb. 2005 thuis wel te handhaven. Wel is hij aangewezen op hulp van zijn vrouw. Zelf is hij alleen adequaat instaat en dan wel in traag tempo tot zelfredzaamheid en dan wel op microniveau. Er is sprake van een ernstige mate van inertie en hij is ongewijzigd buiten staat tot cohaerent en gestructureerd handelen. Wegens een ernstige mate van parathymie, paramimie en waanachtig denken is er een onvermogen tot leggen en houden van intermenselijke contacten.

Zoals tevens verwacht mag worden bij de gestelde diagnose is er dus ongewijzigd sprake van

- Onvermogen tot persoonlijk en sociaal functioneren

- belanghebbende is tevens ongewijzigd in hoge mate ADL afhankelijk.

1.7

Op 8 april 2011 brengt inspecteur W.P. Scheiberlich een huisbezoek. Hij constateert dat een man de voordeur opendoet die uit de woonkamer komt gelopen. Zodra hij zich legitimeert ziet hij dat de man een stap achteruit doet, met zijn wijsvinger een “nee” teken geeft en vervolgens naar boven wijst, waarna hij de trap opgaat. Volgens de inspecteur was er tot dat moment goed oogcontact. Later constateert hij dat de foto op het paspoort van eiser heel veel gelijkenis vertoont met de man die de voordeur opendeed.

1.8

Op 26 april 2011 wordt eiser opnieuw gezien op het spreekuur, ditmaal van verzekeringsarts R.F.H. Borsboom. Hij rapporteert, voor zover van belang, als volgt:

Hetero-anamnese (via de tolk); De echtgenote vertelt na het gesprek [lees: vragen verzekeringsarts en onsamenhangende antwoorden eiser, toevoeging rechtbank], waar cliënt bij is, dat ze hem aankleedt, hem doucht, dat ze hem eten in de mond geeft, dat ze hem iedere paar uur naar het toilet brengt. Hij doet niets. Ze kan hem niet alleen laten. Hij praat wel met haar, maar niet zinnig […] Ze vertelt desgevraagd dat cliënt niet in gewicht is toegenomen, nu mager is en altijd al is geweest. […]

Therapie

De echtgenote vertelt dat ze al heel lang, desgevraagd mogelijk wel vanaf 2001, samen bij psychiater Gülsacan onder behandeling zijn. Al die jaren 1x/3-4 weken, met daarnaast soms nog een telefonisch consult, en soms kwam psychiater Gülsacan zelfs vanuit Rotterdam op huisbezoek in Zutphen. De andere keren gingen ze samen met de trein naar Rotterdam voor de gesprekken.

Medicatie

De echtgenote heeft de medicatie mee genomen en toont deze:

Zyprexa 20 mg 1dd1 “al meer dan 5 jaar”.

[…]

Algemene indruk

[…] Cliënt heeft een normale lichaamsbouw en een slanke tot normale voedingstoestand.

Psychisch onderzoek

Cliënt geeft bij de begroeting geen hand, kijkt wel de onderzoeker kort aan en loopt langs hem. […] Hij kijkt bij het spreken met de tolk wel voortdurend de tolk aan, met direct oogcontact. […] Gezien het (volgens de tolk in normaal Turks, goed grammaticaal) antwoorden aan de tolk gedurende het hele gesprek van 40 minuten zijn er ten aanzien van de concentratie geen duidelijke stoornissen waarneembaar. Er zijn geen tekenen van geleidelijk toenemende vermoeidheid. Aandacht is, via de tolk, steeds goed te trekken en houden zolang hem vragen gesteld worden. Het bewustzijn is gezien de presentatie in dit kader niet goed te beoordelen, evenals de oriëntatie in tijd, plaats en persoon. Er is geen duidelijke waarneembare lijdensdruk, de hele presentatie is oninvoelbaar, maakt een bizarre indruk. De stemming en het affect zijn vanwege deze presentatie ook moeilijk te beoordelen.

Cliënt gaat aanvankelijk desgevraagd op een stoel zitten, gaat na enkele minuten rondlopen, op de grond gehurkt zitten, rondlopen, achter de stoel zitten. Gedurende tientallen seconden krabt hij aan zijn gezicht. Hij raakt de computer aan, vraagt wat dat is, betast de dossiers en vraagt wat dat zijn. Hij raakt dan spontaan het gezicht van onderzoeker aan en stopt daarmee wanneer hem dat gevraagd wordt. Dan heeft hij ongevraagd een naast het buro liggend papieren handdoekje aan de onderzoeker. Hij vraagt na 120 minuten […] gedurende enkele minuten een paar keer om [naam 1]. Daarna gedurende 10 seconden met het hoofd op het buro liggen. […] blijft cliënt enkele minuten bij de tolk achter […]. Deze vertelt later dat hij na enkele seconden zijn hoofd van het buro optilde en spontaan met haar ging praten. Hij vertelde haar daarbij dat ze wel moest uitkijken, dat ze haar hier wilden slaan. Hij vroeg waar hij hier was aan de tolk.

Aan het einde van het gesprek geeft cliënt onderzoeker wel een hand, en vraagt of deze [naam 1] de groeten wil doen.

[…]

Medische overwegingen

De casus werd besproken in het casuïstiekoverleg […]. Hierbij waren aanwezig zes collega verzekeringsartsen, een stafverzekeringsarts, en de bij dit project als experteur betrokken psychiater F. Trompenaars.

Geen van de collega’s, noch de psychiater, kon de klachten en de bevindingen bij anamnese en psychisch onderzoek relateren aan een bekend psychiatrisch ziektebeeld. Een mogelijke discrepantie is eveneens dat bij jarenlang gebruik van Zyprexa, zoals door echtgenote van cliënt geclaimd, fors overgewicht als bijwerking wordt verwacht. Dit is bij cliënt niet het geval.

1.9

Dit vormt aanleiding voor een psychiatrisch consult bij psychiater dr. A.J.W.M. Trompenaars op 6 mei 2011, waarvan hij bij brief van 17 mei 2011 verslag doet. Deze brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

1.1

Psychiatrische anamnese

Met betrokkene zelf is een gesprek volstrekt niet mogelijk vanwege zijn zeer bizar aandoende gedrag. Betrokkene verschijnt samen met zijn echtgenote voor het psychiatrisch consultgesprek. Echtgenote van betrokkene geeft aan dat betrokkene al gedurende vele jaren bekend is met ernstige psychiatrische problematiek. Volgens echtgenote van betrokkene is dit de problematiek waarmee betrokkene zich ook tijdens het psychiatrisch consultgesprek presenteert. […] Op de vraag aan echtgenote van betrokkene of betrokkene ook gedurende de treinreis dergelijke gedragingen heeft laten zien, moet zij het antwoord schuldig blijven. […] Wanneer aan echtgenote wordt gevraagd op welke wijze haar man behandeld is geworden, vertelt zij dat haar man gesprekken heeft gehad met psychiater Gülsacan […].

1.2

Psychiatrisch onderzoek in engere zin

1.3.1

Algemene indrukken

Bij het psychiatrisch onderzoek wordt een thans 40-jarige man gezien die zich gedurende het gehele consultgesprek uiterst bizar gedraagt. Wanneer betrokkene aan het begin van het consultgesprek wordt opgehaald in de wachtkamer zit hij een aantal meters verderop in de gang achter een stoel op zijn hurken, midden in de gang. […] Met betrokkene zelf is gedurende het hele consultgesprek op geen enkele wijze adequaat contact te krijgen. Betrokkene gaat het contact met mij nadrukkelijk uit de weg en reageert, wanneer er vragen aan hem worden gesteld, steevast met de mededeling dat hij wil weten waar [naam 1] is en of iemand [naam 1] misschien heeft gezien, waarbij [naam 1] een speelgoedhondje blijkt te zijn.

Tijdens het consultgesprek loopt betrokkene in de spreekkamer op en neer te sjouwen met een van de stoelen. Ook loopt hij, met zijn gezicht naar de muur toe, een aantal keren op en neer. Voorts loopt betrokkene, nadat hij weer met een stoel heeft lopen sjouwen, achteruit langs de muur van de ene hoek van de kamer naar de andere hoek van de kamer.

Betrokkene kijkt ook onder het bureau en aait daarbij mijn schoenen. Hij persisteert gedurende het hele consultgesprek, dat zoals gezegd ruim drie kwartier duurt, in het volhouden van dit bizarre gedrag.

Aan het einde van het consultgesprek loopt betrokkene naar de deur toe, waarbij hij opzichtig de deur open doet en vervolgens om het hoekje staat te kijken waarbij hij zich zeer angstig gedraagt en het lijkt alsof er buiten de deuropening iets zou gebeuren wat hem bijzonder bang maakt. Hij moet daarbij door zijn echtgenote nadrukkelijk worden meegenomen de spreekkamer uit.

Gezien het uiterst bizar aandoende gedrag heb ik betrokkene en zijn echtgenote gevolgd toen zij het kantoor hebben verlaten op weg naar het station, waarbij er van de bizarre gedragingen, die betrokkene gedurende het hele consultgesprek heeft laten zien, helemaal niet meer te zien was en betrokkene, samen met zijn echtgenote, rustig naar het station toe liepen.

[…]

3. DIAGNOSTISCHE OVERWEGINGEN

Op basis van alle beschikbare informatie kan worden geconcludeerd dat betrokkene een man is bij wie gesproken wordt over de diagnose paranoïde schizofrenie, maar waarbij het gedrag dat betrokkene vertoont daarmee volstrekt niet mee in overeenstemming is en uiterst bizar aandoet. Zo er bij betrokkene sprake zou zijn van zeer ernstige psychiatrische problematiek, zoals uit de stukken naar voren komt, is het daarbij vervolgens de vraag hoe het komt dat betrokkene daarmee nooit eerder opgenomen is geweest en wat de verklaring is dat de aan hem voorgeschreven medicatie is gedateerd 05-05-2011, één dag voor het psychiatrisch consultgesprek. Gezien het feit dat er thans nog zeer veel diagnostische onduidelijkheid is, is daarom een grondig nader psychodiagnostisch onderzoek, inclusief een klinische observatie, ten zeerste aangewezen.

1.10

Hierop wordt eiser uitgenodigd voor een diagnostische opname in het St. Elisabeth ziekenhuis te Tilburg. Eiser geeft hieraan geen gevolg omdat niet wordt ingegaan op het verzoek van zijn echtgenote om het onderzoek dichter bij huis te laten plaatsvinden.

1.11

Bij besluit van 6 oktober 2011 wordt eisers WAO-uitkering met terugwerkende kracht tot de datum van toekenning ingetrokken en de dientengevolge onverschuldigd betaalde uitkering ten bedrage van € 121.230,17 van eiser teruggevorderd. Verweerder legt daaraan ten grondslag dat eisers medische belastbaarheid destijds op verkeerde gronden is ingeschat en dat dit mede het gevolg is van het door eiser onjuist, dan wel onvolledig weergeven van zijn gezondheidstoestand. Bij uitspraak van deze rechtbank van 3 mei 2013 (zaaknummer 12/983) wordt geoordeeld dat verweerder het daartegen ingediende bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2. Verweerder heeft aan de boete (eveneens) ten grondslag gelegd dat eiser zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden door verweerder onjuist en onvolledig te informeren over zijn gezondheidstoestand.

3. Eiser heeft dit in beroep betwist. Hij stelt dat zijn gedrag wel degelijk het gevolg is van een psychiatrische aandoening, te weten een psychotische stoornis NAO (debiliteitspsychose) en zwakzinnigheid, en verwijst daarvoor naar een brief van zijn huidige psychiater R. Soylu van GGZ Mano Ten van 26 maart 2014. Daarin wordt voorts melding gemaakt van wilsonbekwaamheid, hetgeen ‘waarschijnlijk altijd al aanwezig is geweest’, aldus Soylu. Om die reden, stelt eiser, kan hem ook geen subjectief verwijt worden gemaakt. Primair stelt eiser daarom dat ten onrechte een boete is opgelegd en subsidiair verzoekt hij de boete te matigen op grond van dringende redenen.

4. De rechtbank stelt vast dat de vraag die voorligt is of eiser zich tijdens het spreekuur bij de verzekeringsartsen in 2001 en 2005 anders heeft gepresenteerd dan zijn medische toestand op dat moment feitelijk was. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. In dat verband stelt de rechtbank allereerst vast dat eiser tijdens de spreekuren in 2001 en 2005 niet heeft gesproken en zich afwezig, apatisch heeft gedragen, waarbij hij volledig werd geleid door anderen (rechtsoverweging 1.3 en 1.6). Dit in tegenstelling tot zijn gedrag op het spreekuur bij Borsboom (rechtsoverweging 1.8) en bij het consult van psychiater Trompenaars (rechtsoverweging 1.9) waar hij wel praat, zij het onsamenhangend, en oogcontact heeft. Bovendien heeft zijn echtgenote verklaard dat hij naast medicatie door middel van gesprekken werd behandeld door psychiater Gülsacan, waar hij derhalve eveneens moet hebben gesproken. Dit maakt reeds dat ernstig getwijfeld kan worden aan de authenticiteit van eisers optreden in 2001 en 2005. Dit wordt versterkt door het feit dat namens eiser in 2001 en 2005 is benadrukt dat opname ophanden was gelet op de ernst van de klachten, maar dat die vervolgens nimmer heeft plaatsgevonden. Voorts is van belang dat Trompenaars onbetwist heeft gesteld dat het door hem tijdens het consult waargenomen gedrag niet past bij enig bekend psychiatrisch ziektebeeld, dat eiser dit gedrag op weg naar het treinstation niet heeft voortgezet en dat de echtgenote niet heeft geantwoord op de vraag of hij dit gedrag ook heeft vertoond op de heenreis. Dit maakt dat eveneens getwijfeld kan worden aan de authenticiteit van eisers optreden in 2011. Verder weegt mee dat eiser stelt jarenlang Zyprexa te hebben gebruikt, terwijl geen sprake is van gewichtstoename en onweersproken is gesteld dat dit medicijn dat veelal tot gevolg heeft. Tot slot is van belang dat eisers optreden bij zijn voordeur (rechtsoverweging 1.7) niet strookt met zijn presentatie in 2001 en 2005 dat hij zelfstandig tot niets komt en in alles begeleid moet worden. Dit alles in onderlinge samenhang bezien leidt de rechtbank tot het oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat eiser zich in 2001 en 2005 anders heeft voorgedaan dan zijn medische situatie daadwerkelijk was.

5. De rechtbank is van oordeel dat eiser daarmee zijn inlichtingenverplichting (artikel 80 van de WAO zoals dat gold ten tijde in geding) heeft geschonden. Voorts staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de afwijkende presentatie in 2001 en 2005 ook aan eiser kan worden verweten. Uit de door eiser overgelegde brief van psychiater Soylu kan de rechtbank niet afleiden dat eiser zich in 2001 en 2005 wel authentiek heeft gepresenteerd, noch dat hem van een niet-authentieke presentatie geen verwijt zou kunnen worden gemaakt. Verweerder heeft in reactie op die brief immers overtuigend verklaard dat bij een diagnose debiliteitspsychose al vanaf de vroege jeugd sprake moet zijn van ernstige klachten, hetgeen niet strookt met het langdurig arbeidsverleden van eiser, nog daargelaten dat nergens uit blijkt op basis van welke bevindingen tot deze diagnose is gekomen. Gelet hierop acht de rechtbank evenmin aannemelijk dat sprake is (geweest) van wilsonbekwaamheid bij eiser. Verweerder was dan ook gehouden een boete op te leggen (artikel 29a WAO zoals dat gold ten tijde in geding). De rechtbank is van oordeel dat de hoogte van de boete, gelet op de ernst van de gedraging, de omvang van het benadelingsbedrag en eisers persoonlijke omstandigheden, evenredig is. Daarbij betrekt de rechtbank dat van verminderde verwijtbaarheid niet is gebleken. Tot slot ziet de rechtbank in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen dringende reden die voor verweerder aanleiding had moeten vormen om van de boete af te zien.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.P. Heijmans, voorzitter, mr. E.M. Vermeulen en mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechters, in tegenwoordigheid van drs. G. Sassen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.