Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:4862

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-08-2014
Datum publicatie
04-08-2014
Zaaknummer
05/740101-13
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:2617, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 53-jarige man uit Nijmegen is door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeeld wegens mishandeling en verkrachting (beide: meermalen) van een vrouw bij wie hij enige maanden inwoonde. Kort nadat hij bij de vrouw was ingetrokken, ontpopte hij zich als een agressieve man, die de vrouw stelselmatig vernederde, kleineerde en mishandelde. Op die manier verwierf hij overwicht op haar en dwong hij haar tot seks.

Deskundigen van het Pieter Baan Centrum concluderen dat de man een ernstige narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft. Onder stress heeft hij momenten van paranoïdie. De kans op herhaling van strafbare feiten is reëel. Zij adviseren tot oplegging van tbs met dwangverpleging.

De rechtbank sluit zich aan bij de bevindingen van de deskundigen.

Zij veroordeelt de man, conform de eis van de officier van justitie, tot een gevangenisstraf van twee jaren en tbs met dwangverpleging. Ook moet de man een schadevergoeding aan de vrouw betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/740101-13

Data zittingen : 1 november 2013, 8 november 2013, 31 januari 2014, 18 april 2014,

11 juli 2014 en 21 juli 2014

Datum uitspraak : 04 augustus 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam :[verdachte][verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord,

raadsman : mr. P.R.M. Noppen, advocaat te Arnhem.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand mei 2013 tot en met 3 augustus 2013 te Ubbergen (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis gebracht in de vagina en/of mond van die [slachtoffer] en/of zijn penis laten aftrekken door die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte die [slachtoffer] heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of gestoten en/of aan haar haren heeft getrokken en/of

voorbij is gegaan aan de door die [slachtoffer] geuitte signalen dat zij genoemde handelingen niet wilde ondergaan en/of

de benen van die [slachtoffer] (ruw) uit elkaar heeft geduwd en/of die [slachtoffer] (stevig) heeft beetgepakt en/of meegesleurd en/of op bed heeft gegooid en/of (dreigend) met een mes in het matras (waarop die [slachtoffer] lag) heeft gestoken en/of

misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of (groeiende) psychische overwicht en/of

heeft voortgebouwd op (eerder) door hem toegepast geweld en/of opgelegde protocollen en/of zijn agressieve gedrag en/of

(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2. hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand mei 2013 tot en met 3 augustus 2013 te Ubbergen (telkens) opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer],

tegen haar gezicht en/of hoofd en/of arm(en) heeft gestompt en/of geslagen en/of

tegen haar lichaam heeft geslagen (met (een) vuist(en) en/of hand(en) en/of hondenriem en/of handdoek en/of leren riem en/of stuk touw) en/of gestoten (met een elleboog) en/of

tegen haar be(e)n(en), in elk geval haar lichaam, heeft getrapt/geschopt,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 21 juli 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. P.R.M. Noppen, advocaat te Arnhem.

Als benadeelde partij heeft zich [slachtoffer] schriftelijk in het geding gevoegd. Zij is ter terechtzitting verschenen en is aldaar als getuige gehoord. Daarbij is zij bijgestaan door haar advocaat mr. S. van Oers, advocaat te Nijmegen.

Tevens zijn gehoord als deskundigen: [psycholoog], psycholoog, en [psychiater], psychiater, beiden verbonden aan het Pieter Baan Centrum.

De officier van justitie, mr. P.A. de Boer, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van mei 2013 tot en met 3 augustus 2013 hebben verdachte een [slachtoffer] (hierna: aangeefster) samen gewoond in de woning van aangeefster te Ubbergen. Zij hebben meerdere keren seks met elkaar gehad. Verdachte heeft aangeefster meermalen geschopt en geslagen, waarbij hij ook een riem en een handdoek heeft gebruikt.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan verkrachting en mishandeling van aangeefster.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft het hem tenlastegelegde ontkend en heeft aangevoerd, kort samengevat, dat aangeefster hem uitnodigde en stimuleerde om in het kader van hun seksueel contact geweldshandelingen te verrichten.

De verdediging heeft, kort samengevat, primair aangevoerd dat nader onderzoek dient plaats te vinden, waartoe de zaak aangehouden dient te worden. Nader gerapporteerd dient te worden over de wijze waarop is omgegaan met de wens van verdachte om zelf aangifte te doen, zijn hierop volgende aanhouding en zijn verhoor als verdachte. Verdachte wenst een aantal zaken nader te laten onderzoeken, welke van belang kunnen zijn voor de onderhavige zaak.

Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat de tenlastelegging op onderdelen onvoldoende duidelijk is en daarmee partieel nietig.

De verdediging heeft verder aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte en aangeefster levensgezellen waren. Ook overigens is er onvoldoende bewijs voor het tenlastegelegde, zodat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Aan de eventueel te bewijzen gedragingen van verdachte ontbreekt de wederrechtelijkheid, nu er een manier van omgaan tussen verdachte en aangeefster was gevonden waarin over en weer enig geweld werd geaccepteerd.

Beoordeling door de rechtbank

Nietigheid tenlastelegging

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging, gelezen in samenhang met het dossier, in voldoende feitelijke mate duidelijk maakt wat verdachte van de zijde van het openbaar ministerie wordt verweten. Het verweer dat sprake is van partiële nietigheid wordt dan ook verworpen.

Verklaringen van aangeefster

Aangeefster heeft (onder meer) verklaard dat verdachte vanaf 14 april 2013 bij haar in de woning is ingetrokken. Al snel was verdachte ontzettend dominant en kon hij ‘briesend’ boos worden. Zij moest zich aan door verdachte opgelegde protocollen houden. Dit hield bijvoorbeeld in dat zij moest reageren als haar iets werd gevraagd, dat zij haar ogen naar de grond gericht moest houden (protocol ‘ground’), of dat zij strak voor zich uit moest kijken (protocol ’12 uur’). In de supermarkt zei hij “run, run, run”, hetgeen betekende dat zij heel snel boodschappen moest doen. Hij sprak daarbij ook andere mensen aan die naar hem toe reageerden en vroegen waar hij mee bezig was. Hij zei dan: “Dat heb je met hoeren.”. In de Lidl is een keer een incident geweest, omdat iemand verdachte op zijn gedrag aansprak en verdachte daar boos over werd. Als aangeefster zich niet aan een protocol hield, werd dat genoteerd door het zetten van een streepje op een papiertje inclusief de datum waarop dat gebeurde.

Gedurende de relatie is aangeefster meerdere keren door verdachte mishandeld. Al in mei trapte of schopte hij tegen haar benen. Ook is zij meerdere keren hard in haar gezicht en op haar armen geslagen. Bij die mishandelingen maakte verdachte ook wel gebruik van een hondenriem, een stuk touw, een leren riem of een handdoek. Verdachte had aangegeven dat het zetten van een streepje een klap met de riem zou inhouden.

Eén van de protocollen was ‘odol’, waarmee bedoeld werd dat aangeefster verdachtes penis (iedere ochtend) moest aftrekken en orale dan wel vaginale seks met hem moest hebben. Hierin heeft aangeefster zich altijd geschikt, omdat verdachte anders ontzettend kwaad werd en omdat aangeefster zich niet tegen verdachte durfde te verzetten. Aangeefster heeft aan verdachte duidelijk gemaakt dat zij deze seksuele handelingen niet wilde verrichten, maar hier had verdachte geen boodschap aan en uit angst of onmacht heeft aangeefster de seksuele handelingen verricht.3

Aangeefster heeft voorts (meer in het bijzonder) verklaard dat verdachte haar op 3 augustus 2013 heeft verkracht. Terwijl zij nog in bed lagen, wilde verdachte dat aangeefster het geplande bezoek van haar ouders zou afbellen. Verdachte vond dat ze niet goed reageerde en sloeg en trapte aangeefster. Verdachte heeft gedreigd met een bijl, die in de slaapkamer stond, de muren in te slaan. Tevens heeft verdachte met een mes gedreigd en dit vervolgens in het matras gestoken. Hierna duwde verdachte de benen van aangeefster agressief uit elkaar en probeerde haar te penetreren. Toen dit niet lukte, heeft verdachte aangeefster bij haar armen beetgepakt en haar om het bed heen gesleurd, haar op haar buik op bed gegooid en haar alsnog vaginaal gepenetreerd. Aangeefster heeft hierbij aangegeven dat ze het niet wilde, maar verdachte gaf aan dat ‘ze niets te willen had’.4

Een ander voorbeeld van gedwongen seks was, volgens aangeefster, op een moment dat ze wilde gaan slapen, maar verdachte haar zei: “wat dacht je van je verplichtingen? Protocol”, waarop aangeefster verdachtes penis moest aftrekken en op hem moest gaan zitten, waarbij hij haar penetreerde. Verdachte pakte haar op die momenten hardhandig bij haar heupen beet, waardoor er plekken op haar heupen zichtbaar waren.5

Ook heeft aangeefster verklaard dat zij confessies moest schrijven van verdachte, waarin zij van verdachte moest uitkomen voor haar pathetische leugens en valse beschuldigingen.6 Aangeefster diende zich van verdachte tevens te houden aan zijn (omgekeerde) dag en nachtritme.7

Na de verkrachting op 3 augustus 2013 is aangeefster uiteindelijk het huis uit gevlucht, waarop verdachte haar volgde. Hij pakte haar vast en trok haar van de stoep af. Uiteindelijk hebben de overburen aangeefster in bescherming genomen.8

Ondersteunende bewijsmiddelen

Mede gelet op de betwisting door verdachte van de juistheid (van onderdelen) van de verklaringen van aangeefster, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of de verklaringen van aangeefster door andere bewijsmiddelen worden ondersteund. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Waargenomen letsel

De op 3 augustus 2013 ter plaatse gekomen verbalisanten nemen waar dat aangeefster rode plekken, schrammen en een wondje op haar benen heeft.9 De plekken op de heupen waarnaar aangeefster verwees, zijn waargenomen door de verhorende verbalisanten en door de forensisch arts.10

De verwondingen bij aangeefster zijn onderzocht door een forensisch arts. Deze forensisch arts is benoemd door de rechter-commissaris. In hetgeen de verdediging heeft aangevoerd dan wel anderszins, ziet de rechtbank geen reden tot twijfel aan de bevindingen van deze forensisch arts.

De arts heeft bij aangeefster 43 letsels waargenomen, waarvan 17 relatief jonge littekens, zes (multiple) bloeduitstortingen, enkele wonden en overige letsels als krassen, verdikkingen en zwellingen. Opvallend zijn de letsels aan de oren, het betreft met zekerheid een boksersoor aan de linker- en waarschijnlijk ook aan de rechterzijde. Een boksersoor wordt doorgaans veroorzaakt door herhaald inwerkend geweld op de oorschelp. Op de rechterheup zijn letsels zichtbaar, passende bij niet-recente bloeduitstortingen. Deze hebben de vorm en locatie welke zouden kunnen passen bij een greepspoor. Hoewel een aantal letsels accidenteel zouden kunnen zijn, bijvoorbeeld de bloeduitstortingen op de schenen, is het zeer onwaarschijnlijk dat dit grote aantal letsels uitsluitend door toeval en per ongeluk is ontstaan. Daarnaast is het niet waarschijnlijk dat betrokkene de letsels opzettelijk zelf heeft veroorzaakt, aldus de forensisch arts.11

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op enig moment bij aangeefster was. Verdachte was er ook. Hier zag hij dat aangeefster twee opgezwollen ogen (“echt dik en blauw”) en blauwe plekken op haar benen en armen had. Ze was in een staat waardoor getuige dacht dat aangeefster naar het ziekenhuis zou moeten. De grens was volgens de getuige duidelijk overschreden.12

Aangetroffen goederen en de toestand van het bed in de woning van aangeefster

Op 3 augustus 2013 hebben verbalisanten in de woning van aangeefster onder andere in de slaapkamer een keuken hakmes onder het bed, een grote hakbijl naast het bed en
- in de woonkamer - een briefenveloppe met notities aangetroffen.13 De verbalisanten hebben waargenomen dat de hoeslakens en het matras van het bed van aangeefster kapot waren, alsof er met een scherp voorwerp door het hoeslaken heen in het matras was geprikt.14

Tevens is in de woning aangetroffen een handgeschreven ‘confessie’ en op een computer een digitaal geschreven ‘confessie’.15

Getuigenverklaringen

Getuige[getuige 2] heeft verklaard hij op 3 augustus 2013 hoorde dat aangeefster schreeuwde: “niet slaan, niet slaan, help”. Vervolgens zag hij haar op de grond liggen terwijl een man bovenop haar zat, die haar in een houdgreep met een arm om haar nek hield. In het weekend voorafgaand aan de vierdaagse feesten heeft getuige ook een ruzie tussen deze twee personen meegemaakt. Getuige hoorde geschreeuw van dezelfde vrouw en zag haar en diezelfde man vechtend lopen over hun terras. Het slaan zelf heeft getuige niet gezien, maar voor hem was wel duidelijk dat er gemat werd.16

Getuige [getuige 3] heeft eveneens aangeefster op 3 augustus 2013 gezien, terwijl zij op de grond lag en een man over haar heen gebogen stond. Aangeefster lag in een foetushouding en met haar armen beschermde ze haar hoofd. Getuige dacht te zien dat de man op aangeefster in sloeg. Vanuit het huis van aangeefster heeft getuige meerdere keren een heftige ruzie gehoord, waarbij er werd geschreeuwd en gegild vanuit die woning. Op een van die momenten (twee weken voor het verhoor op 3 augustus 2013) hoorde ze aangeefster roepen: “hou op met slaan, niet doen”, waarop getuige de politie heeft gebeld.17

Getuige [getuige 4] hoorde veel ruzies tussen aangeefster en verdachte. Op den duur werd verdachtes stem heftiger, net een soort exorcist. Later kwamen de seksueel getinte scheldpartijen. Getuige kon horen dat vanaf de slaapkamer van aangeefster gezegd werd “au, au, au, je doet me pijn.”. Getuige had eerst het idee dat het een soort rollenspel was. Het leek dan of ze elkaar afmaakten, maar later liepen ze weer gearmd door de tuin. Getuige heeft opgemerkt dat aangeefster sinds de relatie met verdachte grauwer en getekend in haar gezicht is geworden. Verder is ze sterk afgevallen en heeft ze een schokkende manier van lopen. Getuige hoorde aan geluiden vanuit de slaapkamer van aangeefster dat het er op seksueel gebied ruig aan toe ging, waarbij hij dingen hoorde als “Vuile kuthoer, vieze teef. Ga op je rug, ik neuk je kapot.”. Tot slot heeft getuige op enig moment waargenomen dat verdachte en aangeefster naakt in de hal over de grond rolden, waarbij ze elkaar aan de haren trokken en elkaar sloegen. Verdachte zei toen tegen aangeefster dat ze mee naar binnen moest komen, waarop hij haar mee naar binnen sleurde en de deur dicht deed.18

Getuige [getuige 1], de ex-partner van aangeefster, heeft (naast de hiervoor genoemde verklaringen over het letsel bij aangeefster) verklaard dat hij verdachte kende vanuit de coffeeshop. Verdachte wilde niet dat aangeefster het huis uit zou gaan. Verdachte en aangeefster leefden ook alleen maar ’s nachts. Getuige heeft een voicemailbericht gekregen, waarin verdachte zei dat hij aangeefster ontmaskerd had. Daarbij hoorde getuige verder dat aangeefster aan het schreeuwen was, dat er geslagen werd en getuige hoorde aangeefster roepen: “niet doen, [verdachte]”. Getuige dacht dat aangeefster het best lekker vond om geslagen te worden tijdens de seks, maar in de voicemail was het duidelijk dat aangeefster iets overkwam wat ze niet wilde.19

Ook getuige [getuige 5], bovenbuurvrouw van aangeefster, heeft verklaard dat zij ruzies tussen verdachte en aangeefster heeft gehoord. In die ruzies hoorde getuige de stem van verdachte, waarbij hij haar uitschold voor ‘kutwijf, hoer’ en dat ging dan over in een soort akelig hard geschreeuw door hem. Het klonk als agressie. Verder hoorde getuige verdachte schreeuwen “respect, respect wil ik”. Aangeefster schreeuwde alleen “hou op” en “au, au, au”.20

Getuige [getuige 6], zoon van aangeefster, heeft verklaard dat hij, vanaf de dag dat verdachte in het huis van aangeefster kwam, geen contact meer kon hebben met zijn moeder. Verdachte gaf aangeefster bevelen en zij voldeed hieraan. Zij leefden vooral ’s nachts met z’n tweeën. Verdachte vertelde getuige dat alles wat aangeefster deed fout was en dat hij daarom zo boos werd. Hij werd overal boos om.21

Tot slot heeft getuige [getuige 7], bedrijfsmanager bij de Lidl, verklaard over een incident waarbij een klant een andere mannelijke klant aansprak over het feit dat deze zijn vrouw/partner beledigde. De man maakt een indruk alsof hij een psychopaat was. Hij was namelijk constant de vrouw aan het uitschelden met grove woorden zoals: “kuthoer, doorlopen en voor je kijken”. Verder vond hij het leuk om dan te zeggen “kijk, zo moet je vrouwen africhten”. Getuige heeft voorts aangegeven dat die vrouw het kennelijk niet erg vond om zo uitgescholden en vernederd te worden door haar partner. Ze was niet overstuur of zo en maakte op getuige de indruk dat ze dit normaal vond.22

Verklaringen van verdachte

Verdachte heeft de verklaringen van aangeefster op onderdelen bevestigd. Zo heeft hij bevestigd dat zij confessies schreef en dat er, op verdachtes initiatief, werd geturfd wanneer aangeefster naar de mening van verdachte in haar gedrag steken liet vallen. Daarbij hanteerde hij Engelse woorden: zoals ‘acting’, ‘neglect’ en ‘sorry, did I’. Als verdachte zijn gedachten wilde structureren denkt hij in Engelse woorden. Verdachte heeft bevestigd dat hij met een mes in het matras heeft gestoken. Voorts heeft verdachte bevestigd dat hij aangeefster diverse malen heeft mishandeld.23 Verdachte heeft echter gesteld dat dit onderdeel van hun seksuele handelingen was.

Concluderende overwegingen

Naar het oordeel van de rechtbank ondersteunen de weergegeven getuigenverklaringen en overige bewijsmiddelen de hiervoor vermelde verklaringen van aangeefster. Nu aangeefster voorts, zowel bij de politie als onder ede ter terechtzitting, consistent en voldoende gedetailleerd heeft verklaard, zal de rechtbank uitgaan van haar verklaringen. zoals hiervoor weergegeven. De rechtbank acht deze verklaringen voldoende betrouwbaar.

De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaringen van verdachte dat hij de geweldshandelingen op verzoek en/of met instemming van aangeefster heeft gepleegd. Dit past immers niet bij hetgeen de getuigen hebben waargenomen en gehoord, waaronder de ruzies en de smeekbedes van aangeefster om te stoppen, en evenmin bij de omstandigheid dat aangeefster op 3 augustus 2013 voor verdachte haar eigen huis uit is gevlucht.

De rechtbank ziet geen reden tot aanhouding van deze zaak voor het doen van nader onderzoek en wijst dit verzoek af. Verdachte heeft volstrekt niet duidelijk kunnen maken wat er nader zou moeten worden onderzocht en hoe een en ander zou kunnen bijdragen aan de beoordeling van deze zaak.

De rechtbank betrekt daarbij dat verdachte, gezien het tijdsverloop tot de behandeling van de zaak ter zitting, alle gelegenheid heeft gehad om zijn wensen enigszins te concretiseren, maar verzuimd heeft om dat te doen.

Uit de vorenstaande bewijsoverwegingen leidt de rechtbank af dat verdachte door zijn handelingen, te weten:

  • -

    het meermalen mishandelen van aangeefster;

  • -

    de door hem opgelegde protocollen, waaraan aangeefster zich moest houden;

  • -

    het bijhouden van in de ogen van verdachte onjuist gedrag, gevolgd door straf;

  • -

    het opleggen van een omgekeerd dag-nachtritme;

  • -

    het schreeuwen van scheldwoorden en bevelen tegen aangeefster, en

  • -

    het overige bedreigende gedrag, zoals het steken met een mes in het matras, waarop aangeefster lag, alsmede het dreigen met een bijl,

een zodanig psychisch en fysiek overwicht op aangeefster heeft gecreëerd, dat de wil en het verzet van aangeefster zijn gebroken. Nu verdachte onder deze omstandigheden en tegen de wil van aangeefster seksuele handelingen, waaronder het binnendringen van het lichaam, met haar heeft verricht, acht de rechtbank het onder 1 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Daarbij wordt nog overwogen dat weliswaar bewezen kan worden dat verdachte zijn penis heeft laten aftrekken door aangeefster, zoals tenlastegelegd, maar dat dit geen verkrachting in de zin van artikel 242 van het Wetboek van strafrecht is.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank allereerst dat verdachte de hem verweten gedragingen heeft erkend, met als verweer dat het ging om vormen van geweld die deel uitmaakten van het seksuele spel tussen hem en aangeefster. Op de gronden zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, acht zij deze lezing van verdachte niet geloofwaardig. De rechtbank acht op grond van de inhoud van de hiervoor aangehaalde wettige bewijsmiddelen dan ook overtuigend bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde gedragingen jegens aangeefster heeft begaan.

Wel merkt de rechtbank nog op dat niet kan worden bewezen dat verdachte en aangeefster als levensgezellen kunnen worden aangemerkt. De omgang tussen verdachte en aangeefster was beperkt in duur en aangeefster heeft verklaard dat verdachte feitelijk bij haar is ingetrokken omdat hij (betere) woonruimte zocht.. Zowel aangeefster als verdachte hebben ontkend dat sprake was van een relatie van affectieve aard en er is ook niet gebleken van omstandigheden die erop wijzen dat zij uitgingen van een nauwe lotsverbondenheid. De rechtbank acht de omgang tussen verdachte en aangeefster dan ook qua hechtheid niet vergelijkbaar met een relatie zoals die bestaat tussen echtelieden of geregistreerde partners. Verdachte zal van dit onderdeel dan ook partieel vrijgesproken worden.


Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan het overigens onder 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend worden bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1. hij op meerdere tijdstippen) gelegen in de periode van de maand mei 2013 tot en met 3 augustus 2013 te Ubbergen (telkens) door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis gebracht in de vagina en mond van die [slachtoffer] en zijn penis laten aftrekken door die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld (telkens) hierin dat verdachte die [slachtoffer] hee ft gestompt en geslagen en geschopt en gestoten en aan haar haren heeft getrokken en

voorbij is gegaan aan de door die [slachtoffer] geuite signalen dat zij genoemde handelingen niet wilde ondergaan en

de benen van die [slachtoffer] (ruw) uit elkaar heeft geduwd en die [slachtoffer] (stevig) heeft beetgepakt en meegesleurd en op bed heeft gegooid en (dreigend) met een mes in het matras (waarop die [slachtoffer] lag) heeft gestoken en

misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke en (groeiende) psychische overwicht en

heeft voortgebouwd op (eerder) door hem toegepast geweld en opgelegde protocollen en zijn agressieve gedrag en

(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2. hij op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van de maand mei 2013 tot en met 3 augustus 2013 te Ubbergen (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer],

tegen haar gezicht en hoofd en armen heeft gestompt en geslagen en

tegen haar lichaam heeft geslagen (met vuisten en handen en hondenriem en handdoek en leren riem en stuk touw) en gestoten (met een elleboog) en

tegen haar benen), in elk geval haar lichaam, heeft getrapt/geschopt,

waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.


4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1

Verkrachting, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2

Mishandeling, meermalen gepleegd

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Voorts heeft de officier van justitie geëist dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd met bevel tot verpleging van overheidswege.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair gepleit voor vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich verzet tegen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Verdachte is bereid is tot het ondergaan van behandeling, zodat eventueel kan worden volstaan met een terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd
23 juni 2014;

 een reclasseringsrapport d.d. 15 oktober 2013;

 een rapport van psychologisch onderzoek, opgesteld door [forensisch psycholoog], forensisch psycholoog, d.d. 10 september 2013;

 een NIFP pro justitia rapportage van observatie van verdachte door het Pieter Baan Centrum, opgesteld door [psycholoog], psycholoog, en [psychiater], psychiater, d.d. 7 april 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen verkrachten en mishandelen van aangeefster. Met zijn agressieve gedrag, zowel verbaal als fysiek, gedurende een aantal maanden, heeft hij aangeefsters verzet gebroken. Hij heeft aangeefster behandeld als een ondergeschikt wezen en heeft haar (ook publiekelijk) vernederd op een mensonwaardige manier. Met zijn handelen heeft verdachte op gruwelijke wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke (seksuele) en geestelijke integriteit van aangeefster.

Verdachte is reeds eerder ter zake van verkrachting en van partnermishandeling veroordeeld tot gevangenisstraffen. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen, hetgeen de rechtbank verdachte zeer kwalijk neemt.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

Voorts overweegt de rechtbank dat in het rapport van het Pieter Baan Centrum het volgende, kort samengevat, is opgenomen: “Bij betrokkene is sprake van een ernstige narcistische persoonlijkheidsstoornis ten gevolge waarvan hij op alle levensgebieden disfunctioneert. De persoonlijkheidsstoornis heeft de volgende kenmerken. Er is sprake van onafgestemd contact in het algemeen. Betrokkene heeft de voortdurende behoefte een superieure positie in te nemen en devalueert de ander. Hij is dermate krenkbaar, en hierdoor emotioneel, dat hij niet in staat is tot reflectie op zichzelf en zijn situatie. Er is sprake van extreme afweer, waardoor de realiteitstoetsing onder druk staat. Betrokkene heeft onder stress momenten van paranoïde en grandioos gekleurd waanachtig denken. (…) Er is sprake geweest van cannabismisbruik. (…) De gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een narcistische persoonlijkheidsstoornis was aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. (…) De narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft de gedragskeuzes en gedragingen van betrokkene beïnvloed. (…) De kans op recidive is naar het oordeel van het onderzoekend team reëel aanwezig.”

De rapporteurs hebben de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege geadviseerd.

De rapporteurs van het Pieter Baan Centrum hebben ter terechtzitting in aanvulling op het rapport aangevoerd dat er parallellen zijn te trekken tussen de onderhavige zaak en de zaken waarvoor verdachte eerder is veroordeeld. Zo valt op de snelheid waarmee verdachte de controle in een relatie overneemt en de mate waarin dat gebeurt. Uit de contactmomenten tijdens de klinische observatie, maar ook uit dossierstudie, is rapporteurs niet gebleken van enige behandelmotivatie bij verdachte. De rapporteurs stellen zich op het standpunt dat er geen andere behandelmogelijkheden zullen zijn, dan het kader van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Verdachte dient als verminderd toerekenbaar te worden aangemerkt.

De rechtbank ziet geen reden tot twijfel aan de bevindingen van de rapporteurs en zal deze als uitgangspunt nemen.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat bij verdachte tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. De stoornis is naar het oordeel van de rechtbank zodanig ernstig dat het vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord is om verdachte onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij. De rechtbank concludeert voorts dat een ambulante behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden onvoldoende garantie biedt op voorkoming van recidive en onvoldoende kader biedt om de ernstige persoonlijkheidsstoornis van verdachte adequaat te kunnen behandelen.

Het bewezen verklaarde feit 1 betreft een misdrijf als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onder 1 van het Wetboek van Strafrecht waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. De rechtbank is van oordeel dat, mede gezien de ernst van het begane feit (en de eerdere veroordelingen), de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eisen dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd. Het bewezenverklaarde feit 1 is een misdrijf dat een gevaar oplevert voor of een krenking is van de lichamelijke integriteit van een of meer personen.

Ten aanzien van de duur van de gevangenisstraf overweegt de rechtbank dat de eis van de officier van justitie, gelet op de aard en ernst van de feiten en gezien de recidive, en rekening houdende met een verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid, aan de milde kant is. De rechtbank zal evenwel een straf conform deze eis opleggen, opdat een spoedige behandeling van verdachtes problematiek kan plaatsvinden.

6A. ten aanzien van het beslag

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

voorwerpnummer 1: telefoontoestel, Nokia;

voorwerpnummer 2: computer, Asus notebook;

voorwerpnummer 3: computer, Asus x52j;

voorwerpnummer 5: wandelstok;

voorwerpnummer 6: drukwerk,

toebehoren aan de verdachte en aan verdachte zullen moeten worden teruggegeven.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

voorwerpnummer 4: hakmes;

voorwerpnummer 7: bijl,

toebehoren aan aangeefster en aan haar, zijnde redelijkerwijs rechthebbende, zullen moeten worden teruggegeven.

6B. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.196,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het materiële deel van de schadevergoeding, zijnde
een bedrag van € 696,00, geen verweer gevoerd. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het immateriële deel van de schadevergoeding, gelet op de onderbouwing daarvan, bovenmatig is.

Beoordeling door de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij is, wat betreft het materiële deel, niet betwist door verdachte en de vordering komt de rechtbank in zoverre ook gegrond voor. De rechtbank zal dat deel van de vordering dan ook in zijn geheel toewijzen.

Wat betreft het immateriële deel van de schadevergoeding overweegt de rechtbank dat door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel aan de benadeelde partij is toegebracht, dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op € 2.000,00.

Voor het overige zal de benadeelde partij in het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 3 augustus 2013.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 37a, 57, 242 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Beveelt de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

voorwerpnummer 1: telefoontoestel, Nokia;

voorwerpnummer 2: computer, Asus notebook;

voorwerpnummer 3: computer, Asus x52j;

voorwerpnummer 5: wandelstok,

voorwerpnummer 6: drukwerk.

Beveelt de teruggave aan aangeefster van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

voorwerpnummer 4: hakmes,

voorwerpnummer 7: bijl.

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer], te betalen € 2.696,00 (tweeduizend zeshonderd zesennegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen € 2.696,00 (tweeduizend zeshonderd zesennegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 36 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. J.M. Hamaker (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. K.A.M. van Hoof, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting

van deze rechtbank op 04 augustus 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de regiopolitie Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer PL084A 2013076906-31, gesloten op 26 augustus 2013, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaringen van getuige [slachtoffer] afgelegd ter terechtzitting d.d. 21 juli 2014 en verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 21 juli 2014.

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 68, 69, 70 en 140, en verklaring van getuige [slachtoffer] afgelegd ter terechtzitting d.d. 21 juli 2014.

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 137, 138 en 139.

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 140 en 141.

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 68 en 139.

7 Verklaringen van getuige [slachtoffer] afgelegd ter terechtzitting d.d. 21 juli 2014.

8 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 70.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 41.

10 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 140, en een rapportage van letselonderzoek, p. 127.

11 Een rapportage van letselonderzoek, p. 127 en 129.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 92.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 42.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 51.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 110 en 113, en proces-verbaal van bevindingen, p. 118 en 119.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 80 en 81.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 82 en 83.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige[getuige 4], p. 85, onderaan, p. 86 en p. 87.

19 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 91 en 92.

20 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5], p. 94 en 95.

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6], p. 98 en 100.

22 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7], p. 107 en 108.

23 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 21 juli 2014.