Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:4718

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-07-2014
Datum publicatie
29-07-2014
Zaaknummer
05/721648-12, 05/800033-14, 05/40001-14, 05/080770-14, 05/840398-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Combizitting. Verdachte wordt schuldig bevonden aan een zevental feiten van uiteenlopende aard. Gelet op de ernst van de feiten, de persoon van verdachte en de beslissingen in de gelijktijdig behandelde civiele zaken, volgt een veroordeling tot een werkstraf, waarvan een deel voorwaardelijk en een voorwaardelijke jeugddetentie. In de gelijktijdig behandelde civiele zaak is een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing uitgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Meervoudige Kamer voor kinderstrafzaken

Promis II

Parketnummers : 05/721648-12, 05/800033-14, 05/740001-14, 05/080770-14 en
05/840398-14

Datum zitting : 8 april 2014 en 15 juli 2014

Datum uitspraak: 29 juli 2014

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsman: mr. M.R. Roethof, advocaat te Arnhem.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

in de zaak met parketnummer 05/721648-12

hij in of omstreeks de periode van 22 oktober 2012 tot en met 26 oktober 2012 te Nijkerk, althans in Nederland, K. [slachtoffer 1] en/of J.[slachtoffer 2] (zijnde leraren van het [adres slachtoffer]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend, door middel van het plaatsen van één of meerdere Twitterbericht(en) op internet, genoemde [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] (onder andere) dreigend de woorden en/of tekst(en) toegestuurd/toegevoegd: "Fuck die kkr [adres slachtoffer]

wie maakt [slachtoffer 1] voor me dood" en/of "Fuck school en hun kkr generatie en fuck leraren ze mogen streven r.i.p alle leraren fuck[slachtoffer 2] fuck hem", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

in de zaak met parketnummer 05/800033-14

1.

hij op of omstreeks 16 december 2013 te Amersfoort, op of aan de openbare weg, de Hoefseweg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een koptelefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan R.J. [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde

R.J. [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- ( dreigend/dwingend) voor de fiets van genoemde [slachtoffer 3] is/zijn gaan staan (waardoor die [slachtoffer 3] gedwongen werd te stoppen) en/of

- ( vervolgens) een voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden, en/of

- voornoemde koptelefoon van de nek van die [slachtoffer 3] heeft/hebben

(af)getrokken;

2.

hij op of omstreeks 16 december 2013 te Amersfoort, op of aan de openbare weg, de Hoefseweg, ter uitvoering van het door om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een telefoon en/of sigaretten, althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan M.E.A. [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], te plegen het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- ( dreigend/dwingend) voor de fiets van genoemde [slachtoffer 4] is/zijn gaan staan, en/of

- het stuur van die fiets heeft/hebben (vast)gepakt, en/of

- de broekzak(ken) en/of jaszak(ken) van genoemde [slachtoffer 4] heeft/hebben doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 16 december 2013 te Amersfoort, op of aan de openbare weg, de Hoefseweg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd P.M.[slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan die P.M.[slachtoffer 5], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met voormeld oogmerk:

- ( dreigend/dwingend) heeft/hebben geroepen: "Stop, stop, stop! Geef je telefoon, geef je telefoon!" en/of

- ( daarbij) een (groot) ijzeren voorwerp vast had(den), en/of

- dat (grote) ijzeren voorwerp (dreigend) heen en weer heeft/hebben bewogen (in de richting van die[slachtoffer 5]),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 16 december 2013 te Amersfoort, op of aan de openbare weg, de Hoefseweg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen enig(e) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan A.Y.Y. [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die A.Y.Y. [slachtoffer 6], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, genoemde A.Y.Y. [slachtoffer 6] (stevig) bij haar (rechter)arm heeft/hebben (vast)gepakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

in de zaak met parketnummer 05/740001-14

hij op of omstreeks 07 januari 2014 te Nijkerk, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) J.M.L. [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het betasten van de kont en/of bil(len) en/of tussen de billen van die [slachtoffer 7] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het onverhoeds genoemde handeling(en) te verrichten en/of die [slachtoffer 7] (stevig) vast te grijpen;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 07 januari 2014 te Nijkerk, met J.M.L. [slachtoffer 7], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van de kont en/of bil(len) en/of tussen de billen van die [slachtoffer 7];

in de zaak met parketnummer 05/080770-14

hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2013 tot en met 15 januari 2014 te Nijkerk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit de bibliotheek van de gemeente Nijkerk, gevestigd aan de [adres slachtoffer 8], een of meer (5) bibliotheekpasjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Bibliotheken gemeente Nijkerk, gevestigd aan de [adres slachtoffer 8] te Nijkerk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

in de zaak met parketnummer 05/840398-14

1.

hij op of omstreeks 10 april 2014, in de gemeente Baarn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel/zaak heeft weggenomen een (electrische) sigaret (merk Gamucci), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan H.C.D.J.[slachtoffer 9] en/of [adres slachtoffer 9]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 10 april 2014, in de gemeente Baarn, een persoon genaamd H.C.D.J.[slachtoffer 9] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde[slachtoffer 9], nadat voornoemde[slachtoffer 9] verdachte had aangehouden op verdenking van een strafbaar feit, dreigend de woorden toegevoegd :"mijn vader komt je afmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaken met parketnummer 05/721648-12, 05/800033-14 en 05/740001-14 zijn op 8 april 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.R. Roethof, advocaat te Arnhem. Tevens was de moeder van de verdachte aanwezig.

Ter terechtzitting van 8 april 2014 zijn de zaken van de officier van justitie, onder bovenstaande parketnummers bij afzonderlijke dagvaardingen aanhangig gemaakt, gevoegd.

Het onderzoek ter terechtzitting is vervolgens geschorst tot 15 juli 2014, om de Raad voor de Kinderbescherming in de gelegenheid te stellen nader onderzoek te verrichten en een passend strafadvies te geven.

Het onderzoek ter terechtzitting is hervat op 15 juli 2014. Verdachte en zijn raadsman zijn opnieuw verschenen. Ook was de moeder van de verdachte aanwezig. Ter terechtzitting zijn tevens de zaken met parketnummer 05/080770-14 en 05/840398-14 onderzocht. Deze zaken zijn gevoegd bij de reeds op 8 april 2014 gevoegde zaken.

De officier van justitie, mr. M. Hartman, heeft ter terechtzitting van 15 juli 2014 haar eis geformuleerd.

De raadsman en verdachte hebben ter terechtzitting van 8 april 2014 en 15 juli 2014 het woord ter verdediging gevoerd.

Tevens is op 15 juli 2014 in een gecombineerde behandeling door de Meervoudige Kamer het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming behandeld, daartoe strekkende dat de ondertoezichtstelling van deze minderjarige wordt uitgesproken voor de duur van een jaar en dat een machtiging wordt verleend tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling in een verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs. Deze verzoeken zijn toegewezen.

3. De beslissing inzake het bewijs1

In de zaak met parketnummer 05/721648-12

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • -

    de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2014;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte, met bijlagen, van K. [slachtoffer 1] d.d. 1 november 2012, p. 12 en 13;

De rechtbank overweegt met betrekking tot de vermeende bedreiging van J.[slachtoffer 2] dat de gebezigde bewoordingen, hoewel niet getuigend van enig respect voor zijn docent, geen bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, opleveren, dan wel zo algemeen geformuleerd zijn dat deze geen bedreiging van de docent J.[slachtoffer 2] opleveren. Verdachte zal voor dat deel van de tenlastelegging dan ook worden vrijgesproken.

in de zaak met parketnummer 05/800033-14

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 16 december 2013 is aan de openbare weg, de Hoefseweg te Amersfoort, door geweld en bedreiging met geweld de koptelefoon van R.J. [slachtoffer 3] weggenomen. Immers, twee personen, onder wie verdachte, zijn voor de fiets van deze [slachtoffer 3] gaan staan waardoor deze gedwongen werd te stoppen, waarna door verdachte een voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] is gehouden en ten slotte door de medeverdachte de koptelefoon van de nek van die [slachtoffer 3] is (af)getrokken.2

Vervolgens is op dezelfde dag en plaats geprobeerd met geweld en bedreiging met geweld van M.E.A. [slachtoffer 4] een telefoon en sigaretten weg te nemen. Immers, twee personen, onder wie verdachte, zijn midden op de weg gaan staan waardoor deze [slachtoffer 4] niet verder kon fietsen, waarna het stuur van zijn fiets is vastgepakt, aan hem is gevraagd: “Heb je sigaretten of een telefoon bij je?” en vervolgens zijn broek- en jaszakken zijn doorzocht.3

Tevens is op dezelfde dag en plaats geprobeerd door bedreiging met geweld van P.M.[slachtoffer 5] een telefoon weg te nemen. Immers, twee personen, onder wie verdachte, hebben deze[slachtoffer 5] toegeroepen “stop, stop, stop! Geef je telefoon, geef je telefoon!”, terwijl de medeverdachte een ijzeren voorwerp vast had en deze heen en weer heeft bewogen in de richting van die[slachtoffer 5], die dit erg intimiderend vond en waardoor hij zich erg bedreigd voelde.4

Eveneens is op dezelfde dag en plaats A.Y.Y. [slachtoffer 6], rijdend op de fiets, bij haar arm vastgepakt met als bedoeling om haar in ieder geval tot stoppen te brengen.5

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Volgens de officier van justitie volgt uit de verklaringen van de aangevers en de overwegend bekennende verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte dat zij alle vier de aangevers hebben bestolen of hebben getracht te bestelen. Hoewel verdachte het feit tegen aangeefster [slachtoffer 6] (feit 4) niet bekent, volgt uit de verklaring van verdachte bij de politie – waarin hij verklaart dat ook een meisje tot de slachtoffers behoort – alsmede uit het proces-verbaal van bevindingen van [getuige 1], dat verdachte wel betrokken is geweest bij dit feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft met betrekking tot de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten aangevoerd dat de rol van verdachte duidelijk beperkter is geweest dan die van medeverdachte. Ten aanzien van het onder feit 4 tenlastegelegde, heeft de verdediging geconcludeerd tot vrijspraak nu verdachte geen aandeel heeft gehad in dat feit.

De beoordeling door de rechtbank.

Voor zover de verdediging heeft bedoeld te betogen dat van medeplegen in de feiten 1 tot en met 3 geen sprake is geweest, wordt dit verweer verworpen. Uit de onderscheidenlijke aangiftes, maar ook uit de verklaringen van verdachte ter terechtzitting van 8 april 2014 en bij de politie6, volgt dat verdachte samen met zijn medeverdachte is opgetrokken en dat zij samen diverse fietsers tot stoppen hebben gebracht. Verdachte heeft zich niet afzijdig gehouden, maar heeft ook een actieve rol vervuld door voor de fietsers te gaan staan en soms de fiets te hebben vastgepakt en/of om spullen te hebben gevraagd. Ook heeft hij met zijn aanwezigheid bijgedragen aan het tot stand brengen en houden van de voor aangevers bedreigende situatie. De rechtbank concludeert dat verdachte en zijn medeverdachte telkens, in ieder geval stilzwijgend, afspraken hebben gemaakt om tegemoetkomende fietsers aan te houden en te proberen (specifieke) goederen en/of geld af te nemen. Verdachte heeft samen met de medeverdachte een ijzeren voorwerp gevonden en dat tegen een hek gezet7 en dat voorwerp is later ook gebruikt. Dat verdachte niet in alle gevallen het initiatief heeft genomen, is niet relevant. De rechtbank concludeert dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met zijn medeverdachte, zodat sprake is van medeplegen.

Ten aanzien van feit 4 concludeert de rechtbank tot vrijspraak. Uit de verklaring van aangeefster [slachtoffer 6] volgt dat zij door één persoon bij de arm is vastgepakt, dat een andere jongen naar de zijkant liep en dat er tegen haar werd geroepen “lekker ding”. Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting van 8 april 2014 verklaard dat hij zich dit feit niet kan herinneren. Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart dat hij op die bewuste dag en plaats een meisje bij de arm heeft gepakt, maar hij ontkent dat hij “lekker ding” heeft gezegd. Waar de officier van justitie nog verwijst naar het proces-verbaal van bevindingen van [getuige 1], waaruit zou volgen dat twee personen een meisje probeerden vast te pakken en dit meisje aangeefster [slachtoffer 6] zou kunnen zijn, stelt de rechtbank vast dat het door aangeefster [slachtoffer 6] opgegeven signalement van haarzelf niet past bij het signalement van het slachtoffer dat is weergegeven in het proces-verbaal van bevindingen. Alles overziend concludeert de rechtbank dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard dat verdachte betrokken is geweest bij dit feit, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

in de zaak met parketnummer 05/740001-14

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 7 januari 2014 heeft verdachte in Nijkerk de kont van aangeefster J.M.L. [slachtoffer 7] aangeraakt.8

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht. Uit de verklaringen van aangeefster en getuige [getuige 2] (zoals opgenomen in een proces-verbaal van bevindingen) volgt dat verdachte aangeefster bij de billen heeft gepakt. Dat hierbij sprake is geweest van geweld, volgt uit de onverhoedse handelingen van verdachte en uit het gegeven dat het op dat moment donker was, waardoor aangeefster zich in het nauw gedreven heeft gevoeld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat alleen kan worden bewezenverklaard dat verdachte tikken heeft gegeven op de billen van aangeefster. Niet kan worden gesteld dat deze handelingen onverhoeds plaats hebben gevonden, waardoor slechts sprake is van ontuchtige handelingen zoals onder subsidiair tenlastegelegd. Verdachte dient dan ook voor het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

De beoordeling door de rechtbank.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezenverklaard dat verdachte de ontuchtige handelingen, zijnde het geven van tikken op – en daarmee het betasten van – de kont van aangeefster, onverhoeds heeft gedaan. Zowel aangeefster als verdachte verklaren dat verdachte de kont van aangeefster heeft aangeraakt nadat zij eerst geknuffeld hadden. De rechtbank concludeert dan ook dat verdachte dient te worden vrijgesproken voor het primair tenlastegelegde, maar dat ter zake het subsidiair tenlastegelegde sprake is van wettig en overtuigend bewijs. De aangeefster heeft verklaard dat verdachte tijdens de eerste knuffel nog niet aan haar zat. Hij greep haar vast en greep haar bij haar kont. Zij heeft toen gezegd dat hij van haar af moest blijven en heeft hem weggeduwd, waarna hij haar weer vastpakte en met zijn handen op haar billen zat.9 Deze verklaring wordt deels bevestigd door een getuige die aan de politie verteld heeft dat ze gezien had dat de jongen het meisje meerdere malen vastgepakt had10 en door de verklaring van verdachte dat hij de kont van aangeefster heeft betast.11 Voor de overige handelingen zoals omschreven in de tenlastelegging, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs nu de aangifte op die punten niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

in de zaak met parketnummer 05/080770-14

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • -

    de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juli 2014;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] namens Bibliotheken Gemeente Nijkerk d.d. 19 februari 2014, p. 5.

in de zaak met parketnummer 05/840398-14

Feit 1:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • -

    de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juli 2014;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van H.C.D.J.[slachtoffer 9] namens[slachtoffer 9] [winkel slachtoffer] d.d. 10 april 2014, p. 3 en 4.

Feit 2:

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 10 april 2014 heeft verdachte zich agressief uitgelaten jegens H.C.D.J.[slachtoffer 9], nadat deze verdachte had aangehouden op verdenking van het plegen van een strafbaar feit ”.12

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging, nu de bewoordingen een dreigend karakter hebben.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Volgens de verdediging waren de gebezigde bewoordingen niet bedreigend bedoeld en zijn zij ook niet bedreigend van aard.

De beoordeling door de rechtbank.

De rechtbank verwerpt het verweer. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de geuite bewoordingen van verdachte van dien aard dat hierdoor in het algemeen redelijke vrees kan worden opgewekt. Verdachte heeft zich bij zijn aanhouding bedreigend uitgelaten tegenover de aangever door op te merken dat zijn vader de aangever zou komen afmaken. De aangever kende de familie van verdachte niet en kon zodoende de redelijke vrees hebben dat verdachte zich zou wenden tot zijn familie om verhaal te halen bij de aangever. Hierbij speelt mede een rol dat de getuige [getuige 3] heeft verklaard dat de houding die van verdachte daarbij aannam heel bedreigend overkwam13. De rechtbank acht het tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

in de zaak met parketnummer 05/721648-12

hij in of omstreeks de periode van 22 oktober 2012 tot en met 26 oktober 2012 te Nijkerk, althans in Nederland, K. [slachtoffer 1] en/of J.[slachtoffer 2] (zijnde leraren van het [adres slachtoffer]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend, door middel van het plaatsen van één of meerdere Twitterbericht(en) op internet, genoemde [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] (onder andere) dreigend de woorden en/of tekst(en) toegestuurd/toegevoegd: "Fuck die kkr [adres slachtoffer]

wie maakt [slachtoffer 1] voor me dood" en/of "Fuck school en hun kkr generatie en fuck leraren ze mogen streven r.i.p alle leraren fuck[slachtoffer 2] fuck hem", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

in de zaak met parketnummer 05/800033-14

1.

hij op of omstreeks 16 december 2013 te Amersfoort, op of aan de openbare weg, de Hoefseweg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een koptelefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan R.J. [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde

R.J. [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- ( dreigend/dwingend) voor de fiets van genoemde [slachtoffer 3] is/zijn gaan staan (waardoor die [slachtoffer 3] gedwongen werd te stoppen) en/of

- ( vervolgens) een voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden, en/of

- voornoemde koptelefoon van de nek van die [slachtoffer 3] heeft/hebben

(af)getrokken;

2.

hij op of omstreeks 16 december 2013 te Amersfoort, op of aan de openbare weg, de Hoefseweg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een telefoon en/of sigaretten, althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan M.E.A. [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- ( dreigend/dwingend) voor de fiets van genoemde [slachtoffer 4] is/zijn gaan staan, en/of

- het stuur van die fiets heeft/hebben (vast)gepakt, en/of

- de broekzak(ken) en/of jaszak(ken) van genoemde [slachtoffer 4] heeft/hebben doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 16 december 2013 te Amersfoort, op of aan de openbare weg, de Hoefseweg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd P.M.[slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan die P.M.[slachtoffer 5], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met voormeld oogmerk:

- ( dreigend/dwingend) heeft/hebben geroepen: "Stop, stop, stop! Geef je telefoon, geef je telefoon!" en/of

- ( daarbij) een (groot) ijzeren voorwerp vast had(den), en/of

- dat (grote) ijzeren voorwerp (dreigend) heen en weer heeft/hebben bewogen (in de richting van die[slachtoffer 5]),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

in de zaak met parketnummer 05/74001-14

hij op of omstreeks 07 januari 2014 te Nijkerk, met J.M.L. [slachtoffer 7], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van de kont en/of bil(len) en/of tussen de billen van die [slachtoffer 7];

in de zaak met parketnummer 05/080770-14

hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2013 tot en met 15 januari 2014 te Nijkerk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit de bibliotheek van de gemeente Nijkerk, gevestigd aan de [adres slachtoffer 8], een of meer (5) bibliotheekpasjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Bibliotheken gemeente Nijkerk, gevestigd aan de [adres slachtoffer 8] te Nijkerk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

in de zaak met parketnummer 05/840398-14

1.

hij op of omstreeks 10 april 2014, in de gemeente Baarn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel/zaak heeft weggenomen een (elektrische) sigaret (merk Gamucci), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan H.C.D.J.[slachtoffer 9] en/of [adres slachtoffer 9]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 10 april 2014, in de gemeente Baarn, een persoon genaamd H.C.D.J.[slachtoffer 9] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde[slachtoffer 9], nadat voornoemde[slachtoffer 9] verdachte had aangehouden op verdenking van een strafbaar feit, dreigend de woorden toegevoegd :"mijn vader komt je afmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

in de zaak met parketnummer 05/740001-14

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

in de zaak met parketnummer 05/800033-14

ten aanzien van feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd op de openbare weg, door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2:

Poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd op de openbare weg, door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 3:

Poging tot afpersing, gepleegd op de openbare weg, door twee of meer verenigde personen.

in de zaak met parketnummer 05/721648-12 en in de zaak met parketnummer 05/840398-14 onder feit 2, telkens:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

in de zaak met parketnummer 05/080770-14 en in de zaak met parketnummer 05/840398-14 onder feit 1, telkens:

Diefstal

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Door [kinder- en jeugdpsychiater 1] en [kinder- en jeugdpsychiater 2], beiden kinder- en jeugdpsychiater, is op 27 maart 2014 een Pro Justitia rapport uitgebracht over de persoon van de verdachte. Ook [gz-psycholoog 1], Gz-psycholoog, heeft onder supervisie van [gz-psycholoog 2], tevens Gz-psycholoog, een Pro Justitia rapport, gedateerd 24 maart 2014, uitgebracht over de persoon van de verdachte in de zaken 05/740001-14 en 05/800033-14. De rapportages houden onder meer het volgende in, zakelijk weergegeven:

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis in de vorm van ADHD NAO en heeft te maken met een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een gedragsstoornis en zwakbegaafdheid en een sociaal-emotionele achterstand met een lacunaire gewetensontwikkeling. Hiervan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde. Geadviseerd wordt om verdachte ten tijde van het hem tenlastegelegde – indien bewezen – als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank begrijpt de conclusie zo, dat sprake is van een psychische stoornis die weliswaar invloed uitoefende op het ten laste gelegde, maar daar niet als enige factor toe heeft geleid. Het ten laste gelegde feit kan verdachte gedeeltelijk worden toegerekend.

Overeenkomstig deze conclusie kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er is voorts ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 15 juli 2014 gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een werkstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen jeugddetentie, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en daarnaast een geheel voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de Jeugdreclassering, waarbij verdachte tevens dient mee te werken aan huisbezoeken.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting verzocht in de strafmaat nadrukkelijk rekening te houden met de civiele kinderbeschermingsmaatregel die is uitgesproken en met het feit dat er tevens een machtiging tot uithuisplaatsing is afgegeven. Voorts merkt de raadsman van verdachte op dat, gelet op het vermeende hoge recidiverisico, een voorwaardelijke jeugddetentie in strijd is met de opvatting dat zijn cliënt vooral gebaat is bij behandeling.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een forse hoeveelheid strafbare feiten van uiteenlopende aard. De rechtbank rekent verdachte met name aan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een straatroof en twee pogingen daartoe en aan het plegen van ontuchtige handelingen bij een meisje dat de leeftijd van 16 jaren nog niet heeft bereikt.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben op 16 december 2013 in een kort tijdsbestek meerdere personen in een bedreigende situatie goederen afgenomen of geprobeerd af te nemen. Hoewel verdachte niet degene is geweest die de meeste handelingen heeft verricht, neemt de rechtbank verdachte kwalijk dat hij wel een actieve rol heeft vervuld in het geheel en zich niet heeft bekommerd om de gevoelens van en de gevolgen voor de slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten nog lang de gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Voorts dragen dergelijke delicten bij aan een gevoel van onveiligheid in de maatschappij in het algemeen, te meer nu de feiten zijn gepleegd op de openbare weg.

Met zijn ontuchtige handelingen heeft verdachte het slachtoffer in een situatie gebracht die zij niet wilde en die er kennelijk op was gericht om haar op een onzedelijke wijze te betasten.

Door het op deze manier benaderen van een persoon van de andere sekse heeft verdachte blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de gevoelens van zijn medemens.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van een docent van zijn school en van een winkeleigenaar. Verdachte is met zijn handelen voorbijgegaan aan de gevolgen die dergelijke uitingen hebben voor slachtoffers. Slachtoffers van dergelijke delicten ervaren in de regel gevoelens van angst en kunnen in meerdere of mindere mate het vertrouwen in de maatschappij verliezen.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Hoewel in casu geen sprake is van materiële schade, levert een dergelijk feit in de regel veel ergernis en ongemak op voor benadeelden.

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

  • -

    het uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte, gedateerd 12 juni 2014;

  • -

    de Pro Justitia rapportage van [kinder- en jeugdpsychiater 1] en [kinder- en jeugdpsychiater 2], beiden kinder- en jeugdpsychiater, d.d. 27 maart 2014;

  • -

    de Pro Justitia rapportage van [gz-psycholoog 1], Gz-psycholoog onder supervisie van [gz-psycholoog 2], tevens Gz-psycholoog, d.d. 24 maart 2014;

  • -

    het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 8 juli 2014.

Uit het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie van 12 juni 2014 volgt dat verdachte niet eerder door de strafrechter is veroordeeld.

De gedragsdeskundigen noemen in de Pro Justitia rapportages als relevante factoren voor de kans op recidive: zich onttrekken aan toezicht, geringe schoolprestaties, rechtvaardigen van delictgedrag, problemen met het hanteren van boosheid, gebrek aan empathie/berouw, weinig interesse in/binding met school. Daarnaast worden de geringe opvoedvaardigheden van de ouder en de omgang met delinquente vrienden genoemd als relevante factoren. De gedragsdeskundigen concluderen dat een intensieve behandeling binnen een strak kader noodzakelijk is, en geven als strafadvies de oplegging van de gedragsbeïnvloedende maatregel.

De Raad rapporteert dat het van belang is dat verdachte begeleiding/behandeling krijgt voor zijn bedreigde ontwikkeling in algehele zin, ter voorkoming van verdere scheefgroei. Derhalve is onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van de gedragsbeïnvloedende maatregel, maar door het gebrek aan motivatie bij verdachte en zijn moeder en stiefvader, is deze maatregel niet haalbaar gebleken. De Raad heeft daarom in een civiele procedure verzocht verdachte onder toezicht te stellen en een machtiging tot uithuisplaatsing af te geven, welke verzoeken zijn toegewezen. Als strafadvies wordt gegeven de oplegging van een deels voorwaardelijke werkstraf, opdat verdachte zich bewust wordt van de gevolgen van zijn delicten, met daarnaast een stok achter de deur. Als bijzondere voorwaarde wordt geadviseerd om begeleiding van de Jeugdreclassering op te leggen.

Ter terechtzitting heeft de Jeugdreclassering zich geschaard achter de adviezen van de Raad en de gedragsdeskundigen. Volgens de Jeugdreclassering is verdachte nauwelijks bereid ergens aan mee te werken, waardoor uiterste maatregelen noodzakelijk worden geacht. Daarbij moet worden gedacht aan uithuisplaatsing.

Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de persoon van verdachte is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf en daarnaast een voorwaardelijke jeugddetentie passend en geboden is. Hoewel de hoeveelheid feiten en de ernst ervan een onvoorwaardelijke jeugddetentie of een werkstraf van aanzienlijke duur zou rechtvaardigen, is behandeling en begeleiding van verdachte bovenal noodzakelijk. Daarbij houdt de rechtbank in het bijzonder rekening met het feit dat verdachte onder toezicht is gesteld en dat een machtiging tot uithuisplaatsing is afgegeven. De voorwaardelijk op te leggen straf dient als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en om hem de begeleiding te geven die naar het oordeel van de rechtbank en de deskundigen noodzakelijk is. De rechtbank komt tot een lagere voorwaardelijke jeugddetentie nu de rechtbank, anders dan de officier van justitie, bij één feit tot vrijspraak en bij een ander feit tot bewezenverklaring van het subsidiaire concludeert. .

Van de op te leggen werkstraf zal worden afgetrokken de tijd die verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 45, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 247, 285, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de in de zaak met parketnummer 05/800033-12 onder feit 4 en de in de zaak met parketnummer 05/740001-14 onder primair tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de in de zaak met parketnummer:

- 05/721648-12;

- 05/800033-14 onder 1, 2 en 3;

- 05/740001-14 onder subsidiair;

- 05/080770-14, en

- 05/840398-14 onder 1 en 2

tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot het verrichten van een werkstraf gedurende 80 (tachtig) uren.

Bepaalt dat de werkstraf binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden verricht.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende jeugddetentie vast op 40 (veertig) dagen.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (1 dag = 2 uren) geheel in mindering worden gebracht, te weten 36 (zesendertig) uren.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat deze jeugddetentie niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van 2 (twee) jaren. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dan wel ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of niet een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt, dan wel niet is nagekomen de volgende bijzondere voorwaarde:

- Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens de Jeugdreclassering van de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland zullen worden gegeven, voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling nodig wordt geacht.

Geeft opdracht aan de Jeugdreclassering van de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde Hulp en Steun te verlenen.

Aldus gewezen door:

mr. T.C. Henniphof, kinderrechter, als voorzitter,

mr. G.W. Brands-Bottema, kinderrechter,

mr. A.S.W. Kroon, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.W. Lambregts, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juli 2014.

1 De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op:- de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2014;- de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 15 juli 2014;in de zaak met parketnummer 05/740001-14- de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met registratienummer PL07AH-2014003097, opgemaakt door verbalisanten van de Politie Eenheid Oost, Dienst Recherche, Team zeden Arnhem, met bijlagen, gesloten op 16 januari 2014;in de zaak met parketnummer 05/800033-14- de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer PL0940-2013283545, opgemaakt door verbalisanten van de Politie Midden Nederland, High Impact Crime, District Eemland, Straatroofteam, met bijlagen, gesloten op 19 december 2013;in de zaak met parketnummer 05/721648-12- de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met registratienummer PL074F-2012132212, opgemaakt door verbalisanten van de Politie Gelderland-Midden, Unit BPZ Noord, met bijlagen, gesloten op 26 november 2012;in de zaak met parketnummer 05/080770-14- de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met registratienummer PL074F-2014006010, opgemaakt door verbalisanten van de Politie Gelderland-Midden, Unit BPZ Noord, met bijlagen, gesloten op 25 april 2014;in de zaak met parketnummer 05/840398-14- de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met registratienummer PL0930-2014083635, opgemaakt door verbalisanten van de Politie Utrecht, District Eemland Noord, met bijlagen, gesloten op 10 april 2014.

2 Het proces-verbaal van aangifte van R.J.[slachtoffer 1] d.d. 16 december 2013, p. 50 en 51; de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2014.

3 Het proces-verbaal van aangifte van M.E.A. [slachtoffer 4] d.d. 17 december 2013, p. 55 en 56; de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2014.

4 Het proces-verbaal van aangifte van P.M.[slachtoffer 5] d.d. 16 december 2013, p. 57 en 58; de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2014.

5 Het proces-verbaal van aangifte van A.Y.Y. [slachtoffer 6] d.d. 17 december 2013, p. 61 en 62.

6 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 17 december 2013, p. 22.

7 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 8 april 2014.

8 Het proces-verbaal van aangifte van J.M.L. [slachtoffer 7] d.d. 8 januari 2014, p. 20; de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 8 april 2014.

9 Het proces-verbaal van aangifte van J.M.L. [slachtoffer 7] d.d. 8 januari 2014, p. 20.

10 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2014, p. 24.

11 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting 8 april 2014.

12 Het proces-verbaal van aangifte van H.C.D.J.[slachtoffer 9] (geboren op 16 november 1958) d.d. 10 april 2014, p. 3 en 4; het proces-verbaal van verhoor van getuige H.C.D.J.[slachtoffer 9] (geboren 5 oktober 1985) d.d. 10 april 2014, p. 14; de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 15 juli 2014; het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 10 april 2014, p. 12.

13 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 10 april 2014, p. 12.