Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:4589

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-07-2014
Datum publicatie
19-08-2014
Zaaknummer
AWB-13_7629
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
-
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: 13/7629

uitspraak van de meervoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser 1], eiser

(gemachtigde: mr. T.A. Timmermans),

en

de korpschef van politie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om door te stromen van generalist Gebieds Gebonden Politie (GGP) naar senior GGP afgewezen.

Bij besluit van 6 november 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2014. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

[namen].

Ter zitting is het onderzoek geschorst en is de verdere behandeling van de zaak verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank. Ter zitting hebben partijen toestemming gegeven om een nadere zitting achterwege te laten.

De rechtbank heeft het onderzoek op 11 juli 2014 gesloten.

Overwegingen

1.1 De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

1.2 Eiser is sinds 8 september 2007 werkzaam in de functie van motorsurveillant. Dit is een functie op het niveau van generalist GGP.

1.3 Op 1 november 2010 is, als uitwerking van het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2005-2007, de circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie tweede tranche of - kortweg - de circulaire HAP II (Stcrt. 2010, nr. 19782) in werking getreden. In bijlage 6 van de circulaire HAP II is het Loopbaanbeleid van assistent A tot en met senior binnen de GGP opgenomen. In het kader van dit loopbaanbeleid zijn binnen de politie collectieve afspraken gemaakt en eisen gesteld aan de mogelijkheden tot doorstroming van ambtenaren binnen de GGP naar een volgend niveau of volgende functie.

Voor doorstroming van de generalist GGP (schaal 7) naar senior GGP (schaal 8) gelden op grond van de circulaire HAP II de volgende eisen:

• een met goed gevolg afgeronde functiegerichte aangewezen opleiding op niveau 4;

• relevante werkervaring als generalist GGP;

• vakmanschap blijkend uit een recente beoordeling boven de norm met daarin opgenomen verwachte geschiktheid voor senior GGP;

• een eventueel door het korps te stellen geografische stap en/of werkterrein c.q. aandachtsgebied als aanvullende voorwaarde.

1.4 In het Akkoord Arbeidsvoorwaarden Politie 2012-2014 is afgesproken om het Loopbaanbeleid van schaal 7 naar schaal 8 met ingang van 1 januari 2013 te laten vervallen.

1.5 Eiser heeft bij brief van 8 november 2012 verzocht om in aanmerking te komen voor doorstroming naar senior GGP (schaal 8).

1.6 Bij brief van 14 november 2012 heeft de leidinggevende van eiser, [naam leidinggevende] een advies uitgebracht, inhoudende dat hij eiser op een redelijke termijn geschikt acht voor een functie op schaalniveau 8.

1.7 Bij brief van 14 februari 2013 hebben genoemde leidinggevende van eiser en een andere leidinggevende van eiser, [andere leidinggevende], het eerdere advies herhaald en in aanvulling daarop het volgende aangegeven:

”In zijn huidige functie voldoet hij goed aan de gestelde competenties voor dit schaalniveau. Echter, bij grote werkdruk zien wij dat hij het overzicht soms verliest. Hij moet beter leren hoofd- en bijzaken te herkennen, onderscheiden en te prioriteren. Wij menen dat hij hierop te coachen is. Dit is al opgepakt en vergt wat tijd. [naam eiser] beschikt over uitstekende contactuele eigenschappen, natuurlijk overwicht en charisma. Hij wordt op de werkvloer als voorbeeld gezien. Wij adviseren u om [naam eiser] te laten starten in een weinig hectische omgeving.”

1.8 De CGOP-Adviescommissie Loopbaanbeleid GGP, waarin vakorganisaties en werkgever zitting hebben, heeft zich in maart 2013 gebogen over nadere uitvoeringsafspraken met betrekking tot HAP II Loopbaanbeleid GGP. In een van de uitvoeringsafspraken staat:

”De beoordeling bestaat uit enerzijds een regulier deel dat betrekking heeft op tot de GGP-functie schaal 7 behorende competenties en taken, en anderzijds een potentieel deel dat betrekking heeft op de competenties en taken van de naasthogere GGP-functie schaal 8 én een uitspraak bevat over de verwachte geschiktheid. De geschiktheid kan ontwikkelpunten bevatten.”

2.

Verweerder heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat eiser niet voldoet aan de aan doorstroming gestelde eis van ‘verwachte geschiktheid’ voor senior GGP, omdat hij op 31 december 2012 nog niet geschikt werd geacht voor senior GGP.

3.

Eiser kan zich hiermee niet verenigen en stelt dat hij wel aan die eis voldoet. Volgens eiser is daarvoor voldoende dat op 31 december 2012 verwacht werd dat hij op redelijk termijn geschikt zou zijn voor senior GGP, zoals blijkt uit het advies van zijn leidinggevenden.

4.1

De rechtbank stelt voorop dat de circulaire HAP II invulling geeft aan verweerders beleidsvrijheid bij de uitoefening van zijn discretionaire bevoegdheid om tot bevordering over te gaan, met als doel om het loopbaanbeleid van de politie landelijk te harmoniseren. Daarbij is uitdrukkelijk onderkend dat er regionaal uiteenlopende beoordelingsnormeringen bestaan waarop het oordeel moet worden gebaseerd of de betrokken politieambtenaar ‘boven de norm’ functioneert. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat verweerder op dit aspect beoordelingsruimte toekomt en dat die per (voormalige) politieregio anders kan worden ingevuld. In het verlengde daarvan ligt het oordeel over ‘verwachte geschiktheid’ voor senior GGP. Daarbij betrekt de rechtbank dat noch in de circulaire HAP II noch in de nadere afspraken is toegelicht wat onder ’verwachte geschiktheid’ moet worden verstaan. Dit betekent dat de toetsing door de rechter terughoudend is. Zij is, naast de overigens in aanmerking komende toetsing van het bestreden besluit aan regels van geschreven en ongeschreven recht en algemene rechtsbeginselen, beperkt tot de vraag of gezegd moet worden dat verweerder niet in redelijkheid tot zijn oordeel heeft kunnen komen.

4.2

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat uiterlijk op 31 december 2012, de laatste dag waarop het doorstroombeleid van kracht was, de verwachting moest bestaan dat eiser op dat moment geschikt was voor senior GGP, wil zijn voldaan aan het vereiste van ‘verwachte geschiktheid’. Gelet op de aard en het niveau van de senior GGP is de rechtbank van oordeel dat van verweerder in redelijkheid niet kan worden verlangd om functies op niveau van senior GGP op te dragen aan ambtenaren die verweerder (nog) niet in staat acht die naar behoren te vervullen, ook niet als de verwachting bestaat dat de betrokken ambtenaar op redelijke termijn wel geschikt zal zijn. Dat het hebben van ontwikkelpunten of het gebrek aan de vereiste diploma’s niet aan doorstromen in de weg staat, doet daaraan onvoldoende af. Verweerder heeft voldoende toegelicht dat de generalist GGP eerst geschikt is voor senior GGP indien hij voldoende basis heeft om de kerntaken van senior GGP naar behoren te kunnen uitoefenen en dat ontwikkelpunten van ondergeschikte aard zijn.

4.3

Nu noch uit de beoordeling van eiser noch uit de brieven van zijn leidinggevenden (rechtsoverwegingen 1.6 en 1.7) blijkt dat zij hem op dat moment (uiterlijk 31 december 2012) reeds geschikt achten, integendeel, heeft verweerder de aanvraag van eiser om door te stromen van generalist GGP naar senior GGP op goede gronden afgewezen. Dat eiser, zo hij stelt, eerst omstreeks november 2012 kennis heeft gekregen van de circulaire HAP II, kan niet tot het oordeel leiden dat het bestreden besluit anderszins onrechtmatig is. Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen, nu hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van gelijke gevallen, die door verweerder gelijk behandeld hadden moeten worden. De uitspraak van de rechtbank Overijssel, waar eiser naar verwezen heeft, kan ten slotte evenmin doel treffen, nu hierin een oordeel is gegeven over een ander onderdeel van het criterium (recente beoordeling boven de norm).

5.

Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, voorzitter,

mr. M.J.P. Heijmans en mr. E.M. Vermeulen, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. G.A. Kajim-Panjer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.