Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:4485

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-07-2014
Datum publicatie
18-07-2014
Zaaknummer
05/820099-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens verkrachting en het plegen van seksuele handelingen bij de stiefdochter terwijl er sprake was van een gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens, tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/820099-13

Datum zittingen : 18 oktober 2013 en 4 juli 2014

Datum uitspraak : 18 juli 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

raadsvrouw : mr. M.M.J.P. Michiels, advocaat te Wijchen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 1991 tot en met
31 mei 2002 te Nijmegen, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte één of meermalen zijn penis in de vagina en/of de anus en/of de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte voornoemde [slachtoffer] telkens, althans één of meermalen de woorden heeft toegevoegd: "dit is ons geheimpje en als je dit tegen mama zegt dan krijgt zij een epileptische

aanval" en/of " als je het verteld dan gaan mama en ik uit elkaar. Mama is dan weer alleen en dan krijgt zij denk ik weer (epileptische) aanvallen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 oktober 1986 tot en met 31 mei 2002 te Nijmegen, met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen

weerstand te bieden, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte één of meermalen:

- één of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of

- zijn penis in de vagina en/of de anus en/of de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of

- aan de borst(en) van die [slachtoffer] gelikt en/of gezogen;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 18 oktober 2013 en 4 juli 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.M.J.P. Michiels, advocaat te Wijchen.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer]. [slachtoffer] is samen met gemachtigde J. Ockhuijsen op de terechtzittingen verschenen.

De officier van justitie, mr. M.R. van Nes, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3a. Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

Alvorens de rechtbank toekomt aan de bespreking van de tenlastegelegde feiten, wordt het volgende opgemerkt ten aanzien van verjaring. Verdachte wordt twee feiten verweten. Feit 1 ziet op de periode 1 december 1991 tot en met 31 mei 2002 en feit 2 ziet op de periode
17 oktober 1986 tot en met 31 mei 2002. Aan de orde is de vraag of de tenlastegelegde feiten - gepleegd in de periode van 17 oktober 1986 tot 31 mei 2002 - inmiddels zijn verjaard.

[slachtoffer] is op 17 oktober 1986 meerderjarig geworden. De tenlastelegging ziet volledig op een periode waarin [slachtoffer] meerderjarig is.

Ingevolge artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde (vanaf
1 september 1994) tot 1 april 2013 (wet van 15 november 2012 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de aanpassing van de regeling van vervolgingsverjaring, Stb. 2012, 572, in werking getreden op 1 april 2013), is de verjaringstermijn voor misdrijven waarop gevangenisstraf van meer dan tien jaren is gesteld twintig jaren en voor misdrijven waarop gevangenisstraf van meer dan drie jaren is gesteld twaalf jaren. Vanaf 1 april 2013 bedraagt ingevolge voornoemd artikel de verjaringstermijn voor misdrijven waarop gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld twintig jaren, terwijl het recht tot strafvordering niet verjaart voor de misdrijven waarop gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld.

Ingevolge artikel 71 van het Wetboek van Strafrecht (zowel oud als nieuw) geldt in dit geval dat de verjaringstermijnen zijn aangevangen op de dag na die waarop het feit is gepleegd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de verjaringstermijnen op 1 juni 2002 zijn aangevangen, zijnde de dag na 31 mei 2002. Nu het recht tot strafvordering voor feit 1 onder de oude verjaringsregels niet is verjaard, geldt voor dat feit door de wetswijziging per 1 april 2013, dat het recht tot strafvordering niet verjaart. Het recht tot strafvordering voor feit 2 is onder de oude verjaringsregels evenmin verjaard, zodat een verjaringstermijn van twintig jaren geldt (die overigens inmiddels is gestuit).

De rechtbank concludeert dat van verjaring van de tenlastegelegde feiten geen sprake is.

3b. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Er is sprake van bedreiging met een andere feitelijkheid om iemand te dwingen tot seksuele handelingen en de tenlastegelegde seksuele handelingen hebben ook plaatsgevonden. Uit de rapportage over het slachtoffer is gebleken dat er bij haar sprake is van een psychische stoornis en dat zij daardoor niet in staat was haar wil ten aanzien van de gepleegde seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken en ook niet om daartegen weerstand tegen te bieden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de seksuele handelingen op vrijwillige basis hebben plaatsgevonden en dat er om die reden geen sprake is van dwang. Daarom kan de dwang in het onder 1 tenlastegelegde feit niet worden bewezen en dient verdachte van dat feit te worden vrijgesproken. Op de terechtzitting van 4 juli 2014 heeft de verdediging ten aanzien van feit 2 het aanvankelijk (op de terechtzitting van 18 oktober 2013) gevoerde verweer niet langer gehandhaafd. Ten aanzien van dit feit wordt geen verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Op 9 september 2011 heeft [betrokkene], de zus van het slachtoffer [slachtoffer], aangifte gedaan namens haar zusje. [slachtoffer] zou seksueel zijn misbruikt door hun stiefvader, [verdachte].2

[slachtoffer] heeft bij de politie een aantal verklaringen afgelegd. [slachtoffer] woonde tot haar 23e/24e levensjaar onder anderen samen met haar moeder en haar stiefvader in een woning op de [adres 1] te Nijmegen. Hierna is [slachtoffer] op zichzelf gaan wonen in een woning aan de [adres 2] te Nijmegen. Volgens [slachtoffer] hebben de seksuele handelingen tot haar 33e levensjaar plaatsgevonden. Het is begonnen in de [adres 1] toen [slachtoffer] 13 jaar oud was. Het begon onder de douche, [slachtoffer] moest verdachte aftrekken en pijpen.3 De seksuele handelingen hebben drie keer in de week plaatsgevonden. Verdachte ging aan [slachtoffer] zitten, aan haar borsten, verdachte deed een of meer vingers in de vagina van [slachtoffer] en verdachte ging met zijn tong in de mond van [slachtoffer]. Verdachte wilde dat [slachtoffer] hem zou aftrekken en pijpen. Verdachte kuste [slachtoffer] overal, op haar mond en ging aan haar borsten zuigen. Verdachte heeft daarbij gezegd dat het hun geheimpje was en als [slachtoffer] het tegen haar moeder zou vertellen dat haar moeder dan een epileptische aanval zou krijgen.4[slachtoffer] heeft verdachte wel 100 keer moeten aftrekken.5

De seksuele handelingen vonden ook op vakantie plaats. Het begon op het 17e levensjaar van [slachtoffer] en eindigde op haar 23e levensjaar. Ze gingen op vakantie naar Zeeland of Luxemburg. In het bos of op het strand moest [slachtoffer] verdachte neuken of aftrekken.6

In de [adres 2] kwam verdachte altijd op een vaste avond, een woensdagavond, bij [slachtoffer] langs. Ook kwam verdachte weleens onverwacht langs en dan vonden de seksuele handelingen ook plaats. Verdachte kwam bij [slachtoffer] langs om de post te brengen en geldzaken te regelen. Nadat [slachtoffer] en verdachte hadden koffie gedronken begon verdachte [slachtoffer] te betasten en daarna gingen ze samen douchen, hetzelfde als in de [adres 1] gebeurde. Soms gebeurde het onder de douche, in bed of in de woonkamer op de bank. Verdachte vingerde [slachtoffer] met één of twee vingers of zij moest verdachte aftrekken.7 Verdachte is met zijn penis in de vagina van [slachtoffer] gegaan. Als [slachtoffer] tegen verdachte zei dat ze het niet fijn vond dan zei verdachte dat hij alles voor haar deed, alles met het geld en dat ze daarom dit voor hem moest doen.

Als [slachtoffer] de handen van verdachte wegduwde dan werd verdachte boos en zei hij dat ze zich
aan de afspraak moest houden. Anders zou haar moeder alleen komen te staan en ze had de vallende ziekte. [slachtoffer] liet het toe omdat ze wist dat ze hulp nodig had.8

Ter terechtzitting van 18 oktober 2013 heeft verdachte verklaard dat hij in de periode op de [adres 1] en in de periode op de [adres 2] seksuele handelingen bij [slachtoffer] heeft verricht. Hij heeft aan haar borsten gelikt of gezogen. In de periode op de [adres 2] heeft er ook geslachtsgemeenschap plaatsgevonden. Verdachte en [slachtoffer] gingen samen douchen en daarna gebeurde het automatisch. Verdachte wist dat [slachtoffer] naar speciaal onderwijs ging en dat er sprake was van een verstandelijke beperking.9

Bij de politie heeft verdachte verklaard dat er voordat [slachtoffer] op zichzelf ging wonen, één keer in de maand seksueel contact was tussen verdachte en [slachtoffer].10 In de periode op de [adres 1] heeft verdachte [slachtoffer] getongzoend, heeft [slachtoffer] verdachte gepijpt, heeft verdachte aan de borsten van [slachtoffer] gezeten en heeft hij met zijn vingers aan en in de vagina van [slachtoffer] gezeten. Volgens verdachte liet [slachtoffer] de seksuele handelingen over zich heen komen. Verdachte denkt dat [slachtoffer] niet durfde te zeggen dat ze het niet wilde.11Verdachte heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat ze het niet mocht vertellen. Ook zou het kunnen dat verdachte tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat hij en haar moeder uit elkaar zouden gaan, dat haar moeder weer alleen zou zijn en dan weer regelmatig aanvallen zou krijgen.12 In de [adres 2] hebben verdachte en [slachtoffer] regelmatig seksueel contact gehad en ook geslachtsgemeenschap.13

Psychologische rapportage betreffende [slachtoffer]

Uit de psychologische rapportage blijkt dat [slachtoffer] lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van lichte zwakzinnigheid en emotionele onvolgroeidheid die onder meer tot uiting komt in afhankelijke persoonlijkheidstrekken. De lichte zwakzinnigheid en afhankelijke persoonlijkheidstrekken waren ten tijde van het tenlastegelegde ook aanwezig. Tot haar drieëndertigste zorgden haar moeder en verdachte voor haar. Ze was in alle opzichten afhankelijk van hen en om die reden is goed in te voelen hoe klem ze heeft gezeten. Ook gezien de beperkte copingsvaardigheden en het zeer beperkte netwerk is te begrijpen dat [slachtoffer] deed wat ze deed. In de loop van de jaren werden zowel de seksuele handelingen als het hierover zwijgen een gewoonte, die [slachtoffer] gezien eerder beschreven zwakzinnigheid, emotionele onvolwassenheid, beperkte copingsvaardigheden en beperkte netwerk niet kon doorbreken. [slachtoffer] was onvoldoende in staat om haar wil te bepalen en kenbaar te maken en/of weerstand te bieden tegen de seksuele handelingen.14

Conclusie

Op grond van de verklaringen van verdachte en de gedetailleerde verklaringen van [slachtoffer] acht de rechtbank bewezen dat in de tenlastegelegde periode van 17 oktober 1986 tot en met 31 mei 2002 seksuele handelingen tussen verdachte en [slachtoffer] hebben plaatsgevonden. Daarvan was zowel in de [adres 1] te Nijmegen als in de [adres 2] te Nijmegen sprake.

De rechtbank acht ten aanzien van feit 1 bewezen dat verdachte zijn penis in de vagina en mond van [slachtoffer] heeft gebracht.

Wat betreft feit 2 acht de rechtbank bewezen dat verdachte een of meer vingers en zijn penis in de vagina van [slachtoffer] heeft gebracht, en ook dat hij zijn tong en penis in de mond van [slachtoffer] heeft gebracht en aan de borsten van [slachtoffer] heeft gelikt en gezogen.

Op grond van de rapportage over [slachtoffer], is de rechtbank van oordeel dat er bij [slachtoffer] ten tijde van deze seksuele handelingen sprake was van een zodanige gebrekkige ontwikkeling, dat zij niet in staat was hiertegen weerstand te bieden.


Ten aanzien van feit 1

De rechtbank overweegt het volgende ten aanzien van het verweer van de verdediging dat er wat betreft feit 1 geen sprake was van dwang.

Van door een 'feitelijkheid dwingen tot het ondergaan van seksuele handelingen' als bedoeld in art. 242 van het Wetboek van Strafrecht - waarop de tenlastelegging is toegesneden – kan slechts sprake kan zijn indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen haar wil heeft ondergaan (HR NJ 2000/125). Van door een feitelijkheid dwingen als hiervoor bedoeld kan sprake zijn indien de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten, of dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Of zulk een dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in het algemeen beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.

[slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte meermalen tegen haar de woorden als genoemd in de tenlastelegging heeft geuit. Niet alleen toen ze nog in de [adres 1] woonde, maar ook toen ze op zichzelf woonde in de [adres 2]. [slachtoffer] wist dat ze afhankelijk was van verdachte, met name omdat hij haar post bracht en financiën regelde. Verdachte heeft hierover verklaard dat het wel zou kunnen dat hij de tenlastegelegde woorden heeft gezegd, maar dat hij het niet meer weet. De verdediging is van mening dat niet kan worden bewezen dat de tenlastegelegde woorden ook zijn geuit op het moment dat [slachtoffer] in de [adres 2] woonde.

Op grond van de verklaring van [slachtoffer], die zeer specifiek, consequent en gedetailleerd is op dit punt, waarbij haar verklaring ondersteund wordt door de omstandigheid dat haar moeder inderdaad epilepsie heeft en veel last had van aanvallen toen zij nog alleen was en verdachte nog niet bij het gezin woonde, en bovendien verdachte ook niet uitsluit dat hij dergelijke bewoordingen heeft gebruikt, is de rechtbank van oordeel dat verdachte in de tenlastegelegde periode meermalen, zowel in de [adres 1] als in de [adres 2], tegen [slachtoffer] de volgende woorden heeft geuit: ‘dit is ons geheimpje, als je dit tegen mama zegt dan krijgt zij een epileptische aanval en als je het vertelt dan gaan mama en ik uit elkaar en mama is dan weer alleen en dan krijgt zij denk ik weer (epileptische) aanvallen’.

De rechtbank stelt vast dat uit hetgeen eerder is opgenomen blijkt dat verdachte zorgde voor zowel de moeder van [slachtoffer] als voor [slachtoffer] zelf. De rechtbank is mede op grond daarvan van oordeel dat in de gegeven omstandigheden de verdachte een zodanig psychisch en uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht had op het slachtoffer en een zodanige psychische druk op [slachtoffer] uitoefende dat het voor [slachtoffer] moeilijk was om zich aan de bewezenverklaarde handelingen te onttrekken. Aldus was sprake van door de verdachte uitgeoefende dwang. Het verweer van de verdediging dat er geen sprake zou zijn van dwang, wordt dan ook verworpen.

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank stelt vast dat uit de psychische rapportage die over [slachtoffer] is opgesteld blijkt dat er bij [slachtoffer] sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens. Deze gebrekkige ontwikkeling heeft met zich gebracht dat [slachtoffer] niet in staat was ten tijde van de tenlastegelegde periode weerstand te bieden tegen de seksuele handelingen. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij wist dat [slachtoffer] naar speciaal onderwijs ging en dat er bij haar sprake was van een verstandelijke beperking.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht bij [slachtoffer] terwijl er sprake was van dwang in de zin van het uiten van de onder 1 van de tenlastelegging genoemde woorden. Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte met [slachtoffer] handelingen heeft gepleegd die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl hij wist dat zij daartegen door een gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens geen weerstand kon bieden.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 01 december 1991 tot en met 31 mei 2002 te Nijmegen, (telkens) door bedreiging met een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte meermalen zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer] gebracht, en bestaande die bedreiging met die andere feitelijkheden hierin dat verdachte voornoemde [slachtoffer] telkens de woorden heeft toegevoegd: "dit is ons geheimpje en als je dit tegen mama zegt dan krijgt zij een epileptische aanval" en "als je het vertelt dan gaan mama en ik uit elkaar. Mama is dan weer alleen en dan krijgt zij denk ik weer (epileptische) aanvallen"

2.

hij op tijdstippen in de periode van 17 oktober 1986 tot en met 31 mei 2002 te Nijmegen, met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was daartegen weerstand te bieden, (telkens) een of meer handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte meermalen:

- één of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of

- zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of

- aan de borst(en) van die [slachtoffer] gelikt en/of gezogen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Verkrachting, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2:

Met iemand van wie hij weet dat zij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens lijdt dat zij niet of onvolkomen in staat is haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan als bijzondere voorwaarden gekoppeld een meldplicht en een behandelverplichting. De officier van justitie heeft niet alleen rekening gehouden met de ernst van de feiten, de lange periode waarin het tenlastegelegde heeft plaatsgevonden, maar ook de positie van het slachtoffer en de twijfels ten aanzien van spijt en berouw van verdachte. Ondanks dat de psycholoog die verdachte heeft onderzocht geen bijzondere voorwaarden adviseert, heeft de Reclassering dat destijds wel geadviseerd. De officier van justitie deelt de mening van de Reclassering en vordert dat de bijzondere voorwaarden worden opgelegd ter bescherming van de maatschappij en kwetsbare slachtoffers.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 1 en 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt dan verzoekt de rechtbank rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit de rapportage over verdachte blijkt dat hij geen pedofiele neigingen heeft en een kans op recidive is er niet. Daarnaast heeft verdachte geen justitiële documentatie en heeft hij veel spijt. Verdachte is bereid tot het ondergaan van een behandeling voor de verwerking en afwikkeling van het gebeuren. Verdachte zal achter zijn straf staan en deze ondergaan. Daarbij benadrukt de verdediging nog wel dat verdachte de volledige verzorging heeft over zijn hulpbehoevende partner. Mocht verdachte worden veroordeeld tot een gevangenisstraf dan zal zijn partner vereenzamen en kan hij haar niet bijstaan.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd
1 oktober 2013;

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 13 augustus 2013, betreffende verdachte, en

 een psychologisch rapport van drs. [psycholoog], GZ-psycholoog, gedateerd
6 maart 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen bij [slachtoffer], zijn stiefdochter. Verdachte was bij het gezin van [slachtoffer]
- bestaande uit [slachtoffer], haar moeder en twee zusjes - in huis komen wonen toen hij een relatie met haar moeder kreeg. Het misbruik heeft over een lange periode plaatsgevonden en is in de pubertijd van [slachtoffer] begonnen en heeft zelfs voortgeduurd toen zij al uit huis was en hij haar met haar administratie hielp. Bij het misbruik heeft verdachte bewust een situatie laten ontstaan waarbij sprake was van dwang voortvloeiend uit de verhouding (stiefvader-stiefdochter) en ook de woorden die verdachte tegen [slachtoffer] heeft geuit.


Verdachte heeft het vertrouwen van het slachtoffer, zijn stiefdochter, op grove wijze beschaamd en een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en geestelijke integriteit. Het slachtoffer verkeerde, vanwege haar psychische ontwikkeling en haar relatie tot verdachte, in een kwetsbare positie en zij was niet in afdoende mate in staat om aan het handelen van verdachte weerstand te bieden. De rechtbank rekent het verdachte bovendien aan dat hij, ook toen hij inzag dat zijn handelen niet door de beugel kon, is doorgegaan met het plegen van ontuchtige handelingen. De gedragingen kunnen, naar de ervaring leert, voor slachtoffers ernstige psychische gevolgen hebben. Bij het handelen als bewezen verklaard heeft verdachte zich niet bekommerd om de gevolgen voor het slachtoffer, maar zich slechts gericht op zijn eigen behoeften. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat [slachtoffer] heeft geleden en nog steeds lijdt onder hetgeen er is gebeurd. Ook heeft het gebeurde een breuk in de familie teweeg gebracht.

Uit een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte volgt dat hij niet eerder ter zake gelijksoortige feiten is veroordeeld.

De reclassering adviseert als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een behandelverplichting op te leggen. Verdachte is recent onderzocht door een psycholoog en in het rapport wordt geadviseerd om geen interventies op te leggen.

De rechtbank is van oordeel dat, gezien alle omstandigheden, een gevangenisstraf passend is bij dit soort feiten. Dat verdachte daardoor in zijn persoonlijk leven, met name ten aanzien van de verzorging van zijn partner, belemmerd zal worden, kan daaraan gezien de ernst van de feiten niet afdoen. De duur van de gevangenisstraf zal korter zijn dan door de officier van justitie geëist, nu de rechtbank geen bijzondere voorwaarden zal opleggen en verdachte first offender is. Naar het oordeel van de rechtbank valt niet in te zien dat verdachte niet een behandeling op vrijwillige basis zou kunnen volgen of mogelijk een behandeling in het kader van een voorwaardelijke invrijheidstelling.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

6A. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 10.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens heeft zij verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] geheel toe te wijzen (met daarbij de wettelijke rente), waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 85 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen omdat de verdediging vrijspraak van feit 1 heeft bepleit. Subsidiair verzoekt de verdediging bij de beoordeling van de vordering rekening te houden met het feit dat de psychische klachten van de benadeelde partij [slachtoffer] zijn ontstaan toen ze minderjarig was. Het causaal verband tussen de psychische klachten en de tenlastegelegde feiten ontbreekt daarmee. Daarnaast is de hoogte van het schadevergoedingsbedrag niet eenvoudig vast te stellen.

Beoordeling door de rechtbank

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De benadeelde partij heeft psychische klachten opgelopen in de tenlastegelegde periode. De rechtbank is van oordeel dat niet eenvoudig kan worden vastgesteld of alle psychische klachten van de benadeelde partij aan verdachte zijn toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op een bedrag van € 5.000,-. Voor het overige zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

Voorts zal de rechtbank de gevorderde rente toewijzen per 31 mei 2002. Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 36f, 57, 242 en 243 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer], te betalen € 5.000,- (vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2002 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen € 5.000,- (vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 60 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. A.M. van Gorp (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en mr. M.A. Bijl, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 juli 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de regiopolitie Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL084A 2011063092, gesloten op 17 januari 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene] namens [slachtoffer], p. 19 e.v.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 2 oktober 2011, p. 30

4 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 2 oktober 2011, p. 31

5 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 2 oktober 2011, p. 32

6 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 2 oktober 2011, p. 33.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 2 oktober 2011, p. 32

8 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 2 oktober 2011, p. 33

9 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 oktober 2013.

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 10 januari 2013, p. 130.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 10 januari 2013, p. 114

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 10 januari 2013, p. 116

13 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 10 januari 2013, p. 118

14 Het psychologisch onderzoek betreffende [slachtoffer], d.d. 15 mei 2014, p. 14 en 15.