Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:4344

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-06-2014
Datum publicatie
14-07-2014
Zaaknummer
262077
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet openbare aanbestedingsprocedure. Geschil over beoordelingssystematiek. Aanbesteding vormgegeven op een open manier, beroep gedaan op creativiteit en innovatviteit van de inschrijvers. Hierdoor heeft aanbestedende dienst grote mate van vrijheid in wegen en beoordelen plannen van aanpak en toekennen van punten. Nadere motivering gunningsbeslissing, HR 7 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW 9231 (KPN/Staat).

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 2.130
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2015/746
JAAN 2014/154 met annotatie van mr. drs. T.H. Chen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/262077 / KG ZA 14-168

Vonnis in kort geding van 10 juni 2014

in de zaak van

1. vennootschap onder firma

[eiser sub 1] ,

gevestigd te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 2] ,

gevestigd te [plaats],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 3] ,

gevestigd te [plaats],

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 4] ,

gevestigd te [plaats],

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 5] ,

gevestigd te [plaats],

eiseressen,

advocaat mr. M. Pinto te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

WATERSCHAP RIVIERENLAND,

zetelend te Tiel,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Jacobse te Middelburg,

waarin hebben gevorderd als tussenkomende partijen te worden toegelaten

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GMB CIVIEL B.V.

gevestigd te Opheusden,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN OORD NEDERLAND B.V.

gevestigd te Rotterdam

eiseressen na tussenkomst/voeging,

procesadvocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eisers], Waterschap Rivierenland en GMB-Van Oord genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de conclusie van antwoord van Waterschap Rivierenland met producties

  • -

    de incidentele conclusie van tussenkomst van GMB-Van Oord

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eisers]

  • -

    de pleitnota van Waterschap Rivierenland

  • -

    de pleitnota van GMB-Van Oord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In de planologische kernbeslissing (PKB) ‘Ruimte voor de Rivier’ zijn onder meer de maatregelen “Dijkverbetering Neder-Rijn/Betuwe/Tieler- en Culemborgerwaard” en “Dijkverbetering Lek/Betuwe/Tieler- en Culemborgerwaard opgenomen. De PKB tracht bij voorkeur de hogere maatgevende waterstanden (HR2001 t.o.v. HR1996) op te vangen door rivierverruiming. Waar dat niet kan of onaanvaardbaar duur is, worden de dijken versterkt. Voor deze dijkversterking komen zowel delen van de Lekdijk als de Neder-Rijndijk in aanmerking. Waterschap Rivierenland heeft een planstudie uitgevoerd naar de benodigde ingrepen op de betreffende dijktrajecten. Daarbij heeft Waterschap Rivierenland een 215 pagina’s tellend ‘Handboek ruimtelijke kwaliteit dijkverbetering Hagestein – Opheusden’ opgesteld waarin, aansluitend bij de PKB, de visie van het waterschap op de dijk is weergegeven.

2.2.

Waterschap Rivierenland heeft op 9 juli 2013 een niet openbare aanbesteding uitgeschreven onder de titel ‘Realiseren Dijkverbetering Hagestein-Opheusden’. De werkzaamheden bestaan uit het engineeren en uitvoeren van 30 kilometer dijkverbetering met oog voor ruimtelijke kwaliteit. Op deze aanbestedingsprocedure is het ARW 2012 van toepassing. Met de inschrijver aan wie het werk wordt gegund zal Waterschap Rivierenland een ontwerp- en realisatieovereenkomst sluiten met toepassing van het UAV-gc 2005. Als gunningscriterium heeft Waterschap Rivierenland dat van economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) gehanteerd.

2.3.

De aanbestedingsprocedure is beschreven in de aanbestedingsleidraad van
28 oktober 2013 (hierna: de aanbestedingsleidraad). Het EMVI-criterium is daarin, naast de aangeboden prijs, nader ingevuld met een beoordeling van de door inschrijvers in te dienen plannen van aanpak ‘Doorwerking en verankering van Ruimtelijke Kwaliteit’, ‘Zorg voor de Omgeving’ en ‘Grondstromen’. In de gehanteerde gunningssytematiek leidt een meerwaarde in de plannen van aanpak tot een fictieve korting op de aanneemsom.

2.4.

In de aanbestedingsleidraad is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

(…)

1.2.

Doel en beoogd resultaat aanbestedingsprocedure

De aanbestedende dienst is op zoek naar een marktpartij die in staat is op beheerste wijze circa 30 kilometer dijkverbetering uit te voeren met oog voor Ruimtelijke Kwaliteit in een gebied dat gekenmerkt wordt door dorpen, (agrarische) bedrijven, cultuurhistorie en natuur.

De doelstelling van de Opdrachtgever is via deze aanbestedingsprocedure een marktpartij of combinatie van marktpartijen te vinden die tegen een optimale prijs/kwaliteitsverhouding de dijkverbetering HOP engineert en uitvoert.

(…)

1.4.

Informatie van de Aanbestedende dienst bij start inschrijvingsfase

Bij de uitnodiging tot inschrijving ontvangen Gegadigden de benodigde informatie digitaal via Negometrix.

Deze informatie betreft:

  • -

    deze Aanbestedingsleidraad;

  • -

    contractdocumenten waarin de totale opdracht van het Werk staat omschreven:
    - Basisovereenkomst inclusief Annexen;

- Vraagspecificatie Eisen (VSE) inclusief bindende, informatieve en normatieve documenten;

- Vraagspecificatie Proces (VSP) inclusief bijlagen.

(…)

HOOFDSTUK 3 eisen en criteria

(…)

2. Plan van aanpak ‘Doorwerking en verankering van Ruimtelijke Kwaliteit’

Ruimtelijke Kwaliteit is één van de hoofddoelstellingen van de dijkverbetering Hagestein-Opheusden. De doelstelling van de opdrachtgever in deze fase is het uitwerken, verdiepen en uitvoeren van de door de opdrachtgever gewenste hoge Ruimtelijke Kwaliteit zoals vastgelegd in / voortkomend uit het Handboek Ruimtelijke Kwaliteit en de afzonderlijke projectplannen.

Het Plan van Aanpak ‘Doorwerking en verankering van Ruimtelijke Kwaliteit’ moet ingaan op de bijdrage die de Gegadigde gaat leveren voor de detailuitwerking, versterking, beleving van het (cultuurhistorisch)landschap en bestaat uit twee delen.

Deel 1: inhoudelijke visie op de opgave Ruimtelijke Kwaliteit:

Welke uitwerkingsopgaven worden gesignaleerd en welke visie heeft Gegadigde hierop? Aandachtspunten zijn onder meer:

 Hoe wordt omgegaan met continuïteit, variatie én ‘cruciale details’ van het dijkontwerp?

 Detailplannen voor de erven, met overgangen berm-damwand, herplant, verharding afritten e.d.

 Versterken van het landschap van de dijkzone door bijvoorbeeld:

 beplanting op particuliere gronden;

 sparen van een aantal bomen die als te verwijderen zijn aangemerkt door extra zorgvuldigheid in de uitvoering;

 extra verfijning aansluiting van de buitendijkse dijkteen en waterlopen op het uiterwaardenlandschap ter versterking van de ecologische betekenis.

 Maatwerklocaties (zie BIND-S – Handboek ruimtelijke kwaliteit) als Ruimtelijke opgave zien en hier een beschrijvend beeld over geven.

Deel 2 procesbeschrijving:

Voor een goede inbedding van Ruimtelijke Kwaliteit als integraal onderwerp bij ontwerpen en uitvoeren is een goede samenwerking tussen Gegadigde – Opdrachtgever, met bijzondere aandacht voor de samenwerking landschapsarchitect Opdrachtnemer en adviseur ruimtelijke kwaliteit opdrachtgever van groot belang.

Aandachtspunt hierin kunnen zijn:

 rol, verantwoordelijkheden en status van de landschapsarchitect binnen de organisatie van Opdrachtnemer;

 hoe is de verankering van Ruimtelijke Kwaliteit binnen het interne projectteam van gegadigde;

 samenwerking met de omgeving bij de nadere uitwerking van de plannen en de uitvoering tot Ruimtelijke Kwaliteit te komen;

 aantonen van Ruimtelijke Kwaliteit als integraal onderdeel van ontwerp en uitvoeringsprocessen.

(…)

3. Plan van Aanpak ‘Zorg voor de Omgeving’

Zorg voor de omgeving waarin het Werk plaats vindt is van grote waarde voor de Opdrachtgever. De Dijkverbetering HOP heeft een niet te onderschatten impact op zijn omgeving. Bij geen of te weinig aandacht en zorg voor de omgeving geeft dit zowel in het Project alsook na afronding van het Project veel overlast. Zorg voor de omgeving heeft betrekking op:

  • -

    het waarborgen van een minimale belemmering door de werkzaamheden voor alle verkeersdeelnemers

  • -

    het waarborgen van een optimale en contimue bereikbaarheid van woningen en bedrijven

  • -

    het beperken van schade en overlast die verband houden met de Dijkverbetering zijn.

Ten aanzien van de EMVI waardering ‘Zorg voor de Omgeving’ zijn er twee sub criteria te onderscheiden:

  1. De veiligheid en bereikbaarheid.

  2. Het voorkomen van Schade en het beperken van overlast.

Ad 1.

Het garanderen van het behoud van veiligheid van andere weggebruikers en in het bijzonder fietsend verkeer, die het werk kruisen en/of gebruik maken van gelijke (aanvoer) wegen.

Aandachtspunten hierin zijn:

(…)

Ad 2.

Voorkomen van overlast en schade aan objecten. De gegadigde kan door middel van het toepassen van minder risicovolle uitvoeringstechnieken en/of methoden van uitvoering een actieve bijdrage leveren aan het voorkomen van schade aan woningen, wegen en natuur. Aandachtspunten hierin zijn:

(…)

4. Plan van Aanpak grondstromen

De Gegadigde dient te allen tijde te voldoen aan de wettelijke eisen. Opdrachtgever en Opdrachtnemer zijn gebaat bij een goed en soepel verlopen proces betreffende de ontgraving, levering, transport en verwerking van grond en klei. Daarbij kan er door een juiste, deskundige en proactieve inzet en uitvoering van Gegadigde een faciliterend proces gevoerd worden. Van belang is ook om transparantie in grondstromen en grondstroomplanningen te laten zien, waardoor verstoring van het werkproces door onjuiste of onbegrepen handelingen van Gegadigde en ingrijpen door bevoegd gezag door vermeende regelovertreding sterk kunnen afnemen.

Belangrijk hierin is dat de Inschrijver de beheersing van de procedures rondom de grondstromen kan waarmaken, waarbij aandacht is voor zorgvuldige omgang met het bevoegd gezag (vergunningverleners en handhavers) en andere relevante stakeholders.

Er dient speciale aandacht te zijn voor de kwaliteitswensen van te leveren grond in relatie tot het perceelgebruik door grondgebruikers/huidige eigenaren, vanwege specifieke wet en regelgeving, specifieke gebruikerswensen en/of eisen die worden gesteld aan het (toekomstig) gebruik.

Aandachtspunten hierin zijn:

(…)

HOOFDSTUK 4 Beoordeling & Gunning

4.1.

Gunningscriterium

De beoordeling van de Inschrijvingen vindt plaats op basis van het gunningscriterium Economisch Meest Voordelige Inschrijving.

Het gunningscriterium is onderverdeeld in de criteria genoemd in onderstaande tabel. Daarbij is aangegeven wat de maximaal te behalen fictieve korting per criterium is. De werking van de systematiek van fictieve kortingen is beschreven in §4.7.

EMVI-criterium

Beoordeling op basis van

Maximale fictieve korting

1

Prijs

Inschrijfprijs conform Bijlage 2

n.v.t.

2

Doorwerking en verankering van Ruimtelijke Kwaliteit

Plan van Aanpak

€ 8 miljoen

3

Omgevingsaspecten

Plan van Aanpak

€ 12 miljoen

4

Grondstromen

Plan van Aanpak

€ 5 miljoen

EMVI-criteria Dijkverbetering HOP

De gunningprocedure bestaat uit de zes stappen zoals beschreven in §4.2- §4.7.

Beoordelingsteam

Om te komen tot een zorgvuldige aanbestedingsprocedure zijn vooraf beoordelingsteams samengesteld. Deze teams bestaan uit medewerkers van Waterschap Rivierenland, eventueel aangevuld met externe deskundige(n). De organisatie die de externe deskundige(n) levert is uitgesloten van deze aanbesteding. De leden van de beoordelingsteams hebben een zwijgplicht gedurende de gehele aanbestedingsprocedure. WSRL is niet verplicht interne (aanbestedings) documenten, zoals resultaten van evaluaties, adviezen aangaande kwalificatie en gunning aan Inschrijvers bekent te maken.

De kwaliteitscriteria die door middel van een Plan van Aanpak (criteria 2,3 en 4) tot een EMVI score leiden zijn wel verduidelijkt echter zijn op een redelijk abstractieniveau gehouden. Dit om Inschrijvers uit te dagen plannen in te dienen waarin ze onderscheiden kunnen zijn.

(…)

4.4.

Beoordeling EMVI algemeen

Bij de EMVI criteria moet worden uitgegaan van minimale eisen (die ook in het bestek staan). De kwaliteit van de beschrijving van de inspanningsverplichting die bijdraagt aan de doelstelling van het Waterschap bepaalt de score.

Om tot een objectieve beoordeling te komen vraagt de Aanbestedende dienst om per Plan van Aanpak (SMART) meetbaar te omschrijven welke onderwerpen relevant zijn en effectief bijdragen aan de doelstelling. Indien in het Plan van Aanpak van de inschrijver geen meetbare criteria worden opgenomen, wordt geen punten toegekend aan de betreffende score van het onderdeel.

Voor de beoordeling van deze criteria wordt onderscheid gemaakt in minimale inschrijvingsvereisten waaraan de inschrijvingen moeten voldoen en de meerwaarde die de inschrijvers aanbieden ten opzichte van elkaar en van de minimale eisen. De meerwaarde die de opdrachtgever aan deze aspecten toekent wordt omgerekend in een fictieve korting op de inschrijfprijs. Om de aannemer aan wie het werk wordt opgedragen ook tijdens de uitvoering aan zijn meerwaarde te conformeren wordt een boeteregeling ingesteld.

4.5.

Stap 3: beoordeling criterium ‘Doorwerking en verankering van Ruimtelijke Kwaliteit’

Een beoordelingsteam bestaande uit 5 personen, dit zijn medewerkers van Waterschap Rivierenland, eventueel aangevuld met externe deskundige(n), zij beoordelen (zie §3.1, onder punt 2) de aangeboden delen van het Plan van Aanpak ‘Doorwerking en verankering Ruimtelijke Kwaliteit’. Elk lid van het beoordelingsteam beoordeelt het plan van aanpak op de beoordelingscriteria Inhoudelijke visie & Procesbeschrijving. Daarna komen alle beoordelingsteamleden bij elkaar en komen in overleg tot een unanieme beoordeling per beoordelingscriterium, conform de beoordelingscategoriën in onderstaande beoordelingstabel.

De maximaal te behalen fictieve korting is € 8.000.000. (zegge: acht miljoen euro).

De punten voor Procesbeschrijving (maximaal 100 punten) en Inhoudelijke visie (maximaal 100 punten) worden bij elkaar opgeteld. Er worden per categorie geen waarden tussen de 0 en 60 punten en tussen de 60 en 100 toegekend. Het maximaal totaal aantal te behalen punten is 200. De volgende punten en bijbehorende EMVI waarde zouden dan toegekend kunnen worden.

4.6.

Stap 4: beoordeling criterium ‘Omgevingsaspecten’

Voor dit criterium is een beoordelingsteam samengesteld met 5 ter zake kundige specialisten van WSRL. Het beoordelingsteam beoordeelt het Plan van Aanpak Omgevingsaspecten (zie §3.1, onder punt 3). Elk lid van het beoordelingsteam beoordeelt het plan van aanpak omgevingsaspecten op de beoordelingscriteria Omgevinsaspecten. Daarna komen alle beoordelingsteamleden bij elkaar en komen in overleg tot een unanieme beoordeling per beoordelingscriterium, conform de beoordelingscategoriën in onderstaande beoordelingstabel.

De maximaal te behalen fictieve korting is € 12.000.000,-- (zegge: twaalf miljoen euro).

(…)

De punten voor Behoud van veiligheid (maximaal 100 punten) en Voorkomen van overlast en schade (maximaal 100 punten) worden bij elkaar opgeteld. Er worden per categorie geen waarden tussen de 0 en 60 en tussen de 60 en 100 toegekend. Het maximaal totaal aantal te behalen punten is 200.

4.7.

Stap 5: beoordeling criterium ‘Grondstromen’

Voor dit criterium is een beoordelingsteam samengesteld met 5 ter zake deskundige specialisten van WSRL dat het plan van Aanpak Grondstromen (zie §3.1 punt 4) beoordeelt. Elk lid van het beoordelingsteam beoordeelt het plan van aanpak op het beoordelingscriteria Aanpak Grondstromen. Daarna komen alle beoordelingsteamleden bij elkaar en komen in overleg tot een unanieme beoordeling conform de beoordelingscategoriën in onderstaande beoordelingstabel. Er worden per categorie geen waarden tussen de 0 en 60 en tussen de 60 en 100 toegekend.

De maximaal te behalen fictieve korting is € 5.000.000. (zegge: vijf miljoen euro).

4.8.

Stap 6: bepaling fictieve inschrijfsom en EMVI

Op basis van de behaalde fictieve korting(en) uit stap 2 tot en met stap 5 wordt de fictieve inschrijfsom per Inschrijving bepaald.

De fictieve inschrijfsom van een Inscrijver is zijn inschrijfprijs met daarop in mindering gebracht zijn behaalde fictieve kortingen.

De Inschrijving van de Inschrijver met de laagste fictieve inschrijfsom is de EMVI. Bij gelijke EMVI van twee of meer Inschrijvingen bepaalt de laagste Inschrijfprijs de winnaar.

2.5.

Bij brief van 11 maart 2014, verzonden op 17 maart 2014, (hierna: de brief van 11 maart 2014) heeft Waterschap Rivierenland aan [eisers] meegedeeld dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan GMB-Van Oord. In deze brief is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

Beoordeling Plannen van Aanpak

Beoordeling plan van aanpak Ruimtelijke kwaliteit

(beoordelingscriteria: Inhoudelijke visie & procesbeschrijving)

Er wordt onvoldoende ingegaan op de aandachtspunten die reeds in het handboek Ruimtelijke Kwaliteit zijn aangereikt. De focus in uw aanbieding ligt voor een groot deel op toevoegingen aan de dijk en niet op de essentie van de dijk. Er is aandacht voor de verkeerskundige aspecten echter geeft dit in het totaalbeeld niet of nauwelijks meerwaarde van de gestelde minimum eisen. Ten aanzien van het proces valt op dat de landschapsarchitect geen lid is van het IPM-team doch slechts van het Kernteam.

Voor dit onderdeel heeft u geen meerwaarde gescoord en daarmee geen fictieve korting behaald.

Beoordeling plan van aanpak Omgevingsaspecten

(beoordelingscriteria: Behoud van veiligheid en bereikbaarheid & Voorkomen van overlast en schade)

De door u beschreven maatregelen voor het onderdeel veiligheid en bereikbaarheid zijn niet positief onderscheidend ten opzichte van de minimumeisen in de Vraagspecificatie. Voor dit subcriterium heeft u geen meerwaarde gescoord (0 punten).

Korte toelichting bij score subcriterium voorkomen van overlast en schade:

Als inschrijver bent u zich bewust dat de meeste schade in dit Werk wordt veroorzaakt bij het aanbrengen van damwanden en daar anticipeert u op door met concrete en SMART omschreven beheersmaatregelen.

Voor het subcriterium overlast en schade heeft u gemiddelde meerwaarde van 60 punten gescoord en de daarbij behorende fictieve korting van 3,6 miljoen euro behaald.

Beoordeling plan van aanpak Grondstromen

(beoordelingscriterium: Grondstromen)

In uw plan ontbreekt een helder concreet omschreven omgang met Bevoegd Gezagen en de procedure omtrent het vergunningenspoor. De gebruikerswensen van de perceeleigenaren worden kort aangehaald middels “keukentafelgesprekken”, maar een verdere uitwerking en/of afbakening van de gebruikerswensen ontbreekt in deze plannen. Voor dit onderdeel heeft u geen meerwaarde gescoord en daarmee geen fictieve korting behaald.

Voorlopige gunning aan EMVI

Deze toetsing en beoordeling heeft ertoe geleid dat de combinatie GMB van Oord Nederland bv de laagste fictieve inschrijving is. Daarom is deze inschrijving ook aangemerkt als zijnde de economisch meest voordelige inschrijving en besloten deze opdracht voorlopig te gunnen aan de combinatie GMB van Oord Nederland bv.

2.6.

In de e-mail van 5 april 2014 heeft de heer Folkersma van Waterschap Rivierenland onder meer het volgende aan [eisers] geschreven:

Naar aanleiding van uw dreigende dagvaarding is hedenochtend zoals u door uw advocaat geïnformeerd bent de Stand Still periode voor de aanbesteding dijkverbetering Hagestein – Opheusden met 5 dagen verlengd.

Wij willen u hierbij uitnodigen voor een gesprek inzake de beoordeling van uw plannen van aanpak.

Tegelijkertijd wil ik u hierbij verzoeken uw vragen t.a.v. de door ons uitgevoerde beoordeling en motivering schriftelijk toe te lichten zodat wij woensdag volledig kunnen informeren.

Verder wil ik u ook vragen aan mij door te geven wie woensdag aanwezig zullen zijn zodat de receptie op de hoogte kan worden gebracht van uw komst.

(…)

Graag zien wij u woensdag 9 april op ons kantoor in Tiel om 13.00 uur verschijnen.

2.7.

Waterschap Rivierenland heeft aan [eisers] op de bijeenkomst van 9 april 2014 een mondelinge toelichting gegeven op de scores. [eisers] heeft hiervan een gespreksnotitie gemaakt.

2.8.

Bij brief van 25 april 2014 (hierna: de brief van 25 april 2014) heeft Waterschap Rivierenland een toelichting gegeven op de motivering in de brief van 11 maart 2014. In deze brief is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

(…)

Ondanks het feit dat wij menen dat reeds voldoende helder inzicht is gegeven in onze beoordeling geven wij op uw uitdrukkelijk verzoek met deze brief een nadere uiteenzetting. Wij zullen hierna per onderdeel van het Plan van Aanpak de beoordeling nader toelichten.

1 Inhoudelijke beoordeling PvA ‘Ruimtelijke Kwaliteit’ [eisers]

1.1

Toelichting op beoordeling uit voorlopige afwijzingsbrief van 11 maart 2014

(…)

1.2.

Aanvullende toelichting op beoordeling conform toezegging uit gesprek van 9 april 2014

Beoordelingscategorie: Deel 1 Inhoudelijke visie op de opgave Ruimtelijke Kwaliteit, als in paragraaf 3.1. van de aanbestedingsleidraad.

De overwegingen die hebben geleid tot het oordeel “Nauwelijks tot geen meerwaarde” zijn als volgt:

(…)

Het beoordelingsteam heeft een zorgvuldige beoordeling uitgevoerd conform de beschreven beoordelingssystematiek in paragraaf 4.4. en 4.5. van de aanbestedingsleidraad. Het beoordelingsteam is unaniem van oordeel dat de voorgestelde maatregelen als totaal nauwelijks tot niet effectief zijn en dat er nauwelijks tot geen sprake is van positief onderscheidend vermogen ten opzichte van de minimumeisen in de Vraagspecificatie.

Er is wel aandacht voor het aspect van verkeerskundig onderzoek naar de continuïteit en evenwichtige dijkinrichting en uitstraling en natuurontwikkeling door het aanleggen van natuuroevers aan de buitenzijde van slootoevers. Ook krijgt het behoud/terugplaatsen van bomen door treffen van 3 typen maatregelen aandacht. De voorgestelde maatregelen in totaal dragen echter niet of maar beperkt bij aan het doel van de OG en wegen onvoldoende als maatregelen om in de beoordelingscategorie gemiddelde meerwaarde te scoren. Het beoordelingsteam heeft op basis van deze beoordeling en weging het plan van aanpak Ruimtelijke Kwaliteit op het onderdeel “inhoudelijke visie” 0 punten gegeven”.

Beoordelingscategorie: Deel 2 procesbeschrijving, als in paragraaf 3.1 van de aanbestedingsleidraad.

De overwegingen die hebben geleid tot het oordeel “Nauwelijks tot geen meerwaarde” zijn als volgt:

(…)

Het beoordelingsteam heeft een zorgvuldige beoordeling uitgevoerd conform de beschreven beoordelingssystematiek in paragraaf 4.4. en 4.5. van de aanbestedingsleidraad. Het beoordelingsteam is unaniem van oordeel dat de voorgestelde maatregelen als totaal nauwelijks tot niet effectief zijn en dat er nauwelijks tot geen sprake is van positief onderscheidend vermogen ten opzichte van de minimumeisen in de Vraagspecificatie.

Ten opzichte van de minimumeisen is het aspect van samenwerking met de omgeving goed ingevuld door maatwerk aan de dijk in samenwerking met het Gelders genootschap, dit geeft echter in het totaalbeeld nauwelijks tot geen meerwaarde.

De voorgestelde maatregelen in totaal dragen niet of maar beperkt bij aan het doel van de OG en wegen onvoldoende als maatregelen om in de beoordelingscategorie gemiddelde meerwaarde te scoren. Het beoordelingsteam heeft op basis van deze beoordeling en weging het plan van aanpak Ruimtelijke Kwaliteit op het onderdeel “procesbeschrijving” 0 punten gegeven”.

2 Inhoudelijke beoordeling PvA ‘Zorg voor de Omgeving’ [eisers]

2.1

Toelichting beoordeling uit voorlopige afwijzingsbrief van 11 maart 2014

(…)

2.2

Aanvullende toelichting op beoordeling conform toezegging uit gesprek van 9 april 2014

Beoordelingscategorie: Behoud van veiligheid en bereikbaarheid, als in paragraaf 3.1. van de aanbestedingsleidraad

De overwegingen die hebben geleid tot het oordeel “Nauwelijks tot geen meerwaarde” zijn als volgt:

(…)

Het beoordelingsteam heeft een zorgvuldige beoordeling uitgevoerd conform de beschreven beoordelingssystematiek in paragraaf 4.4. en 4.5. van de aanbestedingsleidraad. Het beoordelingsteam is unaniem van oordeel dat de voorgestelde maatregelen als totaal nauwelijks tot niet effectief zijn en dat er nauwelijks tot geen sprake is van positief onderscheidend vermogen ten opzichte van de minimumeisen in de Vraagspecificatie.

Ten opzichte van de minimumeisen is een aantal aspecten (aanvoer over water van een aantal bouwstoffen, geen transporten op tijdstippen waar veel fietsverkeer is, flyers en voorlichting op scholen over de omleidingsroutes en aanleg van een tijdelijke weg t.b.v. fietsverkeer bij veer Opheusden) goed ingevuld. Dit geeft echter in het totaalbeeld nauwelijks tot geen meerwaarde. De voorgestelde maatregelen in totaal dragen niet of maar beperkt bij aan het doel van de OG en wegen onvoldoende als maatregelen om in de beoordelingscategorie gemiddelde meerwaarde te scoren. Het beoordelingsteam heeft op basis van deze beoordeling en weging in het plan van aanpak Zorg voor de Omgeving op het onderdeel “behoud van veiligheid en bereikbaarheid” 0 punten gegeven”.

Beoordelingscategorie: Voorkomen van overlast en schade, als in paragraaf 3.1 van de aanbestedingsleidraad.

De overwegingen ten aanzien van de voorgestelde maatregelen zijn als volgt:

(…)

Het beoordelingsteam heeft een zorgvuldige beoordeling uitgevoerd conform de beschreven beoordelingssystematiek in paragraaf 4.4. en 4.5. van de aanbestedingsleidraad. Het beoordelingsteam is unaniem van oordeel dat de voorgestelde maatregelen als totaal nauwelijks tot niet effectief zijn en dat er nauwelijks tot geen sprake is van positief onderscheidend vermogen ten opzichte van de minimumeisen in de Vraagspecificatie. Het gaat hier om maatregelen waarmee schade door het aanbrengen van damwanden worden voorkomen. De beheersmaatregelen hiervoor zijn SMART beschreven zoals: extra veiligheidsmarge op grenswaarden, damwanden met een klein specifiek oppervlak, drukken van damwanden bij cat. 3 bouwwerken en rekening houden met natuurlijke aanpassingen van de grondwaterstand. Ook het vastleggen van de huidige staat van cultuurland en het houden van keukentafelgesprekken om afspraken te maken is positief onderscheidend. Dit leidt ertoe dat de voorgestelde maatregelen in totaal bijdragen aan het doel van de OG en gezamenlijk voldoende wegen om in de beoordelingscategorie gemiddelde meerwaarde te scoren. Het beoordelingsteam heeft op basis van deze beoordeling en weging het plan van aanpak Zorg voor de Omgeving op het onderdeel “voorkomen van overlast en schade” 60 punten gegeven”.

3 Inhoudelijke beoordeling RvA ‘Grondstromen’ [eisers]

3.1.

Toelichting beoordeling uit voorlopige afwijzingsbrief van 11 maart 2014

(…)

3.2.

Aanvullende toelichting op beoordeling conform toezegging uit gesprek van 9 april 2014

Beoordelingscategorie: Grondstromen, als in paragraaf 3.1 van de aanbestedingsleidraad.

De overwegingen die hebben geleid tot het oordeel “Nauwelijks tot geen meerwaarde” zijn als volgt:

(…)

Het beoordelingsteam heeft een zorgvuldige beoordeling uitgevoerd conform de beschreven beoordelingssystematiek in paragraaf 4.4. en 4.5. van de aanbestedingsleidraad. Het beoordelingsteam is unaniem van oordeel dat de voorgestelde maatregelen als totaal nauwelijks tot niet effectief zijn en dat er nauwelijks tot geen sprake is van positief onderscheidend vermogen ten opzichte van de minimumeisen in de Vraagspecificatie.

Het grondstromenregistratiesysteem (OMS) en de dagelijkse controle van gecertificeerde grondstromentoezichthouder is ten opzichte van de minimumeisen goed ingevuld. De voorgestelde maatregelen in totaal dragen niet of maar beperkt bij aan het doel van de OG en wegen onvoldoende als maatregelen om in de beoordelingscategorie gemiddelde meerwaarde te scoren. Het beoordelingsteam heeft op basis van deze beoordeling en weging het plan van aanpak grondstromen 0 punten gegeven”.

(…).

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair: Waterschap Rivierenland te verbieden uitvoering te geven aan het door haar geuite gunningsvoornemen aan een derde, en het Waterschap te gebieden – voor zover zij het werk nog wenst op te dragen – het werk aan geen ander dan [eisers] op te dragen zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 500.000,= te vermeerderen met een bedrag van € 5.000,= per dag dat de overtreding voortduurt;

Subsidiair: Waterschap Rivierenland te gebieden, indien en voor zover Waterschap Rivierenland de opdracht nog wenst te vergeven, de in het kader van vorenbedoelde aanbestedingsprocedure ontvangen inschrijvingen opnieuw te laten beoordelen door een beoordelingsteam dat onafhankelijk is van Waterschap Rivierenland, met inachtneming van de Aanbestedingswet, de beginselen van het aanbestedingsrecht en de aanbestedingsdocumenten, met dien verstande dat inschrijvers, waaronder eiseres, een 'nieuwe’ termijn conform artikel 2:127 AW gegund krijgen om in rechte tegen die nieuwe voorlopige gunningsuitslag op te komen, alvorens Waterschap Rivierenland de aanbestedingsprocedure (weer) mag voortzetten, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 500.000,= te vermeerderen met een bedrag van € 5.000,= per dag dat de overtreding voortduurt;

Meer subsidiair: Waterschap Rivierenland te verbieden de opdracht op basis van de thans voorliggende gunningsbeslissing definitief te gunnen en voor zover Waterschap Rivierenland de onderhavige opdracht nog wenst te vergeven, die opdracht te vergeven middels een heraanbesteding dan wel een nieuwe aanbesteding, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 500.000,= te vermeerderen met een bedrag van € 5.000,= per dag dat de overtreding voortduurt;

Waterschap Rivierenland te veroordelen in de proceskoten, de nakosten en de wettelijke rente over de kosten.

3.2.

Waterschap Rivierenland voert verweer.

3.3.

GMB-Van Oord vordert in het incident te worden toegelaten als tussenkomende partij. In de hoofdzaak vordert zij primair Waterschap Rivierenland te gelasten het werk, in het geval Waterschap Rivierenland de door haar voorgenomen opdracht voor de dijkverbetering in het traject Hagestein-Opheusden daadwerkelijk zal doen uitvoeren, op te dragen aan GMB-Van Oord en de vorderingen van [eisers] af te wijzen. Subsidiair vordert zij in het incident zich te voegen aan de zijde van Waterschap Rivierenland en in de hoofdzaak de vorderingen van [eisers] af te wijzen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in het incident

4.1.

[eisers] en Waterschap Rivierenland hebben geen verweer gevoerd tegen de tussenkomst van GMB-Van Oord. Bovendien heeft GMB-Van Oord een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang om als tussenkomende partij in het geding te komen, omdat zij de inschrijver is aan wie de opdracht voorlopig is gegund. Daarom zal GMB-Van Oord worden toegelaten als tussenkomende partij. [eisers] en Waterschap Rivierenland zullen daarbij in de kosten van het incident worden veroordeeld, welke kosten worden begroot op nihil.

in de hoofdzaak

4.2.

Het spoedeisend belang vloeit voldoende uit de stellingen van [eisers] voort.

4.3.

Tussen [eisers] en Waterschap Rivierenland is geschil over de wijze waarop de beoordelingssystematiek moet worden toegepast en dan met name over hoe de toekenning van punten aan de plannen van aanpak moet worden verstaan. Dit is een kwestie van uitleg waarop de zogeheten CAO-norm moet worden toegepast. Dat betekent dat het geheel van de aanbestedingsstukken moet worden gelezen in onderling verband en op een wijze zoals een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver die moet begrijpen. Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

4.4.

Uit de tekst van het hoofdstuk ‘Beoordeling & Gunning’ in de aanbestedingsleidraad blijkt dat de beoordeling is ingedeeld in verschillende beoordelingscategorieën. Binnen deze beoordelingscategorieën kan volgens de matrix een uitmuntende meerwaarde, een gemiddelde meerwaarde of nauwelijks tot geen meerwaarde worden gescoord. Een uitmuntende meerwaarde, zo staat in de aanbestedingsleidraad, kan worden gescoord als voldaan is aan de minimumeisen, de voorgestelde maatregelen vergaand en effectief zijn, er sprake is van in meerdere opzichten positief onderscheidend vermogen ten opzichte van de minimumeisen in de Vraagspecificatie en waarmee de verwachtingen van de aanbestedende dienst wordt overtroffen.

Een gemiddelde meerwaarde kan worden gescoord als voldaan is aan de minimumeisen, er sprake is van op een enkel of enkele opzichten positief onderscheidend vermogen ten opzichte van de minimumeisen in de Vraagspecificatie en waarmee een duidelijke invulling aan de verwachtingen van de aanbestedende dienst is gegeven.

Nauwelijks tot geen meerwaarde is er als aan de minimumeisen is voldaan, de voorgestelde maatregelen nauwelijks tot niet effectief zijn en er nauwelijks tot geen sprake is van positief onderscheidend vermogen ten opzichte van de minimumeisen in de Vraagspecificatie en daarmee nauwelijks tot geen invulling wordt gegeven aan de verwachtingen van de aanbestedende dienst. Uit het voorgaande blijkt dus dat de meerwaarde wordt gemeten ten opzichte van de in de Vraagspecificatie genoemde minimumeisen. Het alleen voldoen aan de minimumeisen levert dus geen meerwaarde op. Ook voorgestelde maatregelen die voldoen aan de minimumeisen maar die nauwelijks tot niet effectief zijn en nauwelijks tot geen positief onderscheidend vermogen hebben, vallen in de 0 punten categorie. Om punten te kunnen scoren moet dus sprake zijn van een echte meerwaarde van (onderdelen van) de plannen.

4.5.

[eisers] heeft zich op het standpunt gesteld dat als een plan van aanpak voldoet aan de vraag gesteld in de aanbestedingsleidraad en sprake is van ‘op een enkel of enkele opzichten positief onderscheiden vermogen ten opzichte van de minimumeisen’ een inschrijver mag rekenen op een score van 60 punten. Als invulling is gegeven aan de aandachtspunten uit Hoofdstuk 3 van de aanbestedingsleidraad (‘voldoet aan de vraag gesteld in de Aanbestedingsleidraad’) en op voorhand aannemelijk is dat een bepaalde methodiek zal werken (‘de voorgestelde maatregelen zijn effectief’) en op een enkel of enkele opzichten het plan onderscheidend is ten opzichte van de Vraagspecificatie, dan geeft het plan daarmee duidelijk invulling aan de verwachtingen van Waterschap Rivierenland en mag een inschrijver dus rekenen op 60 punten, aldus [eisers].

4.6.

Deze opvatting is niet juist. De beoordelingscategorieën moeten worden gelezen in de gehele context van de aanbesteding. De categorie nauwelijks tot geen meerwaarde omvat blijkens de beschrijving ook plannen die nauwelijks meerwaarde opleveren. Een plan dat dus een beetje uitgaat boven de minimumeisen zal geen punten verdienen. Voor het verdienen van 60 punten is vereist dat de plannen in een enkel of in enkele opzichten substantieel boven de minimumeis uitkomen. Het woordje ‘enkel’ in de categorie gemiddelde meerwaarde moet dan ook niet zo worden begrepen dat daaraan zal zijn voldaan in het geval er iets meer dan het minimum is geboden. In de aanbestedingsleidraad staat bij het plan van aanpak ‘Doorwerking en verankering van Ruimtelijke Kwaliteit’ een duidelijke verwijzing naar het Handboek Ruimtelijke Kwaliteit. De hele aanbestedingsleidraad is zo ingestoken dat van inschrijvers werd verwacht dat zij in de plannen van aanpak creativiteit en innovativiteit aan de dag zouden leggen, zodat de onderhavige 30 kilometer dijk op een innovatieve manier en met een nadrukkelijk oog voor ruimtelijke kwaliteit een verbetering kan ondergaan. Dan zou pas sprake zijn van een duidelijke meerwaarde. In dat licht bezien is het toevoegen van een enkel elementje aan de dijk, zoals het sparen van een aantal bomen, het bieden van een doorkijkje of picknickplaatsen, onvoldoende. De gehele dijk als element in het landschap moest immers in ogenschouw worden genomen. Hetzelfde geldt voor de plannen van aanpak ‘Zorg voor de Omgeving’ en ‘Grondstromen’. Ook hier is het toevoegen van een enkel element onvoldoende. Wat ook pleit tegen de lezing van [eisers] zijn de kortingen (emvi waardes) die de inschrijvers kunnen verdienen bij 60 punten of meer, beginnend bij een korting van 2,4 miljoen euro bij 60 punten. Deze kortingsbedragen zijn zo substantieel, dat dit bijdraagt aan de opvatting dat sprake moet zijn van een substantiële meerwaarde van (een onderdeel van) een plan van aanpak om voor een dergelijke korting en dus voor de daarmee corresponderende punten in aanmerking te komen.

4.7.

In de aanbestedingsleidraad staat verder als doel en beoogd resultaat van de aanbesteding vermeld dat Waterschap Rivierenland op zoek is naar een marktpartij die in staat is om op beheerste wijze circa 30 kilometer dijkverbetering uit te voeren met oog voor Ruimtelijke Kwaliteit in een gebied dat gekenmerkt wordt door dorpen, (agrarische) bedrijven, cultuurhistorie en natuur. Verder heeft Waterschap Rivierenland in de aanbestedingsleidraad de kwaliteitscriteria, die door middel van een plan van aanpak tot een EMVI score kunnen leiden, verduidelijkt. Deze kwaliteitscriteria zijn wel op een redelijk abstractieniveau gehouden. Dit, zo stelt de aanbestedingsleidraad, om inschrijvers uit te dagen plannen in te dienen waarmee ze onderscheidend kunnen zijn. Waterschap Rivierenland heeft hiermee een beroep gedaan op de creativiteit en de innovativiteit van de inschrijvers. De aanbesteding is dus vormgegeven op een open manier en ook de beoordelingsmatrix is hierop aangepast door gebruik te maken van drie beoordelingscategorieën waarbij in staffelvorm 0, 60 of 100 punten kunnen worden toegekend. Door deze wijze van aanbesteden heeft de aanbestedende dienst een grote mate van vrijheid in het wegen en beoordelen van de plannen van aanpak en het toekennen van de punten.

4.8.

Op zichzelf is niet in geschil dat bij een opdracht als deze het niet ongewoon is om op deze wijze aan te besteden. Waterschap Rivierenland en GMB-Van Oord hebben onbetwist gesteld dat meerdere aanbestedingen in het kader van het PKB ‘Ruimte voor de Rivier’ op deze wijze zijn vormgegeven, waarbij ook hetzelfde staffelsysteem van punten is gehanteerd. GMB-Van Oord heeft er terecht op gewezen dat ook in de literatuur wordt verdedigd dat juist bij opdrachten die inschrijvers in meerdere of mindere mate een eigen (ontwerp)verantwoordelijkheid laten, zoals design & constructopdrachten, het objectief gerechtvaardigd kan zijn om aan de aanbestedende diensten een ruimere beoordelingsvrijheid te laten toekomen. De reden hiervan is dat bij dergelijke opdrachten de kwalitatieve aspecten van aanbiedingen sterk uiteen kunnen lopen. Aanbestedende diensten moeten daardoor een keuze maken uit aanbiedingen die uiteenlopende oplossingen bieden. Daarvoor is het nodig dat de gunningscriteria op een hoger abstractieniveau liggen. Uit de praktijk blijkt dat de in die markt behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers hiermee voldoende richting wordt gegeven. Geen van de inschrijvers heeft overigens in de inlichtingenfase vragen gesteld over de gehanteerde gunningssystematiek. Aangenomen wordt dan ook dat [eisers] dit ook zo heeft begrepen. Dat het hier niet een design & constructopdracht betreft maar een engineer & constructopdracht, zoals [eisers] heeft betoogd, is niet van belang. Het gaat erom dat deze aanbesteding zo is vormgegeven dat van de inschrijvers verwacht werd dat zij zelf met creatieve en innovatieve ideeën moesten komen, waarmee de voorwaardelijke opdracht moest worden aangekleed. Het is, gezien deze gunningssystematiek, dan ook aan de aanbestedende dienst om de beoordeling van de plannen van aanpak uit te voeren en om de punten toe te kennen en niet aan de rechter. Aan de aangewezen beoordelaars komt dan ook de nodige vrijheid toe, temeer nu zij geacht mogen worden te zijn aangewezen vanwege hun specifieke deskundigheid. Bij de weging van de beoordeling – welk puntenaantal wordt toegekend – is de beoordelingscommissie vrij. De beoordeling behoort in kort geding slechts marginaal te worden getoetst en alleen in het geval van duidelijke fouten of vergissingen is er plaats voor ingrijpen.

4.9.

[eisers] heeft heel wat punten aangevoerd waarom de door Waterschap Rivierenland uitgevoerde beoordeling niet zou kloppen. Deze punten betreffen echter geen duidelijke fouten of vergissingen in de beoordeling door Waterschap Rivierenland. Ook zijn er geen aanwijzingen dat de beoordeling heeft plaatsgevonden op een niet-objectieve of vooringenomen wijze. Het is wel zo dat enkele beoordelingscommissies uit een persoon meer hebben bestaan dan in de Leidraad is vermeld (zes in plaats van vijf), maar dat dit gegeven tot nadeel voor [eisers] heeft geleid, is onvoldoende uit de verf gekomen. Het enkele feit dat een aantal personen bij meer dan één commissie zijn betrokken, biedt ook geen aanknopingspunt voor de gedachte van negativiteit of vooringenomenheid van de beoordelingscommissie(s). Kennelijk hebben de beoordelingscommissies de plannen van aanpak niet alleen getoetst aan de minimumeisen, maar ook in relatie tot de plannen van de andere inschrijvers. Hiermee zijn de beoordelingscommissies niet buiten het toetsingskader van de aanbestedingsleidraad getreden. Nu innovativiteit en creativiteit van de inschrijvers werd verlangd en inschrijvers dus met uiteenlopende plannen van aanpak zijn gekomen, ligt het in de rede dat vergelijkenderwijs is geoordeeld of de plannen van aanpak van [eisers] een meerwaarde boden of niet. Ook het feit dat [eisers] voor ongeveer 10 miljoen euro minder heeft ingeschreven dan de andere inschrijvers, geeft grond om te denken dat de kwaliteit en de meerwaarde van de plannen van [eisers] beduidend minder waren dan de plannen van de andere inschrijvers. Aan kwaliteit hangt nu eenmaal een prijskaartje. Waterschap Rivierenland heeft in de aanbestedingsstukken duidelijk gemaakt dat zij bereid is om voor echte kwaliteit te betalen. Het net boven de minimumeisen inschrijven, zoals [eisers] heeft gedaan, is dus onvoldoende.

4.10.

Verder heeft [eisers] nog aangevoerd dat de brief van 11 maart 2014 met de mededeling van de gunningsbeslissing niet de relevante redenen voor de afwijzing bevatte. Deze opvatting is onjuist. Waterschap Rivierenland heeft in de brief van 11 maart 2014 een matrix opgenomen waaruit [eisers] heeft kunnen afleiden wat haar relatieve positie ten opzichte van de winnaar en de andere inschrijvers was. Ook heeft Waterschap Rivierenland de scores van [eisers] op de specifieke onderdelen kort toegelicht. Hiermee heeft Waterschap Rivierenland voldaan aan het vereiste van art. 2.130 lid 1 en 2 van de Aanbestedingswet.

4.11.

Daarnaast heeft Waterschap Rivierenland volgens [eisers] in strijd met de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht gehandeld door bij brief van 25 april 2014 een nadere motivering te sturen waarin andere redenen zijn aangevoerd dan aanvankelijk zijn vermeld. Hieromtrent wordt het volgende overwogen. Het is op zichzelf juist dat een aanbestedende dienst in een aanvullende motivering geen nieuwe redenen mag aanvoeren. Een aanvulling op de al gegeven motivering is echter wel toegestaan en dat is wat Waterschap Rivierenland hier heeft gedaan (vgl. HR 7 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9231 (KPN/Staat)). In de brief van 11 maart 2014 heeft Waterschap Rivierenland globaal aangegeven dat en waarom de plannen van aanpak van [eisers] onvoldoende meerwaarde opleverden ten opzichte van de minimumeisen. Het stond de aanbestedende dienst daarom vrij de gegeven motivering nader aan te vullen. Te meer nu dit op uitdrukkelijk verzoek en naar aanleiding van specifieke vragen van [eisers] is gebeurd. Uit de brief van 25 april 2014 blijkt overigens ook niet anders dan dat Waterschap Rivierenland haar eerder gegeven motivering heeft aangevuld. Nieuwe redenen die zouden moeten leiden tot afwijzing zijn door Waterschap Rivierenland in deze brief niet gegeven.

4.12.

Het voorgaande betekent dat de vorderingen van [eisers] zullen worden afgewezen.

4.13.

Gelet op het hierboven overwogene en nu Waterschap Rivierenland geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering van GMB-Van Oord, zal deze vordering worden toegewezen als hierna te melden.

4.14.

[eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Waterschap Rivierenland worden begroot op:

- griffierecht € 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.424,00

en de kosten aan de zijde van [eisers] op:

- griffierecht € 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.424,00

4.15.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

In het incident

5.1.

laat GMB-Van Oord toe als tussenkomende partij;

5.2.

veroordeelt [eisers] en Waterschap Rivierenland in de proceskosten, aan de zijde van GMB-Van Oord begroot op nihil.

In de hoofdzaak

5.3.

wijst de vorderingen van [eisers] af,

5.4.

veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van Waterschap Rivierenland tot op heden begroot op € 1.424,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, en met veroordeling van [eisers] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.5.

gebiedt Waterschap Rivierenland het werk, in het geval zij de door haar voorgenomen opdracht voor de dijkverbetering in het traject Hagestein-Opheusden daadwerkelijk wenst te gunnen, op te dragen aan GMB-Van Oord,

5.6.

veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van GMB-Van Oord tot op heden begroot op € 1.424,00,

5.7.

verklaart de gegeven veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2014.

Coll. MBR