Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:4250

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-07-2014
Datum publicatie
05-09-2014
Zaaknummer
AWB-13_6932,6933,6934
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De eindafrekeningen van Loyalis kunnen niet worden aangemerkt als besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, nu dat geen bestuursorgaan is dat is belast met de uitvoering van de WW. Daartegen staat dan ook geen bestuursrechtelijke rechtsgang open.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen

Bestuursrecht

zaaknummers: 13/6932, 13/6933 en 13/6934

proces-verbaal van mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juli 2014

in de zaken tussen

1.

[eiseressen][eiseressen]
[eiseressen]

2.

[eiseressen][eiseressen]
[eiseressen]

3.

[eiseressen][eiseressen]
[eiseressen],

eiseressen,

(gemachtigde: K. Mulder),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te Groningen, verweerder.

Procesverloop

Bij brieven van 6 februari 2013 heeft Loyalis Maatwerkadministratie (hierna: Loyalis) aan eiseressen een eindafrekening over het jaar 2012 gezonden betreffende de doorberekende kosten van verweerder en Loyalis in verband met wettelijke en bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen aan voormalig werknemers van eiseressen.

Op 9 februari 2012, 8 maart 2012, 16 april 2012, 10 mei 2012, 8 juni 2012, 10 juli 2012, 9 augustus 2012, 11 september 2012 en 8 oktober 2012 heeft verweerder aan Loyalis besluiten gezonden tot verhaal van aan voormalig werknemers van eiseressen in de maanden januari 2012 tot en met september 2012 betaalde uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet (hierna: WW).

Bij besluiten van 25 september 2013 heeft verweerder de bezwaren van eiseressen niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseressen hebben tegen de bestreden besluiten afzonderlijk beroep ingesteld. Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2014, alwaar de zaken gevoegd zijn behandeld. Eiseressen zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigde. [eiseres 2] heeft zich voorts laten vertegenwoordigen door [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door W.G. Metus.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

1.

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2.

De eindafrekeningen 2012 kunnen niet worden aangemerkt als besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, nu deze afkomstig zijn van Loyalis, dat geen bestuursorgaan is dat is belast met de uitvoering van de WW. Daartegen staat dan ook geen bestuursrechtelijke rechtsgang open.

3.

Wat betreft de onderliggende maandelijkse verhaalsbesluiten is niet in geschil dat de bestreden besluiten slechts betrekking hebben op de verhaalsbesluiten die zijn gedateerd van 9 februari 2012 tot en met 8 oktober 2012, zodat het onderhavig geding daartoe is beperkt. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de bezwaren tegen de eindafrekening 2012 mede gericht heeft kunnen achten tegen deze verhaalsbesluiten, nu deze via Loyalis op de juiste wijze aan eiseressen zijn bekendgemaakt. Verweerder mocht er gezien de bestendige praktijk op vertrouwen dat Loyalis in dit verband als vertegenwoordiger van eiseressen optrad. De rechtbank ziet geen reden om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank Noord-Nederland in onder meer de uitspraak van 11 juli 2013 (ECLI:NL:RBNN:2013:4571). Met de toezending van deze verhaalsbesluiten aan Loyalis zijn dan ook de rechtsgevolgen daarvan voor eiseressen ingetreden. Eiseressen hebben daartegen niet tijdig bezwaar gemaakt. Er zijn geen omstandigheden gesteld om te oordelen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht.

4.

Verweerder heeft de bezwaren derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard.

5.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.P. Heijmans, voorzitter, mr. E.M. Vermeulen en

mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Steigenga-Gerritsen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2014.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.