Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:4088

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-07-2014
Datum publicatie
04-07-2014
Zaaknummer
06/940169-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte bewust het slachtoffer tijdens een voetbalduel in het gezicht heeft geschopt en dat het slachtoffer daarbij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

De rechtbank kwalificeert dit als zware mishandeling en spreekt verdachte vrij van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940169-12

Uitspraak d.d.: 4 juli 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Egypte) op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Raadsman: mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

16 april 2014 en 20 juni 2014.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 april 2012 in de gemeente Harderwijk, ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het

leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met

kracht) in/op het gezicht, althans op/tegen het hoofd heeft geschopt/getrapt

en/of gestompt/geslagen (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 14 april 2012 in de gemeente Harderwijk tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (twee gebroken oogkassen en/of een

gebroken neus en/of een op meerdere plaatsen gebroken kaak en/of twee gebroken

jukbeenderen), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen, althans

eenmaal (met kracht) in/op het gezicht, althans op/tegen het hoofd te

schoppen/trappen en/of te stompen/slaan (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag);

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 14 april 2012 vond in Harderwijk een voetbalwedstrijd plaats tussen [voetbalclub 1] uit Harderwijk en [voetbalclub 2] uit Kampen2. In de 89ste minuut liep de wedstrijd uit de hand. Er werd een overtreding gepleegd door een speler van [voetbalclub 1] met rugnummer [nummer 1] (de latere aangever [slachtoffer]). Er ontstond een opstootje waarbij [slachtoffer] op de grond viel en in zijn gezicht gewond raakte.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft ten aanzien van het primair ten laste gelegde betoogd dat niet duidelijk is hoe hard in het gezicht van [slachtoffer] is getrapt. Ook biedt het dossier onvoldoende ondersteuning dat er een aanmerkelijke kans was op het overlijden van [slachtoffer]. De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde maar tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft algehele vrijspraak bepleit.

Primair heeft hij betoogd dat er weliswaar voldoende wettig bewijs is, maar dat het bewijs niet overtuigend is. Volgens hem bevat het dossier geen objectieve gegevens waarop het bewijs kan worden gebaseerd en betreft het een aanname op basis van verklaringen van getuigen van wie voor het overgrote deel niet of nauwelijks kan worden vastgesteld wat ze daadwerkelijk hebben kunnen zien. Niet onmogelijk is dat [slachtoffer] door een voet van iemand anders is geraakt.

De raadsman heeft subsidiair betoogd dat, als zou worden aangenomen dat verdachte [slachtoffer] met zijn voet heeft geraakt, betwijfeld moet worden of er opzettelijk is gehandeld en zo ja of het opzet was gericht op de dood of op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte heeft in een worsteling geprobeerd los te komen en daarbij onbeheerst van zich af geschopt en geslagen. Volgens de raadsman gaat het opzet in dat geval niet verder dan de bevrijdingsactie.

Beoordeling door de rechtbank

Schoppen/trappen

Op 18 april 2012 heeft [slachtoffer] aangifte van zware mishandeling gedaan. Hij heeft verklaard dat hij bij [voetbalclub 1] te Harderwijk voetbalt3. Op 14 april 2012 speelde zijn team thuis tegen [voetbalclub 2] Kampen4. Aangever droeg nummer [nummer 1]. In de 89ste minuut ging hij een duel aan met nummer [nummer 2] van [voetbalclub 2] Kampen. Aangever ging er naar zijn zeggen iets harder in. Hij liep weg en werd vervolgens nagetrapt door deze speler met nummer [nummer 2]. Hij werd geraakt tegen zijn benen en viel op de grond. Aangever wilde verhaal halen bij deze speler. Hij probeerde op te staan en werd meteen vastgepakt. Hij weet dat hij op de grond heeft gelegen. Hij weet 100% zeker dat hij een schop in zijn gezicht heeft gekregen en dat dat een voetbalschoen was. Hij werd frontaal in zijn gezicht geraakt en voelde meteen pijn.

Uit verschillende getuigenverklaringen komt naar voren dat na de overtreding door [slachtoffer] op de broer van verdachte, tussen die broer en [slachtoffer] een opstootje is ontstaan. Uit de verklaring van de broer van verdachte volgt dat hij ([verdachte]) [slachtoffer] een klap heeft gegeven terwijl [slachtoffer] op de grond lag.

Diverse getuigen hebben verklaard dat het verdachte is geweest die [slachtoffer] (daarna) een schop in het gezicht heeft gegeven.

Zo heeft [getuige 1], begeleider van [voetbalclub 1], verklaard dat speler nummer [nummer 1] een onreglementaire sliding van achteren maakte op de benen van speler nummer [nummer 2] van [voetbalclub 2] Kampen, zijnde [verdachte]5 (verdachtes broer). Deze kwam ten val en ging verhaal halen. Getuige zag vervolgens dat een andere speler van [voetbalclub 2] Kampen met rugnummer [nummer 3], zijnde verdachte, een schoppende beweging maakte in de richting van het gezicht van speler [nummer 1] van [voetbalclub 1]. Hij zag bijna gelijktijdig dat het gezicht van speler nummer [nummer 1] bebloed was.

[getuige 2], die ten tijde van de wedstrijd een workshop fotografie gaf, heeft verklaard dat een overtreding werd begaan door nummer [nummer 1] van [voetbalclub 1], genaamd [slachtoffer], op nummer [nummer 2] van [voetbalclub 2] Kampen, genaamd [verdachte]6. Hij zag dat [verdachte] natrapte richting [slachtoffer] en dat [slachtoffer] verhaal wilde halen bij [verdachte]. Vervolgens zag hij dat nummer [nummer 3] van [voetbalclub 2] Kampen, verdachte, kwam aangerend7. Hij schopte [slachtoffer] die op de grond lag vol, opzettelijk en met kracht in zijn gezicht. [slachtoffer] bloedde daarna hevig in zijn gezicht.

[getuige 3], de grensrechter van [voetbalclub 2] Kampen, heeft verklaard dat er een opstootje was8. Hij zag dat [verdachte] (verdachte) van zich afsloeg om uit de kluwen te komen en dat [slachtoffer] die naast hem, getuige, stond viel. Op het moment dat [slachtoffer] viel, haalde verdachte uit met zijn rechtervoet. Hij raakte met zijn wreef [slachtoffer] vol in het gezicht.

[getuige 4] heeft verklaard dat er een schermutseling was9. Zij zag dat een speler van [voetbalclub 2] Kampen boos was en door anderen werd weggeduwd. Deze speler trok zich los en gaf met zijn voet een schop in het gezicht van een speler van [voetbalclub 1].

Gelet op de verklaring van aangever bezien in onderlinge samenhang met de verklaringen van de getuigen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] in het gezicht heeft geschopt. De rechtbank overweegt dat de getuigen dit onafhankelijk van elkaar hebben verklaard. De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat [slachtoffer] is geschopt door een ander dan verdachte. Het verweer van de raadsman dat daarop ziet, wordt in zoverre verworpen.

Letsel

[slachtoffer] heeft zijn neus en bovenkaak gebroken en heeft breuken aan beide oogkassen opgelopen10.

Volgens [arts 1], forensisch arts, laat het op de foto’s zichtbare letsel zien, dat het slachtoffer onder beide ogen onderhuidse bloeduitstortingen in de aan de neuszijde gelegen delen heeft zonder dat er op de erboven gelegen huid verwondingen zichtbaar zijn (huid is intact)11. Er is aan de hiertussen gelegen neusbrug aan de linkerzijde een vage rood-bruine schaduw te zien die mogelijk ook duidt op een onderhuidse bloeduitstortingen ter plaatse.

Een intacte huid met onderhuidse bloeduitstortingen duidt op direct inwerkend stomp geweld of op dieper gelegen botbreuken. De verdeling van bloeduitstortingen onder de ogen beiderzijds (in de dieper gelegen oogkassen) naast de meer naar voren gelegen neusrug sluit uit dat er sprake is van één of meer directe klappen, slagen of stoten die letsel hebben veroorzaakt. Er is hier sprake van een (gedeeltelijk) brilhematoom. Dit treedt op bij een voorste schedelbasisfractuur maar ook - zoals bij het slachtoffer op de foto’s is te zien - bij een neusfractuur met deels doorlopende breukvlakken tot in de oogkassen. Dergelijk letsel ontstaat door met grote kracht inwerkend stomp geweld in het gezicht, met name in het gebied over beide ogen en neus. Gezien de ernst van het letsel - waarvoor direct inwerkend geweld nodig is wat met grote kracht uitgeoefend wordt - en de positie waarin het slachtoffer zich op het moment van optreden van het letsel bevond (liggend op de grond) vallen slaan en stompende bewegingen met handen, armen of vuisten zonder meer af als oorzaak voor dit letsel simpelweg omdat hiermee niet voldoende kracht kan worden gegenereerd om dergelijk letsel te veroorzaken, aldus [arts 1].

[arts 1] concludeert dat het bij het slachtoffer opgetreden letsel passend is bij de toedracht van een trap in het gezicht met een in een voetbalschoen geschoeide voet en dat het bij het slachtoffer opgetreden letsel zeker te verwachten is bij een trap in het gezicht met een in een voetbalschoen geschoeide voet. Het is mogelijk èn waarschijnlijk dat het bij het slachtoffer opgetreden letsel het gevolg is van één (1) trap met een voet met voetbalschoen, aldus [arts 1].

Uit de letselrapportage opgemaakt door [arts 2] komt naar voren dat er voldoende aanwijzingen zijn om te kunnen concluderen dat het aangezichtsletsel bij aangever is aangebracht door een stomp hoogenergetisch letsel die op/bij de neus en bovenkaak zijn inwerking heeft gehad12. Volgens de Le Fort III typering zijn er aanwijzingen dat de kracht die is uitgeoefend niet alleen de fractuurlijnen in het kader van het type Le Fort III mogelijk heeft gemaakt, maar ook de bovenkaak en beiderzijds de jukbeenderen van het aangezicht in forse mate hebben beschadigd. Er zijn aanwijzingen dat er een tweetal zenuwen mogelijk onherstelbaar beschadigd is. Verder is sprake van depressieve klachten en PTSS.

Ondanks het goede herstel ten aanzien van de uitwendige/cosmetische aspecten in het aangezicht, zullen er in het psycho-sociale, het algemene dagelijkse functioneren en mogelijk in de toekomstige werksetting blijvende beperkingen zijn.

Aangever heeft meerdere operaties ondergaan in verband met het ontstane letsel; van volledig herstel is geen sprake13.

De rechtbank overweegt gelet op het voorgaande dat het letsel dat aangever heeft opgelopen ten gevolge van het door verdachte gepleegde geweld is aan te merken als zwaar lichamelijk letsel.

Opzet

De rechtbank overweegt dat Werkhoven, scheidsrechter, heeft verklaard dat hij floot voor vasthouden14. Hij zag dat speler [nummer 1] van [voetbalclub 1] een natrappende beweging maakte. Dat gebeurde nadat hij had gefloten voor vasthouden. De speler (met nummer [nummer 2]/rechtbank) van [voetbalclub 2] Kampen draaide zich om en er ontstond een handgemeen. De speler van [voetbalclub 1] belandde op de grond. De speler van [voetbalclub 2] Kampen met nummer [nummer 3] deelde een trap uit naar de op de grond liggende nummer [nummer 1].

Ook getuige [getuige 5] heeft verklaard dat de scheidsrechter floot voor een overtreding en dat er daarna ongeregeldheden waren15. Verdachte schopte met zijn rechtervoet vol in het gezicht van [slachtoffer]. De schop werd opzettelijk uitgedeeld.

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat er een schermutseling was16. Hij zag dat een speler van [voetbalclub 2] Kampen boos was en door anderen werd weggeduwd. Deze speler trok zich los en gaf met zijn voet een schop in het gezicht van een speler van [voetbalclub 1].

Getuige [getuige 6] heeft verklaard dat er een opstootje was en dat hij zag dat [slachtoffer] op de grond lag. Uit het groepje van het opstootje kwam verdachte. Verdachte liep om het groepje heen naar [slachtoffer]. Getuige zag dat verdachte een schop met zijn rechtervoet in het gezicht van [slachtoffer] gaf. Naar de mening van getuige schopte verdachte opzettelijk vol in het gezicht van [slachtoffer] omdat hij [slachtoffer] op zocht.17

Getuige [getuige 7] heeft verklaard dat verdachte kwam aanlopen en dat spelers van [voetbalclub 1] hem tegenhielden18.

Verdachte heeft verklaard dat ongeveer een halve minuut voor het einde van de tweede helft een medespeler van hem, nummer [nummer 2], werd nagetrapt door een verdediger van [voetbalclub 1], volgens verdachte met nummer [nummer 1]. Hij was toen ongeveer 10 à 15 meter bij hen vandaan. Na dit natrappen ontstond er ruzie tussen nummer [nummer 1] en nummer [nummer 2]. Ter terechtzitting van 16 april 2014 heeft verdachte verklaard dat de nummer [nummer 2] zijn broer was.

Op grond van de verklaringen staat vast dat het spel na het fluitsignaal van de scheidsrechter voor een overtreding stil lag en dat uit de eerder vermelde verklaring van getuige [getuige 2] en uit de verklaring van verdachte volgt dat verdachte niet betrokken was bij die overtreding en aanvankelijk op een afstand van 10 à 15 meter stond. Verdachte is derhalve bewust naar de plaats waar de betreffende overtreding (op zijn broer) werd gemaakt toe gegaan. Verder komt uit de verklaringen van de getuigen [getuige 4], [getuige 6] en [getuige 7] naar voren dat verdachte werd tegen gehouden door spelers van [voetbalclub 1] en dat hij zich heeft losgetrokken. Hij schopte toen [slachtoffer] in het gezicht. De rechtbank is van oordeel dat dit alles wijst op een bewuste agressieve gewelddadige actie van verdachte, die gericht was op [slachtoffer] en waarvan hij door omstanders niet kon worden afgehouden, en acht daarom (vol) opzet aanwezig.

Niet aannemelijk is geworden dat verdachte [slachtoffer] onopzettelijk heeft geraakt, zoals de verdediging heeft aangevoerd.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat verdachtes opzet was gericht op de dood van [slachtoffer]. Er is dus geen sprake van een zogenoemde (opzettelijke) doodschop. Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachtes opzet was gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel nu algemeen bekend is dat door een met kracht gegeven schop met een geschoeide voet in het gezicht veel (blijvende) schade in het gezicht kan worden toegebracht, zeker wanneer het slachtoffer op de grond ligt en de dader staat. Gelet op het voorgaande wordt het verweer van de raadsman verworpen.

Resumerend acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde (poging doodslag) heeft begaan. Verdachte dient daarvan te worden vrijgesproken. Wel acht de rechtbank het subsidiair tenlastegelegde (zware mishandeling) bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 14 april 2012 in de gemeente Harderwijk aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (twee gebroken oogkassen en een gebroken neus en een op meerdere plaatsen gebroken kaak), heeft toegebracht, door deze opzettelijk eenmaal met kracht in het gezicht te schoppen terwijl die [slachtoffer] op de grond lag.



Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is op 30 augustus 2012 een psychiatrisch rapport uitgebracht, opgemaakt door [psychiater], psychiater. Volgens [psychiater] lijdt verdachte niet aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens en kan hij ten aanzien van het tenlastegelegde volledig toerekeningsvatbaar worden geacht. Met deze conclusie kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt de conclusie over en maakt deze tot de hare.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De raadsman heeft – ingeval van een strafoplegging – verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft in dit verband genoemd dat verdachte geen justitiële documentatie heeft, er geen recidivegevaar is en er veel negatieve publiciteit rondom het incident is geweest, waar verdachte last van heeft gehad. Daarnaast heeft verdachte zijn schoolopleiding voortijdig moeten beëindigen, maar is hij inmiddels aan een nieuwe opleiding begonnen. De raadsman heeft opgemerkt dat sprake is van tijdsverloop en dat jegens verdachte inbreuk is gemaakt op artikel 6 van het EVRM. Hij heeft voor een compensatie in de straftoemeting verzocht.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich tijdens een voetbalwedstrijd schuldig gemaakt aan zware mishandeling door aangever, nadat deze een overtreding ten aanzien van verdachtes broer beging en een opstootje volgde, in het gezicht te schoppen. [slachtoffer] heeft hierdoor zeer zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Hij heeft zijn neus en bovenkaak gebroken en had breuken aan beide oogkassen. Uit de stukken komt naar voren dat hij meerdere keren is geopereerd, dat hij een litteken in zijn gezicht heeft en dat hij blijvend beperkingen heeft. Door te handelen als bewezen verklaard heeft verdachte [slachtoffer] een traumatische ervaring bezorgd. Uit de toelichting op de vordering van [slachtoffer] komt naar voren dat hij een PTSS heeft opgelopen, waarvoor hij met EMDR-therapie is behandeld. Tot op heden zijn de (psychische) gevolgen van verdachtes handelen voor [slachtoffer] ingrijpend. [slachtoffer] heeft moeten stoppen met voetbal.

Verder betreft het een ernstig geweldsdelict op een openbare plaats dat is waargenomen door diverse spelers en omstanders. Een strafbaar feit als het onderhavige heeft een voor de rechtsorde zeer schokkend karakter. Verdachte heeft door zijn agressieve, gewelddadige en gevaarlijke gedrag niet alleen het slachtoffer ernstig en langdurig leed bezorgd, maar ook het aanzien van de voetbalsport geschaad. Dergelijk gedrag, waarop men als speldeelnemer ook niet bedacht hoeft te zijn, hoort (ook) op een sportveld niet thuis.

Door verdachtes proceshouding heeft de rechtbank niet of nauwelijks inzicht gekregen in wat verdachte heeft bewogen [slachtoffer] te schoppen. Het meest waarschijnlijk is dat verdachte uit boosheid over de op zijn broer gemaakte overtreding heeft gehandeld. Verdachte heeft daarbij nauwelijks blijk gegeven in te zien wat het gevolg voor [slachtoffer] is van verdachtes handelen; verdachte heeft voornamelijk oog voor de gevolgen voor hemzelf (onder meer preventieve hechtenis, publiciteit, studie).

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanmerking is gekomen.

Ook heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf meegewogen dat verdachte tuchtrechtelijk is bestraft. Hij is door de KNVB geroyeerd en mag nooit meer voetballen. Daarnaast is hij door zijn voetbalvereniging geroyeerd.

Ten slotte heeft de rechtbank de oriëntatiepunten van het LOVS in aanmerking genomen.

De rechtbank acht gelet op het aanzienlijke tijdsverloop, zeker voor een zaak als de onderhavige, waarvoor de officier van justitie geen goede reden heeft kunnen geven, een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is gevorderd, niet passend ook mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Alles in aanmerking nemend zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen van 6 (zes) maanden, waarvan 5 (vijf) maanden voorwaardelijk (met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht). Dit betekent dat verdachte in 2012 meer tijd in preventieve hechtenis heeft doorgebracht dan het onvoorwaardelijk deel van de thans op te leggen gevangenisstraf beloopt. De rechtbank acht een voorwaardelijk strafdeel van deze duur geboden vanuit generaal preventief oogpunt, ook al mag verdachte geen (club- of KNVB-) voetbalwedstrijden meer spelen, juist vanwege de ernst van de agressiedoorbraak en het uitgeoefende geweld. Die doorbraak en dat geweld overstijgen de lijnen van een voetbalveld.

De rechtbank zal daarnaast een werkstraf van de maximale duur opleggen. De resterende in voorarrest doorgebrachte tijd (na aftrek op de onvoorwaardelijke gevangenisstraf) zal op deze straf in mindering worden gebracht.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] (gemachtigde: mr. H.J.M.G.M. van der Meijden) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 16.882,92 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering.

De raadsman heeft afwijzing van de vordering verzocht gelet op de door hem bepleite vrijspraak. Overigens heeft de raadsman niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij bepleit. Volgens de raadsman vormt de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de omvang van het dossier dat namens de benadeelde partij is ingediend volstrekt ongebruikelijk is voor een civiele vordering in een strafzaak. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat het om een hoog bedrag gaat en het de vraag is of alle geclaimde schade wel rechtstreeks het gevolg is van het feit en anderen aansprakelijk of medeaansprakelijk zijn voor de schade. In dit verband heeft de raadsman naar voren gebracht dat de rol van [slachtoffer] dient te worden meegewogen als ook de mogelijkheid dat [slachtoffer] door een ander is geraakt. De raadsman heeft daarnaast de omvang van verschillende schadeposten betwist. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht om aanhouding van de strafzaak om verdachte in de gelegenheid te stellen zich ten aanzien van de vordering te laten bijstaan door een civiele advocaat. Hij acht zichzelf niet bekwaam om zich uit te laten over de vordering zoals die is ingediend.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij dusdanig is onderbouwd dat de behandeling daarvan geen onevenredige belasting van het strafgeding vormt. De rechtbank acht de benadeelde partij om die reden ontvankelijk. De rechtbank wijst het verzoek van de raadsman om aanhouding van de zaak af nu de raadsman moet worden geacht voldoende tijd te hebben gehad om zich te verdiepen in de vordering van de benadeelde partij dan wel om advies met betrekking tot de vordering bij derden in te winnen.

De benadeelde partij heeft voor inkomensschade een bedrag van € 2.158,70 gevorderd, waarvan € 1.656,50 voor gederfde overuren en € 502,20 voor gederfde inkomsten vanaf periode 8 van 2013 in verband met een toegepaste korting. De rechtbank overweegt dat uit de bijgevoegde stukken naar voren komt dat de benadeelde partij in periode 2.1 (3001-2602) van boekjaar 2012 6,5 uur heeft overgewerkt, in periode 3.1 (2702-2503) van boekjaar 2012 5 uur en in periode 4.1 (2603-2204) van boekjaar 2012 1 (één) uur. Ten aanzien van laatstgenoemde periode is de benadeelde partij één week ziek geweest. Nu uit de loonstroken niet blijkt dat de benadeelde partij structureel 6,5 uur per periode van vier weken overwerkte, acht de rechtbank de vordering in zoverre onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij voor zover dit de gederfde overuren betreft daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden.

De rechtbank acht de volgende kostenposten gelet op de onderbouwing daarvan en de ernst van het bewezenverklaarde toewijsbaar:

Materiële kosten:

  • -

    Inkomensschade door toegepaste korting € 502,20

  • -

    Huishoudelijke hulp € 672,00

  • -

    Reiskosten € 38,40

  • -

    Geneesmiddelen € 76,31

  • -

    Eigen risico ziektekosten € 578,46

  • -

    Inwinnen medische informatie € 78,00

  • -

    Opvragen medische informatie € 202,81

Totaal € 2.148,18

Immateriële kosten: € 10.000,00

Het totaal van de toe te kennen materiële en immateriële kosten bedraagt € 12.148,18.

Verdachte is hiervoor naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van hier rechtens relevante eigen schuld bij [slachtoffer] ten aanzien van het bewezenverklaarde.

De benadeelde partij heeft daarnaast een bedrag van € 3.078,24 gevorderd voor rechtsbijstand. Kosten van rechtsbijstand komen in een (civiele) zaak niet onverkort voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank begroot de proceskosten (honorarium advocaat) aan de hand van het liquidatietarief kanton, waarbij de rechtbank de verrichtingen van de advocaat van de benadeelde partij waardeert op 4 punten. De kosten worden - met inachtneming van de omvang van het toe te wijzen schadebedrag - derhalve begroot op

€ 1.000,00.

De benadeelde partij wordt voor het meer of anders gevorderde niet-ontvankelijk verklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 36f en 302 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing

De rechtbank:

wijst af het verzoek tot aanhouding (in verband met de behandeling van de vordering van de benadeelde partij);

 verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:


Zware mishandeling;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren de navolgende algemene voorwaarden niet heeft nageleefd;

 legt als algemene voorwaarden op dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    veroordeelt de verdachte voorts tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

 beveelt dat voor de resterende tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht (na aftrek op de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf), bij de uitvoering van die werkstraf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 12.148,18, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding, bestaande uit advocaatkosten ten bedrage van
€ 1.000,00, en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 12.148,18, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 95 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Kleinrensink en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 juli 2014.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0611 2012056414, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 26 april 2012.

2 Stamproces-verbaal, p.2

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.35

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.36

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], p.46

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], p.40

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], p.40

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], p.55

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], p.79

10 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.35

11 GGD-deskundigenrapportage van [arts 1], gedateerd 23 augustus 2012

12 Letselrapportage van [arts 2], gedateerd 29 september 2013

13 Vordering benadeelde partij

14 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 8], p.50-51

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5], p.75

16 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], p.79

17 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 6], p.77

18 Proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris