Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:4019

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-07-2014
Datum publicatie
03-07-2014
Zaaknummer
06/080035-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van betrokkene met één jaar, zoals door de raadsman is bepleit en zoals door de onafhankelijke deskundigen is geadviseerd. Gezien het feit dat in het recente verleden in relatief korte tijd redelijke progressie is gemaakt in de resocialisatie van betrokkene alsook gezien de verstrekkende gevolgen van art. 509t Wetboek van Strafvordering is de rechtbank van oordeel dat de resocialisatie van betrokkene dient te worden hervat, zodat toegewerkt kan worden naar begeleid wonen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/080035-04

raadsvrouw: mr. L.M.F. Aarts, advocaat te Utrecht

Op 7 mei 2014 is ter griffie van deze rechtbank ingediend een vordering gedateerd 6 mei 2014 van de officier van justitie van arrondissementsparket Oost-Nederland strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvend in de [verblijfplaats],

met een termijn van twee jaar.

De maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd bij arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 7 februari 2006, ingegaan op 10 juni 2008 en laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 7 juni 2013.

De vordering is op de openbare terechtzitting behandeld door de rechtbank op 18 juni 2014. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder:

  • -

    een verlengingsadvies gedateerd 8 april 2014, opgemaakt door drs. [hoofd] (hoofd van de inrichting), [psychiater 1] (psychiater), mw. drs. [psycholoog 1] (GZ- psycholoog), drs. [psycholoog 2] (klinisch psycholoog) en drs. [psycholoog 3] (GZ-psycholoog);

  • -

    de wettelijke aantekeningen over de periode van kwartaal 1 van 2013 tot en met kwartaal 4 van 2013;

  • -

    een psychiatrisch rapport gedateerd 20 maart 2014, opgemaakt door [psychiater 2] (psychiater);

  • -

    een psychologisch rapport gedateerd 21 maart 2014, opgemaakt door [psycholoog 4] (psycholoog).

Motivering

De vordering is binnen de in artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering vermelde termijn ingediend.

De raadsman en betrokkene hebben zich bij de behandeling van de vordering op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling met één jaar moet worden verlengd. Een verlenging met twee jaar zal in hun visie demotiverend werken voor betrokkene.

Uit het verlengingsadvies - in samenhang met de wettelijke aantekeningen - komt onder meer het volgende naar voren.

Betrokkene voldoet aan de criteria van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken. Daarnaast is er sprake van psychopathie. Hij is onverantwoordelijk, egocentrisch, manipuleert en neigt naar bagatellisering, externalisering en ontkenning van zijn gedrag. Het geweten is beperkt ontwikkeld en de eigen behoeftenbevrediging staat centraal. Er is sprake van impulsief verbaal en fysiek agressief gedrag. Hoewel eerder de diagnose ADHD is gesteld, kan deze diagnose hier niet worden bevestigd en er lijkt veeleer sprake te zijn van een verstoorde agressiehuishouding in het licht van de persoonlijkheidspathologie.

Er hebben zich de afgelopen periode geen ernstige misdragingen en/of (verdenking van) delicten in of buiten de kliniek voorgedaan. Er is ook geen sprake geweest van ongeoorloofde afwezigheid of ontvluchtingen/onttrekkingen. Wel is er in de afgelopen periode sprake geweest van enkele voorvallen, zoals o.a. instrumenteel contact met vrouwen, vijandig gedrag op de werkplek en de afdeling, dreigende houding naar en escalatie bij de toenmalige partner, (signalen van) grensoverschrijdend gedrag richting vrouwen en terugval in softdruggebruik. Dit heeft geleid tot een tijdelijke stillegging van het verlof van betrokkene. Betrokkene is teruggeplaatst in de kliniek voor een time-out, die op 4 maart is omgezet in een terugplaatsing in de kliniek.

Gezien de huidige risicovolle gedragspatronen van betrokkene, zijn beperkte besef van de ernst van zijn gedrag en de vele stappen die nog gezet moeten worden om een goede maatschappelijk inbedding te verwezenlijken, adviseert de kliniek een verlenging met twee jaar. Binnen deze periode zal met betrokkene worden toegewerkt naar een terugkeer naar resocialisatiecentrum de Blink, de overgang naar beschermd zelfstandig wonen en bij goed verloop zal de reclassering bij het traject betrokken worden.

Uit het rapport van [psychiater 2], psychiater, komt onder meer het volgende naar voren.

Er is bij betrokkene sprake van een recidiverende depressieve stoornis, momenteel in remissie, en afhankelijkheid van diverse middelen, eveneens in remissie in gecontroleerde omstandigheden. Tevens is er een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Het risico op gewelddadig gedrag is gestructureerd matig in te schatten. De beschermende factoren waren in redelijke mate aanwezig, maar zijn door de heropname verminderd. Op korte termijn wordt de kans op gewelddadig gedrag laag geacht. Buiten een begeleid kader zou het risico in bepaalde situaties kunnen toenemen, namelijk als betrokkene in complex problematische situaties terecht komt, zoals alcohol- of drugsgebruik, sociaal isolement, een relatie die hem emotioneel overvraagt, zelfverwaarlozing en teleurstelling in het contact met anderen. Als deze factoren cumulatief optreden kan betrokkene impulsief reageren.

Van langdurige hervatting van de klinische behandeling valt geen wezenlijke verbetering van de problematiek te verwachten. Betrokkene heeft de relevante behandelonderdelen achter de rug, het gaat er nu om dat hij hetgeen hij geleerd heeft in de praktijk brengt. Dat dit niet zonder problemen verloopt heeft het recente verleden laten zien, waarbij betrokkene een aantal risicofactoren liet zien. Het resocialisatietraject is destijds goed voorbereid en stapsgewijs ingezet. Het is belangrijk dat dit traject hervat wordt, maar daarvoor is vooralsnog het kader van de terbeschikkingstelling noodzakelijk. Geadviseerd wordt om de maatregel met één jaar te verlengen.

Uit het rapport van [psycholoog 4], psycholoog, komt onder meer het volgende naar voren.

Er is bij betrokkene sprake van een gebrekkige ontwikkeling (antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken), als ook een ziekelijke stoornis (polly middelenafhankelijkheid, deels in remissie onder toezicht; pathologisch gokken, in remissie onder toezicht). Het risico op geweldsdelicten binnen het huidige risicomanagement is laag – matig in te schatten. Op de middellange termijn bij beëindiging van het tbs-kader is dit matig – hoog in te schatten. De kans op herhaling als een soortgelijk delict als het tbs-indexdelict is nog substantieel, mocht betrokkene zonder steun en toezicht vrij in de maatschappij komen te verblijven. Dit via een delict scenario waarbij betrokkene terugvalt in middelengebruik, sociaal-maatschappelijk marginaliseert en vanuit zijn antisociale structuur kwetsbaar is om tot crimineel geweld te komen. De borderline problematiek zal zich vooral tonen binnen intieme relaties, waarbij betrokkene kwetsbaar is om bij conflicten tot geweldsescalatie te komen, waarbij de agressie zich ook naar zichzelf kan richten. Geadviseerd wordt om betrokkene binnen veiligheidsmarges zelf zoveel mogelijk verantwoordelijk te laten zijn voor zijn resocialisatietraject, waarbij als uitstroomdoel begeleid wonen. betrokkene kan hierop worden voorbereid vanuit de kliniek. Een alternatief is evenwel gegeven met een eventuele plaatsing op de [verblijfplaats] in voorbereiding op plaatsing naar het RIBW. Het valt te adviseren om het bevel tot verpleging te continueren.

Ter terechtzitting is door de deskundige [psycholoog 1], GZ-psycholoog, aangegeven dat, gezien de ontwikkelingen van de afgelopen periode, er nog zeker twee jaren nodig is om op verantwoorde wijze toe te werken naar een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. In de afgelopen periode hebben zich verschillende incidenten voorgedaan, waarbij het onder andere tot een handgemeen is gekomen. Betrokkene laat momenteel twee kanten zien. De ene kant is manipulatief, betrokkene gaat de strijd aan en maakt grensoverschrijdende opmerkingen. De andere kant is wat positiever, die kant van betrokkene wil ook graag verder met zijn toekomst. Op korte termijn is het belangrijk dat er gekeken gaat worden naar wat er is mis gegaan in de afgelopen periode. Hier kan van worden geleerd. Er zal ook weer gestart worden met verloven. Het transmuraal verlof is afgewezen. Indien betrokkene zich inzet, dan kan hij in het najaar teruggeplaatst worden. Op de langere termijn wordt er gekeken naar het toewerken naar begeleid wonen. Als dat aan de orde is zal ook de reclassering erbij betrokken worden. Betrokkene is weer gestart met medicatie. In het gunstigste geval kan in 2016 de dwangverpleging voorwaardelijk worden beëindigd. De kliniek blijft bij haar advies de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.

Het vorenstaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat de veiligheid van anderen, dan

wel de algemene veiligheid van personen in dit geval vereist dat de termijn van de

terbeschikkingstelling, welke maatregel onder meer is opgelegd ter zake van een geweldsdelict dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen moet worden verlengd.

De vraag is vervolgens of de termijn met één of met twee jaar moet worden verlengd. De rechtbank ziet aanleiding om de maatregel tot terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar, zoals door de raadsman is bepleit en zoals door de onafhankelijke deskundigen is geadviseerd. Gezien het feit dat in het recente verleden in relatief korte tijd redelijke progressie is gemaakt in de resocialisatie van betrokkene alsook gezien de verstrekkende gevolgen van art. 509t Wetboek van Strafvordering is de rechtbank van oordeel dat de resocialisatie van betrokkene dient te worden hervat, zodat toegewerkt kan worden naar begeleid wonen. Het verdient in dit verband de aanbeveling dat de reclassering tijdig zal worden betrokken bij het resocialisatietraject zodat bij een volgende verlengingszitting inhoudelijk kan worden gesproken over de mogelijkheid van voorwaardelijk beëindiging van de dwangverpleging. De rechtbank hecht er overigens wel aan te benadrukken dat hiermee niet is gezegd dat bij een eerstvolgende verlengingszitting de dwangverpleging onder voorwaarden zal worden beëindigd. Teneinde enig zicht te houden op de mate en de wijze van resocialisatie acht de rechtbank een toetsingsmoment over een jaar echter opportuun.

Beslissing:

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de terbeschikkinggestelde voornoemd voor de tijd van één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mrs. Maanicus, voorzitter, Kleinrensink en Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 juli 2014.