Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3977

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-06-2014
Datum publicatie
30-06-2014
Zaaknummer
05/900783-12 en 05/760272-13 (ttz.gev.)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:9991, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Militaire kamer: Negen jaar gevangenisstraf voor doodslag en poging doodslag op twee pas geboren kinderen door vader. Opgelegde straf hoger dan eis van 6 jaar. De militaire kamer acht bewezen dat vader beide kinderen, van op de pleegdatum respectievelijk 6 en 5 weken oud, krachtig heeft geschud en daarbij de aanmerkelijke kans op overlijden heeft aanvaard. Het tweede kind heeft het ontstane hersenletsel overleefd. Veroordeelde wordt aangerekend dat het tweede feit (de poging) is gepleegd tijdens de schorsing van het voorarrest van het eerste feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/900783-12 en 05/760272-13 (ttz.gev.)

Datum zitting : 21 januari 2013, 09 december 2013, 24 februari 2013, 28 april 2013 en 16

juni 2014

Datum uitspraak : 30 juni 2014.

TEGENSPRAAK

Vonnis van de militaire kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum 1] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

raadsman : mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Baarn.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

(parketnummer 05/900783-12)

hij op of omstreeks 16 juni 2012, te Almere, opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]) van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte toen aldaar opzettelijk voornoemde persoon heeft vastgepakt en/of (meer malen) met kracht (heen en weer) heeft

geschud en/of bewogen en/of bij die persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden ;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 16 juni 2012, te Almere, aan zijn kind genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (onder andere letsel aan de hersen(vliezen) en craniocervicale overgang, althans hersenletsel) heeft toegebracht, door toen aldaar voornoemde [slachtoffer 1] opzettelijk meer malen met kracht (heen en weer) te schudden en/of te bewegen en/of bij genoemde persoon een heftig contacttrauma te veroorzaken, terwijl het feit de dood tengevolge heeft gehad;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 16 juni 2012, te Almere, opzettelijk mishandelend zijn kind [slachtoffer 1], althans een persoon, (geboren op [geboortedatum 2]), meer malen met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij die persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, tengevolge waarvan voornoemde persoon letsel (onder andere letsel aan de hersen(vliezen) en craniocervicale overgang, althans (hersen)letsel) heeft bekomen, terwijl dit feit de dood tengevolge heeft gehad;

meest subsidiair

hij op of omstreeks 16 juni 2012, te Almere, roekeloos en/of grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig zijn kind [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]) meer malen met kracht heen en weer heeft geschud en/of bewogen en/of bij voornoemde persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, waardoor het aan zijn, verdachtes, schuld te

wijten is geweest dat voornoemde persoon zodanig letsel, te weten letsel aan de hersen(vliezen) en craniocervicale overgang, althans (hersen)letsel, heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden;

(parketnummer 05/900783-13)

hij op of omstreeks 10 september 2013 te Almere, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]) van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en/of (meer malen) met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij voornoemde persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt waarbij/waardoor (ernstig) hersenletsel is ontstaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 10 september 2013 te Almere aan zijn kind, althans een persoon, genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (hersenbloedingen/hersenletsel en/of een hersenfunctiestoornis – zich onder andere uitende in bewustzijnsvermindering, ademhalingsproblemen en/of versnelde hartslag – en/of uitgebreide retina oogbloedingen in de periferie), heeft toegebracht, door toen aldaar voornoemde persoon vast te pakken en/of opzettelijk meer malen met kracht (heen en weer) te schudden en/of te bewegen en/of bij voornoemde persoon een heftig contacttrauma te veroorzaken;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 10 september 2013 te Almere ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn kind, althans aan een persoon, genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet toen aldaar, voornoemde persoon heeft vastgepakt en/of (meer malen) met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij die persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair:

hij op of omstreeks 10 september 2013 te Almere, opzettelijk mishandelend zijn kind, althans een persoon (te weten [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3]), heeft vastgepakt en/of (meer malen) met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen en/of bij die persoon een heftig contacttrauma heeft veroorzaakt, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (hersenbloedingen/hersenletsel en/of een hersenfunctiestoornis – zich onder andere uitende in bewustzijnsvermindering, ademhalingsproblemen en/of versnelde hartslag – en/of uitgebreide retina oogbloedingen in de periferie), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 16 juni 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Baarn.

De officier van justitie, mr. J.C. Stikkelman, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van parketnummer 05/900783-12 het primair tenlastegelegde ([slachtoffer 1]):

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd.

Standpunt van de verdediging

Verdachte voert aan dat hij zich niet kan herinneren dat hij iets zou hebben gedaan dat het letsel bij of de dood van zijn zoontje [slachtoffer 1] zou hebben veroorzaakt. Er zitten ook geen hiaten in zijn herinnering. Toch heeft hij het gevoel dat zijn herinnering niet helemaal klopt. Hij erkent niet dat hij iets verkeerd met [slachtoffer 1] heeft gedaan, maar kan gelet op alle bewijsstukken niet uitsluiten dat hij toch iets met [slachtoffer 1] heeft gedaan, wat hij niet meer in zijn herinnering kan terughalen.

De verdediging heeft aangevoerd dat de vraag wanneer het bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsel is ontstaan/toegebracht op basis van de verklaringen van de drie gehoorde deskundigen, [deskundige 1], [deskundige 2] en [deskundige 3], niet kan worden beantwoord. Beantwoording van die vraag is voor de bewijsvoering van cruciaal belang, omdat anders niet kan worden vastgesteld wie het letsel veroorzaakt zou hebben. Tegenover de conclusie van de forensisch arts [arts], die de tijdsspanne tussen het toebrengen en het ontstaan van het letsel op enkele seconden bepaalt, staan andersluidende conclusies van meerdere deskundigen die het mogelijk achten dat het toebrengen van het letsel aan [slachtoffer 1] in een ruimere periode voorafgaand aan het constateren van dat letsel heeft plaatsgevonden.

Nu het tijdstip waarop het letsel zou zijn ontstaan niet kan worden bepaald kan niet met zekerheid kan worden gesteld dat het verdachte moet zijn geweest die het letsel aan [slachtoffer 1] heeft toegebracht. Immers, indien 16 juni 2012 als uitgangspunt wordt genomen, zijn die dag niet alleen verdachte, maar ook zijn echtgenote, zijn vader, moeder en zus bij [slachtoffer 1] geweest, mogelijk op momenten dat verdachte er zelf niet bij was. De personen die, naast verdachte, op 16 juni 2012 bij [slachtoffer 1] zijn geweest, hebben verklaringen afgelegd maar elke getuige kan er belang bij hebben om niet naar waarheid te verklaren, om zichzelf of een ander te beschermen.

Op grond van het voorgaande is de verdediging van oordeel dat, nu niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die het tenlastegelegde heeft begaan, hij moet worden vrijgesproken.

Beoordeling door de militaire kamer

In de middag van 16 juni 2012 was verdachte alleen thuis met zijn zoontje [slachtoffer 1]. Die middag heeft verdachte geconstateerd dat [slachtoffer 1] ontroostbaar was, steeds halverwege zijn huilen stopte en zich steeds ging strekken en zich helemaal uitrekte als verdachte hem aanraakte. Nadat [echtgenote] (de moeder van [slachtoffer 1] en echtgenote van verdachte) op verzoek van verdachte thuis was gekomen en zag dat [slachtoffer 1] bleek was, raar huilde en geen contact meer maakte is hij met spoed opgenomen in het Flevoziekenhuis. Bij onderzoek, in het Flevoziekenhuis en -na overplaatsing- in het VU Medisch centrum, is hersenletsel vastgesteld.

Omdat [slachtoffer 1] neurologisch steeds slechter ging functioneren en sprake was van zeer sombere prognoses werd de beademing van [slachtoffer 1] gestaakt. [slachtoffer 1] is op 17 juni 2012 overleden.

Oorzaak van het letsel en het intreden van de dood.

Op het lichaam van [slachtoffer 1] is een sectie uitgevoerd. Daarbij worden bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies en onder de zachte hersenvliezen vastgesteld en traumatische axonale (betreffende de zenuwuitlopers) veranderingen op de craniocervicale overgang (de overgang tussen scheden en nek). Als verwikkeling daarvan waren er tekenen van vochtophoping en herseninklemming ontstaan, met hersen(stam)functiestoornissen en intreden van de dood tot gevolg.

Op basis van de uitkomsten van het sectieonderzoek concludeert deskundige, arts en patholoog, [deskundige 4] dat het intreden van de dood verklaard wordt door uitval van vitale functies (hersenstamfunctiestoornissen) opgelopen als verwikkelingen van traumatische letsels aan de hersen(vliezen) en craniocervicale overgang.

De patholoog concludeert in haar deskundigenrapport dat het letsel bij leven moet zijn ontstaan door inwerking van heftig uitwendig mechanisch geweld, hetgeen niet-accidenteel, ofwel toegebracht, kan zijn (acceleratie-deceleratie-impact-trauma, voorheen het “shaken baby- (impact)syndroom” genoemd) of accidenteel kan zijn (zoals impact door vallen van een hoogte). Daarbij merkt ze op dat een ernstig fataal verlopend hersenletsel, zoals bij [slachtoffer 1], als het accidenteel is niet door een zogenaamde “huis-tuin-keuken”-val (zoals een val uit bed, normale val van de trap) kan zijn ontstaan. De bij oogpathologisch onderzoek vastgestelde bloeduitstortingen rondom de oogzenuwen, in de netvliezen en elders in de ogen kunnen ook goed passen in het kader van toegebracht hersenletsel (acceleratie-deceleratie-impact-trauma).

Ter terechtzitting heeft [deskundige 4] als deskundige verklaart dat er bij [slachtoffer 1] geen aanwijzingen zijn gevonden voor een andere oorzaak en geen ziekte is gevonden die dit letsel zou kunnen hebben veroorzaakt. Voor haar is, voor zover geen sprake is van een val uit een helikopter of een val vanaf een tweede etage, duidelijk geen sprake van accidenteel letsel, maar van letsel dat is toegebracht.

In het door forensisch arts [arts] opgestelde NFI-rapport concludeert hij dat de combinatie van het hersenletsel, de bloeduitstorting onder het harde hersenvlies, de netvliesbloedingen en de letsels aan de wangen zeer veel waarschijnlijker is bij een niet-accidentele toedracht dan bij een accidentele toedracht. Een spontane of subacute hersenbloeding als oorzaak van de combinatie van bevindingen wordt uitgesloten geacht.

De deskundige arts patholoog [deskundige 3] stelt in het NFI-rapport van 11 oktober 2012 van het door hem uitgevoerde neuropathologisch onderzoek dat, alle gegevens tezamen genomen, met name de geconstateerde afwijkingen op craniocervicale overgang een zeer krachtig bewijs van traumatische axonale schade zijn. Ten overstaan van de rechter-commissaris verklaart hij op grond van zijn onderzoek dat de axonale verandering voor hem maakt dat er geschud is.

De militaire kamer acht op basis van het bovenstaande bewezen dat de dood van [slachtoffer 1] het gevolg is van traumatisch letsel veroorzaakt door inwerking van heftig uitwendig mechanisch geweld.

Daar waar de deskundigen [deskundige 4] en [arts] het veel waarschijnlijker achten dat dergelijk letsel is toegebracht (en dus niet is veroorzaakt door een ongeval), sluiten zij een ernstig ongeluk door een val van grote hoogte niet geheel uit. [deskundige 3] concludeert op basis van zijn onderzoek dat er geschud moet zijn.

Tijdstip van ontstaan letsel

Om een ongeluk te kunnen uitsluiten en om, indien er sprake is van toegebracht letsel, te kunnen vaststellen wie dit zou hebben toegebracht is naar het oordeel van de militaire kamer, conform het standpunt van de verdediging, cruciaal dat het moment van ontstaan van het geconstateerde letsel komt vast te staan. De militaire kamer overweegt hiertoe als volgt.

De deskundige [arts] stelt dat het incident dat het letsel heeft veroorzaakt juist (ordegrootte: seconden) voor de klinische noodsituatie moet hebben plaatsgevonden. [arts] benadrukt dat een kind met een dergelijk geconstateerd hersenletsel geen normaal ritme heeft door op een bepaalde tijd wakker te worden omdat het honger heeft en “normaal” het flesje leeg te drinken. Ook de deskundige [deskundige 3] heeft (bij de Rechter-Commissaris) verklaard dat wanneer dergelijk letsel ontstaat ook meteen klachten optreden als het staken of verslechteren van de ademhaling, vermindering of verlies van het bewustzijn en het optreden van abnormaal gedrag zoals spugen of kreunen.

Op grond van de verklaringen van de deskundigen [arts] en [deskundige 3] concludeert de militaire kamer, dat het bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsel moet zijn toegebracht zeer kort voordat zich een klinische noodtoestand openbaarde. De militaire kamer begrijpt dat dan eerder sprake is van seconden dan van minuten. De bevindingen van de deskundigen met betrekking tot dateringen van elk separaat letsel, welke dateringen een ruimere periode toelaten waarbinnen dat letsel kan zijn ontstaan, sluiten de conclusie van [arts] en [deskundige 3] niet uit en doen daardoor niet af aan de conclusie van de militaire kamer.

Beoordeeld moet derhalve vervolgens worden wanneer de klinische noodtoestand zich heeft gemanifesteerd.

De deskundige [arts] verklaart dat wanneer een kind met hersenletsel, zoals bij is [slachtoffer 1] vastgesteld, de fles zou krijgen, er sprake is van een combinatie van bevindingen. Volgens de deskundige zou het lijken alsof je een pop aan het voeden bent. Daarnaast zal sprake zijn van ademhalingsproblemen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 1] op 16 juni 2012 op normale wijze wakker is geworden en de fles heeft gekregen. Nadat [echtgenote] was vertrokken zonder dat zij iets zorgwekkends heeft opgemerkt omtrent de gezondheidstoestand van [slachtoffer 1] en verdachte ook weg was om een schutting te plaatsen, heeft de moeder van verdachte op [slachtoffer 1] gepast. Ook zij heeft [slachtoffer 1] op normale wijze de fles gegeven en ook zij heeft niets abnormaals opgemerkt. Ook de vader en zus van verdachte die [slachtoffer 1] de ochtend van 16 juni 2012 hebben gezien verklaren geen bijzonderheden aan [slachtoffer 1] te hebben gezien.

In de middag was verdachte alleen met [slachtoffer 1] in de woning. Rond 15.00 uur die dag heeft verdachte [slachtoffer 1] gevoed hetgeen door verdachtes moeder, die op dat moment even langs kwam, is waargenomen. Ook toen is noch door verdachte noch door zijn moeder iets abnormaals aan [slachtoffer 1] gezien. Volgens de moeder ging alles toen goed. Om 15.24 uur die dag stuurt verdachte [echtgenote] een foto van een slapende [slachtoffer 1], kennelijk met de bedoeling om [echtgenote] gerust te stellen, die voor het eerst niet thuis bij [slachtoffer 1] was.

Om 16.49 uur stuurt verdachte een WhattsApp bericht aan een vriend: “Ben ff druk. [slachtoffer 1] is ontroostbaar”. Om 17.01 uur vindt tussen verdachte en [echtgenote] het volgende WhattsApp gesprek plaats (“[verdachte]” = verdachte en “[echtgenote]”= [echtgenote]):

17:01 [verdachte] Duurt even [slachtoffer 1] is ontroostbaar

17:02 [verdachte] huilt ook raar nu

17:02 [echtgenote] Ojee

17:02 [verdachte] Anders dan anders. Ga wel zo weg

17:02 [echtgenote] misschien ergens pijn?

1702 [verdachte] Misschien

17:04 [echtgenote] Arme jongen

17:35 [echtgenote] Al bijna hier?

17:41 [verdachte] Nee moet nog steeds omkleden

1741 [verdachte] eet maar vast wat dan

17:41 [echtgenote] [slachtoffer 1] nog steeds huilen?

17:41 [echtgenote] [betrokkene 1] zit hier nog te wachten en anders houd het op

17:42 [verdachte] Andere keer dan maar, [slachtoffer 1] reageert niet op mij

17:42 [echtgenote] moet ik anders naar huis komen?

17:42 [verdachte] kun jij niet thuis komen gewoon alleen

17:43 [verdachte] graag

17:42 [echtgenote] Kom eraan

17:43 [verdachte] graag doet ook beetje raar

17:43 [echtgenote] Kom eraan

17:48 [verdachte] Gelukkig

17:48 [verdachte] net of hij heel erg misselijk is

17:48 [echtgenote] Ben onderweg

Verdachte verklaart dat hij gevraagd heeft of [echtgenote] in afwijking van eerdere plannen naar huis kwam, omdat [slachtoffer 1] raar huilde, zijn huiltjes niet afmaakte en zich strekte als verdachte hem aanraakte. Rond 18.00 uur komt [echtgenote] thuis, neemt [slachtoffer 1] van verdachte over en constateert direct dat het niet goed is met [slachtoffer 1]. Hij was klam, had een raar huiltje en zijn maakte zijn huiltjes niet af. Vervolgens is het ziekenhuis gebeld.

Op basis van het vorenstaande acht de militaire kamer bewezen dat de noodtoestand bij [slachtoffer 1] zich voor het eerst moet hebben voorgedaan tussen het vertrek van de moeder van verdachte om 15.00 uur en de thuiskomst van [echtgenote] tegen 18:00 uur.

Tussen die tijdstippen heeft verdachte geen bezoek gehad en was hij alleen thuis met [slachtoffer 1]. In die tussentijd heeft zich, ook volgens de verklaringen van verdachte, geen ernstig ongeluk met [slachtoffer 1] voorgedaan, zoals een val van grote hoogte.

Het vorenstaande leidt in samenhang bezien tot de conclusie dat het heftig mechanisch geweld dat het fatale traumatisch letsel heeft veroorzaakt niet accidenteel was, maar is toegebracht door verdachte.

De militaire kamer acht niet bewezen dat het letsel bij [slachtoffer 1] is veroorzaakt door botsend geweld op of tegen het hoofd nu geen sprake is van enig uitwendig hoofdletsel. De militaire kamer acht, mede gelet op de reeds aangehaalde verklaring van deskundige [deskundige 3] bij de rechter-commissaris wel bewezen dat het bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsel is ontstaan door hevig schudden, acceleratie-deceleratietrauma.

Opzet.

Vervolgens dient beoordeeld te worden of verdachte met het schudden van [slachtoffer 1] het opzet op diens dood had. Verdachte geeft geen enkel inzicht in zijn handelen. Uit de bewijsmiddelen kan echter niet worden opgemaakt dat verdachte het ‘boos’ opzet had om [slachtoffer 1] te doden. Aan de orde is daarom de vraag of verdachte tenminste het voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer 1] had, doordat hij met het schudden de aanmerkelijke kans op diens dood voor lief heeft genomen.

Daarbij is van belang dat het een feit van algemene bekendheid is dat men met een baby van zes weken oud voorzichtig moet omgaan. Met name het hoofd van een baby en het nekje zijn kwetsbaar omdat nog niet alles ten volle is ontwikkeld/volgroeid en kracht van de nek(spieren) nog beperkt is. Een feit van algemene bekendheid is voorts dat men daarom bij het vasthouden van een zo jonge baby diens hoofd/nek moet ondersteunen. Zelfs bij een lichte schudbeweging kunnen de zwakke halsspieren het hoofd niet houden zodat het in een ongecontroleerde slingerbeweging komt.

De militaire kamer heeft reeds op basis van de deskundige rapporten vastgesteld dat het letsel moet zijn veroorzaakt door heftig mechanisch geweld. Deskundige [arts] concludeert dat voor het doen ontstaan van bloedingen onder het harde hersenvlies, waarvan bij [slachtoffer 1] sprake was, veel kracht nodig is. Hij concludeert voorts dat het schudden van een baby, wil het bloedingen onder het harde hersenvlies veroorzaken, zo heftig moet zijn, dat getuigen dat direct als gevaarlijk voor de baby zullen herkennen.

De militaire kamer acht met inachtneming van het bovenstaande bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] zo hevig en met zoveel kracht heeft geschud (handelingen die direct als gevaarlijk zijn te herkennen) dat het aanmerkelijk risico op dodelijk letsel bij zijn 6 weken oude zoontje voor hem duidelijk moet zijn geweest en dat het niet anders kan, dan dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans van het overlijden van [slachtoffer 1] bij dat schudden voor lief heeft genomen.

Conclusie

Op grond van het voorgaande acht de militaire kamer dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 16 juni 2012, te Almere, opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]) van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte toen aldaar opzettelijk voornoemde persoon heeft vastgepakt en meer malen met kracht heen en weer heeft geschud en/of bewogen, ten gevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

Ten aanzien van parketnummer 05/760272-13 het primair tenlastegelegde:

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft gepoogd [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven.

Standpunt van de verdediging

Ook in de zaak van [slachtoffer 2] verklaart verdachte dat hij niet kan uitsluiten dat hij iets heeft gedaan waardoor het bij [slachtoffer 2] geconstateerde letsel is ontstaan. Hij kan zich de momenten waarop dat zou moeten zijn gebeurd echter niet meer herinneren.

Ook in de onderhavige zaak stelt de verdediging dat het van cruciaal belang is het ontstaansmoment van het bij [slachtoffer 2] geconstateerde letsel vast te stellen. Naar het oordeel van de verdediging is het ontstaansmoment niet terug te voeren tot het moment dat verdachte alleen met [slachtoffer 2] was en [echtgenote] aan het douchen was.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer overweegt als volgt.

Op 10 september 2013 waren verdachte en [echtgenote] alleen thuis met hun 5 weken oude dochtertje [slachtoffer 2]. [echtgenote] is na 10:30 uur gaan douchen. Toen verdachte alleen was met [slachtoffer 2] constateerde hij dat ze huilde. Toen hij haar pakte en wiegde strekte ze haar armen, dacht verdachte gelijk dat het niet goed zat en is hij met haar naar boven naar [echtgenote] gerend. Toen [echtgenote] haar vastpakte was ze al slapjes en bleek. Na een 112 melding door verdachte, werd [slachtoffer 2] per ambulance naar het Flevoziekenhuis gebracht. Bij [slachtoffer 2] werd door [echtgenote] perioden van ademhalingstilstand en van wisselend bewustzijn geconstateerd. Uit onderzoek in het ziekenhuis bleek bij [slachtoffer 2] sprake te zijn van bloed tussen de hersenhelften en aan de achterkant, binnenzijde, van de schedel. Daarnaast werden uitgebreide netvliesbloedingen geconstateerd. [slachtoffer 2] werd, na behandeling, op 13 september 2013 uit het ziekenhuis ontslagen.

Oorzaak en tijdstip van het geconstateerde letsel:

De deskundige [arts] concludeert dat de combinatie van het bij [slachtoffer 2] geconstateerde letsel passend is bij toegebracht schedelhersenletsel door heftig schudden (acceleratie-deceleratietrauma), door forse impact of door de combinatie van beiden. De deskundige [deskundige 5] onderschrijft de conclusies van [arts]. Zij concludeert in haar rapport dat de aanwezigheid van tekenen van hersenbeschadiging, van smalle bloedingen onder het harde hersenvlies en van netvliesbloedingen bij uitsluiting van andere ziekteoorzaken een zogenoemd schudincident aantonen, waarbij zij een schudincident definieert als een dusdanig grof schudden van een zuigeling dat ook een medische leek zou herkennen dat dit gedrag schade toebrengt aan het kind. Zij rapporteert dat bij een licht schudincident de symptomen duidelijk anders zijn dan bij een kind dat zwaar werd geschud. Uitgaande van de huidige stand van kennis, aldus de deskundige, ontstaan opvallende bevindingen bij een kind direct na het schudden.

De militaire kamer stelt op grond van bovengenoemde overwegingen vast dat het letsel zoals bij [slachtoffer 2] geconstateerd is, het gevolg is van heftig schudden (acceleratie-deceleratietrauma).

De deskundige [arts] concludeert dat het letsel kort (ordegrootte: seconden) voor het ontstaan van de klinische verschijnselen, zoals vermindering of verlies van bewustzijn, onregelmatige ademhaling, moeilijkheden bij ademhaling, ademstilstand, en frequente insulten, moeten zijn toegebracht. De deskundige [deskundige 5] concludeert, dat een wisselend bewustzijn en wisselende ademhaling zich onmiddellijk na een schudincident openbaren. Na een schudincident – dat bij het klinisch bij [slachtoffer 2] vastgestelde letsel past – laat naar de huidige stand van de wetenschap, een kind onmiddellijk symptomen zien waaruit een verzorger begrijpt dat er met het kind iets niet klopt. Op grond van de conclusies van [arts] en [deskundige 5] is de militaire kamer van oordeel dat het bij [slachtoffer 2] geconstateerde letsel moet zijn toegebracht onmiddellijk voordat zich een klinische noodtoestand openbaarde.

Moment van klinische noodtoestand

Uit de bewijsmiddelen maakt de militaire kamer op dat [slachtoffer 2] op 10 september 2013 om 03.45 uur, 07.15 uur en 10.30 uur de fles heeft gekregen. Daarbij is de ouders van [slachtoffer 2] niets ongewoons opgevallen. [slachtoffer 2] is na de fles van 10.30 uur in de wieg gelegd. Kort voordat [echtgenote] ging douchen wordt tussen de moeder van [echtgenote] en [echtgenote] nog een afspraak gemaakt voor een kraambezoek hetgeen, naar het oordeel van de militaire kamer, aangeeft dat er op dat moment niets met [slachtoffer 2] aan de hand was. Vervolgens is [echtgenote] gaan douchen. Na ongeveer 10 minuten riep [echtgenote] naar verdachte om [slachtoffer 2] naar haar te brengen. Op dat moment komt verdachte in paniek met [slachtoffer 2] naar boven, verdachte zegt dat [slachtoffer 2] raar doet. [echtgenote] ziet dan dat [slachtoffer 2] slap is en een wit gemarmerde huid heeft en draagt verdachte meteen op om 112 te bellen. Op het moment dat ze [slachtoffer 2] vast heeft is [slachtoffer 2] al slapjes en bleek. Ook verdachte verklaart dat [slachtoffer 2] na de fles van 10.30 uur door [echtgenote] in de wieg werd gelegd, dat [echtgenote] daarna ging douchen en dat tot dat moment er niets bijzonders met [slachtoffer 2] aan de hand was. Zij maakte wel geluidjes, maar die weken niet af van wat gebruikelijk was. Toen [echtgenote] om [slachtoffer 2] riep, pakte verdachte [slachtoffer 2] op en stelde toen vast dat er iets niet in orde was. Verdachte zag bij [slachtoffer 2] verschijnselen die hij eerder bij [slachtoffer 1] zag voordat die overleed. Door verdachte werd om 12.39 uur 112 gebeld en om een ambulance gevraagd.

Op grond van voorgaande concludeert de militaire kamer dat de toestand van [slachtoffer 2] tot het moment waarop [echtgenote] haar in haar wieg legde normaal was en dat op het moment dat verdachte met haar naar [echtgenote] rende sprake was van een klinische noodsituatie.

Verdachte is veroorzaker letsel

De militaire kamer concludeert op grond van het vorenstaande dat de klinische noodsituatie is ontstaan toen verdachte alleen was met [slachtoffer 2]. Onmiddellijk daarvoor moet aldus het voor die situatie verantwoordelijke letsel zijn toegebracht. Ook toen was [slachtoffer 2] alleen met verdachte. De militaire kamer concludeert daarom dat verdachte het letsel aan [slachtoffer 2] heeft toegebracht en wel door [slachtoffer 2] heftig te schudden.

Opzet

[slachtoffer 2] heeft het schudden door verdachte overleefd en is ontslagen uit het ziekenhuis. [arts] heeft geconcludeerd dat het bij [slachtoffer 2] geconstateerde letsel potentieel fataal was.

Verdachte geeft geen enkel inzicht in zijn beweegredenen, maar op basis van de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat verdachte het ‘boos’ opzet had [slachtoffer 2] te doden. Beoordeeld dient te worden of bewezen kan worden dat verdachte daarop het voorwaardelijk opzet had.

Het is een feit van algemene bekendheid dat men met een baby van zes weken oud voorzichtig moet omgaan. Met name het hoofd van een baby en het nekje zijn kwetsbaar omdat nog niet alles ten volle is ontwikkeld/volgroeid en kracht van de nek(spieren) nog beperkt is. Een feit van algemene bekendheid is voorts dat men daarom bij het vasthouden van een zo jonge baby diens hoofd/nek moet ondersteunen. Zelfs bij een lichte schudbeweging kunnen de zwakke halsspieren het hoofd niet houden zodat het in een ongecontroleerde slingerbeweging komt.

Deskundige [arts] heeft in de zaak [slachtoffer 1] toegelicht welke mate van kracht/beweging noodzakelijk is om, met name, bloedingen onder het harde hersenvlies te veroorzaken. Nu ook bij [slachtoffer 2] dergelijke bloedingen zijn vastgesteld moet ook bij haar met kracht zijn geschud.

In haar rapport geeft deskundige [deskundige 5] aan dat bij een schudincident, zoals waar bij [slachtoffer 2] sprake van is, het schudden zodanig heftig is dat ook een medische leek zou herkennen dat dit gedrag schade toebrengt aan het kind.

Op grond van de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, kan naar het oordeel van de militaire kamer worden geconcludeerd dat verdachte voorwaardelijke opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 2]. Verdachte heeft een 5 weken oude baby dusdanig geschud dat er potentieel dodelijk letsel is ontstaan. Door gedurende korte tijd [slachtoffer 2] zeer heftig te schudden was de kans aanmerkelijk dat zij daardoor komt te overlijden. Temeer nu verdachte eerder heeft ervaren dat zijn zoontje [slachtoffer 1] door een schudincident is overleden, moet hij zich van dit risico terdege bewust zijn geweest. Uit het feit dat hij, met deze ervaring, zijn tweede kind opnieuw heftig heeft geschud volgt dat hij het risico op haar overlijden voor lief heeft genomen. De militaire kamer is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 2].

Conclusie

Op grond van het voorgaande acht de militaire kamer dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 10 september 2013 te Almere, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]) van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en meer malen met kracht (heen en weer) heeft geschud en/of bewogen waardoor ernstig hersenletsel is ontstaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het primaire onder parketnummer 05/900783-12:

Doodslag.

Ten aanzien van het primaire onder parketnummer 05/760272-13:

Poging tot het misdrijf: doodslag.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Omtrent verdachte is een multidisciplinair rapport opgemaakt door drs. [psycholoog 1], GZ-psycholoog, en [psychiater], psychiater, gedateerd 13 november 2013 respectievelijk 14 november 2013, waarin zij concluderen dat bij verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit geen sprake was van een ziekelijke stoornis dan wel gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Zodoende kan geen verband worden gelegd tussen een eventuele psychische stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en het tenlastegelegde en kan evenmin een uitspraak gedaan worden over het recidiverisico.

Overeenkomstig deze conclusie kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er is voorts ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van telkens het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar onvoorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht alsmede teruggave van het restbeslag aan de echtgenote van verdachte. De officier van justitie motiveert zijn eis dat het gaat om bijzonder ernstige feiten gepleegd door de vader van de slachtoffers. De officier van justitie acht dit temeer ernstig nu het juist bij de vader is waar een kind een veilige plek moet hebben. Verdachte heeft opzettelijk zijn zoontje gedood en een jaar later hetzelfde met zijn dochtertje geprobeerd. Verdachte zal deze gebeurtenissen voor altijd met zich mee moeten dragen. Hierbij past uitsluitend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is vrijspraak bepleit.

Beoordeling door de militaire kamer

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 19 mei 2014;

 een voorlichtingsrapportage van de Reclassering Nederland d.d. 8 november 2012, betreffende verdachte;

 een multidisciplinair rapport van drs. [psycholoog 2], gz-psycholoog, gedateerd 11 januari 2013 en van [psychiater], psychiater, gedateerd 28 december 2012;

 Een multidisciplinair rapport van drs. [psycholoog 1], gz-psycholoog, gedateerd 13 november 2013 en van [psychiater], psychiater, gedateerd 14 november 2013.

De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd heeft de militaire kamer gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de militaire kamer rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Doodslag is één van de ernstigste misdrijven. Het doden van een medemens is onomkeerbaar. Dieper ingrijpen in een mensenleven dan door het leven te beëindigen is niet denkbaar. Het doden van een weerloos kind is des te ernstiger. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het doden van zijn toen zes weken oude zoontje [slachtoffer 1] en (ruim een jaar later) het trachten te doden van zijn toen vijf weken oude dochtertje [slachtoffer 2].

[slachtoffer 1] was een 6 weken oude baby die in de middag van 16 juni 2012 tot aan het moment van de klinische noodtoestand volledig afhankelijk was van de zorg van verdachte. [slachtoffer 1] is als weerloos slachtoffer ten gevolge van door zijn vader, verdachte, gepleegde geweld komen te overlijden. Dit geweld moet enige tijd zeer heftig zijn geweest.

Verdachte is op verdenking van doodslag op [slachtoffer 1] aangehouden en heeft korte tijd in voorarrest gezeten. Nadat hij onder schorsingsvoorwaarden werd heengezonden is zijn echtgenote op enig moment opnieuw zwanger geraakt. Op [geboortedatum 3] werd zijn dochtertje [slachtoffer 2] geboren. Op 10 september 2013 wordt [slachtoffer 2] met spoed naar het ziekenhuis gebracht en wordt soortgelijk, potentieel dodelijk, letsel geconstateerd als eerder in 2012 bij [slachtoffer 1], opnieuw veroorzaakt door het heftig schudden door verdachte. Ook [slachtoffer 2] was op dat moment weerloos en volledig afhankelijk van de zorg van verdachte. Het gaat nu goed met [slachtoffer 2], maar of zij er geen blijvend letsel aan heeft overgehouden is nog niet met zekerheid te zeggen. Dat [slachtoffer 2] het heeft overleefd en dat de gevolgen op de langere termijn lijken mee te vallen is echter te danken aan adequaat medisch ingrijpen en niet aan het gedrag van verdachte.

Dit zijn schokkende feiten. De militaire kamer rekent het verdachte zwaar aan dat hij, nog tijdens het onderzoek naar de dood van zijn zoontje en in de schorsing van het voorarrest voor dat feit, ook zijn 5 weken jonge dochtertje door hevig schudden in levensgevaar heeft gebracht. Het mag zo zijn dat verdachte de dood van [slachtoffer 1] altijd met zich mee moet dragen, maar verdachte heeft geen enkel berouw getoond voor dit feit, geen inzicht gegeven in zijn handelen en niets ondernomen om herhaling te voorkomen. Was zijn opstelling anders geweest had wellicht in ieder geval het ernstige letsel bij [slachtoffer 2] voorkomen kunnen worden en was niet alleen haar, maar ook de moeder en de overige familie van [slachtoffer 2] onmetelijk veel leed bespaard gebleven.

Ook nu geeft verdachte nog geen inzicht in zijn handelen en beroept hij zich - in beide zaken - op geheugenverlies. Met de ter zitting daarover gehoorde psycholoog en psychiater is de militaire kamer van oordeel dat het daadwerkelijk bestaan van een dergelijk, zich tot specifiek de twee schudincidenten beperkend geheugenverlies, onaannemelijk is.

Met de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, die mogelijk tot beter begrip van de feiten hadden kunnen leiden, kan de militaire kamer dus geen rekening houden. Familieleden verkeren tot op de dag van vandaag in onzekerheid over de precieze toedracht die geleid heeft tot het overlijden van [slachtoffer 1] en de verwonding van [slachtoffer 2]. Deze onzekerheid zal in het algemeen het rouwproces bemoeilijken waarvoor verdachte verantwoordelijk is.

Gelet op dit alles zijn er naar het oordeel van de militaire kamer, naast verdachtes blanco strafblad, geen strafmatigende omstandigheden waarmee zij rekening kan en moet houden.

De militaire kamer is van oordeel dat voor afdoening van deze zaak uitsluitend een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats is. Daarbij overweegt de militaire kamer dat de geëiste gevangenisstraf van de officier van justitie van 6 jaar onvoldoende recht doet aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten. Reeds het eenmalig opzettelijk beëindigen van een kinderleven rechtvaardigt een langdurige gevangenisstraf. Dit in combinatie met het feit dat verdachte, in de wetenschap dat zijn handelen de dood van zijn zoontje [slachtoffer 1] tot gevolg heeft gehad, vervolgens nogmaals zodanig geweld op zijn dochtertje toepast, maakt dat een hogere straf dan geëist geboden is.

De militaire kamer zal dan ook een aanzienlijk hogere gevangenisstraf dan is geëist door de officier opleggen, en wel voor de duur van 9 jaren.

Nu de verdediging zich niet heeft verzet tegen de vordering van de officier van justitie het restbeslag te doen retourneren aan [echtgenote], zal de militaire kamer een overeenkomstige last uitspreken.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 45, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave van het restbeslag aan [echtgenote].

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. J.M.J.M. Doon, rechter en kolonel mr. J. Wiersma militair lid, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 juni 2014.

Bijlage I

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat.

Ten aanzien van parketnummer 05/900783-12

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1] van de Koninklijke Marechaussee, District Noord Oost, Brigade Recherche & Informatie, team 3, onderzoek Bunderbos, proces-verbaalnummer 28-057968 opgemaakt proces-verbaal, gesloten op 26 november 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Het primaire:

(pag. 07 algemeen dossier) “Op zaterdag 16 juni 2012 werd in het Flevoziekenhuis een baby, [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2], gepresenteerd bij de spoedeisende hulp in verband met raar huilen en een bleek gelaat. Op zondag 17 juni 2012 werd de baby, gezien het letsel, overgebracht naar het VU Medisch Centrum te Amsterdam voor verder onderzoek. (…..) (pag. 12 algemeen dossier). Op zondag 17 juni 2012 omstreeks 22.39 uur overlijdt [slachtoffer 1].”

Verklaring [echtgenote]:

(pag. 602) “Kun je ons vertellen wat voor baby [slachtoffer 1] (….) was? Makkelijk, lief, tevreden, een heel lief mannetje. (…..) Na zijn flesje de laatste periode was hij gewoon wakker na zijn flesje. Dan viel hij daarna gewoon rustig in slaap. Gewoon ja, hij huilde niet, hij piepte niet alleen als hij echt honger had, begon hij een beetje te huilen.”

Verklaring [echtgenote] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 22 mei 2013:

(pag. 4) “We zijn de vrijdagavond –voordat [slachtoffer 1] zaterdag naar het ziekenhuis ging- wezen bowlen met de hele familie van beide kanten. (…) Volgens mij heeft hij verder goed geslapen tot ongeveer 06.00 uur a 07.00 uur. Ik moest er ook vroeg uit, omdat ik een afspraak had en [verdachte] met de tuin aan de slag ging.(…) Toen ik weg ging lag [slachtoffer 1] volgens mij in de box. Ik heb mijn schoonmoeder nog instructies gegeven over het klaar maken van de fles e.d. (…) (Is er een moment geweest dat je die dag zorgen begon te maken?) Nee. Die dag hebben we niet veel contact gehad. Later heb ik wel een foto van [verdachte] doorgestuurd gekregen. [slachtoffer 1] lag lekker in de box te slapen. [verdachte] deelde me mede dat alles verder goed ging. (…)

Toen ik thuis kwam lag [slachtoffer 1] bij [verdachte]. Het voelde niet goed. Hij was klam en had een raar huiltje. Ik had direct zoiets van dat het niet goed was en dat ik met hem naar het ziekenhuis wilde voor controle.”

Verklaring [betrokkene 2]:

(pag. 737) “Hoe vaak heb je opgepast op [slachtoffer 1]? Eigenlijk de eerste keer pas de zaterdag ochtend. Die bewuste zaterdag ochtend dat was de eerste keer? Ja. Oké en waarom moest je oppassen? [echtgenote] had een uitje die ging naar Artis. En [verdachte]…De buurman wilde graag die dag nieuwe schuttingen kopen voor de tuin en zo. Dat hebben ze ’s morgens gedaan en toen hebben ze gevraagd of ik even bij [slachtoffer 1] wilde blijven. Hoe laat was je daar? [adres] he? Tussen negen en kwart over negen was ik daar misschien vijf over negen of zo. (…) (pag. 738) En [slachtoffer 1], hoe was het op dat moment met [slachtoffer 1]? [slachtoffer 1] lag lekker in de box te slapen. Geen bijzondere dingen gezien? Neen. (…) Hoe laat moest u de fles maken voor [slachtoffer 1]? Half elf. (…) (pag. 739) Hij werd een beetje wakker toen dacht ik dan geef ik hem maar de fles want anders gaat hij gewoon weer verder pitten. En hij moet wel eten, dus. Ik heb de fles gemaakt en natuurlijk drinkt ie dat een beetje slaperig op. Hoe ging het verder? Het ging prima. (…) Ik denk dat wij rond 1 uur zijn vertrokken. (…) (pag. 740) [verdachte] was verder klaar op dat moment? Ja, alles was klaar. (…) Hij ging thuis blijven op zijn kind passen. (pag. 743) Ik was trouwens ook nog om drie uur ’s middags bij hem terug geweest om chocolaatjes te brengen. Toen zat hij op de bank met [slachtoffer 1] de fles te geven. En toen ging alles goed? Ja toen ging alles goed.”

Verklaring [betrokkene 3]:

(pag. 653) Wat kan jij vertellen over [slachtoffer 1], je neefje? Ja, dat het een lief ventje was, weinig huilde, veel sliep. (…) (pag. 655) Ik wil even naar de dag gaan, zaterdag 16 juni. Beschrijf eens die zaterdagochtend, wat heb je allemaal gedaan? Ik moest werken van acht tot elf, toen is m’n vader me op komen halen die moest om kwart over elf bij de opticien zijn, maar daar was ie eerder al klaar, toen ben ik met m’n vader naar [verdachte] en [echtgenote] gegaan. Hoe laat waren jullie daar ongeveer? Ik denk dat dat rond half twaalf is geweest. (…) Hoe ging het met [slachtoffer 1] toen je daar thuis was? Goed. (…) Hij lag lekker te slapen in z’n box. (…) En hoe laat zijn jullie weer weg gegaan van het adres? Ik denk rond half een kwart voor een, zoiets. Toen ben je met je vader weggegaan? En mijn moeder. (…) Hoe laat was [verdachte] terug klaar met de buurman helpen? Zodra wij weggingen ongeveer, want toen was [verdachte] bij [slachtoffer 1] en konden wij boodschappen gaan doen (…) (pag. 656) Je bent zo ongeveer een uur en een kwartier daar geweest. Kun je beschrijven wat je hebt gedaan? Op een gegeven moment heeft m’n moeder [slachtoffer 1] opgepakt uit de box en toen ben ik naast haar gaan zitten en een beetje naar [slachtoffer 1] gekeken. Op de bank gezeten en een beetje gekletst. En het gedrag van [slachtoffer 1]? Die sliep.”

Verklaring [betrokkene 4]:

(pag. 636) “Hoe was hij als kind? Het mannetje is zes weken geworden. Dus ik ken niks over zijn gezondheid vertellen. Wat vertel je over een baby? Nou ja, had u het gevoel dat hij gezond was? (pag. 637) Ja. Was er iets waaruit afleidbaar was dat hij ziek zou zijn? Nee. (pag. 638) Hoe laat was u terug op de [adres]? Een uur of elf, half twaalf, twaalf uur. Ik heb geen idee. Toen bent u nog wel binnen geweest? Toen ben ik binnen geweest. Heb ik geholpen de tuin leeg te ruimen. Heb ik nieuwe schotten in de tuin gezet. (….) Samen met [verdachte] en de buurman. (….) Toen u dus daar de eerste keer binnen was. Hoe was het toen met [slachtoffer 1]? Goed. Waar was hij op dat moment? Lag in de box. (pag. 639) U zei net, om drie uur dat u met uw vrouw nog even terug geweest? Het ken ook half vier geweest zijn. Toen ben ik gestopt voor de deur. Toen heb ze een zakje truffels naar binnen gebracht en toen zijn we naar huis gegaan. (…) Hoelang is uw vrouw binnen geweest? Vijf minuten.

Verklaring verdachte:

(pag. 446) De vrijdagavond, jullie zijn bij een bowling geweest in Lelystad. Hoe was dat? Gezellig. (...) Hij ervaarde dat niet als onprettig in de bowlingbaan, in jouw ogen en dat bleek uit? Hij was wel rustig. (…) (pag. 448) Dan naar de zaterdagmorgen dan. Hoe laat werd je wakker? Wakker worden en douchen, dat zal om half 7 of 7 uur zijn geweest. (…) Ik heb om 8 uur met de buurman afgesproken om een nieuw hek te kopen. En toen heeft [echtgenote] het flesje aan [slachtoffer 1] gegeven toen ik onder de douche stond. (...) (pag. 449) Hoe laat was je klaar met die schutting op die zaterdag? Dat weet ik niet meer precies. Kan tussen 12 en 14 uur zijn geweest. (…..) (pag. 450) Je zegt je pakt [slachtoffer 1] op en je ouders vertrokken. Waar was Renee? Ze ging mee met een vriendin iets doen. En je ouders gingen weg. Wie waren er over in de woning? Ik en [slachtoffer 1]. (….) Hij had om een bepaalde tijd zijn fles gehad. En het was bijna tijd. (….) Toen heb ik hem de fles gegeven. Was hij toen wakker? Niet helemaal want hij kan ook slapend drinken. En dan maakt hij zijn fles wel leeg? Ja.” (pag. 452) V: je hebt aangegeven dat je hebt [slachtoffer 1] eten gegeven. Kun je beschrijven hoe [slachtoffer 1] die ochtend was? A: Zo als altijd (…) V: in jouw beleving ging het prima met [slachtoffer 1]. A: Hij was zoals altijd.

(…) p.456 Maar hij was zo aan het huilen, toen heb ik gezegd dat ik er zo aan zou komen. (…) Maar na een half uur vond ze het lang duren. En vroeg ze ben je al onderweg? Nee, want [slachtoffer 1] is ontroostbaar misschien kun je beter naar huis komen. En ook dat hij zo raar aan het huilen was. Hij stopte steeds halverwege. (…) Hij ging steeds strekken. Hij rekte zich helemaal uit als ik hem aanraakte. (…) Weet je hoe laat ze thuis kwam? Was later op de avond, 18 uur of zo.

Een schriftelijk bescheid, te weten een overzicht van WhatsApp berichtenverkeer tussen [betrokkene 5] en verdachte d.d. 16 juni 2012 waarin verdachte het volgende bericht verstuurt:

(pag. 1093) “Ben ff druk. [slachtoffer 1] is ontroostbaar.”

Een proces-verbaal van bevindingen:

(pag. 853) Ik, eerste verbalisant, heb gericht gezocht naar WhatsApp berichtenverkeer tussen [verdachte] en [echtgenote] op zaterdag 16 juni 2012. (…..) Ik, eerste verbalisant, heb het berichtenverkeer tussen [verdachte] en [echtgenote] op zaterdag 16 juni 2012, vanaf 15.24 uur hieronder letterlijk uitgewerkt. Met “G” wordt [verdachte] bedoeld, met “N” wordt [echtgenote] bedoeld. (…..)

15.24

[verdachte] stuurt [echtgenote] foto van [slachtoffer 1].

15.33

[echtgenote]. Hopelijk zo weg, zijn nu bij de reptielen

15.54

[echtgenote]. We rijden nu weg

15.57

[echtgenote]. [betrokkene 1] gaat nl ff bij mn ouders kijken in t huis. Ze heeft gister bij dat andere huis wat te koop staat en wil graag een ander huis van binnen zien

15.57

[echtgenote]. Zou je ook naar mb ouders willen komen? Eten we daar broodje hamburger

15.58

[echtgenote]. Kan [betrokkene 1] [slachtoffer 1] nog ff zien…en anders vraag ik wel of ze me straks thuis afzetten

16.02

[echtgenote]. Of nasi of bami met een eitje. Of aardappeltjes met sla

16.06

[echtgenote]. Je bent zeker gamen??

17.01

[verdachte]. Duurt even [slachtoffer 1] is ontroostbaar

17.02

[verdachte]. Huilt ook raar nu

17.02

[echtgenote]. Ojee

17.02

[verdachte]. Anders dan anders. Ga wel zo weg

17.02

[echtgenote]. Misschien ergens pijn?

17.02

[verdachte]. Misschien

17.04

[echtgenote]. Arme jongen

17.35

[echtgenote]. Al bijna hier?

17.41

[verdachte]. Nee moet nog steeds omkleden

17.41

[verdachte]. Eet maar vast wat dan

17.41

[echtgenote]. [slachtoffer 1] nog steeds huilen?

17.41

[echtgenote]. [betrokkene 1] zit hier nog te wachten en anders houd het op

17.42

[verdachte]. Andere keer dan maar. [slachtoffer 1] reageert niet op mij

17.42

[echtgenote]. Moet ik anders naar huis komen?

17.42

[verdachte]. Kun jij niet thuis komen gewoon alleen

17.43

[verdachte]. Graag

17.42

[echtgenote]. Kom eraan (pag. 854)

17.43

[verdachte]. Graag doet ook beetje raar.

17.43

[echtgenote]. Kom eraan

17.48

[verdachte]. Gelukkig

17.48

[verdachte]. Net of hij heel erg misselijk is.

17.48

[echtgenote]. Ben onderweg.”

Verklaring [echtgenote]:

(pag. 608) Toen kreeg ik een berichtje: hij huilt zo raar, kom je naar huis. Toen hebben ze mij thuis afgezet. Toen ik thuis kwam lag hij bij [verdachte]. Toen had ik hem overgenomen en dacht: dat is niet goed. Hij huilde heel raar. Hij maakte zijn huiltjes niet af, hij voelde ook een beetje klammig aan, toen heb ik het ziekenhuis gebeld.”

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, gedateerd 02 november 2012, opgemaakt door de arts en patholoog dr. [deskundige 4]:

De overledene, [slachtoffer 1], [geboortedatum 2] te Almere, is overleden in het VUMC te Amsterdam op 17 juni 2012 omstreeks 22.45 uur. (…..) Bij sectie werd het lichaam van een jongetje gezien zonder zichtbare aangeboren afwijkingen. Er werd bij de sectie hersen(vlies) letsel vastgesteld. Er was bloeduitstorting onder het harde hersenvlies (subduraal) en onder de zachte hersenvliezen (subarachnoïdaal). Bij neuropathologisch onderzoek werden in de hersenen en het ruggenmerg traumatische letsel vastgesteld, te weten een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies (spinaal subduraal hematoom op thoracaal niveau), onder de zachte hersenvliezen (subarachnoïdaal) en traumatische axonale veranderingen op de craniocervicale overgang. Als verwikkeling daarvan waren er tekenen van vochtophoping (oedeem) en herseninklemming ontstaan met hersen(stam)functiestoornissen en intreden van de dood tot gevolg. (….)

De bovengenoemde letsels aan de hersen(vliezen) en craniocervicale overgang waren bij leven ontstaan door inwerking van heftig uitwendig mechanisch geweld, hetgeen niet accidenteel ofwel toegebracht kan zijn (acceleratie-deceleratie-impact-trauma, voorheen het “shaken baby- (impact)syndroom” genoemd) of accidenteel kan zijn (zoals impact door vallen van een hoogte). Voor wat de eventuele accidentele oorzaak betreft dient te worden opgemerkt dat dergelijk ernstig fataal verlopend hersenletsel in het kader van accidenteel trauma door vallen van een grote hoogte (zoals van een etage van een woning) kan ontstaan, maar niet in het kader van een zogenaamde “huis-tuin-keuken” val (zoals een val uit bed, normale val van de trap). (….) De bij oogpathologisch onderzoek vastgestelde bloeduitstortingen rondom de oogzenuwen, in de netvliezen (intraretinaal) en elders in de ogen (vitreaal, intrascleraal) kunnen ook goed passen in het kader van niet-accidenteel ofwel toegebracht hersenletsel (acceleratie-deceleratie-impact-trauma, voorheen het “shaken baby- (impact)syndroom” genoemd). (…..)

Conclusie:

Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer 1], 6,5 weken oud, wordt het intreden van de dood verklaard door uitval van vitale functies (hersen(stam)functiestoornissen), opgelopen als verwikkelingen van traumatische letsels aan de hersen(vliezen) en craniocervicale overgang.

De verklaring van [betrokkene 6]:

(pag. 1202) Ik was gebeld met het feit dat er een jonge zuigeling in ernstige conditie op de shockroom lag en dat was het enige wat ik wist op het moment dat ik het eerste contact had. (….) (pag. 1203) Op het moment dat vader op mijn vraag van “Wat doe je dan als hij zo huilt?” Hij had ook al gezegd, moeder lukte het meestal wel om te troosten en hem niet. “Wat doe je dan als [slachtoffer 1] zo huilt? “ En toen gaf hij aan: dan schudt ik hem. Waarom ik zei: “Maar hoe schud je dan? Ja, gewoon schudden. (….) Op dat moment liet hij zien dat hij dat zo deed, en ik ben er niet verder op doorgegaan, maar was wel vaders volgende reactie naar mij toe: “Nu ben ik bang dat ik te hard geschud heb.”

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, gedateerd 11 oktober 2012, opgemaakt door dr. [deskundige 3], Arts en patholoog:

Alle gegeven tezamen genomen kan worden gesteld dat met name de afwijkingen op craniocervicale overgang (bèta-APP kleuring) een zeer krachtig bewijs van traumatische, axonale schade zijn.

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, gedateerd 25 juli 2013, opgemaakt door [arts], forensisch arts KNMG:

5.1

De volgende informatie is een samenvatting van hetgeen beschreven is in het beschikbaar gestelde medisch dossier (…) Op 16 juni 2012 (kwam) moeder (…), na een tweede telefonisch verzoek van vader, om circa 17:30 uur thuis. Moeder zag dat [slachtoffer 1] erg bleek was, raar huilde en geen contact maakte. Ouders zijn daarop met [slachtoffer 1] naar de spoedeisende hulp gegaan (…), waar ze omstreeks 18:30 uur aankwamen. In het Flevoziekenhuis werd geconstateerd dat [slachtoffer 1] bleek was en wat snel en steunend ademhaalde Hij reageerde op pijnprikkels door wild te bewegen zonder zijn ogen te openen. (…) Er werd een CT-scan van het hoofd gemaakt, waarop bloed tussen de hersenhelften langs de buitenzijde van de hersenen en op de bodem van het achterste deel van de schedel zichtbaar was, zowel onder het harde hersenvlies als onder het spinnenwebvlies. De hersenen waren in het geheel gezwollen, (…) In het VU Medisch Centrum was [slachtoffer 1], onder medicatie, buiten bewustzijn. Op röntgenfoto’s waren geen aanwijzingen voor breuken. Bloedonderzoek naar stolling was niet afwijkend. Bij onderzoek naar stofwisselingsziekten werden enkele mogelijk relevante ziekten uitgesloten. Op een MRI-scan van de hersenen werd ondermeer versterf van hersenweefsel door zuurstoftekort geconstateerd met een levensgevaarlijke zwelling van de hersenen bij het tussenschot tussen grote en kleine hersenen (inklemming). Een hersenfilm (EEG), waarbij elektrische hersenactiviteit zichtbaar wordt gemaakt, was ernstig tot zeer ernstig afwijkend Een oogarts constateerde verspreid (diffuus) netvliesbloedingen in de ogen, voor en in de netvliezen.

Neurologisch functioneerde [slachtoffer 1] steeds slechter, met een zeer sombere prognose. In overleg met de ouders werd besloten om de beademing te staken, waarna [slachtoffer 1] op 17 juni 2012-overleed.

(…)

6.6.

Datering

Op basis van studies naar de tijdsduur tussen een traumatisch incident en het ontstaan van klinische verschijnselen (deels met verklaringen van bekennende daders) bij toegebracht ernstig schedelhersenletsel, kan worden geconcludeerd dat het traumatische incident juist voor (ordegrootte: seconden) het ontstaan van de klinische verschijnselen zoals bijvoorbeeld een onmiddellijke daling van het bewustzijnsniveau (lethargie of bewusteloosheid), onregelmatige ademhaling, moeilijkheden bij het ademen of ademstilstand en frequente insulten, moet hebben plaatsgevonden. Bovendien wordt aangenomen dat bij een kind dat direct na het ontstaan van hersenletsel gezond en normaal functioneert, het bijzonder onwaarschijnlijk is dat in latere instantie zonder nieuw incident alsnog ernstig (fataal of bijna-fataal) hersenletsel wordt geconstateerd

7 (…)Als er sprake is geweest van een schudincident als oorzaak van de klinische noodsituatie, dan heeft dit incident juist voor (ordegrootte: seconden) de klinische noodsituatie plaatsgevonden. (….) Het is niet uit te sluiten dat tijdens het klinische noodsituatie bij ernstig hersenletsel reflexmatig zuigbewegingen gemaakt kunnen worden. (….) Het hersenletsel is ontstaan juist voor (ordergrootte: seconden) het ontstaan van een klinische noodsituatie. (…..) De combinatie van medische bevindingen is zeer veel waarschijnlijker bij een heftig contracttrauma, bij fors schudden (acceleratie-deceleratietrauma) of bij een combinatie van beide, dan bij een medische oorzaak en/of een val van beperkte hoogte en/of gebruikelijke verzorgingshandelingen. De benodigde kracht overstijgt die van een val van beperkte hoogte zoals beschreven val uit bed. (….) Het toebrengen van hersenletsel bij kleine kinderen door middel van schudden en/of impact, is dusdanig heftig dat getuigen de handeling direct als gevaarlijk zouden kwalificeren. De in deze vraag aangegeven wijze van schudden lijkt niet te passen bij de benodigde aanmerkelijke kracht (door een puber/volwassene), frequentie (circa 2-5 keer per seconde) en duur (vanaf circa 5 seconden). (….)

De rapporteur concludeert dat de combinatie van het hersenletsel, de bloeduitstorting onder het harde hersenvlies, de netvliesbloedingen en de letsels aan de wangen zeer veel waarschijnlijker is bij een niet-accidentele toedracht dan bij een accidentele toedracht. (….) Een spontane of subacute hersenbloeding als oorzaak van de combinatie van bevindingen wordt uitgesloten geacht.

De verklaring van [deskundige 3] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 25 april 2013:

“Het is de axonale verandering die aanwijzingen geven voor het schudden. (….) De axonale verandering maakt voor mij dat er geschud is. Dat kan ik op grond van mijn onderzoek wel zeggen. De axonale verandering wordt gedateerd op een halve dag tot circa een week waarbij wel van belang is op te merken dat wanneer deze beschadiging optreedt, er ook meteen klachten optreden (…) zoals het staken of verslechtering van de ademhaling. Er is ook vertraging van hartactie beschreven. Vermindering of verlies van bewustzijn en het optreden van abnormaal gedrag zoals bv. spugen, kreunen etc.”

De verklaring van [arts], afgelegd ter terechtzitting d.d. 9 december 2013:

(pag. 6 proces-verbaal terechtzitting) “Zo’n noodsituatie kan enige tijd voorduren. Een kind met het geconstateerde hersenletsel kan in bed gelegd worden en de fles gegeven worden omdat een kind van die leeftijd zonder dat het zich bewust is zuigbewegingen kan maken. Wat bij een kind met een dergelijk geconstateerd hersenletsel niet mogelijk is, is dat het een normaal ritme heeft, dat het op een bepaalde tijd wakker wordt omdat het honger heeft en “normaal” het flesje leegdrinkt. (….) (pag. 11) Op het moment dat een kind met dergelijk hersenletsel een fles zou krijgen dan is sprake van een combinatie van bevindingen. Bewustzijnsvermindering, wat op die leeftijd lastiger te constateren is. Het kind communiceert niet en zal slap zijn. Zo’n kind laat alles vallen, het is alsof je een pop aan het voeden bent. Ook is sprake van ademhalingsproblematiek. Een kind dat niet ademt zal niet slikken en drinken. Wanneer een kind ademhalingsproblemen heeft moet dat merkbaar zijn.”

De verklaring van dr. [deskundige 4], afgelegd ter terechtzitting d.d. 9 december 2013:

(pag. 8 proces-verbaal terechtzitting) “Bij [slachtoffer 1] zijn geen aanwijzingen gevonden voor een andere oorzaak, er is geen ziekte gevonden die dit zou hebben kunnen veroorzaken. Voor mij is dit een duidelijk niet accidenteel letsel, met andere woorden, letsel wat is toegebracht. (..) (pag 9) Indien er geen sprake is van een val uit een helikopter of een val vanaf een tweede etage dan kan het letsel van [slachtoffer 1] niet anders ontstaan zijn dan zoals door mij omschreven. (pag. 17) Er zijn geen aanwijzingen gevonden bij de datering van de bloeduitstortingen dat sprake is van verschillende data. Ook ten tijde van de sectie was sprake van één kleur bloed. Wanneer sprake zou zijn van verschillende dateringen, dat er dus tevens oude bloedingen zouden zijn geweest, dan is de kleur van het bloed anders, geel/bruin. Wanneer sprake is van een verkleuring van het bloed is sprake van oudere bloedingen maar daar was bij [slachtoffer 1] geen sprake van. Er was sprake van een en dezelfde kleur bloed, recent bloed. Ook de neuropatholoog heeft geen aanwijzingen gevonden voor eerdere bloedingen in het hoofd van [slachtoffer 1].”

Ten aanzien van parketnummer 05/760272-13

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 2] van de Koninklijke Marechaussee, District Landelijke- en Buitenlandse Eenheden, Brigade recherche, team 7, onderzoek Bunderbos II, proces-verbaalnummer 28-119555 opgemaakt proces-verbaal, gesloten op 20 november 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Het primaire:

De verklaring van [echtgenote]:

(pag. 450) Wie hebben [slachtoffer 2] die zondag 8 september 2013 nog gezien? Niemand. Zijn de hele dag met z’n tweeën geweest. (…) (pag. 451) Hoe verliep de nacht van maandag 9 september op dinsdag 10 september 2013? Toen heeft ze gewoon weer goed gedronken en de tijdstippen ook gewoon weer normaal. 23 uur ’s avonds laatste fles en daarna om 03.45 uur en daarna weer om 07.15 uur. En om half 11 nog een keer, daarna ben ik gaan douchen. Wie heeft die nacht de voedingen gegeven? Dat heb ik gedaan. Meestal doe ik de nachtvoedingen. [verdachte] doet vaak de luier verschonen en ik maak dan beneden de fles klaar. Hoe vaak is [slachtoffer 2] wakker geworden van maandag op dinsdag buiten de voedingen om? Neen, verder niet. (…) (pag. 452) Wat was de aanleiding dat [slachtoffer 2] wakker werd die dinsdagochtend om 07.15 uur? Ja honger denk ik. (…) Hoe lang duurt het geven van de fles ongeveer? Ze is heel snel, ongeveer 10 minuten heeft ze het al op. Dit is wel snel. Deze dinsdag ochtend om 07.15 uur heeft ze 80 milliliter gedronken. (…) Waar was [verdachte] toen jij [slachtoffer 2] in de box legde? Die was beneden op de bank. Wat zou [verdachte] gaan doen toen jij onder de douche ging? Wachten tot ik hem zou roepen dan zou hij [slachtoffer 2] brengen om bij mij onder de douche te komen. (…) Hoe lang was jij douchen? Ik denk ongeveer 10 minuten voordat [verdachte] in paniek naar boven kwam. (…) Ik hoorde [verdachte] al wel op dat moment roepen “[slachtoffer 2] doet raar.” [verdachte] kwam in paniek naar boven en gaf [slachtoffer 2] direct aan mij. Hij rende naar de slaapkamer, pakte de telefoon en heeft 112 gebeld. (453) (…) Hoe lang duurde het voordat [verdachte] bij jou was tussen het roepen [slachtoffer 2] doet raar en dat hij boven was? A: ik denk ongeveer 1 seconden. (…) Toen ik haar vast had was ze al slapjes en bleek”

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 16 juni 2014:

Tijdstippen weet ik niet meer. Op 10 september 2013 zijn we in de ochtend opgestaan. [echtgenote] of ik heeft [slachtoffer 2] eten gegeven. We moesten die dag nog wel en hebben op de bank tv zitten kijken tot [echtgenote] ging douchen. [slachtoffer 2] lag toen in de reiswieg in de box. Toen [echtgenote] aan het douchen was begon [slachtoffer 2] wakker te worden. Ik zou [slachtoffer 2] als [echtgenote] klaar was met douchen naar boven brengen. Toen [echtgenote] mij riep was [slachtoffer 2] al wakker maar zij huilde. Ik wiegde haar maar zij strekte met haar armen. Ik dacht toen gelijk dat het niet goed was en ben naar boven gerend.

De verklaring van verdachte:

(pag. 256)

[verbalisant 3]. Wat zie je als je in de reiswieg kijkt?

[verdachte]. Ik heb haar meteen opgepakt. Vervolgens zie ik dat ze zo raar met haar armen doet en ben ik naar boven gerend. (…..)

[verbalisant 3]. Wat zag je nog meer aan [slachtoffer 2]?

[verbalisant 3]. Niet zoveel

(pag. 257)

[verbalisant 3]. Wat deed jou inzien dat dit niet normaal was?

[verdachte]. De laatste keer dat ik dat zag is mijn zoontje overleden. (….) Ik ben naar boven gerend. Toen heb ik haar aan [echtgenote] gegeven en ben ik 112 gaan bellen.

Een proces-verbaal van bevindingen:

(pag. 117) Op 18 september 2013 is er onder [echtgenote] een mobiele telefoon van het merk HTC, zilverkleurig, in beslaggenomen. (…) Op de mobiele telefoon merk HTC zijn de volgende whats app berichten aangetroffen die plaats hebben gevonden op de dag van het incident, 10 september 2013. (….)

Tijd: zender ontvanger inhoud whats app bericht

11:19:43 moeder [echtgenote] Volgende week dinsdagavond komt

[betrokkene 7] op kraambezoek.

11:20:21 [echtgenote] Moeder [echtgenote] oké.

Een proces-verbaal van bevindingen:

(pag. 277) Uit de opgevraagde audio gegevens van de 112 melding blijkt dat op dinsdag 10 september 2013 om 12.39 uur met de vaste huistelefoon van [verdachte] en [echtgenote] werd uitgebeld naar 112. (….)

12:39:00 uur

[meldkamer]: Meldkamer (nvt)

[verdachte]: Goedendag met [verdachte] ik heb een ambulance nodig (….) mijn dochter doet raar.

Een AMK-rapportage d.d. 13 september 2013:

(pag. 15) Gegevens van de gemelde minderjarige(n):

Naam Adriaanse

Voornamen [slachtoffer 2] Sara

Geboortedatum [geboortedatum 3]

Geboorteplaats Almere (…..)

(pag. 18) Bron: Kinderarts [kinderarts] (….) Patiënt is op 10-09 om 21:00 in ons ziekenhuis opgenomen na een overplaatsing vanuit Almere. Aldaar aan het begin van de middag met spoed opgenomen (via 112/ambulance) na ALTE (Apparent Life Threatening Event). [slachtoffer 2] had om 07.00 uur normaal gedronken, moeder stond onder de douche, vader zou [slachtoffer 2] bij moeder brengen. [slachtoffer 2] lag op dat moment in bedje, was onrustig, wapperde met haar handen, overstrekte armen, stijf, geen contact meer mee te maken. Vader rent naar moeder. Moeder gaat naar [slachtoffer 2] en ziet een bleek en blauw kindje die niet doorademt. Vader belt 112, bij aankomst ambulance nog steeds adempauzes. Ambulancepersoneel ziet een bleek en gemarmerd kind met wisselend bewustzijn en apneu’s. Bloedgas met metabole acidose, verhoogd lactaat (wijzend op langere periode van zuurstoftekort weefsels. Liquor: bevat bloed. CT-scan, herbeoordeeld in AMC, verricht in Almere: Er is sprake van een bilateraal subduraal hematoom welke zich uitbreidt langs de falx cerebri. Gezien de uitbreiding van de afwijkingen dient toegebracht schedel hersenletsel hoog in de DD te staan. (pag. 19) MRI schedel, verricht in AMC: Smalle subdurale hematomen links pariëto occipitaal en rechts pariëtaal. Verder aanwijzing voor gering subarachnoïdaal bloed rechts frontaal, beter zichtbaar op de eerder verrichte CT-scan. (….) Samenvattend is er op grond van de medische gegevens geen andere verklaring mogelijk dat er bij [slachtoffer 2] sprake is van toegebracht schedelhersenletsel.”

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, gedateerd 03 april 2014, opgemaakt door [arts], forensisch arts KNMG:

(…..) 5.1 medische gegevens

(…..) Op 13 september 2013 werd [slachtoffer 2] uit het ziekenhuis ontslagen. (…..)

6.1

Hersenletsel.

[slachtoffer 2] had op 10 september 2013 neurologische klachten die (althans gemeld) acuut ontstaan waren. Het betrof een bewustzijnsstoornis (zich uitend in slapte), ademhalingsproblemen (zich uitend in periodes van moeizame of afwezige ademhalingsbewegingen, en mogelijk in een bleke huidskleur) na trekkingen (zich uitend in het strekken van de armen). De bewustzijnsvermindering en de ademhalingsproblemen werden geobjectiveerd door de gealarmeerde ambulancemedewerkers. De neurologische klachten hebben hun oorsprong in de hersenen, die kennelijk op dat moment niet goed functioneerden. (….) De rapporteur concludeert dat de geconstateerde hersenfunctiestoornis een aspecifieke bevinding is met zowel accidentele als niet-accidentele mogelijke oorzaken.

6.2

bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies

Op de CT-scan en MRI-scan van 10 en 11 september 2013 werd een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies geconstateerd aan beide zijden langs de hersenen en langs het tussenschot tussen de hersenhelften. De ruimte onder het harde hersenvlies (subdurale ruimte) is de ruimte die zich tussen de hersenen en de schedel bevindt. In de normale situatie is er sprake van fictieve ruimte, omdat het hersenvlies tegen de schedel (harde hersenvlies) en het hersenvlies dat over de hersenen loopt (spinnenwebvlies) tegen elkaar aan liggen. Bloedingen onder het harde hersenvlies ontstaan als de zogenaamde ankervenen of brugvenen (af)scheuren. Dit zijn verbindingsvaten die vanaf het hersenoppervlak (onder het spinnenwebvlies) via de subdurale ruimte naar afvoerende bloedvaten boven het harde hersenvlies lopen. De ankervenen, die het bloed afvoeren dat de hersenen van zuurstof en voedingsstoffen heeft voorzien, kunnen (af)scheuren als de schedel en de hersenen ten opzichte van elkaar bewegen of als de ankervenen worden opgerekt door verplaatsing van hersendelen. Dit komt bijvoorbeeld voor bij een (vaginale) geboorte, waarbij een schedelbot over een ander schedelbot heen kan schuiven om zodoende het geboortekanaal te kunnen passeren. De ankervenen kunnen scheuren als sprake is van herhaalde voor-achterwaartse (en waarschijnlijk ook andere, bijvoorbeeld rotatoire) bewegingen van het hoofd. Een dergelijk mechanisme kan optreden bij heftig repeterend acceleratie-deceleratie trauma (zoals bij schudden) of bij forse impact (botsend geweld op of tegen het hoofd), of bij een combinatie van beide. Een bloeding onder het harde hersenvlies kan een bevinding zijn bij toegebracht schedelhersenletsel, waarbij sprake is van forse impact, van heftig schudden (acceleratie-deceleratietrauma) of een combinatie van beide. Hierbij is veel kracht nodig. (….) De rapporteur concludeert op basis van exclusie van andere oorzaken dat de aangetroffen bloeduitstorting onder het harde hersenvlies op 10 september 2013 veel waarschijnlijker is bij een niet-accidenteel contacttrauma, bij schudden (acceleratie-deceleratietrauma) of bij een combinatie van beide, dan bij een medische oorzaak en/of de geboorte en/of een val van beperkte hoogte en/of normaal uitgevoerde verzorgingshandelingen.

6.3

netvliesbloedingen.

Een oogarts constateerde op 10 september 2013 (Flevoziekenhuis) en 11 september 2013 (Academisch Medisch Centrum Amsterdam) netvliesbloedingen in beide ogen. (….) De meest waarschijnlijke verklaring voor het ontstaan van de netvliesbloedingen zijn de fysieke krachten die door de afwisseling van acceleratie (versnelling) en deceleratie (vertraging) ontstaan. (…..) De rapporteur concludeert dat de aangetroffen netvliesbloedingen veel waarschijnlijker zijn bij een contacttrauma, bij schudden (acceleratie-deceleratietrauma) of bij een combinatie van beide dan bij een medische oorzaak en/of een val van beperkte hoogte en/of normaal uitgevoerde verzorgingshandelingen.

6.4

combinatie van bevindingen

Bij [slachtoffer 2] zijn onder meer ernstige hersenfunctiestoornissen, een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en uitgebreide netvliesbloedingen geconstateerd. De bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en de netvliesbloedingen vormen een aanwijzing voor het ontstaansmechanisme van het hersenletsel.

Deze combinatie van bevindingen is passend bij toegebracht schedelhersenletsel door heftig schudden (acceleratie-deceleratietrauma), door forse impact, of door de combinatie van beide. Er zijn geen medische aandoeningen geconstateerd die de combinatie van bevindingen kunnen verklaren. De geconstateerde letsels zijn niet ontstaan door eigen toedoen of gedragingen van [slachtoffer 2], bij gebruikelijke verzorgingshandelingen of bij de bevalling. Het hersenletsel betrof potentieel fataal letsel.”

Een rapport van de Universiteitskliniek Keulen d.d. 06 mei 2014, opgemaakt door dr. [deskundige 5]:

(….) In totaal zijn bij het 5 weken oude kind na vaststelling van opvallend gedrag (ademstoornis, geobjectiveerd door ambulance medewerkers) medische onderzoeken aangaande een schedelhersenverandering verricht. Daaruit bleek de aanwezigheid van smalle subdurale bloedingen in de hersenen alsmede bloedingen in het netvlies aan beide ogen. Voorst waren er aanwijzingen voor een beschadiging van het hersenweefsel (…) Deze combinatie van bevindingen (neurologisch opvallende feiten, smalle subdurale bloedingen alsmede netvliesbloedingen) toont - bij uitsluiting van andere ziekte oorzaken - het voorhanden zijn van een zogenoemd schudincident aan. Een andere verklaring is op basis van de ter beschikking gestelde stukken niet mogelijk. (…) Volgens de algemeen wetenschappelijk geaccepteerde definitie van een schudincident gaat het om dusdanig grof schudden van een zuigeling dat ook een medische leek zou herkennen dat dit gedrag schade toebrengt aan het kind. Belangrijk hierbij is dat door het schudden het hoofd van het kind door de zwakke halsspieren niet gehouden kan worden en het hoofd in een ongecontroleerde slingerbeweging terecht komt. Omdat het schudden geen gestandaardiseerd proces is, dat wil zeggen manier en hevigheid van het schudden variëren, telkens afhankelijk van de daadwerkelijke toedracht, zijn de invloeden ook aangaande duur en hevigheid verschillend en kunnen deze niet objectief worden ingedeeld. Bij een licht schudincident zijn de symptomen duidelijk anders dan bij een kind dat zwaar werd geschud. Uitgaande van de huidige stand van kennis ontstaan opvallende bevindingen bij een kind direct na het schudden. Dat betekend dat een kind, dat, zoals ook in onderhavige zaak, door beide ouders als absoluut onopvallend beschreven werd, voorafgaande ook niet is geschud. (….) Wij hebben niet de beschikking over de verklaringen. Uitsluitend in de tijdlijn die ons toe is gezonden, vinden zich gegevens van de ouders met betrekking tot de toedracht. Dientengevolge zou het kind tot 10.30 uur volledig onopvallend zijn geweest. Daardoor komt volgens onze beoordeling een schudincident tot dit moment niet in aanmerking. Het daarna tegenover de artsen beschreven opvallende gedrag, zij zou met de armen hebben gewapperd, het zou tot onderbrekingen van de ademhaling zijn gekomen en zij zou niet aanspreekbaar zijn geweest, zijn verenigbaar met een schudincident. (….) Een precieze datering slechts aan de hand van de stukken is gezien de huidige stand van kennis ook bij een hele goede documentatie van het letsel niet mogelijk. Indien met de gegevens uit de tijdlijn ten grondslag legt c.q. de gegevens uit de brieven van de artsen, dat de ambulancemedewerkers een wisselend bewustzijn en wisselende ademhaling van het kind hebben beschreven, wat later in het ziekenhuis niet meer kon worden vastgesteld, moet ervan uit worden gegaan dat het schudincident onmiddellijk voor dit opvallende gedrag heeft plaatsgevonden. (…)

Bent u bekend met aandoeningen, ziektes en/of erfelijke afwijkingen die soortgelijke symptomen (kunnen) hebben als bij [slachtoffer 2] zijn geconstateerd? Zo ja welke? (…)

In de literatuur wordt in bijzonder een stofwisselziekte beschreven die een tenminste ongeveer soortgelijke combinatie van bevindingen zou veroorzaken. Daarbij gaat het om glutaaracidurie type I. Deze is volgens de ter beschikking staande stukken bij [slachtoffer 2] uitgesloten, zodat uit ons oogpunt aangaande de differentiaal diagnostische beschouwing in de zaak gaan rekening gehouden moet worden met verdere aandoeningen (…) Bent u van oordeel dat bij [slachtoffer 2] voldoende onderzoek is gedaan naar alternatieve oorzaken? Ja, het onderzoek is omvattend en volledig.”

1 De bewijsmiddelen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.