Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3841

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-02-2014
Datum publicatie
20-06-2014
Zaaknummer
246515
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over onbetaalde facturen met betrekking tot een aantal projecten. Vordering in conventie tot nakoming, ontbinding en schadevergoeding. Geslaagd beroep op opschorting. Vordering in reconventie tot schadevergoeding wegens wanprestatie. Aansprakelijkheid bestuurders; Beklamelnorm.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/246515 / HA ZA 13-464

Vonnis van 12 februari 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEBRA INFRA BV,

gevestigd te Gendt,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. S. Vandermeulen te Doetinchem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEW WEST CO ONROEREND GOED BV,

statutair gevestigd te Westervoort,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGETIME BEHEER & HOLDING BV,

statutair gevestigd te Loo,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STHEJANIMA BEHEER BV,

statutair gevestigd te Westervoort,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [plaats],

5. [gedaagde sub 5],

wonende te [plaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. J.C.C.M. Brand te Westervoort.

Partijen zullen hierna Gebra en New West Co, Agetime Beheer & Holding, Sthejanima Beheer, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 9 oktober 2013

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie alsmede akte inhoudende vermeerdering van eis en overlegging producties

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 19 december 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gebra voert een onderneming die is gespecialiseerd in grond-, weg- en waterbouw.

2.2.

New West Co voert een onderneming in projectontwikkeling. Zij is in 2010 opgericht ten behoeve van de ontwikkeling van een drietal projecten, waaronder De Scheepjes te Westervoort en het project Kloosterhof aan de [adres]. Bestuurders van New West Co zijn Agetime Beheer & Holding alsmede Sthejanima Beheer. Enig aandeelhouder en bestuurder van Agetime Beheer & Holding is [gedaagde sub 4]. [gedaagde sub 5] is enig aandeelhouder en bestuurder van Sthejanima Beheer. Feitelijk bestuurders van New West Co zijn [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5].

2.3.

New West Co heeft over 2008, 2009 en 2010 jaarstukken gedeponeerd met daarin opgenomen de balans. Er zijn geen winst- en verliesrekeningen gedeponeerd.

2.4.

New West Co heeft aan Gebra opdrachten verstrekt ten behoeve van werkzaamheden voor het project De Scheepjes te Westervoort, alsmede ten behoeve van het project Kloosterhof aan de [adres].

2.5.

Op de tussen Gebra en New West Co gesloten overeenkomsten zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden van Gebra. Deze luiden, voor zover van belang:

“Artikel 4 Betaling

Betaling dient plaats te vinden binnen dertig dagen na factuurdatum zonder korting op schuldvergelijking op een door Gebra aan te wijzen rekening.

Bij niet-tijdige betaling is de contractpartner van rechtswege in verzuim en heeft Gebra het recht zonder enige ingebrekestelling de contractpartner vanaf die vervaldag rente in rekening te brengen ex artikel 6:119a BW.

Voorts is Gebra bevoegd de nakoming van alle overeenkomsten op te schorten totdat volledige betaling van alle opeisbare vorderingen ontvangen is.

(…)

Indien de contractpartner zijn betalingsverplichtingen niet nakomt is Gebra tevens bevoegd zonder sommatie en/of ingebrekestelling het nog niet uitgevoerde gedeelte van de overeenkomst te annuleren, zulks onverminderd haar recht op volledige schadevergoeding. Gebra is gerechtigd vergoeding te vorderen van alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten tot invordering van hetgeen verschuldigd is of tot nakoming van de verplichtingen van de contractpartner.

Artikel 12 Aanvang en oplevering van het werk

(…) Gebra heeft het recht bij gehele of gedeeltelijke, niet door haar veroorzaakte overschrijding van de in de overeenkomst vermelde tijdstippen van aanvang of oplevering van het werk of van overeengekomen termijn waarbinnen de opdrachtgever zijn verplichtingen dient na te komen, alsmede in het geval naar haar oordeel het werk onvoldoende voortgang kan vinden, de overeenkomst geheel of gedeeltelijk zonder sommatie en/of ingebrekestelling te ontbinden, overeenkomstig deze voorwaarden of van de uitvoering ervan voor onbepaalde tijd op te schorten zonder tot vergoeding van schade of kosten gehouden te zijn.

2.6.

Op 25 november 2011 heeft B. [naam 2], hierna te noemen [naam 2], van Gebra een offerte verzonden voor het project Kloosterhof, gericht aan Vredenborg Onroerend Goed, een aan New West Co gelieerde onderneming. In deze offerte staat, voor zover van belang het volgende:

“(…)
Uit te voeren werkzaamheden:
1) Grond ontgraven uit de bouwput
Grond verweken rondom de gebouwen

Grondwerk in bestaand gebouw

Bouwput boorsel opschonen en verwerken in prive inritten
Funderingsstroken op hoogte afwerken incl. ca. 10 cm zand in de kruipruimte rondom bouwputten aanvullen met vrijkomende grond

2) Grond ontgraven uit cunet rijbaan
Grond verwerken rondom percelen

3) Opbouw cunet 12 cm zand, 25 cm puin 0/40, 5 cm brekerzand en 8 cm oude gebakken KK’s

4) Leveren en aanbrengen riool (…)

5) Leveren en aanbrengen bestrating van gebakken KK’s (…)

6) Levering en aanbrengen lichtmasten 3 st (…)

Bovengenoemde werkzaamheden kunnen wij uitvoeren voor een bedrag van € 75.100,00 Excl BTW (…)”

Op diezelfde dag heeft Gebra ook een offerte uitgebracht aan Vredenborg Onroerend Goed met betrekking tot beplanting aan de Kloosterhof te Loo voor een bedrag van € 11.500,00 exclusief btw.

2.7.

Bij brief van 8 maart 2012 heeft New West Co aan Gebra opdracht verstrekt voor het verzorgen van de infrastructuur en het grondwerk t.b.v. woningen voor het project [adres]. In de opdrachtbevestiging van die datum staat onder meer:

“(…) Voor de goede orde bevestig ik je opdracht voor het uitvoeren van de infrastructuur en grondwerk t.b.v. de woningen volgens onderstaande uitgangspunten:
- Tekening Terreinplan 801-811 (…)

  • -

    Grondwerk t.b.v. 4 stuks bergingen ca. 30 m2 n.t.b.
    - Uw offerte 22 september 2011 inclusief inzaaien gras op terrein.

  • -

    Uw offerte 17 september 2010 infra

  • -

    Gebakken dikformaat (…)

  • -

    Aanbrengen en aansluiten van verlichtingsarmaturen nog te bemonsteren

  • -

    Uitvoering in overleg met bouwbedrijf Joosten BV in diverse fasen uitgevoerd en profiel egaliseren terrein inclusief in zaaien gras.

  • -

    Beplantingsplan in overleg met bewoners definitief vastleggen

  • -

    Zandstrook t.b.v. nutsbedrijven;

  • -

    Uitvoering en garanties volgens UAV ’89 e.e.a. schriftelijk voor oplevering vast te leggen.

Totaal uit te voeren voor € 86.600,00 exclusief BTW (…)”

Partijen zijn het er over eens dat de opdrachtbevestiging ziet op de twee offertes gedateerd 25 november 2011. Andere offertes van andere data zijn niet in het geding gebracht.

2.8.

Ten behoeve van hetzelfde project [adres] heeft Vredenborg in 2008 een overeenkomst van opdracht gesloten met HTV Putman BV, hierna te noemen HTV Putman. Op basis hiervan heeft HTV Putman voor Vredenborg sloopwerkzaamheden verricht op hetzelfde perceel aan de [adres]. Daarover is een geschil gerezen dat is voorgelegd aan de kantonrechter van deze rechtbank. Blijkens het tussenvonnis van de kantonrechter van 18 maart 2013 is er een opdrachtbevestiging, gedateerd 24 maart 2008, die namens HTV Putman en Vredenborg is ondertekend. In dit vonnis is opgenomen dat in deze overeenkomst onder meer het volgende staat:

“[adres]

Omschrijving uit te voeren werkzaamheden

Verwijderen en afvoeren van het woonhuis en schuur (op locatie met asbesthoudende materialen, achterzijde terrein), inclusief vloeren en funderingen, zoals op de door u aangeleverde tekening d.d. 08-02-2007, e-mail d.d. 20-05-2008 en de situatie ter plekke;

Verwijderen en afvoeren van de erfverharding aan de voorzijde en achterzijde van het terrein, binnen het hekwerk, maximaal 40 cm onder maaiveld;

Verwijderen en afvoeren van alle bomen, struiken en begroeiingen/beplantingen binnen het hekwerk van het terrein, uitvoering 1e fase zoals besproken;

Het verzorgen van de wettelijke verplichtte SMA(rt) analyse;

Het verwijderen en afvoeren van de asbesthoudende materialen conform het asbest en inventarisatierapport van Witteman d.d. 7 juni 2007, nummer 07.090t;

Het verzorgen van de wettelijke verplichtte visuele vrijgave en vrijgave meting;

Maken van de benodigde meldingen naar de gemeente, arbeidsinspectie en de certificerende instellingen;

Het verwijderen van de schone tank, na aanlevering van het originele certificaat, exclusief verwijderen en afvoeren van de grond;

Vrijkomen afval scheiden in diverse deelstromen en afvoeren naar de erkende verwerkers;

“Schoon” opleveren van het terrein.

[…]

Planning werken Start werk

[adres] € 18.500,00 augustus - september 2009

[…]”

2.9.

Bij factuur van 15 maart 2011 gericht aan New West Co heeft HTV Putman een bedrag van € 4.625,00 in rekening gebracht. Deze factuur is betaald. Bij factuur van 29 maart 2012, eveneens gericht aan New West Co heeft Putman nog een bedrag van € 19.819,45 in rekening gebracht (resterende 75 procent van de overeengekomen som van € 18.500,00 en in rekening gebrachte meerwerk, € 2.780,00 exclusief btw). Deze factuur is onbetaald gebleven. Vredenborg stelt zich op het standpunt dat zij niet gehouden is te betalen omdat HTV Putman het werk niet (deugdelijk) heeft uitgevoerd, aldus het vonnis van de kantonrechter.

2.10.

In diezelfde procedure vordert Vredenborg in reconventie vergoeding van de door haar geleden en nog te lijden schade ten gevolge van een toerekenbare tekortkoming van Putman, die is gelegen in het vervuilen van de grond met asbest op het perceel aan de [adres]. Zij stelt zich op het standpunt dat, nu de grond aan de [adres] is vervuild met asbest doordat Putman daar werkzaamheden heeft verricht, Putman hiervoor aansprakelijk is. In deze procedure bij de kantonrechter is in conventie nader bewijs opgedragen en de vordering van Vredenborg in reconventie wegens het ontbreken van een ingebrekestelling en dientengevolge verzuim aan de zijde van HTV Putman afgewezen.

2.11.

Bij de stukken bevindt zich voorts email correspondentie over de periode 16 maart 2012 tot en met 29 maart 2012 tussen (onder meer) [gedaagde sub 4] van New West Co, [naam 2] van Gebra en HTV Putman over het opleveren van het sloopwerk door HTV Putman. Daarin is onder meer opgenomen dat er onvolkomenheden zijn geconstateerd naar aanleiding van de werkzaamheden van HTV Putman en dat er erg veel restpuin is aangetroffen.

2.12.

Gebra heeft in maart 2012 één week gewerkt voor New West Co en in mei 2012 twee weken.

2.13.

Voor het project De Scheepjes heeft Gebra aan New West Co op 6 december 2011 een eindfactuur gestuurd ter hoogte van € 28.560,00. Blijkens de tekst van de factuur is de betalingstermijn 30 dagen na factuurdatum. Partijen hebben over de betaling van deze factuur gecorrespondeerd. Op 6 juni 2012 heeft [gedaagde sub 4] aan Gebra een betalingsregeling voorgesteld, die inhield dat de factuur in zes maandelijkse termijnen door New West Co aan Gebra zou worden betaald. In antwoord daarop heeft Gebra aangekondigd dat zij een factuur gaat sturen voor de werkzaamheden [adres] ten bedrage van ongeveer € 25.000,00. Voorts heeft Gebra geschreven:

“De openstaande factuur graag deze week overmaken. Wij kunnen niet langer voor bank spelen.”

Op 21 juni 2012 is een bedrag van € 4.000,00 betaald op de factuur De Scheepjes, het restant is onbetaald gelaten; de betalingsregeling is niet nagekomen. De factuur De Scheepjes is tot een bedrag van € 24.560,00 onbetaald gebleven.

2.14.

Per mail van 23 juni 2012 heeft [naam 2] aan [gedaagde sub 4] onder meer het volgende geschreven:

“(…) Gaarne willen wij als Gebra (…) niet tussen jullie opleveringspunten gaan zitten. Het is wederom jammer [gedaagde sub 4] dat je voor de 4e keer wederom niet aan de betalingsafspraak kunt houden. (…)
Vervolgens ga je ons nog beschuldigen van grond vervuild met puin dat wij in het terrein zouden hebben verwerkt. (…)
Deze week krijg je van ons de factuur voor de werkzaamheden Kloosterhof. (…)
Wij zijn er helemaal klaar mee met jou en je mooie verhalen. Eerst betalen en daarna praten we verder. (…)”

2.15.

Op 25 juni 2012 heeft Gebra een deelfactuur gestuurd voor het project [adres] aan Vredenborg Onroerend Goed, ten bedrage van € 26.537,00. Daarop heeft New West Co bij brief van 26 juni 2012 geschreven dat deze factuur onjuist was omdat New West Co contractspartij was en er een andere betalingsafspraak was gemaakt. Gebra heeft daarop op 26 juni 2012 een gecorrigeerde deelfactuur gestuurd voor dit project ter hoogte van € 17.850,00. Deze factuur heeft New West Co onbetaald gelaten. Ook de door Gebra verstuurde rentenota’s van 26 juni 2012 ter hoogte van € 1.518,21 en van 30 oktober 2012 ter hoogte van € 1.155,81 heeft zij onbetaald gelaten.

2.16.

Bij mail van 2 juli 2012 heeft [naam 1] namens Gebra aan [gedaagde sub 4] van New West Co een email gestuurd naar aanleiding van een onderhoud te Gendt op 27 juni 2012. In deze e mail is over de betaling factuur van 6 december 2011 inzake De Scheepjes geschreven dat het werk volledig is opgeleverd, dat de factuur niet wordt betwist en dat de restsom van € 24.560,00 zal worden betaald in 6 maandelijkse termijnen van € 4.093,34, de laatste termijn te voldoen in december 2012. Voorts is opgenomen dat er voor het bedrag van € 24.560,00 zekerheden worden gesteld.
Over de factuur betreffende [adres] van 26 juni 2012 is onder meer opgenomen:

“In eerste instantie is door Gebra een foutieve factuur gestuurd, hetgeen inmiddels is gecorrigeerd. Factuur is (…)
€ 17.850,00.

(…)

In de overeenkomst tussen (…) partijen zijn geen werkzaamheden opgenomen die zien op het puinvrij maken van het plan. Dat Gebra enige kleine werkzaamheden op dit gebied heeft uitgevoerd in opdracht van een derde, HTV, doet daar daaraan in juridische zin niet af. U heeft kennelijk met HTV een overeenkomst gesloten inzake deze werkzaamheden en als deze niet naar uw wens zijn uitgevoerd zult u zich moeten wenden tot uw contractspartij in deze, HTV. (…)
U bent niet tevreden over de door HTV opgeleverde werkzaamheden, iets waarop u hen zult moeten aanspreken. Met u is afgesproken dat ik de situatie ter plaatse zou bespreken met onze heer [naam 2]. Deze heeft mij aangegeven dat het terrein daar rijk voorzien is van puin, afkomstig van voorgaande bebouwingen. Aangezien Gebra in deze geen contractspartij is (en wenst te worden) en de inhoud van het daartoe bindende contract tussen U en HTV niet kent (…) is het niet aan Gebra om een oordeel te geven over de werkzaamheden van HTV.

Gebra gaat akkoord met een betaling verspreid over 6 maanden, iedere maand € 2.975,- en een laatste termijn in december 2012 met ook hierbij rentenota’s en afdoende stellen van zekerheden.

(…)”

2.17.

Bij brief van 5 juli 2012 heeft [gedaagde sub 4] van New West Co aan Gebra onder meer het volgende geschreven:

“Naar aanleiding van een opname (…) huidige situatie op locaties [adres]. Wij hebben samen geconstateerd dat met onderstaand vervuilingen niet de eindkwaliteit kunnen garanderen die we contractueel zijn overeen gekomen naar de kopers toe, namelijk:

  1. De opgebrachte grond door HTV voor terrein opschonen en vrij van puin en sloopafval maken en afval afvoeren

  2. (…)

Ik zie uw plan van aanpak gaarne tegemoet uiterlijk 10 juli a.s. met bovenstaande punten erin opgenomen met daarbij een financiële onderbouwing zodat eventuele meerwerk kan worden goedgekeurd.”

2.18.

Per mail van 31 augustus 2012 heeft [gedaagde sub 5] aan (onder meer) Gebra geschreven:

“Allereerst bedankt voor het prettige gesprek wat wij dinsdag 28-08-2012 j.l. hadden bij jullie op kantoor in Gendt. Wij zijn blij met jullie getoonde constructieve houding, waarin jullie bereid zijn om tot een oplossing te willen komen.

Rekeningen

Zoals besproken zijn de genoemde rekeningen onbetwistbaar en reeds door jullie gefactureerd ter hoogte van € 42.410,= inclusief btw.

Mede doordat wij forse vorderingen hebben uitstaan aan derde hebben wij tot dat de betalingen aan ons worden voldaan cashflow problemen, daardoor zijn wij op dit moment niet in staat de openstaande factuur aan jullie te voldoen.

Tot de tijd dat onze vorderingen binnen zijn, willen wij graag jullie de eerste hypothecaire zekerheid bieden van het in ons bezit zijnde grondstuk met opstal [adres], ook wel bekend onder de naam als de diepvriescentrale. (…)”

2.19.

Per mail van 21 oktober 2012 heeft [gedaagde sub 5] aan (onder meer) Gebra geschreven:

“(…) Wij zijn nog niet in staat om jullie vordering te betalen, nog steeds heeft Vredenborg haar vorderingen niet binnen en is onze cashflow gelukkig net voldoende om te overleven. Het klopt dat wij in project [adres] de laatste woning onvoorwaardelijk hebben verkocht.

Hiermee wordt onze financiële positie dusdanig versterkt dat wij na transport en betaling ook jou vordering kunnen betalen, verwachting is de tweede week van januari 2013 te kunnen transporteren en hiermee jou vordering te kunnen voldoen.

Uiteraard zullen wij de vordering inclusief de rente betalen. (…)”

Daarop heeft Gebra op 31 oktober 2012 onder meer geantwoord:

“Goed om te lezen dat er licht aan de horizon aan het komen is, maar je zult begrijpen dat wij meer zekerheid willen hebben inzake onze vordering.
Wij willen dus per omgaande van jullie ontvangen:

  1. Kopie van de onvoorwaardelijke verkoopovereenkomst [adres] zoals hier onder door jullie benoemd, uiteraard getekend,.

  2. Rechtsgeldige verpanding van dat deel van de opbrengst in januari 2013 dat onze vordering inclusief rente afdekt. (…)”

Hierop heeft [gedaagde sub 5] geantwoord:

“De koopovereenkomst ligt bij de notaris, (…) bij nader inzien zijn wij geen voorstander om een koopcontract van een koper uit privacy overwegingen aan jullie kenbaar te maken. (…)”

2.20.

Op 5 november 2012 heeft [gedaagde sub 4] van New West Co aan Gebra geschreven:

“Voor de goede orde bevestigen wij je dat wij op korte termijn het volgende van Gebra verwachten, namelijk:
- Plan van aanpak naar aanleiding van onze brief opname d.d. 5 juli 2012 (…), nog geen reactie ontvangen?

  • -

    De kopers wensen om de infra op eigen terrein door u te laten aanleggen (…). Wanner kunnen wij de offerte tegemoet zien?

  • -

    Ook is de laatste woning verkocht, het grondwerk van de laatste bouwput moet medio december a.s. worden uitgevoerd oor Gebra?

  • -

    Verder afspraak over betalingen van de door Gebra aanvaarde opdracht d.d. 8 maart 2012
    Ik zie uiterlijk vrijdag a.s. een reactie van Gebra naar aanleiding van bovenstaande tegemoet (…)”

2.21.

Op 10 december 2012 heeft [naam 2] van Gebra aan [gedaagde sub 4] opgave van prijzen gedaan voor nadere infrastructurele werkzaamheden op kavels op het terrein [adres].

2.22.

Bij e mail van 28 december 2012 heeft [naam 1] namens Gebra aan [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] onder meer geschreven dat Gebra geen nieuwe werkzaamheden zal uitvoeren zolang de pandakte niet in haar bezit is. Daarna hebben partijen nog gecorrespondeerd, is er niet betaald door New West Co en heeft Gebra geen werkzaamheden meer verricht.

2.23.

In opdracht van New West Co heeft Enzerink B.V. in maart 2013 werkzaamheden verricht op het terrein [adres]. Bij de stukken bevinden zich twee facturen van Enzerink aan New West Co tot een totaal bedrag van € 32.609,50.

2.24.

Op 8 februari 2013 heeft New West Co Gebra in gebreke gesteld met betrekking tot de uitvoering van het project Kloosterhof. Op 7 maart 2013 heeft zij daarop een aanvulling gegeven.

2.25.

Bij brieven van 10 april 2013 heeft Gebra de bestuurders van New West Co, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5], persoonlijk aansprakelijk gesteld op grond van onrechtmatig handelen door selectieve betaling en schending van de Beklamelnorm.

2.26.

Bij de stukken is voorts correspondentie gevoegd tussen Gebra en de gemeente Duiven, binnen welk grondgebied de [adres] is gelegen. In de brief van 13 juni 2012 van [naam 3], medewerker handhaving, aan Gebra staat onder meer dat er op de bouwlocatie [adres] partijen grond zijn aangevoerd, uit Herveld en uit Andelst. De grond uit Andelst voldoet niet aan de eisen die zijn gesteld in de Bodemkwaliteitskaart die van toepassing is voor de gemeente Duiven, nu hiervoor de waarde “landbouw/natuur” geldt terwijl de grond uit Andelst blijkens die brief de aanduiding “kwaliteit wonen” heeft. In de brief van de gemeente Duiven wordt Gebra opgedragen de partij uit Andelst te keuren en te laten afvoeren. In de email van 11 december 2013 schrijft [naam 4] medewerker handhaving van de Afdeling Milieu en Bouwzaken van de gemeente Duiven aan [naam 5], uitvoerder bij Gebra onder meer het volgende:

“Op de [adres] is een partij grond toegepast afkomstig van een gronddepot uit Andelst. Deze partij voldeed niet aan de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Duiven.
Wij hebben u verzocht de betreffende partij grond af te voeren.
Uit een melding bij het meldpunt Bodemkwaliteit als ook uit een kopie van een transportgeleidebiljet heb ik kunnen vast stellen dat de partij grond is afgevoerd naar een depot, gelegen aan de (…) te Arnhem. Uit collegiale contacten met de gemeente Arnhem is mij aangegeven dat toepassing op de eerder genoemde locatie geen bezwaar is (…)”

2.27.

Bij de stukken bevindt zich voorts een ‘Verkennend onderzoek asbest en actualiserend bodemonderzoek aan de [adres]’ van 28 november 2012 van Mos Grondmechanica B.V.

2.28.

Gebra heeft na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze

rechtbank op 17 mei 2013 ten laste van [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 4] beslag gelegd op aandelen Agetime Beheer & Holding respectievelijk Sthejanima Beheer, ten laste van New West Co onder ABN AMRO bank alsmede op vorderingen van New West Co op derden en op onroerende zaken goed op naam van [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 4].

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Gebra vordert samengevat – hoofdelijke veroordeling van New West Co, Agetime Beheer & Holding, Sthejanima Beheer, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] tot betaling van de facturen ten behoeve van het project Scheepjes ter hoogte van € 24.560,00, tot betaling van facturen ten behoeve van het project Kloosterhof c.q. Loostraat ter hoogte van € 17.850,00 en tot betaling van facturen ter zake van in rekening gebrachte rente ter hoogte van € 2.674,02, vermeerderd met handelsrente ex art. 6:119a BW vanaf de vervaldata van de facturen. Voorts vordert zij de buitengerecehtlijke kosten ter hoogte van € 2.143,50 en de beslagkosten ter hoogte van € 2.878,65.

Voorts vordert Gebra een verklaring voor recht dat dat de overeenkomst inzake Loostraat door New West Co buitengerechtelijk is ontbonden, althans verzoekt zij de rechtbank deze overeenkomst (partieel) te ontbinden en voorts primair betaling van schade die Gebra heeft geleden, zijnde € 68.750,00 bij toewijzing van € 17.850,00. Subsidiair vordert Gebra betaling van schade op grond van de concrete schadeberekening, meer subsidiair de schade op te maken bij staat.
Daarnaast vordert Gebra veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding, te vermeerderen met nakosten en te vermeerderen met wettelijke rente over de proceskosten indien deze proceskosten niet binnen 14 dagen na dit vonnis zijn voldaan.

Tot slotte vordert zij New West Co te veroordelen tot integrale overlegging van de boekhouding- op grootboek/detailniveau over de jaren 2011 t/m 2013 met daarbij gehecht een verklaring van een registeraccountant dat hem niet gebleken is van bevoordeelde betalingen, zijnde betalingen die aan concurrente schuldeisers zijn gedaan in de periode december 2011 t/m heden (de periode waarin Gebra werkzaamheden verrichtte en ter zake waarvan de opeisbare vordering van Gebra ziet).

3.2.

Haar vordering op New West Co grondt Gebra op nakoming. Ten aanzien van gedaagden Agetime Beheer & Holding, Sthejanima Beheer, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] beroept Gebra zich op onrechtmatig handelen, primair bestaande uit selectieve betaling, subsidiair schending van de Beklamelnorm. Ten aanzien van [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] heeft volgens Gebra bovendien te gelden dat de verwijten voldoende ernstig zijn om hen persoonlijk aansprakelijk te houden.

3.3.

New West Co, Agetime Beheer & Holding, Sthejanima Beheer, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

New West Co, Agetime Beheer & Holding, Sthejanima Beheer, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] vorderen samengevat - veroordeling van Gebra tot betaling aan West Co van € 60.147,50 (inclusief btw), vermeerderd met rente over € 49.708,68 (exclusief btw), alsmede tot betaling van de overige schade die gedaagden hebben geleden en nog zullen lijden tengevolge van de toerekenbare tekortkoming van Gebra in de nakoming overeengekomen werkzaamheden, op te maken bij staat, te vermeerderen met rente, met veroordeling van Gebra in de kosten van de procedure daaronder begrepen die van de beslagleggingen.

3.6.

Zij leggen daaraan ten grondslag dat zij door toerekenbaar tekortschieten van Gebra in de uitvoering van de opdracht van 8 maart 2012 en de weigering van Gebra te voldoen aan sommaties van 8 februari 2013 en 7 maart 2013, schade hebben geleden en nog zullen lijden. Om het project [adres] tijdig gereed te krijgen heeft zij een derde partij, Enzerink, ingeschakeld voor een bedrag van € 60.147,50.

3.7.

Gebra voert verweer.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat New West Co, ondanks herhaalde toezeggingen, de facturen van Gebra tot een bedrag van € 42.410,00 onbetaald heeft gelaten. Partijen zijn (onder meer) verdeeld over het antwoord op de vraag of Gebra toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst met betrekking tot het project [adres] en of New West Co gerechtigd was betaling van de facturen met betrekking tot zowel het project Scheepjes als het project [adres] in verband daarmee op te schorten. De rechten en verplichtingen van Gebra en New West Co jegens elkaar worden bepaald door de wet en de tussen partijen gesloten overeenkomst. Van die overeenkomst maken de door Gebra gehanteerde Algemene Voorwaarden deel uit.

4.3.

Gebra vordert in conventie in de eerste plaats betaling van facturen van New West Co. Ondanks opeenvolgende toezeggingen door New West Co is door haar steeds niet betaald. Met betrekking tot de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden zoals weergegeven in de opdrachtbevestiging van 8 maart 2012 heeft Gebra aangevoerd dat zij, toen betaling van de door haar verzonden eindfactuur De Scheepjes van december 2011, de rentefacturen en deelfactuur van 26 juni 2012 uitbleef, zij haar verdere werkzaamheden heeft opgeschort.

4.4.

De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat tussen partijen de algemene voorwaarden van Gebra van toepassing zijn. Zowel in de algemene voorwaarden als op de facturen is de betalingstermijn vermeld van 30 dagen. Zowel op grond van de algemene voorwaarden als op grond van de art. 6:81 juncto 6:83 BW was New West Co derhalve na het verstrijken van die termijn in verzuim.

4.5.

Tegen de betaling van de facturen ten behoeve van het project Scheepjes ter hoogte van € 24.560,00 is geen verweer gevoerd, anders dan dat New West Co betaling van deze factuur in eerste instantie (tijdelijk) heeft opgeschort op grond van financiële omstandigheden en in tweede instantie omdat New West Co schade leed ten gevolge van de noodzakelijke inschakeling van de firma Enzerink om het project Loostraat te voltooien. Gebra heeft dan ook in beginsel recht op nakoming, tenzij New West Co zich op een opschortingsrecht mocht beroepen.

4.6.

New West Co voert aan dat nadat zij betaling van de openstaande facturen had toegezegd, zij bekend is geraakt met tekortkomingen in de uitvoering van het plan [adres]. Doordat Gebra vervuilde grond had aangevoerd op de bouwlocatie, raakte deze ernstig vervuild, aldus gedaagden. De resultaten van een nader bodemonderzoek zijn vermeld in het rapport van Mos Grondmechanica B.V. van 28 november 2012.

4.7.

Uit het verweer en de stellingen van gedaagden lijkt te kunnen worden afgeleid dat zij een tweetal gronden aan haar beroep op opschorting en (in reconventie) haar vorderingen tot schadevergoeding legt. Enerzijds voert ze aan dat Gebra is tekortgeschoten in haar werkzaamheden doordat Gebra de grond heeft vervuild, welke tekortkoming Gebra weigerde te herstellen, anderzijds moest zij Enzerink inschakelen om het werk af te krijgen omdat Gebra haar werkzaamheden had neergelegd.

4.8.

De rechtbank overweegt dat vaststaat dat Gebra haar werkzaamheden heeft opgeschort omdat enerzijds, ondanks herhaalde toezeggingen, betaling van de eindfactuur De Scheepjes uitbleef, en zij anderzijds, mede gelet daarop, goede grond te vrezen had dat ook betaling van de deelfactuur inzake Kloosterhof zou uitblijven. Op grond van zowel het bepaalde in art. 6:52 en 6:263 BW als art. 12 van haar Algemene Voorwaarden was Gebra dan ook gerechtigd de uitvoering van haar eigen prestatie, het afronden van het werk aan de [adres] op te schorten. Deze bevoegde opschorting leidt ertoe dat New West Co geen nakoming en evenmin schadevergoeding meer kon vorderen van Gebra, die zij stelt te lijden als gevolg van het feit zij het werk door een derde af heeft moet laten maken. Dat Gebra haar werk als gevolg van het uitblijven van betaling neer had gelegd, vormt gezien het bevoegdelijk opschorten door Gebra evenmin grond voor New West Co de overeenkomst te ontbinden.

4.9.

Over de reconventionele vordering tot schadevergoeding, ter onderbouwing waarvan New West Co aanvoert dat Gebra de grond van het perceel aan de [adres] door het aanvoeren van vervuilde (asbesthoudende) grond van buitenaf heeft vervuild overweegt de rechtbank nog het volgende. New West Co heeft ter onderbouwing van die vordering verwezen naar de email correspondentie over de periode 16 maart 2012 tot en met 29 maart 2012 tussen (onder meer) [gedaagde sub 4] van New West Co, [naam 2] en HTV Putman over het opleveren van het sloopwerk door HTV Putman. Uit die correspondentie kan weliswaar worden afgeleid dat er onvolkomenheden zijn geconstateerd en dat er erg veel restpuin is aangetroffen, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat deze vervuiling Gebra kan worden verweten. Zij heeft immers geen sloopwerkzaamheden verricht, de asbesthoudende boerderij met schuur zijn gesloopt door HTV Putman. Voor zover Gebra grond van buitenaf heeft aangevoerd, is gesteld noch gebleken dat deze door Gebra aangevoerde grond asbesthoudend was. Uit de correspondentie met de gemeente Duiven blijkt weliswaar dat deze grond een andere kwaliteit bezat, “wonen” in plaats van de voor het gebied Loostraat geldende kwaliteit “landbouw/ natuur”, maar geenszins dat deze asbesthoudend was. Verder blijkt uit die correspondentie ook dat deze grond door Gebra weer is afgevoerd en elders gedeponeerd. Het door New West Co in het geding gebrachte rapport van Mos Grondmechanica B.V. onderbouwt het verwijt van New West Co jegens Gebra evenmin.

4.10.

Voor zover New West Co betoogt dat Gebra is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van 8 maart 2012 nu daarbij, zoals New West Co lijkt te stellen in haar brief van 5 juli 2012 aan Gebra, ook zou zijn overeengekomen dat partijen een (overigens niet nader omschreven) eindkwaliteit zijn overeengekomen, overweegt de rechtbank dat van een overeenkomst met die strekking niet is gebleken. Weliswaar wordt er in die brief melding van gemaakt dat, naar aanleiding van een opname van de huidige situatie op de locatie [adres], samen is geconstateerd dat met onderstaande vervuilingen de eindkwaliteit niet kan worden gegarandeerd, uit de stukken die de grondslag vormen van de overeenkomst die is gesloten in maart 2012 blijkt van een door New West Co verstrekte opdracht die ziet op infrastructuur, grondwerk en beplanting / groenvoorziening. Het sloopwerk daaraan voorafgaand, van een asbesthoudende boerderij met toebehoren, was niet aan Gebra opgedragen. Bovendien verzoekt New West Co in die brief van 5 juli 2012 aan Gebra een plan van aanpak met financiële onderbouwing zodat eventuele meerwerk kan worden goedgekeurd. Ook dat bevestigt dat partijen geen eindkwaliteit zijn overeengekomen maar dat er nog nader werk is vereist waarover partijen nog overeenstemming dienen te bereiken.

4.11.

Vast staat verder dat Gebra in maart en mei 2012 in totaal drie weken heeft gewerkt, dat partijen op dat moment al met elkaar in gesprek waren over betaling van de nog openstaande eindfactuur van 6 december 2011 waaromtrent al toezeggingen waren gedaan en in ieder geval op 6 juni 2012 door [gedaagde sub 4] nog een betalingsregeling is voorgesteld, die niet gestand is gedaan. Voorts blijkt dat tussen partijen ook na 5 juli 2012 is gecorrespondeerd over betaling en over het stellen van zekerheden door New West Co, maar niet over een nadere afspraak over de eindkwaliteit van de grond. Nu dienaangaande geen overeenkomst is gesloten kan Gebra ook niet worden verweten dat zij daarin is tekortgeschoten. De door New West Co gevorderde schadevergoeding ontbeert derhalve een grondslag en dient te worden afgewezen.

4.12.

Het voorgaande leidt er toe dat New West Co gehouden is de facturen voor De Scheepjes en [adres] te betalen. Tegen de verschuldigdheid van de rentenota’s van 26 juni 2012 ter hoogte van € 1.518,21 en van 30 oktober 2012 ter hoogte van
€ 1.155,81 is geen verweer gevoerd, zodat in conventie een bedrag van € 45.084,02 zal worden toegewezen.

4.13.

De gevorderde wettelijke handelsrente op grond van art. 6:119a BW is niet betwist en zal worden toegewezen vanaf de vervaldata van de facturen.

Ontbinding overeenkomst

4.14.

Gebra vordert daarnaast een verklaring voor recht dat dat de overeenkomst door New West Co buitengerechtelijk is ontbonden, althans vordert zij dat de rechtbank deze (partieel) ontbindt. Vooropgesteld moet echter worden dat de consequentie van het door Gebra inroepen van haar opschortingsrecht is dat er aan haar zijde geen sprake is van een tekortkoming die New West Co de bevoegdheid zou geven tot ontbinding (art. 6:265 BW). Dat betekent dat de verklaring voor recht dat dat de overeenkomst door New West Co buitengerechtelijk is ontbonden moet worden afgewezen.

4.15.

Op de vordering van Gebra tot het (partieel) ontbinden van de overeenkomst met betrekking tot de [adres] oordeelt de rechtbank als volgt. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van één van haar verbintenissen geeft op grond van artikel 6:265 lid 1 BW aan de wederpartij de bevoegdheid de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

4.16.

Vast staat dat New West Co als gevolg van niet tijdige betaling in verzuim was. Het niet tijdig betalen en herhaaldelijk door New West Co niet gestand doen van betalingstoezeggingen kwalificeert als een ernstige tekortkoming die ontbinding van de overeenkomsten rechtvaardigt. Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank de overeenkomst, zoals gevorderd, gedeeltelijk zal ontbinden, zulks voor zover deze door Gebra nog niet is nagekomen.

4.17.

Ingevolge artikel 6:277 lid 1 BW is, ingeval een overeenkomst geheel of gedeeltelijk wordt ontbonden, de partij wier tekortkoming een grond voor ontbinding heeft opgeleverd verplicht haar wederpartij de schade te vergoeden die deze lijdt doordat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt. De verschuldigde schade bestaat uit het verschil tussen enerzijds de vermogenssituatie die zou zijn voortgevloeid uit een in alle opzichten onberispelijke nakoming en anderzijds de vermogenssituatie die zou resulteren uit een ontbinding zonder schadevergoeding. Bij haar primaire vordering heeft Gebra dit als uitgangspunt genomen; zij vordert primair de totale aanneemsom van het project Loostraat ter hoogte van € 86.600,00, minus de hierboven reeds toegewezen € 17.850,00, zijnde de eerste factuur voor dit project, derhalve een bedrag van € 68.750,00. Tegen deze vordering heeft New West Co geen verweer gericht.

4.18.

Nu, want onweersproken, vast staat dat het verschil tussen de vermogenssituatie bij onberispelijke nakoming en bij ontbinding zonder schadevergoeding € 68.750,00 bedraagt, komt dat bedrag voor toewijzing in aanmerking.

Aansprakelijkheid bestuurders New West Co

4.19.

Gebra grondt haar vordering tot betaling van de vier facturen (voor de twee projecten alsmede de twee rentenota’s) op de bestuurders van New West Co,

Agetime Beheer & Holding, Sthejanima Beheer, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] primair op het leerstuk van de selectieve betaling, subsidiair op schending van de Beklamelnorm. De verwijten richten zich zowel tegen de bestuurders / houdstermaatschappijen, als de twee bestuurders natuurlijke personen. De rechtbank stelt voorop dat de normschendingen die Gebra aanvoert zien op persoonlijke aansprakelijkheid van de twee bestuurders. Onrechtmatige gedragingen van de twee houdstermaatschappijen zijn niet aangevoerd. De vorderingen op Agetime Beheer & Holding en Sthejanima Beheer zullen dan ook worden afgewezen.

4.20.

Gebra heeft ter onderbouwing van haar vordering op [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] aangevoerd dat alle woningen binnen het project [adres] zijn verkocht, dat New West Co de koopsommen heeft ontvangen, naar verluidt alle crediteuren heeft voldaan, maar enkel de vorderingen van Gebra, ondanks herhaalde toezeggingen en beloftes, onbetaald heeft gelaten. Er is sprake van betalingsonwil aan de zijde van de bestuurders van new West Co, aldus Gebra.

4.21.

Gebra grondt haar vordering op de bestuurders daarnaast op schending van de Beklamel norm. Gedaagden stellen daartoe dat zij aan Gebra meerdere opdrachten voor werkzaamheden hebben verstrekt terwijl zij bij het aangaan van verplichtingen wisten of redelijkerwijs behoorden te begrijpen dat dat de onderneming die verplichtingen niet binnen een redelijke termijn kon nakomen en de onderneming geen verhaal bood voor de schade die Gebra dientengevolge lijdt. De eindfactuur van De Scheepjes dateert van 6 december 2011 en is onbetaald gelaten wegens financiële problemen. Desondanks zijn steeds toezeggingen gedaan en is bovendien een nieuwe opdracht verstrekt. Gedaagden hadden moeten weten dat zij haar verplichtingen ter zake van de overeenkomsten niet konden nakomen.

4.22.

[gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] betwisten dat er van hun zijde sprake is van betalingsonwil. Zij voeren aan dat er weliswaar sprake is geweest van tijdelijke betalingsonmacht, maar dat partijen daarover steeds in gesprek zijn gebleven, zelfs tot eind januari 2013. Het laatste voorstel zijdens New West Co dateerde van maart 2013 maar ondanks hun bereidheid daartoe was betaling wel steeds afhankelijk van oplevering van het project [adres]. Zo ver is het niet gekomen en om het project af te ronden heeft zij een derde partij, Enzerink, moeten inschakelen en betaling van Gebra alsnog opgeschort. Nog immer is New West Co niet volledig betaald door de kopers in het project. Gedaagden betwisten verder dat zij op het moment van aangaan van de overeenkomsten, waaronder ook die voor het project [adres] wisten dat zij de daaruit voortvloeiende verplichtingen niet konden nakomen.

4.23.

De vraag of bestuurders persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gehouden wanneer zij hebben bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt, ook in geval steeds toezeggingen worden gedaan die niet worden nagekomen (de primaire grondslag), is steeds afhankelijk van de vraag of hen een ernstig verwijt valt te maken. Daarbij is op grond van geldende jurisprudentie de voorzienbaarheid voor de bestuurder van de benadeling van de schuldeisers van de vennootschap van groot gewicht. Onrechtmatig is in ieder geval wel de uit betalingsonwil voortvloeiende weigering van een bestuurder om een verbintenis van de rechtspersoon te voldoen.

4.24.

De rechtbank stelt voorop dat de eindfactuur voor het project Scheepjes door gedaagden nimmer is betwist. Terwijl de betalingstermijn van die factuur ruimschoots was verstreken, heeft New West Co in maart 2012 een nieuwe opdracht verstrekt aan Gebra. Voorts staat vast dat in New West Co projecten zijn ontwikkeld, waarvan het laatste project [adres] betrof. Ter comparitie is bevestigd dat er geen andere ontwikkelingen meer (zullen) plaatsvinden in deze vennootschap. Uit de (zeer summiere) jaarstukken zoals die zijn gedeponeerd over de jaren 2008, 2009 en 2010 kan worden afgeleid dat de vaste activa over die jaren teruglopen van € 500.000,00 tot € 14.486,00, dat er sprake is van een steeds negatiever wordende solvabiliteitsratio en een over diezelfde jaren eveneens toenemend negatief eigen vermogen. Enkel in 2008 zijn liquide middelen aanwezig tot een bedrag van € 215,00, over 2009 en 2010 zijn er geen liquide middelen in de balans opgenomen.

4.25.

Gedaagden hebben verder verklaard dat over 2011 wel jaarstukken zijn opgesteld, maar dat zij geen middelen meer hadden om de boekhouder te betalen ten behoeve van de jaarstukken over 2012. Zij hebben die jaarstukken over 2011 evenwel niet overgelegd en evenmin de stellingen van Gebra betwist dat de financiële situatie van New West Co steeds buitengewoon zwak was, zoals door Gebra aan de hand van de door haar overgelegde stukken voldoende onderbouwd is gesteld. Zij hebben wel erkend dat zij de gelden die zij ontvingen van de kopers van de kavels direct hebben betaald aan andere crediteuren, waaronder de hypotheeknemer en de gemeente. Bovendien hebben zij in hun conclusie van antwoord erkend dat zij Enzerink, die zij pas in 2013 hebben ingeschakeld, hebben voldaan, hetgeen ter comparitie overigens weer werd betwist, terwijl Mos Grondmechanica B.V., die vanaf het najaar van 2012 werkzaamheden heeft verricht wel zou zijn voldaan.

4.26.

Ook van de eerste nota voor het project [adres] kan uit de uitvoerige correspondentie tussen Gebra en de bestuurders van New West Co worden afgeleid dat gedaagden de verschuldigdheid hiervan steeds hebben erkend en dat zij veelvuldig toezeggingen hebben gedaan die inhielden dat zij de onbetwiste vorderingen zouden voldoen. Ook daar waar gedaagden in deze procedure hebben aangevoerd dat Gebra is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met betrekking tot het project [adres] door vervuilde grond aan te voeren, hebben zij de verschuldigdheid van de facturen niet betwist en in 2012 steeds onvoorwaardelijke toezeggingen gedaan te betalen, zekerheden te verstrekken, dan wel uit de opbrengst van de laatst verkochte kavel de factuur voldoen. De rechtbank verwijst voorts naar de mail van 21 oktober 2012 waarin [gedaagde sub 5] schrijft dat zij nog niet in staat zijn om de vordering te betalen, “nog steeds heeft Vredenborg haar vorderingen niet binnen en is onze cashflow gelukkig net voldoende om te overleven”. Geen van deze toezeggingen is gestand gedaan, ook niet nadat in het najaar van 2012 de laatste kavel, zoals bij monde van [gedaagde sub 5] in diezelfde mail van oktober 2012 verklaard, was verkocht.

4.27.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat voor de bestuurders voorzienbaar had behoren te zijn dat New West Co niet aan haar verplichtingen jegens Gebra uit hoofde van de in maart 2012 gesloten overeenkomst met betrekking tot het project Kloosterhof kon voldoen, tenzij zij, zoals zij ook zelf hebben verklaard in email correspondentie, inkomsten zouden ontvangen in een andere vennootschap (Vredenborg) dan wel uit de opbrengst van de door New West Co verkochte kavel. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het bovenstaande verder dat er met betrekking tot betaling van de facturen sprake is geweest van betalingsonwil door, nadat tegen beter weten in, op het moment dat de betalingstermijn van de eindfactuur uit 2011 van het vorige project al ruimschoots was verstreken, in maart 2012 een nieuwe opdracht aan Gebra te verstrekken, meerdere malen beloftes en toezeggingen te doen, maar tegelijkertijd te bewerkstelligen dat New West Co haar verplichtingen jegens Gebra niet nakwam, zulks ten faveure van andere crediteuren met wie later een verbintenis is aangegaan. Uit de feitelijke gang van zaken, mede bezien tegen de achtergrond van de door New West Co zelf geproduceerde jaarcijfers, is enerzijds de voorzienbaarheid en anderzijds het persoonlijk ernstig verwijt jegens de bestuurders gegeven.

4.28.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen op [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] dienen te worden toegewezen. De daarover gevorderde rente is niet betwist en zal eveneens worden toegewezen.

4.29.

Resteert nog te bespreken de vordering New West Co te veroordelen tot integrale overlegging van haar boekhouding over de jaren 2011 tot en met 2013. In het midden latend op grond waarvan New West Co verplicht kan worden inzage te geven in haar gehele administratie, is de rechtbank van oordeel dat deze vordering dient te worden afgewezen nu Gebra daar geen belang (meer) bij heeft. Immers, met betrekking tot de vordering op grond van externe aansprakelijkheid is hiervoor al geoordeeld. Gesteld noch gebleken is van enig ander beoogd doel met inzage van de administratie dan onderbouwing van die vordering.

4.30.

Gebra vordert New West Co, Agetime Beheer & Holding, Sthejanima Beheer, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar jegens New West Co, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5]. De beslagkosten worden begroot op € 2.878,65 voor verschotten en € 1.421,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 1.421,00).

4.31.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. Gebra heeft niet voldoende onderbouwd gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.32.

New West Co, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gebra worden begroot op:

- dagvaarding € 83,71

- griffierecht 3.715,00

- salaris advocaat 2.842,00 (2,0 punten × tarief € 1.421,00)

Totaal € 6.640,71

4.33.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4.34.

De vorderingen in reconventie worden afgewezen. New West Co, Agetime Beheer & Holding, Sthejanima Beheer, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] zullen als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gebra worden begroot op € 710,50 voor salaris advocaat (1,0 punt × factor 0,5 × tarief € 1.421,00).

5 De beslissing


De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt New West Co, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Gebra te betalen een bedrag van € 45.084,02 (vijfenveertig duizendvierentachtig euro en twee eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf de vervaldata van de facturen, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt New West Co, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 4.299,65,

5.3.

veroordeelt New West Co, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Gebra tot op heden begroot op € 6.640,71, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover indien deze niet binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis zijn voldaan,

5.4.

veroordeelt New West Co, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat New West Co, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.5.

spreekt de gedeeltelijke ontbinding uit van de overeenkomst tussen New West Co en Gebra inzake het project Kloosterhof, [adres], zulks voor zover deze door Gebra nog niet is nagekomen en gefactureerd,

5.6.

veroordeelt New West Co tot betaling een bedrag ter hoogte van € 68.750,00 uit hoofde van schadevergoeding,

5.7.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.9.

wijst de vorderingen af,

5.10.

veroordeelt New West Co, Agetime Beheer & Holding, Sthejanima Beheer, [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] in de proceskosten, aan de zijde van Gebra tot op heden begroot op € 710,50.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Th. Quaadvliet en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2014.