Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3831

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-05-2014
Datum publicatie
20-06-2014
Zaaknummer
245296
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2013:6478. Internationaal geschil tussen producenten van schoonmaakwerktuigen. Na bewijslevering concludeert de rechtbank dat sprake is van inbreuk op modelrechten en onrechtmatig handelen wegens slaafse nabootsing. Proceskostenveroordeling op grond van art. 1019h Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/245296 / HA ZA 13-417

Vonnis van 7 mei 2014

in de zaak van

1. de vennootschap naar buitenlands recht

FILMOP SRL,

gevestigd te Villa del Conte, Padova, Italië,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

TECNO TROLLEY SYSTEMS SRL,

gevestigd te Santa Giustina in Colle, Padova, Italië,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. A.A.H. Bruinhof te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EXIVE INTERNATIONAL BV,

gevestigd te Zevenaar,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. S.R. Hagen te Utrecht.

Partijen zullen hierna Filmop c.s. en Exive genoemd worden. Afzonderlijk worden Filmop c.s. Filmop en TTS genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 11 december 2013

  • -

    de akte overlegging van nadere producties van Filmop c.s.

  • -

    de antwoordakte houdende nadere producties, tevens houdende wijziging van eis in reconventie (vermeerdering van gronden) van Exive

  • -

    de antwoordakte van Filmop c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie

2.1.

De rechtbank verwijst naar voormeld tussenvonnis, waarbij de rechtbank aan Filmop c.s. te bewijzen heeft opgedragen dat Exive vanaf 1 januari 2007 in de Benelux de Mike, voorzien van een steelklem met snelsluiting zoals in het tussenvonnis afgebeeld onder 2.11 en een zakdragerdeksel zoals afgebeeld onder 2.8 (op hoofdpunten overeenstemmend met de afbeeldingen onder 2.5 en 2.6), heeft verkocht en/of geproduceerd en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of afgebeeld (in catalogi en/of andere media).

De rechtbank volhardt bij dat tussenvonnis en die bewijsopdracht.

2.2.

In haar antwoordakte betoogt Exive dat de in het tussenvonnis onder 2.8 afgebeelde modulaire schoonmaakwagen niet de door haar verhandelde ‘Mike’ is. Exive gaat ervan uit dat de vaststelling onder de feiten dat Exive deze schoonmaakwagen van een Chinese producent heeft betrokken en heeft verhandeld onder de naam ‘Mike’ op een misverstand bij de rechtbank berust. Exive stelt dat de in het vonnis afgebeelde wagen nooit door haar is verhandeld. Te dien aanzien overweegt de rechtbank als volgt.

2.3.

De rechtbank stelt voorop dat geenszins valt uit te sluiten dat de rechtbank in deze zaak, die draait om verwarringsgevaar, op het verkeerde been is gezet en de ene schoonmaakwagen heeft verward met de andere. Dit raakt de kern van de zaak. Het is echter ook mogelijk dat (de advocaten van) Exive verstrikt zijn geraakt in de door haarzelf gecreëerde verwarring en haar web van gehele en gedeeltelijke ontkenningen.

2.4.

De rechtbank licht toe dat Filmop c.s. twee schoonmaakwagens hadden meegenomen naar de comparitie, een Morgan van Filmop en een wagen die de distribiteur van Filmop c.s. in 2011 via een tussenhandelaar (Koala Products) zou hebben gekocht van Exive (hetgeen Exive ter comparitie heeft betwist). Deze wagen werd ter comparitie de ‘Mike’ genoemd. Exive had van haar kant een Reiniging Extra meegenomen naar de zitting.

Die drie wagens zijn op de comparitie uitgebreid bekeken, maar zijn op verzoek van de rechter daarna weer mee terug genomen door partijen. Ze waren te omvangrijk om te deponeren in de depotkast op de griffie en de rechtbank wil niet voor onbepaalde tijd worden opgescheept met dit soort voorwerpen. Op die comparitie zijn verder geen foto’s gemaakt van de drie wagens.

2.5.

Exive heeft ter comparitie dus wel betwist dat Exive via die tussenhandelaar, Koala Products, in 2011 een ‘Mike’ heeft verkocht aan de distribiteur van Filmop c.s., maar Exive heeft volgens de aantekeningen van de griffier ter comparitie wel erkend dat Exive een of meer schoonmaakwagens heeft verkocht aan Löbbecke in Duitsland. Volgens die aantekeningen heeft mr Hagen gezegd: “Incidenteel is verkocht aan Löbbecke. Maar de verklaring van Löbbecke kan niet kloppen. Gaat erom of die in NL is verkocht en dat is niet zo. De kar is in Duitsland verkocht”. Verder heeft Exive ter comparitie herhaald wat zij ook al in haar conclusie van antwoord in conventie had erkend, te weten dat zij op zoek was gegaan naar een producent die kunststof schoonmaakwagens kon aanbieden, dat zij vervolgens in zee is gegaan met een Chinese toeleverancier/producent, die begin 2011 de eerste schoonmaakwagens heeft geleverd en dat Exive die wagen in de praktijk het artikelnummer 600452 en de naam ‘Mike’ heeft gegeven.

2.6.

Bij het opmaken van het tussenvonnis na die comparitie wilde de rechtbank aan de lezer duidelijk maken om wat voor soort wagens het gaat. Daarom wilde de rechtbank een afbeelding inlassen van de ‘Mike’. Onder 2.8 heeft de rechtbank een van de foto’s van productie 6 van Filmop c.s. ingescand. Volgens Filmop c.s. (dagvaarding sub 6) waren dit foto’s van de ‘Mike’ die in Duitsland is aangetroffen bij Otto Oehme GmbH, Sprintus GmbH en Service-Center Löbbecke en die afkomstig was van Exive. De rechtbank is wellicht wat voorbarig in het tussenvonnis uitgegaan van de juistheid van dit standpunt, omdat de advocaat van Exive ter comparitie had erkend dat een wagen was verkocht aan Löbbecke en de rechtbank ervan uitging dat Exive daarmee niet (langer) wilde tegenspreken dat de op die foto afgebeelde ‘Mike’ de desbetreffende wagen was. Verder merkt de rechtbank op dat, in de herinnering van de rechter die dit vonnis wijst, de daar afgebeelde wagen als twee druppels water lijkt op de wagen die onder de naam ‘Mike’ ter comparitie is getoond. Het enige verschil, dat de rechter voor ogen staat, is dat bij die getoonde ‘Mike’ aan de onderwagen een rekje/bezemdrager was gekoppeld, welk rekje ontbreekt bij de gefotografeerde ‘Mike’, zij het dat daar de gaten, waarin dat rekje kan worden geklikt, wel goed zichtbaar zijn. Het betreft een niet essentieel hulpstuk, dat volgens Filmop c.s. alleen maar hinderlijk is (daardoor wordt de wagen te breed) en dat rekje doet geenszins af aan de totaalindruk, die verder volkomen gelijk is.

2.7.

Voorts overweegt de rechtbank dat in deze instantie voor de verdere beoordeling van het geschil niet of nauwelijks van belang is of de Chinese wagens, die door Exive in de beginperiode zijn verhandeld, helemaal identiek waren aan de in het tussenvonnis onder 2.8. afgebeelde wagen en ook niet of die wagens onder de naam ‘Mike’ dan wel onder een andere naam zijn verhandeld. Na de afwijzing van de gestelde slaafse nabootsing bij de Reiniging Extra, zoals deze tegenwoordig door Exive wordt verhandeld, heeft de rechtbank immers het geschil in deze instantie beperkt tot de vraag of Exive in het verleden daarop gelijkende schoonmaakwagens heeft verhandeld die waren voorzien van bezemklemmen en zakdragerdeksels, die inbreuk maken op de modelrechten van Filmop. Daarbij doet niet ter zake onder welke naam Exive die voorganger op de markt heeft gebracht. Indien Filmop c.s. geslaagd moeten worden geacht in het bewijs dat Exive in het verleden dergelijke wagens heeft verhandeld, dan leidt dit tot de slotsom dat Exive inbreuk heeft gemaakt op de modelrechten van Filmop en dan zijn de vorderingen van Filmop c.s. op deze grondslag reeds grotendeels toewijsbaar (zie rechtsoverweging 4.10 van het tussenvonnis).

2.8.

Ter voldoening aan hun bewijsopdracht hebben Filmop c.s. nog geen getuigen doen horen. Zij hebben in eerste instantie volstaan met overlegging van nadere producties (schriftelijke verklaringen, documenten en foto’s). Zij verzoeken de rechtbank te beoordelen of op basis van deze stukken en de reactie van Exive voldoende bewijs is geleverd en zij behouden zich het recht voor om zo nodig ook nog getuigenbewijs te leveren.

2.9.

Het betreft een nadere schriftelijke verklaring d.d. 29 januari 2014 van [naam 1], de directeur van Unimop B.V., zijnde de Nederlandse distributeur van Filmop. [naam 1] heeft eerder schriftelijk verklaard, op 25 september 2013, dat hij in april 2011 (met gebruikmaking van een gefingeerde naam) bij Koala Products in Utrecht de werkwagen ‘Mike’ met artikelnummer 600452 heeft besteld en tegen betaling geleverd heeft gekregen. [naam 1] schreef dat deze werkwagen een vrijwel exacte kopie bleek te zijn van de Morgan van Filmop en dat deze wagen was voorzien van een steelklem en een zakhouder, waarvan foto’s in de verklaring zijn ingelast. Bij deze verklaring was een factuur gevoegd van Koala Products d.d. 9 april 2011 waarbij ‘1 stuks Werkwagen Mike (compleet)’ aan de door [naam 1] genoemde factuurdebiteur in rekening is gebracht.

[naam 1] verklaart nu in zijn schriftelijke verklaring van 29 januari 2014 nader dat hij deze ‘Mike’, die hij van Koala Products geleverd had gekregen, in zijn geheel heeft doorgestuurd naar Filmop.

2.10.

Voorts hebben Filmop c.s. nader overgelegd een e-mail van Filmop aan Unimop van 14 april 2011 ter bevestiging van de ontvangst van de door Unimop opgestuurde werkwagen. Verder hebben Filmop c.s. foto’s overgelegd van een zakdragerdeksel en twee bezemklemmen en van een kartonnen doos, voorzien van een etiket waarop staat: ‘600452 Materiaalwagen Kunststof incl. mopemmers/pers “MIKE”’. Filmop c.s. stellen dat dit foto’s zijn van de desbetreffende onderdelen en de verpakking van de schoonmaakwagen, die in 2011 bij Koala is aangekocht. Ten slotte hebben Filmop c.s. overgelegd een schriftelijke verklaring van de directeur van Filmop, [naam 2], d.d. 30 januari 2014 met daarbij gevoegd een vrachtbrief en een pakbon. In deze verklaring schrijft Zorzo dat hij [naam 1] heeft laten vragen om die werkwagen Mike te kopen, dat Filmop deze wagen heeft ontvangen en in september 2013 heeft toegestuurd aan haar Nederlandse advocaat en dat deze wagen op de comparitie aan de rechtbank is getoond.

2.11.

Eerder hadden Filmop c.s. reeds overgelegd een schermafdruk van Koala Products met een afbeelding van de werkwagen Mike (Compleet), te koop aangeboden voor dezelfde prijs, met een uitvergroting van de daaraan bevestigde steelklem en zakhouder. Tevens hadden zij reeds overgelegd een e-mail van Koala Products, waarin deze aan de advocaat van Filmop c.s. schreef dat zij het product in Nederland kocht van Exive.

2.12.

Verder heeft Exive ter comparitie medegedeeld dat Koala klant bij haar is.

2.13.

De rechtbank constateert dat de steelklem en het zakhouderdeksel op de foto’s in de verklaring van [naam 1] en de foto’s, die Filmop c.s. stellen te hebben gemaakt van de doorgestuurde wagen, er precies hetzelfde uitzien als de steelklem en het zakhouderdeksel van de wagen die de rechtbank heeft afgebeeld in het tussenvonnis onder 2.8 en die de rechtbank daar de ‘Mike’ heeft genoemd. De uitvergroting van de afbeelding op de website van Koala Products is niet erg scherp, maar ook hier lijkt het te gaan om exact dezelfde steelklem en hetzelfde deksel.

2.14.

Met dit een en ander acht de rechtbank voldoende bewezen dat Exive ten minste eenmaal in 2011, en dus na 1 januari 2007, via Koala Products een werkwagen op de Nederlandse markt heeft gebracht, die voorzien was van onderdelen waarmee inbreuk werd gemaakt op de modelrechten van Filmop. Weliswaar zijn de getuigen van Filmop c.s., die schriftelijke verklaringen hebben afgelegd, niet formeel als getuige onder ede op een zitting gehoord, maar dat doet in deze zaak niet af aan hun geloofwaardigheid. Geen van beide partijen heeft aangedrongen op een formeel getuigenverhoor en Exive heeft zelfs kenbaar gemaakt in haar antwoordakte dat zij een getuigenverhoor niet opportuun acht. De rechtbank ziet zelf ook geen noodzaak om die getuigen op een zitting nader te ondervragen. Wat betreft de bewijskracht van die verklaringen overweegt de rechtbank nog dat, anders dan Exive betoogt, [naam 1] niet kan worden aangemerkt als een partijgetuige. Dit geldt wel voor Zorzo (ten aanzien van Filmop), maar zijn verklaring kan dienen als aanvullend bewijs omdat er voldoende ander bewijs is.

2.15.

De schriftelijke getuigenverklaringen worden namelijk nog ondersteund door de bovengenoemde andere bewijsmiddelen: fotomateriaal, een factuur, transportdocumenten, e-mails, een website-uitdraai en de verklaring van Exive ter comparitie. Exive stelt tegenover die bewijsmiddelen weliswaar een eigen schriftelijke verklaring van haar directeur [naam 3] en een statement van haar Chinese toeleverancier, maar in deze verklaringen wordt met geen woord gerept over de litigieuze klemmen en deksels en deze verklaringen doen dus geen afbreuk aan de bewijskracht van de bewijsmiddelen van Filmop c.s.

2.16.

Verder had de rechtbank in het tussenvonnis in rechtsoverweging 4.15 reeds vastgesteld dat in elk geval ook de opname van een afbeelding van de Steelklem (EAP) met snelsluiting, artikelnummer 600480, in de catalogus Basis Assortiment 2012 van Exive een inbreuk opleverde op de modelrechten van Filmop.

2.17.

Of Exive nog meer van die wagens op de Nederlandse markt of in België heeft verhandeld en/of (naar Duitsland) heeft uitgevoerd, behoeft in dit stadium geen nader onderzoek. Er bestaan voldoende aanwijzingen dat de in 2011 aan Unimop verkochte wagen een van de wagens is die Exive heeft betrokken van haar Chinese handelspartner Baiyun Cleaning Tools Co. Ltd. Exive heeft in haar antwoordakte opgegeven dat zij vanaf medio 2010 twee ladingen kunststof schoonmaakwagens heeft betrokken bij haar Chinese leverancier en op de Nederlandse markt heeft gebracht, medio/eind 2010 – 2011 onder de naam Mike en daarna onder de naam Reiniging Extra. Haar directeur schrijft in zijn verklaring dat het bij de eerste lading ging om een levering van 168 wagens op 16 augustus 2010 en nog eens 22 stuks eind oktober 2010. Het heeft er alle schijn van dat de via Koala Products aan Unimop geleverde wagen uit die partij kwam (de tweede bestelling is pas in 2012 uitgeleverd en het is niet duidelijk of daarbij nog wagens waren met inbreukmakende klemmen en deksels).

2.18.

Wat hiervan verder zij, met deze thans vastgestelde inbreuk op de modelrechten van Filmop zijn de vorderingen van Filmop c.s. te dien aanzien toewijsbaar als in het dictum nader te beschrijven.

2.19.

Daarnaast is, voor zover soortgelijke wagens zijn verhandeld op de Nederlandse markt, ook sprake van onrechtmatig handelen wegens zogenaamde slaafse nabootsing. Bij de nieuwe Reiniging Extra was dat volgens het tussenvonnis (rechtsoverweging 4.9) niet het geval, maar voor deze voorganger, eerst Mike genoemd en daarna ook Reiniging Extra, was dat wel het geval. Juist omdat die voorganger, naast alle andere punten van overeenstemming met de Morgan en de Green-150, was voorzien van die modelinbreukmakende klemmen en deksels, heeft Exive met deze voorganger naar het oordeel van de rechtbank nodeloos verwarring gesticht.

2.20.

Exive heeft nog betwist dat de Morgan en de Green-150 een eigen gezicht op de Nederlandse markt hadden. Deze betwisting is echter onvoldoende onderbouwd. Exive heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat Filmop c.s. sinds 2000 vele duizenden Morgan’s en Green-150’s in de Benelux (en dus ook in Nederland) hebben verkocht, naast vele tienduizenden in onderdelen, en de Morgan en de Green-150 onderscheiden zich duidelijk van de andere karren, die staan afgebeeld in het door Filmop c.s. overgelegde deskundigenrapport. In het bijzonder onderscheiden de Morgan en de Green-150 zich kenmerkend van de Servoclean NSC1603B van Numatic, waarop Exive zich beroept. De emmers hebben een heel ander aanzien (niet vierkant maar langwerpig en geen tuit) en de onderemmers worden bij de Servoclean op hun plaats gehouden in een houder met een hoge, naar achteren oplopende, opstaande rand. Voorts is de wringer heel anders vormgegeven en uitgevoerd, terwijl deze wringer niet tussen de onderemmers is bevestigd aan de kenmerkende beugel van de Morgan/Green-150, maar aan een dwarsstang van het opstaande middendeel.

2.21.

Dit betekent dat de vorderingen van Filmop c.s. ook toewijsbaar zijn voor zover deze betrekking hebben op slaafse nabootsing bij de Chinese wagens, zoals deze in het begin zijn verhandeld.

in reconventie

2.22.

Ook hier verwijst de rechtbank naar voormeld tussenvonnis. In dat tussenvonnis is de rechtbank in rechtsoverweging 4.14 tot de (tussen)conclusie gekomen dat de modeldepots inzake de klemmen en de zakhouder met deksel niet nietig zijn. In de rechtsoverwegingen 4.12 en 4.13 heeft de rechtbank de door Exive voor die nietigheid aangevoerde grondslagen verworpen. Exive had haar vordering tot nietigverklaring in haar conclusie van eis in reconventie en in haar latere akte tot wijziging eis in reconventie (genomen op de comparitie na antwoord) uitdrukkelijk alleen gebaseerd op artikel 3.23 juncto 3.2 BVIE ten aanzien van het bezemklemmodel (technische functie) en op artikel 3.23 juncto 3.2 subsidiair 3.3 lid 2 BVIE ten aanzien van het zakdragermodel (technische functie, subsidiair geen eigen karakter). Te dien aanzien heeft de rechtbank overwogen dat van beide modellen niet gezegd kan worden dat alle wezenlijke kenmerken van de vorm beantwoorden aan uitsluitend de technische functie daarvan. Verder heeft de rechtbank ten aanzien van het deksel overwogen dat het model van Filmop in voldoende mate als nieuw en met een eigen karakter kan worden beschouwd, nu Exive het tegendeel niet had onderbouwd en in het bijzonder geen afbeeldingen had overgelegd van met het model overeenstemmende deksels, die reeds voor de depotdatum voor het publiek beschikbaar waren gesteld.

2.23.

Na dat tussenvonnis heeft Exive in haar antwoordakte, tevens houdende wijziging van eis in reconventie, aangegeven dat zij haar eis in reconventie, strekkend tot nietig verklaring van de modelregistraties, wenst uit te breiden met de grond dat de modellen niet nieuw zijn, omdat Filmop die steelklem en dat zakdragerdeksel zelf reeds vóór de publicatiedata, en wel sinds 1997, in Italië en elders in Europa heeft verhandeld. Exive beroept zich hierbij op de artikel 3.23 lid 1 sub b juncto 3.3 lid 1 BVIE.

2.24.

In hun antwoordakte hebben Filmop c.s. bezwaar gemaakt tegen het in dit stadium vermeerderen van de gronden voor de reconventionele vordering. Daarbij hebben zij gesteld dat hun nagemaakte wagens vóór 2000 (publicatiejaar steelklemmodel), respectievelijk 2002 (publicatiejaar zakhoudermodel) met andere klemmen en zakdragers werden verkocht.

2.25.

Op het verzoek tot wijziging van de grondslag van eis is nog niet beslist door de rolrechter. De rechtbank doet dit alsnog en wijst het verzoek tot wijziging van de grondslag van eis af, omdat Exive al eens eerder, te weten ter comparitie, haar eis heeft gewijzigd (beperking tot de Benelux) en het geding door deze nadere grondslaguitbreiding na de bewijslevering door Filmop c.s. in deze instantie onredelijk wordt vertraagd. Dit zou immers in beginsel moeten leiden tot nader debat en nadere bewijslevering, waarbij overigens moet worden opgemerkt dat Exive nog steeds geen afbeeldingen heeft overgelegd van deksels, noch van klemmen, die met de modeldepots overeenstemmen en die reeds voor de publicatiedata voor het publiek beschikbaar waren gesteld.

2.26.

De slotsom is dat de vordering van Exive in deze instantie moet worden afgewezen.

in conventie en in reconventie voorts

2.27.

Exive wordt als de grotendeels, respectievelijk geheel in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Op grond van artikel 1019h Rv. heeft Filmop aanspraak op de door Filmop c.s. gevorderde vergoeding van de werkelijke kosten voor zover deze betrekking hebben op het geschil over de modelrechten. Op dit onderdeel hangen conventie en reconventie ten nauwste samen. Daarom worden deze geschillen voor de bepaling van de omvang van de vergoeding samengevoegd. Hoeveel die kosten tot en met de laatste akte zijn geweest, is niet opgegeven. In een eerder stadium (ter comparitie) hadden Filmop c.s. ter zake een bedrag van € 11.700,00 opgegeven en gespecificeerd. Dit was inclusief verschotten, deurwaarderskosten en griffierecht. Dit bedrag valt binnen de indicatietarieven in IE-zaken en zal aan Filmop worden toegewezen. Daarnaast wordt gedeeltelijk het gewone liquidatietarief toegewezen voor het (in conventie) toewijsbare gedeelte van de slaafse nabootsing. Te dien aanzien wordt bovenop het bedrag voor het modelrecht nog een bedrag van € 847,50 toegewezen voor advocatensalaris (3/4 x 2,5 punten x tarief € 452,00). Het totale bedrag is dus € 12.547,50.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1.

veroordeelt Exive om:

  1. met onmiddellijk ingang te staken en gestaakt te (doen) houden de verkoop en het ten verkoop aanbieden of afbeelden op de Nederlandse markt van de schoonmaakwagen, voorzien van de hieronder sub B bedoelde bezemklem en/of het hieronder sub C bedoelde zakdragerdeksel, die zij als ‘Mike’ dan wel ‘Reiniging Extra’ op de markt heeft gebracht, en tevens van alle andere producten die een slaafse nabootsing vormen van de schoonmaakwagen Morgan van Filmop (productnummer 0000MP2010A) en/of van de schoonmaakwagen Green-150 van TTS (productnummer 0R003150) dan wel van een van de andere producten van de Morgan-serie en/of de Green Line;

  2. met onmiddellijk ingang te staken en gestaakt te (doen) houden de inkoop, verkoop, productie en het ten verkoop aanbieden of afbeelden van de bezemklem, die zij als ‘Steelklem (EAP) met snelsluiting’ met artikelnummer 600480 op de markt heeft gebracht en tevens van alle andere (soortgelijke) producten die inbreuk maken op het modelrecht van Filmop dat in het internationale modellenregister is ingeschreven onder nummer DM/053386;

  3. met onmiddellijk ingang te staken en gestaakt te (doen) houden de inkoop, verkoop, productie en het ten verkoop aanbieden of afbeelden van de neerklapbare zakhouderdeksel, zoals in april 2011 via Koala Products verkocht aan Unimop B.V. en zoals afgebeeld op de eerste vier foto’s van productie 32 van Filmop c.s. en in het tussenvonnis van 11 december 2013 onder 2.8. en tevens van alle andere (soortgelijke) producten die inbreuk maken op het modelrecht van Filmop dat in het internationale modellenregister is ingeschreven onder nummer DM/059997;

  4. binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis alle producten als bedoeld onder A, B en C gescheiden van haar overige voorraad op te slaan en ter vernietiging gereed te houden op een nader door Filmop c.s. aan haar mee te delen adres;

  5. de kosten van de vernietiging van de hierboven onder D bedoelde producten en de kosten van het transport ten behoeve van de vernietiging van deze producten te betalen;

  6. binnen tien dagen na betekening van dit vonnis schriftelijk opgave te doen, over de periode vanaf 1 januari 2007 tot en met de betekening van dit vonnis, onderbouwd met kopieën van alle relevante bewijsstukken ter zake, zoals importdocumenten, vervoersdocumenten, facturen, orders, orderbevestigingen en alle andere relevante documenten en bewijsmiddelen, en voorzien van een verklaring van een onafhankelijke registeraccountant, betreffende:

    i. de aantallen van elk van de producten als bedoeld onder A, B en C die zij heeft besteld, ingekocht, verkocht en/of geleverd;
    ii. het aantal van elk van de producten als bedoeld onder A, B en C dat zij nog op voorraad heeft;
    iii. de door haar betaalde inkoopprijzen en de door haar gehanteerde verkoopprijzen van de producten als bedoeld onder A, B en C;
    iv. de berekeningen van het totale bedrag van de door haar genoten bruto winst (verschil tussen inkoopprijs en verkoopprijs verminderd met specifiek voor de afzonderlijke transacties gemaakte kosten) als gevolg van de verhandeling van de producten als bedoeld onder A, B en C;
    v. de volledige naam-, adres- en contactgegevens van de (rechts-) persoon/ personen die de producten als bedoeld onder A, B en C of onderdelen daarvan aan haar heeft/hebben geleverd;

  7. om aan Filmop c.s. een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere keer dat zij niet aan een of meer van de onder A, B, C, D, E en F uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 1.000.000,00 is bereikt;

  8. om binnen vijf dagen na de opgave van de winst als bedoeld onder F sub iv de opgegeven winst aan Filmop c.s. af te dragen;

I. aan Filmop c.s. de overige door hen als gevolg van het onrechtmatig handelen van Exive geleden schade te vergoeden, welke schade zal zijn op te maken bij staat,

in reconventie

3.2.

wijst de hoofvorderingen af,

in conventie en in reconventie voorts

3.3.

veroordeelt Exive in de proceskosten, aan de zijde van Filmop c.s. tot op heden begroot op € 12.547,50,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2014.