Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3830

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-04-2014
Datum publicatie
20-06-2014
Zaaknummer
260733
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wedertewerkstelling. Nu bij beschikking van heden de arbeidsovereenkomst is ontbonden, heeft eiser geen belang bij de in dit kort geding gevorderde wedertewerkstelling, verklaring dat hij ten onrechte is vrijgesteld van arbeid/op non-actief is gesteld/is geschorst en een kopie van rapportages over hem. Vorderingen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0552
AR 2014/423

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/260733 / KG ZA 14-128

Vonnis in kort geding van 24 april 2014

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaats],

eiser,

advocaat mr. dr. J.J.H. Post,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Vereniging tot het verstrekken van basisonderwijs op reformatorische grondslag te Kootwijkerbroek

gevestigd te Kootwijkerbroek,

gedaagde,

advocaat mr. A. Klaassen.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Vereniging genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de conclusie van antwoord met producties

  • -

    de pleitnota van partijen en de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 10 april 2014

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Kortheidshalve wordt verwezen naar de feiten zoals vermeld in de heden gegeven beschikking op het verzoek van de Vereniging tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

3 Het geschil en de beoordeling

3.1.

[eiser] vordert samengevat – wedertewerkstelling, een verklaring van de vereniging dat deze ten onrechte heeft besloten dat [eiser] niet meer mag werken als directeur en verstrekking door de Vereniging aan [eiser] van afschriften van diverse rapportages (over [eiser]).

3.2.

De Vereniging heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.3.

Bij beschikking van heden heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen op verzoek van de Vereniging ontbonden per 15 mei 2014. [eiser] heeft daarom – ervan uitgaande dat de Vereniging het verzoek niet zal intrekken – naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen (rechtens relevant) belang bij zijn vordering tot wedertewerkstelling.

3.4.

[eiser] vordert ten tweede dat de Vereniging zal moeten verklaren dat hij ten onrechte is vrijgesteld van arbeid/ op non actief is gesteld/is geschorst.

Nu de vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen en de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, is de voorzieningenrechter vooralsnog van oordeel dat [eiser] onvoldoende (spoedeisend) belang heeft bij een dergelijke verklaring van de Vereniging. Daarom kan in het midden blijven de vraag of hij inderdaad ten onrechte is geschorst/op non-actief is gesteld.

3.5.

[eiser] vordert ten derde een volledige kopie van alle rapportages die bij het bestuur van de Vereniging over hem vanaf december 2013 bekend zijn inclusief de brief van (op of omstreeks) 16 november 2013 van/namens Van Nifterik over [eiser].

De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat de door [eiser] bedoelde rapportages inmiddels in deze en de procedure ex art. 7:685 BW zijn overgelegd, met uitzondering van een aantal bijlagen. De voorzieningenrechter is voorts – ook ten aanzien van deze vordering – vooralsnog van oordeel dat [eiser] daarbij onvoldoende spoedeisend belang heeft gegeven de ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 15 mei 2014.

3.6.

De conclusie is dat de vorderingen worden afgewezen.

3.7.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Vereniging worden begroot op:

- griffierecht € 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.424,00

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Vereniging tot op heden begroot op € 1.424,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2014.