Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3792

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-06-2014
Datum publicatie
17-09-2014
Zaaknummer
C-05-242402 - HA ZA 13-284
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuurder van Eurocommerce verkoopt en levert de echtelijke woning in december 2010 voor 1 euro aan een stichting waarvan hij en zijn echtgenote bestuurder zijn. Eurocommerce gaat in juli 2012 failliet en de bestuurder in november 2012.

De curator in het faillissement van de bestuurder vernietigt deze transactie, stellende dat voor de bestuurder van Eurocommerce in december 2010 voorzienbaar was dat Eurocommerce failliet zou gaan en dat dit ook tot zijn persoonlijke faillissement zou leiden.

De rechtbank volgt de curator niet in zijn standpunt. De woning blijft onttrokken aan verhaal van de schuldeisers van de bestuurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2015/7
OR-Updates.nl 2014-0331
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/242402 / HA ZA 13-284

Vonnis van 18 juni 2014

in de zaak van

[curator],

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [naam 1],

kantoorhoudende te [plaats],

eiser,

advocaat mr. B.M. König te Nijmegen,

tegen

de stichting

STICHTING SYANORA,

gevestigd te Deventer,

gedaagde,

advocaat mr. N.W.M. van den Heuvel te Breda.

Partijen zullen hierna de curator en Stichting Syanora genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 10 juli 2013

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 25 september 2013

  • -

    de akte na comparitie van partijen van de curator

  • -

    de antwoordakte na comparitie van partijen van Stichting Syanora

  • -

    de akte overlegging producties van de curator

  • -

    de antwoordakte overlegging van producties van Stichting Syanora.

  • -

    het door de rolrechter afgewezen verzoek van de curator om nog een akte te mogen nemen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[naam 1] (hierna: [naam 1]) is sinds 1974 middellijk (enig) aandeelhouder en (middellijk) bestuurder van vennootschappen die tezamen de Eurocommerce groep (hierna: Eurocommerce) vormen. Eurocommerce hield zich (voornamelijk) bezig met het voor eigen rekening en risico ontwikkelen, realiseren en exploiteren van commercieel vastgoed.

2.2.

Eurocommerce werd gefinancierd door onder meer de Rabobank, FGH Bank N.V. (FGH), NIBC Bank N.V. (NIBC) en ABN AMRO Bank N.V. (ABN).

2.3.

ABN heeft op 1 oktober 2010 de aan Eurocommerce verleend kredietfaciliteit opgezegd tegen 13 oktober 2010. Vervolgens heeft ABN Eurocommerce tot 1 oktober 2011 de tijd gegund om de gehele financiering gespreid af te lossen. In het kader van bedoelde nadere afspraken heeft [naam 1] op 13 oktober 2010 aan ABN een privé-borgstelling afgegeven voor een bedrag van 30 miljoen euro.

2.4.

Stichting Syanora is op 15 december 2010 opgericht. [naam 1] was tot 4 oktober 2012 tezamen met zijn echtgenote [naam 2]hierna: [naam 2]) bestuurder van Stichting Syanora.

2.5.

Op 31 december 2010 heeft [naam 1] de aan hem in eigendom staande echtelijke woning met toebehoren te [plaats] (hierna: de woning), welke woning destijds een getaxeerde waarde had van € 1.200.000,-- en niet was bezwaard, verkocht en geleverd aan Stichting Syanora, voor een koopprijs van € 1,--. Bij de levering werd Stichting Syanora vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2].

2.6.

Op 12 juli 2012 is een aantal van de Eurocommerce vennootschappen in staat van faillissement verklaard.

2.7.

[naam 1] is bij vonnis van deze rechtbank (destijds nog rechtbank Zutphen geheten) van 27 november 2012 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van
mr. E.R. Looyen tot curator.

2.8.

De curator heeft bij brief van 13 maart 2013 aan [naam 1] en Stichting Syanora de verkoop en levering van de woning buitengerechtelijk vernietigd, stellende dat er sprake is van een paulianeuze rechtshandeling.

2.9.

Op 14 maart 2013 is op verzoek van de curator op de woning revindicatoir conservatoir beslag gelegd.

3 De vordering

3.1.

De curator vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair

1. voor recht zal verklaren dat ten gevolge van de buitengerechtelijke verklaring van de curator op 13 maart 2013 de verkoop en levering van de woning door [naam 1] aan Stichting Syanora buitengerechtelijk is vernietigd, althans dat de rechtbank de voornoemde verkoop en levering van de woning door [naam 1] aan Stichting Syanora zal vernietigen, zodat de verkoop en levering van de woning aan Stichting Syanora geacht wordt nooit te hebben plaatsgehad en Stichting Syanora de woning ex artikel 51 Fw aan de curator, althans aan de boedel van [naam 1] moet teruggeven,

2. Stichting Syanora zal bevelen om binnen 24 uur na de betekening van het in deze te wijzen vonnis mee te werken aan het ongedaan maken van de levering van de woning door [naam 1] aan Stichting Syanora door het op naam van [naam 1] (laten) registreren van de woning in het Kadaster, zulks op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 500.000,-- per dagdeel aan de curator, althans aan de boedel van [naam 1], met bepaling dat in voorkomend geval het vonnis in de plaats treedt van de wilsverklaring van Stichting Syanora om aan de ongedaanmaking mee te werken,

subsidiair

Stichting Syanora zal bevelen om aan de curator, althans de boedel van [naam 1] bij wijze van schadevergoeding te betalen een bedrag van € 1.199.999,00, althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie meent dat Stichting Syanora aan de curator, althans de boedel van [naam 1] bij wijze van schadevergoeding verschuldigd is nu zij onrechtmatig jegens de schuldeisers van [naam 1] heeft gehandeld,

primair en subsidiair

Stichting Syanora zal veroordelen in de kosten van deze procedure, die van de beslaglegging daaronder begrepen alsmede de nakosten, volgens het liquidatietarief zijnde een bedrag van
€ 131,-- aan nasalaris advocaat, te vermeerderen met € 68,-- in geval van betekening van het vonnis.

3.2.

De curator legt aan zijn vorderingen, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, de navolgende stellingen ten grondslag.
Eurocommerce kreeg als gevolg van de kredietcrisis haar panden moeilijker verhuurd met als gevolg dat de verkoop van die panden vanaf 1 september 2008 nagenoeg stil kwam te liggen, waardoor circa 150 miljoen aan verkoopinkomsten niet kon worden gerealiseerd.
In de periode van 2006 tot 2009 liepen de liquide middelen terug van 292 miljoen euro naar
87 miljoen euro. De kasstroom was in 2009 € 163.634 negatief. Het balanstotaal van Eurocommerce Holding B.V. steeg van 492 miljoen euro (in 2006) tot 976 miljoen euro (eind 2009) doordat er veel te weinig panden werden verkocht. Dankzij een boekhoudkundige vrijval werd in 2009 door Eurocommerce winst gemaakt. Bij weglating van bedoelde vrijval zou in werkelijkheid een verlies zijn geleden van 26 miljoen euro. In 2010 zijn enkele belangrijke projecten verkocht. Desondanks verbeterde de liquiditeitspositie niet. Deze bedroeg 88 miljoen euro. Het balanstotaal (aan vastgoed) steeg verder tot 1,47 miljard euro (waarbij de projecten werden opgewaardeerd met 65 miljoen euro). Hiertegenover staan aflossings- en renteverplichtingen uit hoofde van de aan Eurocommerce verstrekte financieringen. In grote projecten werd weinig tot niets verhuurd. De liquiditeits- en cashflowpositie van Eurocommerce was eind 2010 dermate slecht dat zij toen al niet tot nauwelijks meer kon voldoen aan haar betalingsverplichtingen. In 2011 werd er geen pand verkocht. De handelwijze van Eurocommerce stuitte in de markt steeds meer op weerstand. Eurocommerce sloot sideletters met daarin aanvullende afspraken op gesloten huurovereenkomsten, welke afspraken voor de buitenwereld niet bekend waren. Dit heeft geleid tot - door Eurocommerce verloren - gerechtelijke procedures. Een en ander heeft de ABN er toe bewogen om op
1 oktober 2010 het krediet op te zeggen, waarna de liquiditeitsproblemen bij Eurocommerce steeds nijpender werden. Dit had tot gevolg dat Eurocommerce de financiering van een aantal panden niet meer rond kon krijgen.
Voor [naam 1] was ten tijde van de levering van de woning voorzienbaar dat Eurocommerce
- gelet op de stilgevallen markt - niet in staat zou zijn om voor 1 oktober 2011 het krediet bij ABN geheel af te lossen. Het krediet bedroeg 204 miljoen euro, terwijl de liquiditeit van Eurocommerce 88 miljoen euro bedroeg. [naam 1] heeft in het kader van de financiering door de banken in 2007 en in 2008 huurcontracten valselijk opgemaakt en namens “huurders” ondertekend. Zonder het bestaan van deze documenten zouden de banken niet tot het verstrekken van de kredieten zijn overgegaan. [naam 1] moest er dan ook rekening mee houden dat, indien de door hem gepleegde valsheid in geschrifte uit zou komen, de banken het krediet zouden opzeggen en terugbetaling van de financieringen (een bedrag van vele honderden miljoenen euro’s) zouden eisen. [naam 1] wist dat Eurocommerce daartoe niet in staat zou zijn. Het faillissement van Eurocommerce en een tekort kon voor [naam 1] met een redelijke mate van waarschijnlijkheid worden voorzien. Bij een faillissement van Eurocommerce moest [naam 1] zowel de rekening-courantschuld aan Ferdinand Stinger Holding B.V. ad € 45.940.000,-- (stand per 31 december 2010) terugbetalen alsmede (een gedeelte van) de aan ABN afgegeven borgstelling. Deze schulden overtroffen het vermogen van [naam 1] vele malen. Eind 2010 had [naam 1] een negatief eigen vermogen van afgerond 25 miljoen euro (productie 30, bijlage 1), dit nog los van de aan ABN afgegeven borgstelling van 30 miljoen euro. Voor [naam 1] was dan ook ten tijde van de levering van de woning met een redelijke mate van waarschijnlijkheid voorzienbaar dat een faillissement van Eurocommerce ook tot zijn persoonlijk faillissement en een tekort daarin zou lijden. [naam 1] was niet verplicht om de woning te verkopen dan wel te leveren aan Stichting Syanora. De crediteuren van [naam 1] zijn door de levering van de woning aan Stichting Syanora benadeeld in hun verhaalsmogelijkheden. Er is sprake van paulianeus handelen van de zijde van [naam 1].
De curatoren hebben de levering van de woning met recht buitengerechtelijk vernietigd.
Stichting Syanora is enkel opgericht omdat [naam 1] niet wilde voldoen aan de wens van de banken om met privé vermogen garant te staan voor de financieringen van Eurocommerce.
en daarmee ook Stichting Syanora wisten, althans behoorden te weten, dat [naam 1] ten tijde van de levering van de woning aan Stichting Syanora al technisch failliet was. [naam 1] en Stichting Syanora wisten, althans behoorden te weten, dat het persoonlijk faillissement van [naam 1] en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien op het moment dat Eurocommerce failliet zou gaan. De levering van de woning aan Stichting Syanora is enkel geschied met het oogmerk om de woning aan het verhaal van zijn schuldeisers te onttrekken, terwijl [naam 1] wel alle voordelen van die woning geniet. Met deze verkoop en levering - in feite een schenking - is geen zelfstandig belang van Stichting Syanora gediend. [naam 1] heeft bij de levering misbruik gemaakt van identiteitsverschil tussen Stichting Syanora en hemzelf als handelend natuurlijk persoon. Dit is onrechtmatig. De verplichting tot schadevergoeding rust ook op Stichting Syanora, omdat het ongeoorloofde oogmerk van [naam 1], die de overheersende zeggenschap heeft over Stichting Syanora, rechtens dient te worden aangemerkt als het oogmerk van Stichting Syanora.

De schade die de boedel van [naam 1] daardoor lijdt is gelijk aan het bedrag dat voor de woning verkregen had kunnen worden als de woning nog tot het vermogen van [naam 1] had behoord.

4. Het verweer

4.1.

Stichting Syanora concludeert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair

de curator niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen, althans hem deze zal ontzeggen,

subsidiair

de curator niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen, althans hem deze zal ontzeggen

in zoverre dat het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard, althans niet uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard dan nadat de curator voldoende zekerheid heeft gesteld door middel van een degelijke bankgarantie ten belope van € 1.999.999,-- dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag,

primair en subsidiair

de curator zal veroordelen in de kosten van dit geding, inclusief de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als de curator ze niet binnen 14 dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis heeft betaald.

4.2.

Stichting Syanora voert - kort gezegd - het volgende verweer.
De levering van de woning was geen onverplichte rechtshandeling. Ten tijde van de levering van de woning was de financiële situatie van Eurocommerce en [naam 1] bijzonder rooskleurig. Er was geen enkele reden om een faillissement te vrezen. Van misbruik van identiteitsverschil is geen sprake.
Op de overige weren van Stichting Syanora zal, voor zover van belang, hierna nader worden ingegaan.

5 De beoordeling

Pauliana

5.1.

In de onderhavige procedure ligt onder meer ter beantwoording de vraag voor of de curator de levering van de woning door [naam 1] aan Stichting Syanora terecht heeft vernietigd.

5.2.

De curator baseert zijn vorderingen primair op artikel 42 lid 1 Faillissementswet (Fw). Op grond van dit artikel kan een curator ten behoeve van de boedel elke rechtshandeling die de schuldenaar vóór de faillietverklaring onverplicht heeft verricht en waarvan deze bij dit verrichten wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn, door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen.

5.3.

Er is sprake van benadeling indien één of meer schuldeisers werkelijk in hun verhaalsmogelijkheden blijken te zijn beperkt. Indien - zoals in casu - in rechte wordt gestreden over de vraag of de curatoren terecht een beroep doen op artikel 42 Fw, is het met betrekking tot de vereiste benadeling voldoende dat zij aanwezig is ten tijde dat op het beroep op die benadeling wordt beslist. Daartoe dient een vergelijking te worden gemaakt tussen de hypothetische situatie waarin de schuldeisers zouden hebben verkeerd zonder de gewraakte rechtshandeling en de situatie waarin zij feitelijk verkeren als die rechtshandeling onaangetast blijft.

5.4.

De wetenschap van benadeling bestaat uit twee onderdelen: ten eerste de wetenschap dat de rechtshandeling benadelend is voor schuldeisers in geval van faillissement en ten tweede de wetenschap van een naderend faillissement van de schuldenaar. Van dit laatste is sprake indien ten tijde van het verrichten van de rechtshandeling het faillissement en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien.

onverplichte rechtshandeling

5.5.

Stichting Syanora heeft betwist dat sprake is van een onverplichte rechtshandeling. Zij heeft in dit verband het volgende aangevoerd.
[naam 1] en [naam 2] zijn op 10 mei 1979 met elkaar gehuwd onder huwelijkse voorwaarden (met koude uitsluiting). Al in 2001 zijn [naam 1] en [naam 2] in gesprek geraakt over toedeling van een deel van de aanwas van het vermogen van [naam 1] gedurende het huwelijk aan [naam 2]. [naam 1] heeft hiermee ingestemd. Onderwerp van de daaropvolgende gesprekken waren onder andere het naderende pensioen van [naam 1] en het veiligstellen van het woonhuis ten behoeve van de familie [naam 1]. Dit heeft geleid tot een brief van [naam 1] aan [naam 2] van 2 augustus 2009 (productie 1b) waarin [naam 1] schrijft: “(…) Jouw voorkeur gaat uit om de vermogensbestanddelen van het pensioen en het woonhuis onder te brengen in een stichting, zodat er geen vermogensscheiding meer zal plaatsvinden, waarbij aan het einde van ons beider leven onzen kinderen alle rechten van de stichting zullen verkrijgen; dit zal nader moeten worden uitgezocht.(…)”. In artikel 1 van de overeenkomst “Verrekening Verleden Huwelijkse Voorwaarden” d.d. 28 september 2009 (productie 1c) is bepaald dat de woning in een entiteit (besloten vennootschap of stichting) zal worden ondergebracht. De levering van de woning is derhalve een verplichte rechtshandeling, zodat de curator geen beroep toekomt op artikel 42 Fw.

5.6.

De curator heeft ter comparitie de authenticiteit van de - niet in origineel overgelegde - brief van 2 augustus 2009 en de overeenkomst van 28 september 2009 betwist.



5.7. Indien veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van de juistheid van het betoog van
Stichting Syanora, te weten dat de levering van de woning voortvloeit uit de tussen [naam 1] en [naam 2] gemaakte afspraken en ervan moet worden uitgegaan dat de overeenkomst op 28 september 2009 is gesloten - hetgene door de curator is betwist - heeft het volgende te gelden.
Vast staat dat [naam 1] en [naam 2] onder huwelijkse voorwaarden waren gehuwd. Indien moet worden aangenomen dat [naam 1] en [naam 2] met elkaar zijn overeengekomen om de tussen hen geldende huwelijkse voorwaarden te herschikken, waarop [naam 2] jegens [naam 1] geen aanspraak kon maken, volgt daaruit nog niet dat
verplicht was om de aan hem in eigendom toebehorende woning over te dragen aan Stichting Syanora. Uit de brief van [naam 1] aan [naam 2] van 2 augustus 2009 kan niet worden afgeleid dat [naam 1] en [naam 2] met elkaar zijn overeengekomen dat [naam 1] de woning aan een besloten vennootschap dan wel stichting zou overdragen. Dit betekent dat niet gezegd kan worden dat de overeenkomst van 28 september 2009, zo die al is gesloten, is gestoeld op enige eerdere contractuele verplichting zodat de conclusie moet zijn dat de (gestelde) overeenkomst van 28 september 2009 een onverplichte rechtshandeling is geweest. Aldus heeft ook de levering van de woning op 31 december 2010 als onverplicht te gelden. Het bewijsaanbod van Stichting Syanora dat de levering voortvloeit uit de door [naam 1] en [naam 2] gemaakte afspraken wordt tegen deze achtergrond als niet relevant gepasseerd.

wetenschap van benadeling

5.8.

Tussen partijen is niet in geschil dat 1 euro geen reële koopprijs is voor de woning. De verkoop en levering van de woning is dan ook een rechtshandeling om niet. Dit betekent dat enkel van belang is of bij [naam 1] privé ten tijde van de levering van de woning wetenschap van benadeling aanwezig was. Nu het faillissement van [naam 1] niet binnen een jaar na de omstreden rechtshandeling heeft plaatsgevonden, kan de curator niet profiteren van het bewijsvermoeden van artikel 43 Fw. Dat betekent dat de curator dient te stellen en bij voldoende betwisting dient te bewijzen dat sprake was van wetenschap van benadeling.

5.9.

Anders dan de curator heeft betoogd, kan niet gezegd worden dat ten tijde van de levering van de woning het faillissement van Eurocommerce en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien voor [naam 1].
Hiervoor is het volgende redengevend.
Het mag zo zijn dat 2009 -zonder boekhoudkundige correcties- een slecht jaar is geweest voor Eurocommerce, dit laat onverlet dat de curator heeft erkend dat Eurocommerce in 2010 een aantal belangrijke projecten heeft verkocht. De curator heeft niet bestreden de stelling van Stichting Syanora (conclusie van antwoord onder 8) dat Eurocommerce in 2010 een winst heeft gemaakt van € 21.500.000,-- en dat 2010 is afgesloten met een positieve kasstroom van € 14.900.000,--. Daar waar volgens de curator de liquiditeitspositie van Eurocommerce in ieder geval nog 88 miljoen euro bedroeg (1 miljoen euro méér dan in 2009), is zonder nadere toelichting niet aannemelijk gemaakt dat de liquiditeits- en cashflowpositie van Eurocommerce eind 2010 dermate slecht was dat zij toen al niet tot nauwelijks meer kon voldoen aan haar betalingsverplichtingen. De enkele stelling dat de vastgoedportefeuille van Eurocommerce in 2010 was opgelopen tot 1,47 miljard euro, terwijl daar aflossings- en renteverplichtingen tegenover staan is, zonder dat de curator deze verplichtingen heeft gesubstantieerd, daarvoor onvoldoende. De curator heeft zijn stelling dat ABN tot opzegging van het krediet is overgegaan vanwege aan het licht gekomen beweerdelijk door [naam 1] gepleegde malversaties niet met justificatoire bescheiden onderbouwd. Uit de door de curator overgelegde stukken blijkt daarentegen dat eerst in 2011 (en niet reeds in 2008 - door SNS Property Finance - zoals de curator nog in de dagvaarding onder 9 heeft gesteld, nu uit productie 13 van de curator bij akte na comparitie van partijen blijkt dat de aangifte van SNS Property Finance eerst dateert van 29 mei 2012) een bank die Eurocommerce financierde aangifte jegens [naam 1] heeft gedaan wegens valsheid in geschrifte (aangifte door FGH d.d. 16 december 2011). In deze dient te worden uitgegaan van de stelling van Stichting Syanora dat ABN projetontwikkeling (een onderdeel van Eurocommerce waarin het vastgoed zit) niet langer wenste te financieren. Daarbij komt dat het niet aannemelijk is dat ABN Eurocommerce nog bijna een jaar respijt zou hebben gegeven indien ABN toen geen vertrouwen meer in [naam 1] zou hebben gehad. Bovendien heeft de curator niet weersproken dat de Rabobank, FGH en NIBC in 2011 nog substantiële financieringen aan Eurocommerce hebben verstrekt/toegezegd. Dat zou niet zijn gebeurd indien deze banken geen vertrouwen meer hadden in herstel van de vastgoedmarkt dan wel geen vertrouwen meer hadden in [naam 1]. Daar waar Eurocommerce er in 2010 in is geslaagd om - ondanks de vastgoedcrisis - belangrijke projecten te verkopen, kan niet gezegd worden dat [naam 1] er eind 2010 vanuit moest gaan dat Eurocommerce in 2011 geen panden meer zou kunnen verkopen. Uit het feit dat ABN in het kader van de verlenging van de aflossingstermijn van het aan Eurocommerce verleende krediet van [naam 1] verlangde dat hij zich persoonlijk garant stelde voor een bedrag van 30 miljoen euro (welke garantstelling op 13 oktober 2010 is afgegeven), volgt - anders dan de curator heeft gesteld - niet dat [naam 1] toen al wist, dan wel behoorde te weten dat Eurocommerce er in 2010 slecht voor stond.

Dat Eurocommerce niet in staat zou zijn om het krediet van ABN voor 1 oktober 2011 af te lossen, kon eind december 2010 niet zonder meer worden gezegd. De curator is er in dit verband van uitgegaan dat het door [naam 1] aan Eurocommerce verstrekte bedrag van ruim 41 miljoen euro is aangewend voor de gedeeltelijke aflossing van het door ABN verstrekte krediet. Indien Eurocommerce in 2011 zou doorgaan met aflossen en vóór 1 oktober 2011 niet het gehele krediet zou hebben afgelost, is daarmee nog niet gegeven dat ABN in dat geval Eurocommerce zou hebben laten omvallen. Een dergelijk scenario was in ieder geval eind december 2010 redelijkerwijze nog niet te verwachten.
Uit de stelling van de curator dat [naam 1] er van meet af aan rekening mee moest houden dat Eurocommerce zou failleren indien de banken achter de beweerde valsheid in geschrifte zouden komen, volgt niet zonder meer dat voor [naam 1] eind december 2010 een faillissement van Eurocommerce voorzienbaar was. Zoals gezegd was eind december 2010 nog geen verdenking jegens [naam 1] gerezen ten aanzien van de door de curator gestelde malversaties, althans dat is door de curator niet aannemelijk gemaakt. Daarvoor had de curator minst genomen moeten stellen dat de banken op de hoogte waren van de door kopers tegen Eurocommerce aangespannen gerechtelijke procedures. Dat heeft de curator niet gedaan.

5.10.

Nu de curator het faillissement van [naam 1] en een tekort daarin onlosmakelijk heeft verbonden aan het faillissement van Eurocommerce en een tekort daarin, kan de conclusie niet anders zijn dan dat ten tijde van de levering van de woning voor [naam 1] zijn faillissement en een tekort daarin niet met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien. De curator heeft weliswaar nog gesteld dat Vissen eind december 2010 technisch failliet was, maar die stelling kan de curator niet baten. Uit de door de curator als bijlage 1 bij productie 30 overgelegde overzicht van het inkomen uit aanmerkelijk belang (waaraan de curator zijn stelling ontleent dat het vermogen van [naam 1] eind 2010 afgerond 25 miljoen euro negatief was) blijkt immers dat de schuld in rekening-courant van [naam 1] aan Ferdinand Stinger Holding B.V. € 45.940.453,-- bedroeg. Niet aannemelijk is dat Ferdinand Stinger Holding B.V. destijds jegens [naam 1] aanspraak zou hebben gemaakt op betaling van (een deel van) bedoeld bedrag. De curator heeft het tegendeel ook niet betoogd. Indien die schuld uit bedoeld overzicht wordt geëlimineerd, resteert een positief vermogen van aanzienlijke omvang. Voorts was op 31 december 2010 (dreigende) uitwinning van de door [naam 1] afgegeven borgtocht ten behoeve van ABN nog niet aan de orde. Aldus heeft de curator onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die kunnen leiden tot de slotsom dat sprake is van wetenschap van benadeling.

5.11.

De conclusie van dit alles is dat de buitengerechtelijke vernietiging door de curator van de levering van de woning rechtens geen effect sorteert. De primaire hoofdvorderingen liggen daarmee voor afwijzing gereed.

misbruik van identiteitsverschil

5.12.

Met betrekking tot de subsidiaire vordering wordt het volgende overwogen.

5.13.

Uit artikel 3:277 BW volgt dat de schuldenaar met zijn gehele vermogen aansprakelijk is voor zijn schulden. Dit betekent echter niet dat de schuldenaar er voor moet zorgen dat zijn vermogen te allen tijde voldoende is om zijn schuldeisers te betalen. Op zichzelf is het niet onrechtmatig jegens (toekomstige) crediteuren indien een schuldenaar vermogensbestanddelen aan een derde, in casu een stichting, overdraagt. Dit wordt niet anders indien dit geschiedt met het oogmerk om vermogensbestanddelen te beschermen tegen verhaal door derden. Dit wordt slechts anders indien bedoelde overdracht plaatsvindt op een moment dat de schuldenaar met een redelijke mate van waarschijnlijkheid kan of behoort te voorzien dat hij failliet gaat en alsdan zijn vermogen onvoldoende zal zijn om alle schuldeisers te kunnen voldoen.
Uit hetgeen hiervoor ten aanzien van de primaire vorderingen is overwogen volgt dat die situatie zich ten tijde van de levering van de woning aan Stichting Syanora niet voordeed.
Hiermee deelt de subsidiaire vordering het lot van de primaire vorderingen.

5.14.

De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stichting Syanora worden begroot op:

- griffierecht € 3.715,00

- salaris advocaat € 9.633,00 (3,0 punten × tarief € 3.211,00)

Totaal € 13.348,00

5.15.

Dit vonnis wordt gewezen door een andere rechter dan de rechter voor wie de comparitie heeft plaatsgevonden, omdat bedoelde rechter thans in een andere sector van deze rechtbank werkzaam is.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

wijst de vorderingen af,

6.2.

veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van Stichting Syanora tot op heden begroot op € 13.348,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 14 dagen na heden, indien betaling niet binnen voormelde termijn plaatsvindt, tot de dag van volledige betaling,

6.3.

veroordeelt de curator in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat de curator niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van 14 dagen na heden, indien betaling niet binnen voormelde termijn plaatsvindt, tot de dag van volledige betaling,

6.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2014.1

1 Th/KH