Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3751

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-06-2014
Datum publicatie
25-06-2014
Zaaknummer
05/760222-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer heeft een 23-jarige militair vrijgesproken van een poging tot zware mishandeling en veroordeeld voor mishandeling met voorbedachte raad. De militair heeft in augustus 2013, in een drukke discotheek te Hardenberg, twee CS-gastabletten aangestoken waardoor meerdere bezoekers last kregen van pijnlijke ogen en problemen ondervonden bij het ademen. De rechtbank heeft de militair veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand en een werkstraf voor de duur van 120 uur. Daarnaast moet de man aan 7 bezoekers en aan de discotheek een schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/760222-13

Datum zitting : 02 juni 2014

Datum uitspraak : 16 juni 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de militaire kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsman : mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Baarn.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 augustus 2013, te Hardenberg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk aan een of meer bezoekers van een discotheek ([discotheek]) (waaronder [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7]), in elk geval aan een of meerdere in

die discotheek aanwezige personen, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet in die discotheek, waarin zich ongeveer 1.100, althans een groot aantal, personen bevonden, in elk geval in een (rokers)ruimte van die discotheek, een of meer CS-tabletten heeft aangestoken/ontstoken en/althans CS-gas, in elk geval (een) giftig(e) en/of verstikkend(e) en/of

weerloosmakend(e) en/of traanverwekkend(e) en/of irriterende stof(fen) heeft verspreid in die ruimte en/of in die discotheek, tengevolge waarvan onder het aldaar aanwezige publiek paniek had kunnen ontstaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 11 augustus 2013, te Hardenberg, opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer in een discotheek ([discotheek]) aanwezige personen (waaronder [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6]

en/of [slachtoffer 7]) heeft mishandeld en/althans de gezondheid van voornoemde personen opzettelijk heeft benadeeld, door toen aldaar na kalm beraad en rustig overleg opzettelijk in die discotheek, waarin zich ongeveer 1.100, althans een groot aantal, personen bevonden, in elk geval in een (rokers)ruimte van die discotheek, een of meer CS-tabletten heeft aangestoken/ontstoken en/althans CS-gas, in elk geval (een) giftig(e) en/of verstikkend(e) en/of weerloosmakend(e) en/of traanverwekkend(e) en/of irriterende stof(fen) heeft verspreid in die ruimte en/of die discotheek, tengevolge waarvan voornoemde personen enig lichamelijk letsel hebben bekomen en/of pijn hebben ondervonden en/of de gezondheid van voornoemde personen werd benadeeld.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 02 juni 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Baarn.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

  • -

    Discotheek [discotheek];

  • -

    [slachtoffer 1];

  • -

    [slachtoffer 2];

  • -

    [slachtoffer 3];

  • -

    [slachtoffer 4];

  • -

    [slachtoffer 5];

  • -

    [slachtoffer 6];

  • -

    [slachtoffer 7].

De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 11 augustus 2013 heeft verdachte in de rokersruimte van de discotheek [discotheek] te Hardenberg twee CS-tabletten aangestoken.2 Ten tijde van het incident waren 1100 personen in de discotheek [discotheek] aanwezig.3 Door het ontsteken van CS-tabletten – zijnde traangastabletten – wordt het traangas verspreid. CS-traangas veroorzaakt (sterke) irritatie aan organen, als neus, keel en ogen.4 Bij de trap in de grote zaal van [discotheek] stond ten tijde van het aansteken van de CS-tabletten onder anderen [slachtoffer 2]. Door het vrijkomen van het CS-gas heeft hij last gekregen van zijn ogen en een uitgedroogde keel met een branderig gevoel, waarbij hij de volgende dag nog rode ogen had en last had van hoofdpijn.5 Soortgelijke klachten zijn ontstaan bij de bezoekers [slachtoffer 3], [slachtoffer 5], [slachtoffer 1], [slachtoffer 4], [slachtoffer 6] en medewerkster [slachtoffer 7]. Voorts is benauwdheid een veel voorkomende klacht geweest onder de voornoemde bezoekers.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, nu door het aansteken van de CS-tabletten verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Door het handelen van verdachte had immers paniek kunnen ontstaan waardoor mensen zouden kunnen struikelen of van de trap of over elkaar heen zouden kunnen vallen en daarbij zwaar lichamelijk letsel zouden kunnen oplopen. Verdachte heeft de aanmerkelijke kans daartoe kennelijk voor lief genomen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Uit de getuigenverklaringen volgt dat er geen sprake was van (gevaar voor) paniek. Verdachte had geen enkele opzet ook niet in voorwaardelijke zin op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

De verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de militaire kamer ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde, waarbij wel is opgemerkt dat verdachte niet de kwade voorbedachte raad of opzet had om enig lichamelijk letsel toe te brengen dan wel de gezondheid van de aanwezigen te benadelen.

Beoordeling door de militaire kamer

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde

Met de verdediging en de officier van justitie is de militaire kamer van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte het kwaad opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De vraag ligt voor of zoals de officier stelt, bewezen kan worden dat verdachte met het aansteken van de CS-tabletten wel een aanmerkelijk risico op het ontstaan van dergelijk letsel heeft aanvaard.

In algemene zin is de stelling juist dat door het aansteken van CS-tabletten in een volle discotheek paniek kan ontstaan, waarbij bezoekers door het gedrang ook zwaar lichamelijk letsel zouden kunnen oplopen. De militaire kamer is echter van oordeel dat uit dit algemene gegeven nog niet het bewijs is geleverd dat er ook in dit concrete geval een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel is ontstaan. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat er paniek of risicovol gedrang is ontstaan. Om te kunnen beoordelen of de kans daarop wel groot is geweest zou meer concrete informatie over bijvoorbeeld de omvang van de ruimte, de verdeling van de mensen, de bereikbaarheid van de nooduitgangen en de concentratie van het CS-gas in de discotheek nodig zijn. Deze informatie ontbreekt en daarnaar is ook geen onderzoek gedaan. Nu een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel dan ook niet kan worden vastgesteld kan ook niet worden vastgesteld dat verdachte een dergelijke kans heeft aanvaard, zodat ook het bestaan van voorwaardelijk opzet niet kan worden bewezen. Gelet op het voorgaande zal de militaire kamer verdachte vrijspreken van het primair tenlastegelegde.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde

Opzet

Feit van algemene bekendheid is dat CS-traangas een bijtende pijn aan ogen en luchtwegen kan veroorzaken. Dat verdachte daarmee bekend was blijkt uit zijn verklaring ter terechtzitting dat hem bij een oefening met het gasmasker is verteld dat het een bijtend stofje is.7 Door met die kennis de CS-tabletten af te steken in een discotheek waarin zich veel bezoekers bevonden, heeft verdachte dan ook bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat pijn en irritatie zou intreden bij bezoekers van de discotheek. Dit betekent dat verdachte opzet in voorwaardelijke zin had op het toebrengen van pijn en/of letsel bij de andere bezoekers van de discotheek.

Voorbedachte rade

De militaire kamer stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “voorbedachte rade” moet komen vast te staan:

- dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en

- dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit (…) vormt een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld. Maar er kunnen contra-indicaties zijn, waar een zwaarder gewicht aan kan worden toegekend. Gedacht kan worden aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad pas tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat.8

Verdachte heeft verklaard dat hij de CS-tabletten reeds gedurende acht weken in zijn bezit heeft gehad. Hij had de tabletten na een oefening meegenomen met de bedoeling om ze af te steken op een housewarming-party. Daar is verdachte uiteindelijk niet naar toe gegaan, waarna hij de tabletten niet heeft weggegooid maar ze in de auto heeft laten liggen en uiteindelijk heeft meegenomen de discotheek in.9

De militaire kamer is van oordeel dat reeds uit het voorgaande blijkt dat verdachte, wetende van de bijtende werking van het CS-gas, ze al 8 weken eerder vanaf de oefening heeft meegenomen met het plan om ze in nabijheid van anderen af te steken. Dat hij de tabletten uiteindelijk op een andere locatie heeft afgestoken, in een volle discotheek, neemt niet weg dat er niet alleen sprake is van een uitgebreide tijd voor beraad maar dat hij het afsteken van de tabletten in aanwezigheid van anderen ook daadwerkelijk heeft gepland. Dat verdachte de tabletten niet in een opwelling heeft afgestoken, zoals door hem ter terechtzitting is verklaard, leidt de militaire kamer af uit het feit dat hij ook lucifers, die bestemd zijn om traangastabletten mee aan te steken, mee de discotheek in heeft genomen.10 De militaire kamer komt dan ook tot het oordeel dat sprake is van voorbedachte rade.

Conclusie

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 11 augustus 2013, te Hardenberg, opzettelijk en met voorbedachten rade meerdere in een discotheek ([discotheek]) aanwezige personen (waaronder [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7]) heeft mishandeld en de gezondheid van voornoemde personen opzettelijk heeft benadeeld, door toen aldaar na kalm beraad en rustig overleg opzettelijk in die discotheek, waarin zich ongeveer 1.100, personen bevonden, meerdere CS-tabletten aan te steken in die discotheek, ten gevolge waarvan voornoemde personen enig lichamelijk letsel hebben bekomen en pijn hebben ondervonden en de gezondheid van voornoemde personen werd benadeeld.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

Mishandeling gepleegd met voorbedachte raad.

Het feit is strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren met aftrek van de tijd die verdachte reeds in hechtenis heeft gezeten en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van het tenlastegelegde en de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de straf te matigen en geeft in overweging om een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen. Hierbij dient volgens de verdediging rekening te worden gehouden met het reclasseringsadvies en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de omstandigheid dat hij reeds spijt heeft betuigd en van zijn fout heeft geleerd. Voorts dient in ogenschouw te worden genomen dat een straf mogelijk gevolgen kan hebben voor zijn baan bij Defensie. Ten slotte dienen de beperkte gevolgen met betrekking tot het letsel van bezoekers van de discotheek als verzachtende omstandigheid te worden meegewogen.

Beoordeling door de militaire kamer

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 16 mei 2014; en

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 15 mei 2014, betreffende verdachte.

De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich door twee CS-tabletten aan te steken in een drukke discotheek schuldig gemaakt aan mishandeling met voorbedachte raad van de aanwezige bezoekers in de discotheek [discotheek]. Het leek verdachte immers leuk om meer rook te veroorzaken in de rokersruimte.

Door op voornoemde wijze te handelen heeft verdachte het CS-gas verspreid met als gevolg klachten aan onder meer de ogen, keel en neus, hoofdpijn en benauwdheid bij meerdere bezoekers. Door het goede en gestructureerde handelen van het personeel is in de discotheek geen paniek ontstaan, hetgeen echter niet aan verdachte is te danken die na één mislukte poging om de beveiliging te waarschuwen naar huis is gegaan. De militaire kamer rekent het verdachte aan dat hij ‘voor de lol’ heeft gehandeld ten koste van anderen en dat hij daarbij aanzienlijke schade heeft veroorzaakt voor de discotheek, pijn bij een groot aantal bezoekers en medewerkers van die discotheek en hinder en ongemak bij een nog veel groter aantal van hen.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting ten nadele van verdachte rekening gehouden met de volgende ad informandum gevoegde zaak. Verdachte heeft erkend dit strafbare feit te hebben gepleegd. De officier van justitie heeft toegezegd ter zake van dit feit geen afzonderlijke strafvervolging te zullen instellen, indien deze worden verdisconteerd in de strafoplegging. Het betreft het feit van omstreeks juni 2013 te Wezep (gemeente Oldebroek) inhoudende de diefstal dan wel heling van 2 CS-tabletten die toebehoren aan het Ministerie van Defensie. Voorts weegt de militaire kamer in het nadeel van verdachte mee dat bij de mishandeling meerdere personen waren betrokken en hij de mishandeling met voorbedachte raad heeft gepleegd.

In het voordeel van verdachte weegt de militaire kamer mee dat hij zichzelf kort na het incident bij de politie heeft gemeld. Voorts acht de militaire kamer van belang dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Ten slotte zal de militaire kamer in sterke mate meewegen dat zij tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie. Gelet op het voorgaande, acht de militaire kamer een werkstraf voor de duur van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaar passend en geboden. Het voorwaardelijk deel is bedoeld om de ernst van het feit te benadrukken en om verdachte er van te weerhouden nogmaals over te gaan tot een dergelijke daad.

6A. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De na te noemen benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder subsidiair bewezenverklaarde feit en vorderen de volgende bedragen:

 [discotheek]: € 12.710,29;

 [slachtoffer 1]: € 507,14;

 [slachtoffer 2]: € 1.095,82;

 [slachtoffer 3]: € 399,50:

 [slachtoffer 4]: € 46,08;

 [slachtoffer 5]: € 272,21;

 [slachtoffer 6]: € 84,00;

 [slachtoffer 7]: € 627,03.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] integraal kunnen worden toegewezen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [discotheek] is de officier van justitie van mening dat de advertentiekosten, boekingskosten, EBHO benodigdheden voldoende zijn onderbouwd en toewijsbaar zijn. Ten aanzien van de uren van [betrokkene] is de officier van justitie van mening dat het geen gederfde inkomsten betreft en de overige kosten onvoldoende zijn onderbouwd. De vordering kan voor een bedrag van € 4.665,74 worden toegewezen en dient voor het overige niet ontvankelijk te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] gerefereerd aan het oordeel van de militaire kamer. De verdediging heeft zich met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [discotheek] aangesloten bij de opmerkingen van de officier van justitie. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [discotheek] heeft de verdediging voor het overige aangevoerd dat via een gerechtsdeurwaarder is getracht dezelfde kosten van verdachte te vorderen. Daarom is geen sprake meer van een vordering van eenvoudige aard. Voorts heeft de verdediging opgemerkt dat de ontruiming een beperkte tijd heeft geduurd en onduidelijk is waarom de ingehuurde band is weggegaan.

Beoordeling door de militaire kamer

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] zijn niet betwist door de verdediging en komen de militaire kamer gegrond voor. De militaire kamer zal de vorderingen dan ook volledig toewijzen.

Ten aanzien van de vordering van [discotheek] is de militaire kamer van oordeel dat de mogelijkheid van een andere rechtsingang niet maakt dat de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou meebrengen. Nu de verdediging zich voor het overige heeft aangesloten bij de officier van justitie, overweegt de militaire kamer dat ‘slechts’ de gedeclareerde uren van [betrokkene] gemotiveerd zijn betwist. Nu de kosten met betrekking tot deze uren niet nader zijn onderbouwd, is de militaire kamer van oordeel dat deze kosten niet als gederfde inkomsten kunnen worden aangemerkt. Een nadere beoordeling van deze schadeposten zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen. Gelet daarop dient de vordering ten aanzien van deze kosten niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Nu de overige kosten onvoldoende gemotiveerd zijn betwist, deze - summier maar voldoende -zijn onderbouwd en de militaire kamer niet onredelijk voorkomen, zal de militaire kamer de civiele vordering tot een bedrag van € 11.312,74 aan materiële schade toewijzen. Daarbij is de omvang van de schade door de militaire kamer op basis van de overgelegde stukken op dit bedrag begroot.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36f en 301 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

En voorts:

het verrichten van een werkstraf gedurende 120 (honderdtwintig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 60 (zestig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 6 (zes) uren, zijnde 3 (drie) dagen hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij Discotheek [discotheek].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [discotheek], te betalen € 11.312,74 (elfduizend driehonderdtwaalf euro en vierenzeventig eurocent).

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [discotheek], te betalen € 11.312,74 (elfduizend driehonderdtwaalf euro en vierenzeventig eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 91 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 1], te betalen € 507,14 (vijfhonderdzeven euro en veertien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te betalen € 507,14 (vijfhonderdzeven euro en veertien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 2], te betalen € 1095,82 (éénduizendvijfennegentig euro en tweeëntachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], te betalen € 1095,82 (éénduizendvijfennegentig euro en tweeëntachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 3], te betalen € 399,50 (driehonderdnegenennegentig euro en vijftig eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], te betalen € 399,50 (driehonderdnegenennegentig euro en vijftig eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij I.D. ‘t Hart.

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 4], te betalen € 46,08 (zesenveertig euro en acht eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], te betalen € 46,08 (zesenveertig euro en acht eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 5], te betalen € 272,21 (tweehonderdtweeënzeventig euro en eenentwintig eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], te betalen € € 272,21 (tweehonderdtweeënzeventig euro en eenentwintig eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 6] te betalen € 84,00 (vierentachtig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6], te betalen € 84,00 (vierentachtig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 7], te betalen € 627,03 (zeshonderdzevenentwintig euro en drie eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7], te betalen € 627,03 (zeshonderdzevenentwintig euro en drie eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door mr. H.G. Eskes (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen (rechter) en kol mr. J. Wiersma (militair lid), in tegenwoordigheid van mr. D.T.P.J. Damen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juni 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27NN/13-004673, gesloten op 19 september 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting.

3 Het proces-verbaal van verhoor [betrokkene], p. 204.

4 Het proces-verbaal met betrekking tot de omschrijving, werking en regelgeving van CS-tabletten, p. 75.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 135.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3], p. 141 t/m 143, het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5], p. 187-188, het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1], p. 198, het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 221-222, het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 7], p. 235 en het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6], p. 245-246.

7 De verklaring van verdachte ter terechtzitting.

8 HR 15 oktober 2013, ECLI: NL: HR: 2013:963 en HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:17.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 66 tekstblokken 8, 13 en 14 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

10 De verklaring van verdachte ter terechtzitting.