Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3697

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-06-2014
Datum publicatie
17-06-2014
Zaaknummer
05/901486-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeelt een 54-jarige militair ter zake van het meermalen plegen van valsheid in geschrift en het opzettelijk nalaten tijdig gegevens te verstrekken, tot een werkstraf voor de duur van 180 uren met aftrek van 4 uren voor de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. De man dient de Staat daarnaast een bedrag van € 41.427,84 te betalen, zijnde het bedrag dat hij naar schatting wederrechtelijk heeft verkregen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/901486-11

Data zittingen : 21 oktober 2013 en 2 juni 2014

Datum uitspraak : 16 juni 2014

Tegenspraak

Vonnis van de militaire kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. B.D.W. Martens, advocaat te 's-Gravenhage.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 03 november 2011 te Enschede, althans in Nederland of

Münster, althans in Duitsland, een Aanvraagformulier huisvesting door Defensie

(Verzoek toekenning huisvesting) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers

heeft verdachte valselijk op voornoemd Aanvraagformulier huisvesting voor

Defensie vermeld dat verdachtes woonplaats vanaf 1 december 2011 in Nederland

zou zijn en/of dit aanvraagformulier heeft ondertekend, zulks met het oogmerk

om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken;

2.

hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de

periode van 1 oktober 2010 tot en met 1 december 2011 te Enschede, in elk

geval in Nederland, en/of te Gronau en/of Münster, in elk geval in Duitsland

in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde

verplichting, te weten de BFG-registratie 2004, opzettelijk heeft nagelaten

tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon

strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist,

althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor

de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of

tegemoetkoming, te weten het aan verdachte verstrekken van brandstofbonnen

en/of de teruggaaf van BTW en BPM, dan wel voor de hoogte of de duur van die

verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft verdachte aan zijn werkgever geen

mededeling gedaan dat hij in de periode oktober/november 2010 verhuisd was van

Gronau naar Enschede;

3.

hij op of omstreeks 01 februari 2011 te Enschede, Nederland en/of Münster

althans in Duitsland, een Declaratieformulier voedingskosten (declaratie

periode januari 2011) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte valselijk op genoemd declaratieformulier het adres [adres 2]

te Gronau ingevuld, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt

en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

4.

hij op of omstreeks 1 maart 2011 te Enschede, Nederland en/of te Münster,

althans in Duitsland, een Aanvraagformulier tegemoetkoming woon-werkverkeer

dagelijks reizen militairen (met eigen huishouding) - zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt

of vervalst, immers heeft verdachte valselijk op genoemd Aanvraagformulier het

adres [adres 2] te Gronau ingevuld, zulks met het oogmerk om

dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken;

5.

hij op of omstreeks 1 maart 2011 te Enschede, Nederland en/of Münster in

Duitsland, op een formulier Beëindiging huisvesting door Defensie - zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk

heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk op genoemd

formulier het adres [adres 2] te Gronau ingevuld, zulks met

het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door

anderen te doen gebruiken;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 2 juni 2014 ter terechtzitting onderzocht. Verdachte is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.D.W. Martens voornoemd.

De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft op 3 november 2011 op een Aanvraagformulier huisvesting door Defensie (Verzoek toekenning huisvesting) vermeld dat hij vanaf 1 december 2011 in Nederland woonachtig is en dit aanvraagformulier ondertekend.2 Op 29 november 2011 is door het bevoegd gezag het besluit genomen tot toewijzing van de aanvraag.3

Op 1 februari 2011 heeft verdachte op een Declaratieformulier voedingskosten (declaratie periode januari 2011) het adres [adres 2] te Gronau ingevuld en dit formulier ondertekend.4 De functionele chef heeft op diezelfde datum akkoord gegeven.5

Voorts heeft verdachte op 1 maart 2011 op een formulier “Aanvraag tegemoetkoming woon-werkverkeer dagelijks reizen militairen (met eigen huishouding)” en op een formulier “Beëindiging huisvesting door Defensie”, het adres [adres 2] te Gronau ingevuld. Beide formulieren zijn op deze dag door verdachte ondertekend.6 Op 3 maart 2011 is ten aanzien van laatstgenoemd formulier door het bevoegd gezag besloten dat de aan verdachte verleende huisvesting door Defensie niet langer kan worden verleend.7 De aanvraag voor de tegemoetkoming van het woon-werkverkeer is op 10 maart 2011 door DCHR/DIV ontvangen.8

Verdachte heeft in Nederland twee personenauto’s gekocht zonder betaling van BTW en BPM, te weten op 18 april 2011 een Volvo V709 en op 16 mei 2011 een Volvo C30.10 Op 27 mei 2011 heeft verdachte een email verzonden aan het Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie waarin hij verzoekt om het toekennen van een rantsoen brandstof in verband met zijn woon-werk verkeer tussen Gronau en Munster. Deze aanvraag wordt op 30 mei 2011 door het DCIOD gehonoreerd.11

Verdachte wist dat er verschil was bij het belastingvrij aankopen van goederen wonende in respectievelijk Nederland en Duitsland 12

Verdachte was op de hoogte van de voorlichtingsfolder “Aanvraag BFG-registratie. Motor-voertuig belastingvrij gekocht in Nederland”. Hij heeft van deze regeling gebruikt gemaakt toen hij de twee voertuigen in Nederland heeft gekocht13 In deze folder staat onder 4.b. vermeld dat de aanvrager zijn naam en adres in Duitsland op het aanvraagformulier moet vermelden. De woorden “in Duitsland” zijn onderstreept. Onder 4.i. staat vermeld dat het voertuig zonder betaling van BTW en BPM is aangeschaft.14

Verdachte heeft op 31 maart 2010 meubilair gekocht bij de [winkel 1] te Enschede welke goederen op 1 november 2010 zijn afgeleverd aan het adres [adres 1] te Enschede.15

Verdachte heeft op 27 augustus 2011 geluids- en video apparatuur gekocht bij de firma [winkel 2] te Enschede.16 Deze apparatuur is op 6 september 2011 in de woning gelegen aan het [adres 1] te Enschede geïnstalleerd.17

Verdachte heeft door aannemer Terbrack een woning laten bouwen aan het [adres 1] te Enschede welke woning medio oktober 2010 is opgeleverd.18

Verdachte was in de periode van oktober 2010-december 2011 werkzaam bij het Ministerie van Defensie en geplaatst in Duitsland.19

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten 1 tot en met 5. Volgens de officier van justitie is verdachte op 1 november 2010 met zijn gezin van Gronau naar Enschede verhuisd en heeft verdachte ten onrechte aan het Ministerie van Defensie doorgegeven dat zij pas op 1 december 2011 zijn verhuisd, waardoor hij ten onrechte aanspraak zou hebben gemaakt op vergoedingen van zijn werkgever.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte met ingang van 1 december 2011 met zijn gezin naar Enschede is verhuisd en dientengevolge, bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs, van de hem ten laste gelegde feiten 1 tot en met 5 moet worden vrijgesproken.

Beoordeling door de militaire kamer

Energieverbruik

Over de periode van 12 maanden van 1 januari 2010 tot 31 december 2010 is voor het adres aan de [adres 2] te Gronau een stroomverbruik van 5.048 kwh, een gasverbruik van 21290 kwh (1890 m320) en een waterverbruik van 142 m3 gemeten.21 In de periode van 1 januari 2011 tot 1 december 2011, 11 maanden, was het stroomverbruik 359 kwh, het gasverbruik 2920 kwh (261 m322) en het waterverbruik -6 m3.23

In de periode van 9 september 2010 tot en met 31 augustus 2011 is voor het adres [adres 1] te Enschede, een verbruik van respectievelijk 2988 (teller 1) en 2309 (teller 2) aan stroomeenheden gemeten en een verbruik van 2909 eenheden aan gas.24 Over de periode van

1 september 2010 tot 9 september 2011 is in totaal een waterverbruik van 131 m3 gemeten.25

De militaire kamer stelt vast dat het verbruik van elektriciteit, gas en water in Gronau in 2011 aanmerkelijk minder is, ongeveer een tiende, dan het verbruik in Gronau over heel 2010, terwijl dit een nagenoeg gelijke periode beslaat. De militaire kamer stelt voorts vast dat het energieverbruik in Gronau over het jaar 2010 redelijk overeenstemt met dat van Enschede over de periode van september 2010 tot en met augustus 2011.

Naar het oordeel van de militaire kamer volgt uit voornoemd stroom-, gas- en waterverbruik op de adressen in Gronau en Enschede, in onderling verband bezien, dat verdachte in 2011 met zijn gezin reeds in Enschede woonde en niet (meer) in Gronau. Het betoog van de raadsman van verdachte dat het energieverbruik in Gronau niet wezenlijk afwijkt van het energieverbruik in de eerdere woning van verdachte in Doetinchem en het energieverbruik over 2013 in Enschede (elektriciteit: 5260 kwh, gas: 2066 m3 en water: 152 m3), wordt door de militaire kamer niet gevolgd, nu de door verdachte overgelegde eindafrekening geen naam en adres van de verbruiker bevat en er voorts niet uit kan worden afgeleid wat het totale verbruik over het jaar 2009 is geweest.

De militaire kamer acht de stelling van verdachte dat hij alle drie de meterstanden in Gronau mogelijk niet correct heeft doorgegeven en de verbruiksgegevens niet kunnen kloppen, mede gelet op voorgaande overwegingen ten aanzien van de verbruiksgegevens in Gronau en Enschede, ongeloofwaardig.

De raadsman heeft voorts nog opgemerkt dat het hoge energieverbruik in Enschede verklaarbaar is doordat de woning droog gestookt moest worden, een vijver, twee koelkasten en twee vriezers aan stonden, er gebruik werd gemaakt van een wasmachine en droger en woning ’s avonds en

’s nachts verlicht was om deze bewoonbaar te doen lijken.

Het gebruik van de vijver, koelkasten, vriezers, wasmachine en een droger versterkt de overtuiging van de militaire kamer dat de woning in Enschede reeds voor 1 december 2011 door verdachte en zijn gezin werd bewoond.

Getuigen, levering goederen, abonnementen

Het oordeel van de militaire kamer dat bewezen kan worden geacht dat verdachte en zijn gezin de woning in Enschede reeds voor 1 december 2011 bewoonden, vindt ook steun in de verklaringen van getuigen [getuige 1] en getuige [getuige 2]. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij tegenover de woning op het adres [adres 2] in Gronau woont en dat zij de Nederlandse familie die daar woonde dagelijks zag tot vlak voor de kerst in 2010 en daarna vrijwel nooit meer.26 Getuige [getuige 1], die sinds 20 oktober 2010 aan de [adres 3] te Enschede woont, heeft verklaard dat verdachte rond oktober 2010 naar de [adres 1] te Enschede is verhuisd en daar sindsdien woont.27 Ten aanzien van de opmerking van de raadsman dat verschillen bestaan tussen de in laatstgenoemd proces-verbaal uitgewerkte tekst en de handgeschreven versie daarvan, merkt de militaire kamer op dat de hiervoor aangehaalde delen van de verklaring van getuige [getuige 1] in het proces-verbaal tevens in de handgeschreven weergave van het verhoor zijn opgenomen.28 Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zijn gezin in december 2010 een kerstkaart heeft ontvangen van verdachtes gezin, waarop het nieuwe adres in Enschede staat vermeld.29 Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat, ongeveer eind oktober 2010, op het Hyves account van [naam] stond dat “de verhuisdozen klaar staan voor de verhuizing”.30 Voorts is op naam van verdachte met KPN, voor de periode van 12 oktober 2010 tot en met 1 november 2011 een abonnement Internet Plus Bellen + Interactieve Televisie, afgesloten voor het adres [adres 1] te Enschede. Dit abonnement is vervolgens op 1 november 2011 beëindigd en, met actiekorting, per direct opnieuw afgesloten voor dezelfde producten.31

Ook heeft verdachte op 31 maart 2010 een aantal goederen, waaronder meubels, bij de [winkel 1] gekocht en in oktober 2010 verzocht deze op het adres [adres 1] te Enschede af te leveren, waarna de goederen op 1 november 2010 op het bedoelde adres zijn afgeleverd.32 Daarnaast betrekt de militaire kamer in haar overwegingen dat verdachte betalingen heeft verricht voor een abonnement op de Twentsche Courant, te weten op 14 november 2010 voor de periode van 22 november 2010 tot en met 1 februari 2011 en op 15 februari 2011 voor de periode van 7 februari 2011 tot en met 30 mei 2011.33

De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij dit abonnement heeft afgesloten, omdat het gezin uiteindelijk in Enschede zou gaan wonen en op de hoogte wilde zijn van de lokale situatie, acht de militaire kamer weinig geloofwaardig.

Op grond van het vorenstaande, in samenhang bezien, acht de militaire kamer bewezen dat verdachte en zijn gezin op 1 november 2010 in de woning gelegen aan het [adres 1] te Enschede woonde.

Hetgeen de raadsman van verdachte overigens nog ter terechtzitting van 2 juni 2014 naar voren heeft gebracht, doet niet af aan het voorgaande. Aan de ter terechtzitting (als bijlage 1) overgelegde foto’s van de bouw van de woning in Enschede kunnen geen conclusies worden verbonden, nu op de foto’s niet vermeld staat wanneer deze zijn genomen. Het (als bijlage 4) overgelegde bericht van Kringloop Enschede, dat zij op 30 november 2011 de woning in Gronau hebben “ontruimd”, en de door de raadsman van verdachte aangehaalde observaties van de woningen in Gronau en Enschede in juli en september 2011, aan de hand waarvan is geconstateerd dat verdachte en/of zijn gezinsleden wel in de woning in Gronau c.q. niet in de woning in Enschede aanwezig waren, maken op zichzelf evenmin aannemelijk dat verdachte en zijn gezin in 2011 nog daadwerkelijk in Gronau woonden. Datzelfde geldt voor de (als bijlage 5) overgelegde bankafschriften waaruit blijkt dat verschillende keren boodschappen zijn gedaan en geld is gepind in Gronau.

Ten aanzien van feit twee overweegt de militaire kamer nog als volgt.

Uit het feit dat verdachte meerdere voertuigen heeft gekocht op grond van de zogenaamde BFG-regeling 2004, leidt de militaire kamer af dat verdachte op de hoogte was van deze regeling, waarin – kort gezegd - is geregeld dat een in het buitenland gelegerde militair (onder andere) aanspraak kan maken op brandstofbonnen. Dat verdachte op de hoogte was van de regeling blijkt naar het oordeel van de militaire kamer ook uit het feit dat hij in juni 2011 tegenover getuige [getuige 5] heeft verklaard dat hij pas per 1 november 2011 officieel naar Nederland kon verhuizen, omdat hij net een nieuwe auto had gekocht op BFG-voorwaarden34. Gelet op het bovenstaande acht de militaire kamer bewezen dat verdachte wist dat het niet doorgeven van zijn feitelijk woonadres in Nederland bij zijn werkgever van invloed was op de verstrekking van brandstofbonnen.

Conclusie

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 03 november 2011 te Nederland of in Duitsland, een Aanvraagformulier huisvesting door Defensie (Verzoek toekenning huisvesting) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk op voornoemd Aanvraagformulier huisvesting voor Defensie vermeld dat verdachtes woonplaats vanaf 1 december 2011 in Nederland zou zijn en dit aanvraagformulier ondertekend, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 1 december 2011 te Enschede en te Gronau en Münster in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten de BFG-registratie 2004, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten het aan verdachte verstrekken van brandstofbonnen dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft verdachte aan zijn werkgever geen mededeling gedaan dat hij in de periode oktober/november 2010 verhuisd was van Gronau naar Enschede;

3.

hij op 01 februari 2011 te Nederland en/of Duitsland, een Declaratieformulier voedingskosten (declaratie periode januari 2011) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk op genoemd declaratieformulier het adres [adres 2] te Gronau ingevuld, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

4.

hij op 1 maart 2011 te Nederland en/of Duitsland, een Aanvraagformulier tegemoetkoming woon-werkverkeer dagelijks reizen militairen (met eigen huishouding) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk op genoemd Aanvraagformulier het adres [adres 2] te Gronau ingevuld, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

5.

hij op 1 maart 2011 te Nederland en/of Duitsland, op een formulier Beëindiging huisvesting door Defensie - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk op genoemd formulier het adres [adres 2] te Gronau ingevuld, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, 3, 4 en 5, telkens:

Valsheid in geschrift.

Ten aanzien van de feit 2:

In strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming en de hoogte of de duur van een verstrekking of tegemoetkoming.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de hem ten laste gelegde feiten 1 tot en met 5 zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren, bij niet nakoming te vervangen door 90 dagen hechtenis. Zij heeft in dat kader rekening gehouden met de aard van het feit, de omstandigheid dat verdachte een first offender is, hij een nacht in verzekering heeft doorgebracht en hij niet door zijn werkgever is geschorst. Ook heeft de officier van justitie opgemerkt dat zij bij het bepalen van haar strafeis aansluiting heeft gezocht bij de richtlijn strafvordering sociale zekerheidsfraude van het Openbaar Ministerie.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft geen opmerkingen gemaakt in het kader van de strafmaat, nu hij heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken.

Beoordeling door de militaire kamer

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan; en

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij mede is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, van 16 mei 2014.

Verdachte heeft in het kader van zijn dienstbetrekking bij Defensie over een periode van in totaal ruim een jaar meermalen valsheid in geschrift gepleegd en niet aan zijn informatieplicht voldaan, waardoor hij met zijn gezin ten laste van Defensie ten onrechte bepaalde financiële voordelen heeft genoten. De militaire kamer rekent het verdachte zwaar aan dat hij geldelijk gewin voorop heeft gesteld en met zijn handelen Defensie, en daarmee ook de gemeenschap, welbewust schade heeft toegebracht.

In het kader van het bepalen van de strafmaat betrekt de militaire kamer tevens in haar overwegingen dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Gelet op deze omstandigheden, is de militaire kamer van oordeel dat een straf als voorgesteld door de officier van justitie passend en geboden is. De militaire kamer zal verdachte dan ook een werkstraf opleggen voor de duur van 180 uren.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 27, 57, 225 en 227b van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten als vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 90 (negentig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 4 (vier) uren, zijnde 2 (twee) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen, voorzitter, mr. H.G. Eskes, rechter, en kapitein ter zee van administratie mr. F.N.J. Jansen, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.W.M. Heutinck,

griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juni 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van Koninklijke Marechaussee, Brigade Krijgsmacht & Operationele Ondersteuning, Team algemene politiedienst Post Munster, opgemaakte proces-verbaal algemeen dossier, met proces-verbaalnummer PL27QK/11-005858, gesloten op 25 juli 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 2 juni 2014, alsmede het schriftelijke bescheid inhoudende een Aanvraag huisvesting door Defensie, gedateerd 3 november 2011, p. 1073 en 1074.

3 Het schriftelijk bescheid inhoudende een Aanvraag huisvesting door Defensie, gedateerd 3 november 2011, p. 1073 en 1074.

4 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 2 juni 2014, alsmede het schriftelijke bescheid inhoudende een Declaratieformulier voedingskosten, gedateerd 1 februari 2011, p. 0674.

5 Het schriftelijke bescheid inhoudende een Declaratieformulier voedingskosten, gedateerd 1 februari 2011, p. 0675.

6 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 2 juni 2014, alsmede schriftelijke bescheiden inhoudende een Beëindiging huisvesting door Defensie, gedateerd 1 maart 2011, p. 0676 en een Aanvraag tegemoetkoming woon-werkverkeer dagelijks reizen militairen, gedateerd 1 maart 2011, p. 0675.

7 Het schriftelijke bescheid, inhoudende een Beëindiging huisvesting door Defensie, gedateerd 1 maart 2011, p. 1035.

8 Het schriftelijke bescheid, inhoudende een Aanvraag tegemoetkoming woon-werkverkeer dagelijks reizen militairen, gedateerd 1 maart 2011, p. 1036.

9 Het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur van Furness Car Enschede, gedateerd 18 april 2011, p. 1227.

10 Het schriftelijke bescheid, inhoudende een factuur van Cosmo Export, gedateerd 16 mei 2011, p. 1192.

11 Het schriftelijke bescheid, inhoudende een uitdraai van een email van DCIOD aan verdachte, gedateerd 27 mei 2011, p. 1180, zie bij rubriek: controlehistorie.

12 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 538, regel 32-38.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 539, regel 31-37.

14 Het schriftelijke bescheid, inhoudende een formulier Aanvraag BFG-registratie, p. 582.

15 Verklaring van verdachte afgelegd ter rechtszitting 2 juni 2014 en proces-verbaal getuige [getuige 6], p. 935, r. 14 en 28.

16 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 juni 2014 en een schriftelijk bescheid zijde een kopie van een aankoopnota van de firma [winkel 2] te Enschede, p 937.

17 Proces-verbaal van getuige [getuige 7], p. 936.

18 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 juni 2014 en proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 8], p. 828, r. 25.

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 533, r. 9.

20 Een schriftelijk bescheid, inhoudende de berekening van het gasverbruik behorende bij de jaarafrekening 2010 van Stadtwerke Gronau, gedateerd 15 januari 2011, p. 281.

21 Een schriftelijk bescheid, inhoudende een jaarafrekening 2010 van Stadtwerke Gronau, gedateerd 15 januari 2011, p. 276.

22 Een schriftelijk bescheid, inhoudende de berekening van het gasverbruik behorende bij de eindafrekening van Stadtwerke Gronau, gedateerd 14 december 2011, p. 287.

23 Een schriftelijk bescheid, inhoudende een eindafrekening van Stadtwerke Gronau, gedateerd 14 december 2011, p. 290.

24 Een schriftelijk bescheid, inhoudende een gegevensuitdraai van Essent ten aanzien van de stroom- en gasaansluitingen op het adres aan de [adres 1] te Enschede, p. 216 en 217.

25 Een schriftelijk bescheid, inhoudende een gegevensuitdraai van Vitens ten aanzien van de watervoorziening op het adres aan de [adres 1] te Enschede, p. 228.

26 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2], p. 806, regel 17-19, 23-25, 29-30 en 37-38.

27 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], p. 797, regel 14-16, 41-43 en 45-46.

28 Een schriftelijk bescheid inhoudende de schriftelijke weergave van het verhoor van [getuige 1], p. 799 en 800.

29 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3], p. 786, regel 3-6, en het schriftelijke bescheid, inhoudende een kerstkaart, p. 421.

30 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4], p. 816, laatste alinea, en p. 817, regel 1-2.

31 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 923, alsmede het schriftelijke bescheid inhoudende historische gegevens van KPN ten aanzien van verdachte op het adres [adres 1] te Enschede, p. 925.

32 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 935, regel 13-14 en 19-28.

33 Schriftelijke bescheidende, inhoudende bankafschriften op naam van verdachte, gedateerd respectievelijk 8 december 2010, p. 712, en 9 maart 2011, p. 717.

34 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5], p. 793.