Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3482

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
02-06-2014
Zaaknummer
06/850577-11 en 06/850025-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een inwoner van Winterswijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Hij is door de rechtbank medeverantwoordelijk gehouden voor enkele hennepkwekerijen die in zijn bedrijfspanden zijn aangetroffen en

waarbij meerdere keren is geoogst. Het wederrechtelijk verkregen voordeel van € 79.243,40 moet hij terugbetalen aan de Staat.

Voor de hennepkwekerijen die later opnieuw in dezelfde bedrijfspanden zijn aangetroffen kan hij naar het oordeel van de rechtbank niet verantwoordelijk worden gehouden, reden waarom hij van dat feit is vrijgesproken. Wel heeft de rechtbank hem verweten een huurovereenkomst te hebben vervalst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

parketnummers: 06/850577-11 en 06/850025-13

uitspraak d.d.: 28 mei 2014

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres 1].

Raadsman: mr. Wolters, advocaat te Lichtenvoorde

Onderzoek van de zaak

Op 9 januari 2013 is de strafzaak met parketnummer 06/850577-11 door de politierechter verwezen naar de meervoudige kamer in strafzaken.

De strafzaak met parketnummer 06/850025-11 is op 17 september 2013 aanhangig gemaakt en is op 14 mei 2014 in belang van het onderzoek gevoegd bij parketnummer 06/850577-11.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

14 mei 2014.

De tenlasteleggingen

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegestane wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

06 850577-11

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2008 tot en met 28 januari 2011, te

Winterswijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]

en/of [adres 3] en/of [adres 4]) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van

(in totaal) ongeveer 3150 en/of 1350 en/of 1000, althans een groot aantal

hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van

meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens

artikel 3a, vijfde lid van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3], althans een of meer

onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2008 tot en

met 28 januari 2011, te Winterswijk met elkaar, althans één van hen, (telkens)

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan [adres 2] en/of

[adres 3] en/of [adres 4] (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in

totaal) ongeveer 3150 en/0f 1350 en/of 1000, althans (telkens) een groot

aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde

hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of

omstreeks de periode van 1 oktober 2008 tot en met 28 januari 2011, te

Winterswijk, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens)

opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2]

en/of [betrokkene 3] en/of die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd(e)

pand(en) voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te

stellen en/of door mensen te regelen die op de pand(en) en/of mensen te

regelen die (telkens) de teelt zouden bewaken;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

06 850025-13

1.

hij in of omstreeks de periode van 25 januari 2012 tot en met 30 augustus 2012 te Winterswijk tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of

bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft

gehad (in een of meerdere pand(en) aan de [adres 2] en/of [adres 3]

[adres 3]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 744 hennepplanten,

althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde

hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

2.

hij in of omstreeks de periode van 25 januari 2012 tot en met 30 augustus 2012 te Winterswijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit (78.082 kWh), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking (het verbreken en/of verwijderen van een of meerdere

(ijk)zegel(s) en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting te maken buiten

de meter om);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 31 maart 2012 te Winterswijk een huurovereenkomst

(betreffende het pand gelegen aan de [adres 2]) - zijnde een geschrift

dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft

opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk voornoemde

huurovereenkomst voorzien van de naam en/of handtekening van (zijn moeder)

[betrokkene 4], welke moest doorgaan voor de naam en/of handtekening van

(zijn moeder) [betrokkene 4], zulks met het oogmerk om dat geschrift als

echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1 /2

Aanleiding van het onderzoek

Op 25 januari 2011 heeft een gepensioneerde politieman bij de politie Winterwijk melding gedaan van een sterke weed lucht op de kruising [straat 1]/[straat 2] in Winterswijk. De politie heeft daarop een onderzoek ingesteld en heeft op het perceel [adres 2] in Winterswijk drie professioneel opgezette hennepkwekerijen aangetroffen met een groot aantal hennepplanten, waar men op het moment van aantreffen bezig was met oogsten. De hennepplanten zijn positief getest op hennep. Naar aanleiding van het verhoor van de aangehouden verdachten is nader onderzoek ingesteld in de tuin achter perceel [adres 2]. In een tegen de achterzijde van een aldaar geplaatst tuinhuisje tegen een op perceel [adres 3] gebouwde schuur heeft de politie hier op 27 januari 2011 eveneens een in werking zijnde hennepkwekerij ontdekt met een groot aantal hennepplanten.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit in de zaak met parketnummer 06/850577-11 en de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten in de zaak met parketnummer 06/850025-13.

Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht , waarbij de officier van justitie heeft toegelicht waarom zij inzake parketnummer 06/850577-11 medeplegen en niet de medeplichtigheid bewezen acht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich met betrekking tot parketnummer 06/850577-11 op het standpunt gesteld dat op grond van het proces-verbaal slechts de medeplichtigheid en niet het medeplegen van het tenlastegelegde feit kan worden bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 06/850025-13 heeft de raadsman vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde feiten. De raadsman heeft onder meer aangevoerd dat het proces-verbaal met betrekking tot feit 1 onvolledig is, nu er geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar de auto en de man bij perceel [adres 2] en er dus onvoldoende verdenking was om zijn cliënt als verdachte aan te merken. Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsman gesteld dat er in strafrechtelijke zin geen sprake is geweest van valsheid in geschrift. Weliswaar is het niet verstandig van verdachte geweest het huurcontract te ondertekenen met de naam en handtekening van zijn moeder, maar de huurders waren bij de ondertekening aanwezig en voor alle betrokkenen was het duidelijk wie de verhuurder was en wat het onderwerp van de huurovereenkomst was. De raadsman heeft verder opgemerkt dat de zaak tegen getuige Fonyadt door het openbaar ministerie is geseponeerd en dat medeverdachte Hogenkamp inmiddels is vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

In de zaak met parketnummer 06/850577-11

Op 25 januari 2011 is door de politie op het perceel [adres 2] in Winterswijk een aantal hennepkwekerijen aangetroffen3 met een groot aantal hennepplanten en/of delen van hennepplanten. In totaal zijn 3150 planten aangetroffen (1350 stekken, 400 oogstrijpe planten, 1400 potten met daarin alleen een afgeknipte stengel4 en 133,50 kilo losse hennep5). Uit de test van de hennepplanten/toppen, volgens de MMC Narcotic Identification Test6, is met de aanwezigheid van THC aangetoond dat het bij de aangetroffen hennepplanten/toppen ging om hennep, een middel vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet. Verdachte is (mede)eigenaar van het pand waarin de kwekerij is aangetroffen.7 Door [benadeelde] is aangifte gedaan8 van het illegaal afnemen van elektriciteit ten behoeve van de kwekerijen in perceel [adres 2] te Winterswijk.

Op 27 januari 2011 is door de politie een hennepkwekerij aangetroffen9 met een groot aantal hennepplanten in een schuur gelegen achter een tuinhuisje dat geplaatst is in de tuin achter perceel [adres 2] / [adres 3]. In totaal zijn in de schuur 782 planten aangetroffen.10 De schuur staat op het perceel waarvan verdachte (mede)eigenaar is.11

Door [benadeelde] is aangifte gedaan12 van het illegaal afnemen van elektriciteit ten behoeve van de kwekerijen in perceel [adres 2] / [adres 3] te Winterswijk. De illegale stroomvoorziening was geregeld via een 75m lange ondergrondse kabel vanuit tussen de schuur naar het bedrijfspand [adres 3] te Winterswijk, bedrijfspand en eigendom van verdachte.13 Van de aangetroffen hennepplanten zijn monsters genomen en getest volgens de MMC Narcotic Identification Test14. Met de aanwezigheid van THC is aangetoond dat het bij de aangetroffen hennepplanten ging om hennep, een middel vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet.

De rechtbank houdt verdachte aan zijn gedetailleerde bekennende verklaring die hij ten overstaan van de politie heeft afgelegd, inhoudende, zakelijk weergegeven, dat15:

  • -

    hij perceel [adres 2], eigendom van zijn moeder en de erven in 2007/2008, verhuurd heeft via makelaar Houvast aan [betrokkene 3], die er een kapsalon wilde beginnen;

  • -

    [betrokkene 3] het pand huurde voor € 2.000 per maand en verdachte na een jaar zonder reden € 4.000 p.m. betaalde;

  • -

    [betrokkene 3] hem, na de zomer in 2008, heeft verteld dat hij ook de schuur naast het tuinhuisje van perceel [adres 2] / [adres 3] huren en dat er een hennepkwekerij in zou komen - wat verdachte al vermoedde - en dat in de ruimte achter de kapperszaak ook inmiddels een hennepkwekerij zat. [betrokkene 3] heeft verdachte vervolgens aangeboden € 12.500 per oogst te betalen;

  • -

    onderdeel van de overeenstemming met [betrokkene 3] was dat verdachte erin heeft toegestemd dat vanuit zijn werkplaats aan de [adres 3] een (illegale) aftakking van elektra gemaakt zou worden;

  • -

    verdachte, nadat de kwekerij in de schuur achter het tuinhuis in werking was, € 8.000 per gerealiseerde oogst heeft gekregen en dat hij dit bedrag zes keer heeft ontvangen;

  • -

    nadat de schuur op het perceel [adres 2] / [adres 3] als hennepkwekerij in gebruik was [betrokkene 3] een tuinhuis heeft geplaatst, vermoedelijk om de ingang van de kwekerij te maskeren;

  • -

    in de werkplaats achter de kapperszaak zeker tien keer geoogst is;

  • -

    verdachte wel een vermoeden had dat de stroom illegaal werd afgetapt maar hier nooit naar heeft gevraagd en het wel goed vond wat ze deden;

  • -

    vanaf begin 2010 [betrokkene 3] minder vaak kwam en hij [betrokkene 2] en [betrokkene 1] aan verdachte heeft geïntroduceerd en verdachte in het vervolg door [betrokkene 2] is betaald;

  • -

    [betrokkene 1] eind 2009 de huur van het hele pand heeft overgenomen, waartoe een huurcontract met hem is opgesteld. [betrokkene 2] en [betrokkene 1] kwamen ook regelmatig op de [adres 2] (met een witte bestelbus die er ook stond op het moment van de inval);

  • -

    verdachte 2,5 jaar heeft meegedaan voor het geld, omdat hij in scheiding lag en het makkelijk verdienen was en hij in totaal € 60.000 heeft verdiend aan de kwekerijen.

  • -

    verdachte hiervan zijn ex heeft uitgekocht, zijn woning heeft ingericht en op vakantie is geweest en hij de afvoerkosten heeft betaald van de [adres 2].

De verklaring van verdachte ter zitting dat hij ten tijde van zijn verhoor bij de politie onder druk stond en heeft bevestigd wat de politie hem destijds heeft voorgehouden, omdat hij die dag anders niet in vrijheid zou zijn gesteld en op het politiebureau had moeten blijven, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Niet aannemelijk is dat verdachte zich, ruim drie jaar na dat verhoor, pas het belastende karakter van zijn verklaringen heeft gerealiseerd en niet eerder van die verklaringen is teruggekomen. Ook in de betreffende processen-verbaal van verhoor heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gevonden die grond geven aan de stelling van verdachte dat hij zijn verklaringen niet in vrijheid zou hebben afgelegd. Bovendien zijn deze verklaringen van verdachte consequent, zeer gedetailleerd en worden deze ondersteund door de verklaringen van [betrokkene 7] en [betrokkene 8], die beiden verklaren dat zij weten dat verdachte een hennepkwekerij heeft en dat hij geld kreeg voor een oogst.16 De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om aan de verklaringen van verdachte, zoals afgelegd bij de politie, te twijfelen.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeplegers en acht de rechtbank het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte heeft gedurende een aantal jaren toegestaan dat in zijn panden [adres 2]/[straat 2] in Winterswijk hennepkwekerijen zijn opgericht en in werking zijn gehouden, waartoe hij huurovereenkomsten heeft afgesloten, heeft ingestemd met een uitbreiding van de gehuurde oppervlakte terwijl hij wist dat daarin hennepkwekerijen werden gevestigd en toestemming heeft gegeven tot (illegale) stroomafname vanuit zijn eigen bedrijfspand, terwijl hij zich al die jaren hiervoor heeft laten betalen. De rol van verdachte is daarmee groter geweest dan het enkel gelegenheid verschaffen door het stilzwijgend ter beschikking stellen van een pand en kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als een dusdanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de eigenaren van de hennep dat sprake is van medeplegen.

Met betrekking tot de hennepkwekerij die is aangetroffen op het perceel [adres 4] in Winterswijk is de rechtbank van oordeel dat in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor strafrechtelijk verwijtbare betrokkenheid van verdachte bij dit feit. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel vrij spreken.

In de zaak met parketnummer 06/850025-13

Naar aanleiding van netwerkmetingen van [benadeelde] en een daarbij zichtbaar geworden afwijkend belastingpatroon in aan de panden op de [adres 2] en/of [adres 3] in Winterswijk geleverde elektriciteit, heeft de politie op 30 augustus 2012 opnieuw in werking zijnde hennepkwekerijen aangetroffen in de schuren behorende bij de [adres 2] / [adres 3], waar kennelijk net was geoogst.

Blijkens een huurovereenkomst is perceel [adres 2] vanaf 1 april 2012 door verdachte verhuurd aan [betrokkene 5], die zich met een (kopie van een) Hongaars identiteitsbewijs, gelegitimeerd heeft.


[betrokkene 5] heeft verklaard dat zij nog nooit in Winterswijk is geweest, dat zij daar geen pand heeft gehuurd noch een huurcontract heeft ondertekend, dat zij de verhuurster niet kent en nooit heeft ontmoet en dat iemand buiten haar weten en zonder haar toestemming gebruik heeft gemaakt van haar gekopieerde identiteitsbewijs.

Verdachte heeft verklaard, dat hij niets met de kwekerij te maken heeft. Hij is een jaar geleden voor het laatst in het pand geweest samen met de makelaar. Verdachte heeft bekend , dat hij, na telefonische toestemming van zijn moeder, haar naam en handtekening onder het huurcontract heeft gezet17.

De moeder van verdachte [betrokkene 4] heeft verklaard18 dat zij eigenaresse is van perceel [adres 2] te Winterswijk. De handtekening onder het huurovereenkomst is niet van haar, zij heeft dit niet ondertekend. Zij denkt dat haar zoon Gerard getekend heeft, maar vind het niet erg dat hij haar naam heeft gebruikt.

Vrijspraak feiten 1 en 2

De rechtbank is van oordeel dat verdachte van de feiten 1 en 2 dient te worden vrijgesproken. Vast staat dat verdachte de panden heeft verhuurd en dat hierin opnieuw een hennepkwekerij is aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank is echter onvoldoende vast komen te staan dat de kwekerij ook van verdachte was, zoals door de officier van justitie is gesteld. Verdachte is bijvoorbeeld nooit waargenomen bij de kwekerij of anderszins aan de kwekerij te relateren gebleken. In het dossier bevinden zich slechts mastverkeersgegevens op basis waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat verdachte in augustus 2012 enkele malen contact heeft gehad met de telefoon van [betrokkene 6] alsmede een relaas over aangetroffen schoenen. Er is echter onvoldoende komen vast te staan dat [betrokkene 6] ook daadwerkelijk betrokken is geweest bij de kwekerij, zodat de mastverkeersgegevens niet kunnen leiden tot het oordeel dat verdachte betrokken is geweest bij de kwekerij. Ten aanzien van de aangetroffen schoenen staat onvoldoende vast dat deze van verdachte zijn. In het dossier bevinden zich ook overigens geen bewijsmiddelen op basis waarvan gezegd zou kunnen worden dat deze kwekerij van verdachte was dan wel dat verdachte een dusdanige grote rol hierin heeft gehad dat van medeplegen kan worden gesproken. Anders dan bij de eerdere kwekerij staat immers niet vast dat verdachte heeft gedeeld in de winst, heeft toegestaan dat stroom werd afgetapt en doelbewust extra oppervlakte ter beschikking heeft gesteld. Dan blijft slechts over de vraag of verdachte het pand opnieuw heeft verhuurd, terwijl hij wist dat er een hennepkwekerij in zou worden gevestigd. Deze vraag kan echter onbeantwoord blijven, omdat naar het oordeel van de rechtbank het enkel met die wetenschap verhuren van een pand niet zou leiden tot medeplegen, maar tot medeplichtigheid. Dit is echter niet tenlastegelegd. Verdachte zal daarom van het onder 1 en 2 tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat het feit dat verdachte de handtekening van een ander onder een huurcontract zet, betekent dat sprake is van valsheid in geschrift. Het feit dat een ander tegen die ondertekening geen bezwaar heeft gemaakt maakt dat niet anders.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit in de zaak met parketnummer 06/850577-11 , en het onder feit 3 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 06/850025-13 heeft begaan, te weten dat:

06 850577-11

hij in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 28 januari 2011 te Winterswijk tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt (in een pand aan de [straat 1] en/of [adres 3]) een grote hoeveelheid van ongeveer 3150 en 782 hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

06 850025-13

3.

hij op of omstreeks 31 maart 2012 te Winterswijk een huurovereenkomst

(betreffende het pand gelegen aan de [straat 1]) - zijnde een geschrift

dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - heeft vervalst, immers heeft verdachte valselijk voornoemde huurovereenkomst voorzien van de naam en handtekening van zijn moeder [betrokkene 4], welke moest doorgaan voor de naam en handtekening van zijn moeder [betrokkene 4], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

06/850577-11, primair:

Medeplegen van opzettelijke handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

06/850025-13, feit 3:

Valsheid in geschrift

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden voor het primair tenlastegelegde feit in de strafzaak met parketnummer 06/850577-11 en voor de feiten 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer 06/850025-13.

De raadsman acht, gelet op de door hem bepleite vrijspraak van het primair tenlastegelegde in de strafzaak met parketnummer 06/850577-11 en van de feiten in de zaak met parketnummer 06/850025-13, een werkstraf de aangewezen straf.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft voorts gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte geen documentatie heeft op dit gebied.

Verdachte heeft, samen met zijn mededader(s), gedurende een aantal jaren in verschillende door hem beheerde percelen hennepkwekerijen gehad, waarvoor hij ruimte en stroom heeft geleverd en in welke opbrengst hij heeft meegedeeld. Daarbij ging het om grote en professioneel opgezette kwekerijen, die gedurende enkele jaren een aanzienlijke hoeveelheid hennep en groot financieel gewin hebben opgeleverd.

Softdrugs zijn stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade aan de gezondheid. Verdachte heeft door aldus te handelen zijn eigen financieel gewin dat hij met de kwekerij wilde behalen boven de volksgezondheid laten prevaleren. Door zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan een keten van criminele activiteiten die de samenleving kan ontwrichten.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door een huurovereenkomst voor de Vredenseweg te Winterswijk, waarin later een hennepkwekerij is ontdekt, op naam van zijn moeder op te stellen en te ondertekenen, als ware dat de naam en handtekening van zijn moeder. Hij heeft door zijn handelen het vertrouwen dat burgers in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van bepaalde geschriften moet kunnen stellen beschaamd.

Gezien de omvang en professionele opzet van de hennepkwekerijen is naar het oordeel van de rechtbank een werkstraf niet meer op zijn plaats.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie geëist omdat zij verdachte zal vrijspreken van twee tenlastegelegde feiten. Bovendien houdt de rechtbank rekening met het feit dat inmiddels ruim drie jaar is verstreken tussen het aantreffen van de kwekerij en de behandeling bij de rechtbank, welk tijdsverloop niet aan verdachte is te wijten. Alles overziende acht de rechtbank, rekening houdend met de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Het voorwaardelijk deel dient als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden zich wederom schuldig te maken aan soortgelijke feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 47, 5791 en 225 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart, inzake parketnummer 06/850025-13, niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 en 2 tenlastegelegd heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart bewezen dat verdachte inzake parketnummer 06/850577-11 het primair het tenlastegelegde heeft begaan en inzake parketnummer 06/850025-13 het onder feit 3 tenlastegelegde;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

06/850577-11, primair:

Medeplegen van opzettelijke handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

06/850025-13, feit 3:

Valsheid in geschrift

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;

 bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte groot 3 (drie) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door:

mr. Welbergen, voorzitter,

mr. Kleinrensink en mr. Janssen, rechters,

in tegenwoordigheid van De Badts, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 mei 2014.

Mr. Welbergen en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer inzake parketnummer 06/850577-11 hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, BVH nummer 2011011456, p. 4-21 en p. 288-294, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, Team Winterswijk, gesloten en ondertekend respectievelijk op 17 en 20 mei 2011.

2 Wanneer inzake parketnummer 06/850025-13 hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0646 2012086585, p. 3-8, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, Team Winterswijk, gesloten en ondertekend op 12 januari 2013.

3 Proces-verbaal van bevindingen , p. 25

4 Relaas Proces-verbaal, p. 8 en de verklaring van Van [betrokkene 1], p. 383

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 77

6 Proces-verbaal van bevindingen, p.79

7 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 14 mei 2014.

8 Proces-verbaal aangifte [benadeelde], p. 36-43

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 94-95

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 96

11 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 14 mei 2014.

12 Proces-verbaal aangifte [benadeelde], p. 97-104

13 Opnameformulier energiefraude, p. 118 en se verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 14 mei 2014

14 Proces-verbaal van bevindingen, p, 96

15 Proces-verbaal verhoor verdachte Oonk, p. 360-367

16 Proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 7], p. 370 en proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 8]

17 Huurcontract, p. 54

18 Proces-verbaal verhoor getuige [betrokkene 4], p.38-39