Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3346

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-05-2014
Datum publicatie
23-05-2014
Zaaknummer
05/162095-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 461 Wetboek van Strafrecht. Terreineigenaar stelt voorwaarden aan betreden van zijn grond. De eigenaar kan bepalen dat een bezoeker met een hond die op een anders dan met een halsband en riem onder controle staat – zoals in dit geval met een elektronische voorziening (halsband en zender) – niet gerechtigd is het terrein te betreden. Deze wijze van controle valt niet onder het begrip aanlijnen zoals dat in het spraakgebruik wordt gebruikt. Kantonrechter rechtbank Gelderland bepaalt dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2014/527
M en R 2014/104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Zittingsplaats Arnhem

Sector strafrecht

Kantonrechter

Parketnummer : 05/162095-12

Zittingsdatum : 16 mei 2014

Proces-verbaal van terechtzitting

Tegenwoordig:

kantonrechter Mr. C. van Linschoten,

griffier C.W.J. van de Zandschulp.

Als officier van justitie is aanwezig mr. C.M. Brugman.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter stelt de identiteit van de verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

De verdachte ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de kantonrechter te zijn genaamd:

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

De kantonrechter vermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden is verplicht.

De officier van justitie draagt de zaak voor.

De kantonrechter deelt de korte inhoud van de stukken van het voorbereidend onderzoek mee, waaronder:

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nr.12-025087, d.d. 6 juni 2012, opgemaakt door[verbalisant 1], verbalisant, Flora- en Faunabeheerder, met bijlagen;

  • -

    een uittreksel uit het algemeen documentatieregister van de justitiële documentatiedienst gedateerd 26 maart 2014, betreffende verdachte.

De verdachte verklaart ter terechtzitting, zakelijk weergegeven:

Op 15 april 2012 bevond ik mij in het natuurgebied “De Reijerscamp” te Wolfheze. Ik was vergezeld van een hond. Deze hond was niet aangelijnd met een hondenriem. Hij was wel onder mijn controle door middel van een onzichtbare elektronische lijn. Ik heb met deze hond geoefend met deze elektronische lijn en heb hem daarmee onder controle.

Ik beroep mij op een uitspraak van de kantonrechter in Haarlem van 28 september 2010. Die heeft beslist dat onder aanlijnen ook een elektronische wijze van controle over een hond valt. Ik verwijs naar de door mij overgelegde stukken.

Ik heb nog met de Vereniging Natuurmonumenten gemaild om er achter te komen wat hun standpunt is. Ik kan daar geen wijs uit. Mij is niet duidelijk of zij elektronisch aanlijnen accepteren als aanlijnen.

De officier van justitie voert het woord voor haar requisitoir en merkt hierbij op, zakelijk weergegeven:

Ik ben van oordeel dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen. De Vereniging Natuurmonumenten wil niet dat een bezoeker die met een hond hun terrein betreedt dat anders doet dan met de hond aan een fysieke lijn. Dit is op de borden duidelijk aangegeven. Wellicht kan op de borden nog worden gezet dat een elektronisch controlemiddel niet is toegestaan, om elk misverstand te voorkomen.

Echter, verdachte verkeerde door de uitspraak van de kantonrechter in Haarlem in de veronderstelling dat wat hij noemt elektronisch aanlijnen gelijk staat met fysiek aanlijnen. Ik acht hem daarom niet strafbaar. Ik vorder dat u verdachte ontslaat van alle rechtsvervolging.

De officier van justitie legt vervolgens haar vordering aan de kantonrechter over.

Verdachte voert het woord ter verdediging en voert daartoe aan, zakelijk weergegeven:

Ik heb met Natuurmonumenten gemaild. Ik weet nog steeds niet wat ik nou moet doen.

Aan verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.

De kantonrechter sluit daarop het onderzoek en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven.

De kantonrechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting.

AANTEKENING VAN HET MONDELINGE VONNIS

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 15 april 2012 te Wolfheze, gemeente Renkum zonder daartoe gerechtigd te zijn zich met een niet fysiek aangelijnde hond heeft bevonden in het natuurgebied "De Reijerscamp", zijnde grond toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, van welke grond de toegang op voor verdachte blijkbare wijze door de rechthebbende was verboden, aangezien verdachte niet heeft voldaan aan het feitelijk gestelde voorschrift en/of de strekking hiervan welke de wetgever, althans de Vereniging Natuurmonumenten heeft beoogd voor het welzijn van de flora en fauna in voornoemd gebied, immers was de hond uitgerust met een halsband welke een ontvanger en/of zendertje bevatte welke electronisch te bedienen was om de hond te of te kunnen corrigeren, bij welk middel het niet of onvoldoende - mogelijk is om de werking ervan te controleren, - is na te gaan of betrokkene het daadwerkelijk zal bedienen indien de hond van de paden afwijkt en/of dieren verontrust, - is te voorspellen of de hond zal gehoorzamen zoals wenselijk is, - waarneembaar is bij wandelaars dat het dier onder controle is/staat hetgeen voor sommige wandelaars als bedreigend kan worden ervaren, waardoor het middel geen voorspelbare situatie en/of niet of onvoldoende het beoogde effect kan garanderen, aldus faalt het middel als betrouwbaar en/of deugdelijk alternatief en/of kan het niet van gelijke waarde worden geacht aan een fysieke aanlijning;

GEVAL VAN BEWEZENVERKLARING

2 Alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring

De kantonrechter bezigt tot bewijs ten aanzien van de onder tenlastegelegde feiten de inhoud van de navolgende wettige bewijsmiddelen:

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting voor zover inhoudende:

“Op 15 april 2012 bevond ik mij in het natuurgebied “De Reijerscamp” te Wolfheze. Ik was vergezeld van een hond. Deze hond was niet aangelijnd met een hondenriem. Hij was wel onder mijn controle door middel van een onzichtbare elektronische lijn. Ik heb met deze hond geoefend met deze elektronische lijn en heb hem daarmee onder controle.”

En voorts

- het in de wettelijke vorm door de verbalisant[verbalisant 1], Flora- en Faunabeheerder, opgemaakte proces-verbaal, mutatienummer 12-025087, gesloten op 6 juni 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

“Op zondag 15 april 2012 omstreeks 11.00 bevond ik mij, verbalisant, met toezicht belast in het natuurgebied " De Reijerscamp" te Wolfheze, Gemeente Renkum. Rond dit natuurgebied en bij alle toegangen tot dit natuurgebied zijn door de rechthebbende de Vereniging

Natuurmonumenten borden geplaatst met daarop de tekst:"Wolfheze, Toegang van zonsopgang tot zonsondergang. Vrij wandelen op wegen en paden. Honden, mits aangelijnd, mogen mee. Overigens verboden toegang art. 461 W.v.S. Tevens staan er rond het natuurgebied Reijerscamp borden met de tekst:" WAARSCHUWING, De dieren die in dit gebied grazen, kunnen onvoorspelbaar reageren. (…) Honden aan de lijn art. 461 W.v.S., (…)." Verder staan er nog twee pictogrammen op dit bord (…) het andere pictogram laat een aangelijnde hond zien waar door middel van een pijl word aangegeven dat hond fysiek aangelijnd moet zijn.

(…) Aldaar zag ik dat een ruiter zich bevond op eens ander grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende was verboden. Ik zag namelijk dat de ruiter een

hond bij zich had die niet fysiek aangelijnd was. Ik zag dat de hond niet met een hondenriem

met de ruiter verbonden was. (…) Ik herkende de verdachte als zijnde [verdachte].”

- het in de wettelijke vorm door de verbalisant [verbalisant 2], Flora- en Faunabeheerder, opgemaakte proces-verbaal, mutatienummer 12-025087 (2), gesloten op 14 mei 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

“Ik, [verbalisant 2], flora-en faunabeheerder in dienst van de Vereniging Natuurmonumenten,

Tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, nummer akte van beëdiging [nr], verklaar het volgende:"

In het natuurgebied Planken Wambuis, gelegen in de gemeente Ede, heb ik in de herfst van 2011 met de Heer [verdachte] al een gesprek gehad over het niet aangelijnd laten lopen van zijn hond. De Heer [verdachte] was op dat moment te paard te gast in ons natuurterrein.

Nadat ik de heer [verdachte] op zijn niet aangelijnde hond had aangesproken verklaarde hij

mij: "Mijn hond zit aan een elektronische lijn. Hierdoor voldoe ik aan de aanlijnplicht. Er is een uitspraak door een rechter geweest die zegt dat dit voldoende is.

Ik heb hem toen verteled dat ik het zal uitzoeken hoe dit zit en daar een volgende keer op terug zal komen."

Opmerking verbalisant:

In ons regulier toezichtoverleg hebben de toezichthouders van Natuurmonumenten het over dit geval gehad. Onze beheerder heeft vervolgens bepaald dat alle honden aan een fysieke lijn moeten omdat we niet weten hoe een hond reageert als deze achter wild of vee aangaat. Wij handhaven vanaf dat moment door een proces-verbaal uit te schrijven aan mensen die hun hond middels een elektronische lijn hebben aangelijnd.”

3 Bewezenverklaring

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Door de inhoud van voormelde bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot bewijs van de tenlastegelegde feiten waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft de kantonrechter de overtuiging verkregen en acht de kantonrechter bewezen, dat verdachte het onder tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 15 april 2012 te Wolfheze, gemeente Renkum zonder daartoe gerechtigd te zijn zich met een niet fysiek aangelijnde hond heeft bevonden in het natuurgebied "De Reijerscamp", zijnde grond toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, van welke grond de toegang op voor verdachte blijkbare wijze door de rechthebbende was verboden, aangezien verdachte niet heeft voldaan aan het feitelijk gestelde voorschrift welke de Vereniging Natuurmonumenten heeft beoogd, immers was de hond uitgerust met een halsband welke een ontvanger en/of zendertje bevatte welke elektronisch te bedienen was om de hond te kunnen corrigeren, welk middel niet kan worden geacht een aanlijning te zijn (invoeging kantonrechter)

Daartoe overweegt de kantonrechter in het bijzonder het volgende.

Uit de tekst van artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht volgt dat de rechthebbende van de grond kan verbieden dat een ander zich op zijn grond bevindt. Waar hij de toegang tot zijn grond geheel kan verbieden aan derden, heeft hij eveneens de bevoegdheid de toegang tot zijn grond aan voorwaarden te verbinden. Een algeheel verbod of toegang onder voorwaarden voor de grond moet de rechthebbende van de grond op blijkbare wijze aan derden bekend maken.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de toegang tot het natuurgebied “De Reijerscamp” te Wolfheze door de rechthebbende, de Vereniging Natuurmonumenten, onder meer aan de voorwaarde is verbonden dat honden op het terrein zijn aangelijnd. Dit is met borden bij de toegangswegen tot het terrein aangegeven, zowel met woorden als met een pictogram.

Naar het oordeel van de kantonrechter houdt het begrip “aangelijnd” in het normale spraakgebruik in dat de begeleider van de hond door middel van een lijn over de hond controle kan uitoefenen. De omschrijving van “aanlijnen” in Van Dale luidt: aan de of een lijn vastmaken, met als voorbeeld: de hond aanlijnen: een lijn, riem aandoen. De hondenriem met halsband is hiertoe het gebruikelijke middel.

De vraag of er andere manieren zijn om een hond op een met aanlijnen vergelijkbare wijze onder controle te houden zijn, zoals de door verdachte gebruikte elektronische voorziening, behoeft in dit geval geen bespreking. Mogelijk kan met een elektronische halsband of door goede training van de hond een even effectieve controle over de hond worden verkregen als door aanlijnen. Dit is echter niet hetgeen hier van belang is. De uitspraak van de kantonrechter in Haarlem, waar verdachte zich op beroept, mist hier dan ook relevantie.

Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat de Vereniging Natuurmonumenten de toegang tot haar grond uitsluitend toestaat indien de hond door zijn begeleider met een lijn, en niet met een elektronische voorziening of iets dergelijks, onder controle wordt gehouden. Het gaat hier om een voorwaarde die de rechthebbende van het terrein in redelijkheid kan stellen. Deze voorwaarde is niet willekeurig en evenmin onnodig belastend voor de personen die vergezeld van een hond de grond van de Vereniging Natuurmonumenten willen betreden. Alleen al uit een oogpunt van toezicht is het voor een Flora- en Faunabeheerder veel eenvoudiger vast te stellen dat de hond aan een lijn vastzit dan dat hij moet onderzoeken of de hond onder controle wordt gehouden door een of andere alternatieve voorziening, waarbij niet zonder meer kan worden vastgesteld dat deze voorziening voldoende functioneert en dat de hond getraind is om daarop adequaat te reageren.

Uit het vorenstaande volgt dan ook dat verdachte, nu hij zich op de grond van Vereniging Natuurmonumenten bevond, terwijl zijn hond niet was aangelijnd, niet gerechtigd was het desbetreffende terrein te betreden.

4. Kwalificatie, eventueel met de gronden daarvoor, en de artikelen van de wet, welke worden toegepast

Het bewezenverklaarde levert op:

Zich zonder daartoe gerechtigd te zijn op eens anders grond bevinden waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden

Wetboek van Strafrecht art. 461.

Het feit is strafbaar.

5. Beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte, eventueel met de gronden daarvoor

Verdachte is strafbaar, zijnde feiten of omstandigheden welke zijn strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten niet aannemelijk geworden.

6. Opgelegde straf of maatregel; Opgave van de bijzondere redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

De kantonrechter bepaalt dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

De kantonrechter overweegt in het bijzonder het navolgende.

In beginsel is de kantonrechter van oordeel dat waar door middel van borden is aangegeven dat toegang alleen is toegestaan indien een hond is aangelijnd, hieruit volgt dat deze toegang alleen is toegestaan indien de hond is aangelijnd op de gebruikelijke wijze met een riem of vergelijkbare lijn. Aanlijning met een riem of lijn is de regel, het gebruik van een andere voorziening, zelfs als men die elektronische aanlijning noemt, is de afwijking van de regel. Het ligt dan ook op de weg van de hondenbegeleider, indien hij ondanks een gebod tot aanlijnen een gebied wil betreden met een hond die anders dan door aanlijning onder controle staat, zich bij de rechthebbende van de grond op de hoogte te stellen of in zo’n geval het betreden van het gebied is toegestaan. Laat hij dit na, dan zijn de gevolgen voor zijn risico.

Zoals uit de bewijsmiddelen blijkt is verdachte namens de Vereniging Natuurmonumenten eerder aangesproken over het feit dat hij zijn hond niet met een fysieke lijn had aangelijnd. Hem is toen medegedeeld dat de desbetreffende Flora- en Faunabeheerder nog zou uitzoeken of elektronische controle over de hond voldoende was en dat hij er nog op terug zou komen. Er is niet gebleken dat de nadien door de beheerder genomen beslissing aan verdachte is bekend gemaakt. Nu dit niet is gebeurd is de kantonrechter van oordeel dat in dit geval moet worden volstaan met de schuldigverklaring van verdachte zonder oplegging van straf of maatregel.

7 Bijkomende beslissingen, eventueel met de gronden daarvoor.

Vrijspraak van hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard.

ANDERE GEVALLEN

8 De beslissing, eventueel met de gronden daarvoor.

Niet van toepassing.

9 Bijkomende beslissingen, eventueel met de gronden daarvoor.

Niet van toepassing.

De kantonrechter geeft aan veroordeelde kennis dat hij binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen tegen dit vonnis en maakt veroordeelde opmerkzaam op zijn recht om ter terechtzitting van dat rechtsmiddel afstand te doen.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de kantonrechter en griffier is vastgesteld en ondertekend.