Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3274

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-05-2014
Datum publicatie
21-05-2014
Zaaknummer
2995119 VV EXPL 14042
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vooralsnog niet aannemelijk dat Wegener de procedure en uitgangspunten uit het Sociaal Plan niet hoefde te volgen voor de hogere managementfuncties.

Wegener diende het bezwaar van werknemer tegen deze procedure en de uitkomst daarvan serieus te nemen en hem de mogelijkheid te bieden daartegen op te komen zonder zijn positie onnodig door feitelijke maatregelen, zoals een non-actiefstelling, te doorkruisen.

Onvoldoende aannemelijk dat er zwaarwegende redenen waren die maakten dat van Wegener niet meer gevergd kon worden werknemer aan het werk te houden. Non-actief stelling opgeheven, tewerkstelling toegewezen per 26 mei a.s., ook al zal het ontbindingsverzoek 3 juni a.s. behandeld worden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0464
AR 2014/334
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zaaknummer: 2995119 VV EXPL 14042

Zittingsplaats Apeldoorn

Grosse aan: Vanderginste
Afschrift aan: Robustella
verzonden d.d.

vonnis (ex art. 254 RV) van de kantonrechter d.d. 21 mei 2014

inzake

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

gemachtigde: mr. T. Vanderginste,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Wegener Media B.V.

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A. Robustella.

Partijen zullen hierna worden aangeduid met [eiser] en Wegener.

1 Procesverloop

1.1.

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in het kort geding d.d. 29 april 2014,

  • -

    de conclusie van antwoord, met bijlagen,

  • -

    het faxbericht van 6 mei 2014 van de zijde van [eiser], met bijlagen,

  • -

    het faxbericht van 7 mei 2014 van de zijde van Wegener, met bijlage,

  • -

    de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 7 mei 2014, waarvan door de griffier aantekening is gehouden,

  • -

    de tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 7 mei 2014 door partijen overgelegde pleitaantekeningen.

Hierna is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

[eiser] is op [2006] in dienst getreden van Wegener als hoofdredacteur van De Gelderlander. Sinds 2012 is hij aangesteld in de functie Hoofdredacteur Wegener Persdienst.

2.2.

Wegener heeft te kampen met een aanhoudende daling van de advertentieomzet en een terugval van het aantal betaalde oplagen. Dit heeft geleid tot een negatief bedrijfsresultaat in het jaar 2012 en een afname van het eigen vermogen.

Wegener heeft besloten kostenbesparende maatregelen door te voeren. Hiervoor heeft Wegener in mei 2013 het herstructureringsprogramma Phoenix gepresenteerd. Het plan voorziet onder meer in het verval van minimaal 35 fte managementfuncties.

2.3.

Bij brief van 11 juli 2013 heeft de directeur HR & Transitie van Wegener, de heer [naam A] (hierna te noemen: [naam A]), aan de werknemers op managementniveau 1 en 2, waaronder [eiser], het volgende geschreven:
(…) Als gevolg van de inrichting van de nieuwe structuur vervallen er functies, wijzigen functies, komen er nieuwe functies en blijven er functies (nagenoeg) ongewijzigd. Reeds bij de start van het Phoenixprogramma is als uitgangspunt genomen dat, ook op het niveau van seniormanagement, het invullen van leidinggevende functies plaatsvindt op basis van selectie. Dit betekent dat de huidige senior managers niet zonder meer benoemd worden in een (overeenkomstige) functie in de nieuwe organisatie.

Van belang is nu dat er duidelijkheid komt over wie de leidinggevende functies op level 1 en 2 gaan invullen. Level 1 is het nieuwe managementteam, level 2 zijn de managementfuncties die direct rapporteren aan (een lid van het) managementteam. Deze functionarissen kunnen (als kwartiermakers) op korte termijn starten met de noodzakelijke voorbereidingen van de verdere inrichting van de nieuwe organisatie. Voor de goede orde, het betreft hier voorlopige benoemingen die definitief worden na verkregen advies van de COR en het daaropvolgende uitvoeringsbesluit.

Bijgaand tref je de lijst aan om welke functies op level 1 en 2 het gaat. (…)Als je belangstelling hebt voor een (of eventueel meerdere) van deze functies word je hierbij uitgenodigd dit aan te geven. Dit kan door middel van het (uiterlijk 17 juli a.s.) via email sturen van een brief met je motivatie voorzien van je curriculum vitae aan ondergetekende. Zo spoedig mogelijk daarna ontvang je een bericht over de verdere procedure. Als je geïnteresseerd bent in het profiel van een functie kun je dat bij mij opvragen.(…)”.

2.4.

Per emailbericht van 31 juli 2013 is namens [naam A] aan onder meer [eiser] geschreven:
(…) Kort na 5 augustus worden jullie geïnformeerd over de vervolgprocedure. (…) Voor de functies op level 2 wordt per functie nader bepaald wie welke gesprekken gaat voeren. (…) In augustus worden deze sollicitatiegesprekken gepland met als streven uiterlijk eind augustus dit traject te hebben afgerond. (…) Zorgvuldigheid staat echter voorop en dat kan betekenen dat deze datum in een aantal gevallen niet wordt gehaald. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer ook externe kandidaten in een procedure worden betrokken. (…)”.

[eiser] heeft, onder andere per emailbericht van 5 augustus 2013, aan [naam A] geschreven dat hij hoofdredacteur van De Persdienst wenst te blijven.

2.5.

Met de vakbonden is in september 2013 overeenstemming bereikt over het Sociaal Plan Phoenix (hierna: het Sociaal Plan). In onderdeel C van het Sociaal Plan is te lezen:
C2 Procedure bij selectie
Indien sprake is van een (deel van een) reorganisatie waarbij functies in die mate wijzigen, dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat diegenen die voorheen werkzaam waren in het betrokken (…) proces deze (….) fundamenteel gewijzigde functies kunnen vervullen dan wel sprake is van nieuwe en/of sterk leidinggevende functies, dient –teneinde vast te stellen wie de fundamenteel gewijzigde/nieuwe/sterk leidinggevende functies kan vervullen – een selectieprocedure te worden opgesteld. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten van toepassing.

1. De personele bezetting wordt ingevuld door eigen medewerkers, die geschikt zijn of binnen redelijke termijn geschikt te maken zijn. Pas indien interne vervulling niet mogelijk blijkt, wordt een externe procedure gestart.
2. Selectie op geschiktheid wordt slechts toegepast bij fundamenteel gewijzigde functies, nieuwe functies of sterk leidinggevende functies. Van deze functies dienen functie-/competentieprofielen opgesteld te zijn. Indien er meerdere geschikte medewerkers zijn voor (een) bepaalde functie(s) komen de – volgens de overeengekomen procedure vastgestelde – kwalitatief beste kandidaten het eerst in aanmerking voor de functie(s).
3. Voor de selectie van een (fundamenteel gewijzigde/nieuwe/sterk leidinggevende) functie komen primair in aanmerking medewerkers die voorheen werkzaam waren in overeenkomstige functies binnen het betrokken (productie)proces.
4. Over de te volgen selectieprocedure als ook welke functies het betreft, dient vooraf overleg plaats te vinden met de betrokken ondernemingsraad c.q. de redactiecommissie.
5. Bij de selectie dient – voor zover van toepassing – betrokken te worden de ‘oude’ direct leidinggevende, de nieuwe direct leidinggevende, P&O en de naast hogere nieuwe leidinggevende (lid MT).

6. Indien gewenst wordt ook externe deskundigheid bij de selectie betrokken (assessment, testen, MotivatieKwaliteitsAnalyse e.d.)

C3 Vervolg
Diegenen die op basis van selectie niet in aanmerking kunnen komen voor het vervullen van een (fundamenteel gewijzigde/nieuwe/sterk leidinggevende) functie worden (voorlopig) boventallig, tenzij zij kunnen blijven werken in hun eigen functie zolang die nog beschikbaar is.

(…)”.

2.6.

Bij brief van 4 april 2014 is door Wegener het volgende aan [eiser] geschreven:
(…) Ten behoeve van de selectie van de meeste geschikte kandidaat voor de vervulling van de functie van hoofdredacteur De Persdienst is een draaiboek Selectie- en benoemingsprocedure hoofdredacteur De Persdienst opgesteld. Dat draaiboek is door de selectie- en benoemingscommissie gehanteerd. Daarin bevindt zich uw sollicitatiebrief en uw CV, de beschrijving van de externe kandidaten door de [naam B] ([naam B] Bestuursadvies) en hun CV’s, een vragenlijst die als hulpmiddel gebruikt is bij de gesprekken met de kandidaten en een beoordelings/scoreformulier dat gediend heeft als hulpmiddel voor het evaluatiegesprek per kandidaat.

De directie heeft voor aanvang van de gehele procedure aangegeven tevens externe kandidaten voor de positie te benaderen. Daarover is zowel met u als interne kandidaat als met de Redactieraad gecommuniceerd. Er is derhalve geen sprake van een pro forma-procedure. Wegener streeft naar benoeming van de beste kandidaat voor deze cruciale positie. Op de navolgende, voorafgaand aan de gevoerde sollicitatiegesprekken vastgestelde, selectiecriteria heeft u lager gescoord dan de meest gekwalificeerde kandidaat:

• (…)

Omdat u op de genoemde selectiecriteria lager scoorde dan de meest gekwalificeerde kandidaat, is door de selectie- en benoemingscommissie unaniem aan het WMT geadviseerd een andere kandidaat te benoemen, ondanks het feit dat u deze functie tot nu toe vervuld hebt. Het WMT heeft besloten dit unanieme advies te volgen en u derhalve niet te benoemen.

Voor u heeft dit tot gevolg dat thans wordt onderzocht of u een interne passende functie kan

worden geboden en dat u met ingang van heden voorlopig en per 1 juni 2014 definitief boventallig bent in het geval geen interne passende functie kan worden aangeboden.

Voor u betekent dit het volgende:

1. Indien er per 1 juni 2014 nog geen interne passende functie voor u is gevonden, treedt voor u de werking van het Sociaal Plan Phoenix in. U krijgt de gelegenheid te kiezen voor de voor u meest wenselijke oplossing;

2. (…)”.

2.7.

[eiser] heeft (via zijn gemachtigde) bij brief van 8 april 2014 bezwaar gemaakt tegen het hierboven genoemde besluit. Hierbij is onder meer aangevoerd dat de gevolgde selectieprocedure en de boventalligverklaring in strijd zijn met het Sociaal Plan.

2.8.

Bij brief van 18 april 2014 heeft Wegener [eiser] op non-actief gesteld:
(…) Uitkomst van het selectieproces voor de functie Hoofdredacteur De Persdienst is dat de selectie- en benoemingscommissie unaniem een externe kandidaat voor de vervulling van die functie heeft aanbevolen. Die aanbeveling heeft de directie overgenomen. Dit besluit is u zowel mondeling als schriftelijk — verwezen wordt naar het schrijven van 4 april 2014 — kenbaar gemaakt. In het schrijven van 4 april 2014 is u voorts medegedeeld dat u boventallig bent verklaard alsook bent u in dat schrijven uitgenodigd in overleg te treden teneinde te bezien of zich binnen de organisatie van Wegener een passende functie voor u laat duiden. Op die uitnodiging bent u niet ingegaan. Bij schrijven van uw raadsman mr Vanderginste d.d. 8 april 2014 heeft u —kort samengevat — kenbaar gemaakt dat u het door de directie genomen besluit u niet in de functie van Hoofdredacteur De Persdienst te benoemen aanvecht. Tevens heeft u aangegeven uw werkzaamheden in de functie van Hoofdredacteur De Persdienst te blijven verrichten, zulks niettegenstaande het feit dat door de directie een externe kandidaat in die functie is benoemd en deze externe kandidaat, die sinds 15 april jl. in dienst is, ook op korte termijn zijn werkzaamheden in Nijmegen zal aanvangen.

In reactie op het schrijven van de raadsman van Wegener d.d. 11 april 2014, gericht aan uw

raadsman, heeft u, door tussenkomst van uw raadsman, kenbaar gemaakt dat u, in hetgeen in het schrijven van de raadsman van Wegener wordt geschetst, geen aanleiding ziet uw werkzaamheden neer te leggen. Tevens is door u aangegeven dat u uw standpunt als in het schrijven van uw raadsman d.d. 8 april 2014 uiteengezet handhaaft. Het op 16 april 2014 ten kantore van uw raadsman gevoerd overleg in aanwezigheid van onze raadsman mr A. Robustella heeft niet tot nieuwe of gewijzigde inzichten geleid.
Uw reactie op het schrijven van Wegener d.d. 11 april 2014 ziet aan de navolgende feiten en omstandigheden voorbij;

a. op basis van een zorgvuldig ontwikkelde en doorlopen selectieprocedure heeft de directie

voor de vervulling van de functie Hoofdredacteur De Persdienst besloten een externe

kandidaat te benoemen. Zij heeft de unanieme aanbeveling van de selectie- en

benoemingscommissie die externe kandidaat te benoemen opgevolgd;

b. zowel de redactieraad (unaniem) als de plenaire redactie (in een zeer ruime meerderheid)

hebben zich achter dit door de directie genomen besluit geschaard;

c. redactieleden hebben de directie nadrukkelijk verzocht te bewerkstelligen dat er op de

kortst mogelijke termijn een periode van een week komt waarin de redactieraad zowel

zonder uw aanwezigheid als die van de nieuwe hoofdredacteur kan werken. Het wordt

onwenselijk geacht dat zij door u met regelmaat worden aangesproken met vragen en

commentaar over de besluitvorming van de directie;

d. de activiteiten van de Persdienst zijn voor de organisatie van Wegener van groot belang.

Een ongestoord werkproces is voor de kwaliteit van die activiteiten van groot gewicht. Los

daarvan komt relevantie toe aan het feit dat op korte termijn het reorganisatieprogramma

Spirit binnen de Persdienst dient te worden ingezet. De verwachting dat de activiteiten

binnen de Persdienst respectievelijk de uitvoering van het reorganisatieprogramma Spirit op

een goede wijze zullen verlopen drukt (zwaar) op de functie van de Hoofdredacteur De

Persdienst. Het vertrouwen dat deze verwachting werkelijkheid zal kunnen worden is

uitgesproken in de benoeming van de externe kandidaat.

Het in het geding zijnde belang van Wegener bij een goede en ongestoorde gang van zaken binnen de Persdienst en het verzoek van redactieleden van de Persdienst als hiervoor aangehaald, afgewogen tegen uw belang niettegenstaande de boventalligverklaring uw werkplek nog niet te hoeven verlaten, heeft de directie na ampel beraad doen besluiten u met onmiddellijk ingang — lees: onmiddellijk na overhandiging van dit schrijven — op non-actief te stellen.

De directie hecht eraan op te merken het door haar genomen besluit u op non-actief te stellen aan te merken als een noodzakelijk in te zetten ultimum remedium. Dit vanwege de in het geding zijnde, hiervoor geduide, zwaarwichtig geachte (bedrijfs)belangen. En omdat u er bij herhaling blijk van heeft gegeven niet tegemoet te komen aan het verzoek van de directie uw werkzaamheden neer te leggen.(…)”.

2.9.

De nieuw benoemde hoofdredacteur De Persdienst is begin mei 2014 met de werkzaamheden begonnen.

2.10.

Wegener heeft bij de kantonrechter te Nijmegen een verzoekschrift ingediend om te komen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [eiser]. De mondelinge behandeling van dit verzoekschrift staat gepland op 3 juni 2014 aanstaande.

3 Vordering en verweer

3.1.

[eiser] vordert - samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. de non-actiefstelling van [eiser] met onmiddellijke ingang zal opheffen, totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd,
2. Wegener zal veroordelen [eiser] binnen 24 uur na betekening van het vonnis toe te laten tot de digitale kantooromgeving, het redactiesysteem en ieder ander systeem van Wegener en [eiser] toegelaten te houden en de toegangscodes gedeblokkeerd te houden, totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd,
3. Wegener zal veroordelen [eiser] binnen 24 uur na betekening van het vonnis weder te werk te stellen in de functie van hoofdredacteur Persdienst, met alle taken, faciliteiten en bevoegdheden die [eiser] uit hoofde van de arbeidsovereenkomst genoot, althans die conform de functiebeschrijving daarbij horen, totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd,
4. een en ander op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 per overtreding en per dag dat de overtreding voortduurt.

3.2

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de procedure om te komen tot de benoeming van een hoofdredacteur De Persdienst onjuist is verlopen en in strijd is met hetgeen in het toepasselijk Sociaal Plan is vastgesteld. Wegener heeft ten onrechte niet [eiser], maar een externe sollicitant benoemd. [eiser] heeft dan ook terecht bezwaar aangetekend tegen die benoeming en tegen zijn boventalligverklaring. Dit is een situatie die los staat van de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden. Die zijn, ook nadat het besluit van 4 april 2014 aan [eiser] bekend gemaakt is, steeds normaal uitgevoerd en van enige spanning of onwerkbare situatie op de redactie is geen sprake. De boventalligverklaring was ook per 1 juni 2014, zodat tot die datum geen reden was voor wijziging in de situatie. Er was geen enkele aanleiding om hem op 18 april 2014 op non actief te stellen. [eiser] heeft er groot belang bij om zijn functie exclusief te kunnen blijven vervullen, in elk geval totdat op de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst is beslist.

3.3.

Wegener voert verweer tegen de vordering. Zij stelt dat de selectieprocedure juist en zorgvuldig is geweest. Voor de organisatie is van het grootste belang dat de juiste persoon op de juiste functie komt, zeker in de managementfuncties. Om die reden is steeds aangegeven dat ook externe kandidaten beoordeeld zouden worden. [eiser] heeft in de procedure volledige openheid gekregen en niet eerder bezwaar daartegen gemaakt. Nu hij is afgevallen wenst hij geen plaats te maken voor zijn opvolger, hoewel dat in het belang is van de organisatie. Ook de redactievergadering van De Persdienst heeft zich in ruime meerderheid uitgesproken voor de andere kandidaat.

Terugkeer van [eiser] is op dit moment ook onwenselijk en onpraktisch, nu er een nieuwe hoofdredacteur in dienst is getreden en werkzaam is. Voor de bedrijfsvoering is van groot belang dat De Persdienst optimaal kan functioneren en dat is met een (tijdelijke) terugkeer van [eiser] niet gegeven. Voor het geval de vordering van [eiser] toewijsbaar zou blijken, verzoekt Wegener de tewerkstelling niet eerder te laten plaatsvinden dan het moment waarop in de ontbindingsprocedure uitspraak zal zijn gedaan.

3.4.

Op de standpunten van partijen zal, voor zover nodig, bij de beoordeling nader worden ingegaan.

4 Beoordeling

4.1.

Met de aard van de vordering is het spoedeisend belang gegeven.

4.2.

In geschillen als het onderhavige dient te worden getoetst of het met grote mate van waarschijnlijkheid valt te voorzien dat de beslissing in een bodemprocedure in het voordeel van de eisende partij zal uitvallen. Beoordeeld dient dus te worden of al dan niet aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat Wegener ten onrechte [eiser] op non-actief heeft gesteld. Dit betreft niet meer dan een voorlopig oordeel, waaraan een rechter in de bodemprocedure niet is gebonden.

4.3.

Bij een op non-actiefstelling of schorsing wordt aan de werknemer een (tijdelijk) verbod opgelegd om zijn werkzaamheden te verrichten. Voor een dergelijke maatregel bestaat geen wettelijke grondslag. De rechtmatigheid van een beslissing tot schorsing of op non-actiefstelling moet worden beoordeeld aan de hand van de beginselen van goed werkgeverschap als bedoeld in artikel 7:611 BW. Uitgangspunt daarbij is dat het recht op tewerkstelling van een werknemer slechts moet wijken indien de werkgever aannemelijk maakt dat hij een redelijke grond voor de non-actiefstelling heeft of als een bevel tot tewerkstelling tot een onwerkbare situatie zou leiden.

Een non-actiefstelling kan in beginsel slechts geoorloofd worden geacht indien de werkgever voldoende aannemelijk maakt dat vanwege zwaarwegende redenen in redelijkheid van de werkgever niet gevergd kan worden dat hij de werknemer nog op het werk duldt. Bij de belangenafweging is aan de zijde van de werknemer voorts van belang dat een non-actiefstelling een ingrijpende maatregel is, die over het algemeen een diffamerend karakter draagt.

4.4.

De beslissing van Wegener om [eiser] te op non-actief te stellen hangt volledig samen met de door [eiser] niet geaccepteerde uitkomst van de benoemingsprocedure voor de functie van Hoofdredacteur De Persdienst. Hoewel (de uitkomst van) deze procedure in dit kort geding niet inhoudelijk ter beoordeling voorligt, kan het bestreden besluit niet los daarvan worden beoordeeld. Hierbij wordt voorshands het volgende overwogen.

4.5.

De procedure om te komen tot een benoeming in de functie van Hoofdredacteur De Persdienst is een onderdeel van de reorganisatieplannen Phoenix. Op deze reorganisatie is het Sociaal Plan van toepassing. Wegener heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de procedure die voor deze functie gevolgd is voldoet aan hetgeen in het Sociaal Plan is omschreven.

4.6.

Ter zitting is namens Wegener aangegeven dat de in het Sociaal Plan onder C2 genoemde uitgangspunten niet leidend zijn voor de managementfuncties level 2, omdat daarvoor al een andere procedure was vastgesteld, maar hiervoor is geen afdoende onderbouwing gegeven. Van het als productie 7 overgelegde stuk met opschrift “Selectieprocedure Senior Managementfuncties level 2” is onduidelijk welke status het heeft, door wie het is opgesteld en waarvoor. De voettekst “HR/level2/090813” doet vermoeden dat het een intern stuk is van de afdeling HR. De vermelding 090813 lijkt een datum, maar deze is gelegen vóór de vaststelling van het Sociaal Plan, zodat de verhouding tot de daarin vastgestelde procedures daarmee niet kan worden beoordeeld.

4.7.

De tekst van artikel C2 van het Sociaal Plan ziet uitdrukkelijk ook op sterk leidinggevende (management)functies. Het is zonder verdere uitleg en onderbouwing niet aannemelijk dat het de bedoeling is geweest van de bij de totstandkoming van dit Sociaal Plan betrokken partijen om overeen te komen dat voor managementfuncties van level 2 een van het Sociaal Plan afwijkende procedure zou moeten worden gevolgd, zonder dat zij daarover tenminste een opmerking of verwijzing in het Sociaal Plan zouden hebben opgenomen of die afwijkende procedure in een bijlage zouden hebben toegevoegd.


4.8. Uitgaande van het Sociaal Plan en de daarin opgenomen uitgangspunten, is begrijpelijk dat [eiser] zich niet wenst neer te leggen bij het besluit om niet hem, maar een externe kandidaat te benoemen. Wegener heeft niet betwist dat [eiser] goed functioneerde in de functie Hoofdredacteur De Persdienst. Dat in de benoemingsprocedure de keuze niet op [eiser] is gevallen heeft dan ook niet te maken met een disfunctioneren van [eiser], maar met het (kunnen) kiezen voor een beter geschikt geachte kandidaat.

Evenmin is door Wegener weersproken dat de nieuwe hoofdredacteur per 15 april 2014 vervroegd bij Wegener in dienst gekomen is, omdat hij na het bekend worden van zijn benoeming niet bij zijn oude werkgever kon blijven, maar dat hij pas enkele weken later feitelijk is begonnen. Ten tijde van de mondelinge behandeling was de nieuwe hoofdredacteur pas een week als zodanig werkzaam.

4.9.

Wegener diende als goed werkgever, het bezwaar dat [eiser] gemaakt heeft tegen de procedure en de uitkomst daarvan, serieus te nemen en hem de mogelijkheid te bieden daartegen op te komen, zonder dat zijn positie onnodig door feitelijke maatregelen wordt doorkruist. Wegener benadrukt terecht dat zij ook groot belang heeft om de reorganisatie snel door te voeren, de bedrijfsvoering zo optimaal en probleemloos mogelijk voort te zetten en met de best mogelijke medewerkers verder te kunnen gaan.

Zij heeft deze belangen afgewogen zoals omschreven in de brief van 18 april 2014.

4.10.

Bij haar afweging is er echter door Wegener van uit gegaan dat sprake is geweest van een voldoende zorgvuldige benoemingsprocedure met een vaststaande wisseling van de hoofdredacteur. Zoals hierboven aangegeven is die conclusie vooralsnog niet te trekken. Indien de procedure onduidelijk en/of onjuist is geweest en daardoor beroering is ontstaan, kan Wegener die beroering niet (alleen) wijten aan [eiser].

Dat er op 18 april 2014 een zodanige situatie was dat vanwege zwaarwegende redenen in redelijkheid van Wegener niet meer gevergd kon worden dat zij [eiser] nog op het werk duldde is onvoldoende aannemelijk. [eiser] heeft onbetwist gesteld dat in de periode van 4 tot 18 april de samenwerking met de redactie onveranderd goed is geweest, ondanks de acceptatie door de redactie van de (komst van een) nieuwe hoofdredacteur. Daarbij komt dat als uitgangspunt in het Sociaal Plan is geformuleerd dat diegenen die op basis van selectie niet in aanmerking kunnen komen voor het vervullen van een functie boventallig worden, tenzij zij kunnen blijven werken in hun eigen functie (zolang die nog beschikbaar is). [eiser] is per 1 juni 2014 boventallig verklaard en kon dus in beginsel tot die datum werkzaam blijven in zijn functie, die immers niet vervallen is. Het is de keuze van Wegener geweest om – kennelijk vanwege persoonlijke omstandigheden – de nieuwe hoofdredacteur eerder dan 1 juni 2014 aan te stellen.

4.11.

Uit het voorgaande volgt dat vooralsnog aannemelijk is dat Wegener niet tot het besluit had moeten komen om [eiser] op non-actief te stellen. De volgende vraag is dan, of daarmee ook besloten moet worden tot terugkeer van [eiser] op de werkvloer. Wegener maakt hier bezwaar tegen, wijzend op de (mogelijke) verstoring van de gang van zaken in een voor Wegener zeer belangrijk bedrijfsonderdeel en de korte periode tot de behandeling (en, naar verwachting, de beslissing) in de ontbindingsprocedure. [eiser] zet hiertegenover dat juist vanwege de nu nog korte tijd dat zijn opvolger feitelijk werkzaam is de verstoring beperkt zal zijn en wijst op zijn belang om ten tijde van de behandeling van de andere procedure in functie te zijn.

4.12.

Uit de door Wegener overgelegde stukken en de toelichting ter zitting lijkt te volgen dat door de keuze voor een nieuwe hoofdredacteur, de reactie daarop van [eiser] en de contra-reactie van Wegener, bij de redactie van De Persdienst inderdaad de nodige beroering is ontstaan. De motie van de redactie verwoordt het gevoel van onbehagen en van gebrek aan transparantie in de procedure. Het is aannemelijk dat de redactie op de hoogte is van het feit dat partijen met elkaar in een juridische strijd gewikkeld zijn over de vraag of [eiser] al dan niet in zijn functie dient terug te keren, zodat daarvan op zich geen verstoring hoeft uit te gaan.
Het argument van Wegener ten aanzien van de korte tijdspanne tot de volgende zitting lijkt vooruit te grijpen naar de door haar verwachte en gewenste uitkomst van die procedure. Immers slechts bij toewijzing van de door haar verzochte ontbinding zal de eventuele wedertewerkstelling van [eiser] van korte duur zijn. Om diezelfde reden, de door hem gewenste en verwachte uitkomst van de ontbindingsprocedure, heeft [eiser] er juist belang bij dat de band met de redactie niet langer dan nodig verbroken blijft en dat hij zijn functie ook daadwerkelijk weer ter hand kan nemen. Deze argumenten kunnen dan ook niet doorslaggevend zijn.

4.13.

Nu onvoldoende aanleiding bestond voor de op non-actiefstelling en [eiser] een voldoende zwaarwegend belang heeft bij (al dan niet tijdelijke) terugkeer in zijn functie, zal de vordering worden toegewezen. Om Wegener de gelegenheid te geven de terugkeer voor te bereiden en het betrokken personeel te informeren zal de tewerkstelling met ingang van maandag 26 mei aanstaande worden toegewezen. Tegen de gevorderde dwangsom is geen afzonderlijk verweer gevoerd. Wegener zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van [eiser] tot op heden worden vastgesteld op € 93,80 explootkosten, € 77,00 griffierecht en € 400,00 aan salaris van de gemachtigde.

5 Beslissing

-bij wege van onmiddellijke voorziening-


De kantonrechter:

5.1.

heft de op non-actiefstelling van [eiser] op,

5.2.

veroordeelt Wegener om [eiser] met ingang van maandag 26 mei 2014 op het voor [eiser] gebruikelijke aanvangstijdstip weer te werk te stellen in de functie van Hoofdredacteur De Persdienst, met alle taken, faciliteiten en bevoegdheden die [eiser] uit hoofde van die functie behoort te hebben, op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 per dag of een gedeelte van een dag dat nagelaten wordt aan de veroordeling te voldoen,

5.3.

veroordeelt Wegener om [eiser] met ingang van maandag 26 mei 2014 toe te laten tot de digitale kantooromgeving, het redactiesysteem en ieder ander systeem van Wegener, [eiser] toegelaten te houden en de toegangscodes gedeblokkeerd te houden, op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 per dag of een gedeelte van een dag dat nagelaten wordt aan de veroordeling te voldoen,

5.4.

veroordeelt Wegener in de proceskosten, die aan de zijde van [eiser] tot op heden worden vastgesteld op € 93,80 explootkosten, € 77,00 griffierecht en € 400,00 aan salaris van de gemachtigde,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.