Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:3082

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-05-2014
Datum publicatie
13-05-2014
Zaaknummer
05/720276-13 en 05/820088/14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een Zutphense verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen voorwaardelijk, 3 dagen onvoorwaardelijk en een werkstraf van 200 uur. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een bedreiging, een mishandeling, verboden wapenbezit en (gekwalificeerde) diefstallen. Bij de op te leggen strafsoort en de hoogte ervan heeft de rechtbank rekening gehouden met de psychische toestand van verdachte destijds en zijn middelengebruik. De verdachte wilde zijn leven wel op orde krijgen, maar kon de problemen niet meer overzien. Inmiddels is hij met een behandeling gestart en lijkt hij gemotiveerd voor hulpverlening. Door de voorwaardelijk gevangenisstraf en de daaraan verbonden voorwaarden die verdachte nu is opgelegd, wordt hem de mogelijkheid geboden de ingeslagen weg voort te zetten. Het is nu aan de verdachte om te tonen dat hij zijn leven daadwerkelijk positief wil veranderen. De rechtbank heeft ook beslist dat verdachte aan een aantal slachtoffers schadevergoeding moet betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummers: 05/720276-13 en 05/820088/14

Uitspraak d.d.: 13 mei 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats 2], [adres 1],

raadsvrouw: mr. P.W.E. Hoezen, advocaat te Winterswijk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 april 2014.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 05/720276-13 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

parketnummer 05/720276-13

1.

hij op of omstreeks 08 juli 2013 in de gemeente Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

- zich met zijn mededader naar de woning van die [slachtoffer 1] heeft/hebben begeven, en/of hij, verdachte, en/of zijn mededader bij die woning heeft/hebben aangebeld en/of

- aan die [slachtoffer 1] een mes heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk

zichtbaar heeft/hebben voorgehouden, en/of

- een mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrukt/geduwd, en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "ik wil geld van je",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- dat mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of

- met dat mes tegen/in de (rechter)zij, althans tegen/in het lichaam van

die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrukt/geprikt en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen op de bestuurdersplaats van

[slachtoffer 1] eigen auto plaats te nemen en/of

- zelf ook heeft/hebben plaatsgenomen in [slachtoffer 1] auto en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Nou rij jij naar de bank

en je pint 100 euro", althans woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 08 juli 2013 in de gemeente Zutphen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] begeven, en/of

bij die woning aangebeld en/of

- aan die [slachtoffer 1] een mes getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar

voorgehouden, en/of

- een mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer 1] gedrukt/geduwd, en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 1] gezegd: "ik wil geld van je",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- dat mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer 1] geduwd/gedrukt en/of

- met dat mes tegen/in de (rechter)zij, althans tegen/in het lichaam van

die [slachtoffer 1] gedrukt/geprikt en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen op de bestuurdersplaats van [slachtoffer 1] eigen auto plaats

te nemen;

- zelf ook plaatsgenomen in [slachtoffer 1] auto;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

[medeverdachte] op of omstreeks 08 juli 2013 in de gemeente Zutphen ter uitvoering van het door die [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte]

en/of aan verdachte

- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] heeft begeven, en/of

bij die woning heeft aangebeld en/of

- aan die [slachtoffer 1] een mes heeft getoond, in elk geval duidelijk

zichtbaar heeft voorgehouden, en/of

- een mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer 1] heeft gedrukt/geduwd, en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "ik wil geld van je",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- dat mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gedrukt en/of

- met dat mes tegen/in de (rechter)zij, althans tegen/in het lichaam van

die [slachtoffer 1] heeft gedrukt/geprikt en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gedwongen op de bestuurdersplaats van

[slachtoffer 1] eigen auto plaats te nemen en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Nou rij jij naar de bank

en je pint 100 euro", althans woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 08 juli 2013 te Zutphen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk (bij de woning van die [slachtoffer 1]) bij die [medeverdachte] te gaan en/of te blijven staan en/of in de auto van die [slachtoffer 1] plaats te nemen en/of die [slachtoffer 1] te wijzen op de route naar de/een bank;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

meest subsidiair:

[medeverdachte] op of omstreeks 08 juli 2013 in de gemeente Zutphen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft die [medeverdachte] opzettelijk dreigend

- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] begeven, en/of

bij die woning aangebeld en/of

- aan die [slachtoffer 1] een mes getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar

voorgehouden, en/of

- een mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer 1] gedrukt/geduwd, en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 1] gezegd: "ik wil geld van je",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- dat mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer 1] geduwd/gedrukt en/of

- met dat mes tegen/in de (rechter)zij, althans tegen/in het lichaam van

die [slachtoffer 1] gedrukt/geprikt en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen op de bestuurdersplaats van [slachtoffer 1] eigen auto plaats

te nemen

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 08 juli 2013 te Zutphen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk (bij de woning van die [slachtoffer 1]) bij die [medeverdachte] te gaan en/of te blijven staan en/of in de auto van die [slachtoffer 1] plaats te nemen;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 12 mei 2013, in de gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [straat 1] heeft weggenomen één I-Phone en/of twee, althans een aantal geluidsboxen(JBL boxen), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(parketnummer 05.089177 / 13)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 26 augustus 2013 te Borculo, gemeente Berkelland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer blikje(s) bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 2] (op of aan de [straat 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

(parketnummer 05.841702 / 13)

art 310 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 20 juni 2012 te Lochem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen aan de [straat 3]) heeft weggenomen drie, althans een of meer fiets(en) en/of een doos vol sportprijzen en/of een aantal meters koperen leiding en/of ander soort (oud) ijzer), althans een hoeveelheid (oud) ijzer / metaal, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(parketnummer 05.820087 / 14)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2011 tot en met 16 juli 2012 te Hengelo (GLD) en/of te Geesteren en/of te Borculo, in ieder geval in de gemeente Berkelland en/of te Lochem, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen

en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en wel :

- op of omstreeks 1 oktober 2011 te Hengelo GLD, vanaf een tankstation, gelegen aan de [straat 4], 35.90 liter, althans een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] (incident 3, pag. 80), en/of

- op of omstreeks 17 april 2012 te Lochem vanaf een tankstation, gelegen aan de [straat 5], 16.61 liter, althans een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] (incident 4, pag. 83), en/of

- op of omstreeks 19 april 2012 te Borculo, in ieder geval in de gemeente Berkelland, vanaf een tankstation gelegen aan de [straat 6], 27.19 liter, althans een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] (incident 5, pag. 85), en/of

- op of omstreeks 20 mei 2012 te Borculo, in ieder geval in de gemeente Berkelland vanaf een tankstation gelegen aan de [straat 6], 22.87 liter, althans een hoeveelheid benzine en/of twee pakje(s) sigaretten (L&M), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 8] (incident 1, pag. 24), en/of

- op of omstreeks 14 juli 2012 te Lochem vanaf een tankstation gelegen aan de [straat 5], 17.45 liter, althans een hoeveelheid benzine / brandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 9] (incident 2, pag. 44), en/of

(parketnummer 05.820127 / 14)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

en/of:

hij op een of meer tijdstip(pen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2011 tot en met 16 juli 2012 te Hengelo (GLD) en/of te Geesteren en/of te Borculo, in ieder geval in de gemeente Berkelland en/of te Lochem, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) opzettelijk de/het hierna te noemen goederen en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) welk(e) geld en/of goederen verdachte en/of zijn mededader anders dan door misdrijf onder zich had(den) - namelijk (telkens) doordat verdachte en/of zijn mededader benzine bij (een voor zelfbediening ingerichte) benzinepompinstallatie had(den) getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen - zich wederrechtelijk heeft/hebben toegeëigend, en wel:

- op of omstreeks 1 oktober 2011 te Hengelo GLD, vanaf een tankstation, gelegen aan de [straat 4], 35.90 liter, althans een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] (incident 3, pag. 80), en/of

- op of omstreeks 17 april 2012 te Lochem vanaf een tankstation, gelegen aan de [straat 5], 16.61 liter, althans een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] (incident 4, pag. 83), en/of

- op of omstreeks 19 april 2012 te Borculo, in ieder geval in de gemeente Berkelland, vanaf een tankstation gelegen aan de [straat 6], 27.19 liter, althans een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] (incident 5, pag. 85), en/of

- op of omstreeks 20 mei 2012 te Borculo, in ieder geval in de gemeente Berkelland vanaf een tankstation gelegen aan de [straat 6], 22.87 liter, althans een hoeveelheid benzine en/of twee pakje(s) sigaretten (L&M), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 8] (incident 1, pag. 24), en/of

- op of omstreeks 14 juli 2012 te Lochem vanaf een tankstation gelegen aan de [straat 5], 17.45 liter, althans een hoeveelheid benzine / brandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 9] (incident 2, pag. 44)

artikel 321 WvSr

artikel 47 WvSr’

parketnummer 05/820088-14

1.

hij op of omstreeks 13 maart 2012 in de gemeente Lochem opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2], een (stuk) glas tegen het hoofd heeft gegooid en/of geslagen en/of gedrukt en/of meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze [slachtoffer 2] letsel (een of meer wondjes op/aan het hoofd en/of een oor en/of een opgezwollen oog) heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(incident 1, apg. 32)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 16 maart 2012 in de gemeente Lochem een of meer wapens van categorie II onder 3, te weten een revolver, en/of munitie van categorie III, te weten zes, althans een of meer patro(o)n(en), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(incident 2, pag. 76)

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding van het onderzoek

Op 8 juli 2013 klopte aangever [slachtoffer 1] op de deur van de hoofdingang van het politiebureau te Zutphen. Hij riep naar enkele politiemedewerkers dat hij zojuist door twee mannen was bedreigd met een mes. Verdachte is kort daarna aangehouden en er is een onderzoek gestart.

Ook andere zaken, waarbij verdachte als mogelijke dader werd aangemerkt, zijn ter berechting bij deze zaak gevoegd.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak voor de onder parketnummer 05/720276-13 onder 1 primair, onder 2 en onder 5 primair onder het eerste gedachtestreepje ten laste gelegde feiten.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder parketnummer 05/720276-13 onder 1 subsidiair, onder 3, onder 4 en onder 5 tweede tot en met vijfde gedachtestreepjes ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van parketnummer 05/820088-14 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden.

Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder parketnummer 05/720276-13 onder 1 ten laste gelegde feit. Verdachte heeft wel begrepen dat er een woordenwisseling tussen aangever [slachtoffer 1] en [medeverdachte] is geweest. Verdachte was op het moment dat hij in de auto stapte echter niet op de hoogte van het feit dat [medeverdachte] [slachtoffer 1] tijdens die woordenwisseling met een mes zou hebben bedreigd en hij heeft ook niet gezien dat dit in de auto ook nog eens zou zijn gebeurd. Het kennisnemen van een woordenwisseling tussen [medeverdachte] en [slachtoffer 1] kan niet leiden tot bewezenverklaring van medeplegen of medeplichtig aan enig delict zoals onder 1 ten laste is gelegd. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde kan niet bewezen worden dat verdachte een IPhone heeft weggenomen. Ook kan niet bewezen worden dat verdachte de bedoeling heeft gehad om zich de geluidsboxen wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte heeft deze als een geintje meegenomen en aangever hiervan de volgende ochtend op de hoogte gesteld. Ten aanzien van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de onder 5 ten laste gelegde diefstallen van brandstof bij tankstations blijkt in vier gevallen niet dat verdachte daarbij aanwezig is geweest, zodat daarvoor vrijspraak dient te volgen. Ten aanzien van de diefstal van brandstof die op 14 juli 2012 zou hebben plaatsgevonden (vijfde gedachtestreepje, incident 2) heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder parketnummer 05/820088-14 onder 1 ten laste gelegde feit aangevoerd dat er vrijspraak dient te volgen voor mishandeling door middel van het gooien of slaan met glas. Verdachte heeft wel bekend dat hij [slachtoffer 2] heeft geslagen. Het letsel is mogelijk ontstaan omdat [slachtoffer 2] vervolgens is gevallen. Het onder 2 ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard, nu het wapen en de munitie in de woning van verdachte zijn aangetroffen.

Beoordeling door de rechtbank

parketnummer 05/720276-13, feit 11

[slachtoffer 1] heeft aangifte2 gedaan en is daarna ook als getuige gehoord. Hij heeft - zakelijk weergegeven – verklaard dat hij op 8 juli 2013 thuis was in zijn woning aan de [adres 2] te Zutphen. De bel ging. Hij heeft de deur geopend en zag zijn buurman [medeverdachte] en een andere jongen staan. [medeverdachte] had een mes in zijn hand van ongeveer 20 centimeter lang. [medeverdachte] zei op dreigende toon: “Ik wil geld van je”. [slachtoffer 1] schrok enorm en was direct doodsbang. [medeverdachte] drukte het mes met het snijgedeelte eerst tegen zijn keel en daarna in zijn zij. De andere man stond daar bij. [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij geen geld had. [medeverdachte] zei: “Dan gaan wij naar de bank”. Hij kon niet meer wegkomen en is meegelopen. Hij heeft gehoord dat [medeverdachte] tegen de jongen zei dat ze geld moesten hebben ook al zouden zij iemand moeten vermoorden. [medeverdachte] zei dat hij met de auto wilde. [medeverdachte] is naast hem gaan zitten en de jongen ging achterin zitten. In de auto haalde [medeverdachte] het mes weer uit zijn zak en zette het in zijn rechterzij. Hij voelde het prikken. [medeverdachte] zei: ”Nou rij jij naar de bank en pint 100 euro”. Hij is door de angst eerst verkeerd gereden. Tijdens het rijden drukte [medeverdachte] steeds met het mes in zijn rechterzij. Op een gegeven moment heeft hij de moed gehad naar het politiebureau te rijden. Hij is op de stoep gereden bij de voordeur van het politiebureau en is daar gauw uitgestapt. Hij heeft zich erg bedreigd gevoeld.

[medeverdachte] heeft verklaard3 dat hij op 8 juli 2013 met verdachte [verdachte] aan de IJssel in Zutphen zat. Vervolgens gingen zij naar de woning van [medeverdachte]. Hij heeft tegen [verdachte] gezegd dat zij eerst bij iemand langs zouden gaan van wie hij nog geld tegoed van had. Hij besloot bij [slachtoffer 1] langs te gaan om zijn 10 euro op te halen. Hij is samen met [verdachte] naar de woning van [slachtoffer 1] gegaan, heeft daar aangebeld en gezegd dat hij de 10 euro kwam ophalen. Toen hij aanbelde had hij een mes in zijn handen. Hij heeft [slachtoffer 1] gezegd dat hij zijn geld wilde hebben en dat hij anders zijn mes zou gebruiken. Hij stond met het uitgedraaide lemmet voor [slachtoffer 1]. [verdachte] stond op dat moment achter hem. Op een gegeven moment zijn zij in de auto van [slachtoffer 1] gestapt. Tijdens de autorit had hij het mes in zijn broekzak vast. Hij kan zich niet herinneren dat hij het mes uit zijn broekzak heeft gehaald. [slachtoffer 1] is uit de auto gestapt en heeft op de ramen van het politiebureau geklopt. Hij kan zich voorstellen [slachtoffer 1] zich bedreigd heeft gevoeld. Dat was ook zijn bedoeling want daarom heeft hij hem het mes laten zien.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 29 april 2014 verklaard4 dat hij op 8 juli 2013 samen met [medeverdachte] naar de woning van [slachtoffer 1] is gegaan. Hij wist op dat moment dat [medeverdachte] bij [slachtoffer 1] langs ging om € 10,-- op te halen.

Verdachte heeft tegenover de politie – zakelijk weergegeven – verklaard5 dat [medeverdachte] hem de ochtend van 8 juli 2013 liet zien dat hij een mes bij zich had. Wat later zijn zij richting de woning van [medeverdachte] gegaan. [medeverdachte] ging in gesprek met zijn buurman [slachtoffer 1]. Het gesprek tussen hen ging over geld en het gesprek verliep niet lekker. [medeverdachte] was aan het schreeuwen. Hijzelf stond op dat moment enkele stappen van de voordeur van de woning van [slachtoffer 1]. Hij heeft gehoord dat [medeverdachte] bedreigend tegen [slachtoffer 1] sprak en dat zij dan maar even naar de pinautomaat moesten gaan. Vervolgens zijn zij naar de auto gegaan. De man bestuurde de auto. Hijzelf was rechts achterin gaan zitten en [medeverdachte] zat naast de man. Hij heeft later gezien dat [medeverdachte] in de buurt van het politiebureau een mes heeft weggegooid.

Verdachte ontkent te hebben gezien dat [medeverdachte] een mes in zijn hand heeft gehad. Uit de verklaringen van zowel [medeverdachte] als [slachtoffer 1] blijkt dat [medeverdachte] een mes in zijn hand had op het moment dat [slachtoffer 1] op 8 juli 2013 de deur van zijn woning opende. Bovendien blijkt uit de verklaring van [medeverdachte] dat hij, kort voordat hij aanbelde, tegen verdachte heeft gezegd dat hij zijn geld van [slachtoffer 1] wilde hebben en dat hij anders zijn mes zou gebruiken. Uit de verklaring van verdachte blijkt ook dat hij dicht bij aangever [slachtoffer 1] en [medeverdachte] stond terwijl zij in “gesprek” waren. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte wist dat [medeverdachte] een mes in zijn hand had.

Uit de bewijsmiddelen komt niet naar voren dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking en van een rolverdeling tussen verdachten met het oogmerk om [slachtoffer 1] af te persen, zoals primair ten laste is gelegd. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken.

Hoewel van verdachte zelf geen dreigende handelingen in de richting van [slachtoffer 1] zijn uitgegaan, heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank wel een wezenlijke bijdrage geleverd aan de bedreigingen die door [medeverdachte] in de richting van [slachtoffer 1] zijn gedaan. Hij is samen met [medeverdachte] naar [slachtoffer 1] gegaan, is dicht bij hen blijven staan terwijl [medeverdachte] [slachtoffer 1] verbaal en met een mes bedreigde en is vervolgens, toen [medeverdachte] [slachtoffer 1] dwong om in de auto te stappen, samen met hen in de auto is gestapt. Hij heeft daarmee de door [slachtoffer 1] geuite bedreigingen ondersteund en voor aangever nog bedreigender gemaakt. De rechtbank acht het onder 1 subsidiair ten laste gelegde bewezen.

parketnummer 05/720276-13, feit 26

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte de IPhone van [benadeelde 1] heeft weggenomen. Verder is de rechtbank van oordeel dat evenmin wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de geluidsboxen uit de woning van [benadeelde 1] heeft meegenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, nu verdachte heeft verklaard ze bij grap mee te hebben genomen en [benadeelde 1] van die “grap” de volgende ochtend al op de hoogte heeft gesteld. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde feit.

parketnummer 05/720276-13, feit 37

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de verklaring8 van verdachte ter terechtzitting van 29 april 2014 dat hij op 26 augustus 2013 te Borculo, gemeente Berkelland, blikjes bier heeft weggenomen toebehorend aan de [benadeelde 2], gevestigd aan de [straat 2]. Hij heeft in eerste instantie bij de kassa gestaan, maar is doorgelopen zonder de blikjes bier af te rekenen.

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 10] namens [benadeelde 2]9.

parketnummer 05/720276-13, feit 410

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de verklaring11 van verdachte ter terechtzitting van 29 april 2014 dat hij op 20 juni 2012 samen met een ander drie fietsen, een doos vol sportprijzen, een aantal meters koperen leiding en ander oud ijzer heeft weggenomen uit een pand aan de [straat 3] te Lochem. Hij is via een kapot raam het pand ingeklommen.

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 3]12;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1]13.

Aangezien verdachte de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

parketnummer 05/720276-13, feit 514

Er is (elektronisch) aangifte15 gedaan namens [benadeelde 6] dat er op 19 april 2012 bij het tankstation aan de [straat 6] te Borculo 29,91 liter benzine is getankt zonder dat deze is afgerekend. Het vervoermiddel betrof een Renault Laguna met het kenteken [kenteken], dat op dat moment op naam stond van [verdachte].

[getuige 2] heeft tegenover de politie verklaard16 - zakelijk weergegeven - dat zij op 19 april 2012 als kassamedewerkster werkzaam was bij het tankstation van [benadeelde 6] te Borculo. Er kwam die middag een roodkleurige Renault personenauto met het kenteken [kenteken]. Er zaten twee mannen in de auto. Na het tanken haalde de bijrijder een pasje door het pinapparaat. De betaling lukte niet. Intussen was de bestuurder ook binnengekomen. Op een gegeven moment vertelde de bijrijder dat hij wel even in de auto zou kijken of daar nog geld was. Hij liep naar de auto en even later liep de bestuurder ook naar de auto. Beiden deden voorkomen alsof zij druk aan het zoeken waren in de auto, maar kort daarna zag zij dat de mannen snel in de auto stapten en wegreden.

De verdachte heeft tegenover de politie verklaard17 - zakelijk weergegeven – dat hij twee keer samen met [betrokkene] bij de [benadeelde 6] in Borculo geweest met zijn rode Renault Laguna met het kenteken [kenteken]. Hijzelf was de bestuurder en [betrokkene] is degene geweest die getankt heeft. [betrokkene] heeft gezegd dat hij zou betalen en hij is daarvan uitgegaan. Verdachte kan zich niet herinneren dat er vaker is getankt zonder te betalen. Negen van de tien keer kwam hij zelf de auto niet uit om te tanken. Op het moment dat [betrokkene] ging tanken was [betrokkene] zelf verantwoordelijk voor zijn daden.

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 5 ten laste gelegde incident 5, nu verdachte daar met [betrokkene] (met zijn auto) is geweest en uit de verklaring van getuige [getuige 2] volgt dat beide mannen in de shop waren.

De rechtbank zal de verdachte wegens gebrek aan bewijs vrijspreken voor de incidenten 1,2, 3 en 4. Verdachte ontkent deze feiten te hebben gepleegd. Bij deze feiten is de betrokkenheid van verdachte als (mede)pleger onvoldoende vast komen te staan. Niet kan worden uitgesloten dat [betrokkene], zoals verdachte verklaard heeft, niet betaalde, zonder dat verdachte daarvan op de hoogte was. Het feit dat verdachte mee is geweest als bijrijder of bestuurder van [betrokkene], terwijl deze niet voor het tanken betaalde is onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring bij deze incidenten.

parketnummer 05/820088-1418

[slachtoffer 2] heeft aangifte19 gedaan. Hij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij op 13 maart 2012 bij [benadeelde 1] was, wonende te Lochem. Op een gegeven moment kwamen verdachte [verdachte] en [betrokkene]. Verdachte was een beetje opstandig en ging op een gegeven moment naar het toilet. Toen hij terug kwam pakte hij een bierglas van de tafel en sloeg dat kapot. Verdachte kwam met het kapotte glas in de hand op hem aflopen en begon te schreeuwen. Aangever voelde ineens bloed langs zijn linkerwang en achterhoofd lopen. Ineens kwam de arm van verdachte in zijn richting. Hij zag en voelde dat verdachte hem met gebalde vuist op het oog raakte en hij is op de grond gevallen. In het ziekenhuis zijn de wondjes op zijn hoofd gehecht.

De verbalisant die de aangifte heeft opgenomen heeft geconstateerd dat het linkeroog opgezwollen was. Dit is ook te zien op de bij de aangifte gevoegde foto’s.

Uit de medische verklaring20 blijkt dat [slachtoffer 2] een wond op het voorhoofd en een wondje bij zijn linker oor had, dat er sprake was van uitwending gering uitwendig bloedverlies en dat er sprake was van een kneuzing van het achterhoofd.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 29 april 2014 verklaard21 dat hij [slachtoffer 2] op 13 maart 2012 te Lochem een paar klappen heeft gegeven, waarna [slachtoffer 2] op de grond is gevallen.

[benadeelde 1] heeft tegenover de politie verklaard22 dat hij heeft gezien dat verdachte op 13 maart 2012 aangever [slachtoffer 2] hard heeft geslagen. Hij heeft niet gezien dat verdachte op dat moment iets in zijn hand had. Het bloed stroomde uit Schaffers hoofd. Verdachte liet hem zijn knokkels zien en zei: ”Dat is toch hard aangekomen, ik heb de knokkels helemaal kapot”.

[betrokkene] heeft tegenover de politie verklaard23 dat verdachte ineens op [slachtoffer 2] afvloog. Hij zag een glas door de lucht vliegen in de richting van [slachtoffer 2]. Hij heeft vervolgens gezien dat verdachte een klap uitdeelde aan [slachtoffer 2]. Verdachte sloeg met zijn vuist op het hoofd, net boven het oog, waardoor [slachtoffer 2] viel. Verdachte was op dat moment helemaal door het dolle heen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft mishandeld door een kapot glas tegen het hoofd van [slachtoffer 2] te gooien en hem meermalen (hard) tegen het hoofd te slaan of te stompen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte op het moment van het slaan een (kapot) glas in zijn handen heeft gehad.

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de verklaring24 van verdachte ter terechtzitting van 29 april 2014 dat hij op 16 maart 2012 te Lochem een revolver van categorie II en zes patronen van categorie III voorhanden heeft gehad.

- het proces-verbaal van bevindingen25;

- het proces-verbaal van bevindingen.26.

Aangezien verdachte de onder 2 ten laste gelegde feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 05/720276-13 onder 1 subsidiair, 3, 4, 5 primair en de onder parketnummer 05/820088-14 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

parketnummer 05/720276-13

1.

subsidiair

hij op 8 juli 2013 in de gemeente Zutphen, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk dreigend

- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] begeven, en bij die woning aangebeld en

- aan die [slachtoffer 1] een mes getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar voorgehouden, en

- een mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer 1] gedrukt/geduwd, en

- daarbij tegen die [slachtoffer 1] gezegd: "ik wil geld van je", althans woorden van gelijke aard of strekking en

- dat mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer 1] geduwd/gedrukt en

- met dat mes tegen/in de (rechter)zij, althans tegen/in het lichaam van die [slachtoffer 1] gedrukt/geprikt en

- die [slachtoffer 1] gedwongen op de bestuurdersplaats van [slachtoffer 1] eigen auto plaats te nemen en;

- heeft verdachte zelf ook plaatsgenomen in [slachtoffer 1] auto;

3.

hij op 26 augustus 2013 te Borculo, gemeente Berkelland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen blikjes bier, toebehorende aan de [benadeelde 2] aan de [straat 2];

4.

hij op 20 juni 2012 te Lochem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand gelegen aan de [straat 3] heeft weggenomen drie fietsen en een doos vol sportprijzen en een aantal meters koperen leiding en ander soort oud ijzer, toebehorende aan [benadeelde 3], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

5.

primair

hij op een tijdstip in de periode van 1 oktober 2011 tot en met 16 juli 2012 te Geesteren en te Borculo, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende, en wel:

- op 19 april 2012 te Borculo, vanaf een tankstation gelegen aan de [straat 6], 27.19 liter benzine, toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7],

parketnummer 05/820088-14

1.

hij op 13 maart 2012 in de gemeente Lochem opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2], een (stuk) glas tegen het hoofd heeft gegooid en meermalen tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze [slachtoffer 2] letsel (wondjes op/aan het hoofd en een oor en een gezwollen oog) heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 16 maart 2012 in de gemeente Lochem een wapen van categorie II onder 3, te weten een revolver, en munitie van categorie III, te weten zes patronen, voorhanden heeft gehad;

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

parketnummer 05/720276-13:

1

subsidiair: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

3

diefstal;

4

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

5

primair: diefstal door twee of meer verenigde personen;

parketnummer 05/820088-14:

1

mishandeling;

2

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, namelijk meldplicht, het verplicht volgen van een ambulante behandeling, het hebben van dagbesteding en meewerken aan urinecontroles.

Ter toelichting op de eis heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte een reeks feiten heeft gepleegd waarvoor in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt geëist. Gelet op de over verdachte opgemaakte rapportage, waaruit blijkt dat het volgen van een behandeling noodzakelijk is, is hij gekomen tot de deels voorwaardelijke strafeis.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onwenselijk is, omdat daarmee het behandeltraject wordt doorbroken. Een forse voorwaardelijke gevangenisstraf kan de ernst van de zaak ook benadrukken. Daarnaast zou eventueel een werkstraf aan verdachte opgelegd kunnen worden.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedreiging en een mishandeling, zonder dat de slachtoffers daartoe aanleiding hebben gegeven. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit en (gekwalificeerde) diefstallen. De rechtbank is van oordeel dat voor deze feiten op zich geen andere straf passend is dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Uit het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport blijkt dat verdachte door zijn psychische toestand en middelengebruik is gekomen tot zijn delictgedrag. Het laatste feit dateert van augustus 2013. Verdachte wilde in die periode zijn leven wel op orde krijgen, maar kon de problemen niet meer overzien. In het kader van een schorsingsvoorwaarde heeft verdachte verplicht contact met de reclassering gekregen. Dit heeft er mede toe geleid dat verdachte in november 2013 vrijwillig met behandeling is gestart. Hij lijkt inmiddels werkelijk gemotiveerd voor hulpverlening. De reclassering schat de kans op herhaling als hoog in, maar verwacht dat dit risico zal afnemen als de behandeling wordt voortgezet. Daarom wordt geadviseerd een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou een noodzakelijke klinisch behandeltraject doorbreken, hetgeen onwenselijk is.

De verdachte lijkt zijn leven een positieve wending te hebben gegeven. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot een forse voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden, teneinde verdachte de mogelijkheid te bieden de ingeslagen weg voort te zetten.

De proeftijd zal worden vastgesteld op drie jaar. Het is nu aan verdachte om te tonen dat hij zijn leven daadwerkelijk positief wil veranderen.

Om recht te doen aan de ernst van de feiten zal verdachte daarnaast worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke werkstraf. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld tot een werkstraf. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit de oplegging van een werkstraf uit indien een verdachte eerder voor een soortgelijk feit een werkstraf heeft verricht of de tenuitvoerlegging van de vervangende is bevolen. Daarvan kan op grond van artikel 22b, derde lid, afgeweken worden als er naast de taakstraf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd, dit om de rechter de mogelijkheid te bieden een bij de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de dader passende straf op te leggen. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 dagen.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 1.000,--, als gevolg van het onder parketnummer 05/720277-13 onder feit 1 tenlastegelegde. Tevens is de wettelijke rente gevorderd en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van € 500,--,

De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Er blijkt niet dat de benadeelde partij psychische schade heeft geleden.

De rechtbank is van oordeel dat het slachtoffer vanwege de psychische gevolgen van de angstige momenten die hij heeft moeten doorstaan een schadevergoeding toekomst van

€ 100,-- en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen, nu verdachte voor de betrokken schade naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Ter zake het meer gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, zodat hij zich voor dit deel tot de burgerlijke rechter kan wenden.

De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen met ingang van 8 juli 2013.

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 676,--, als gevolg van het onder parketnummer 05/720277-13 onder feit 2 tenlastegelegde.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal niet-ontvankelijk worden verklaard, nu verdachte is vrijgesproken voor dit feit.

De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 495,--, als gevolg van het onder parketnummer 05/720277-13 onder feit 4 tenlastegelegde. Tevens is de wettelijke rente gevorderd en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van € 143,--. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat dit deel van de vordering toegewezen kan worden.

De rechtbank zal voor de geleden materiële schade een bedrag van € 143,-- toewijzen, namelijk de posten 2 tot en met 5. Vanwege een rekenfout door de benadeelde partij heeft de rechtbank de post sportprijzen gesteld op € 8,--.

De rechtbank zal de benadeelde partij met betrekking tot de post “koperen krachtstroomkabel” niet ontvankelijk verklaren, nu dit deel van de vordering wordt betwist en bovendien onvoldoende is onderbouwd.

De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen met ingang van 20 juni 2012.

De benadeelde partij [benadeelde 6] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 208,67, als gevolg van het onder parketnummer 05/720277-13 onder feit 5 tenlastegelegde. Tevens is de wettelijke rente gevorderd en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van € 56,-- en niet-ontvankelijkheid met betrekking tot het overigens gevorderde wegens onvoldoende onderbouwing.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering, gelet op de door haar bepleite vrijspraak, afgewezen dient te worden.

De rechtbank acht de vordering met betrekking tot de gestolen benzine met betrekking tot incident 5- nu het tenlastegelegde bewezen is verklaard en dit deel van de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar. De vordering zal dan tot een bedrag van € 56,00 worden toegewezen.

Onderzoek ten aanzien van de opgevoerde incassokosten, welke post door de verdediging is betwist, levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal met betrekking tot dit deel van de vordering derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen met ingang van 19 april 2012

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht telkens de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer. De verdachte is voor die schade - naar burgerlijk recht - aansprakelijk.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 24c, 36f, 57, 91, 285, 300, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Beslissing

De rechtbank:

 verklaart niet bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/720276-13 onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

 verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/720276-13 onder 1 subsidiair, 3, 4 en 5 primair en onder parketnummer 05/820088-14 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

parketnummer 05/720276-13:

1

subsidiair: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

3

diefstal;

4

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

5

primair: diefstal door twee of meer verenigde personen;

parketnummer 05/820088-14:

1

mishandeling;

2

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd.

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 123 (honderddrieëntwintig) dagen;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 120 (honderdtwintig) dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel zich voor de navolgende voorwaarden niet heeft nageleefd;

 stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich vóór het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen

van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de

Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

  • -

    zich moet blijven melden zo frequent en zolang Tactus Reclassering dit noodzakelijk acht. Veroordeelde dient zich te houden aan de aanwijzingen door of namens Tactus reclassering gegeven;

  • -

    veroordeelde wordt verplicht om zich, na zijn klinische behandeling, ambulant te laten behandelen voor zijn verslaving en/of psychische problematiek, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instellingsbehandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    veroordeelde wordt verplicht om mee te werken aan het dagbestedingstraject van Tactory, of een soortgelijke dagbesteding, zulks ter beoordeling van Tactus Reclassering;

  • -

    de veroordeelde wordt verplicht mee te werken aan urinecontroles;

 geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 200 (tweehonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet

naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur

van 100 (éénhonderd) dagen;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], rekeningnummer [nummer 1], van een bedrag van € 100,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2013, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 100,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2013, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 ( twee) dagen hechtenis;

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 3], rekeningnummer [nummer 2], van een bedrag van € 143,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2012, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

 verstaat dat de verdachte niet meer tot vergoeding is gehouden indien en voorzover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 3], een bedrag te betalen van € 143,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2012, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 6], van een bedrag van € 56,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 april 2012 ;met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 verstaat dat de verdachte niet meer tot vergoeding is gehouden indien en voorzover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 6], een bedrag te betalen van € 56,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 april 2012 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (een) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Kleinrensink en Gerbranda, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

13 mei 2014.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0630 2013090826, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord-Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 22 juli 2013

2 Proces-verbaal van aangifte en proces-verbaal van verhoor als getuige van [slachtoffer 1], pag. 40-42 en 46-49

3 Processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pag. 78-80 en 81-86

4 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 29 april 2014

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 87-91

6 Wanneer hierna verwezen wordt naar processen-verbaal, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakt processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0646 2013062055, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord-Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 25 juli 2013.

7 Wanneer hierna verwezen wordt naar processen-verbaal, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakt processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0640 2013115943, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord-Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 7 oktober 2013.

8 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 29 april 2014

9 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 10] namens [benadeelde 2], pag. 3-4

10 Wanneer hierna verwezen wordt naar processen-verbaal, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakt processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0631 2012134971, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 3 oktober 2012.

11 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 29 april 2014

12 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3], pag. 3-5

13 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], pag. 9-10

14 Wanneer hierna verwezen wordt naar processen-verbaal, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakt processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0645 2012133596, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 1 oktober 2012.

15 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 9] namens [benadeelde 6], pag. 45-47

16 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], pag. 53-55

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 28-32

18 Wanneer hierna verwezen wordt naar processen-verbaal, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakt processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0630 2012035723-21 Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 17 april 2012.

19 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], pag.32-34 en de bijlagen pag. 35-38

20 Medische verklaring op naam van [slachtoffer 2]

21 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 29 april 2014

22 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1], pag. 44-47

23 Proces-verbaal van verhoor van [betrokkene], pag. 48-49

24 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 29 april 2014

25 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 76

26 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 103-105