Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2966

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-04-2014
Datum publicatie
07-05-2014
Zaaknummer
05/900108-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeelt een 29-jarige voormalige militair ter zake van witwassen, tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. De man dient de Staat daarnaast een bedrag van € 177.015,36 te betalen, zijnde het bedrag dat hij naar schatting wederrechtelijk aan voordeel heeft verkregen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/900108-12

Data zittingen : 21 oktober 2013, 9 december 2013 en 7 april 2014

Datum uitspraak : 18 april 2014

Tegenspraak

Vonnis van de militaire kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum 1] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. T. Nieuwburg, advocaat te Amsterdam.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 26 juni 2012 in de gemeente Amsterdam, althans in

Nederland, (een) voorwerp(en), te weten:

- een geldbedrag van Euro 124.500,-,

- sieraden met een totale (taxatie) waarde van Euro 32.597,-,

- een personenauto (merk: Audi, type: A4),

- een scooter (merk: PMI, type: Vigo),

voorhanden heeft gehad,

althans van genoemd geldbedrag en/of genoemd(e) goed(eren) gebruik heeft

gemaakt, terwijl hij wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat

bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddelijk en middelijk - afkomstig waren/was

uit enig misdrijf,

van het plegen van welk misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft

gemaakt;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007

tot en met 25 juni 2012, in de gemeente Amsterdam, althans in Nederland, (een)

voorwerp(en), te weten:

- één of meer geldbedrag(en) met een gezamenlijk beloop van circa

Euro 263.450,36,

- ( een) goed(eren), te weten (een hoeveelheid):

* meubel(s),

* bed(den),

* (merk) kleding,

* bril(len),

* sieraden,

* (luxe) verzorgingsproducten,

* baby uitzet,

* elektronica producten,

* computerapparatuur,

* telefoonapparatuur,

* witgoedproduct(en),

* huishoudelijke apparatuur,

* bouwmateriaal,

* vliegtickets,

* tuinmateriaal,

* levensmiddelen,

althans enig goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet,

athans van genoemd geldbedrag en/of genoemd(e) goed(eren) gebruik heeft

gemaakt, terwijl hij wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat

bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddelijk en middelijk - afkomstig waren/was

uit enig misdrijf,

van het plegen van welk misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft

gemaakt;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007

t/m 26 juni 2012, te Paramaribo, althans in Suriname, (een) voorwerp(en), te

weten:

- één of meer geldbedrag(en) met een gezamenlijk beloop van circa Euro 57.635,-,

- één of meer geldbedrag(en) met een gezamenlijk beloop van circa 45.500 Surinaamse dollars (omgerekend gelijk aan ongeveer Euro 10.000,-),

- ( een) op waarde te waarderen onroerend(e) goed(eren), te weten:

* een perceel aan de [straat 1] te Paramaribo,

* een perceel aan de [straat 2] te Paramaribo,

* een perceel aan de [straat 3] te Paramaribo,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet,

althans van genoemd(e) geldbedrag(en) en/of genoemd(e) onroerend(e)

goed(eren) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, dan wel redelijkerwijs

moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddelijk en middelijk –

afkomstig waren/was uit enig misdrijf,

van het plegen van welk misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft

gemaakt;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 7 april 2014 ter terechtzitting onderzocht. Verdachte is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Nieuwburg voornoemd.

De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van feit 1, 2 en 3

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat niet ter discussie staat, vastgesteld.

Medio september 2009 had verdachte samen met zijn ex-vriendin bij verschillende instanties een schuld opgebouwd van ongeveer € 203.348,27.2

Op 26 juni 2012 zijn in Amsterdam onder verdachte onder meer een contant geldbedrag van (in totaal) € 124.500,-, diverse sieraden en een personenauto van het merk Audi, type A4 in beslag genomen.3 De onder verdachte in beslag genomen Audi A4 is op 31 januari 2012 voor een bedrag van € 23.500,- door verdachte gekocht.4

Op 26 juni 2012 zijn in Amsterdam onder verdachte over de periode van 13 september 2008 tot en met 21 juni 2012 aankoopbonnen van diverse goederen in beslag genomen5, te weten van (onder meer) meubels6, bedden7, (merk)kleding8, brillen9, (luxe) verzorgingsproducten10, baby uitzet11, elektronica producten12, computerapparatuur13, telefoonapparatuur14, witgoedproducten15, huishoudelijke apparatuur16, bouwmateriaal17, vliegtickets18 en tuinmateriaal19. Het totaalbedrag van de facturen, die contant zijn voldaan, bedraagt € 79.576,84.20

Van de bankrekening van verdachte is in de periode van 1 januari 2007 tot en met

24 september 2012 een totaalbedrag van € 58.316,20 aan contanten opgenomen.21

Blijkens nota’s, aangetroffen in de woning van verdachte, gedateerd respectievelijk 7 september 2011, 14 oktober 2011 en 23 oktober 2011, zijn contante bedragen van € 20.000,-, € 35.000,- en SRD 45.500,- (ofwel € 10.000,-) betaald als eerste, tweede en derde aanbetaling voor een prefab (vermoedelijk aan de [straat 1] in Paramaribo, Suriname.22

In de woning van verdachte zijn ook betalingsontvangstbewijzen aangetroffen waaruit blijkt dat door verdachte op 8 augustus 2011 een bedrag van € 45.000,- is betaald voor een aanbetaling voor de aankoop van een perceel aan de [straat 2] te Paramaribo, Suriname, en een bedrag van € 20.000,- voor een afbetaling schuld [betrokkene 1].23 Verdachte heeft daarover verklaard dat hij een bedrag van € 65.000,- heeft betaald voor het perceel aan de [straat 2] te Suriname, en dat dit bedrag bestaat uit een lening van € 20.000,- van het bedrijf [betrokkene 1], € 30.000,- van zijn broers en € 15.000,- van verdachte zelf.24

Daarnaast heeft verdachte op 13 oktober 2011 bij de Douane te Schiphol aangifte gedaan van de uitvoer van een contant bedrag van € 10.450,- vanuit Nederland naar Suriname.25

Op de rekening 3938.12.987 zijn een groot aantal contante stortingen gedaan26.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder feit 1 ten laste gelegde opzetwitwassen, met dien verstande dat - gelet op de periode - niet bewezen kan worden geacht dat verdachte daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Naar de mening van de officier van justitie kan het vermogen van verdachte niet anders dan uit misdrijf afkomstig kan zijn. Zij heeft daartoe verwezen naar de kasopstelling (waarin het contante geldverkeer in beeld is gebracht), waaruit blijkt dat verdachte een bedrag van € 387.950,36 meer contant heeft uitgegeven dan waar hij op basis van zijn legale contante inkomsten en bankopnames aan contant geld over kon beschikken. Ook heeft zij aangevoerd dat indicaties bestaan dat verdachte betrokken is bij financieel lucratieve delicten, dat - gezien bestaande witwas typologieën en feiten van algemene bekendheid - een vermoeden van witwassen bestaat en verdachte leugenachtig, tegenstrijdig en/of onaannemelijk heeft verklaard over de herkomst van de in beslag genomen goederen en bedragen.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder feit 2 ten laste gelegde gewoontewitwassen van de op de tenlastelegging vermelde goederen en een bedrag van € 260.815,36 (zijnde een lager bedrag dan vermeld op de tenlastelegging). Voor het witwassen van de goederen heeft zij verwezen naar de aangetroffen bonnen van de contante aankopen van deze goederen. Ten aanzien van het geldbedrag heeft de officier van justitie verwezen naar de kasopstelling (als vermeld op pagina 29 van het dossier), hetgeen volgens haar een “onverklaarbaar vermogen” van € 387.950,36 weergeeft, met aftrek van respectievelijk

€ 124.500,- (contant geld waarmee in feit 1 reeds rekening is gehouden) en € 2.635,- (kwitantie [straat 3] van “de heer [verdachte]”, waarvan verdachte stelt dat zijn ouders de kosten hebben voldaan hetgeen niet is uitgesloten).

Ten aanzien van het onder feit 3 ten laste gelegde heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte in de periode van 7 september 2011 tot en met 23 oktober 2011 te Paramaribo, Suriname, opzettelijk een geldbedrag van € 55.000,- en een geldbedrag van circa SRD 45.500,- (omgerekend ongeveer € 10.000,-) heeft witgewassen.

De officier van justitie heeft ook in het kader van het onder de feiten 2 en 3 ten laste gelegde aangevoerd dat indicaties bestaan dat verdachte betrokken is bij financieel lucratieve delicten, dat - gezien bestaande witwas typologieën en feiten van algemene bekendheid - een vermoeden van witwassen bestaat en verdachte leugenachtig, tegenstrijdig en/of onaannemelijk heeft verklaard over de herkomst van de in beslag genomen goederen en bedragen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het hem ten laste gelegde onder feit 1, 2 en 3 moet worden vrijgesproken. Hij stelt daartoe onder meer dat het feit dat de ouders van verdachte criminele antecedenten hebben die drugsgerelateerd zijn, strikt gescheiden moet worden gezien van verdachte. Verdachte heeft naar de mening van de raadsman een afdoende verklaring afgelegd voor de legale herkomst van de geldbedragen en goederen (onder meer gezien speelwinsten en een erfenis). De scooter is door de vriendin van verdachte gekocht bij de Domeinen en dat de Audi A4 is deels gefinancierd door verkoop van de Audi A3 van de vriendin van verdachte. Meer in het bijzonder is in aanvulling daarop ten aanzien van de concrete posten in de kasopstelling en de percelen als bedoeld in het onder feit 3 ten laste gelegde nog het volgende opgemerkt:

  • -

    Bij de bankstortingen staat een bedrag van € 75.604,72 vermeld, terwijl op pagina 1141 van het dossier een bedrag van € 57.604,72 aan contante stortingen op de rekening van verdachte staat vermeld. Volgens de raadsman van verdachte moet van het laatstgenoemde bedrag worden uitgegaan en is bij de kasopstelling (als vermeld op pagina 29 van het dossier) sprake van een verschrijving.

  • -

    De Audi A4 is mede gefinancierd met de opbrengst uit de verkoop van de Audi A3 van de vriendin van verdachte, zijnde € 10.000,-.

  • -

    Bij de contante uitgaven is ten onrechte geen rekening gehouden met de constructieve bestedingen door de vriendin van verdachte. Verwezen wordt naar de ter terechtzitting van 7 april 2014 overgelegde bankafschriften van de vriendin van verdachte.

  • -

    Er is in Suriname een bedrag van € 65.000,-, ten behoeve van de bouw van de kantoorruimte aan de [straat 1] in Suriname (voor stichting [stichting], waarvan verdachte met zijn twee broers het bestuur vormt), aan een aannemer betaald.

Het Excel bestand op pagina 394-394 van het dossier met het kopje “naar SU” heeft geen betekenis. In Suriname heeft stichting [stichting] bij [bedrijf] tegen een rente van 2% een contante lening ter hoogte van € 150.000,- verkregen, waarvan - vanwege de gunstige koers - een deel in Surinaamse dollars is gewisseld. Ter terechtzitting van 9 december 2013 heeft de raadsman van verdachte een kopie van voornoemde onderhandse geldleenovereenkomst van 28 augustus 2011 met [bedrijf] overgelegd, alsmede een uittreksel MI-Glis waaruit volgt dat het perceel aan de [straat 1] van 21 april 2005 tot 17 oktober 2013 op naam van stichting [stichting] heeft gestaan en een notariële akte waaruit blijkt dat verdachte per 2 september 2011 deel uitmaakt van het bestuur van deze stichting.

  • -

    Het bedrag van € 65.000, dat in verband met de aankoop van het perceel aan de [straat 2] in Suriname is voldaan, bestaat uit € 35.000,- van verdachte (waarvan € 20.000,- geleend van het bedrijf [betrokkene 1] van zijn oom) en € 30.000,- van de broers van verdachte. Omdat de koop niet was gelukt, kregen zij ieder hun aandeel (€ 15.000,-) terug. Ter onderbouwing van de stelling dat verdachte geen eigenaar is van het pand op het bedoelde perceel heeft de raadsman van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013 een uittreksel MI-Glis overgelegd, waarin staat dat het bedoelde perceel op 7 november 2012 (nog steeds) op naam van [betrokkene 2] staat.

  • -

    Het bedrag van € 2.635,- ter zake van de [straat 3] te Suriname is door de ouders van verdachte betaald toen zij het pand op naam van verdachte en zijn broers overgeschreven hebben.

Ter onderbouwing van deze stelling wordt door de raadsman van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013 een koopovereenkomst (tussen verdachtes vader en een plantage), een notarisverklaring (van de verkoop van het perceel aan verdachte en zijn broers), een uittreksel MI-Glis (overschrijving van het perceel op naam van verdachte en zijn broers) en een kwitantie ad € 2.635,- overgelegd.

Beoordeling door de militaire kamer

Feiten en omstandigheden die vermoeden witwassen rechtvaardigen

De militaire kamer stelt voorop dat uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat bewezen wordt geacht dat een geldbedrag “uit enig misdrijf afkomstig is” als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het uit enig misdrijf afkomstig is.

Onder verdachte is een groot contant geldbedrag en luxe goederen in beslag genomen. Daarnaast heeft verdachte een groot aantal contante uitgaven gedaan.

De politie heeft in een kasopstelling enerzijds het tussen 1 januari 2007 en 24 september 2012 van de bank contant opgenomen geld en anderzijds de som van de in de vaststaande feiten genoemde bankstortingen (waarbij is uitgegaan van € 75.604,72 aan stortingen), contante uitgaven en het contante bezit weergegeven waarbij een saldo is berekend van

€ 387.950,00 meer contante uitgaven dan legaal te herleiden contante inkomsten27.

Daarnaast is sprake van bijkomende omstandigheden die typerend zijn voor witwassen.

Een voorbeeld is dat verdachte nauwe banden heeft met personen met criminele antecedenten. De vader van verdachte is in 2004 ter zake van deelneming aan een misdadige/verboden rechtspersoon en het medeplegen van invoer van cocaïne veroordeeld28, terwijl de moeder van verdachte en de persoon waarmee zij een relatie heeft ten tijde van het opmaken van het dossier in onderhavige zaak als verdachte zijn aangemerkt ten aanzien van de invoer van een partij van ruim 2000 kilo cocaïne29. Voorts de telefoongesprekken tussen verdachte en zijn moeder op 28 maart 2012. In dossier wordt over de inhoud van deze gesprekken onder meer opgemerkt: “[verdachte] vraagt waarom zij weer mensen bij haar thuis laat komen. Zij vraagt waar het geld dan geteld moet worden en of hij het dan op straat moet tellen. [verdachte] stelt dat ze zelf ook kan controleren. Zij zegt dat het niet kan en dat het zo veel is.”30

Onder deze omstandigheden mag van verdachte verlangd worden dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de grote hoeveelheid aan contante uitgaven die niet gedekt wordt door legale contante opname en voor het bezit van een contant geldbedrag van € 124.500,-- die evenmin uit een opname van de bank kan worden herleid.

De militaire kamer zal achtereenvolgens bespreken het inbeslaggenomen geld, de in beslag genomen goederen, de bankstortingen en de contante uitgaven bespreken en de op die punten door verdachte genoemde verklaringen en de door de verdediging gevoerde verweren.

Daarbij gaat de militaire kamer tenslotte ook in op de vraag of bewezen kan worden geacht dat verdachte bedragen en percelen in Suriname heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet.

Het geldbedrag van € 124.500,-

Ten aanzien van het contante geldbedrag dat in de kluis van verdachte is aangetroffen, heeft verdachte verklaard dat dit gedeeltelijk afkomstig is van de erfenis van zijn opa (die hij via zijn vader zou hebben verkregen) en van de winsten die hij heeft behaald met gokken.

Daarnaast zou een bedrag van € 3.000,- wisselgeld zijn voor 5.000 bezoekers voor een evenement van [betrokkene 3].

Speelwinsten in verband met gokken

Ter onderbouwing van de stelling dat verdachte veel winst maakt in casino’s zijn onder meer kopieën van “purchase receipts” overgelegd (respectievelijk met bedragen van € 2.950,-,

€ 7.500,-, € 6.500,- en € 8.000.-), alsmede een foto van een persoon die fiches toont van [casino]. Verdachte heeft bovendien verklaard dat bij [casino] boven een bedrag van

€ 15.000,- pas wordt gesproken over “speelwinst” en verdachte vaak weggegaan is met een kleiner bedrag. Voorts heeft de raadsman van verdachte verwezen naar pagina 1222 van het dossier, inhoudende uitdraaien van observaties van verdachte in het casino door de afdeling Security & Risk Control van [casino], waaruit volgens hem blijkt dat verdachte in april 2012 een speelwinst van € 37.000,- heeft gemaakt.

Vooropgesteld wordt dat het een feit van algemene bekendheid is dat het uitzonderlijk is dat dat een persoon structureel nettowinsten behaald met kansspelen. In de dossierstukken zijn naar het oordeel van de militaire kamer geen aanwijzingen opgenomen op grond waarvan verdachte in dit opzicht een uitzondering betreft. Van het merendeel van de (geregistreerde) bedragen die door [casino] zijn uitgekeerd (contant aan verdachte, op de bankrekening van verdachte en/of de bankrekening van [betrokkene 3]) is immers niet vastgesteld dat het speelwinst betrof.31 Bovendien is gebleken dat verdachte tijdens de onderzoeksperiode met online kansspelen een groter bedrag verloren heeft, dan hij heeft gewonnen.32 De militaire kamer is dan ook van oordeel dat niet aannemelijk is dat verdachte herhaaldelijk substantiële, contante speelwinsten zou hebben behaald in het casino. De purchase receipts en de door de verdediging overgelegde foto, waarvan niet kan worden vastgesteld of het verdachte is die daarop staat afgebeeld, doen aan het voorgaande niet af. Uit het feit dat verdachte in de lijst van winst/verlies-registratie over de maand april 2012 voorkomt met “een plus van 37” kan de militaire kamer niet zonder meer afleiden dat bij verdachte sprake is geweest van een speelwinst van € 37.000,-. Daarbij komt dat verdachte een aantal malen gelden bij [casino] heeft willen laten registreren als speelwinst hetgeen werd geweigerd omdat niet kon worden vastgesteld dat sprake was van speelwinsten.33

Aan het voorgaande voegt de militaire kamer toe dat verdachte over de besteding van de beweerdelijk speelwinsten wisselend heeft verklaard. Enerzijds heeft hij verklaard dat hij een deel van het geld uitgaf aan reizen en mooie spullen en een deel ervan in de kluis bewaarde, terwijl hij anderzijds heeft verklaard de gewonnen bedragen als speelwinst te willen storten “om alles netjes te registeren” voor onder meer de belastingdienst.34 Deze tegenstrijdigheid maakt de verklaringen van verdachte over zijn speelwinsten naar het oordeel van de militaire kamer des te meer ongeloofwaardig.

De erfenis van opa ad € 45.000,-

Ter terechtzitting van 7 april 2014 zijn een tweetal stukken overgelegd ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een geldbedrag van € 45.000,- zou hebben ontvangen uit een erfenis van zijn opa.

Het eerste stuk betreft een inlichtingenstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, gedateerd 6 november 2013, waarin staat vermeld dat [opa verdachte], geboren op [geboortedatum 2] op 17 september 2010 in Nederland is overleden en acht kinderen heeft, waaronder de vader van verdachte. Het tweede stuk betreft een schriftelijke verklaring van de vader van verdachte, gedateerd 15 december 2013, dat hij in 2011 een bedrag van € 45.000,- aan verdachte heeft geschonken op verzoek van zijn vader [opa verdachte] die in 2010 is overleden.

De militaire kamer overweegt dat de overgelegde stukken onvoldoende aannemelijk maken dat verdachte een bedrag van € 45.000,- heeft ontvangen uit een erfenis. Het is ongebruikelijk dat in het kader van een erfenis een omvangrijk bedrag contant ter beschikking wordt gesteld en vervolgens niet op een bankrekening wordt gestort. Deze omstandigheid, bezien in samenhang met het feit dat de vader van verdachte - zoals eerder vermeld - ter zake van deelneming aan een misdadige/verboden rechtspersoon en het medeplegen van invoer van cocaïne is veroordeeld35, duidt er naar het oordeel van de militaire kamer op dat aannemelijker is dat het bedrag dat verdachte stelt te hebben verkregen van zijn vader, niet uit een erfenis is verkregen maar uit een andere, illegale, bron. De militaire kamer acht de stelling van verdachte dat hij de gehele opbrengst van de door zijn opa aan zijn vader nagelaten grond (volgens de laatste wens van zijn opa) toebedeeld zou hebben gekregen des temeer onaannemelijk nu verdachte eveneens heeft verklaard dat daarover niets in het testament stond en hij twee broers heeft36.

Wisselgeld voor een evenement ad € 3.000,-

De militaire kamer overweegt dat de stelling van verdachte, dat zich in de kluis € 3.000,- aan wisselgeld bevond voor een evenement, evenmin aannemelijk wordt geacht. Verdachte heeft immers (op 26 juni 2012) aangegeven dat hij pas 36 kaarten voor het evenement had verkocht.37

Resumé geldbedrag

Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer het betoog van de verdediging, dat het onder verdachte in beslag genomen contante geldbedrag van € 124.500,- geld zou betreffen afkomstig uit gokwinsten en/of een erfenis en/of bestemd als wisselgeld te dienen voor een evenement, onaannemelijk. Eveneens betrekt de militaire kamer in haar overwegingen dat het voorhanden hebben van een dergelijk omvangrijk, contant bedrag in grote coupures (onder verdachte zijn 241 biljetten van € 500,- aangetroffen) kenmerkend is voor witwassen.

De militaire kamer overweegt dat het geldbedrag van € 124.500,- aan contanten, zoals ook door de officier van justitie terecht is opgemerkt, niet meegenomen kan worden voor het ten laste gelegde onder feit 2 nu het reeds is meegenomen onder feit 1.

Goederen

Verdachte heeft verklaard dat de inbeslaggenomen sieraden in de kluis van zijn moeder en/of zus zijn en de in beslag genomen scooter van zijn vriendin. Ten aanzien van de in beslag genomen Audi A4 heeft hij verklaard, dat hij deze contant heeft betaald, maar daarvoor wel een andere auto, te weten de Audi A3 van zijn vriendin - voor een bedrag van € 10.000,- - heeft verkocht aan een autobedrijf in Friesland.

Sieraden

Ter terechtzitting van 9 december 2013 is door de raadsman van verdachte correspondentie overgelegd tussen de verdediging en de officier van justitie.

Daaruit volgt dat door de verdediging wordt gesteld dat een deel van de in beslag genomen sieraden van de zus, dochter en/of vriendin van verdachte is. Blijkens de brief van de raadsman van 2 november 2012 is een deel van de in beslag genomen sieraden reeds aan de vriendin van verdachte geretourneerd.

De militaire kamer overweegt dat verdachte consequent heeft verklaard dat een groot deel van de sieraden die in zijn kluis zijn aangetroffen van zijn moeder en zijn zus zijn en dat het oud Surinaams goud betreft waarvan hij geen aankoopbewijzen kan overleggen.38 Uit een tapgesprek tussen verdachte en zijn moeder blijkt dat er gouden sieraden van haar en de vader van verdachte in een bakje in de kluis van verdachte zaten39. Op grond hiervan gaat de militaire kamer er vanuit dat een deel van de gouden sieraden aan een ander dan verdachte toebehoren.

De Audi A4

Ter terechtzitting van 7 april 2014 heeft de raadsman van verdachte een kopie van registratie bij de RDW overgelegd, waaruit blijkt dat in de periode van 13 augustus 2011 tot 7 januari 2012 een Audi A3 (kenteken [kenteken]) op naam van de vriendin van verdachte heeft gestaan.

Vast staat dat de onder verdachte in beslag genomen Audi A4 op 31 januari 2012 voor een bedrag van € 23.500,- door verdachte is gekocht. Verdachte heeft gesteld dat hij de auto van zijn vriendin voor een bedrag van € 10.000,- heeft verkocht. Indien en voor zover aannemelijk kan worden geacht dat verdachte de inruilwaarde van deze auto heeft gebruikt om de in beslag genomen Audi A4 te kunnen kopen, heeft verdachte daar zelf nog een aanzienlijk bedrag bij hebben moeten voegen teneinde de in beslag genomen Audi A4 te kopen. Gelet op de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden is aannemelijk dat dit bedrag van € 13.500,= van misdrijf afkomstig is.

Aldus is sprake van “vermenging” en is de militaire kamer van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat ook voor wat betreft de aankoop van de Audi A4 sprake is van witwassen.

De scooter

Ter terechtzitting van 9 december 2013 is een factuur, gedateerd 22 juni 2010, overgelegd op naam van de vriendin van verdachte. Daarop staat onder meer een Vigo snorscooter vermeld. Verdachte heeft gesteld dat het de in beslag genomen scooter betreft. Op 7 april 2014 heeft de raadsman van verdachte toegelicht dat de bedoelde scooter zonder kentekenpapieren bij de Domeinen door verdachtes vriendin is gekocht en later, op 29 juni 2010, naam is gesteld.

Anders dan de officier van justitie is de militaire kamer van oordeel dat niet onaannemelijk is dat de op de factuur vermelde snorscooter van de vriendin van verdachte is. Dat in het dossier staat vermeld dat de datum van eerste toelating 29 juni 2010 is, acht de militaire kamer - gelet op de verklaring van de raadsman van verdachte hieromtrent - niet bevreemdend. De enkele vermelding in het dossier dat de in beslag genomen scooter op naam van verdachte staat, leidt de militaire kamer evenmin tot een ander oordeel. Voor zover het ten laste gelegde feit 1 ziet op het voorhanden hebben van een scooter, PMI, type Vigo ziet, zal de militaire kamer verdachte dan ook vrijspreken.

Bankstortingen

In het dossier wordt op verschillende plaatsen melding gemaakt van de door verdachte cash op zijn bankrekening gestorte bedragen. In de periode van 1 januari 2007 tot en met 4 mei 2012 heeft hij een bedrag van € 57.604,72 aan contanten gestort40 en over de periode van 1 januari 2007 tot en met 24 september 2012 een bedrag van € 75.604,7241. Naar het oordeel van de militaire kamer is aldus geen sprake van een verschrijving. Niettemin ziet de militaire kamer reden om een bedrag van € 3.500,- op de vermelde € 75.604,72 in mindering te brengen, zodat een bedrag van € 72.104,72 resteert, aangezien dat deel van de contante stortingen buiten de ten laste gelegde periode tot 25 juni 2012 valt .

Contante uitgaven

Betaling Audi A4

De inbeslaggenomen Audi A4 wordt ook betrokken in de berekening van de contante uitgaven. Verdachte stelt, zoals reeds overwogen, dat hij deze Audi A4 deels heeft gefinancierd uit de opbrengst van de verkoop van de Audi A3 van zijn vriendin. Dit acht de militaire kamer niet onaannemelijk, mede gezien de door de raadsman overgelegde kopie van registratie bij de RDW, waaruit blijkt dat gedurende enige tijd – namelijk tot 7 januari 2012 - een Audi A3 op haar naam geregistreerd stond. Verdachte heeft gesteld dat de bedoelde Audi A3 een bedrag van € 10.000,- heeft opgebracht en de militaire kamer zal dit bedrag dan ook in mindering brengen op het - ter zake van de aankoop van de Audi A4 in de kasopstelling vermelde - bedrag van

€ 23.500,-, waarmee een bedrag van € 13.500,- resteert.

Contante facturen/aangekochte goederen

In de door de verdediging ter terechtzitting overgelegde bankafschriften van de vriendin van verdachte over de periode 1 januari 2009 tot en met 19 april 2009 staan een aantal contante bankopnames vermeld met kleine bedragen, een grote opname van € 2.000,- en een storting van € 610,-.

De militaire kamer acht aannemelijk dat de kleine contante bedragen zijn aangewend ten behoeve van levensonderhoud en zodoende een bedrag van € 1.390,- resteert voor de relatief grotere uitgaven als bedoeld in de facturen waarop de officier van justitie in de kasopstelling doelt, hetgeen een bedrag van ongeveer € 400,- gemiddeld per maand oplevert voor degelijke bestedingen. Nu de ten laste gelegde periode een periode van ongeveer 3 jaar en zes maanden bedraagt, zijnde 42 maanden, gaat de militaire kamer er vanuit dat de vriendin van verdachte in de ten laste gelegde periode een (totaal)bedrag van € 16.800,-, te weten €400 x 42 maanden, aan contante betalingen als bedoeld op de aangetroffen facturen voor haar rekening heeft genomen. Dit betekent dat aannemelijk is dat verdachte in dit kader een bedrag van € 62.776,84

(€ 79.576,84 - € 16.800,-) heeft voldaan. Gesteld noch onderbouwd is dat verdachtes vriendin maandelijks meer contant geld heeft opgenomen en daarmee een groter aandeel heeft gehad in de betalingen van de facturen dan het gemiddelde dat uit de door verdachte overgelegde bankafschriften blijkt.

(Betaling) perceel [straat 1] te Suriname

Door “familie [verdachte]” zijn op respectievelijk 7 september 2011, 14 oktober 2011 en 23 oktober 2011 contante betalingen van respectievelijk € 20.000,-, € 35.000,- en SRD 45.000,- (ofwel

€ 10.000,-) verricht ten behoeve van het perceel aan de [straat 1].

Verdachte heeft aangevoerd dat deze bedragen in Suriname zijn voldaan met geld dat door stichting [stichting] in Suriname is verkregen middels een lening bij [bedrijf].

De militaire kamer ziet zich voor de vraag gesteld of aannemelijk kan worden geacht dat, zoals de verdediging heeft gesteld, niet verdachte maar stichting [stichting] het perceel aan de [straat 1] te Suriname heeft gefinancierd en verdachte voornoemde bedragen niet (tevens) in Nederland voorhanden heeft gehad.

Financieringsbron

De militaire kamer is van oordeel dat de verklaring van verdachte over de door [bedrijf] verstrekte lening aan stichting [stichting] ongeloofwaardig is. Uit de door de verdediging ter terechtzitting van 9 december 2013 overgelegde overeenkomst, gedateerd 28 augustus 2011, waarin deze lening is vastgelegd, blijkt het volgende: Er wordt in Suriname een bedrag in euro’s geleend aan stichting [stichting] te Suriname, op dit bedrag van € 150.000,- moet na een jaar een vast maandelijks bedrag in euro’s (exclusief rente) worden afgelost, de rente bedraagt 2% en het huis en het perceel aan de [straat 1] nummer [nummer] te Suriname dient als onderpand. Verdachte heeft bovendien ter terechtzitting verklaard dat voornoemd bedrag contant aan de broer van verdachte is uitbetaald, omdat de stichting nog geen bankrekening had en nog steeds niet heeft. De militaire kamer overweegt dat de voorwaarden waaronder de lening zou zijn verstrekt, erg ongebruikelijk zijn. Daarnaast acht de militaire kamer, zoals de officier van justitie terecht heeft opgemerkt, bevreemdend dat het perceel aan de [straat 1] te Suriname vrij is van hypothecaire inschrijvingen42, hetgeen betekent dat het onderpand nooit zou zijn gevestigd, en pas in 2013 het huisnummer [nummer] aan het perceel aan de [straat 1] te Suriname zou zijn toegekend43, terwijl dit nummer in de overeenkomst (gesloten in 2011) reeds wordt vermeld. Voorts acht de militaire kamer relevant dat verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013, zoals hierna nog zal worden besproken, ook wisselend heeft verklaard over of het geleende bedrag in Nederland of Suriname zou zijn uitgekeerd.

Gelet op het voorgaande, en het feit dat de kwitanties van de betalingen van het (totaal)bedrag van € 65.000,- in de woning van verdachte zijn aangetroffen, acht de militaire kamer aannemelijk dat niet stichting [stichting] maar verdachte het perceel aan de [straat 1] te Suriname heeft gefinancierd. Temeer nu in de laptop van verdachte een offerte is aangetroffen voor de bouw van een woning, waarbij bouwtekeningen zijn gevoegd die door verdachte voor akkoord zijn ondertekend44 Verder zijn in de laptop - op naam van verdachte - verschillende stukken aangetroffen die verband houden met voornoemde woning, waaronder een factuur voor een tweede aanbetaling voor kozijnen, een offerte voor diverse huishoudelijke apparatuur en een offerte voor de aanleg van een zwembad.45 Verdachte heeft erkend dat hij de offerte en de bouwtekeningen, die zien op het perceel aan de [straat 1], heeft ondertekend. Ook heeft verdachte verklaard dat de contante betalingen van € 20.000,-,

€ 35.000,- en SRD 45.000,- (ofwel € 10.000,-) niet op naam van de stichting zijn gedaan, er een huis/kantoor gebouwd werd op de [straat 1], hij op eigen naam aankopen deed voor de inrichting van het huis, hij een container vanuit Nederland naar Suriname heeft laten verzenden met uitsluitend huisraad en hij niet kan verklaren waarom zijn vriendin zich bemoeit met de aanschaf van meubels voor die woning in Suriname.46

Geldbedragen in Nederland en/of Suriname en uitvoer van geld naar Suriname

De militaire kamer acht aannemelijk dat verdachte de door hem voldane bedragen van in totaal

€ 65.000,- zowel in Nederland als Suriname voorhanden heeft gehad.

Op de laptop van verdachte is een Excel-bestand aangetroffen betreffende de bouw van een woning met een uitsplitsing van kosten voor een totaalbedrag van € 128.150,-.47 Verdachte heeft verklaard dat met de aanduiding “naar Su” wordt bedoeld “naar Suriname” en dat inderdaad een bedrag van € 65.000,-, zoals vermeld op de lijst, ten behoeve van het perceel aan de [straat 1] te Suriname is betaald aan de aannemer.48

Voorts blijkt uit het dossier dat verdachte ten tijde van de betaling van de contante betalingen van de bedragen van € 20.000,-, € 35.000,- en SRD 45.000,- (ofwel € 10.000,-) op respectievelijk 7 september 2011, 14 oktober 2011 en 23 oktober 2011 in Suriname verbleef. Uit vluchtgegevens van de KLM blijkt immers dat verdachte op 23 augustus 2011 van Amsterdam naar Paramaribo is gevlogen en op 8 september 2011 is terug gevlogen en dat hij op 12 oktober 2011 wederom van Amsterdam naar Paramaribo is gevlogen en op 23 oktober 2011 weer terug.49

Op grond van het voorgaande gaat de militaire kamer er vanuit dat verdachte de in het Excel-bestand genoemde bedragen vanuit Nederland heeft meegenomen naar Suriname ten behoeve van de bouw op voornoemd perceel. De enkele stelling van verdachte ter terechtzitting, dat het Excel-bestand slechts een proefberekening betreft, acht de militaire kamer ongeloofwaardig. Temeer nu verdachte inconsistent heeft verklaard over de uitkering en het gebruik van het (beweerdelijk geleende) bedrag, nu er door verdachte wisselend is verklaard over de geldstromen van en naar Nederland-Suriname: “Een deel van het geld is naar Nederland gekomen voor de aanschaf van goederen. (…) Ik denk dat we ongeveer € 36.000,- hebben opgemaakt. (…) Mijn broers en ik namen zelf het geld mee over de grens. (…) Het klopt dat we het geld op een rekening hadden kunnen storten en daarna in Suriname eraf hadden kunnen halen, maar dat hebben we niet gedaan om problemen te voorkomen. De bonnen van de goederen zijn allemaal een beetje uit dezelfde periode. We hebben dus € 30.000,- in korte tijd uitgegeven. Ik weet niet meer hoe alles naar Nederland is gekomen. (…) De € 65.000,- hebben we in Suriname betaald. (…) De andere bedragen zijn gebruikt in Nederland. (…) We hadden

€ 150.000,- geleend om het pand te laten bouwen. Ik heb daarvan niets naar Suriname gebracht. (…) Het enige wat ik heb meegenomen is een bedrag van € 10.000,-. Dat heb ik destijds ook aangegeven bij de douane. (…) De totale kosten van het pand waren € 235.000,-. (…) Ik heb nu nog € 37.000,- over. Dat is contant geld, dat bedrag is naar Nederland gehaald.”50

De militaire kamer acht bewezen dat verdachte in de periode van 7 september 2011 tot en met

23 oktober 2011 in Paramaribo, Suriname, een geldbedrag van € 55.000,- en een geldbedrag van SRD 45.500,- (ongeveer gelijk aan € 10.000,-) voorhanden heeft gehad en omgezet (van belang in het kader van het ten laste gelegde onder feit 3). De militaire kamer acht eveneens bewezen dat verdachte deze bedragen vanuit Nederland naar Suriname heeft meegenomen. Gezien de melding bij de Douane op Schiphol, van de uitvoer van een contant bedrag van € 10.450,- door verdachte vanuit Nederland naar Suriname, gaat de militaire kamer er vanuit dat een bedrag van

€ 10.000,- deel uitmaakt van het hiervoor genoemde totaalbedrag van € 65.000,-.

Dit betekent voor de kasopstelling, om dubbeltelling te voorkomen, dat de militaire kamer voor de post “betaling perceel [straat 1] te Suriname” uitgaat van een bedrag van € 55.000,- en voor de post “uitvoer contant geld naar Suriname” uitgaat van een bedrag van

€ 10.450,- (van belang in het kader van het ten laste gelegde onder feit 2).

Verwerven, voorhanden hebben, overdragen en/of omzetten van het perceel

Overigens staat, gelet op het door de verdediging ter terechtzitting van 9 december 2013 overgelegde uittreksel MI-Glis, vast dat het perceel aan de [straat 1] te Suriname gedurende de gehele onder feit 3 ten laste gelegde periode op naam van stichting [stichting] heeft gestaan. De militaire kamer acht, evenals de officier van justitie, aldus niet bewezen dat verdachte het betreffende perceel heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet. Van dit deel van het ten laste gelegde onder feit 3 zal de militaire kamer verdachte dan ook vrijspreken.

(Betaling) perceel [straat 2] te Suriname

De militaire kamer overweegt dat door verdachte niet wordt betwist dat hij een bedrag van

€ 65.000,- heeft voldaan in verband met de aankoop van het perceel aan de [straat 2] te Suriname.

Voorts is het de vraag of het gehele bedrag in de (voor het onder feit 2 ten laste gelegde) kasopstelling moet worden meegenomen, nu verdachte heeft verklaard dat een bedrag van

€ 30.000,- afkomstig was van zijn broers. Anders dan de officier van justitie acht de militaire kamer deze verklaring van verdachte niet onaannemelijk. Uit afschriften van de bankrekening van [betrokkene 1] blijkt immers dat aan zowel verdachte als één van zijn broers ter zake van de aankoop van een perceel in Suriname een bedrag van € 15.000,- is overgemaakt.51 Ter zake van de kasopstelling (van belang voor het ten laste gelegde onder feit 2) gaat de militaire kamer aldus uit van het (lagere) bedrag van € 35.000,-.

Gezien de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013 en het in dat kader door de verdediging overgelegde uittreksel MI-Glis, waaruit blijkt dat het perceel aan de [straat 2] te Suriname op 7 november 2012 (nog steeds) op naam van [betrokkene 2] staat, gaat de militaire kamer er vanuit dat de koop van het perceel geen doorgang heeft gevonden. De militaire kamer acht aldus, evenals de officier van justitie, niet bewezen dat verdachte het betreffende perceel heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet. Van dit deel van het ten laste gelegde onder feit 3 zal de militaire kamer verdachte vrijspreken.

(Betaling) perceel [straat 3] te Suriname

In de woning van verdachte is een betalingsontvangstbewijs aangetroffen, gedateerd 8 september 2011, voor een bedrag van € 2.635,-, ten behoeve van de overdracht van een perceel aan de [straat 3] te Paramaribo, Suriname. Door verdachte is, met stukken onderbouwd, gesteld dat het bedoelde perceel op naam van zijn vader stond en is opgeschreven op naam van hem en zijn broers. Verdachte heeft betoogd dat voornoemde overdrachtskosten ad € 2.635,- door zijn ouders zijn betaald. De militaire kamer acht dit, evenals de officier van justitie, niet onaannemelijk. Om deze reden laat de militaire kamer het in de kasopstelling vermelde bedrag van € 2.635,- voor de ten laste gelegde feiten 2 en 3 verder buiten beschouwing (hetgeen betekent dat deze bedragen op de in de tenlastelegging genoemde bedragen in mindering worden gebracht).

Ook volgt de militaire kamer de officier van justitie voor wat betreft haar stelling dat niet is gebleken bij de overdracht van het perceel sprake is geweest van witwassen, zodat de militaire kamer verdachte daarvan (hetgeen onder het ten laste gelegde feit 3 is opgenomen) eveneens vrij zal spreken.

Resumé kasopstelling

De militaire kamer komt, gelet op het voorgaande, tot de volgende (aangepaste) kasopstelling:

Contante ontvangsten (bankopnames) € 58.316,20

Uitgaven

Aangetroffen contanten -

Bankstortingen € 72.104,72

Betaling Audi A4 € 13.500,00

Contante facturen € 62.776,84

Betaling [straat 1] € 65.000,00

Betaling [straat 2] € 35.000,00

Betaling [straat 3] -

Uitvoer contanten naar Suriname € 450,00

=========

€ 248.831,56

Totaalbedrag contante uitgaven € 248.831,56

=========

Saldo contante uitgaven waarvoor geen legale bron is: € 190.515,36

Nu verdachte in de periode van 1 januari 2007 tot en met 25 juni 2012 per saldo € 190.515,36 contant heeft uitgegeven zonder dat daar een legale bron voor bestond en daarnaast een contant geld bedrag van € 124.500,00 in zijn bezit had kan het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden, mede gelet op de hiervoor genoemde bijkomende omstandigheden, niet anders zijn dan dat dit geld uit enig misdrijf afkomstig is. dat ook de uitgaven zijn gedaan met uit misdrijf afkomstig geld en dat dus ook de daarmee aangeschafte goederen daar (middellijk) uit afkomstig zijn.

Conclusie

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, 2 en ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 26 juni 2012 in de gemeente Amsterdam, voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag van Euro 124.500,-,

- sieraden

- een personenauto (merk: Audi, type: A4),

voorhanden heeft gehad,

terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp(en) -onmiddellijk en middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Conclusie

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde onder feit 2 en 3 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

2.

hij op meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 25 juni 2012, in de gemeente Amsterdam, althans in Nederland, voorwerpen te weten:

- geldbedragen met een gezamenlijk beloop van circa Euro 190.515,36,

- goederen, te weten (een hoeveelheid):

* meubels,

* bedden,

* (merk) kleding,

* brillen,

* (luxe) verzorgingsproducten,

* baby uitzet,

* elektronica producten,

* computerapparatuur,

* telefoonapparatuur,

* witgoedproducten,

* huishoudelijke apparatuur,

* bouwmateriaal,

* vliegtickets,

* tuinmateriaal,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk en middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,

van het plegen van welk misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij op meer tijdstippen in of de periode van 7 september 2011 tot en met 23 oktober 2011, te Paramaribo, althans in Suriname, voorwerpen, te weten:

- meer geldbedragen met een gezamenlijk beloop van circa Euro 55.000,-,

- één geldbedrag van circa 45.500 Surinaamse dollars (omgerekend gelijk aan ongeveer Euro 10.000,-),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet,

althans van genoemde geldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk en middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf,

van het plegen van welk misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft

gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Witwassen.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 telkens:

Van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder de feiten 1, 2 en 3 bewezenverklaarde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden. De officier van justitie heeft hierbij enerzijds rekening gehouden met het blanco strafblad van verdachte, en anderzijds met de aard en ernst (mede gezien de omvang en de tijdsspanne) van de gepleegde feiten, straffen in soortgelijke zaken en het feit dat verdachte ten tijde van de gepleegde feiten als militair bij de Koninklijke Marechaussee werkzaam was.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich niet uitgelaten over de strafeis van de officier van justitie, nu hij van mening is dat verdachte moet worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.

Beoordeling door de militaire kamer

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan; en

- de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij mede is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van verdachte, gedateerd 10 juni 2013.

De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van vijfeneenhalf jaar schuldig gemaakt aan het witwassen van crimineel vermogen in Nederland en Suriname. Door een aanzienlijke, illegale geldstroom aan het zicht van justitie en fiscus te onttrekken, heeft verdachte de Nederlandse staat en daarmee ok de samenleving financieel aanzienlijk benadeeld en de integriteit van het financiële verkeer aangetast. De militaire kamer rekent dit verdachte temeer aan, nu verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten werkzaam was als militair en wel, als marechaussee en daarmee als opsporingsambtenaar. Aan opsporingsambtenaren mogen ten aanzien van hun integriteit extra zware eisen worden gesteld. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf acht de militaire kamer dan ook geboden.

Gelet op de omstandigheid dat de militaire kamer minder bewezen acht dan hetgeen de officier van justitie ten laste heeft gelegd, en verdachte voorts een (vrijwel) blanco strafblad heeft, acht de militaire kamer een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden gepast.

6a. Ten aanzien van het beslag

Ten aanzien van de in beslag genomen geldbedragen en goederen is blijkens pagina 1124 een totaaloverzicht opgemaakt. De bedoelde beslaglijst is als bijlage bij dit vonnis gevoegd.

De officier van justitie heeft gevorderd dat in de beslaglijst opgenomen goederen met IBN-nummers 12-046191 32 84, 86, 89, 9-, 95, 96 en 99 aan de vriendin van verdachte[betrokkene 4] en de goederen, opgenomen onder de IBN-nummers 79 tot en met 84 retour aan zijn zus [betrokkene 5], worden geretourneerd.

De overige goederen, zijnde het geldbedrag van € 124.500,- (onder de IBN-nummers 12-046191 1 tot en met 7), de Audi A4 (onder IBN-nummer 12-046191 41), de scooter van het merk PMI, type Vigo (onder IBN-nummer 12-046191 43), en de sieraden - voor zover die niet worden teruggegeven aan de vriendin en/of zus van verdachte - dienen naar haar mening aan het verkeer te worden onttrokken.

De raadsman van verdachte heeft opgemerkt dat hij, voor wat betreft de in beslag genomen sieraden, de mening van de officier van justitie deelt. Voorts is hij van mening dat de Audi A4, de scooter (althans de opbrengst daarvan) en het geldbedrag van € 124.500,- dient te worden geretourneerd aan verdachte.

Voor wat betreft de goederen met beslagnummers: 12-046191 16 088, 12-046191 32 089, 12-046191 35 087 blijkt uit de omschrijving dat het hier gaat om herenhorloges en het beslagnummer 12-046191 32 01, het betreft hier een brillenkoker voor een man (“homme”) gaat de militaire kamer er vanuit dat deze aan verdachte toebehoren en dat deze verbeurd dienen te worden verklaard nu dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke het feit is begaan. Het geldbedrag van € 124.500,- (onder de IBN-nummers 12-046191 1 tot en met 7), de Audi A4 (onder IBN-nummer 12-046191 41), en de sounddok onder IBN-nummer 12-046191 18 dienen naar het oordeel van de militaire kamer eveneens verbeurd te worden verklaard. Ook dit zijn voorwerpen zijn met betrekking tot welke het feit is begaan.

De goederen en sieraden die niet aan verdachte toebehoren, dienen aan de rechthebbenden te worden geretourneerd.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24, 27, 33, 33a, 57, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten als vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

8a. Ten aanzien van het beslag

Verklaart verbeurd de goederen met IBN-nummers: 12-046191 16 088, 12-046191 32 089, 12-046191 35 087 (de herenhorloges), 12-046191 32 01 (de brillenkoker homme), nummers 12-046191 1 tot en met 7 (het contante geld €124,500,00), 12-046191 41 (de Audi A4) en 12-046191 18 (de sounddok).

Beveelt de teruggave van de overige inbeslaggenomen en nog niet teruggeven goederen aan de rechthebbenden.

Aldus gewezen door:

mr. J.M.J.M. Doon, voorzitter, mr. T.P.E.E. van Groeningen, rechter, en kapitein ter zee van administratie mr. F.N.J. Jansen, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.W.M. Heutinck, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 april 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de Staf Commandant van de Koninklijke Marechaussee, opgemaakte proces-verbaal van relaas, documentcode 111004.1122.AMH, gesloten op 13 december 2012, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 95 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013.

3 Het proces-verbaal van conservatoir beslag, p. 1171-1175.

4 Een schriftelijk bescheid, inhoudende een factuur van Vaartland.nl op naam van verdachte, gedateerd 31 januari 2012, p. 1201.

5 Het proces-verbaal van bevindingen van aankoopbonnen, p. 147-148, met als bijlage een schriftelijk bescheid, inhoudende een overzicht van alle facturen/aankoopbonnen.

6 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 159, 162, 166, 195, 197 en 214.

7 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 173, 208 en 209.

8 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 156, 157, 158, 163 en 179.

9 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 175, 177, 180 en 181.

10 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 153 en 193.

11 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 152, 154, 155 en 170.

12 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 167, 175, 189 en 199.

13 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 183.

14 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 156.

15 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 192 en 198.

16 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 190, 196 en 212.

17 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 194, 212, 213, 214 en 215.

18 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 202, 203 en 204.

19 Schriftelijke bescheiden inhoudende facturen/aankoopbonnen, p. 206.

20 Het proces-verbaal van bevindingen (aankoopbonnen), p. 148.

21 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013 en het proces-verbaal van bevindingen (Rabobank rekeningafschriften verdachte), p. 125 met als bijlage een schriftelijke bescheid, inhoudende een Excel lijst met bankmutaties, p. 129-146.

22 Het proces-verbaal van bevindingen (documenten Suriname), p. 409, met als bijlage schriftelijke bescheiden, te weten drie nota’s en een offerte, p. 416-419.

23 Het proces-verbaal van bevindingen (documenten Suriname), p. 409, met als bijlage schriftelijke bescheiden, te weten twee betalingsontvangstbewijzen, p. 412 en 413.

24 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013.

25 Het proces-verbaal van bevindingen (uitvoer geld naar Suriname), p. 376 en 377, met als bijlage een schriftelijk stuk zijnde een aangifteformulier, p. 379.

26 Het proces-verbaal van bevindingen (Rabobank rekeningafschriften verdachte), p. 122 en 123 en het daarbij gevoegde schriftelijke bescheid, inhoudende een Excel lijst met bankmutaties, p. 129-146.

27 Proces-verbaal van relaas, p.26

28 Het proces-verbaal van bevindingen (restinformatie), p. 58.

29 Het proces-verbaal van relaas, p. 16.

30 Het proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming, p. 1041.

31 Het proces-verbaal van relaas, p. 23 en 24 en het proces-verbaal van bevindingen mbt informatie [casino], p. 367-370.

32 Het proces-verbaal van relaas, p. 24 en het proces-verbaal van bevindingen Rabobank rekeningafschriften [betrokkene 6], p. 123 en 125.

33 Het proces verbaal bevindingen inzake verdachte transacties [verdachte] p.2666 onder 2.2 en p. 267 1e alinea.

34 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013.

35 Het proces-verbaal van bevindingen (restinformatie), p. 58.

36 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013.

37 Het proces-verbaal van bevindingen (tapgesprekken) met de daarbij behorende uitdraai, p. 501 en 509.

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 juni 2012, p539, regelnummer 11 – 13 en verklaring verdachte tijdens de terechtzitting van 9 december 2013.

39 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2012, p. 503, regelnummers: 29 – 39, en p. 515/516.

40 Het proces-verbaal van bevindingen (aanvraag SFO verdachte), p. 1140 en 1141 en het daarbij gevoegde schriftelijke bescheid, inhoudende een Excel lijst met bankmutaties, p. 1149-1165.

41 Het proces-verbaal van bevindingen (Rabobank rekeningafschriften verdachte), p. 122 en 123 en het daarbij gevoegde schriftelijke bescheid, inhoudende een Excel lijst met bankmutaties, p. 129-146.

42 Een schriftelijk bescheid, inhoudende een hypothecair uittreksel, afgegeven door MI Glis te Paramaribo, gedateerd 17 oktober 2013.

43 Een schriftelijk bescheid, inhoudende een kennisgeving van het Centraal Bureau voor Burgerzaken te Paramaribo van 2013.

44 Het proces-verbaal van bevindingen (documenten Suriname), p. 408-410, met als bijlage schriftelijke bescheiden, te weten een offerte voor een prefab woning, gedateerd 8 september 2011, p. 421 en twee bouwtekeningen, ondertekend op respectievelijk 8 september 2011 en 8 oktober 2011, p. 424-425.

45 Het proces-verbaal van bevindingen (digitale documenten Suriname), p. 383-384, met als bijlage schriftelijke bescheiden, te weten een factuur en een tweetal offertes, p. 388, 392-393.

46 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013.

47 Het proces-verbaal van bevindingen (digitale documenten Suriname), p. 384-385.

48 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013.

49 Het proces-verbaal (verstrekking gevorderde gegevens KLM), p. 976.

50 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 december 2013.

51 Een schriftelijk bescheid, zijnde een afschrift van de bankrekening van [betrokkene 1], p. 1260.