Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2924

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-05-2014
Datum publicatie
06-05-2014
Zaaknummer
05/820598-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft vandaag zes Poolse mannen veroordeeld tot werkstraffen van 100 uur en voorwaardelijke gevangenisstraffen variërend van 1 tot 2 maanden voor de mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving van een landgenoot

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820598-13

Datum zitting : 22 april 2014

Datum uitspraak : 6 mei 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

raadsman : mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 09 februari 2013 in de

gemeente Maasdriel (te Kerkdriel en/of Velddriel), tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk [slachtoffer]

[slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd

gehouden, hierin bestaande dat verdachte en/of een of meer van zijn

mededader(s) -zakelijk weergegeven- meermalen, althans eenmaal,

die [slachtoffer] opzettelijk wederrechtelijk in de kofferbak van een auto (Opel

Astra met Pools kenteken [kenteken]) heeft/hebben gelegd en/of gegooid en/of

getild en/of geduwd en/of die [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen (om) zelf in de

kofferbak van die auto te stappen en/of te gaan liggen en/of zitten

en/of (vervolgens)

die [slachtoffer] belet die auto en/of de kofferbak van die auto te verlaten door

die auto en/of de kofferbak van die auto (deels) dicht te doen en/of af te

sluiten

en/of (vervolgens)

die [slachtoffer] heeft/hebben meegenomen in (de kofferbak van) die auto en/of met

die auto is/zijn gaan rijden en/of weggereden, terwijl die [slachtoffer] in de

(afgesloten) kofferbak zat en/of lag en/of die auto op een (afgelegen plaats)

heeft/hebben geparkeerd en/of neergezet;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 09 februari 2013 in de

gemeente Maasdriel (te Kerkdriel en/of Velddriel), met een ander of anderen,

(telkens) op of aan de openbare weg, de Maasbandijk te Kerkdriel en/of de [adres 2]

[adres 2], in elk geval op of aan een openbare weg, meermalen,

althans eenmaal, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer]

[slachtoffer], welk geweld bestond uit meermalen, althans eenmaal, slaan

en/of stompen in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd, en/of het lichaam

en/of die [slachtoffer] (op/naar/tegen de grond) trekken en/of duwen en/of trappen

en/of schoppen aan/op/tegen het lichaam;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijstip(pen) op of omstreeks 09 februari 2013 in de

gemeente Maasdriel (te Kerkdriel en/of Velddriel), tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [slachtoffer]), meermalen, althans eenmaal,

heeft/hebben geslagen en/of gestompt in/op/tegen het gezicht, althans het

hoofd, en/of het lichaam en/of die [slachtoffer] (op/naar/tegen de grond)

heeft/hebben getrokken en/of geduwd en/of getrapt en/of geschopt aan/op/tegen

het lichaam, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 22 april 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en voorts tot het verrichten van 180 uren werkstraf subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3 De beslissing inzake het bewijs

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte wederrechtelijk heeft gehandeld. Het was de intentie van verdachte om [slachtoffer] naar het politiebureau te brengen, omdat [slachtoffer] hem had bestolen. [slachtoffer] was agressief en omdat verdachte geen middelen had om hem te boeien is besloten om [slachtoffer] in de kofferbak van de auto te vervoeren. Ook heeft verdachte geen omweg gemaakt door onderweg naar het politiebureau langs de [adres 2] te rijden om te kijken of daar nog gestolen spullen van hem lagen.

De rechtbank verwerpt het verweer. Pas ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer] agressief was. Noch verdachte noch zijn medeverdachten hebben hier bij de politie iets over verklaard. De rechtbank acht dit dan ook niet aannemelijk geworden.

De rechtbank wil aannemen dat verdachte [slachtoffer] wilde afleveren bij de politie, maar de wijze waarop dit is gebeurd – [slachtoffer] met een groep van zes personen ophalen op de camping, hem klappen geven, vervolgens dwingen plaats te nemen in de kofferbak van een auto en met hem gaan rijden – is naar het oordeel van de rechtbank disproportioneel en levert een strafbaar feit op, te weten wederrechtelijke vrijheidsberoving.

De verdediging heeft tevens vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 2 primair, nu slechts kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] een klap heeft gegeven en er derhalve geen sprake is van openlijk in vereniging geweld plegen.

De rechtbank verwerpt ook dit verweer. Op grond van de verklaring van verdachte en medeverdachte [medeverdachte], in samenhang met de verklaring van [slachtoffer], acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat niet alleen verdachte [slachtoffer] in het gezicht heeft geslagen, maar dat ook anderen tegen [slachtoffer] aan het duwen waren, waarbij [slachtoffer] op de grond terecht is gekomen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat er wel degelijke sprake is van openlijke geweldpleging.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 09 februari 2013 in de

gemeente Maasdriel (te Kerkdriel en Velddriel), tezamen en in vereniging

met anderen, opzettelijk [slachtoffer]

[slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd

gehouden, hierin bestaande dat verdachte enzijn

mededaders -zakelijk weergegeven

opzettelijk wederrechtelijk

die [slachtoffer] hebben gedwongen (om) zelf in de

kofferbak van een auto (Opel Astra met Pools kenteken [kenteken]) te stappen of

te gaan liggen of zitten

en (vervolgens)

die [slachtoffer] belet de kofferbak van die auto te verlaten door

de kofferbak van die auto dicht te doen en (vervolgens)

die [slachtoffer] hebben meegenomen in (de kofferbak van) die auto en met

die auto zijn gaan rijden en/of weggereden, terwijl die [slachtoffer] in de

(afgesloten) kofferbak zat of lag en die auto

hebben geparkeerd

2.

hij op 09 februari 2013 in de

gemeente Maasdriel (te Kerkdriel), met anderen,

op of aan de openbare weg, de Maasbandijk te Kerkdriel

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer]

[slachtoffer], welk geweld bestond uit slaan

in/op/tegen het gezicht,

op/naar/tegen de grond duwen van die [slachtoffer]

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 13 maart 2014; en

 een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 18 april 2014, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Begin februari 2013 is er ingebroken in de woning van verdachte. Verdachte heeft hier aangifte van gedaan en heeft toen bij de politie aangegeven wie volgens hem de dader was, namelijk het slachtoffer in deze zaak, [slachtoffer]. Omdat er echter geen directe bewijzen waren tegen [slachtoffer] heeft verdachte besloten zelf actief op onderzoek uit te gaan. Op 9 februari 2013 was [slachtoffer] aanwezig op een camping in Kerkdriel. Verdachte was hiervan op de hoogte geraakt en heeft een aantal vrienden/collega’s gemobiliseerd om met hem mee te gaan naar de camping. Aldaar hebben zij het slachtoffer geslagen en geduwd. Zij hebben hem vervolgens gedwongen plaats te nemen in de kofferbak van een auto en zijn met hem gaan rijden. Verdachte en de medeverdachten wilden van het slachtoffer weten waar de gestolen spullen waren gebleven en hem vervolgens overleveren aan de politie. Hoewel de rechtbank enig begrip kan opbrengen voor hun beweegredenen vormt dit echter nog geen rechtvaardiging voor hetgeen verdachten hebben gedaan. Dergelijke vormen van eigenrichting worden niet getolereerd en verdachten dienen hiervoor te worden gestraft.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis met aftrek, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden is.

Deze straf is lager dan de straf die door de officier van justitie is geëist, nu de rechtbank deze straf, gelet op alle omstandigheden passend vindt. De straf is hoger dan de straf die de rechtbank heeft opgelegd aan de medeverdachten nu verdachte de initiator is geweest.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 47, 57, 141 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

het verrichten van een werkstraf gedurende 100 (honderd) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 50 (vijftig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 4 (vier) uren, zijnde 2 (twee) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. G.J.M. van Wijk (voorzitter), mr. W.J. Vierveijzer en mr. H.G. Eskes, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 mei 2014.

mr. Van Wijk is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.