Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2844

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-04-2014
Datum publicatie
29-04-2014
Zaaknummer
06/950892-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland acht bewezen dat verdachte de drie hem ten laste gelegde inbraken heeft gepleegd en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met oplegging van bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]06/950892-12

Uitspraak d.d.: 29 april 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum],

wonende te [adres 1].

Raadsman: mr. C.W.M. Neefjes, advocaat te Purmerend.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van
6 november 2013, 22 januari 2014 en 15 april 2014.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 maart 2013 tot en met 21 maart 2013 te

Vierhouten, gemeente Nunspeet,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (vakantie)woning/een of

meer panden ([adres 2]) heeft weggenomen

(in/uit het "Landhuis") een televisie en/of een stereo/homecinemaset en/of

een fotocamera en/of

(in/uit "De Schaapskooi") (een) gita(a)r(en)/hoeveelheid muziekinstrumenten

en/of bijbehoren en/of een hoeveelheid geluidsapparatuur en/of een hoeveelheid

gereedschap en/of een harde schijf en/of een sleutelbos en/of

(in/uit de "Werkplaats") een hoeveelheid gereedschap,

in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1]

[benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming (te weten het inslaan/ingooien en/of

verbreken/forceren van een of meer ramen en/of een (binnen)deur en/of een slot

van/in voornoemd(e) pand(en))

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 2 december 2012 tot en met 3 december 2012

te Vierhouten, gemeente Nunspeet, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een tuinhuisje(/kantoor) ([adres 3]) heeft weggenomen een

printer en/of een paspoort en/of een of meer ID-kaarten en/of rijbewijs en/of

een hoeveelheid geld (ongeveer 65 euro, althans enig geldbedrag) en/of een

fototas met een Canon EOS spiegelreflexcamera en/of een of meer Canon lenzen

en/of aftershave en/of een mand en/of een verrekijker en/of een portemonnee

met een geldbedrag van ongeveer 50 euro, althans enig geldbedrag en/of een of

meer (2) VISAkaart(en), in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking, inklimming of een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 3 december 2012 te Nunspeet

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (te

weten 1250.00 euro), in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van een valse sleutel (te weten middels een of meer eerder

weggenomen VISAkaart(en));

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 4 december 2012 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, en/of

te Harderwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 124 euro en/of een geldbedrag

van 225.000 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van een valse sleutel (te weten middels een of meer eerder

weggenomen VISAkaart(en));

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 4 december 2012 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn en/of te

Harderwijk, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen

een geldbedrag van 400.000 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en/of dat weg te nemen geldbedrag onder

zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten middels

een of meer eerder weggenomen VISAkaart(en), terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 19 maart 2013 te Vierhouten, gemeente Nunspeet, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit de kantine van Camping [naam 1] (gelegen

perceel [adres 4]) heeft weggenomen een hoeveelheid geld (te weten uit de

opengebroken gokkasten en/of sigarettenautomaat en/of het geldkistje en/of de

pooltafel en/of uit de geldlade achter de bar) en/of een hoeveelheid

sigaretten en/of een muziekcomputer en/of een hoeveelheid sterke drank en/of

een sleutelbos, in elk geval enig goed/goederen en/of geldbedrag, geheel of

ten dele toebehorende aan Camping [naam 1], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

In Vierhouten zijn in de periode van 2 december 2012 tot en met 21 maart 2013 meerdere inbraken gepleegd. Bij een van die inbraken zijn VISA-kaarten en/of een bankpas gestolen, waarmee geld is overgeschreven/geprobeerd over te schrijven naar de rekening van verdachte.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten. Ter terechtzitting van 15 april 2014 heeft hij de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de feiten 1 en 6 vrijspraak bepleit. Hij heeft hiertoe betoogd dat er behalve DNA-sporen geen bewijs is dat verdachte bij de inbraken betrokken is geweest. Over de DNA-sporen zijn echter zoveel onbeantwoorde vragen gerezen, dat dit bewijs onvoldoende is voor bewezenverklaring van de betrokkenheid van verdachte bij feit 1 en feit 6.

Volgens de raadsman dient verdachte ook van feit 2 te worden vrijgesproken. Hij meent dat op de beelden van de beveiligingscamera’s een man is te zien, maar dat die man niet kan worden geïdentificeerd als zijnde verdachte. Ander bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij deze inbraak is niet voorhanden.

De feiten 3 en 5 ontkent verdachte niet, aldus de raadsman. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman echter betoogd dat geen sprake is van een voltooide diefstal nu de overboeking op rekening van verdachte niet werd uitgevoerd. Het geld is door de Rabobank op een tegenrekening gestort en geblokkeerd. De raadsman meent dat daarom slechts sprake is van een poging tot diefstal en deze is niet ten laste gelegd.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Aangever [benadeelde 1] heeft verklaard dat hij eigenaar is van huize “[naam 2]” gevestigd aan de [adres 2], te Vierhouten, gemeente Nunspeet2. Huize [naam 2] is een klein landgoed, waarop drie gebouwen zijn gevestigd. In alle drie de gebouwen is ingebroken in de periode tussen 20 maart 2013 te 17.00 uur en 21 maart 2013 te 11.00 uur. Bij het gebouw “de Schaapskooi” hebben de daders de ruit van een slaapkamer ingegooid of ingeslagen en zich de toegang tot de woning verschaft. Uit de Schaapskooi zijn een aantal gitaren, wat gereedschappen en een harde schijf weggenomen. Aangever gebruikt de Schaapskooi tijdelijk als woning. De daders hebben zich bij het gebouw, “de Werkplaats”, de toegang verschaft door twee zijramen van de werkplaats in te slaan of in te gooien. Een van deze ramen is vervolgens van binnenuit naar buiten opengezet. De werkplaats bestaat uit twee gedeelten, afgesloten door een deur. Deze deur was afgesloten, maar is opengebroken/open gewrikt met aangevers eigen gereedschap. Hier is een zilverkleurige koffer gestolen waarin in vier lagen handgereedschap was opgeslagen3. Ook het slot van een nabij gelegen houtschuurtje is opengebroken4.

Uit de bij de aangifte gevoegde bijlage van ontvreemde goederen volgt dat bij aangever meerdere gitaren, twee versterkers, twee koffers voor gitaren, twee muziekstandaards, kabels en aansluitmiddelen, een televisie, een home-cinemaset, een fotocamera, tapijt, drie flessen wijn, een telefoonlader, een harde schijf en sleutels zijn weggenomen5.

Uit het sporenonderzoek kwam naar voren dat Huize [naam 2] een vakantiepark met meerdere vakantiewoningen en stacaravans betrof6. Bij woning[huisnummer 1] (het Landhuis) hoorden twee garages. Er was ingebroken in het Landhuis en de bijbehorende garages en in het vakantiehuis met [huisnummer 2] waarin de beheerder (aangever) tijdelijk woonde. Bij de garages werd braakschade gezien. Verbalisant zag dat het slot met een breekvoorwerp was verbroken. Bij een grotere garage zag verbalisant dat twee ruiten waren verbroken. Het eerste verbroken raam was voorzien van ijzeren spijlen in een kruisvorm. Naast dit raam was nog een raam verbroken. Op de spijlen zag verbalisant op bloed gelijkende vegen. Deze zijn bemonsterd voor nader onderzoek (onder meer AACS2897NL). De tetrabase test gaf een positieve reactie op bloedsporen aan.

Bij de woning op [huisnummer 2], De Schaapskooi, zag verbalisant een verbroken ruit. Door de ruit te verbreken kon men via handreiking het raamboompje openen en naar binnen klimmen. In de slaapkamer werden op de stekker op bloed gelijkende vlekken aangetroffen (AADZ4348NL).

Uit informatie van het NFI komt naar voren dat het bloedspoor AADZ4348NL#01 matcht met DNA-profielen die bij het NFI zijn geregistreerd7. Deze DNA-profielen matchen met een referentiemonster van wangslijmvlies van [medeverdachte 1] (medeverdachte). De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het DNA-profiel betreffende het in het bloedspoor aangetroffen celmateriaal is kleiner dan één op één miljard.

Uit informatie van het NFI komt verder naar voren dat het bloedspoor AACS2897NL#01 matcht met DNA-profielen die bij het NFI zijn geregistreerd8. Deze DNA-profielen matchen onder meer met een referentiemonster van wangslijmvlies van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het DNA-profiel betreffende het in het bloedspoor aangetroffen celmateriaal is kleiner dan één op één miljard.

Bij aanhouding van medeverdachte [medeverdachte 1] zagen verbalisanten in diens woonkamer een gitaar van het merk Takamine staan alsmede een gitaarstandaard en een zwarte basgitaar9. Dit waren de gitaren die bij de inbraak waarvoor [medeverdachte 1] werd aangehouden waren weggenomen. Verbalisanten zagen ook een tweetal gitaarkoffers, een JVC home-cinema set en een versterker van het merk Laney staan, welke door hen werden herkend als goederen afkomstig van dezelfde inbraak.

De moeder van [medeverdachte 1] heeft een harde schijf aan de politie overhandigd10. Bij onderzoek van de harde schijf is een grote hoeveelheid muziek, songteksten en bladmuziek aangetroffen11. In de gewiste bestanden werden bestanden aangetroffen van:

[naam 1] B.V.

Fam. [benadeelde 1]

[adres 2]

[adres 2]

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij wel eens in Vierhouten kwam12. Zijn vriend [medeverdachte 1] woont daar. [medeverdachte 1] heet [medeverdachte 1], hij denkt [medeverdachte 1] van de achternaam, maar weet dat niet zeker. Hij is daar 4 à 5 maanden terug voor het laatst geweest. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij regelmatig bij [medeverdachte 1] op de camping in Vierhouten verbleef.

De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat diverse van de door aangever benoemde goederen bij medeverdachte [medeverdachte 1] zijn teruggevonden en dat een harde schijf, met daarop onder meer gegevens van aangever en door de moeder van [medeverdachte 1] aan de politie overhandigd, ook bij [medeverdachte 1] in bezit was. Uit DNA-onderzoek komt naar voren dat bij de inbraak aangetroffen bloedsporen matchen met in de DNA-databank opgeslagen reverentiemonsters van respectievelijk [medeverdachte 1] en verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het DNA-profiel betreffende het in de bloedsporen aangetroffen celmateriaal is kleiner dan één op één miljard. Verdachte heeft
– hoewel dat gelet op voormelde omstandigheden op zijn weg lag – geen verklaring kunnen geven voor het feit dat celmateriaal van hem op de plaats van het delict is aangetroffen. Daarbij vindt de rechtbank van belang dat het spoor dat verdachte linkt aan deze inbraak is aangetroffen in een bloedveeg op een spijl van het voor de inbraak verbroken raam. Verdachte heeft wel verklaard dat hij regelmatig bij [medeverdachte 1] in Vierhouten verbleef en dat hij daar 4 à 5 maanden terug voor het laatst is geweest. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte bij de inbraak betrokken is geweest. De rechtbank verwerpt het verweer met betrekking tot de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek van de raadsman, nu dit onvoldoende is onderbouwd en de rechtbank ook geen aanleiding heeft te twijfelen aan de resultaten neergelegd in het rapport van het NFI.

Feiten 2, 3, 4 en 5

Gelet op de onderlinge samenhang zal de rechtbank deze feiten tegelijk behandelen, waarbij ieder bewijsmiddel slechts is gebruikt ten aanzien van feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Aangever[benadeelde 2] heeft verklaard dat tussen 2 december 2012 te 21:00 uur en 3 december 2012 te 8:00 uur is ingebroken in zijn tuinhuisje in de achtertuin van zijn woning aan de [adres 3] te Vierhouten13. Hij zag dat de toegangsdeur van het tuinhuisje, die was afgesloten, openstond. De reservesleutel die aan een spijker in het tuinhuisje hing, trof hij aan de buitenzijde van het deurslot aan. Weggenomen zijn een printer van het merk Brothers, zijn paspoort en identiteitskaart, zijn Luxemburgse identiteitskaart, bankbiljetten tot een bedrag van € 60,- à € 65,-, een zwarte fototas met Canon EOS spiegelreflexcamera en 4 à 5 lenzen (waaronder een macrolens en een 50-300 mm zoomlens), een flesje aftershave en een rieten mand. Verder is weggenomen een portemonnee met daarin € 50,- en twee
VISA-kaarten van Bill International Luxembourg14.

Uit de bij de aangifte gevoegde bijlage ontvreemde goederen volgt dat bij aangever verder een verrekijker en een Luxemburgs rijbewijs zijn weggenomen15. Verder komt uit het proces-verbaal van aangifte naar voren dat verbalisant heeft waargenomen dat de slotschroot van de toegangsdeur van het tuinhuisje twee moeten vertoonde16.

Met een van de VISA-kaarten is € 1.250,- opgenomen17. Op 3 december 2012 is met aangevers Rabobankpas om 6:47 uur € 250,- gepind bij de ING-bank te Nunspeet, om 6:54 uur € 1.000,- bij de Rabobank te Nunspeet en op 4 december 2012 om 4:56 uur € 124,- bij de Tulip Inn te Hoenderloo. Verder is op 4 december 2012 via internetbankieren € 225.000,- van aangevers Rabobankrekening overgeboekt naar tegenrekening [rekeningnummer] op naam van verdachte. Op 4 december 2012 is via internetbankieren opdracht gegeven € 400.000,- over te maken op diezelfde rekening van verdachte.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 15 april 2014 verklaard dat hij bij het Golden Tulip Hotel in Hoenderloo een bungalow heeft geboekt en dat hij de kosten, € 124,-, met de pinpas van aangever heeft betaald. Ook heeft hij geld gepind met de pas van aangever, in totaal
€ 1.250,-. Hij heeft met de pas ingelogd en zag dat er veel geld op de rekening van aangever stond. Hij kon de verleiding niet weerstaan en heeft geld, een bedrag van € 225.000,- overgeschreven naar zijn rekening. Ook heeft hij daarna via internetbankieren nog opdracht gegeven een bedrag van € 400.000,- naar zijn rekening over te maken.

Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij wel eens een sloot geld op zijn rekening heeft gehad18. Er stond opeens twee ton op zijn rekening, zag hij met internetbankieren.

Verbalisant [verbalisant] heeft gerelateerd dat hij op 7 december 2012 telefonisch heeft gesproken met een medewerker van de ING-bank19. Uit dit gesprek bleek dat het bedrag van
€ 225.000,- geblokkeerd was op de rekening van verdachte.

Op transactie-overzichten van bankrekeningnummer 39.77.14.483 (IBAN: [iban]) ten name van aangever [benadeelde 2] betreffende de periode van

1 oktober 2012 tot en met 4 december 2012 is onder meer het volgende te zien20:

  • -

    een debet boeking van € 400.000,- op 4 december 2012;

  • -

    8 credit boekingen, telkens ten bedrage van € 50.000,- op 4 december 2012;

  • -

    een debet boeking van € 25.000,- naar rekening [rekeningnummer] op naam van verdachte op 4 december 2012;

  • -

    4 debet boekingen, telkens ten bedrage van € 50.000,- naar rekening [rekeningnummer] op naam van verdachte op 4 december 2012;

  • -

    een credit boeking van € 25.000,- op 4 december 2012;

  • -

    4 credit boekingen, telkens ten bedrage van € 50.000,- op 4 december 2012;

  • -

    een debet boeking van € 124,- naar Golden Tulip Victo Hoenderloo op 4 december 2012;

  • -

    een debet boeking van € 1.000,- Noord Veluwe 8071BZ38 op 3 december 2012;

  • -

    een debet boeking van € 250,- ING bank Nunspeet 8071 GR op 3 december 2012.

De rechtbank acht, gelet op bovenvermelde bewijsmiddelen de feiten 3, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet bewezen dat sprake is geweest van medeplegen. Hiervoor is onvoldoende bewijs voorhanden. Het enkele feit dat op de camerabeelden is te zien dat medeverdachte [medeverdachte 1] met verdachte het Golden Tulip Hotel binnenkomt acht de rechtbank onvoldoende om de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij deze feiten aan te nemen.

Voor zover de raadsman heeft betoogd dat geen sprake is van een voltooid delict ten aanzien van de diefstal van € 225.000,- overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen volgt dat bedragen van € 25.000,- en vier keer € 50.000,- van de rekening van aangever zijn afgeboekt ten gunste van de rekening van verdachte. Verdachte heeft zowel bij de politie als ter zitting verklaard dat hij veel geld, twee ton, op zijn rekening heeft zien staan via internetbankieren. Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee sprake van een voltooid delict. Dat verdachte het geld niet heeft kunnen opnemen zoals hij heeft verklaard, en dat de bank de overboeking ongedaan heeft gemaakt, doet hier niet aan af. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen.

Verdachte heeft de inbraak ten laste gelegd onder feit 2 ontkend. Hij heeft verklaard dat hij het pasje (tezamen met een aantal andere pasjes) van aangever met de pincode op de achterkant op 3 december 2012 bij een tankstation heeft gevonden.

De rechtbank overweegt dat aangever heeft verklaard dat zijn woning aan de buitenkant is voorzien van camera’s21. Op beelden van vier camera’s is een blank persoon zichtbaar, leeftijd tussen 20 en 30 jaar, met kort donker haar22. De persoon was gekleed in een lichte, mogelijk grijze, broek, zwarte schoenen met lichte zool, een zwart, enigszins glimmende gewatteerde jas met capuchon.

Op de beelden van camera 1 is te zien dat om 5.26.40 uur een man komt aanlopen. Hij voelt aan de voordeur. Hij loopt terug en voelt aan het rechter portier en de achterklep van een grijze bus. Op beelden van camera 4 is te zien dat de man om 5.28.05 uur met een lang voorwerp, een zogenaamde bosmaaier, langs de woning loopt. Hij voelt aan een deur/raam.

Op camera 3 is om 5.28.35 uur te zien dat de man in de richting van het tuinhuisje loopt. Hij heeft hierbij iets langs, kennelijk de bosmaaier, in zijn hand. De man komt bij de deur van het tuishuisje, opent de deur en legt het lange voorwerp voor de deur op de grond. De man gaat om 5.28.49 uur naar binnen en komt om 5.31.08 weer naar buiten. Om 5.31.13 uur gaat het licht in het tuinhuisje aan. Op beelden van camera 2 is te zien dat de man om 5.44.13 uur naar een deur loopt en deze controleert door eraan te voelen. Hij voelt aan een raam en verdwijnt uit het beeld. Hij loopt van het huis weg.

De rechtbank overweegt dat verdachte ter terechtzitting van 15 april 2014 heeft verklaard dat hij zichzelf herkent op de foto’s op pagina 98 van het dossier. Dit betreffen camerabeelden gemaakt door een beveiligingscamera van het Golden Tulip Hotel te Hoenderloo. Verdachte heeft verklaard zichzelf niet te herkennen op camerabeelden van de beveiligingscamera’s van aangever[benadeelde 2].

De rechtbank overweegt dienaangaande dat zij de foto’s van de camerabeelden van het Golden Tulip Hotel heeft gelegd naast de foto’s van de camera’s van aangever. Daarbij heeft de rechtbank waargenomen dat de persoon die op camerabeelden van aangever zichtbaar is grote gelijkenis vertoont met de persoon op de beelden van het Golden Tulip Hotel en van wie verdachte zegt zich daarin te herkennen. Met name valt op de foto’s de gelijkenis met betrekking tot het schoeisel op. Ook de kleding en het postuur komt echter overeen. Naar het oordeel van de rechtbank is de persoon die op de bij aangever geregistreerde beelden voorkomt en de persoon die te zien is op de beelden van het Golden Tulip Hotel in Hoenderloo een en dezelfde persoon. Mede in aanmerking genomen de tijden waarop de camera’s bij aangever de beelden hebben geregistreerd, te weten op 3 december 2012 in de periode tussen 5:26 uur en 5:44 uur, bezien in samenhang met de tijden waarop met de pas van aangever tot twee keer toe in de (kort bij Vierhouten gelegen) plaats Nunspeet is gepind, te weten op 3 december 2012 om 6:47 uur en om 6:54 uur, net een uur later, kan het niet anders zijn dan dat verdachte de persoon op de camerabeelden bij aangever is en dat hij de inbraak bij aangever heeft gepleegd. De verklaring van verdachte dat hij op 3 december 2012 bij een tankstation de bankpas van aangever heeft gevonden met op de achterzijde de pincode daarop geplakt, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. Gelet hierop acht de rechtbank feit 2 bewezen. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank echter niet bewezen dat sprake is geweest van medeplegen nu bewijsmiddelen daarvoor ontbreken.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de feiten 2, 3, 4 en 5.

Feit 6

Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij eigenaar is van de kantine op camping [naam 1], gelegen aan de [adres 4] te Vierhouten, gemeente Nunspeet23. Hij heeft de kantine op 17 maart 2013 omstreeks 21:30 uur onbeschadigd en afgesloten achtergelaten. Toen hij op 20 maart 2013 omstreeks 8:15 uur aankwam bij het pand, zag hij dat er was ingebroken. Hij vermoedt dat dit is gebeurd in de nacht van 19 op 20 maart 2013, omdat er een fles kapot was gevallen en er nog een plas drank op de vloer lag. Als het langer geleden was gebeurd dan was het vocht de vloer ingetrokken. In de kantine zijn twee gokkasten opengebroken. Al het geld is daaruit gehaald. Ook is een sigarettenautomaat opengebroken. Bij deze automaat lagen een hamer en een waterpas. Verder is de pooltafel opengebroken en is het geld eruit gehaald. In de keuken is een geldkist opengebroken. Er is ook sterke drank weggehaald, een muziekcomputer, de (geld)lade achter de bar en sleutels. De deur van de speelkamer is vermoedelijk opengebroken met een breekijzer.

Tijdens het sporenonderzoek hebben verbalisanten gezien dat een van de ramen openstond24. Ze zagen beschadigingen in de sluitnaad van het naar buiten draaiende raam en kozijn. In de kantine waren de geldladen van diverse speelautomaten opengebroken en was er geld uit deze laden meegenomen. Rondom het slot van de speelautomaat bij de bar zagen verbalisanten kras/indruksporen. Voor een vernielde sigarettenautomaat zagen ze een moker (onder meer AAFT3726NL25) en een verbogen waterpas.

Met betrekking tot onder meer de moker (AAFT3726NL) heeft het NFI onderzoek gedaan26. Ten aanzien van AAFT3726NL#01 is een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen aangetroffen27. Er is sprake van een afgeleid DNA-profiel (onbekende man A). Dit profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte (onder meer een referentiemonster van wangslijmvlies van verdachte28). Dat betekent dat de bemonstering AAFT3726NL#01 een relatief grote hoeveelheid celmateriaal bevat die afkomstig kan zijn van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

De stelling van de raadsman van verdachte dat er twee verschillende SIN nummers aan de moker zijn toegekend (AAFT3726NL op 3 april 2013 en AAFX3989NL op 8 april 2013), zodat niet duidelijk is welk DNA materiaal is onderzocht en verdachte daarom moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, volgt de rechtbank niet. Uit het verslag van sporenonderzoek van 3 april 2013 volgt dat AAFT3726NL is toegekend aan een biologisch spoor op de steel van de moker die op de mat voor de sigarettenautomaat is aangetroffen. Dit biologische spoor is in voormeld rapport van het NFI onderzocht, met het hiervoor weergegeven resultaat. Dat een ander op de moker aangetroffen spoor niet tot nader onderzoek of tot een positief of negatief onderzoeksresultaat heeft geleid, kan naar het oordeel van de rechtbank aan het voorgaande niet afdoen.

De rechtbank is van oordeel dat het onder 6 ten laste gelegde feit kan worden bewezen. Uit DNA-onderzoek komt naar voren dat het bij de inbraak aangetroffen spoor matcht met het in de DNA-databank opgeslagen referentiemonster van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het DNA-profiel betreffende het in het spoor aangetroffen celmateriaal is kleiner dan één op één miljard. Nu de moker is aangetroffen vlak naast de opengebroken sigarettenautomaat, en die moker voor de inbraak niet op die plaats lag, wordt het op deze moker aangetroffen humane biologische spoor door de rechtbank als een daderspoor aangemerkt.

Verdachtes verklaring dat hij regelmatig in de kantine kwam en de moker misschien wel eens heeft aangeraakt, is niet aannemelijk geworden. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman nu dit onvoldoende is onderbouwd en de rechtbank geen aanleiding heeft te twijfelen aan de resultaten neergelegd in voormeld rapport van het NFI.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:


1.

hij in de periode van 20 maart 2013 tot en met 21 maart 2013 te Vierhouten, gemeente Nunspeet, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (vakantie)woning/een of meer panden ([adres 2]) heeft weggenomen een televisie en een stereo/homecinema set en een fotocamera en gitaren/hoeveelheid muziekinstrumenten en bijbehoren en een hoeveelheid geluidsapparatuur en een hoeveelheid gereedschap en een harde schijf en een sleutelbos en een hoeveelheid gereedschap, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak (te weten het inslaan/ingooien en/of verbreken/forceren van een of meer ramen en een binnendeur en een slot van/in voornoemde panden);

2.

hij in de periode van 2 december 2012 tot en met 3 december 2012 te Vierhouten, gemeente Nunspeet, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een tuinhuisje(/kantoor) ([adres 3]) heeft weggenomen een printer en een paspoort en een of meer

ID-kaarten en rijbewijs en een hoeveelheid geld (ongeveer 65 euro) en een fototas met een Canon EOS spiegelreflexcamera en een of meer Canon lenzen en aftershave en een mand en een verrekijker en een portemonnee met een geldbedrag van ongeveer 50 euro en een of meer VISAkaarten, toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en een valse sleutel;

3.

hij op tijdstippen op 3 december 2012 te Nunspeet met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (te weten 1.250,00 euro), toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte het weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van een valse sleutel;

4.

hij op 4 december 2012 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 124 euro en een geldbedrag van 225.000 euro, toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte het weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

5.

hij op 4 december 2012 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag van 400.000 euro, toebehorende aan [benadeelde 2], en dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 19 maart 2013 te Vierhouten, gemeente Nunspeet, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit de kantine van Camping [naam 1] (gelegen perceel [adres 4]) heeft weggenomen een hoeveelheid geld (te weten uit de opengebroken gokkasten en de pooltafel) en een muziekcomputer en een hoeveelheid sterke drank en een sleutelbos, toebehorende aan Camping [naam 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik

heeft gebracht door middel van braak.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1:

Diefstal door twee of meer personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en een valse sleutel;

Feit 3:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

Feit 4:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

Feit 5:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

Feit 6:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is op 24 oktober 2013 een rapport uitgebracht door [psycholoog], GZ-psycholoog. Met de conclusie van dit rapport, te weten dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.



Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan verdachte dienen als bijzondere voorwaarden te worden opgelegd dat hij zich houdt aan de meldplicht en zijn medewerking verleent aan een ambulante behandeling en een re-integratietraject, zoals geadviseerd door de reclassering.

De raadsman heeft naar voren gebracht dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die met zich brengt dat verdachte weer vast zou komen te zitten niet zou moeten worden opgelegd. Daarbij heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte zich aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en dat het voorarrest verdachte zwaar is gevallen vanwege zijn ADHD. Rekening dient voorts te worden gehouden met het feit dat hij twaalf dagen in volledige beperkingen heeft gezeten. Bovendien zou de in het kader van de schorsing opgestarte behandeling niet doorgezet kunnen worden.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van meerdere inbraken. Bij een van die inbraken heeft hij ook een bankpas en/of VISA-kaarten weggenomen. Met een van die passen heeft hij geld gepind en een hotelovernachting betaald. Daarnaast heeft hij met de pas en bijbehorende code ingelogd bij de bank en gekeken naar het saldo van de rekening. Toen hij zag dat er een groot bedrag op de rekening stond, heeft hij een bedrag van in totaal
€ 225.000,- overgeboekt op zijn eigen rekening en vervolgens nog eens geprobeerd een bedrag van € 400.000,- op zijn rekening over te boeken, hetgeen echter niet lukte. Door oplettendheid van bankpersoneel, dat vermoedde dat sprake was van fraude, heeft verdachte niet over het overgeboekte geld kunnen beschikken. Verdachte heeft puur uit financieel gewin gehandeld zonder zich druk te maken over de overlast en het financieel nadeel voor de slachtoffers.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen voornoemd psychologisch rapport van deskundige [psycholoog]. Daaruit komt naar voren dat verdachte in zijn kinderjaren gedragsproblemen heeft gehad die zijn uitgemond in antisociale persoonlijkheidsproblematiek met narcistische en antisociale kenmerken. De deskundige kiest ervoor te spreken van een gedragsstoornis met narcistische en antisociale trekken. Verdachte is in sociaal opzicht makkelijk te beïnvloeden en staat niet assertief in het leven. Hij beschikt over een zwakke identiteit en een inadequate vermijdende en ontkennende/externaliserende coping. Hij ervaart nauwelijks spijt. Zijn manier van denken is op dit punt beperkt en oppervlakkig. Ook ten tijde van het ten laste gelegde was sprake van een gebrekkige ontwikkeling (gedragsstoornis en zwakbegaafdheid) en een ziekelijke stoornis (ADHD en angststoornis). Hierdoor had hij onvoldoende besef van de impact van zijn handelen. Volgens de deskundige is zonder behandeling de kans op crimineel ontsporen hoog. Met behandeling wordt de kans op recidive ingeschat als gering/matig. De deskundige merkt op dat een (jong)volwassene met een dermate ernstige gedragsstoornis veelal ook als hij ouder wordt, moeite blijft houden met impulsbeheersing. Hierdoor kan telkens weer roekeloosheid en onverschilligheid optreden. Hij vindt dit de belangrijkste reden om een intensief, liefst residentiële behandeling te adviseren, waardoor de coping van verdachte doelmatiger en zijn verantwoordelijkheid groter kunnen worden. Ook kan worden voorkomen dat hij niet langer naar middelen grijpt, waardoor het recidiverisico ook zal afnemen. De deskundige denkt in dit verband aan aanmelding bij het re-integratie- en coaching traject InWerking met als doel dat verdachte binnen één jaar de opleiding tot zelfwerkend kok, gastheer/gastvrouw op niveau 2 afrondt. De deskundige adviseert daarnaast een arts te consulteren betreffende medicamenteuze therapie, zodat voorkomen wordt dat verdachte lukraak op internet medicijnen bestelt.

De reclassering heeft met inachtneming van het psychologisch rapport geadviseerd aan verdachte een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting en de verplichting medewerking te verlenen aan het
re-integratietraject InWerking. De reclassering acht het niet wenselijk dat verdachte opnieuw in detentie komt te zitten omdat dit de hulpverlening die inmiddels is opgestart doorkruist.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen de justitiële documentatie van verdachte en houdt bij het opleggen van na te melden straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de veroordelingen van respectievelijk 27 mei 2013 en 20 januari 2014 beide bij de politierechter te Haarlem.

Gelet op de ernst van de feiten is uitsluitend een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend. Alle omstandigheden in aanmerking nemend acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. De rechtbank zal derhalve een gevangenisstraf opleggen van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, teneinde verdachte te bewegen zich te houden aan de hem op te leggen bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en teneinde te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. Dat betekent per saldo dat verdachte - ook na aftrek van voorarrest - nog enige tijd “terug” naar de gevangenis zal moeten. De rechtbank is van oordeel dat dit, anders dan de raadsman heeft betoogd, de in het kader van de schorsing opgelegde behandeling niet doorkruist, nu uit een ter terechtzitting door de officier van justitie overgelegde e-mail van

15 april 2014 naar voren dat nog geen behandeling is gestart.



Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan;

  • -

    verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:


    Feit 1:
    Diefstal door twee of meer personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

    Feit 2:
    Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of een valse sleutel;

    Feit 3:
    Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

    Feit 4:
    Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

    Feit 5:
    Poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

    Feit 6:
    Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en
    diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren de navolgende algemene- dan wel bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

 legt als algemene voorwaarden op dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 legt als bijzondere voorwaarden op dat de veroordeelde:

  • -

    zich binnen vijf dagen na de voltooiing van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf meldt bij GGZ Palier en zich daarna blijft melden zo frequent en zo lang als de reclassering dat noodzakelijk acht;

  • -

    zich voor zijn angstproblemen en ADHD ambulant laat behandelen bij een
    GGZ-instelling of soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    zal meewerken aan het re-integratietraject InWerking of soortgelijk
    re-integratietraject, zulks ter beoordeling van de reclassering waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/begeleider zullen worden gegeven;

  • -

    geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Aldus gewezen door mrs. Welbergen, voorzitter, Gilhuis en Bijl, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 april 2014.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2013063815, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 23 september 2013.

2 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1], p.230-231

3 Verklaring van [benadeelde 1], p.237

4 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1], p.231

5 Goederenbijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p.233-236

6 Proces-verbaal, sporenonderzoek, p. 242-245

7 Bijlage NFI, rapportdatum 25 april 2013, p.246-247

8 Bijlage NFI, rapportdatum 25 april 2013, p.248-249

9 Proces-verbaal van bevindingen, p.252-253

10 Proces-verbaal van bevindingen, p.259

11 Proces-verbaal, p.261

12 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.146

13 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2], p.187-188

14 Aanvullend proces-verbaal, p.197

15 Goederenbijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p.190

16 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2], p.188

17 Aanvullend proces-verbaal, p.197

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.146

19 Proces-verbaal van bevindingen, p.212

20 Transactie-overzicht, p.198-199

21 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2], p.188

22 Proces-verbaal van bevindingen, p.200

23 Proces-verbaal van aangifte door [aangever], p.301-302

24 Proces-verbaal, sporenonderzoek, p.305-307

25 Proces-verbaal, sporenonderzoek, p.346

26 Rapport NFI, p.250

27 Rapport NFI, p.351

28 Bijlage NFI, rapportdatum 25 april 2013, p.248-249