Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2833

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-04-2014
Datum publicatie
29-04-2014
Zaaknummer
05/720466-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft vandaag een 22-jarige man uit Baarn veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf voor een woningoverval. Twee mededaders zijn eveneens veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf. De derde mededader, een minderjarige, is vrijgesproken voor de woningoverval, maar wel veroordeeld wegens poging tot diefstal van geld met de pinpas van de bewoonster tot 47 dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke werkstraf van 20 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2015/5.1

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/720466-13

Data zittingen : 18 februari 2014 en 15 april 2014

Datum uitspraak : 29 april 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

thans gedetineerd in PI [adres 1].

raadsvrouw : mr. J.E. Kremer, advocaat te Nijmegen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 november 2011 (gedurende de voor de nachtrust bestemde

tijd) te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres 2]) heeft weggenomen een portemonnee met inhoud

en/of een pinpas (ASN) en/of een zorgpas (Ohra) en/of een legitimatiebewijs

t.n.v. [benadeelde] en/of een AH pas en/of een fotocamera, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of verdachtes mededader(s):

- ( met gezichtsbedekkende kleding)naar die[benadeelde] is/zijn toegelopen en/of

- ( daarbij)(dreigend/dwingend) een mes, althans een scherp voorwerp, aan die[benadeelde]

heeft/hebben getoond en/of in de richting van die[benadeelde] heeft/hebben

gehouden en/of

- met dat mes, althans dat scherpe voorwerp zwaaiende en/of stekende

bewegingen heeft/hebben gemaakt (terwijl die[benadeelde] zich op korte afstand van

verdachte en/of zijn mededader(s) bevond en/of

- heeft/hebben gezegd: "ik ga je doodsteken", althans woorden van gelijke aard

of strekking en/of

- ( de mond en/of de neus en/of de benen van) die[benadeelde] heeft/hebben getaped

en/of

- die[benadeelde] op de grond heeft/hebben geduwd;

2.

hij op of omstreeks 20 november 2011 te Nijmegen tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [benadeelde] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of

beroofd gehouden,

immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet:

- die[benadeelde] een mes, althans een scherp voorwerp, getoond en/of voorgehouden

en/of

- een mes, althans een scherp voorwerp, op die[benadeelde] gericht en/of

- ( de mond en/of de neus en/of de benen van)die[benadeelde] getaped en/of

- die[benadeelde] op de grond geduwd en/of

- ( aldus) die[benadeelde] (gedurende enige tijd) belemmerd de kamer (waarin die[benadeelde]

zich bevond) en/of haar woning te verlaten;

3.

hij op of omstreeks 20 november 2011 te Nijmegen

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat weg

te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die geldautomaat te verschaffen

en/of die/dat weg te nemen hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen

door middel van een valse sleutel, te weten door een tevoren gestolen bankpas

in een geldautomaat in te voeren en vervolgens een (niet vrijelijk van die[benadeelde]

verkregen) pincode in te toetsen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 15 april 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.E. Kremer, advocaat te Nijmegen.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd: [benadeelde].

De officier van justitie, mr. A. Waterman, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1, 2 en 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde], p. 29-37;

- een goederenbijlage behorende bij de aangifte, p. 38-39;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor van[medeverdachte 1] d.d. 27 februari 2014, nagekomen;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], p. 301 e.v.;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 april 2014.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 20 november 2011 (gedurende de voor de nachtrust bestemde

tijd) te Nijmegen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen

aan de [adres 2]) heeft weggenomen een portemonnee met inhoud

(een pinpas (ASN) en een zorgpas (Ohra) en een legitimatiebewijs

t.n.v. [benadeelde] en een AH pas) en een fotocamera,

toebehorende aan [benadeelde],

waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft

door middel van een valse sleutel en

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat

verdachte en/of verdachtes mededaders:

- ( met gezichtsbedekkende kleding) naar die[benadeelde] is/zijn toegelopen en

- ( daarbij)(dreigend/dwingend) een mes, aan die[benadeelde]

heeft/hebben getoond en/of in de richting van die[benadeelde] heeft/hebben

gehouden en- heeft/hebben gezegd: "ik ga je doodsteken", althans woorden van gelijke aard

of strekking en

- ( de mond en de benen van) die[benadeelde] heeft/hebben getaped

en

- die[benadeelde] op de grond heeft/hebben geduwd;

2.

hij op 20 november 2011 te Nijmegen tezamen en in vereniging met

anderen,

opzettelijk [benadeelde] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededaders met dat opzet:

- die[benadeelde] een mes, getoond en/of voorgehouden

en

- een mes, , op die[benadeelde] gericht en

- ( de mond en de benen van)die[benadeelde] getaped en

- die[benadeelde] op de grond geduwd en

- ( aldus) die[benadeelde] (gedurende enige tijd) belemmerd de kamer (waarin die[benadeelde]

zich bevond) en/of haar woning te verlaten;

3.

hij op 20 november 2011 te Nijmegen

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat weg

te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [benadeelde],

die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik te brengen

door middel van een valse sleutel, te weten door een tevoren gestolen bankpas

in een geldautomaat in te voeren en vervolgens een (niet vrijelijk van die[benadeelde]

verkregen) pincode in te toetsen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door twee of meer verenigde personen en de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven.

Ten aanzien van feit 3:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om verdachte te berechten volgens het adolescentenstrafrecht, gelet op de inhoud van de door de verdediging aan de rechtbank overgelegde stukken. Verdachte zat ten tijde van de ten laste gelegde feiten niet goed in zijn vel, heeft een laag-gemiddelde intelligentie, is erg kwetsbaar en beïnvloedbaar door anderen. Tevens heeft de verdediging verzocht om bij de oplegging van een eventuele voorwaardelijke straf geen bijzondere voorwaarden op te leggen.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 20 januari 2014; en

 een reclasseringsadvies van Iriszorg, gedateerd 24 maart 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft samen met anderen op 20 november 2011 op brutale wijze een overval gepleegd op een woning. Verdachte heeft samen met zijn mededaders het plan opgevat om gedurende de nachtelijke uren, het moment dat het stil is op straat en de bewoners over het algemeen in diepe rust zijn, de overval te plegen. Toen de bewoonster, [benadeelde], echter niet bleek te slapen, hebben ze desondanks de overval voortgezet en hebben zij grof geweld gebruikt tegen haar. Ze is bedreigd met een mes - waarbij ze ook in haar gezicht en aan haar handen is verwond, met blijvende littekens aan haar handen tot gevolg - en haar mond en benen zijn getapet.[benadeelde] is hierbij enige tijd van haar vrijheid beroofd geweest. Verdachte en zijn mededaders werden bij het plegen van dit feit enkel gedreven door hun zucht naar geld.

Verdachte en zijn mededaders hebben zich de toegang tot de woning verschaft door middel van een huissleutel die verdachte en één van zijn mededaders reeds maanden eerder uit de fietstas van[benadeelde] hadden ontvreemd. Zij hebben toen ook iemand[benadeelde] laten volgen, zodat zij wisten waar ze woonde. Al die tijd hebben ze deze sleutel onder zich gehouden. Wrang detail hierbij is dat verdachte nog heeft ‘geholpen met zoeken’ toen[benadeelde] merkte dat ze haar sleutels kwijt was.

Een woning behoort voor de bewoners een plaats te zijn waar men zich veilig voelt. Wanneer men dan op de wijze zoals bewezenverklaard in de eigen woning overvallen wordt, is dat een bijzonder angstige situatie. De gevolgen hiervan zal[benadeelde] nog lange tijd met zich dragen.

Naast het leed voor de directe slachtoffers brengen feiten als de onderhavige onrust teweeg in de maatschappij, veroorzaken een gevoel van onveiligheid en schokken de rechtsorde in hevige mate. De rechtbank rekent verdachte de feiten dan ook zeer zwaar aan.

Voor dergelijke feiten is slechts een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden en de rechtbank zal deze dan ook aan verdachte opleggen. Gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Deze straf is gelijk aan de straf die is geëist door de officier van justitie.

De rechtbank overweegt over het toepassen van het adolescentenstrafrecht als volgt. Hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd omtrent de persoonlijkheid van verdachte vormt onvoldoende aanleiding om tot toepassing van het jeugdstrafrecht over te gaan, gelet op de leeftijd van verdachte, ten tijde van de feiten was hij 19 jaar, en zijn ontwikkeling.

6A. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.030,29.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe te wijzen tot het bedrag van € 3.960,29, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis en dat de vordering voor het overige (€ 70,-) wordt afgewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de materiële schade op het standpunt gesteld dat het geneesmiddelengebruik in mindering dient te worden gebracht op de vordering, omdat bijlage 18 niet leesbaar is en deze post derhalve onvoldoende is onderbouwd.

Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging de verhoging met een bedrag van

€ 800,- in verband met de littekens op de handen betwist.

De beoordeling door de rechtbank

De verdachte heeft het materiële deel van de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk weersproken. De rechtbank acht dit deel van de vordering - nu het tenlastegelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd – toewijsbaar tot een bedrag van € 960,29. De vordering zal dan ook worden toegewezen tot dat bedrag. Het feit dat bijlage 18 niet goed leesbaar is, doet hier niet aan af.

De vordering zal voor de overige € 70,- worden afgewezen, nu ter terechtzitting is gebleken dat de vordering € 70,- te hoog was als gevolg van een rekenfout.

Aan de benadeelde partij is door de onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op een bedrag van

€ 3.000,-. De rechtbank zal op dit bedrag geen € 800,- in mindering brengen, nu voldoende is gebleken dat de benadeelde partij littekens zal houden op haar handen, die haar altijd aan de overval zullen blijven herinneren.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 20 november 2011.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voorzover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De gevorderde en toegewezen rente, is daar niet bij inbegrepen.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 63, 282, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde], te betalen € 3.960,29 (drieduizendnegenhonderdenzestig euro en negenentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde] zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], te betalen € 3.960,29 (drieduizendnegenhonderdenzestig euro en negenentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 49 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. H.G. Eskes en mr. M.A. Jansen-van Leeuwen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 april 2014.

mrs. Goossens, Eskes en Wichman zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, Eenheid vermogenscriminaliteit, Overvallenteam, opgemaakte proces-verbaal, OPS-dossiernummer 2011118146, 08Sand, gesloten op 7 februari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.