Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2765

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-04-2014
Datum publicatie
25-04-2014
Zaaknummer
05/901075-12, 05/860383-13, 05/800012-14 (gevoegd) en
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op 25 april 2014 heeft de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, een 21-jarige man uit Culemborg veroordeeld wegens diverse vermogensdelicten en het in bezit hebben van een verboden video-opname van een politierechterzitting tot een gevangenisstraf van 8 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummers : 05/901075-12, 05/860383-13, 05/800012-14 (gevoegd) en

05/701268-12 (TUL)

Data zittingen : 11 oktober 2013, 21 januari 2014 en 11 april 2014

Datum uitspraak : 25 april 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres 1],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Nieuwegein - HvB loc. Nieuwegein.

Raadsvrouw : mr. A.H.J. Raaijmakers, advocaat te Culemborg.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/901075-12:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2012 tot en met 03 juni 2012 te Culemborg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 2], heeft weggenomen een kluis (inhoudende geld en een muntenverzameling ter waarde van in totaal ca. 5.000 euro) en/of een of meerdere pot(ten) met muntgeld (totaalwaarde ca. 3.000 euro á 4.000 euro) en/of een computer (merk/type: Nintendo DSI) en/of een (zilveren) beeld (giraffe) en/of sieraden en/of een iPad en/of sleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) de achterdeur van voornoemde woning geforceerd/opengebroken); (zaak 7)

2.

hij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 24 februari 2012 te Culemborg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 3], heeft weggenomen een hoeveelheid geluid- en/of beeldapparatuur en/of een aantal computers en/of spelcomputers met toebehoren

en/of een aantal dvd's en lp's en/of een fotocamera en/of een geldbedrag (ca. 160 euro) en/of een hoeveelheid kleding en/of een aantal zonnebrillen en/of een hoeveelheid gereedschap en/of een muntenverzameling, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming (te weten het forceren/openbreken van een deur van voornoemde woning); (zaak 126)

3.

hij op of omstreeks 10 januari 2013 te Arnhem met het oogmerk een gesprek dat elders dan in een woning, besloten lokaal of erf, te weten tijdens een rechtszitting in de arrondissementsrechtbank, werd gevoerd af te luisteren of op te nemen, dat gesprek met een technisch hulpmiddel, te weten een videocamera, heimelijk zonder dat hij deelnemer aan dat gesprek was en anders dan in opdracht van een deelnemer aan dat gesprek heeft opgenomen; (zaak 501)

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 28 mei 2013 te Culemborg de beschikking had over (een) voorwerp(en), te weten een SD-kaart/gegevensdrager, waarop, naar verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden, gegevens waren vastgelegd die door wederrechtelijk afluisteren, aftappen of opnemen van (een) gesprek(ken), telecommunicatie of andere gegevensoverdracht of andere gegevensverwerking door (een) geautomatiseerd(e) werk(en) waren verkregen;

4.

hij op of omstreeks 28 mei 2013 te Culemborg, in elk geval in Nederland, een of meerdere armband(en) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde armband(en) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 08 maart 2012 tot en met 09 maart 2012 te Culemborg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen een of meerdere armband(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) de achterdeur van voornoemde woning geforceerd/opengebroken (zaak 902);

Parketnummer 05/860383-13:

hij op of omstreeks 20 januari 2013 te Beesd, gemeente Geldermalsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere mobiele telefoons (een Samsung Galaxy en/of een Samsung Galaxy Y), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 20 januari 2013 te Beesd, gemeente Geldermalsen,, in elk geval in Nederland een of meerdere mobiele telefoons (een Samsung Galaxy en/of een Samsung Galaxy Y heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van telefoon(s) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Parketnummer 05/800012-14:

hij op of omstreeks 15 oktober 2013 te gemeente Culemborg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles drank (merk: Bacardi, ter waarde van 14,99 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Plus supermarkt ([adres 5]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

1a. De vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich een vordering na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 05/701268-12) betreffende de voorwaardelijke veroordeling opgelegd door de politierechter te Arnhem op 13 november 2012.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 11 april 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A.H.J. Raaijmakers, advocaat te Culemborg.

Ter terechtzitting van 11 april 2014 zijn de zaken, onder bovenstaande parketnummers bij afzonderlijke dagvaardingen aanhangig gemaakt, gevoegd.

De officier van justitie, mr. H.G. Kuipers, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3 De beslissing inzake het bewijs

Parketnummer 05/901075-121

Ten aanzien van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[adres 2]

Tussen 2 juni 2012, omstreeks 20.30 uur, en 3 juni 2012, omstreeks 07.08 uur2, zijn uit een woning gelegen aan de [adres 2] te Culemborg door meerdere personen3 onder meer de volgende goederen weggenomen:

 een kluis (inhoudende geld en een muntenverzameling, ter waarde van in totaal ongeveer 5.000 euro);

 een geldbedrag (ca. 3.000 à 4.000 euro);

 twee potten met kleingeld;

 een sleutel van een motorfiets;

 een zwarte Nintendo DSI game computer;

 een zilveren giraffe-beeld;

 een hoeveelheid sieraden.

Deze goederen behoren geheel of gedeeltelijk toe aan [benadeelde 1] en [benadeelde 2].4

Ook is onder meer nog een I-pad meegenomen in een blauwe AH-tas, welke AH-tas buiten de woning is teruggevonden. Deze I-pad is teruggegeven aan de rechthebbenden.5 Men heeft zich de toegang tot de woning verschaft door, vermoedelijk met een breekvoorwerp, de slotplaat (deels) uit de achterdeur te breken.6

[adres 3]

Tussen 23 februari 2012, omstreeks 20.00 uur, en 24 februari 2012, omstreeks 17.30 uur7, zijn uit een woning gelegen aan de [adres 3] te Culemborg door meerdere personen8 onder meer de volgende goederen weggenomen:

 twee Technics draaitafels, type 1200;

 een mixer van het merk Vestax;

 diverse langspeel platen;

 een PlayStation 3, 26 bijbehorende spellen, een afstandsbediening en een bluetooth koptelefoon;

 een PlayStation 2;

 een hard disc;

 twaalf dvd’s;

 een fotocamera van het merk Kodak M1033;

 twee zonnebrillen respectievelijk van het merk Animal en Versace;

 een geldbedrag (ca. € 160,-);

 een muntenverzameling bestaande uit 80 munten;

 twee broeken respectievelijk van het merk Raylor and Reece en French Connection;

 een jas van het merk Adidas;

 gereedschap van het merk Black & Decker Power Drill en Dremel Multi Tool.

Deze goederen behoren geheel toe aan [benadeelde 3].9 Men heeft zich de toegang tot de woning verschaft door de keukendeur aan de achterzijde van de woning te forceren.10

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de hem tenlastegelegde feiten, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Daartoe heeft de verdediging het navolgende aangevoerd.

Na de onderhavige inbraak op 2 of 3 juni 2012, is ook op 6 augustus 2012 ingebroken in de woning op de [adres 2]. Verdachte was wel betrokken bij deze inbraak en heeft in dit kader het bijbehorende proces-verbaal gelezen. In dat proces-verbaal werd gerefereerd aan de onder feit 1 tenlastegelegde inbraak van 2 of 3 juni 2012. Verdachte is niet betrokken geweest bij deze laatste inbraak, maar was wel op de hoogte van specifieke details aan de hand van het door hem gelezen proces-verbaal. Hij heeft tijdens het afgeluisterde gesprek op 28 december 2012, waarvan hij thans erkent dat het door hem gevoerd is, gedaan alsof hij bij deze inbraak aanwezig is geweest, omdat hij indruk wilde maken op de jongere jongens.

Verdachte was ook niet betrokken bij de onder feit 2 tenlastegelegde inbraak. Hetgeen hij heeft verteld tijdens het afgeluisterde gesprek op 28 december 2012 over de vermeende inbraak was ook gelogen. Daarbij komen de details van het OVC-gesprek en de aangifte niet overeen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of het bewijs voldoende overtuigend is dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de inbraken aan de [adres 2] en [adres 3] te Culemborg. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Op 28 december 2012 is een OVC-gesprek – onder de werknaam “[werknaam]” – opgenomen op bevel van de officier van justitie en met machtiging van de rechter-commissaris.11 Uit dit gesprek volgt dat verdachte (rechtbank: in het uitgewerkte OVC-gesprek weergegeven met zijn voornaam [verdachte])12, tegen een onbekend gebleven persoon praat over een inbraak gepleegd aan de [adres 2] te Culemborg.13 In het verloop van dat gesprek wordt het volgende gezegd:

(de rechtbank duidt dit aan als het eerste deel van het gesprek)

(gesprek vervangen)

De rechtbank is van oordeel dat het eerste deel van dit gesprek gedeeltelijk betrekking heeft op de onder feit 1 tenlastegelegde inbraak. Immers, de uit het huis gehaalde kluis woog ongeveer 400 kilogram14 en deze is aangetroffen in de struiken naast de achtertuin van de woning aan de [adres 2] te Culemborg.15 Verdachte geeft ook zelf aan dat hij in dit gesprek heeft gesproken over de inbraak van juni 2012 op het adres [adres 2] te Culemborg.16

Voorts is de rechtbank van oordeel dat het tweede deel van het gesprek gedeeltelijk betrekking heeft op de onder feit 2 tenlastegelegde inbraak. Immers, uit deze woning is een draaitafel17 weggenomen en de woning die door verdachte wordt aangewezen op het moment dat hij dit gesprek voert met de onbekend gebleven persoon, betreft de woning aan de [adres 3].18

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in dit gesprek heeft gelogen om indruk te maken op de jongere jongens. Hij heeft verklaard dat het gesprek (de rechtbank begrijpt: het eerste deel) inderdaad ging over de inbraak die in juni 2012 is gepleegd op de [adres 2] te Culemborg, maar dat hij deze dingen heeft verteld om op te scheppen. Hij zou zelf niet aanwezig zijn geweest bij deze inbraak, maar wist wel dat door meerdere personen is ingebroken op dit adres en hij zou de details van deze inbraak hebben gebaseerd op het proces-verbaal behorende bij de inbraak, ook op dit adres, gepleegd op 6 augustus 2012. Verdachte heeft daarnaast verklaard dat hij gedurende het gesprek (de rechtbank begrijpt: het tweede deel) spreekt over de inbraak in een woning waar een draaitafel is weggenomen bij ene [naam]. Dit heeft hij van anderen gehoord.

De rechtbank acht deze verklaring op verschillende gronden ongeloofwaardig. Allereerst heeft verdachte deze uitleg over de twee inbraken pas 1,5 jaar na de gepleegde inbraken afgelegd. Als hij daadwerkelijk alleen maar heeft opgeschept gedurende dit afgeluisterde gesprek, had hij veel eerder, ook tijdens eerdere zittingen, een dergelijke verklaring kunnen geven. Bovendien acht de rechtbank het aannemelijker dat verdachte tijdens het gesprek op 28 december 2012 uit eigen ervaring heeft verteld. Zo spreekt verdachte ten aanzien van de onder feit 1 tenlastegelegde inbraak over de tijd die men nodig had voor de inbraak (namelijk twee uur) en over de afmetingen van de kluis, terwijl deze kenmerken niet in het dossier (ook niet in het proces-verbaal van de inbraak gepleegd op 6 augustus 2012) voorkomen. Verder zegt verdachte in het afgeluisterde gesprek dat de kluis 450 kilo zou wegen. Dit kenmerk sluit aan bij het kenmerk genoemd door de aangever in het proces-verbaal behorende bij deze inbraak (met welk proces-verbaal verdachte op 28 december 2012 nog niet bekend was), maar niet bij de kenmerken genoemd in het proces-verbaal behorende bij de inbraak gepleegd op 6 augustus 2012 waarvan verdachte thans stelt zijn verhaal op te hebben gebaseerd. In het proces-verbaal behorende bij de inbraak gepleegd op 6 augustus 2012 staat immers vermeld dat de kluis 300 a 350 kilo zou wegen.

Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte blijkens de bewoordingen in dit afgeluisterde gesprek de woning waar de onder feit 2 tenlastegelegde inbraak is gepleegd heeft aangewezen. Verdachte heeft niet aannemelijk kunnen maken hoe hij – als hij niet één van de daders is geweest – kon weten wáár deze inbraak precies is gepleegd. Aan de omstandigheid dat volgens aangever méér goederen zijn weggenomen dan verdachte meldt in het tweede deel van het afgeluisterde gesprek, komt naar het oordeel van de rechtbank geen de verdachte ontlastende betekenis toe. Het laat immers onverlet dat verdachte zelf zegt dat hij daar bepaalde zaken heeft meegenomen, terwijl de inbraak in vereniging is gepleegd en de overige zaken door andere daders kunnen zijn meegenomen.

Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank op grond van de wettige bewijsmiddelen tevens de overtuiging bekomen dat verdachte samen met anderen de inbraken aan de [adres 2] in de periode van 1 tot en met 3 juni 2012 en aan de [adres 3] in de periode van 23 februari 2012 tot en met 24 februari 2012 heeft gepleegd.

Conclusie

De rechtbank acht op basis van de hiervoor aangehaalde wettige bewijsmiddelen overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 1 en feit 2 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

Feit 1:

hij in de periode van 01 juni 2012 tot en met 03 juni 2012 te Culemborg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 2], heeft weggenomen een kluis (inhoudende geld en een muntenverzameling ter waarde van in totaal ca. 5.000 euro) en meerdere potten met muntgeld (totaalwaarde ca. 3.000 euro á 4.000 euro) en een computer (merk/type: Nintendo DSI) en een (zilveren) beeld (giraffe) en sieraden en een iPad en een sleutel, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak(immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders de achterdeur van voornoemde woning geforceerd/opengebroken). (zaak 7)



Feit 2:

hij in de periode van 23 tot en met 24 februari 2012 te Culemborg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 3], heeft weggenomen een hoeveelheid geluid-en/of beeldapparatuur en een aantal computers en/of spelcomputers met toebehoren en een aantal dvd's en lp's en een fotocamera en een geldbedrag (ca. 160 euro) en een hoeveelheid kleding en een aantal zonnebrillen en een hoeveelheid gereedschap en een muntenverzameling, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak (te weten het forceren/openbreken van een deur van voornoemde woning). (zaak 126)

Ten aanzien van het onder 3 primair tenlastegelegde feit

De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem onder feit 3 primair tenlastegelegde.

Ten aanzien van het onder 3 (meer) subsidiair tenlastegelegde feit

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 10 januari 2013 moest [medeverdachte 1] als verdachte verschijnen voor de politierechter te Arnhem in de zaak onder parketnummer 05/730655-12.19 Van deze zitting is een video-opname gemaakt vanaf de publieke tribune.

Deze video-opname is opgeslagen op een micro SD-kaart onder de naam [site naam]’.20 De micro SD-kaart is aangetroffen in een mobiele telefoon van het merk RIM Blackberry type Curve in de kleur grijs en wit in de woning van verdachte.21 De telefoon en micro SD-kaart zijn van verdachte.22

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde (in de schuldvariant) heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem (meer) subsidiair tenlastegelegde, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Verdachte wist niet dat de desbetreffende video-opname op zijn SD-kaart en telefoon stond. Bovendien wist hij op dat moment niet dat het verboden is om dergelijke opnames te maken.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verdachte beschikte over een micro SD-kaart waarvan hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat op deze SD-kaart een wederrechtelijk verkregen video-opname stond van een zitting, plaatsgevonden op 10 januari 2013 te Arnhem. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte heeft erkend dat de inbeslaggenomen telefoon en micro SD-kaart van hem zijn. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat – nu verdachte dus de feitelijke beschikking had over zijn micro SD-kaart – hij ten minste redelijkerwijs had moeten vermoeden dat op deze SD-kaart een wederrechtelijk verkregen opname van de politierechterzitting van [medeverdachte 1] behandeld op 10 januari 2013 stond. De rechtbank acht het niet geloofwaardig dat verdachte wel wist welke foto’s en andere bestanden op zijn SD-kaart stonden, maar uitgerekend met dit video-bestand niet bekend was. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat als het al zo zou zijn dat verdachte zijn micro SD-kaart uitleende aan anderen, waardoor het mogelijk kan zijn dat anderen deze video-opname op zijn SD-kaart hebben gezet zonder dat hij hier weet van had, verdachte ten onrechte zich er niet van heeft vergewist dat er tijdens het uitlenen geen wederrechtelijk verkregen materiaal door anderen op zijn SD-kaart was geplaatst. Dat verdachte op dat moment niet wist dat een dergelijke opname verboden is doet hieraan niet af, nu hij, gelet op de aard van de opname (te weten een rechtszitting) op zijn minst had moeten vermoeden dat het niet is toegestaan een dergelijke opname te maken. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de verdediging.

Conclusie

De rechtbank acht op basis van de hiervoor aangehaalde wettige bewijsmiddelen overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 28 mei 2013 te Culemborg de beschikking had over (een) voorwerp, te weten een SD-kaart/gegevensdrager, waarop, naar verdachte redelijkerwijs moest vermoeden, gegevens waren vastgelegd die door wederrechtelijk opnemen van een gesprek door een geautomatiseerd werk waren verkregen.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde feit

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vast.

In de periode gelegen tussen 8 maart 2012 omstreeks 8.30 uur en 9 maart 2012 omstreeks 8.30 uur zijn uit een woning gelegen aan de [adres 4] te Culemborg onder meer sieraden weggenomen, waaronder twee goudkleurige armbanden. De weggenomen goederen behoren geheel of gedeeltelijk toe aan [benadeelde 7] en/of zijn echtgenoot [benadeelde 4]. Men heeft zich de toegang tot de woning verschaft door, vermoedelijk met een breekvoorwerp, de achterdeur en de binnendeur te forceren.23

Bij een doorzoeking van de woning van verdachte op 28 mei 2013 zijn onder meer twee goudkleurige armbanden in beslag genomen, die werden aangetroffen in de slaapkamer van verdachte in die woning. Deze armbanden zijn voorzien van de beslagnummers C.04.03.001 en C.04.07.003.24

Op 14 augustus 2013 heeft de echtgenoot van [benadeelde 7], mevrouw [benadeelde 4], tijdens de door de politie georganiseerde kijkdag voor sieraden, als de hare herkend de onder verdachte in beslag genomen armbanden voorzien van de beslagnummers C.04.03.001 en C.04.07.003.25 Zij heeft aangegeven dat zij één van de armbanden heeft gekregen en de andere armband als souvenir in Kreta heeft gekocht. Ze dacht niet dat de sieraden van echt goud gemaakt waren.26

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde in de vorm van schuldheling heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem primair en subsidiair tenlastegelegde omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.

De beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak primair ten laste gelegde feit

Ten aanzien van de primair ten laste gelegde heling van de armbanden overweegt de rechtbank dat de aangeefster weliswaar tijdens de sieradenkijkdag op 14 augustus 2013 heeft aangegeven dat zij de armbanden herkende als de hare. Zij is echter niet in staat gebleken bijzondere, specifieke kenmerken te benoemen waaraan zij deze armbanden heeft herkend. Bij deze stand van zaken vindt de rechtbank in het dossier onvoldoende concrete, overtuigende aanknopingspunten voor de overtuiging dat deze armbanden hebben toebehoord aan de (echtgenote) van aangever. Daarmee kan ook niet worden vastgesteld dat deze armbanden van misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank is dan ook met de raadsvrouw van oordeel dat er niet voldoende bewijs is dat verdachte zich aan het primair ten laste gelegde heeft schuldig gemaakt. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Vrijspraak subsidiair ten laste gelegde feit

Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde diefstal overweegt de rechtbank, in het verlengde van hetgeen hiervóór is overwogen met betrekking tot het primair ten laste gelegde, dat geen feiten of omstandigheden kunnen worden vastgesteld op grond waarvan verdachte als schuldig aan deze diefstal kan worden aangemerkt.

Conclusie

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde onder feit 4 heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken.

Parketnummer 05/860383-1327

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 20 januari 2013 zijn te Beesd, gemeente Geldermalsen twee mobiele telefoons (een Samsung Galaxy en een Samsung Galaxy Y) gestolen van respectievelijk [benadeelde 5] en [benadeelde 6]

[benadeelde 6].28

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Verdachte ontkent dat hij de telefoons heeft gestolen. Het gegeven dat de telefoons bij zijn voeten op de grond zijn aangetroffen, is onvoldoende om te kunnen bewijzen dat verdachte de telefoons heeft gestolen. Uit geen enkel bewijsmiddel blijkt dat verdachte de telefoon op enig moment vast heeft gehad.

De beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [benadeelde 6] heeft verklaard dat zij en haar vriendin, aangeefster [benadeelde 5], in de rij bij de garderobe stonden en dat er een jongen vlak achter hen kwam staan. Zij verklaarde: ‘Even later ging die jongen vlak achter ons staan. Nadat wij onze jassen hadden, merkten[benadeelde 5] en ik dat onze telefoons waren verdwenen uit onze tassen. Ik ben toen naar de portier gelopen en heb uitgelegd wat er was gebeurd. Ik wees aan de portier de jongen aan die achter ons in de rij stond. De portier is vervolgens naar die jongen gelopen en heeft hem uit de rij gehaald. Op dat moment zag ik dat er twee telefoons op de grond vielen. […] De telefoons vielen precies op het moment dat die jongen werd aangesproken door de portier. […] Ik heb mijn telefoon van de portier teruggekregen.’29

Door [benadeelde 5] is eveneens aangifte gedaan. Zij heeft verklaard in discotheek [naam discotheek] te zijn geweest en haar mobiele telefoon de hele avond in haar handtas te hebben gehad. Ze wilde haar jas gaan halen en stond in het gedrang van mensen. Ze controleerde haar tas en bemerkte dat haar mobiele telefoon niet meer in haar tas zat. Kort daarop zag ze een portier zwaaien met een telefoon. Deze telefoon heeft ze herkend als de hare. De portier zei dat hij de telefoon zojuist van een jongen had afgepakt.30 Tevens heeft zij verklaard dat de jongen die door de politie werd aangehouden pal achter hen stond in de rij.31

Getuige [getuige 1] heeft verklaard: ‘Ik ben portier bij onder andere discotheek [naam discotheek]. Ik was daar zondag 20 januari ook aan het werk als portier. Ik had omstreeks 04:00 uur een rondje gelopen door de discotheek toen er een meisje naar mij toen gelopen kwam en mij vertelde dat haar telefoon gestolen was in de garderobe van [naam discotheek] en dat het net gebeurd moest zijn. Ik ben met het meisje meegelopen naar de garderobe. Ik zag dat het meisje een jongen aanwees en ik hoorde dat ze gelijk zei, “dat is hem”. Ik ben naar de jongen toegelopen die het meisje aanwees en waarvan ze zei dat hij haar telefoon vermoedelijk gestolen had. Op het moment dat ik naar de jongen toeliep zag ik dat de jongen zich omdraaide in mijn richting. […] Ik zag dat de jongen hierop allebei zijn armen en handen naar achteren bewoog en deze achter zijn lichaam hield. Ik zag dat hij zijn armen gestrekt hield en dus moeten zijn handen op dat moment ter hoogte van zijn kont geweest zijn. Direct daarna zag ik door zijn benen heen, twee telefoons direct achter zijn benen recht naar beneden vallen op de grond. Deze telefoons lagen toen direct achter zijn voeten op de grond. Ik weet zeker dat die telefoons door die jongen op de grond gegooid werden. Dit kan niet anders, omdat er op dat moment niemand bij was die ik iets heb zien doen die dat gedaan zou kunnen hebben. […] Ik ben daarna om hem heen gelopen en ik heb de telefoons gepakt. Het meisje liep achter mij aan en ik vroeg haar of dit haar telefoons waren. Ik hoorde dat het meisje zei dat dit haar telefoon was. Ik hoorde dat een vriendin van haar zei dat die andere telefoon van haar was en dat die ook gestolen waren. […] Ik heb de telefoons teruggegeven aan de meisjes en ik heb de jongen overgedragen aan de politie.’32

Verbalisanten hebben verklaard dat zij op 20 januari 2014 om 4:25 uur [verdachte] aanhielden, nadat deze hen was overgedragen door een portier van [naam discotheek]. Zij hoorden de portier zeggen dat hij had gezien dat de jongen twee mobiele telefoons achter zijn rug op de grond liet zakken, die eerder waren gestolen van twee meisjes.

De rechtbank acht op grond van bovenstaande verklaringen, in het bijzonder de verklaring van getuige [getuige 1], in samenhang met de inhoud van de overige bewijsmiddelen, overtuigend bewezen dat verdachte degene was die beide telefoons heeft gestolen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/860383-13 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 20 januari 2013 te Beesd, gemeente Geldermalsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere mobiele telefoons (een Samsung Galaxy en een Samsung Galaxy Y toebehorende aan [benadeelde 5] en [benadeelde 6].

Parketnummer 05/800012-1433

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 15 oktober 2013 is uit de Plus supermarkt ([adres 5] te Culemborg)

een fles drank (merk: Bacardi, ter waarde van 14,99 euro) wederrechtelijk weggenomen.34

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich in vereniging met een ander schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Verdachte ontkent dat hij samen met de andere jongen de fles drank heeft meegenomen. Hij heeft enkel op verzoek van die jongen de desbetreffende fles drank in het tasje van de jongen gedaan. Verdachte reikte die jongen de fles Bacardi slechts aan, omdat die jongen maar één hand heeft. Hij ging er vanuit dat die jongen de fles Bacardi af zou rekenen.

De beoordeling door de rechtbank

Getuige [getuige 2] heeft verklaard: ‘Op dinsdag 15 oktober 2013 was ik aan het werk bij de Plus supermarkt, [adres 5] te Culemborg. Omstreeks 17.40 uur stond ik samen met twee collega’s tussen de servicebalie en de slijterij in. Ik zag twee jongens de slijterij inlopen en vrij snel ook weer uitlopen. Ik zag dat het ging om een manspersoon van Marokkaanse afkomst met een witte jas en zonder hand. De andere manspersoon had een zwarte jas aan en was ook van Marokkaanse afkomst.’35

Verbalisanten hebben beschreven wat zij op camerabeelden zagen. Zij omschreven dit als volgt:

‘Ik zag dat er twee jongemannen de slijterij in liepen. Er was op dat moment geen medewerker in de slijterij aanwezig. De twee jongemannen waren op dat moment samen in de slijterij. Ik zag een jongeman, die ik, verbalisant [verbalisant], ambtshalve herkende als [verdachte], wonende aan de [adres 6]. Ik zag dat [verdachte] als volgt gekleed was, een zwarte korte jas, witte blouse, zwart schoudertasje en zwarte schoenen een fles drank uit het schap pakte, links in beeld. Ik zag dat [verdachte] deze fles onder de jas stopte van de andere jongeman die ik, verbalisant [verbalisant], ambtshalve herkende als [medeverdachte 2], wonende aan de van [adres 7]. […] Ik zag dat de fles drank verdween onder de jas van [medeverdachte 2]. Ik zag dat [verdachte] samen met [medeverdachte 2] de slijterij verliet.’36

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte samen met een ander een fles Bacardi heeft gestolen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de jongen met de witte jas, een bekende van hem, tegenkwam en dat deze hem vroeg of ze ook Bacardi Razz hadden. Verdachte zou vervolgens de fles Bacardi hebben gepakt en in de tas onder de jas van de hem bekende jongen hebben gestopt. Hij zou niet hebben geweten dat de jongen de fles Bacardi wilde stelen.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte om verschillende redenen ongeloofwaardig.

Zo heeft verdachte aanvankelijk volgens de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] verklaard dat hij de jongen met de witte jas niet kende.37 Voorts kwam verdachte tegelijk met ‘de jongen met de witte jas’ binnen en verliet ook tegelijk met hem de slijterij. Verder heeft verdachte in eerste instantie verklaard dat hij de jongen de fles in zijn hand had aangegeven. Pas na te zijn geconfronteerd met de beelden, verklaarde verdachte ter zitting dat hij de fles in de tas van de jongen stopte ‘omdat hij vaker spullen in zijn tasje stopt en daarna afrekent’. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij in de slijterij was met de bedoeling om de fles Bacardi te halen.38 Maar vervolgens heeft hij weliswaar een fles Bacardi gepakt, deze in de tas gestopt van ‘de jongen met de witte jas’, maar heeft hij zelf geen fles Bacardi meer gehaald. In plaats daarvan heeft hij alleen maar blikjes energiedrank afgerekend.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder parketnummer 05/800012-14 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 15 oktober 2013 te gemeente Culemborg tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles drank (merk: Bacardi, ter waarde van 14,99 euro), toebehorende aan Plus supermarkt ([adres 5]),

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 onder parketnummer 05/901075-12, telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen gepleegd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 3 meer subsidiair onder parketnummer 05/901075-12:

Het de beschikking hebben over een voorwerp waarop, naar hij redelijkerwijs moest vermoeden gegevens zijn vastgelegd die door wederrechtelijk opnemen van een gesprek door een geautomatiseerd werk zijn verkregen.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde onder parketnummer 05/860383-13:

Diefstal, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het tenlastegelegde onder parketnummer 05/800012-14:

Diefstal door twee of meer verenigde personen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten 1, 2, 3 subsidiair en 4 primair onder parketnummer 05/901075-12, het tenlastegelegde feit onder parketnummer 05/860383-13 en het feit tenlastegelegd onder parketnummer 05/800012-14 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van de feiten en het feit dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat, mocht de rechtbank van oordeel zijn dat een deel van de tenlastegelegde feiten wel wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, de gevangenisstraf gelijk zou moeten zijn aan de reeds in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd. Verdachte heeft zijn leven oprecht gebeterd. Ook daarmee zou de rechtbank rekening moeten houden.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 8 april 2014;

 een voorlichtingsrapportage van Leger des Heils, d.d. 27 augustus 2013, betreffende verdachte;

 een beknopte voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 30 mei 2013, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee woninginbraken, twee diefstallen van mobiele telefoons, een diefstal in vereniging met een ander van een fles Bacardi en het in bezit hebben van een SD-kaart waarop een wederrechtelijk verkregen video-opname stond van een politierechterzitting. De bewezenverklaarde woninginbraken hebben plaatsgevonden in de wijk Terweijde gelegen in Culemborg. In deze periode zijn in de desbetreffende wijk vele woninginbraken gepleegd en verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het sterke onveiligheidsgevoel dat heerste in deze wijk. Daarbij hebben de daders bij deze woninginbraken forse schade gebracht aan de woningen doordat de deuren met kracht zijn geforceerd.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij eind 2012 schoon schip heeft gemaakt en hij niet meer in aanraking wilde komen met politie en justitie. De rechtbank neemt deze beweerde goede voornemens niet serieus. Tijdens de in vereniging gepleegde diefstal van de fles Bacardi was de voorlopige hechtenis van verdachte zojuist – onder diverse bijzondere voorwaarden – geschorst. Blijkbaar weerhield dit verdachte er niet van om opnieuw een strafbaar feit te plegen. Een voorwaardelijk strafdeel is daarom naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde. Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting geen spijt of berouw getoond.

De rechtbank zal dan ook een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van de hierna te noemen duur. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zal hierop in mindering moeten worden gebracht.

6.a. De vordering tenuitvoerlegging

Op 13 november 2012 is door de politierechter te Arnhem een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 1 (één) week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De politierechter te Gelderland heeft al op 6 maart 2013 de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijk straf gelast. Nu de ten uitvoer legging niet nogmaals kan worden gelast, zal de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 57, 63, 139e, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit 3 primair onder parketnummer 05/901075-12 en het tenlastegelegde feit 4 primair en subsidiair onder parketnummer 05/901075-12 heeft begaan.

Spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten 3 primair en 4 primair en subsidiair onder parketnummer 05/901075-12.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. C.M.E. Lagarde en mr. M.C. Gerritsen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Ruessink en A.M.H. Lansink, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 april 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Oost Nederland, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, OPS-dossiernummer , 2013065946, gesloten op 15 augustus 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 5 september 2012, p. 613 onderaan

3 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 11 april 2014.

4 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] d.d. 3 juni 2012, p. 620 en 621, alsmede proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 2] d.d. 3 april 2013, p. 632 t/m 634

5 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 2] d.d. 3 april 2013, p. 633, 18e regel van boven

6 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 5 april 2013, p. 618 midden

7 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3], d.d. 24 februari 2012, p. 2213, eerste alinea.

8 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 21 april 2014.

9 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3], d.d. 24 februari 2012, p. 2213 t/m 2221.

10 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3], d.d. 24 februari 2012, p. 2213.

11 Proces-verbaal zaak 7 d.d. 3 juli 2013, p. 611 1e alinea

12 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 11 april 2014.

13 Schriftelijk bescheid, houdende de 01 OVC-gespreksweergave d.d. 28 december 2012, p. 654, vanaf 16e regel van onderen en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 11 april 2014.

14 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] d.d. 3 juni 2012, p. 620, 5e regel van onderen.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 5 september 2012, p. 614, 12e/13e regel van boven, alsmede proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 september 2012, p. 615, 9e regel van boven.

16 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 1 april 2014.

17 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3], d.d. 24 februari 2012, p. 2214.

18 Proces-verbaal van bevindingen (bij zaak 126 inbr. [adres 3]), d.d. 12 maart 2012, onder het kopje ‘Door [verdachte] bedoelde “een na laatste huis”.’, p. 2244.

19 Het proces-verbaal zaak 501, d.d. 6 augustus 2013, p. 4419, onder het kopje ‘Politiesysteem’.

20 Het proces-verbaal zaak 501, d.d. 6 augustus 2013, p. 4419, tweede alinea.

21 Het proces-verbaal zaak 501, d.d. 6 augustus 2013, p. 4418 onder het kopje ‘aanleiding onderzoek’.

22 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 11 april 2014.

23 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 6] namens [benadeelde 7], d.d. 9 maart 2012, p. 6 t/m 8 en 13/m 18. (De verwijzingen zien op het zaaksdossier met nummer 902).

24 Proces-verbaal zaak 902, d.d. 6 september 2013, p. 4, onder het kopje ‘aantreffen weggenomen sieraden [adres 4] te Culemborg’.

25 Proces-verbaal sieraden kijkdagen, d.d. 15 augustus 2013, p. 23 en 24.

26 Proces-verbaal herkenning sieraden, d.d. 14 augustus 2013, p. 48 en 49.

27 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Zuid, district De Waard, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2013010519, gesloten op 31 januari 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

28 Proces-verbaal van aangifte door[benadeelde 5] d.d. 20 januari 2014, p. 22, 16e t/m 30e regel en 33e en 38e t/m 39e regel en, goederenbijlage p. 24; proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 6], d.d. 20 januari 2013, p. 27, 19e t/m 38e regel, p. 28, 3e t/m 4e regel, goederenbijlage, p. 29.

29 Proces-verbaal van verhoor van benadeelde [benadeelde 6], d.d. 21 januari 2013, p. 30-31.

30 Proces-verbaal van aangifte[benadeelde 5], d.d. 20 januari 2013, p. 22.

31 Proces-verbaal van verhoor van[benadeelde 5] d.d. 21 januari 2013, p. 25.

32 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], d.d. 20 januari 2013, p. 32.

33 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Zuid, district De Waarden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2013103951, gesloten op 8 januari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

34 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 8], d.d. 15 oktober 2013, p. 4, 15e t/m 34e regel en 38e t/m 39e regel.

35 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], d.d. 17 oktober 2014, p. 19.

36 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 2 januari 2014, p. 33.

37 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2], d.d. 16 oktober 2013, p, 12 en proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3], d.d. 16 oktober 2013, p. 18.

38 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 11 april 2014.