Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2698

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-04-2014
Datum publicatie
23-04-2014
Zaaknummer
05/860554-13, 05/820826-13 en 05/821002-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

20-jarige jongen uit Tiel is veroordeeld wegens meermalen verkrachting, ontuchtige handelingen met meisjes jonger dan 16 jaar en bedreiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/860554-13, 05/820826-13 en 05/821002-13

Datum zitting : 8 april 2014

Datum uitspraak : 22 april 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam :[verdachte][verdachte]

geboren op : [geboortedatum 1]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

raadslieden : mr. H.E. Brink en mr. M.R. Paardekooper, advocaten te Amsterdam.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/860554-13 ten laste gelegd dat:

1.

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode 1 mei 2012 tot en met

1 augustus 2012 te Tiel, althans in Nederland,

met[slachtoffer 1], geboren [geboortedatum 2],

buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam,

te weten het steken van zijn, verdachtes, penis in de vagina, heeft

gepleegd,terwijl die[slachtoffer 1] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet

die van zestien jaren had bereikt;

2.

hij op of omstreeks 3 december 2012 te Tiel, in ieder geval in Nederland,

door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of

een andere feitelijkheid[slachtoffer 1] (geboortedatum [geboortedatum 2])

heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

te weten het brengen van zijn penis in haar mond,

welk geweld en/of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld en/of

andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte (opzettelijk)

- die [slachtoffer 1] per Whats-App heeft geboden naar hem toe te komen teneinde

seksueel contact met hem te hebben waarbij verdachte die [slachtoffer 1]

WhatsApp-berichten van dreigende aard en/of strekking heeft gestuurd,

inhoudende dat hij haar zou pakken en/of wist waar ze woonde en/of wist waar

haar school was en/of hoe ze daar naar toe fietste, althans woorden van

soortgelijke dreigende en/of dwingende

aard of strekking;

- het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of in de richting van zijn

(onderlichaam) lichaam gedrukt/geduwd en/of gedrukt gehouden;

- is voorbijgegaan aan de (verbale en/of non-verbale) tekenen van

onwil/protest van die [slachtoffer 1];

- terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte

en die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 1] door het psychische en fysieke overwicht dat

verdachte op haar had niet althans verminderd in staat moet worden geacht om

weerstand aan hem te bieden;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 3 december 2012 te Tiel, althans in Nederland,

met[slachtoffer 1], geboren [geboortedatum 2],

buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam,

te weten het steken van zijn, verdachtes, penis in de mond,

heeft gepleegd terwijl die[slachtoffer 1] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog

niet die van zestien jaren had bereikt;

3.

hij op of omstreeks 21 januari 2013 althans op een of meerdere tijdstippen in

of omstreeks de periode van 20 december 2012 tot en met 21 januari 2013

te Tiel, (telkens)[slachtoffer 1], geboren [geboortedatum 2]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met

verkrachting en/of met schennis van de eerbaarheid, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend

per sms bericht(en) geboden/bevolen/aangedrongen hem te neuken althans seks

met hem te hebben en/of de woorden toegevoegd :

"- Ik haal effe een paar mensen die je ook niet mogen en dan kom ik er aan

en/of

- Ik geeft je 5 minuten om te reageren, ik weet waar je woont en/of

- Dan doen we het op mijn manier en/of

- Nu nog een 4de persoon ophalen en dan ben ik er bijna en/of

- Vlucht maar kankerhoer en/of

- Deze week ga ik je pakken en/of

- Kan me niet schelen dat je een meisje bent en/of

- Ik pak je wel persoonlijk en/of

- Ik kom je opwachten op school en je desnoods thuis opzoeken en/of

- Ik zal je hebben",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Aan verdachte is onder parketnummer 05/820826-13, na een door de rechtbank toegewezen vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de

periode van 1 maart 2012 tot en met 30 juni 2012, in de gemeente Tiel,

althans in Nederland, (telkens)

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid

[slachtoffer 2], geboren [geboortedatum 3],

heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] te weten

- het vingeren van die [slachtoffer 2] en/of

- het steken van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de mond van die

[slachtoffer 2]

welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of

andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte

- die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij hem moest pijpen en/of

- bij die [slachtoffer 2] voortdurend heeft aangedrongen dat hij seks met

haar wilde en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en/of tegen haar wil

richting zijn geslachtsdeel heeft geduwd en/of daar heeft gehouden en/of

- die [slachtoffer 2] tegen haar wil op/tegen een steen althans de grond

heeft geduwd; en/of

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non verbale tekenen van verzet/onwil van die [slachtoffer 2]

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de

periode van 1 maart 2012 tot en met 30 juni 2012, in de gemeente Tiel,

althans in Nederland, (telkens)

buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam, te weten

- het vingeren en/of

- het steken van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de mond,

heeft gepleegd met [slachtoffer 2], geboren [geboortedatum 3], die toen de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt;

2.

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en

met 30 september 2012 te Tiel, althans in Nederland,

door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkheid [slachtoffer 3], geboren [geboortedatum 4], heeft

gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 3],

te weten het steken van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3],

welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of

andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte

- tegen die [slachtoffer 3] meerdere malen althans eenmaal heeft gezegd en/of

(een) bericht(en) heeft gezonden dat hij seks met haar wilde en/of

- dat hij anders haar broertje van school zou halen en mee zou nemen en/of

- dat hij de moeder van [slachtoffer 3] zou neersteken en/of

- dat hij naaktfoto's van haar op internet zou zetten als ze niet deed wat

hij vroeg; en/of

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non verbale tekenen van verzet/onwil

van die [slachtoffer 3]

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en

met 30 september 2012 te Tiel, althans in Nederland,

buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam, te weten

- het steken van zijn, verdachtes, penis in de mond,

heeft gepleegd met [slachtoffer 3], geboren [geboortedatum 4], die toen de leeftijd

van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt;

3.

hij op of omstreeks 4 november 2012 althans op enig tijdstip in of omstreeks

de periode van 1 november 2012 tot en met 15 november 2012 te Tiel, althans in

Nederland,

door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkheid [slachtoffer 3], geboren [geboortedatum 4], heeft

gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 3],

te weten het steken van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3],

welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of

andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte

- tegen die [slachtoffer 3] meerdere malen althans eenmaal heeft gezegd en/of

(een) bericht(en) heeft gezonden dat hij seks met haar wilde en/of

- dat ze het af moest maken wat ze beloofd had en/of

- dat hij anders haar broertje en/of haar ouders wat aan zou doen en/of

- dat ze haar broek uit moest doen en/of

- dat ze voorover moest bukken;

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non verbale tekenen van verzet/onwil van die [slachtoffer 3]

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 4 november 2012 althans op enig tijdstip in of omstreeks

de periode van 1 november 2012 tot en met 15 november 2012 te Tiel, althans in

Nederland,

buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam,

te weten het steken van zijn, verdachtes, penis in de vagina,

heeft gepleegd met [slachtoffer 3], geboren [geboortedatum 4], die toen de leeftijd

van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt;

Aan verdachte is onder parketnummer 05/821002-13 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 04 juni 2013 te Tiel , ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], (als

passagier gezeten achter op een fiets), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

toe te brengen,

met dat opzet

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, toen hij die (fiets

en/of) [slachtoffer 3] (op korte afstand) tegemoet reed, zijn snelheid heeft verhoogd

en/of zijn personenauto heeft gestuurd in de richting van (de fiets en/of)

die [slachtoffer 3],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 04 juni 2013 te Tiel, [slachtoffer 3], die als passagier achterop

een fiets zat, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, toen hij die (fiets

en/of) [slachtoffer 3] (op korte afstand) tegemoet reed, zijn snelheid verhoogd

en/of zijn personenauto gestuurd in de richting van (de fiets en/of)

die [slachtoffer 3];

2 Het onderzoek ter terechtzitting

Ter terechtzitting van 8 april 2014 zijn de zaken van de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland, onder bovenstaande parketnummers bij afzonderlijke dagvaardingen aanhangig gemaakt, gevoegd. De zaken zijn op 8 april 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. H.E. Brink en mr. M.R. Paardekooper, advocaten te Amsterdam.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3]. De benadeelde partij [slachtoffer 3] is ter terechtzitting verschenen. Zij is bijgestaan door haar raadsvrouw mr. P. van der Geest. Namens [slachtoffer 1] is mr. L.H. Pomp ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie, mr. P.A. de Boer, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadslieden hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3 De beslissing inzake het bewijs

Met betrekking tot parketnummer 05/860554-131

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft in 2012 bij hem thuis, in Tiel, seks gehad met[slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]). Hierbij is verdachte met zijn penis in haar vagina en in haar mond gegaan.2

Op 21 januari 2013 heeft verdachte een aantal berichten aan [slachtoffer 1] gestuurd. Hun gesprek via sms had letterlijk (inclusief taal- en typfouten) de volgende inhoud:

“- [verdachte]: Ik geef je vandaag de laatste kans om mij van whatsapp te deblokkeren, en tege mij praten. En anders zie je me na school.

Ik weet ook wa je woon.

-[slachtoffer 1]: Laat me met rust, ik ben niet de gene die mn beloftes niet nakomt, vorig keer hebben we afgesproken dat dat als afsluiting was, want toen wou ik het ook al niet.

- [verdachte]: En daarna sprak je met me af om alles af te maken. Ik zou ma gewoon tege me prate via whatsapp. Je weet hoe ik ben. Ik bluf niet, dus als ik zeg dat ik je kom halen doe ik dat ook

-[slachtoffer 1]: Wij hadden duidelijk een afspraak, ik heb de 1e keer uit een domme fout met je geneukt, en ik wou niet meer, toen heb je me gedwongen om je te pijpen, wat ik al niet wou en we hadden afgesproken dat we daarna geen contact, niets meer zouden hebben, dus waarom dwing je me weer met je te neuken?

- [verdachte]: Dat heb je toen zelf afgesproken. Dus is je eigen domme fout. Wat doe je zo?

Ik geef je 5 minuten om te reageren. En anders zie ik je vanavond wel. Ik weet waar je woon

-[slachtoffer 1]: Jij hebt er toen mee ingestemd dat als ik je zou pijpen dat alles over zou zijn, geen seks meer, geen contact. dat heb ik je nog duidelijk gevraagt en toen zei je ja, anders had ik dat ook nieteens gedaan. Ik wil geen seks met je dat weet je, dus stop met me ertoe dwingen. Ik wil het niet. Ik wil ook geen contact met je, dat weet je. Laat me met rust. Ik heb nooit afgesproken om nog eens met je te neuken en dat ben ik ook niet van plan. Stop ook met me te bellen.

- [verdachte]: Dat heb je zowiezo wel gezegt, wil je zegge dat ik ga liege? Kom maar weer niet je afsprake na, ik haal ff een paar mensen op die je ook nie mogen en dan kom ik eraan. Zie je zo ik geef je nu nog een facking keuze. Je afspraak nakomen of me zo op een andere manier zien. De manier van de praatjes die rondgaan.

Nog 5 minuten om te reagere en je keuze te make.

Oke dan doen we et op mijn manier.

Nu nog et 4de persoon ophalen en dan ben ik der bijna.

Vlugt maar jho kanker hoer! Deze week ga ik je pakken. Kan me nie schele dat je een meisje ben. Ik pak je wel persoonlijk. Ik kom je opwachte op school en je desnoods thuis opzoeken of gewoon tegekome. Ik zal je hebben! Als je van gedachte veranderd zal ik ma snel zijn en dat zeggen voordat ik je tegekom want dan is et te laat.

Heb net me ma aan de telefoon gehad dat je aangifte gaat doen. Sorry zo was et niet bedoeld et was meer gewoon ouwehoer wat te ver uit de hand loopt. Zou et wel niet meer doen en zeg et maar tege de politie gelijk dat ik dit heb gezegt.

- [verdachte]: Sorry, oke? Ik wil je hier niet mee lastig valle dus ga ook geen aangifte doen omdat ik nu praat. Wilde alleen ff sorry zeggen.”3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de feiten 1, 2 primair en 3, gelet op de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken van de feiten 1 en 2; ten aanzien van feit 3 is geen verweer gevoerd voor wat betreft de bewezenverklaring. Met betrekking tot feit 1 is aangevoerd dat het ontuchtig karakter ontbreekt, nu sprake was van een in beginsel affectief contact en de seksuele handelingen vrijwillig hebben plaatsgevonden. Weliswaar bedraagt het leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer 1] bijna vier jaar, maar daar was verdachte zich onvoldoende van bewust. Daar komt bij dat meisjes in die leeftijdscategorie vaak de mannen de baas zijn, ook wanneer deze ouder zijn in leeftijd. Met betrekking tot feit 2 is door de verdediging aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat sprake was van dwang.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer 1] heeft het volgende verklaard:

“We hebben begin zomervakantie 2012 (…) bij hem thuis afgesproken. We zijn op de bank gaan zitten. (…) Toen begon hij mij te zoenen en onder mijn shirt te zitten.4 (…) Hij deed in een keer mijn shirt uit. Daar stond ik wel van te kijken. Hij ging toen door met zoenen. Hij trok in een keer mijn broek naar beneden. (…) Ik was bezig met zoenen. Het ging allemaal heel snel. (…) Het overkwam me. Het gebeurde te snel om te verwerken. (…) Hij heeft mij toen omgedraaid met gezicht naar de muur en toen hebben we seks gehad (…). Ik zat met mijn knieën op de bank en (…) hij stond achter mij. (…) hij ging met zijn penis in mijn vagina. (…) Ik heb geen condoom gezien.5 Hij is klaar gekomen. Ik heb me toen zo snel mogelijk aangekleed, heb mijn jas aangedaan en ben weggegaan. Ik heb de volgende dag bij de Etos een morning after pil gehaald.”6

“Op 3 december [2012] zocht hij weer contact (…) via Whatsapp.7 Ik kreeg ineens allemaal dreig-appjes. Hij wilde dat ik weer seks had met hem. Ik heb gezegd dat ik dat niet wilde en dat ik dat de eerste keer al niet wilde.8 Toen ging hij dreigen dat hij me allemaal dingen aan ging doen; dat hij me wel op zou wachten en zou pakken. Toen zei hij dat hij NU wilde en niet volgende week. Hij zei: ’dat als je dat niet doet dan ben je de mijne’.9 Hij zou me op komen zoeken; hij wist hoe ik naar school fietste en hij wist mijn rooster. (…) Dat ik beter na moest denken en dat alle verhalen die ik over hem hoorde klopten. Dit waren verhalen dat hij zou stelen en mensen bedreigen enzovoorts. (…) Ik ben er zo erg van geschrokken dat ik toch naar hem ben toegegaan.10 We hadden afgesproken dat we geen seks zouden hebben maar dat ik hem alleen zou pijpen. Daarna zou alles over zijn en zou er geen contact meer zijn.”11 “Zijn oudste broer zat aan de eettafel, zijn vader zat op de bank. We zijn toen naar boven gegaan, naar zolder, [verdachte] kamer. (…) Hij (…) trok zijn beige broek uit. (…) Hij begeleidde mijn hoofd naar beneden.

V: Wat zag jij? A: Zijn piemel, zijn onderbroek was ook naar beneden. (…) zijn piemel (…) was stijf. (…) Hij legde zijn hand op mijn hoofd, hij is langer dan ik, zodat ik op mijn knieën ging zitten. (…) Ik moest hem pijpen, hij begeleidt mijn hoofd met zijn hand. Hij duwt mijn hoofd steeds naar voren. (…) Hij komt weer klaar. (…) het sperma (…) moest ik doorslikken.12 In de hal heb ik mijn jas gepakt. Toen kwam zijn moeder met zijn jongste broertje binnen. Ik heb me voorgesteld en ben weggegaan.”13

“Ik heb hem toen geblockt op de App. In de kerstvakantie begon (…) hij (…) weer te dreigen dat hij me zou pakken en dat ik dingen moest gaan doen.14 Hij zei dat ik hem beter maar kon unblocken op de App en dat ik maar beter kon weten met wie ik aan het fucken was en dat ik beter voor hem moest oppassen. (…) Ik heb hem teruggestuurd dat ik geen contact meer met hem wilde en dat we dat hadden afgesproken (…). Hij zei dat ik nog een keer moest komen en dat hij dan meer wilde dan alleen pijpen. Ik zei dat ik dat niet wilde (…). Hij zei dat ik het dan vanzelf zou zien, dat hij me op zou komen zoeken. . (…) Toen begon het 8 januari weer met die smsjes (…) dat ik op moest passen voor hem, dat ik nog een keer moest komen. dat ik 5 minuten had om me te bedenken. Anders zou hij vrienden ophalen die mij ook niet mochten en zou hij me opzoeken op school of thuis. Ik heb het toen tegen mijn moeder verteld.15 (…) In de intake staat dat die smsjes van 21 januari zijn. (…) O ja, klopt, dat is 21 januari.16

V: Weet jij of hij de eerste keer wist dat hij niet wilde? A: Die eerste keer niet, hij had het toen aan mijn gezichtsuitdrukking kunnen zien. Maar die tweede keer wist hij wel dat ik dat niet wilde; dat heb ik toen duidelijk tegen hem gezegd.”17

Verdachte heeft ten overstaan van de politie het volgende verklaard:

“V: Je hebt verteld dat je seks met[slachtoffer 1] hebt gehad bij jou thuis.

A: We hebben toen gezoend, getongd. (…) en toen heeft zij mij gepijpt en toen hebben we geneukt. (…) Zij ging gebukt staan. Zij zat met haar knieën op de bank en ik stond achter haar.18 (…) Ik ben niet in haar klaargekomen. Voor de helft wel en voor de helft niet. De volgende dag heeft zij toen een morning after pil gehaald.19 “Zij heeft niets meer van zich laten horen. (…) Toen ben ik haar sms’jes gaan sturen (…) rond 21 november (…) 2012.”20

Als verdachte vervolgens wordt geconfronteerd met de berichtjes die aan [slachtoffer 1] zijn gestuurd, vervolgt hij:

“Ze heeft me later nog een keer gepijpt. (…) V: (…) Je had op dat moment een relatie met [betrokkene 2] toen je door[slachtoffer 1] werd gepijpt. A: Dat is denk ik ook de reden dat ik dit niet eerlijk heb verteld. Ja,[slachtoffer 1] heeft die afspraak met mij gemaakt. Dit was in juli 2012. (…)[slachtoffer 1] heeft mij gepijpt en zij heeft toen gezegd dat ze het af zou maken.21 (…) Ik zat op de bank op mijn kamer en[slachtoffer 1] zat met haar knieën op de grond voor mij.22 O: Je hebt het nu over juli 2012? A: Dat denk ik (…) omdat in de aangifte stond van juli tot heden. V: Wat weet jij daar zelf nog van? A: Oktober/november 2012.”23

Ter terechtzitting heeft verdachte bevestigd dat [slachtoffer 1] tweemaal bij hem thuis is geweest. De eerste keer hebben ze seks gehad zoals [slachtoffer 1] heeft beschreven (waarbij [slachtoffer 1] op de bank met haar gezicht richting de muur zat). Toen [slachtoffer 1] wegging, kwam verdachte er achter dat zij 14 jaar oud was, in plaats van 16 jaar. [slachtoffer 1] is nog een tweede keer bij verdachte thuis geweest en heeft hem toen gepijpt. Verdachte vond het toen geen beletsel dat ze pas 14 jaar oud was. Verdachte heeft eveneens bevestigd dat dit alles is gebeurd in 2012 en niet in 2011 zoals hij eerder bij de politie verklaarde.24

Ten aanzien van feit 1 voorts

Vooropgesteld wordt dat sprake is van ontucht, tussen een volwassene en iemand die nog geen zestien jaar oud is, wanneer seksuele handelingen tussen hen hebben plaatsgevonden die indruisen tegen de algemeen aanvaarde sociaal-ethische normen. Dat is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder het leeftijdsverschil tussen beiden en de vraag of sprake was van een affectieve relatie.

Verdachte heeft in de eerste plaats verklaard dat hij niet wist dat [slachtoffer 1] pas 14 jaar oud was toen hij de eerste keer seks met haar had. De rechtbank overweegt dat de leeftijd van het slachtoffer is geobjectiveerd; opzet of schuld daaromtrent is aldus niet vereist. Het verweer – dat verdachte zich er niet van bewust was dat het leeftijdsverschil met [slachtoffer 1] vier jaar bedroeg, en dat dit gegeven hem niet kan worden tegengeworpen – wordt daarom verworpen. Dat meisjes van die leeftijd er soms ouder uitzien en soms volwassener lijken te zijn dan oudere jongens, doet hier niet aan af. Ook dan kunnen minderjarigen beneden de leeftijd van 16 jaar immers aanspraak maken op de bescherming zoals de wetgever dat beoogd heeft met de onderhavige strafbaarstelling.

De verdediging heeft daarnaast aangevoerd dat sprake was van een, in beginsel, affectief contact en dat de seksuele handelingen vrijwillig hebben plaatsgevonden, reden waarom het ontuchtig karakter ontbreekt.

De stelling van de verdediging dat sprake was van een affectieve relatie, vindt geen steun in het dossier. Integendeel: al tijdens de eerste afspraak vonden de seksuele handelingen plaats Uit de hiervoor aangehaalde verklaring van [slachtoffer 1] en de sms-berichten maakt de rechtbank evenmin op dat sprake was van een affectieve relatie. [slachtoffer 1] heeft immers verklaard dat ze eigenlijk de eerste keer al niet wilde en dat ze daarna tegen verdachte heeft gezegd geen seks meer met hem te willen hebben.

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen de twee betrokkenen (destijds was verdachte 18 jaar en [slachtoffer 1] 14 jaar). Gelet op de jeugdige leeftijd van [slachtoffer 1] waren de seksuele handelingen tussen beiden in strijd met de in onze maatschappij algemeen aanvaarde sociaal-ethische normen. Dat een en ander zou zijn geschied met instemming van het veertienjarige meisje doet daaraan niet af. Immers, de door artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) beoogde bescherming van minderjarigen is mede daarop gebaseerd dat zodanige minderjarigen voor wat betreft relaties als de onderhavige in het algemeen niet of onvoldoende in staat zijn om de draagwijdte van hun handelen te overzien en hun wil dienaangaande in vrijheid te bepalen en dat zij in zoverre tegen een ongewenste beïnvloeding van hun wil moeten worden beschermd.

De rechtbank is daarom van oordeel dat zich geen specifieke omstandigheden voordoen die met zich brengen dat de seksuele gedragingen van verdachte met [slachtoffer 1] geen ontuchtig karakter hebben. Gelet hierop zijn de gepleegde seksuele handelingen aan te merken als ontuchtig en acht de rechtbank het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 2 voorts

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of sprake was van dwang.

Door de verdediging is ten aanzien van het primair tenlastegelegde feit aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat sprake was van dwang. De verklaring van [slachtoffer 1] wordt op dit punt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen.

De rechtbank overweegt dat de verklaring van [slachtoffer 1] steun vindt in de, onder de feiten aangehaalde sms-berichten van 21 januari 2013 die zich in het dossier bevinden. Verdachte heeft toegegeven dat hij die berichten aan [slachtoffer 1] heeft gestuurd.25 In die berichten zegt [slachtoffer 1] onomwonden dat zij de seks niet gewild heeft en dat verdachte haar heeft gedwongen hem te pijpen. Verdachte heeft geen antwoord gegeven op de vraag waarom hij wel reageert op de opmerking van [slachtoffer 1] dat zij nooit heeft afgesproken om nog eens te neuken, maar niet reageert op haar opmerkingen dat hij haar heeft gedwongen om hem te pijpen, wat ze niet wilde. Op de vraag “waarom dwing je me weer met je te neuken?” van [slachtoffer 1] reageert verdachte niet door bijvoorbeeld te ontkennen, maar zegt verdachte dat ze dat toen zelf heeft afgesproken.
De rechtbank is van oordeel dat deze berichten de verklaring van [slachtoffer 1] - dat verdachte haar heeft gedwongen om hem te pijpen - ondersteunen. De rechtbank neemt daarbij tevens de dreigende toonzetting van de berichten in aanmerking.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van dwang. Van dwang is immers sprake, wanneer men toelaat wat men, ware er geen dwang, niet zou hebben gedaan. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij geen seks met verdachte wilde en dat ze dit ook duidelijk tegen hem heeft gezegd. Ze was echter zo geschrokken van de dreigende berichten die ze van verdachte kreeg, dat ze uiteindelijk toch naar hem toe is gegaan. Ze moest hem pijpen waarbij verdachte haar hoofd begeleidde en steeds naar voren duwde. Mede gelet op het hiervoor overwogene ten aanzien van feit 1 acht de rechtbank het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank acht dit feit, gelet op de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1], de uitdraai van de berichten en de bekennende verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in de periode 1 mei 2012 tot en met

1 augustus 2012 te Tiel, ,

met[slachtoffer 1], geboren [geboortedatum 2], buiten echt ontuchtige handelingen die bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam,

te weten het steken van zijn, verdachtes, penis in de vagina, heeft

gepleegd, terwijl die[slachtoffer 1] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet

die van zestien jaren had bereikt;

2. primair

hij op 3 december 2012 te Tiel, ,

door een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] (geboortedatum [geboortedatum 2])

heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

te weten het brengen van zijn penis in haar mond,

welke andere feitelijkheid en welke bedreiging met geweld

hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte (opzettelijk)

- die [slachtoffer 1] per WhatsApp heeft geboden naar hem toe te komen teneinde

seksueel contact met hem te hebben waarbij verdachte die [slachtoffer 1]

WhatsApp-berichten van dreigende aard en/of strekking heeft gestuurd,

inhoudende dat hij haar zou pakken en/of wist waar ze woonde en/of wist waar

haar school was en/of hoe ze daar naar toe fietste, - het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of in de richting van zijn

(onderlichaam geduwd en/of gedrukt gehouden;

- is voorbijgegaan aan de (verbale en/of non-verbale) tekenen van

onwil/protest van die [slachtoffer 1];

- terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte

en die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 1] door het psychische en fysieke overwicht dat

verdachte op haar had niet althans verminderd in staat moet worden geacht om

weerstand aan hem te bieden;

3.

hij op 21 januari 2013 te Tiel,[slachtoffer 1], geboren [geboortedatum 2]

heeft bedreigd en/of met

verkrachting althans met zware

, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend

per sms bericht(en) geboden/bevolen/aangedrongen hem te neuken althans seks

met hem te hebben en/of de woorden toegevoegd :

"- Ik haal effe een paar mensen die je ook niet mogen en dan kom ik er aan

en

- Ik geeft je 5 minuten om te reageren, ik weet waar je woont en

- Dan doen we het op mijn manier en

- Nu nog een 4de persoon ophalen en dan ben ik er bijna en

- Vlucht maar kankerhoer en

- Deze week ga ik je pakken en

- Kan me niet schelen dat je een meisje bent en

- Ik pak je wel persoonlijk en

- Ik kom je opwachten op school en je desnoods thuis opzoeken en

- Ik zal je hebben",

Met betrekking tot parketnummer 05/820826-1326

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft in de periode van 1 maart 2012 tot en met 30 juni 2012 in de gemeente Tiel meerdere malen seks gehad met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]). Hierbij heeft verdachte haar gevingerd en is hij met zijn penis in haar vagina en in haar mond gegaan.27

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde gelet op de bewijsmiddelen in het dossier. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat geen sprake is geweest van een vrije wil gelet op de verklaring van [slachtoffer 2] dat verdachte tegen haar hoofd duwde en dat hij haar hoofd beetpakte en zei dat zij hem moest pijpen. Verdachte zeurde net zo lang door totdat [slachtoffer 2] toegaf.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is vrijspraak bepleit ten aanzien van het primair tenlastegelegde wegens het ontbreken van dwang. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde is eveneens vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat geen sprake is van ontucht nu het leeftijdsverschil relatief klein is en er sprake was van een affectieve relatie.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van dwang en zal verdachte daarom vrijspreken van het primair tenlastegelegde. Weliswaar heeft [slachtoffer 2] bij de politie verklaard dat bij de eerste keer verdachte haar hoofd pakte en zei dat ze hem moest pijpen, dat ze dat niet wilde maar uiteindelijk wel gedaan heeft omdat het donker was en zij niet wist hoe hij zou reageren bij een weigering van haar, maar ook dat hij haar nooit bedreigd heeft (p. 39-40 dossier). Bij de rechter-commissaris heeft zij verklaard dat zij graag een relatie met verdachte wilde en dat zij meermalen naar dezelfde plek is teruggegaan terwijl ze wist wat de bedoeling was. Hij bleef maar zeuren en toen heeft ze toegegeven om er van af te zijn.

Tegen de achtergrond van deze verklaringen is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 2] weliswaar enige druk voelde om verdachte terwille te zijn, maar die druk kwam hoofdzakelijk uit haarzelf en niet zozeer door bedreigende of dwingende handelingen en uitlatingen van verdachte.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat geen sprake was een gering leeftijdsverschil tussen [slachtoffer 2] en verdachte, en evenmin van een affectieve relatie. Gelet op de jeugdige leeftijd van [slachtoffer 2] waren de seksuele handelingen tussen beiden in strijd met de in onze maatschappij algemeen aanvaarde sociaal-ethische normen. Dat een en ander zou zijn geschied met instemming van het vijftienjarige meisje doet daaraan niet af. Immers, de door artikel 245 Sr beoogde bescherming van minderjarigen is mede daarop gebaseerd dat zodanige minderjarigen voor wat betreft relaties als de onderhavige in het algemeen niet of onvoldoende in staat zijn om de draagwijdte van hun handelen te overzien en hun wil dienaangaande in vrijheid te bepalen en dat zij in zoverre tegen een ongewenste beïnvloeding van hun wil moeten worden beschermd.

De rechtbank is daarom van oordeel dat zich geen specifieke omstandigheden voordoen die met zich brengen dat de seksuele gedragingen met [slachtoffer 2] geen ontuchtig karakter hebben. Gelet hierop zijn de gepleegde seksuele handelingen aan te merken zijn als ontuchtig en acht de rechtbank het subsidiair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van deze feiten gelet op de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent dat hij seksuele omgang heeft gehad met [slachtoffer 3].

Door de verdediging is vrijspraak van feit 2 (zowel primair als subsidiair) bepleit. Daartoe is aangevoerd dat niet is vast te stellen of daadwerkelijk een ontmoeting tussen verdachte en [slachtoffer 3] heeft plaatsgevonden in september 2012 en dat – voor zover wel wordt vastgesteld dat die ontmoeting heeft plaatsgevonden – niet kan worden vastgesteld wat tijdens die ontmoeting heeft plaatsgevonden. Alle informatie over wat er mogelijk bij het strandje is gebeurd, is immers afkomstig uit één bron: [slachtoffer 3]. Integrale vrijspraak dient te volgen.

Ten aanzien van feit 3 (primair en subsidiair) is eveneens vrijspraak bepleit, nu de verklaring van [slachtoffer 3] geen ondersteuning vindt in het dossier.

Beoordeling door de rechtbank

In de Blackberry 9300 Curve van verdachte wordt een ‘ping-gespek’ van 14 september 2012 gezien tussen verdachte en ‘[slachtoffer 3]’ met pingcode [code].28 Deze pingcode hoort bij IMSI-nummer [nr]29 welk nummer hoort bij (vervangen tapverslag en verhoor R.C.)

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wel eens met [slachtoffer 3] heeft afgesproken. Hij is wel eens met haar op het strandje geweest en hij is ook wel eens met haar bij het stroomhuisje geweest. Ze hebben wel eens gezoend en [slachtoffer 3] had hem beloofd dat ze hem nog een keer zou pijpen. Hij heeft de PING berichten uit het hiervoor aangehaalde gesprek wel verstuurd. Hij heeft daarbij ook gevraagd aan [slachtoffer 3] of zij ongesteld was. Dit vroeg hij omdat hij van een vriend had gehoord dat [slachtoffer 3] ‘heel makkelijk was’ en ‘je weet nooit of ze toch bereid zou zijn om seks te hebben’.30 Verdachte heeft verklaard dat hij echter nooit seks met [slachtoffer 3] heeft gehad. Verder kan hij er geen verklaring voor geven waarom hij heeft gezegd dat hij naaktfoto’s van [slachtoffer 3] op internet zou zetten.

De rechtbank overweegt dat de verklaring van [slachtoffer 3] zeer gedetailleerd is. Bij de rechter-commissaris heeft zij de verklaring grotendeels bevestigd. Deze verklaring vindt bovendien steun in de tussen verdachte en [slachtoffer 3] verstuurde ping berichten. In het ping gesprek dreigt verdachte naaktfoto’s van [slachtoffer 3] op internet te zetten al ze niet naar hem toe komt. Hij zegt dat het haar allerlaatste kans is en dat hij de foto’s niet op internet zal zetten als ze het goed doet. Daarmee bedoelt hij: “zolang doorgaan tot ik kom”. Een paar berichtjes daarvoor heeft verdachte nog geïnformeerd of [slachtoffer 3] ongesteld is en een paar berichtjes later vraagt hij: “slik je?”. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn dan dat verdachte hiermee seksuele bedoelingen had.

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij in september 2012 (en de berichtjes dateren van 14 resp. 15 september 2012) een ontmoeting heeft gehad met verdachte op een strandje waarbij ze hem moest pijpen. Verder heeft zij verklaard dat ze op 4 november 2012 een ontmoeting heeft gehad met verdachte bij het stroomhuisje waarbij verdachte met zijn penis in haar vagina is gedrongen. Verdachte heeft bevestigd dat hij [slachtoffer 3] zowel bij het strandje als bij het stroomhuisje heeft ontmoet. De rechtbank concludeert op basis van de verklaring van [slachtoffer 3] in combinatie met de verklaring van verdachte ter terechtzitting en de ping berichten dat beide ontmoetingen hebben plaatsgevonden.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of daarbij seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. De rechtbank heeft daarbij op het volgende gelet: [slachtoffer 3] heeft zeer gedetailleerd verklaard welke handelingen hebben plaatsgevonden. Haar verklaring wordt ondersteund door de ping berichten, zoals hiervoor besproken, in zoverre dat verdachte heeft gedreigd naaktfoto’s van haar op internet te zetten als zij niet deed wat hij vroeg, dat het initiatief voor de ontmoeting van verdachte uit ging en dat hij een seksuele intentie had bij het maken van de afspraak voor de ontmoeting.

De rechtbank ziet ook overigens geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van [slachtoffer 3].

Op grond van voornoemde overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wel op twee momenten bij [slachtoffer 3] seksueel is binnengedrongen.

De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of de verdachte daarbij zodanige dwang heeft uitgeoefend dat van verkrachting moet worden gesproken. [slachtoffer 3] spreekt over een dergelijke dwang. De ping berichten ondersteunen de verklaring van aangeefster eveneens op dit punt. Immers, in de ping berichten dreigt verdachte naaktfoto’s van [slachtoffer 3] op internet te zetten als ze niet naar hem toe komt. De rechtbank neemt daarbij tevens de dreigende toonzetting van de berichten in aanmerking.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van dwang. Van dwang is immers sprake, wanneer men toelaat wat men, ware er geen dwang, niet zou hebben gedaan. [slachtoffer 3] heeft duidelijk verklaard dat zij geen seks met verdachte wilde en dat ze dit ook duidelijk tegen hem heeft gezegd. Maar verdachte werd boos en heeft gedreigd en daarom is ze in september uiteindelijk toch naar hem toe gegaan. Ze moest hem pijpen. Enige tijd later nam verdachte contact met haar op en zei dat ze nog moest afmaken wat ze beloofd had. Ze is – na eerst lange tijd geprobeerd te hebben de ontmoeting uit te stellen – uiteindelijk naar hem toe gegaan. Bij het stroomhuisje moest ze toen seks met hem hebben. Toen ze zei dat ze dit niet wilde en begon te huilen, werd verdachte boos. Daarom heeft ze uiteindelijk toch toegegeven. De rechtbank acht daarom het onder 2 primair en onder 3 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1. subsidiair

Hij in de

periode van 1 maart 2012 tot en met 30 juni 2012, in de gemeente Tiel,

(telkens) buiten echt ontuchtige handelingen die

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten

- het vingeren en/of

- het steken van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de mond,

heeft gepleegd met [slachtoffer 2], geboren [geboortedatum 3], die toen de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt;

2. primair

hij in de periode van 1 september 2012 tot en

met 30 september 2012 te Tiel, door een andere feitelijkheid en/of bedreiging met (een) andere feitelijkheid [slachtoffer 3], geboren [geboortedatum 4], heeft

gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 3],

te weten het steken van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3],

andere feitelijkheid bedreiging met een andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte

- tegen die [slachtoffer 3] meerdere malen althans eenmaal heeft gezegd en/of

(een) bericht(en) heeft gezonden dat hij seks met haar wilde en dat hij naaktfoto's van haar op internet zou zetten als ze niet deed wat

hij vroeg; en

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non verbale tekenen van verzet/onwil van die [slachtoffer 3]

3. primair

hij op 4 november 2012

te Tiel, door een andere feitelijkheid en/of bedreiging met (een) andere feitelijkheid [slachtoffer 3], geboren [geboortedatum 4], heeft

gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 3],

te weten het steken van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3],

welk andere feitelijkheid

hierin heeft bestaan dat verdachte

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd en/of

(een) bericht(en) heeft gezonden dat hij seks met haar wilde en- dat ze het af moest maken wat ze beloofd had en- dat ze haar broek uit moest doen en

- dat ze voorover moest bukken;

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non verbale tekenen van verzet/onwil van die [slachtoffer 3]

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

Met betrekking tot parketnummer 05/821002-13

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit gelet op de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is integrale vrijspraak bepleit.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 05/821002-13 is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank overweegt het navolgende.

Verdachte reed met de auto over de Westluidensestraat richting centrum. [betrokkene 1] kwam hem op de fiets tegemoet terwijl [slachtoffer 3] achter op de fiets zat. Ter plekke waar zij elkaar passeerden, is de doorgang zeer nauw, zodat verdachte de fiets mogelijk heel dicht is genaderd. Het is zeer wel mogelijk dat [slachtoffer 3] en [betrokkene 1] hebben gedacht of gevreesd dat verdachte bewust in hun richting heeft gestuurd en op hen is ingereden. Dit levert echter geen opzettelijke poging tot zware mishandeling, en evenmin een bedreiging op, nu niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte met dat opzet een stuurbeweging in hun richting heeft gemaakt. Overigens bevinden zich in het dossier geen bewijsmiddelen waaruit het opzet wel kan worden afgeleid.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 05/860554-13 feit 1:

Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Ten aanzien van parketnummer 05/860554-13 feit 2 primair en parketnummer 05/820826-13 feiten 2 primair en 3 primair, telkens:

Verkrachting.

Ten aanzien van parketnummer 05/820826-13 feit 1 subsidiair:

Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van parketnummer 05/860554-13 feit 3:

Bedreiging met verkrachting

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 05/860554-13 feit 1 primair, 2 primair en 3 en onder parketnummer 05/820826-13 feit 1 primair, 2 primair en 3 primair en het onder parketnummer 50/821002-13 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, een meldplicht, een ambulante behandeling en een contactverbod met de aangeefsters, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is verzocht bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met het feit dat verdachte heeft geleden onder deze strafzaken en de gevolgen daarvan, alsmede de omstandigheid dat verdachte (in het kader van de voorlopige hechtenis) enige tijd van zijn vrijheid beroofd is geweest. Ten slotte wordt verzocht rekening te houden met de tijd die is verstreken sinds de feiten hebben plaatsgevonden.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 14 maart 2014;

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 20 februari 2013, betreffende verdachte;

 een Pro Justitia rapport van drs. [psycholoog], klinisch psycholoog, d.d. 31 maart 2014; en

 een voorlichtingsbrief van [reclasseringsmedewerker] van de Reclassering Nederland, d.d. 7 april 2014, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft met drie jonge en seksueel onervaren meisjes geslachtsgemeenschap gehad en zich door hen laten pijpen. Verdachte heeft twee van de drie meisjes gedwongen tot het ondergaan van deze vergaande seksuele handelingen. Daarmee heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers. Verdachte schroomde bij één van hen niet om te dreigen om naaktfoto’s van haar op internet te plaatsen.

Bij de seksuele handelingen waarmee de meisjes zelf hebben ingestemd, geldt dat verdachte, als meerderjarige man, zijn verantwoordelijkheid had moeten kennen en de meisjes tegen zichzelf in bescherming had moeten nemen. Meisjes in deze leeftijd zijn immers kwetsbaar, want zij bevinden zich in een periode van hun leven waarin zij beginnen hun seksualiteit te ontdekken. Verdachte is echter, hoewel hij wist dat de slachtoffers nog geen 16 jaren oud waren, aan die kwetsbare positie van de slachtoffers voorbijgegaan.

Verdachte heeft zich niet bekommerd om de schadelijke gevolgen van zijn handelen voor anderen. Hij heeft kennelijk alleen oog gehad voor bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Verder heeft hij geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag.

Uit de aangehaalde justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder door de strafrechter is veroordeeld.

De psycholoog concludeert dat bij verdachte sprake is van een verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling met narcistische en achterdochtige trekken. Er is verder een vermoeden voor een stoornis in de persoonlijkheid. Ten slotte is er sprake van een ouder-kindrelatieprobleem. Verdachte wilde echter niet ingaan op het tenlastegelegde, zodat er inhoudelijk geen analyse heeft kunnen plaatsvinden naar de mogelijke doorwerking van aspecten van een stoornis of gebrekkige ontwikkeling in het bewezen verklaarde handelen. Vanwege de verstoorde ontwikkeling van zijn persoonlijkheid en de ouder- kindrelatieproblematiek zijn er indicaties voor (psychotherapeutische of systematische) behandeling. De psycholoog heeft nog uitdrukkelijk overwogen dat er geen reden is ten aanzien van verdachte het minderjarigenstrafrecht toe te passen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een forse - deels voorwaardelijke - gevangenisstraf van na te noemen duur onontkoombaar is. De straf is lager dan door de officier van justitie is geëist omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie.

De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf als bijzondere voorwaarden te verbinden een meldplicht, een behandelverplichting en een contactverbod met [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3].

6A. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] hebben zich in het strafproces gevoegd.

[slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] vordert ter zake van het onder parketnummer 05/860554-13 bewezenverklaarde feit een bedrag van € 3.399,40.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het volledige bedrag toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de vordering van deze benadeelde partij moet worden afgewezen nu vrijspraak is bepleit. Subsidiair is verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, nu deze grotendeels onvoldoende is onderbouwd en nader onderzoek nodig is. Het gestelde eigen risico en de vergoeding voor immateriële schade zijn zelfs helemaal niet onderbouwd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de civiele vordering van [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 35,72 aan materiële schade toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken op dat bedrag is vastgesteld.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van materiële schade betreffende eigen risico omdat dit deel van de vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd. Een nadere beoordeling van deze schadeposten zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van materiële schade betreffende de reiskosten voor de psychologische hulp voor de moeder nu die schade niet rechtstreeks door de bewezenverklaarde feiten is veroorzaakt.

Aan de benadeelde partij is door de (onder parketnummer 05/820826-13 onder feit 2 en 3) bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op € 1.500,-. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van immateriële schade.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[slachtoffer 3]

[slachtoffer 3] vordert ter zake van het onder parketnummer 05/820826-13 onder feit 2 en 3 en het onder parketnummer 05/821002-13 bewezenverklaarde feit een bedrag van € 2.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het volledige bedrag toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de vordering van deze benadeelde partij moet worden afgewezen nu vrijspraak is bepleit. Subsidiair is verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, nu de immateriële schade wordt betwist en derhalve nader onderzoek nodig zal zijn hetgeen een onevenredige belasting voor het strafgeding zal opleveren.

Beoordeling door de rechtbank

Aan de benadeelde partij is door de (onder parketnummer 05/820826-13 onder feit 2 en 3) bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op € 1.500,-. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van immateriële schade.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De gevorderde en toegewezen rente, is daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 november 2012. De immateriële schade is ontstaan in de periode van 1 september tot en met 4 november 2012; de rechtbank acht het redelijk om voor wat betreft het ontstaan van de schade, uit te gaan van een tussen die twee momenten gelegen datum.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57, 242, 245 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 05/820826-13 feit 1 primair en onder parketnummer 05/821002-13 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

  3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich gedurende de proeftijd van 3 jaren onder behandeling zal stellen van een deskundige of zorginstelling op de tijden en plaatsen als door of namens die deskundige of zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling met narcistische en achterdochtige trekken;

  2. gedurende de proeftijd van 3 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

a.[slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 1], wonende te[adres 2];

b. [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] te [geboorteplaats 2], wonende te [adres 3]; en

c. [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4] te [geboorteplaats 3], wonende te [adres 4];

zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

3. zich gedurende de proeftijd van 3 jaren op dag(en) en tijdstip(pen) te bepalen door de reclassering bij Reclassering Nederland, regio Oost te Arnhem zal melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland te Arnhem tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van parketnummer 05/860554-13 (feit 1, 2 primair en 3):

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 1], te betalen € 1.535,72 (vijftienhonderd vijfendertig euro en tweeënzeventig cent).

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te betalen € 1.535,72 (vijftienhonderd vijfendertig euro en tweeënzeventig cent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Ten aanzien van parketnummer 05/820826-13 (feit 2 primair en 3 primair):

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 3], te betalen € 1.500,- (vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], te betalen € 1.500,- (vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. E. de Boer en mr. M.A. Jansen-van Leeuwen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.C.C. van den Bosch, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 april 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de regiopolitie Gelderland-Zuid, district De Waarden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2013052866, gesloten op 29 juni 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Bij de letterlijke weergave van bewijsmiddelen zijn taal- en typefouten verbeterd.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 51 (laatste alinea), 52 (alinea 1 en 10) en 54 (alinea 16), en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 april 2014.

3 Fotokopieën van de viasms verstuurde berichten, p. 44 tot en met 50, proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. proces-verbaal van bevindingen, p. 65 en verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 april 2014.

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 51.

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 54.

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 55.

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 55.

8 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 51 en 52.

9 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 52.

10 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 55.

11 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 52.

12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 56.

13 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 57.

14 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 52.

15 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 57.

16 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 58.

17 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 58.

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 218.

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 219.

20 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 220.

21 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 221.

22 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 222.

23 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 223.

24 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 oktober 2014.

25 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 8 oktober 2014.

26 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de regiopolitie Gelderland-Zuid, divisie COZ, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2013039736, gesloten op 24 oktober 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Bij de letterlijke weergave van bewijsmiddelen zijn taal- en typefouten verbeterd.

27 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2], p. 39 (alinea 2, 4, 11 en 13), 42 (alinea 16) en 42 (alinea 10), en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 april 2014.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 49.

29 Een overzicht met gebruikersgegevens verstrekt door BlackBerry, p. 88.

30 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 april 2014.