Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2609

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-04-2014
Datum publicatie
23-04-2014
Zaaknummer
C/05/261232 / KZ ZA 14-76
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagden] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het pand te ontruimen en te verlaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/261232 / KZ ZA 14-76

Vonnis in kort geding van 23 april 2014

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE EPE,

zetelend te Epe,

eiseres,

advocaat mr. L. Paulus te Apeldoorn,

tegen

1 [gedaagde sub 1],

wonende te [plaats, gemeente],

en

2. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, STAANDE EN GELEGEN AAN DE [adres te plaats],

wonende te [plaats, gemeente],

gedaagden,

advocaat mr. M.A.R. Schuckink Kool te ’s-Gravenhage.

Partijen zullen hierna de gemeente en[gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de mondelinge behandeling;

  • -

    de pleitnota van de gemeente;

  • -

    de pleitnota van[gedaagden]

2 De feiten

2.1.

De gemeente is eigenaresse van het pand met erf en tuin aan de [adres te plaats] (hierna: het pand). Het betreft een kantoorpand met de bestemming “maatschappelijk gebruik”. Sinds het vertrek van de laatste huurder, begin 2012, is de gemeente op zoek naar een geschikte gebruiker van het pand.

2.2.

Op of omstreeks 6 januari 2014 is het pand door [gedaagde sub 1] en anderen gekraakt. [gedaagde sub 1] staat sinds 22 januari 2014 op het adres van het pand ingeschreven.

2.3.

Bij brief van 3 maart 2014 heeft de gemeente[gedaagden] gesommeerd om het pand te verlaten en hem medegedeeld dat zij inmiddels een passende gebruiker had gevonden voor het pand.

2.4.

Bij e-mailbericht van 7 maart 2014 hebben de gebruikers van het pand de gemeente medegedeeld dat zij niet op de sommatie in konden en wilden gaan.

3 Het geschil

3.1.

De gemeente vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1.[gedaagden] zal veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis het pand aan de [adres te plaats], gemeente Epe, te ontruimen en te verlaten, met al hetgeen en al degenen die daarin aanwezig zijn;

2. zal bepalen dat het te wijzen vonnis tot een jaar na de dag waarop het wordt uitgesproken ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in voornoemd pand bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet (artikel 557a Rv);

3.[gedaagden] zal veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

De gemeente heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de kraakactie van[gedaagden] een (opzettelijke) inbreuk is op haar eigendomsrecht. De gemeente heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat zij spoedeisend belang heeft bij de ontruiming, omdat zij het pand in beheer wenst te geven aan[naam BV]. te [plaats], die op haar beurt een overeenkomst heeft gesloten met een gegadigde, namelijk de [stichting] (hierna: het museum), die het pand overeenkomstig de bestemming kan en wil gebruiken.

3.3.

[gedaagden] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vast staat dat[gedaagden] het onderhavige kantoorpand op of omstreeks

6 januari 2014 zonder recht of titel in gebruik heeft genomen. Daarmee maakt hij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente en handelt hij onrechtmatig jegens de gemeente.

Een vordering tot ontruiming is in kort geding evenwel slechts toewijsbaar, indien de eigenaar van de onroerende zaak daarbij een spoedeisend belang heeft.[gedaagden]

4.2.

[gedaagden] heeft het spoedeisend belang van de gemeente bij de gevorderde ontruiming betwist.[gedaagden] heeft verklaard dat er sprake is van een opzetje van de gemeente om een argument te creëren voor de stelling zij een spoedeisend belang bij haar vordering heeft, aangezien er slechts een tijdelijke gebruikersovereenkomst met het museum is gesloten en het museum geen vergoeding verschuldigd is voor het gebruik van het pand.

4.3.

Dit verweer wordt verworpen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gemeente haar spoedeisend belang om op korte termijn over het pand te beschikken voldoende aannemelijk heeft gemaakt.[gedaagden] heeft weliswaar betwist dat er sprake is van een behoorlijke overeenkomst ter zake van het beoogde gebruik van het pand, maar – wat daar ook van zij – vast staat dat de gemeente opdracht heeft gegeven aan een professioneel beheerder – [naam BV] – om het pand te beschermen en in gebruik te geven aan een derde, die het pand overeenkomstig de bestemming kan en wil gaan gebruiken.[gedaagden] belemmeren de gemeente in de verwezenlijking van een dergelijk gebruik van het pand.

Daar komt bij dat de gemeente onweersproken heeft gesteld dat[gedaagden] ongewenste wijzigingen in het pand heeft aangebracht – er is een douche aangelegd – hetgeen de gemeente niet hoeft te accepteren en reden geeft om haar spoedig weer te kunnen laten beschikken over het pand.

Voorts is onvoldoende aannemelijk geworden dat de belangen van gedaagden bij voortzetting van de bewoning van het pand zwaarder wegen dan de belangen van eiseres om op korte termijn over haar eigendom te kunnen beschikken. In dat kader verdient opmerking dat[gedaagden] pas sinds januari 2014 in het pand verblijven.

Gelet op het vorenstaande kan van de gemeente dan ook in redelijkheid niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Dat maakt dat de vordering tot ontruiming zal worden toegewezen.

4.4.

De vordering onder 2. dat het ontruimingsvonnis ook tegen opvolgende gebruikers ten uitvoer kan worden gelegd is toewijsbaar, met dien verstande dat gelet op de verklaring van de gemeente ter zitting dat zij geen bezwaar heeft tegen een beperking van de in artikel 557a lid 3 Rv vermelde termijn, die termijn zal worden gesteld op drie maanden.[gedaagden]

4.5.

[gedaagden] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gemeente Epe worden begroot op:

- dagvaarding € 95,77

- griffierecht 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.519,77

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt[gedaagden] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het pand aan de [adres te plaats], gemeente Epe, te ontruimen en te verlaten, met al hetgeen en al degenen die daarin aanwezig zijn;

5.2.

bepaalt dat dit vonnis tot drie maanden na heden ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in voornoemd pand bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;

5.3.

veroordeelt[gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 1.519,77;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2014.1

1 sa/bi