Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2408

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-04-2014
Datum publicatie
10-04-2014
Zaaknummer
05/720329-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft twee verdachten veroordeeld voor een gewelddadige overval op een echtpaar in een woning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 05/720329-13

Uitspraak d.d.: 9 april 2014

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum],

wonende aan [adres 1],

thans gedetineerd in de PI [adres 2].

raadsman: mr. J-H.L.C.M. Kuipers, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 maart 2014.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op 7 juni 2013 te Doetinchem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig(e)goed(eren), en/of een of meer andere goed(eren, geheel of ten dele toebehorende aan dhr. [benadeelde 1] en/of mw. [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de woning van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (perceel [adres 3]) via de openstaande achterdeur zijn binnengekomen

- die [benadeelde 1] heeft/hebben geslagen en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

hij op 7 juni 2013 te Doetinchem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld dhr. [benadeelde 1] en/of mw. [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan genoemde dhr. [benadeelde 1] en/of mw. [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke bedreiging met geweld heeft bestaan dhr. [benadeelde 1] en/of mw. [benadeelde 2] door die [benadeelde 1] te slaan en/of te dreigen met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

hij op of omstreeks 1 juni 2013 te Doetinchem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een geldbedrag van om en nabij 1500 euro, in elk geval enig(e)goed(eren) en/of geld geheel of ten dele toebehorende aan dhr. [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de woning van die [benadeelde 3] (perceel [adres 4]) zijn binnengekomen

- die [benadeelde 3] met een handgranaat en/of op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

Aanleiding van het onderzoek

Bij de politie is de volgende CIE-informatie binnengekomen: ‘[verdachte] en [medeverdachte] zijn betrokken bij een overval op een gezin woonachtig aan de [adres 5]. Uit angst doen deze slachtoffers geen aangifte.’. Op navraag van de politie hebben [benadeelde 1] en [benadeelde 2] bevestigd dat zij zijn overvallen. Na onderzoek door de politie is verdachte aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat deze feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezenverklaard. De slachtoffers van de overval zijn door de politie gevoed met informatie en de bron van informatie waaruit [benadeelde 1] zou verklaren, is niet kenbaar geworden. De verklaringen van de slachtoffer kunnen dan ook niet voor een bewezenverklaring worden gebezigd. Daarbij komt dat verdachte een alibi had. Immers, hij zorgde in die tijd voor zijn zus, die van een operatie aan het herstellen was.

Beoordeling door de rechtbank

Verklaring slachtoffers

Tegenover verbalisanten hebben [benadeelde 1] en [benadeelde 2] bevestigd dat zij op 7 juni 2013 in hun woning aan de [adres 3] overvallen waren. Op die avond rond 20.15 uur kwamen plotseling twee (Turkse) mannen via de achterdeur in de woning. Van één van de overvallers kreeg [benadeelde 1] een klap in zijn nek, waardoor hij op de grond viel. De overvallers trokken toen zij binnen waren de gordijnen van de woning dicht. Tijdens de overval werd aangebeld door een kennis. [benadeelde 2] moest van één van de overvallers deze kennis afwimpelen. Terwijl één van de overvallers achter de deur stond, heeft [benadeelde 2] deze kennis gevraagd weg te gaan.

De slachtoffers hebben als namen van de overvallers gehoord [medeverdachte] en [verdachte]. [medeverdachte] werd bovendien herkend uit de coffeeshop het Rotterdammertje. [verdachte] heeft tijdens de overval een vuurwapen getoond. Van [medeverdachte] heeft [benadeelde 1] meerdere klappen in zijn gezicht gekregen. Onder bedreiging moest [benadeelde 1] geld afgegeven. Een ander geldbedrag is door de overvallers gevonden en meegenomen. Door de overvallers werd duidelijk aangegeven dat ze de politie niet mochten bellen.2

Anders dan de verdediging ziet de rechtbank geen aanleiding deze verklaringen niet voor het bewijs te bezigen. Het spreekt voor zich, dat de politie na ontvangst van de bovenvermelde CIE-informatie navraag is gaan doen bij [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en dat de politie bij dat navraag doen enige informatie heeft dienen te geven over wat de reden van hun komst was. Dat de politie hun daarbij heeft gevoed – als in de zin van beïnvloed – met informatie is onvoldoende aannemelijk geworden. De verdediging heeft bovendien betrokken personen kunnen bevragen bij de rechter-commissaris en aldaar hebben zij over hun (overige) redenen van wetenschap verklaard. De rechtbank heeft daarin geen noemenswaardige onregelmatigheden gezien die tot bewijsuitsluiting zouden moeten nopen.

Verklaring getuige

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 7 juni 2013 omstreeks 19.30 uur een afspraak bij [benadeelde 1] en [benadeelde 2] had. Toen hij aldaar aan kwam, werden de gordijnen dichtgetrokken. Op aanbellen en kloppen werd in eerste instantie niet open gedaan (ondanks de afspraak). Op een gegeven moment ging de voordeur toch op een heel klein kiertje open. Door [benadeelde 2] werd gezegd dat [benadeelde 1] niet thuis was, waarop getuige weg ging. Later die avond heeft getuige [benadeelde 2] opgebeld en hoorde hij dat er een overval gaande was op het moment dat hij bij hen voor de deur stond. Toen is getuige wederom naar [benadeelde 1] en [benadeelde 2] gegaan, waar hij zag dat [benadeelde 1] huilde en [benadeelde 2] helemaal overstuur was. [benadeelde 1] zou klappen hebben gekregen van die overvallers, aldus getuige [getuige].3

Gelet op de verklaringen van de slachtoffers en de bevestiging daarvan op onderdelen door getuige [getuige] staat voor de rechtbank voldoende vast dat de overval daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Verklaringen medeverdachte[medeverdachte]

Blijkens een proces-verbaal van bevindingen is medeverdachte[medeverdachte] tijdens het verhoor gevraagd: “Het gezin dat overvallen is, verklaarde dat beide overvallers [medeverdachte] en [verdachte] waren. Wat is jouw reactie?” Hierop wilde[medeverdachte] dat het opname apparatuur zou worden uitgeschakeld, wat ook gebeurde. Hij heeft vervolgens onder andere verklaard:

- “ “ik zal nooit zomaar iemand overvallen. Als mensen eerlijk hun centjes verdienen, ga ik daar echt geen geld halen.” en

- “ “Volgens mij was zijn vriendin niet eens thuis, toen wij daar waren.”.4

De rechtbank kan deze opmerkingen, gezien de vraagstelling met daarin een expliciete verwijzing naar de namen [medeverdachte] en [verdachte], niet anders begrijpen dan dat[medeverdachte] heeft bekend dat sprake was van een overval en dat hij tezamen met [verdachte] in die woning aanwezig was.

Telefoonhistorie

De betrokkenheid van verdachte en medeverdachte[medeverdachte] bij de overval in Doetinchem in de avond van 7 juni 2013 wordt ook ondersteund door het navolgende.

De telefoon van verdachte (eindigend op 281) was op 7 juni 2013 tussen 20.26 en 20.50 uur actief via zendmasten in Doetinchem.5

De stelling van verdachte dat hij niet altijd bij zijn zuster in ’s Heerenberg was, omdat hij bijvoorbeeld wel eens boodschappen deed is op zich aannemelijk. Maar het is niet geloofwaardig dat verdachte die avond helemaal vanuit ’s Heerenberg in Doetinchem boodschappen ging doen.

Opvallend is dat de telefoon van medeverdachte[medeverdachte] (426) die avond tussen 20.01 en 21.46 uur eveneens in Doetinchem gesignaleerd wordt.6

[betrokkene], hoewel geen verdachte in deze zaak, heeft die avond met zijn telefoon(708) zowel met verdachte als met medeverdachte [medeverdachte] meermalen contact onder andere via zendmasten in Doetinchem.7

Concluderende overweging

Gelet op:

  • -

    de verklaringen van de slachtoffers;

  • -

    de bevestiging daarvan op onderdelen door de verklaringen van getuige [getuige];

  • -

    de verklaringen van medeverdachte[medeverdachte] over de aanwezigheid van hem en verdachte bij die overval;

  • -

    de ondersteuning daarvan door de telefoonhistorie,

is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte één van de overvallers in de woning van de slachtoffers is geweest.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 7 juni 2013 te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan dhr. [benadeelde 1] en mw. [benadeelde 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader de woning van die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] (perceel [adres 3]) via de openstaande achterdeur zijn binnengekomen

- die [benadeelde 1] heeft/hebben geslagen en

- die [benadeelde 1] met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag;

hij op 7 juni 2013 te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en/of (een) ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld dhr. [benadeelde 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, geheel toebehorende aan genoemde dhr. [benadeelde 1] en mw. [benadeelde 2], welk(e bedreiging met) geweld heeft bestaan uit die dhr. [benadeelde 1] en/of mw. [benadeelde 2] te slaan en/of te dreigen met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.

Ten aanzien van feit 3:

Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring van dit feit te kunnen komen. Derhalve zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dit feit.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2:

Afpersing, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen



Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van de periode doorgebracht in voorarrest.

De verdediging heeft ten aanzien van dit feit geen strafmaat verweer gevoerd.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval op een echtpaar in een woning. Dit echtpaar werd geconfronteerd met twee overvallers die de man hebben mishandeld en hen beiden hebben bedreigd met een (voorwerp gelijkend op een) vuurwapen. De slachtoffers hebben zeer angstige momenten doorgemaakt.

Dergelijke feiten brengen grote gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving en in het bijzonder bij de slachtoffers en hun naasten teweeg. Dit kan verdachte worden kwalijk geworden. Tevens houdt de rechtbank ten nadele van verdachte rekening met zijn aanzienlijk strafrechtelijke verleden, waaronder eerdere overvallen. Met een dergelijk strafblad en hetgeen thans is bewezenverklaard heeft verdachte laten zien geenszins acht te slaan op gevoelens van anderen en eigen gewin boven anderen te stellen. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

De rechtbank zal niet meegaan met de eis van de officier van justitie. Deze eis acht de rechtbank bovenmatig gelet op straffen opgelegd in vergelijkbare zaken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    spreekt verdachte vrij van het onder feit 3 tenlastegelegde;

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2:

Afpersing, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, Ouweneel en Beljaars, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Aalders, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 april 2014.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2013089435, Politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, districtelijk Overvallen Team, gesloten en ondertekend op 2 december 2013.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1724 t/m 1725.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 1732.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1750.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1824.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1822.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1822 en 1828