Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2368

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-04-2014
Datum publicatie
08-04-2014
Zaaknummer
05/700906-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak medeplegen hennepkwekerij en witwassen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/700906-12

Datum zitting : 25 maart 2014

Datum uitspraak : 8 april 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte 1]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats] (voormalig Tsjecho-Slowakije)

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

raadsvrouw : mr. N.J.C. Spapen, advocaat te Zaltbommel.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari

2008 tot en met 4 juni 2012 te Zuilichem, gemeente Zaltbommel, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand/kas aan de [adres 2]) een

hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 8.500 (achtduizendvijfhonderd) hennepplanten,

althans 2.000 (tweeduizend) hennepplanten, in ieder geval een groot aantal

hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld

op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel

3a, vijfde lid van die wet;

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid

meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid

van een middel, te weten ongeveer 8500/2000 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten;

2.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 4 juni 2012, te

Zuilichem, gemeente Zaltbommel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) voorwerp(en), te

weten een of meerdere auto('s) (Mercedes Benz 270cdi met kenteken [kenteken 1]

en/of Mercedes Benz met het kenteken [kenteken 2]/SE 483BY)) en/of 8846,53 Euro,

in ieder geval een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) geld en/of een of meerdere

andere voorwerp(en), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft

overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en) gebruik heeft

gemaakt, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat

bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit enig misdrijf;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 25 maart 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. N.J.C. Spapen, advocaat te Zaltbommel.

De officier van justitie, mr. J. Kolkman, heeft geƫist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, alsmede tot het verrichten van 240 uren werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis.

Verdachte en haar raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3 De beslissing inzake het bewijs

Ten aanzien van feit 1

Verdachte wordt er van verdacht dat zij samen met medeverdachte [medeverdachte] in de periode van januari 2008 tot en met 4 juni 2012 hennep heeft geteeld in een kweekkas aan de [adres 2] te Zuilinchem.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard eigenaar te zijn van de hennepkwekerij. Over de betrokkenheid van verdachte hierbij heeft hij verklaard dat hij verdachte voor de overval (3 juni 2012) had gevraagd om te komen helpen met knippen. Ze was onderweg. Verdachte zou volgens [medeverdachte] een keer een paar rotte koppen eruit hebben gehaald en in een zak hebben gedaan. Als hij verdachte vroeg om te helpen dan deed ze dat. Ze had tussen de twee en vier keer geholpen. [medeverdachte] zag niet zo goed, zij wel.

Verdachte heeft echter ontkend voor april 2012 op de hoogte te zijn geweest van de hennepkwekerij. Daarvoor had ze nog nooit hennepplanten zien staan in de kas. Ook heeft ze ontkend te hebben geholpen in de hennepkwekerij.

Nu alleen [medeverdachte] heeft verklaard over de betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij en zijn verklaring niet wordt ondersteund door enig ander bewijsmiddel in het dossier, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit feit.

Ten aanzien van feit 2

Verdachte wordt er van verdacht dat zij samen met medeverdachte [medeverdachte] in de periode van januari 2008 tot en met 4 juni 2012 meerdere voorwerpen en geld heeft witgewassen.

Verdachte heeft verklaard dat zij pas sinds april 2012 op de hoogte was van de hennepkwekerij. Dat dit anders was heeft de rechtbank niet vast kunnen stellen op basis van het dossier. Van de voor april 2012 door verdachte van [medeverdachte] ontvangen geldbedragen kan derhalve niet worden gesteld dat verdachte wist of had moeten vermoeden dat deze gelden van enig misdrijf afkomstig waren. Nu voorts de in april 2012 in de kwekerij aanwezige hennepplanten geen opbrengst hebben opgeleverd zal de rechtbank verdachte ook vrijspreken van dit feit.

4 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.

Aldus gewezen door:

mr. J. Barrau (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. G.J.M. van Wijk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 april 2014.

mr. Van Wijk is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.