Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:2299

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-04-2014
Datum publicatie
04-04-2014
Zaaknummer
05/821062-13
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2016:8575, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeelt een 32-jarige man tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 jaar, wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, waardoor een ongeval is ontstaan waarbij zijn bijrijder om het leven is gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/821062-13

Datum zitting : 21 maart 2014

Datum uitspraak : 4 april 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is – na een door de rechtbank toegelaten vordering wijziging tenlastelegging - tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 juni 2013 in de gemeente Duiven opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto merk Seat, gekentekend [kenteken] ) tezamen en in vereniging met [medeverdachte], eveneens als bestuurder van een voertuig (personenauto merk Audi, gekentekend [kenteken]), althans alleen,

daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en) de Oostsingel en/of de Noordsingel en/of de Vergertlaan en/of de Broekstraat en/of op een of meer andere voor het openbaar verkeer openstaande weg(en),

terwijl hij in aanmerkelijke mate onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde,

in strijd met het gestelde in artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 deelgenomen aan een straatrace, althans een snelheidswedstrijd, althans een wedstrijd, en/of

- ( daarbij) een rood verkeerslicht genegeerd (Oostsingel/Noordsingel) en/of

- ( daarbij) gereden met een snelheid van ongeveer 160 km/u, althans met een (veel) hogere snelheid dan de voor hem/hen aldaar geldende maximum snelheid en/of

- ( daarbij) een kruising (Oostsingel-Broekstraat) overgestoken en/of

- ( daarbij) sterk afgeremd (bij kruising Oostsingel-Vergertlaan) en/of een voertuig (daarbij) rechts voorbij gereden en/of

-(daarbij) (op kruisingsvlak Oostsingel/Vergertlaan) gestopt en vervolgens met hoge snelheid weggereden en/of

- ( daarbij) meermalen en/of voor langere tijd op korte afstand achter en/of naast elkaar gereden, en/of

- ( daarbij) elkaar (meermalen) met hoge snelheid ingehaald, althans getracht in te halen, in elk geval gedurende enige tijd met nagenoeg gelijke snelheid naast elkaar over die Oostsingel en/of die Noordsingel en/of die Vergertlaan gereden, en/of

- ( daarbij) zijn aandacht voortdurend gericht op het door die ander (voornoemde [medeverdachte]) bestuurde motorrijtuig, althans onvoldoende op het voor hem/hen gelegen gedeelte van die weg(en) en/of het overige verkeer gelet en/of is blijven letten, waardoor,

althans mede waardoor verdachte het door hem bestuurde voertuig niet, althans in onvoldoende mate, onder controle heeft gehad, en/of

(vervolgens) in een slip is geraakt, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een lantaarnpaal en/of met ander wegmeubilair en/of met een boom en/of

(vervolgens) in de berm terecht is gekomen en/of in aanrijding is gekomen met een (andere) lantaarnpaal en/of met ander wegmeubilair en/of met een boom en/of om de as gedraaid en/of (vervolgens) (op de kop) in de naast die Vergertlaan gelegen sloot is gegleden of gereden, in elk geval terecht is gekomen,

en aldus zich opzettelijk zodanig gedragen dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor die [slachtoffer], die zich als bijrijder in verdachtes voertuig bevond, werd gedood;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 16 juni 2013 in de gemeente Duiven, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto merk Seat, gekentekend [kenteken] ) tezamen en in vereniging met [medeverdachte], eveneens als bestuurder van een voertuig (personenauto merk Audi, gekentekend [kenteken]), althans alleen daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en) de Oostsingel en/of de Noordsingel en/of de Vergertlaan en/of de Broekstraat en/of op een of meer andere voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer] werd gedood, door roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam,

terwijl hij in aanmerkelijke mate onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig over voornoemde wegen

in strijd met het gestelde in artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 heeft deelgenomen aan een straatrace, althans een snelheidswedstrijd, althans een wedstrijd, en/of

- ( daarbij) een rood verkeerslicht genegeerd (Oostsingel/Noordsingel) en/of

- ( daarbij) gereden met een snelheid van ongeveer 160 km/u, althans met een (veel) hogere snelheid dan de voor hem/hen aldaar geldende maximumsnelheid en/of

- ( daarbij) een kruising (Oostsingel-Broekstraat) overgestoken en/of

- ( daarbij) sterk afgeremd (bij kruising Oostsingel-Vergertlaan) en/of een voertuig (daarbij) rechts voorbij gereden en/of

- ( daarbij) (op kruisingsvlak Oostsingel/Vergertlaan) gestopt en vervolgens met hoge snelheid weggereden en/of

- ( daarbij) meermalen en/of voor langere tijd op korte afstand achter en/of naast elkaar gereden, en/of

- ( daarbij) elkaar (meermalen) met hoge snelheid ingehaald, althans getracht in te halen, in elk geval gedurende enige tijd met nagenoeg gelijke snelheid naast elkaar over die Oostsingel en/of die Noordsingel en/of die Vergertlaan gereden, en/of

- ( daarbij) zijn/hun aandacht voortdurend gericht op het door die ander bestuurde motorrijtuig, althans onvoldoende op het voor hem/hen gelegen gedeelte van die weg(en) en/of het overige verkeer gelet en/of blijven letten,

waardoor, althans mede waardoor verdachte het door hem bestuurde voertuig niet, althans in onvoldoende mate, onder controle heeft gehad, en/of

(vervolgens) in een slip is geraakt, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een lantaarnpaal en/of met ander wegmeubilair en/of met een boom

(vervolgens) in de berm terecht gekomen en/of in aanrijding gekomen met een (andere) lantaarnpaal en/of met ander wegmeubilair en/of met een boom en/of om de as gedraaid en/of (vervolgens) (op de kop) in de naast die Vergertlaan gelegen sloot gegleden of gereden, in elk geval terecht gekomen,

en aldus zich zodanig gedragen dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer], die zich als bijrijder in verdachtes voertuig bevond, werd gedood, zulks terwijl hij, verdachte, toen daar dat motorrijtuig (personenauto) bestuurde, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank dat hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of zulks terwijl hij de bij wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden en/of zulks, terwijl hij zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden en/of zulks, terwijl hij geen voorrang heeft verleend en/of zulks, terwijl hij gevaarlijk heeft ingehaald;

Meer subsidiair

hij op of omstreeks 16 juni 2013 in de gemeente Duiven als bestuurder van een voertuig (personenauto merk Seat, gekentekend [kenteken] ) tezamen en in vereniging met [medeverdachte], eveneens als bestuurder van een voertuig (personenauto merk Audi, gekentekend [kenteken]), althans alleen, daarmee rijdende op de weg(en) de Oostsingel en/of de Vergertlaan,

terwijl hij in aanmerkelijke mate onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde,

in strijd met het gestelde in artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 heeft deelgenomen aan een straatrace, althans een snelheidswedstrijd, althans een wedstrijd, en/of

- ( daarbij) een rood verkeerslicht heeft/hebben genegeerd (Oostsingel/Noordsingel) en/of

- ( daarbij) heeft/hebben gereden met een snelheid van ongeveer 160 km/u, althans met een (veel) hogere snelheid dan de voor hem/hen aldaar geldende maximum snelheid, en/of

- ( daarbij) een kruising (Oostsingel-Broekstraat) heeft/hebben overgestoken en/of

- ( daarbij) sterk afgeremd (bij kruising Oostsingel-Vergertlaan) en/of een voertuig (daarbij) rechts voorbij gereden en/of

- ( daarbij) (op kruisingsvlak Oostsingel/Vergertlaan) gestopt en vervolgens met hoge snelheid weggereden en/of

- ( daarbij) meermalen en/of voor langere tijd op korte afstand achter en/of naast elkaar hebben gereden, en/of

- ( daarbij) elkaar (meermalen) met hoge snelheid hebben ingehaald, althans hebben getracht in te halen, in elk geval gedurende enige tijd met nagenoeg gelijke snelheid naast elkaar over die Oostsingel en/of die Noordsingel en/of die Vergertlaan hebben gereden, en/of

- ( daarbij) zijn/hun aandacht voortdurend heeft/hebben gericht op het door die ander bestuurde motorrijtuig, althans onvoldoende op het voor hem/hen gelegen gedeelte van die weg(en) en/of het overige verkeer heeft/hebben gelet en/of is blijven letten,

waardoor, althans mede waardoor verdachte het door hem bestuurde voertuig niet, althans in onvoldoende mate, onder controle heeft gehad, en/of

(vervolgens) in een slip is geraakt, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een lantaarnpaal en/of met ander wegmeubilair en/of met een boom

(vervolgens) in de berm terecht gekomen en/of in aanrijding gekomen met een

(andere) lantaarnpaal en/of met ander wegmeubilair en/of met een boom en/of om de as gedraaid en/of

(vervolgens) (op de kop) in de naast die Vergertlaan gelegen sloot gegleden of gereden, in elk geval terecht gekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg(en) werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2.

hij op of omstreeks 16 juni 2013 in de gemeente Duiven als bestuurder van een voertuig, (personenauto merk Seat, gekentekend [kenteken]), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden

geacht.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 21 maart 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd [benadeelde 1] en [benadeelde 2].

De officier van justitie, M. Weimar, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 16 juni 2013 heeft verdachte samen met [slachtoffer] (hierna [slachtoffer]) in het Van der Valk Hotel te Duiven, whisky-cola gedronken.2 Verdachte is als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto merk Seat, gekentekend [kenteken]), met [slachtoffer] als bijrijder, bij het Van der Valk Hotel weggereden.3 Verdachte heeft over de Oostsingel gereden, is de kruising van Oostsingel-Broekstraat overgestoken4 en is bij de kruising Oostsingel-Vergertlaan rechtsaf geslagen, de Vergertlaan ingereden5. Verdachte is in de flauwe bocht naar links op de Vergertlaan, rechtdoor gereden de grasberm op. Er is een lantaarnpaal en een boom uit de grond gereden. De Seat is om de as gedraaid en via de berm op het dak in het water terecht gekomen.6 Verdachte is uit de auto gehaald en met succes gereanimeerd. [slachtoffer] is uit de auto gehaald en gereanimeerd. Tijdens het transport naar het ziekenhuis is [slachtoffer] overleden. [slachtoffer] is door verdrinking om het leven gekomen.7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte samen met [slachtoffer] in de auto stapt, terwijl hij een enorme hoeveelheid alcohol heeft gebruikt, en wegrijdt van de parkeerplaats van het Van der Valk Hotel. Verdachte heeft vervolgens extreem gevaarlijk gereden, heeft een rood verkeerslicht genegeerd, met zeer hoge snelheden gereden en uiteindelijk belandt de auto van verdachte in het water. Daarbij is één lantaarnpaal geschampt, een lantaarnpaal compleet uit de grond gereden en een boompje omver gereden. Verdachte en [slachtoffer] worden uit de auto gehaald en gereanimeerd, maar voor [slachtoffer] mag de reanimatie niet meer baten. Uit dit extreem gevaarlijk rijgedrag kan worden afgeleid dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat een andere (zwakkere) verkeersdeelnemer het leven zou laten en dat hij die aanmerkelijke kans ook bewust heeft aanvaard. Verdachte heeft – terwijl hij zich bewust was van het levensgevaar dat hij ook zelf liep – ook de keuze gemaakt om dit levensgevaarlijke rijgedrag te vertonen en voort te zetten. Om die reden acht de officier van justitie de doodslag op [slachtoffer] wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De verdediging heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte geen opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] of een andere verkeersdeelnemer. Ook kan niet worden vastgesteld dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat verdachte een ongeval zou veroorzaken waardoor [slachtoffer] dan wel hijzelf zou komen te overlijden. Uit de gedragingen van verdachte blijkt niet dat hij extreme risico’s heeft genomen, met name gezien het feit dat hij eerder een inhaalmanoeuvre heeft afgebroken en is gestopt voor een rood verkeerslicht.

Naar mening van de verdediging kan het verkeersgedrag van verdachte ook niet als roekeloos worden gekwalificeerd. Uit de feiten en omstandigheden kan niet worden afgeleid dat door buitengewoon onvoorzichtig rijgedrag van verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat hij zich daarvan bewust was of had moeten zijn. De enkele vaststelling dat verdachte gedronken heeft en mogelijk te snel gereden heeft, volstaat niet. De verdediging is van mening dat hoogstens kan worden gesteld dat verdachte tot de kruising van de Vergertlaan onbehoorlijk en onfatsoenlijk heeft gereden. Echter, op basis van de bewijsmiddelen kan het rijgedrag van verdachte over de Vergertlaan onvoldoende worden vastgesteld en de oorzaak van het ongeval is ook niet duidelijk. Verdachte heeft aangegeven zich niets van het ongeval te herinneren. Hij kan zich evenmin herinneren dat hij de auto bestuurd heeft. Alleen de inzittenden van de Audi kunnen uitsluitsel geven over wat er is gebeurd, het zou kunnen dat verdachte is afgesneden door de Audi.

Er kan niet worden bewezen dat verdachte met een extreem hoge snelheid over de Vergertlaan heeft gereden en de exacte hoeveelheid genuttigde alcohol is niet vastgesteld.

De verdediging is van mening dat er geen causaal verband is tussen het verkeersgedrag van verdachte en het ongeval dat is ontstaan, laat staan tussen het verkeersgedrag en het overlijden van [slachtoffer]. Om die reden dient verdachte ook van het subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken te worden.

Gelet op de omstandigheid dat er sprake is van een ongeval en dat er om die reden sprake is van gevaarzettend gedrag kan het meer subsidiaire tenlastegelegde wettig en overtuigend worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

De gedragingen in en bij het Van der Valk Hotel en het drankgebruik

In het proces-verbaal van bevindingen is opgenomen dat uit de camerabeelden blijkt dat omstreeks 16.35 uur een witte Seat Leon kwam aanrijden waaruit twee mannen stapten. Omstreeks 21.27 uur stapten de twee mannen weer in de witte Seat Leon. De bestuurder had een donkerroze shirt aan en de man met het lichtroze shirt stapte aan de passagierszijde in de auto.8

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij zag dat er twee mannen bij de uitgang van het restaurant Van der Valk stonden en dat beiden mannen met een glas in hun handen liepen. De getuige weet niet of ze aangeschoten waren maar ze waren wel erg vrolijk. Hij zag dat de mannen richting een auto liepen en wilden instappen. [getuige 1] zei tegen de mannen ‘jullie gaan toch niet rijden?’ Eén van de mannen antwoordde daarop ‘ja hoor, wij gaan rijden!’. [getuige 1] hoorde van zijn dochter dat één van de mannen had gezegd ‘wij gaan racen’.9

De getuige [getuige 2] verklaarde dat er twee vaste gasten waren die ze bij naam kent als[slachtoffer] en [verdachte]. Ze verklaarde dat ze die avond 14 Chivas Regal hadden gedronken, dat is whisky. Er zit 40% alcohol in en dat hebben ze gemixt met cola-light. Ze had gezien dat ze allebei 7 whisky-cola hadden gedronken. Ze schenkt de glazen altijd ruim. [getuige 2] had [slachtoffer] en [verdachte] dan wel 14 glazen whisky ingeschonken, maar de inhoud was eigenlijk voor totaal 28 glazen. [getuige 2] vond dat [slachtoffer] en [verdachte] dronken waren en schatte dat ze niet in staat waren om nog auto te rijden.10

De getuige [getuige 3] heeft verklaard dat ze zag dat [slachtoffer] en [verdachte] rond 21.15 uur de bar van het Van der Valk Hotel binnenkwamen. Ze hadden allebei een Chivas besteld met een cola-light. [getuige 3] werd aangesproken door een man die had gezien dat [slachtoffer] en [verdachte] in de auto stapten. De man vond dat [getuige 3] ze niet had mogen laten gaan. [getuige 3] was hiervan geschrokken.11

Uit de kassa bonnen van het Van der Valk Hotel blijkt dat er eenmaal 14 Chivas Regal en 6 Coca cola Light is afgerekend en op de tweede bon 2 Chivas Regal en 1 Coca cola Light.12

De verkeersgedragingen op de gereden route

De getuige [getuige 1] verklaart dat hij links voorsorteerde om de snelweg op te gaan en dat de mannen in de Seat hem erg hard rechts inhaalden. [getuige 1] hoorde dat de motor van de auto een hard geluid maakte. Hij zag dat er een aantal auto’s voor het verkeerlicht stond te wachten en dat de bestuurder van de Seat daarom erg hard moest remmen.13

De getuige [getuige 4] heeft verklaard dat hij reed op de weg tussen de Intratuin in Duiven en het Van der Valk Hotel in Duiven. Een witte Seat reed hem voorbij. Op de rotonde vlakbij de Intratuin zag [getuige 4] dat er een glas uit het raam van de Seat op de weg werd gegooid en hij kon het glas maar net ontwijken. [getuige 4] zag dat de witte Seat met hoge snelheid richting de verkeerslichten bij het Van der Valk Hotel reed. Hij zag dat de Seat aan de linkerkant en aan de rechterkant auto’s inhaalde. De Seat reed rechtdoor op het moment dat het verkeerslicht op rood stond. Bij het volgende verkeerslicht moest de Seat stoppen omdat er een andere auto stilstond. [getuige 4] heeft de Seat voor het laatst gezien toen deze bij het tankstation Q8 reed.14

De getuige [getuige 5] heeft verklaard dat hij met zijn auto bij het tankstation Q8 stond. Vanuit de richting van Westervoort kwamen twee auto’s achter elkaar aan rijden. Ze reden erg hard. [getuige 5] hoorde dat aan het loeiende geluid wat uit de motor van beide auto’s kwam. Hij schat dat hun snelheid ongeveer op 110 kilometer per uur lag. Ze kwamen in een flits voorbij. Ongeveer 400 á 500 meter verderop bij de Kruising Oude Rijksweg en de Vergertlaan te Duiven, begonnen de twee auto’s hard te remmen. Hij hoorde de remmen piepen. [getuige 5] zag dat beide auto’s hun knipperlicht naar rechts aanhadden. Het rijgedrag kon worden omschreven als racegedrag, het leek op een race of een achtervolging. [getuige 5] zag later dezelfde Seat in het water liggen.15

De getuige [getuige 6] heeft verklaard dat zij de verkeerslichten op de kruising Oostsingel en Vergertlaan naderde. Ze zag een witte auto heel hard haar kant op komen rijden, met extreem hoge snelheid. De witte auto reed op de weghelft die bedoeld was voor tegenliggers. Ze vond de witte auto erg agressief rijden.16

De getuige [getuige 7] heeft verklaard dat hij zag dat er op de Oostsingel een witte Seat en een Audi aan komen rijden. De witte Seat stopte en de Audi stopte schuin voor de witte Seat. De witte Seat reed met hoge snelheid richting de Vergertlaan. Vervolgens hoorde hij zijn broer roepen dat hij een plons zag en dat hij moest keren.17 [getuige 7] schatte de snelheid van de Seat en de Audi tussen de 100 en 120 km/u.18 De getuige[getuige 8] schatte de snelheid tegen de 100 km/u.19

De getuige [medeverdachte] heeft verklaard dat hij zag dat de witte auto bij de verkeerslichten heel snel optrok en rechtsaf de Vergertlaan op reed. Het leek net alsof er een formule 1 auto wegtrok, zo snel reed die auto van zijn plek.20

De getuige [getuige 9] heeft verklaard dat hij zag dat de witte auto de Vergertlaan op reedt. De Audi ging er achteraan. [getuige 9] zag dat de auto’s behoorlijk hard gingen. Hij dacht dat ze zeker tegen de 100 km/u aan zaten.21

Het ongeval

De getuige [getuige 7] heeft verklaard dat hij was terug gereden naar de Vergertlaan nadat zijn broer een plons zag en zei dat hij moest keren. [getuige 7] zag op de weg grond liggen en dat er een lantaarnpaal uit de grond was gereden. Ook lag er een reclamebord in stukken op de grond. In het gras was een sleep- c.q. glijspoor te zien in de richting van het water. Achter een grotere boom lag een witte personenauto op de kop in het water.22

Uit de Verkeersongevalsanalyse volgt dat het ongeval heeft plaatsgevonden in een flauwe bocht naar links in de Vergertlaan in Duiven.23 De toegestane maximumsnelheid bedroeg ter plaatse 50 km/u.24 De bestuurder van de Seat is door een onbekende oorzaak in de flauwe bocht naar links, rechtdoor gereden. Hierbij heeft hij zeer waarschijnlijk met de rechter buitenspiegel een lantaarnpaal geraakt. De Seat is vervolgens in de berm terecht gekomen en een lantaarnpaal compleet uit de grond gereden. Hierop is de Seat links om de as gedraaid en vervolgens via de grasberm in het water terecht gekomen. Een directe invloed van de Audi bij het ongeval is uit dit onderzoek niet gebleken.25

De medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij ter hoogte van het Van der Valk Hotel een witte Seat voorbij zag flitsen.26 [medeverdachte] zag dat de witte Seat slingerend over de Oostsingel reed. Op het moment dat de verkeerslicht op groen sprong, trok de witte auto heel snel op en reed rechtsaf de Vergertlaan op. [medeverdachte] zag dat de witte auto ongeveer 200 meter voor hem reed met de rechterzijde van de auto in de berm. Hierop zag hij dat de witte auto een paal raakte, die rechts in de berm stond. Hij dacht dat hij een spiegelkap op de weg zag liggen. [medeverdachte] heeft niet gezien waar de witte auto was gebleven.27

De medeverdachte [getuige 9] heeft verklaard dat de afstand tussen auto waar [medeverdachte] en hij in zaten en de witte auto op de Vergertlaan alleen maar groter werd. Op het moment van het ongeluk reden [medeverdachte] en hij ongeveer 100 á 150 meter achter de witte auto. Hij zag dat de witte auto een lantaarnpaal schaafde.28

Verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij nog wel weet dat hij en [slachtoffer] bij het Van der Valk Hotel zijn gaan eten, maar hij weet niet meer wat hij daar heeft gedronken. [slachtoffer] en verdachte hadden allebei iets roze-achtigs aan.29 Verdachte heeft geen herinnering aan de rit en zich niet kan herinneren op welke wijze het ongeval heeft plaatsgevonden of wat er aan het ongeval vooraf is gegaan.30

Het rijden onder invloed van alcohol

Ten aanzien van het rijden onder invloed van alcohol overweegt de rechtbank als volgt. Uit de verklaring van [betrokkene] blijkt dat [slachtoffer] en verdachte voor dat ze naar het Van der Valk Hotel gingen, bij haar één of twee flesjes bier hebben gedronken.31 Uit de getuigenverklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] en de bonnen van het Van der Valk Hotel blijkt dat verdachte en [slachtoffer] in totaal 16 Chivas Regal met Coca cola Light hebben gedronken. Uit de getuigenverklaring van [getuige 1] volgt dat verdachte en [slachtoffer] nadat zij uit het Van der Valk Hotel komen, in de witte Seat stapten en wegreden. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte in aanmerkelijke mate onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde ten tijde van zijn verkeersgedrag en het ongeval. Het is een feit van algemene bekendheid dat alcoholgebruik van invloed is op het reactievermogen en dit zal in het geval van verdachte niet anders zijn geweest.

Uit de bon van het Van der Valk Hotel blijkt dat verdachte acht whisky-cola heeft gedronken. De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte en [slachtoffer] dezelfde hoeveelheid hebben gedronken. Ook heeft de getuige [getuige 2] verklaard dat dat zij dubbele hoeveelheid heeft ingeschonken in de glazen voor verdachte en [slachtoffer].

Hoewel het exacte alcoholpercentage in het bloed van verdachte, anders dan dat in het bloed van [slachtoffer] (1,8 promille)32, niet is vastgesteld, houdt de rechtbank het gelet op het vorenstaande ervoor dat verdachte in een vergelijkbare (lees: aanmerkelijke) mate onder invloed van alcohol zal zijn geweest.

Snelheid van de door verdachte bestuurde personenauto

De rechtbank is van oordeel dat op grond van onder andere de getuigenverklaringen van [getuige 4], [getuige 5], [getuige 6], [getuige 7], [getuige 8], [medeverdachte] en [getuige 9] wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte met een aanzienlijk hogere snelheid dan de maximaal toegestane snelheid over de Oostsingel en Vergertlaan heeft gereden.

Medeplegen

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de voornoemde bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat de bestuurder van de Audi, [medeverdachte], een aandeel heeft gehad in het ontstaan van het ongeval en het overlijden van [slachtoffer]. Daarbij verwijst de rechtbank met name naar het Verkeersongevallen Analyse waarin is opgenomen dat directe invloed van de Audi bij het ongeval niet uit het onderzoek is gebleken. Om die reden wordt verdachte ten aanzien van het medeplegen vrijgesproken.

Straatrace

Op basis van de getuigenverklaringen is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om vast te stellen dat de bestuurder van de Seat en de bestuurder van de Audi een straatrace dan wel een wegwedstrijd als bedoeld in artikel 11 van de Wegenverkeerswet 1994 hebben gehouden. Om die reden zal verdachte van dat deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

De oorzaak van het ongeval

De verdediging heeft gesteld dat er geen causaal verband bestaat tussen het verkeersgedrag van verdachte en het ongeval. Daarnaast kan er op grond van de bewijsmiddelen niet worden vastgesteld wat de oorzaak van het ongeval is. Daarbij heeft de verdediging aangevoerd dat het mogelijk kan zijn dat verdachte is afgesneden door de bestuurder van de Audi.

De rechtbank is van oordeel, gelet op de getuigenverklaringen van [getuige 7] en [getuige 8] en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte], dat verdachte kort voor het ongeval met een veel te hoge snelheid op de Vergertlaan heeft gereden. Daar komt bij dat de rechtbank ook heeft vastgesteld dat verdachte in aanmerkelijke mate onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de te hoge snelheid en het onder invloed rijden van alcoholhoudende drank, hebben bijgedragen aan de omstandigheid dat verdachte op de Vergertlaan in de bocht rechtdoor is gereden. De rechtbank stelt hierbij vast dat de oorzaak van het ongeval gelegen is de hiervoor genoemde factoren.

Ten aanzien van het afsnijden door de Audi merkt de rechtbank het volgende op. Uit de verklaringen van [getuige 7] en [medeverdachte] blijkt dat de Audi achter de witte Seat heeft gereden. Om die reden acht de rechtbank niet aannemelijk dat de Audi, de Seat zou hebben afgesneden.

De rechtbank verwerpt dan ook de hierboven genoemde verweren van de verdediging.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde

Aan de hand van de hierboven genoemde bewijsmiddelen, dient de rechtbank het tenlastegelegde te beoordelen. Allereerst dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of de opzet van verdachte gericht was op de dood van [slachtoffer]. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om opzet te kunnen bewijzen.

Vervolgens dient beoordeeld te worden of er sprake is van voorwaardelijk opzet. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is volgens vaste jurisprudentie aanwezig, indien een verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard.

De rechtbank is van oordeel dat uit de omstandigheden dat verdachte onder invloed van alcoholhoudende drank heeft gereden en aanzienlijk sneller heeft gereden dan ter plaatse was toegestaan, niet kan volgen dat verdachte willens en wetens bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard op de dood van zijn passagier, [slachtoffer].


Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het primair aan hem ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of er sprake is van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Op grond van de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte kan worden aangenomen dat de waarneming van verdachte door zijn aanmerkelijke alcoholgebruik is verstoord, hij met een te hoge snelheid over de Vergertlaan heeft gereden en de flauwe bocht naar links niet op de juiste manier heeft genomen. Verdachte is in plaats daarvan rechtdoor gereden en tegen een lantaarnpaal, reclamebord en boom aan gereden. Uit de feiten en omstandigheden kan niet worden afgeleid dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen. Daarbij is het rijden onder invloed van alcohol en het overschrijden van de maximum snelheid onvoldoende om het rijgedrag van verdachte als roekeloos te kwalificeren. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het rijgedrag van verdachte wel kan worden aangemerkt als zeer onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam. Om die reden heeft verdachte schuld aan het ontstane ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, waarbij [slachtoffer] is komen te overlijden.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 16 juni 2013 in de gemeente Duiven, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto merk Seat, gekentekend [kenteken]) althans alleen daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en) de Oostsingel en/of de Noordsingel en/of de Vergertlaan en/of de Broekstraat zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer] werd gedood, zeeronoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam,

terwijl hij in aanmerkelijke mate onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig over voornoemde wegen

- ( daarbij) een rood verkeerslicht genegeerd (Oostsingel/Noordsingel) en

- ( daarbij) met een (veel) hogere snelheid dan de voor hem aldaar geldende maximumsnelheid en

- ( daarbij) een kruising (Oostsingel-Broekstraat) overgestoken en

- ( daarbij) sterk afgere md (bij kruising Oostsingel-Vergertlaan) en een voertuig (daarbij) rechts voorbij gereden en

- ( daarbij) (op kruisingsvlak Oostsingel/Vergertlaan) gestopt en vervolgens met hoge snelheid weggereden en

mede waardoor verdachte het door hem bestuurde voertuig niet, onder controle heeft gehad, en

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een lantaarnpaal (vervolgens) in de berm terecht gekomen en in aanrijding gekomen met een (andere) lantaarnpaal en met ander wegmeubilair en met een boom en om de as gedraaid en (vervolgens) (op de kop) in de naast die Vergertlaan gelegen sloot terecht gekomen,

en aldus zich zodanig gedragen dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer], die zich als bijrijder in verdachtes voertuig bevond, werd gedood, zulks terwijl hij, verdachte, toen daar dat motorrijtuig (personenauto) bestuurde, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank dat hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en zulks terwijl hij de bij wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 8 eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het vaststaat dat verdachte in het Van der Valk Hotel alcohol heeft genuttigd. De hoogte van het alcoholpromillage is onbekend gebleven. Op basis van de getuigenverklaringen kan niet worden vastgesteld dat aan verdachte een dubbele hoeveelheid whisky-cola is geschonken. Wat zou inhouden dat verdachte 16 glazen whisky-cola heeft gedronken. Hoogstens kan worden gesteld dat verdachte 8 glazen whisky-cola heeft gedronken, ook al kan dat op basis van het dossier niet met zekerheid worden vastgesteld.

Beoordeling door de rechtbank

Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hierboven terzake het alcoholgebruik van verdachte heeft opgemerkt, acht de rechtbank het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde

heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 16 juni 2013 in de gemeente Duiven als bestuurder van een voertuig, (personenauto merk Seat, gekentekend [kenteken]), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden

geacht.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze wet

Ten aanzien van feit 2:

Overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 10 jaren. De officier van justitie heeft bij het formuleren van haar strafeis aansluiting gezocht bij jurisprudentie omtrent doodslag in het verkeer. Door het verkeersgedrag van verdachte heeft [slachtoffer] het leven gelaten en zijn anderen ongevraagd en ongewild aan grote gevaren blootgesteld. Daar komt bij dat verdachte heeft gereden onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol. Tot slot is verdachte al eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld, reeds lange tijd geleden weliswaar, maar verdachte heeft er kennelijk niets van geleerd.

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair en het subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken dient te worden. Hoogstens kan verdachte worden veroordeeld voor het onder 1 meer subsidiair en het onder 2 tenlastegelegde. Een werkstraf ligt dan in de rede. Indien er toch tot een bewezenverklaring van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 kan worden gekomen, dan verzoekt de verdediging een werkstraf op te leggen en geen gevangenisstraf.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 18 februari 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

De rechtbank heeft acht geslagen op het zeer onvoorzichtige en onoplettende rijgedrag van de verdachte en het fatale gevolg daarvan voor [slachtoffer]. Verdachte heeft dusdoende niet alleen het overlijden van een ander veroorzaakt maar bovendien de nabestaanden groot leed berokkend. Dit valt met geen enkele straf te herstellen. De rechtbank heeft daarnaast rekening gehouden met het feit dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan terwijl hij reed met een aanzienlijk hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan én terwijl hij onder invloed verkeerde van alcoholhoudende drank. De gedragingen van verdachte betreffen ernstige strafbare feiten, waarvan de ernst ook tot uitdrukking komt in de straffen die daarop zijn gesteld in de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank rekent de verdachte deze feiten zwaar aan.

Verdachte heeft ter terechtzitting geen verantwoordelijkheid ten aanzien van zijn verkeersgedrag genomen. Daaraan doet niet af dat verdachte geen herinnering heeft aan de gebeurtenissen, zoals hij stelt, aangezien de toedracht hem inmiddels wel duidelijk mag zijn. Ook lijkt verdachte zich niet bewust te zijn van het leed dat hij met zijn handelen bij de nabestaanden heeft veroorzaakt.
De rechtbank heeft voor de straftoemeting aansluiting gezocht bij de Landelijke Oriëntatiepunten voor de straftoemeting met betrekking tot overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De categorie die de rechtbank in het onderhavige geval het meest vindt passen, is de categorie ‘grove verkeersfout’. Het uitgangspunt dat bij deze categorie wordt gegeven, waarbij een alcoholgehalte van hoger dan 570 ug/l (= 1,3 promille) in acht wordt genomen, voorziet in het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 4 jaren, indien een slachtoffer overlijdt. Hoewel het alcoholpromillage in verdachtes bloed niet is vastgesteld, ziet de rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken, gezien zij hierboven heeft opgemerkt over verdachtes aanzienlijke alcoholgebruik.


Mede ter bescherming van de verkeersveiligheid zal de rechtbank ten slotte voor de duur van vier jaar aan de verdachte de bevoegdheid ontzeggen om motorrijtuigen te besturen.

Ten aanzien van het beslag:

Het standpunt van de officier van justitie

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder verdachte inbeslaggenomen goed, te weten een witte Seat Leon met kenteken [kenteken] verbeurd wordt verklaard en dat het inbeslaggenomen goed, te weten mobiele telefoon, zwarte Iphone zal worden teruggegeven aan de verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven witte Seat Leon met kenteken [kenteken] betreft een voorwerp met behulp waarvan het feit is begaan en behoort toe aan verdachte. De rechtbank zal dit voorwerp verbeurd verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon, zwarte Iphone toebehoort aan de verdachte en aan verdachte zal moeten worden teruggegeven.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 818,19.

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 818,19.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot betaling van het bedrag van € 818,19 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot betaling van het bedrag van € 818,19 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit en dat om die reden de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Indien er ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde wel tot een bewezenverklaring wordt gekomen dan kan de vordering eveneens niet worden toegewezen omdat het ongeval daarin niet is opgenomen.

Subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging heeft daaraan toegevoegd dat de vorderingen van de benadeelde partijen redelijk overkomen en goed zijn onderbouwd. Verdachte is ook bereid om deze kosten te vergoeden.

Beoordeling door de rechtbank

Aan de benadeelde partijen is door het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat uit in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen in hun geheel toewijzen.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24, 24c, 33, 33a, 36f, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175, 176, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Ten aanzien van feit 1 subsidiair en feit 2:

A. een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

Ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 4 (vier) jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 179, lid 6, van de Wegenverkeerswet 1994.

Ten aanzien van het beslag:

Verklaart verbeurd het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: witte Seat Leon met kenteken [kenteken].

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten mobiele telefoon zwarte Iphone, aan veroordeelde.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde 1], te betalen € 818,19 (achthonderdenachttien euro en negentien eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], te betalen € 818,19 (achthonderdenachttien euro en negentien eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 16 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde 2], te betalen € 818,19 (achthonderdenachttien euro en negentien eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], te betalen € 818,19 (achthonderdenachttien euro en negentien eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 16 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. J.M. Hamaker (voorzitter), mr. A.M. van Gorp en mr. W.L.J.M. Duijst, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 april 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] verbalisant van de regiopolitie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, unit Rivierenland-Oost, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0796 2013063580, gesloten op 23 oktober 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van verhoor getuige van [getuige 2], d.d. 19 juni 2013, p. 353 en 354, en het proces-verbaal van verhoor getuige van [getuige 3], d.d. 19 juni 2013, p. 355 en 356.

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juni 2013, p. 333 en het proces-verbaal van verhoor getuige van [getuige 1], d.d. 18 juni 2013, p. 330.

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige van [getuige 4], d.d. 18 juni 2013, p. 334.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige van [getuige 7], d.d. 18 juni 2013, p. 337 laatste alinea en p. 338 eerste alinea.

6 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 8 september 2013, p. 189, onder het kopje 2.1.5 eindpositie voertuig en p. 204, onder het kopje 5.2 oorzaak, toedracht en gevolg.

7 Het pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, door het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 21 augustus 2013, p. 267 onder het kopje overledene, p. 269 onder het kopje interpretatie van resultaten en p. 270 onder het kopje conclusie.

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juni 2013, p. 333, vierde en zevende alinea.

9 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], d.d. 18 juni 2013, p. 330 tweede, derde en vierde alinea.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], d.d. 19 juni 2013, p. 353 zesde alinea en p. 354 tweede alinea.

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], d.d. 19 juni 2013, p. 355 laatste alinea en p. 356 tweede alinea.

12 Een schriftelijk bescheid, te weten een bon van Van der Valk, p 325 en een schriftelijk bescheid, te weten een bon van Van der Valk, p. 326.

13 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], d.d. 18 juni 2013, p. 331 eerste alinea.

14 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], d.d. 18 juni 2013, p. 334, eerste, tweede en vierde alinea.

15 Het proces-verbaal van verhoor van getuige[getuige 5], d.d. 17 juni 2013, p. 305 eerste, tweede en derde alinea en p. 306 eerste, tweede en vierde alinea.

16 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 6], d.d. 17 juni 2013, p. 308, tweede en derde alinea.

17 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 7], d.d. 18 juni 2013, p. 337, laatste alinea en p. 338 bovenaan.

18 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 7], d.d. 29 juni 2013, p. 387, laatste alinea.

19 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 8], d.d. 18 juni 2013, p. 351, achtste regel.

20 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte], d.d. 25 juni 2013, p. 117 regels 3 t/m 5.

21 Het proces-verbaal van verhoor van getuige[getuige 9], d.d. 27 juni 2013, p. 161, regels 33 t/m 36 en 44 t/m 46.

22 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 7], d.d. 29 juni 2013, p. 338, regel 10 t/m 19.

23 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 8 september 2013, p. 189, onder het kopje 2.1.2 wegsituatie.

24 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 8 september 2013, p. 189, onder het kopje 2.1.3 Verkeersmaatregelen ter plaatse.

25 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 8 september 2013, p. 204, onder het kopje 5.2 Oorzaak, toedracht en gevolg.

26 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], d.d. 25 juni 2013. p. 116, regels 27 t/m 29 en zesde alinea, regels 4 en 5.

27 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], d.d. 25 juni 2013, p. 117, regels 3 en 4 en regels 7 t/m 12.

28 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte[getuige 9], d.d. 27 juni 2013, p. 162, regels 15 t/m 18.

29 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 27 juni 2013, p. 74 onderaan en 75 bovenaan.

30 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 maart 2014 en het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 27 juni 2013, p. 77 en 78.

31 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 3 september 2013, p. 366, regels 22 t/m 25.

32 Het Toxicologisch onderzoek in lichaamsmateriaal van [slachtoffer], door het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 25 juli 2013, p. 284.