Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:1544

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-01-2014
Datum publicatie
10-03-2014
Zaaknummer
255305
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk op auteursrecht op meubels van Piet Hein Eek; de totaalindruk die de meubels van gedaagde maken is identiek aan de totaalindruk van de door [eiser] ontworpen meubels.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/255305 / KG ZA 13-663

Vonnis in kort geding van 17 januari 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PIET HEIN EEK B.V.,

gevestigd te Geldrop,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EEK & RUIJGROK B.V.,

gevestigd te Geldrop,

3. [eiser],

wonende te [plaats],

eisers,

advocaat mr. M.R. de Zwaan te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats],

gedaagde,

verschenen in persoon.

Eisers zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Piet Hein Eek B.V. c.s. Afzonderlijk zullen zij Piet Hein Eek B.V, Eek & Ruijgrok B.V. en [eiser] genoemd worden. Gedaagde zal [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de brieven van de advocaat van Piet Hein Eek B.V. c.s. aan de rechtbank d.d. 23 december 2013, 24 december 2013, 30 december 2013, met producties

  • -

    de brief van de advocaat van Piet Hein Eek B.V. c.s. aan de rechtbank van 2 januari 2014, met producties, waarbij onder meer de vorderingen die ook waren ingesteld tegen de besloten vennootschap Werkspot B.V., zijn ingetrokken

  • -

    de brief van [gedaagde] aan de rechtbank d.d. 31 december 2013, met producties

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de door [gedaagde] ter zitting overgelegde productie (proces-verbaal van politie Gelderland-Zuid d.d. 31 oktober 2013)

  • -

    de pleitnota van Piet Hein Eek B.V. c.s.

1.2.

Daarna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Piet Hein Eek B.V. c.s. ontwerpen, vervaardigen en verhandelen onder meer meubels die zij onder het merk Piet Hein Eek op de markt brengen.

2.2.

[eiser] heeft onder meer de volgende werken (meubels/lampen) ontworpen:

1. Tweedeurs kast in sloophout

2. Ledikant open in sloophout

3. Afvaltafel in plaatmateriaal

4. Kantinetafel in eiken

5. Afvaltafel in sloophout met T-poot

6. HP-kast met drie laden

7. Wandspot aluminium

8. Hangende draadlamp in stropdaszijde

9. Jufferbankje

10. Kuipstoel in sloophout, wit gelakt

11. Drieladenkast in sloophout.

2.3.

[eiser], auteursrechthebbende op deze ontwerpen, heeft het auteursrecht op 28 april 2006 overgedragen aan Piet Hein Eek B.V. Bij gebreke van overdracht van persoonlijkheidsrechten op de ontwerpen komen deze aan [eiser] in persoon toe. Piet Hein Eek B.V. treedt op als auteursrechthebbende op de exploitatierechten.

2.4.

Eek & Ruijgrok B.V. is de rechthebbenden op het Benelux woord- en beeldmerk “Piet Hein Eek”, ingeschreven voor de klassen 11, 20, 21 en 37.

2.5.

[gedaagde] is tot (globaal) 1998/1999 als timmerman in dienst geweest bij [eiser] en/of Piet Hein Eek B.V.

2.6.

[gedaagde] ontwerpt, vervaardigt en verhandelt zelfstandig meubels. De ontwerpen van deze meubels waren tot voor kort te zien op de websites van [gedaagde], te weten: http://vangalenvormgeving.nl, http://vangalen vormgeving.woordpress.com) en op de website van Werkspot B.V. (http://www.werkspot.nl/profiel/vangalen-vormgeving/ projecten.

3 Het geschil

3.1.

Piet Hein Eek B.V. c.s. hebben, na wijziging (vermindering) van hun eis gevorderd:

I. [gedaagde] te gebieden onmiddellijk na betekening van dit vonnis elk onrechtmatig handelen en elke inbreuk op het auteurs- en merkrecht van Piet Hein Eek B.V. c.s. door:

( a) verveelvoudiging en/of openbaarmaking van de in de dagvaarding aangeduide ontwerpen en van daarmee overeenstemmende ontwerpen;

( b) afbeelding van de ontwerpen van Piet Hein Eek B.V. c.s. in door [gedaagde] gecontroleerde en/of gelieerde uitingen, waaronder websites van [gedaagde], en/of websites van derden zoals, doch niet uitsluitend http://vangalenvormgeving.nl, http://vangalen vormgeving.woordpress.com, en http://www.werkspot.nl/profiel/vangalen-vormgeving/projecten;

( c) ieder gebruik van het merk in verband met de promotie, vervaardiging en verhandeling van inbreuk makende meubels,

te staken en gestaakt te houden.

II. [gedaagde] te veroordelen binnen 24 uur na betekening van het vonnis de inbreuk makende merkstempel, dan wel een beëdigde verklaring dat hij de bedoelde stempel niet heeft bezeten noch heeft gebruikt of doen gebruiken, tijdens kantooruren te bezorgen bij de receptie van Piet Hein Eek B.V. c.s. aan [adres], vergezeld van een door hem ondertekende schriftelijke verklaring dat zich geen andere stempels en/of andere uitsluitend of overwegend voor inbreuk op de merk- en auteursrechten van Piet Hein Eek B.V. c.s. geschikte hulpmiddelen meer bij [gedaagde] of op een andere aan hem bekende plaats bevinden.

III. [gedaagde] te gebieden binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Piet Hein Eek B.V. c.s. toe te doen komen een correct, compleet, schriftelijk en met onderliggende orders en facturen onderbouwd, en door een onafhankelijke door Piet Hein Eek B.V. c.s. aan te wijzen en te instrueren registeraccountant op kosten van [gedaagde] te verifiëren

( a) overzicht van de aantallen van de in de dagvaarding genoemde inbreuk makende meubels die zijn geproduceerd, ingekocht, verkocht en in voorraad gehouden, alsmede van alle opdrachtgevers en/of afnemers van (de vervaardiging van) deze producten, onder vermelding van de volledige contactgegevens en een duidelijke omschrijving en/of afbeelding van hetgeen aan hen werd geleverd;

( b) berekening van de brutowinst die is behaald met de vervaardiging en/of verkoop van de inbreuk makende meubels als in de dagvaarding bedoeld.

IV. [gedaagde] te veroordelen tot verzending aan de hiervoor bedoelde opdrachtgevers en afnemers van een bericht per e-mail of, bij gebreke daarvan, per gewone post, van een kennisgeving met uitsluitend de volgende inhoud:

“Geachte[]

Hierbij moet ik u informeren dat de voorzieningenrechter bij vonnis d.d. [] heeft geoordeeld dat het door mij aan u geleverde meubel, te weten [] inbreuk maakt op de aan Piet Hein Eek toekomende auteurs- en merkrechten. De rechter heeft mij veroordeeld het aan u geleverde meubel terug te halen onder gelijktijdige aanbieding aan u van de door u betaalde koopprijs. Graag verzoek ik u derhalve contact met mij op te nemen zodat ik binnen 7 dagen na dagtekening van dit bericht de koopprijs aan u kan restitueren en het meubel bij u kan ophalen. Ik wijs u erop dat indien u geen gevolg geeft aan dit verzoek de firma Piet Hein Eek uit Eindhoven gerechtigd is het meubel bij u in beslag te nemen en te doen vernietigen.

Ik vertrouw erop u hiermee naar behoren te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend

[]”

V. [gedaagde] te veroordelen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis alle in voorraad gehouden en alle geretourneerde inbreukmakende meubels, in aanwezigheid van een deurwaarder, te vernietigen en een door de deurwaarder opgesteld proces-verbaal van deze vernietiging aan de advocaat van Piet Hein Eek B.V. c.s. te doen toekomen.

VI. [gedaagde] te veroordelen aan Piet Hein Eek B.V. c.s. te betalen een dwangsom van € 5.000,-- voor iedere keer (de productie, aanbieding, verkoop, verdere verhandeling of afbeelding van afzonderlijk inbreukmakende meubels geldt als één overtreding) dan wel

- en zulks ter uitsluitende keuze van Piet Hein Eek B.V. c.s. - voor iedere dag dat [gedaagde] met de tijdige of volledige nakoming van de hieroor bedoelde geboden/veroordelingen in gebreke is.

VII. Te bepalen dat de eis in de hoofdzaak op de voet van art. 260 Rv. binnen zes maanden na datum van dit vonnis moet worden ingesteld en dat anders de getroffen voorzieningen hun rechtskracht verliezen mits [gedaagde] een ter zake diende griffie verklaring heeft ingediend.

VIII. Zodanige maatregelen te treffen die de voorzieningenrechter passend acht.

IX. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de volledige proceskosten op grond van art. 1019h Rv.

X. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2.

Piet Hein Eek B.V. c.s. hebben aan hun vorderingen het volgende ten grondslag gelegd. Zij hebben geconstateerd dat [gedaagde] zonder toestemming de ontwerpen van [eiser], al dan niet gewijzigd, verveelvoudigt en, al dan niet behulp van een merkstempel voorzien van het merk “Piet Hein Eek’, vervaardigt en verkoopt en dat hij deze ontwerpen gebruikt ter promotie van zijn eigen activiteiten en onderneming. De ontwerpen worden bovendien zonder toestemming door [gedaagde] op diens websites openbaar gemaakt. Door het gewijzigd en ongewijzigd zonder toestemming verveelvoudigen van bedoelde ontwerpen van [eiser], maakt [gedaagde] inbreuk op de auteursrechten van Piet Hein Eek B.V. c.s. door schending van de artikelen 1 jo. 13 Auteurswet en artikel 2 Auteursrichtlijn. Door het fotograferen van deze verveelvoudigingen en door het fotograferen of het gebruken van bestaande foto’s van originele ontwerpen van [eiser] en door het beschikbaar stellen van deze afbeeldingen van originele ontwerpen en van namaakproducten op internet, schendt [gedaagde] bovendien de artikeren 1 jo. 12 van de Auteurswet en de artikelen 3 en 4 van de Auteursrichttlijn. Door het aanbrengen van het merk op de namaakproducten en het aanbieden van deze producten zonder toestemming van Piet Hein Eek B.V. c.s., maakt [gedaagde] willens en wetens inbreuk op artikel 2.20 BVIE (Benelux-Verdrag inzake Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen). [gedaagde] handelt volgens Piet Hein Eek B.V. c.s. bovendien onrechtmatig jegens hen.

3.3.

[gedaagde] heeft het gevorderde gemotiveerd weersproken.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de hiervoor onder 2.2. bedoelde ontwerpen van meubels en lampen, waarvan door Piet Hein Eek B.V. c.s. foto’s in het geding zijn gebracht, auteursrechtelijk beschermd werken zijn in de zin van artikel 1 juncto 10 Auteurswet (hierna: Aw).

4.3.

De door [gedaagde] vervaardigde en verhandelde meubels, waarvan eveneens foto’s in het geding zijn gebracht, moeten worden aangemerkt als een verveelvoudiging van de door [eiser] ontworpen meubels, hetgeen een inbreuk oplevert op het (overgedragen) auteursrecht van Piet Hein Eek B.V. en [eiser] (dat zijn volgens de stellingen van Piet Hein Eek B.V. c.s. de auteursrechthebbenden), nu zij voor die verveelvoudiging geen toestemming hebben gegeven. Dat is door [gedaagde], behoudens wat betreft de door hem vervaardigde ronde variant van de “afvaltafel plaatmateriaal”, ook niet gemotiveerd betwist. [gedaagde] heeft enkel opgeworpen dat de door hem vervaardigde meubels op bepaalde details of wat betreft het interieur, het gebruikte materiaal en de afwerking, verschillen van de door [eiser] ontworpen meubels. Deze verschillen betreffen echter ondergeschikte wijzigingen. De totaalindruk die de meubels van [gedaagde] maken is identiek aan de totaalindruk van de door [eiser] ontworpen meubels.

4.4.

Wat betreft de ronde variant van de “afvaltafel plaatmateriaal” geldt het volgende.

De ronde vorm is, zoals [gedaagde] terecht heeft opgeworpen, niet in de ontwerpen van [eiser] terug te vinden. Duidelijk is echter wel dat het blad van de tafel van [gedaagde] en de bewerking daarvan geënt zijn op de stijl van [eiser]. De door [eiser] ontworpen tafel met een op tegels lijkend blad, gelakt in hoogglans, heeft een eigen, oorspronkelijk karakter en draagt het persoonlijk stempel van de maker. Deze eigenschappen van de tafel komen dus voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. Ook als een tafel met deze typische kenmerken in een andere vorm wordt gemaakt, dan nog behoudt deze het eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijke stempel van de maker. Met de vervaardiging en verhandeling van de ronde variant van deze tafel maakt [gedaagde] dus eveneens inbreuk op het auteursrecht van Piet Hein Eek B.V. en [eiser].

4.5.

[gedaagde] heeft benadrukt dat de door hem gemaakte inbreuk op het auteursrecht slechts op beperkte schaal heeft plaatsgevonden en dat hij niet heeft beseft dat het vervaardigen van de meubels op de wijze zoals hij heeft gedaan, niet was toegestaan. Dat laatste moet evenwel worden gerelativeerd. Ter zitting is aan het licht gekomen dat het, op verzoek van een klant, zelfs zover is gekomen dat [gedaagde] een stempel heeft besteld en gekregen, waarmee de aanduiding “Piet Hein Eek” op de door hem nagemaakte meubels kon worden aangebracht. Dat [gedaagde] het stempel ook daadwerkelijk heeft gebruikt, kan niet worden aangenomen, maar het geeft wel aan dat er bij hem het besef moet zijn geweest dat de desbetreffende klant een meubel wilde hebben dat zoveel mogelijk leek op een door [eiser] ontworpen meubel. In die situatie moet het voor [gedaagde] ook duidelijk zijn geweest dat sprake was van illegale namaak.

De door [gedaagde] gemaakte inbreuk lijkt weliswaar niet op grote schaal te hebben plaatsgevonden, volgens [gedaagde] heeft hij sedert 2008 in totaal negen stukken vervaardigd/verhandeld, maar dat is niet relevant. Ook in zo’n geval mag de auteursrechthebbende in beginsel gebruik maken van de instrumentaria die de Aw biedt, zonder dat hij daarin beperkt wordt door het feit dat de inbreuk mogelijk op kleine schaal heeft plaatsgevonden. Piet Hein Eek B.V. en [eiser] hebben ook (spoedeisend) belang bij de vordering onder 3.1.I.a en b. Op zichzelf staat wel vast dat de afbeeldingen van de inbreuk makende meubels door [gedaagde] van de websites zijn gehaald en ook heeft [gedaagde] een verklaring ondertekend dat hij de door [eiser] ontworpen meubels niet meer zal namaken, maar niettemin hebben Piet Hein Eek B.V. en [eiser] er belang bij dat dit een en ander door een veroordeling wordt versterkt, om zich ervan te verzekeren dat namaak in de toekomst niet meer zal plaatsvinden.

4.6.

De conclusie is dat de vordering van Piet Hein Eek B.V. en [eiser] onder 3.1.I.a en b reeds op grond van hetgeen hiervoor is overwogen toewijsbaar is. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.5 en op hetgeen hierna nog onder 4.7 zal worden overwogen, is de vordering onder 3.1.I.c, gebaseerd op het merkrecht, niet toewijsbaar.

4.7.

Wat betreft de vordering onder 3.1.II geldt het volgende. [gedaagde] heeft, zo is hiervoor al overwogen, erkend dat hij de beschikking heeft gehad over het hiervoor omschreven stempel. [gedaagde] heeft evenwel gemotiveerd aangegeven dat hij het stempel thans niet meer in zijn bezit heeft. Dat het anders is, kan niet worden vastgesteld en hebben Piet Hein Eek B.V. c.s. niet aannemelijk gemaakt. Daarom zal deze vordering slechts worden toegewezen in die zin, dat [gedaagde] alleen zal worden veroordeeld tot het afgeven van de bedoelde verklaring.

4.8.

De vordering onder 3.1.III.

Nu geoordeeld wordt dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van Piet Hein Eek B.V. en [eiser], en [gedaagde] de nagemaakte meubels heeft verhandeld, hebben Piet Hein Eek B.V. en [eiser] recht en belang bij een overzicht als hier bedoeld, teneinde de omvang van de inbreuk te bepalen en om zo nodig zelf verdere maatregelen te treffen, zoals het terughalen bij derden van de inbreuk makende meubels. Deze vordering zal eveneens worden toegewezen.

4.9.

Voor de beoordeling van de vordering onder 3.1.IV zijn de volgende omstandigheden van belang.

- Art. 28 lid 1 Aw biedt aan Piet Hein Eek B.V. en [eiser], zoals overwogen, de mogelijkheid de inbreuk makende meubels ook zelf bij derden op te eisen. Die mogelijkheid staat ook in de door Piet Hein Eek B.V. c.s. voorgestelde tekst van de brief. Een dergelijke vordering ligt thans evenwel niet voor.

- Anders dan de door Piet Hein Eek B.V. c.s. voorgestelde tekst van de brief suggereert, hebben Piet Hein Eek B.V. c.s. niet gevorderd [gedaagde] te veroordelen de door hem geleverde meubels bij derden terug te halen onder gelijktijdige aanbieding de koopprijs aan die derden terug te betalen. Een dergelijke vordering is ook niet aanstonds te baseren op artikel 28 lid 1 Aw.

- Het moet er voorshands voor worden gehouden dat er geen grootschalige inbreuk op het auteursrecht van Piet Hein Eek B.V. en [eiser] heeft plaatsgevonden.

Al deze omstandigheden leiden ertoe dat, mede gelet op het bepaalde in art. 28 lid 8 Aw, deze vordering van Piet Hein Eek B.V. en [eiser] moet worden afgewezen.

4.10.

De vordering onder 3.1.V.

[gedaagde] heeft verklaard dat hij alleen in opdracht de inbreuk makende meubels heeft vervaardigd en verhandeld en dat hij dergelijke meubels nooit in voorraad heeft gehad en ook nu niet heeft. Tegenover die gemotiveerde stelling hebben Piet Hein Eek B.V. c.s. niet aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] inbreuk makende meubels in voorraad heeft, zodat van de juistheid van de verklaring van [gedaagde] moet worden uitgegaan. Dat inbreuk makende meubels aan [gedaagde] zullen worden geretourneerd is, mede in aanmerking genomen hetgeen hiervoor onder 4.9 is overwogen, niet aannemelijk. Onder die omstandigheden is er geen aanleiding deze vordering toe te wijzen.

4.11.

De (onder 3.1.VI) gevorderde dwangsom zal worden toegewezen. Wel is er aanleiding het totaal van de dwangsommen aan een maximum te binden.

4.12.

De vordering onder 3.1.VII.

In verband met het bepaalde in artikel 1019i Rv zal de voorzieningenrechter de redelijke termijn waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt stellen op zes maanden na het wijzen van dit vonnis

4.13.

De vordering onder 3.1.VIII hebben Piet Hein Eek B.V. c.s. niet nader geconcretiseerd. Deze vordering moet daarom als te onbepaald worden afgewezen.

4.14.

[gedaagde] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij te in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

Piet Hein Eek B.V. c.s. hebben op grond van artikel 1019h Rv aanspraak gemaakt op vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten. Zij hebben daartoe een kostenspecificatie overgelegd die sluit op, wat betreft het salaris van de advocaat en na aftrek van een door Werkspot B.V. betaald bedrag, € 7.465,-- exclusief btw.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat de kosten niet billijk zijn vanwege het ontbreken van procesbelang van Piet Hein Eek B.V. c.s., omdat hij door het ondertekenen van een verklaring voor de zitting al (grotendeels) aan de eisen van Piet Hein Eek B.V. c.s. had voldaan, vanwege de gebrekkige draagkracht van [gedaagde] en de beperkte omvang van de inbreuk.

Bij de vaststelling van het salaris zal aansluiting worden gezocht bij de per 1 augustus 2008 in werking getreden indicatietarieven IE-zaken, die inhoud geven aan de billijkheid van artikel 14 Richtlijn 2004/48 en artikel 1019h Rv. Deze indicatietarieven hanteren als maximumtarief voor de categorie ‘eenvoudig kort geding’, waartoe de onderhavige zaak behoort, een bedrag van € 6.000,--. Gelet op de omstandigheden dat een deel van het door Piet Hein Eek B.V. c.s. gevorderde wordt afgewezen en dat [gedaagde] zich, ter voorkoming van het onderhavige kort geding, reeds voor de zitting bereid had verklaard aan de thans toegewezen vorderingen - met uitzondering van de vordering onder 3.1.III - te voldoen, is een matiging van laatstbedoeld bedrag op zijn plaats. Aan salaris wordt een bedrag van € 4.000,-- redelijk geoordeeld. De kosten aan de zijde van Piet Hein Eek B.V. c.s. worden daarom begroot op:

- explootkosten € 76,71

- vast recht € 608,--

- salaris advocaat € 4.000,--

Totaal € 4.684,71.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] onmiddellijk na betekening van dit vonnis elke inbreuk op het auteursrecht van Piet Hein Eek B.V. en [eiser] door:

( a) verveelvoudiging en/of openbaarmaking van de in de dagvaarding aangeduide ontwerpen en van daarmee overeenstemmende ontwerpen;

( b) afbeelding van de ontwerpen van Piet Hein Eek B.V. en van [eiser] in door [gedaagde] gecontroleerde en/of gelieerde uitingen, waaronder websites van [gedaagde], en/of websites van derden zoals, doch niet uitsluitend http://vangalenvormgeving.nl, http://vangalen vormgeving.woordpress.com, en http://www.werkspot.nl/profiel/vangalen-vormgeving/projecten,

te staken en gestaakt te houden,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] binnen 24 uur na betekening van het vonnis een beëdigde verklaring, inhoudende dat hij de bedoelde stempel niet meer bezit en niet heeft gebruikt of heeft doen gebruiken, tijdens kantooruren te bezorgen bij de receptie van Piet Hein Eek B.V. c.s. aan [adres], vergezeld van een door hem ondertekende schriftelijke verklaring dat zich geen andere stempels en/of andere uitsluitend of overwegend voor inbreuk op de merk- en auteursrechten van Piet Hein Eek B.V. c.s. geschikte hulpmiddelen meer bij [gedaagde] of op een andere aan hem bekende plaats bevinden.

5.3.

veroordeelt [gedaagde] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Piet Hein Eek B.V. c.s. toe te doen komen een correct, compleet, schriftelijk en met onderliggende orders en facturen onderbouwd, en door een onafhankelijke door Piet Hein Eek B.V. c.s. aan te wijzen en te instrueren registeraccountant op kosten van [gedaagde] te verifiëren

( a) overzicht van de aantallen van de in de dagvaarding genoemde inbreuk makende meubels die zijn geproduceerd, ingekocht, verkocht en in voorraad gehouden, alsmede van alle opdrachtgevers en/of afnemers van (de vervaardiging van) deze producten, onder vermelding van de volledige contactgegevens en een duidelijke omschrijving en/of afbeelding van hetgeen aan hen werd geleverd;

( b) berekening van de brutowinst die is behaald met de vervaardiging en/of verkoop van de inbreuk makende meubels als in de dagvaarding bedoeld,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] aan Piet Hein Eek B.V. c.s. te betalen een dwangsom van € 5.000,-- voor iedere keer (de productie, aanbieding, verkoop, verdere verhandeling of afbeelding van afzonderlijk inbreukmakende meubels geldt als één overtreding) dat [gedaagde] met de tijdige of volledige nakoming van de hieroor bedoelde veroordelingen in gebreke is, vermeerderd met een dwangsom van € 250,-- voor iedere dag dat de afgifte van de onder 5.2 bedoelde verklaring en/of de afgifte van de onder 5.3 onder a en b bedoelde bescheiden uitblijven, zulks tot een maximum van in totaal € 50.000,--,

5.5.

bepaalt de termijn waarbinnen op grond van art. 1019i Rv de eis in de hoofdzaak moet worden ingesteld op zes maanden vanaf de dag van het wijzen van dit vonnis,

5.6.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Piet Hein Eek B.V. c.s. tot op heden begroot op € 4.684,71,

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2014.

Coll.: ED