Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:1381

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-03-2014
Datum publicatie
12-03-2014
Zaaknummer
84-187972-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De economische politierechter veroordeelt de Maatschap tot een (gedeeltelijk voorwaardelijke) geldboete. De Maatschap heeft verweer gevoerd op het tenlastegelegde feit dat de varkens ouder dan twee weken niet de beschikking hadden over vers drinkwater.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

team strafrecht

zittingsplaats Zutphen

economische politierechter

parketnummer: 84-187972-13

datum uitspraak: 3 maart 201

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

De Maatschap [naam maatschap],

gevestigd te [adres],

vertegenwoordigd door de maat: [vertegenwoordiger maat].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van de economische politierechter op 17 februari 2014.

Ter terechtzitting gegeven beslissing

De economische politierechter zal op 3 maart 2014 te 13.30 uur schriftelijk vonnis wijzen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 30 juli 2013 in de gemeente Berkelland, al dan niet opzettelijk, 4045, althans een aantal (gebruiks) varkens (ouder dan twee weken) niet heeft verzorgd overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van het Varkensbesluit, immers beschikten deze (gebruiks) varkens niet permanent over voldoende vers water;( art 13 lid 2 Varkensbesluit)

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

A. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

B. Het standpunt van verdachte

De verdachte en de ter zitting gehoorde deskundige [deskundige], hebben ter

verdediging aangevoerd dat de bepaling in artikel 13, tweede lid van het Varkensbesluit

gebaseerd is op het gebruik van droogvoer voor de varkens en in dat geval dienen de

varkens de beschikking te hebben over vers drinkwater. De varkens van verdachte worden

gevoederd met “brijvoer”. Met dit brijvoer - dat voor 20-21% uit droge stof bestaat –

krijgen de varkens meer vocht binnen dan met droogvoer, waardoor zij geen behoefte

hebben aan vers drinkwater en gaan spelen met de drinknippels, waardoor hun

leefomgeving te nat wordt.

C. Beoordeling door de economische politierechter:

De economische politierechter is van oordeel dat op grond van de hierna te vermelden

bewijsmiddelen het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Naar aanleiding van een controle1 door verbalisanten op dinsdag 30 juli 2013, op een bedrijf gelegen aan de [adres], zijnde een veehouderijbedrijf met de naam "[naam veehouderij]", op onder meer de regels zoals gesteld in: Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren en het Varkensbesluit, zagen zij dat op een uitdraai uit het managementsysteem en stelden zij door een globale telling vast dat er op het bedrijf, 4045 gebruiksvarkens werden gehouden in 4 stallen

van verschillende grootte. zij zagen dat in alle stallen aan de gebruiksvarkens

brijvoer werd gevoerd middels een brij voedersysteem. Het is hen bekend dat middels

een brijvoedersysteem verschillende voedersoorten vermengd met water of een

andere waterachtige substantie als een brij aan de varkens wordt versterkt. Hierbij is

het aanbod van drinkwater aan de gebruiksvarkens afhankelijk van de samenstelling

van de brij. Wij zagen dat van de aanwezige varkens in stal 1 t /m 4 er 4045

gebruiksvarkens niet de beschikking hadden over permanent vers water.

Zij zagen dat er bij deze in totaal 4045 gebruiksvarkens naast het brijvoedersysteem

wel een andere voorziening was om deze gebruiksvarkens van permanent vers water

te voorzien, echter deze drinknippels waren verstopt of er zat geen druk op de leiding

om deze varkens te voorzien van vers drinkwater. Zij zagen dat deze varkens

allemaal ouder dan twee weken waren.

Verdachte heeft op 7 augustus 2013 schriftelijk2 en ter terechtzitting van 17 februari 2014 verklaard3, kort samengevat, weergegeven:

Op ons gecombineerde rundvee en varkensbedrijf voeren we onze vleesvarkens al ruim 25 jaar brij aan de lange trog. Afgelopen jaar hebben we ter vervanging van een oude stal een nieuwe vleesvarkensstal gebouwd. Deze stal is gebouwd volgens een totaal nieuw concept, gericht op een hoog welzijn voor de dieren en een lage ammoniakuitstoot aan de bron.

Ook op het gebied van het verstrekken van brijvoer aan de varkens is in de loop van de jaren pionierswerk door ons verricht.

Dit geldt ook voor het verstrekken van extra water aan de vleesvarkens naast het voeren van brij. Toen er sprake van was dat dit mogelijk een verplichting zou kunnen gaan worden, hebben we besloten de hokken te voorzien van extra nippels.

Echter in de praktijk bleek dit niet te werken. Na veel proberen met hoge druk, lage druk, rechte/schuine nippelstand, hebben we uiteindelijk besloten de watertoevoer van de nippels af te sluiten omdat het welzijn van de varkens in het geding kwam en dat kan niet de bedoeling zijn van wetgeving.

De dieren hebben geen behoefte aan het extra water en gaan de nippelgebruiken als extra speeltje, met als gevolg dat de troggen waaruit de dieren eten volgezet worden met water, overlopen en het hele hok nat en glad wordt.

Dieren glijden uit, durven niet goed meer over de gladde vloer te lopen en een aantal wordt kreupel. Ook zijn ze genoodzaakt op de natte vloer te gaan liggen.

Uiteindelijk hebben we besloten de extra watertoevoer dicht te zetten.

Naar onze mening is er geen werkbaar en welzijnsvriendelijk systeem beschikbaar waarbij het voeren van brij in een trog met gebruik van natte bijproducten en het extra toedienen van drinkwater aan de varkens mogelijk is.

Door de wijze van voeren kunnen de dieren nagenoeg de gehele dag over water beschikken met als gevolg dat ze geen enkele behoefte hebben aan extra water via de nippel. Indien er extra water beschikbaar word gesteld zien ze dit als speelmateriaal. Dit is geen probleem zolang dit maar geen welzijnsproblemen geeft.

Op het moment dat dil wel zo is, ben je naar onze mening verplicht als varkenshouder om in te grijpen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de economische politierechter is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op 30 juli 2013, in de gemeente Berkelland, 4045 gebruiksvarkens, ouder dan twee weken, niet heeft verzorgd overeenkomstig artikel 13 van het Varkensbesluit, immers beschikten deze gebruiksvarkens niet permanent over voldoende vers water.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de economische politierechter niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Bespreking van de gevoerde verweren

Verdachte heeft aangevoerd dat de varkens vanwege het feit dat ze brijvoeder krijgen geen

behoefte aan extra drinkwater hebben en slechts met de drinknippels spelen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte gehandeld heeft in

strijd met het voorschrift dat varkens ouder dan twee weken beschikken permanent over

voldoende vers water. Verdachte heeft hierbij een bewuste afweging gemaakt. De beslissing

omtrent de door verdachte geschetste problematiek ligt in Brussel en intussen geldt de

huidige wetgeving.

De economische politierechter overweegt als volgt.

Artikel 13, lid 2, van het Varkensbesluit bepaalt dat varkens ouder dan twee weken

permanent over vers drinkwater moeten kunnen beschikken. In discussie is of varkens die

met brijvoeder worden gevoerd behoefte hebben aan extra vers drinkwater.

Namens verdachte is gesteld dat de varkens vanwege het feit dat ze brijvoeder krijgen geen

behoefte aan extra drinkwater hebben en slechts met de drinknippels spelen.

Zijdens verdachte is niet gesteld dat het ter beschikking stellen van vers drinkwater de

spijsvertering/groei van de varkens zou belemmeren. Slechts is gesteld dat door het speelse

gedrag van de varkens er zodanig veel water uit de nippels komt dat dit hinder op de vloer

van de stal veroorzaakt en dus het dierenwelzijn in gevaar brengt. Dit is ook door de ter

zitting gehoorde deskundige [deskundige] bevestigd.

Verder voert verdachte aan dat met de nippels alles is geprobeerd - doch vergeefs - om te

voorkomen dat de varkens met de nippels gingen spelen.

Alternatieven met druppelaars of het verstrekken van vers water in de voederbakken na het

voeren zijn niet beproefd.

In zoverre verdachte een beroep heeft willen doen op het ontbreken van de materiele

wederrechtelijkheid, danwel op overmacht worden die verweren verworpen; alleen al omdat

niet alle alternatieven zijn onderzocht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de overtreding:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 38 van de

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, gepleegd door een rechtspersoon;

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

Oplegging van de straf

Conform de richtlijnen heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) geldboete van € 14.000,00, waarvan € 7.000,00 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De economische politierechter heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de omstandigheden en het blanco strafblad van de verdachte zoals van één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit, met welke gedraging de verdachte in strijd met de door de wet nagestreefde doelen heeft gehandeld, rechtvaardigt het opleggen van een geldboete van na te melden hoogte, waarbij ook rekening is gehouden met de gebruikelijke straffen voor deze overtreding.

Waar verdachte een blanco strafblad heeft en de economische politierechter wel overtuigd is van het feit dat verdachte geprobeerd heeft een oplossing te vinden, zal een lagere straf worden opgelegd dan de Officier van Justitie heeft gevorderd.

De economische politierechter ziet aanleiding om een deel van de geldboete voorwaardelijk op te leggen, om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst over te gaan tot het plegen van een soortgelijk strafbaar feit.

Toepasselijke wettelijke voorschriften, toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde

Wetboek van Strafrecht artt.14a, 14b, 14c, 23, 24, 51, 91

Wet op de economische delicten artt. 1, 2, 6

Gezondheidheids- en Welzijnswet voor dieren art. 38

Varkensbesluit art. 13

Beslissing

De economische politierechter:

 verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen wat de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 38 van de

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, gepleegd door een rechtspersoon;

 verklaart de verdachte strafbaar;

 veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 9.000,-;

 bepaalt dat een gedeelte, groot € 5.000,00, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de economische politierechter later anders mocht gelasten op de grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

Aldus gewezen door:

mr. Prisse, economische politierechter,

in tegenwoordigheid van De Badts, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 maart 2014.

1 Proces-verbaal(digitaal) nr.: 74519 bij Opsporing nr.: 97055

2 Bijlage I bij proces-verbaal (digitaal) nr. 74519bij Opsporing nr. 97055

3 Proces-verbaal ter terechtzitting 17 februari 2014