Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:1113

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-02-2014
Datum publicatie
20-02-2014
Zaaknummer
05/730586-12, 05/730279-12 en 05/821634-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Arnhem 20 februari 2014 - De rechtbank Gelderland heeft vandaag een 25-jarige man veroordeeld voor meerdere misdrijven gericht tegen een en dezelfde vrouw. Over een periode van 3 jaar heeft de man de vrouw belaagd door haar, met name, ’s avonds en ’s nachts op te zoeken en haar veel en vaak te bellen. Ook heeft de man de vrouw meerdere keren mishandeld en heeft hij haar met de dood bedreigd. De man is daarnaast veroordeeld voor een diefstal bij een casino, een openlijke geweldpleging, het in bezit hebben van een gaspistool en het beledigingen van een agent.

De rechtbank heeft de man voor deze misdrijven veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren. Bij het bepalen van deze strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van de man en de houding van de man. Uit de opgestelde rapportages volgt dat de man niet openstaat voor enige vorm van hulpverlening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummers : 05/730586-12, 05/730279-12 en 05/821634-13

Data zittingen : 5 februari 2013 (politierechter), 3 december 2013 en 6 februari 2014

Datum uitspraak : 21 februari 2014

Tegenspraak ten aanzien van de feiten ten laste gelegd onder de parketnummers 05/730586-12 en 05/730279-12 en verstek ten aanzien van hetgeen ten laste gelegd onder parketnummer 05/821634-13

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres 1],

plaats : [woonplaats],

raadsvrouw : mr. A. Kilic-Sahin, advocaat te Lent.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/730586-12 ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 18 april 2012 te Nijmegen met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Molenstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het met een kettingslot in/tegen het gezicht en/of op de rug, althans tegen het lichaam, van genoemde [slachtoffer 1] te slaan en/of het met een tot vuist gebalde hand een of meerma(a)len tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

hij op of omstreeks 18 april 2012 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]) met een kettingslot in/tegen het gezicht en/of op de rug, althans op het lichaam heeft geslagen en/of met een tot vuist gebalde hand voornoemde [slachtoffer 1] in/tegen het gezicht, althans het lichaam, heeft geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Aan verdachte is onder parketnummer 05/730279-12 ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 29 januari 2012 te Nijmegen (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]),

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) op/tegen haar hoofd en/of haar arm(en) althans haar lichaam heeft geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) aan haar haren heeft getrokken en/of

- meermalen, althans eenmaal een brandende sigaret op/tegen haar arm, althans haar lichaam heeft uitgedrukt,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 29 januari 2012 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 2], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers

- veelvuldig telefonisch contact te zoeken met voornoemde [slachtoffer 2] en/of

- zich veelvuldig op te houden en/of aan te bellen in de buurt van/bij de woning en/of op het dak te klimmen en/of proberen de woning binnen te dringen van voornoemde [slachtoffer 2] waarbij hij zich agressief/dreigend gedroeg

- veelvuldig familieleden en/of kennissen van voornoemde [slachtoffer 2] te benaderen om via hen contact te krijgen met voornoemde [slachtoffer 2] en/of hierbij te dreigen (deze) familieleden iets aan te doen

- veelvuldig deze [slachtoffer 2] hinderlijk te volgen op de openbare weg;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 29 januari 2012 te Nijmegen [slachtoffer 2] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] (telefonisch) dreigend de woorden heeft toegevoegd :"ik maak je kapot" en/of "ik maak jou dood" en/of "ik verpest je leven" en/of "ik maak jou af" en/of "ik ga je verkrachten" en/of "ik ga je

neerschieten" en/of "ik heb een 9mm bij me, ik ga je doodschieten voordat ik ga slapen" en/of "ik ga een pistool halen en ik schiet jullie allemaal dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij in of omstreeks de periode van 29 januari 2012 tot en met 30 januari 2012 te Nijmegen een of meer vuurwapens van categorie III, te weten een (9 mm) gaspistool, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen;

5.

hij op of omstreeks 30 januari 2012 te Nijmegen opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, die [verbalisant 1] in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden “vuile kanker Turk, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Aan verdachte is onder parketnummer 05/821634-13 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 mei 2013 te Berg en Dal, in de gemeente Groesbeek tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een kassa (in een [benadeelde] aan de [adres 2] 116) een hoeveelheid geld (een bedrag van ongeveer 800 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaken zijn laatstelijk op 6 februari 2014 ter terechtzitting onderzocht. Ter terechtzitting van 5 februari 2013 zijn de zaken van de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland, onder parketnummers 05/730586-12 en 05/730279-12 bij afzonderlijke dagvaardingen aanhangig gemaakt, gevoegd. Ter terechtzitting van 6 februari 2013 is bij deze parketnummers eveneens hetgeen bij afzonderlijke dagvaarding aanhangig gemaakt onder parketnummer 05/821634-13 gevoegd.

De tenlastegelegde feiten onder parketnummers 05/730586-12 en 05/730279-12 zijn op tegenspraak behandeld ter terechtzitting. Verdachte is niet verschenen, maar zijn raadsvrouw, mr. A. Kilic-Sahin, advocaat te Lent, is wel verschenen en bepaaldelijk gemachtigd om namens hem het woord te voeren. De zaak onder parketnummer 05/821634-13 is bij verstek behandeld. Verdachte is niet verschenen en zijn raadsvrouw was niet bepaaldelijk gemachtigd om in deze zaak namens hem het woord te voeren.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd ten aanzien van het tenlastegelegde feit onder parketnummer 05/821634-13 de heer [slachtoffer 3]. De benadeelde partij is tevens ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie, mr. D.E. Schaap, heeft gerekwireerd.

De bepaaldelijk gemachtigde raadsvrouw heeft ten aanzien van de feiten onder parketnummers 05/730586-12 en 05/730279-12 het woord ter verdediging gevoerd.

3 De beslissing inzake het bewijs

Parketnummer 05/730586-121

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 18 april 2012 zijn drie personen betrokken geraakt bij een ruzie aan de Molenstraat te Nijmegen. Aangever [slachtoffer 1] heeft naar aanleiding van deze ruzie een zwelling en een wondje aan de linkerzijde van zijn gezicht opgelopen.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit. Hiertoe heeft de officier van justitie verwezen naar aangifte, de uitwerking van de camerabeelden en de getuigenverklaringen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Op de camerabeelden zou niet te zien zijn dat aangever is geraakt waardoor enkel een poging tot openlijke geweldpleging wettig en overtuigend bewezen zou kunnen worden, maar dat is niet ten laste gelegd.

De beoordeling door de rechtbank

Anders dan de verdediging, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 18 april 2012 een man (hem bekend als ‘[alias 1]’) aansprak op aanstotelijk gedrag tegen een meisje. Deze persoon heeft hem – zonder verdere aanleiding – een vuistslag gegeven tegen zijn hoofd waarop hij direct heeft teruggeslagen.3 De man zou vervolgens hebben gezegd dat hij terug zou komen om hem in elkaar te slaan en daarna op een fiets zijn vertrokken.4

Later die dag stond aangever bij de Molenstraat. De hierboven genoemde man kwam samen met andere man die een petje droeg (hem bekend als ‘de [alias 2]’) op hem aflopen.5 [alias 1] pakte een kettingslot uit zijn jas en haalde daarmee keihard naar hem uit. Aangever werd vol geraakt tegen zijn linker kaak en achterhoofd en voelde hierdoor een direct hevige pijn aan zijn kaak en hoofd.6 Tevens werd hij door ‘de [alias 2]’ twee keer met de vuist op zijn hoofd geslagen.7 Daarna is aangever nog een keer geslagen met het kettingslot.8

Van deze gebeurtenis zijn camerabeelden. De beelden zijn uitgekeken door verbalisanten en in een proces-verbaal bevindingen uitgewerkt. Daarin is geconstateerd dat de man met een kort, blauw vest achter een man aanrende die een jas met een geblokt motief droeg terwijl de eerste man een roze langwerpig voorwerp van de grond raapte.9

Door verbalisanten is op ambtseed verklaard dat de man die op de camerabeelden een blauw vest droeg de hen bekende verdachte betrof.10 Tevens is door een verbalisant verklaard dat hem ambtshalve bekend is dat de bijnaam van verdachte [alias 1] betreft.11

De verklaring en de uitgekeken camerabeelden worden eveneens bevestigd door de verklaring van getuige [getuige 6]. Hij heeft gezien dat de man met het korte, blauwe trainingsvest12 de man met de geblokte jas sloeg met een roze kettingslot. Deze man sloeg had dit slot in zijn rechterhand en sloeg door het slot met zijn rechterarm naar achteren te halen en vervolgens met behoorlijk voorwaartse kracht naar voren te slaan.13

Tevens is door een verbalisant waargenomen dat – voordat verdachte op vlucht was en even later werd aangehouden – bukte en iets op de grond voor de ingang van een restaurant neerlegde. Door dezelfde verbalisant is enige tijd later op deze plek een roze kleurig kettingslot met een zwart slot gevonden en in beslag genomen.14

Bovenstaande bewijsmiddelen in onderling verband bezien is de rechtbank van oordeel dat verdachte samen met een ander tegen aangever [slachtoffer 1] geweld heeft gepleegd op de openbare weg, zijnde de Molenstraat. Dit geweld is gepleegd door aangever te slaan met een kettingslot tegen het gezicht en op de rug en tevens door hem met gebalde vuist op het hoofd te slaan.

Conclusie

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 18 april 2012 te Nijmegen met een ander, op of aan de openbare weg, de Molenstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het met een kettingslot tegen het gezicht en op de rug, van genoemde [slachtoffer 1] te slaan en het met een tot vuist gebalde hand eenmaal tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan.

Parketnummer 05/730279-1215

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verklaring van aangeefster op relevante onderdelen ondersteund door de verklaringen van haar zus, moeder en vader en processen-verbaal van bevindingen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken, nu er weliswaar wettig, maar geen overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is voor de tenlastegelegde feiten 1 tot en met 3. De verklaring van haar cliënt, inhoudende dat hij wel degelijk een relatie heeft gehad met aangeefster, wordt ondersteund door de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2]. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verklaring van aangeefster inconsequenties bevat. Haars inziens moet haar cliënt dan ook worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.

De beoordeling door de rechtbank

Anders dan de verdediging heeft de rechtbank op grond van de wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Op 2 januari 2009 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van bedreiging, mishandeling en belaging. Zij heeft verklaard dat verdachte haar begin 2009 heeft verteld dat hij verliefd op haar was en dat zij hierop direct heeft gezegd dat zij niets met hem wilde. Tevens heeft zij gezegd dat zij elkaar dan maar beter niet meer tegen moesten komen.16 Desondanks begon verdachte sinds het begin van 2009 met het lastig vallen, volgen, benaderen en later met mishandelen en bedreigen van aangeefster.17

Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 3], het jongere zusje van aangeefster. Volgens haar zijn de problemen tussen haar zus en verdachte ongeveer 3 jaar (de rechtbank begrijpt dat hiermee wordt bedoeld vanaf het jaar 2009) geleden begonnen.18

Aangeefster heeft verschillende incidenten beschreven. De rechtbank zal hieronder puntsgewijs ingaan op de verschillende incidenten en de relevante onderdelen beschrijven.

Ten aanzien van feit 1 ‘mishandeling’

Aangeefster heeft allereerst verklaard dat zij ongeveer 1,5 jaar geleden (de rechtbank maakt hieruit op dat bedoeld wordt midden 2010) ruzie kreeg met verdachte bij het Texaco tankstation bij de St. Annastraat te Nijmegen.19 Hij trok haar aan haar haren mee, een trapje af, richting het spoor. Zij heeft geschreeuwd en hierop heeft een vrouw de politie gebeld. De politie heeft haar aangetroffen en naar huis gebracht. Verdachte is vervolgens weggerend.20

Deze verklaring komt overeen met de politiemutatie die is opgenomen in een relaas proces-verbaal. Hierin staat vermeld dat twee verbalisanten [slachtoffer 2] hebben aangetroffen op 10 september 2010 naar aanleiding van een melding over een mishandeling door een licht getinte jongen van een meisje op de St. Annastraat te Nijmegen. Twee getuigen zouden deze mishandeling hebben waargenomen. De verbalisanten troffen [slachtoffer 2] aan met bloed aan haar handen en lip. Zij wilde geen medische hulp en ook niet vertellen wie haar mishandeld had.21

Tevens heeft aangeefster verklaard dat verdachte tijdens verschillende ruzies een sigaret op haar arm heeft uitgedrukt.22 De eerste keer was in het Willemskwartier bij [slachtoffer 1] in de buurt, een vriendin van [slachtoffer 2], en de tweede keer in de Genestetlaan.23

Haar vriendin [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte een sigaret uitdrukte op de bovenarm van [slachtoffer 2], net onder de mouw van het T-shirt. Zij zag dat [slachtoffer 2] brandwondjes op haar bovenarm had hierdoor.24

Deze verklaringen worden tevens ondersteund door de verklaring van het zusje van [slachtoffer 2], getuige [getuige 3] [slachtoffer 2]. Zij heeft verklaard dat zij op enig moment twee brandwonden heeft gezien op de bovenarm van haar zus. [slachtoffer 2] zou haar ook verteld hebben dat verdachte een sigaret op haar arm had uitgedrukt.25

[slachtoffer 2] heeft voorts verklaard dat zij in de periode van midden 2010 tot eind 2010 15 keer door verdachte is mishandeld. Ze werd geslagen met een platte hand of vuist en verdachte sloeg haar gemiddeld 5 a 6 per keer. Hierdoor liep zij kneuzingen en blauwe plekken op.26

Deze verklaring wordt wederom ondersteund door de verklaring van haar zus. Zij heeft verklaard dat zij 1,5 tot 1 jaar geleden (de rechtbank maakt hieruit op dat bedoeld wordt de periode van midden 2010 tot eind 2010) verschillende blauwe plekken op de rechter bovenarm van [slachtoffer 2] heeft gezien. [slachtoffer 2] heeft haar toen verteld dat ze zou zijn mishandeld door verdachte.27 Voorts heeft [getuige 3] gezien dat verdachte [slachtoffer 2] net voor de zomervakantie in 2011 een klap in het gezicht gaf met de vlakke hand. [slachtoffer 2] werd hierdoor aan de linkerkant van haar gezicht geraakt.28

Ook vriendin [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte met gebalde vuist tegen het lichaam van [slachtoffer 2] sloeg.29

Ten aanzien van feit 2 ‘de belaging’

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar veelvuldig ’s avonds thuis opzocht. Hij klom dan ’s nacht via een dak naar haar slaapkamerraam en maakte haar wakker.30 Dit wordt bevestigd door [getuige 3]. Zij heeft verklaard dat verdachte ongeveer 2 à 3 keer ’s nachts voor de deur stond bij de woning aan de Dukaatstraat te Nijmegen (woning van moeder en zusjes). [slachtoffer 2] zou hier vaak hebben verbleven.31 De vader van [slachtoffer 2] heeft eveneens verklaard over een nachtelijk bezoek door een hem onbekende man. Acht maanden geleden (de rechtbank begrijpt dat hiermee wordt bedoeld rond mei of juni 2010) werd hij gebeld door zijn dochter [slachtoffer 2] met de mededeling dat zij zich had opgesloten in het toilet, omdat er een man op het dak liep. Hierop is hij naar huis gegaan en op het moment dat hij thuis kwam – tien minuten later – zag hij een manspersoon voor de deur van de woning staan. Deze persoon rende weg, toen hij met zijn auto aan kwam rijden. Binnen trof hij zijn dochter aan op het toilet.32

Voorts worden de verklaringen nog ondersteund door een relaas proces-verbaal. Op 4 maart 2011 zijn verbalisanten naar de Dukaatstraat te Nijmegen gegaan, omdat verdachte op het dak van deze woning zou zijn geklommen. Ze hebben verdachte daar niet aangetroffen.33

Daarnaast heeft [slachtoffer 2] verklaard dat zij in totaal meer dan 50 verschillende telefoonnummers heeft gehad de afgelopen jaren. Dit alles om te voorkomen dat verdachte haar haar zou kunnen bellen.34 Dit is eveneens bevestigd door getuige [slachtoffer 1]35 en door haar moeder [getuige 5]. Haar moeder heeft verklaard dat zij zag en hoorde dat [slachtoffer 2] wel 200 keer op een dag gebeld werd door verdachte. [slachtoffer 2] heeft hierop meerdere keren een nieuwe telefoon aangeschaft, maar verdachte kwam (onder andere via vriendinnen) telkens weer aan het nieuwe telefoonnummer.36

Naast deze specifieke gebeurtenissen bevat het dossier een politiemutatie van 24 maart 2011. Uit deze mutatie volgt dat [slachtoffer 2] die dag is aangetroffen door verbalisanten. Zij vertelde de verbalisanten dat zij al gedurende een langere periode wordt lastiggevallen door een jongen. De verbalisant heeft gehoord dat de jongen haar in de Turkse taal op een opdringerige en vervelende manier aansprak. Zij zou eerder aangifte hebben gedaan. Later blijkt dat deze jongen verdachte is.37

Ten aanzien van feit 3 ‘de bedreiging’

Voorts heeft [slachtoffer 2] verklaard dat verdachte op 28 januari 2012 via een vriendin van haar, namelijk [slachtoffer 1], haar telefoonnummer heeft kunnen achterhalen en haar zo heeft uitgenodigd om een conferentiegesprek te beginnen met hen. Gedurende dit gesprek heeft hij woorden geuit als: ‘Ik ga jou verkrachten, ik ga jou gehad hebben, ik ga naar de hel maar jij ook’.38 Dit is bevestigd door haar vriendin. Volgens getuige [slachtoffer 1] heeft verdachte naast deze woorden nog gezegd tegen [slachtoffer 2]: ‘ik maak jou af, wacht maar jij bent de mijne, wat denk jij, de oorlog is nu pas begonnen, wacht maar 9 mm door je kop heen, jij ben en blijft van mij, als ik jou niet krijg krijgt niemand jou’.39

Soort gelijke woorden zijn die dag eveneens door getuige [getuige 3] gehoord. Zij heeft verklaard dat zij die dag thuis was, haar zus het gesprek op de luidspreker had staan en zij verdachte de woorden hoorde zeggen ‘ik ga je verkrachten, ik ga je neerschieten, ik heb een 9mm bij me, ik ga je doodschieten voordat ik ga slapen, je hebt mijn hele leven verpest, nu ga ik dat van jou verpesten’.40

Verdachte heeft overigens verklaard dat hij inderdaad een conferentiegesprek heeft gevoerd met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Tijdens dit gesprek heeft hij toen enkele woorden geuit.41

Conclusie

De rechtbank is op basis van hetgeen hierboven is omschreven van oordeel dat de verklaring van aangeefster op essentiële onderdelen door de verklaringen van de getuigen [slachtoffer 1], [getuige 3], [getuige 4] en [getuige 5] en relevante politiemutaties wordt ondersteund. Daarop heeft de rechtbank op grond van de wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte aangeefster [slachtoffer 2] heeft mishandeld en haar heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Met betrekking tot de belaging is de rechtbank van oordeel dat verdachte door op dergelijke indringende wijze en met zo’n hoge frequentie contact op te nemen met aangeefster en haar op te zoeken, terwijl zij bij herhaling uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven geen contact (meer) te willen, heeft hij wederrechtelijk stelselmatige opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2]. Verdachte heeft haar, door zijn handelen, gedwongen te dulden dat er contact tussen hen beiden was. Daarom heeft de rechtbank op grond van de wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte aangeefster [slachtoffer 2] heeft belaagd.

De rechtbank acht de tenlastegelegde feiten 1 tot en met 3 als volgt bewezen:

Feit 1:

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 29 januari 2012 te Nijmegen (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]),

- meermalen, (met kracht) haar lichaam heeft geslagen en

- meermalen, (met kracht) aan haar haren heeft getrokken en

- eenmaal een brandende sigaret op/tegen haar arm,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Feit 2:

hij in de periode van 1 januari 2009 tot en met 29 januari 2012 te Nijmegen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 2], in elk geval die ander te dwingen iets te dulden, immers

- veelvuldig telefonisch contact te zoeken met voornoemde [slachtoffer 2] en

- zich veelvuldig op te houden in de buurt van/bij de woning en op het dak te klimmen en proberen de woning binnen te dringen van voornoemde [slachtoffer 2] waarbij hij zich agressief/dreigend gedroeg

Feit 3:

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 29 januari 2012 te Nijmegen [slachtoffer 2] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] (telefonisch) dreigend de woorden heeft toegevoegd : "ik verpest je leven" en "ik maak jou af" en "ik ga je verkrachten" en "ik ga je neerschieten" en "ik heb een 9mm bij me, ik ga je doodschieten voordat ik ga slapen" en "ik ga een pistool halen en ik schiet jullie allemaal dood".

Ten aanzien van feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 januari 2012, pagina 53;

- het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 februari 2012, pagina 56;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 31 januari 2012, pagina 76, twee na laatste alinea.

Conclusie

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen kan worden gedacht dat:

hij in de periode van 29 januari 2012 tot en met 30 januari 2012 te Nijmegen een vuurwapen van categorie III, te weten een (9 mm) gaspistool, voorhanden heeft gehad en heeft gedragen.

Ten aanzien van feit 5

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 30 januari 2012 heeft de verdachte te Nijmegen in aanwezigheid van verbalisanten in functie [verbalisant 2] en [verbalisant 1], agenten van politie, woorden geuit, terwijl hij werd verhoord en tijdens de begeleiding naar zijn cel.42

De standpunten van de officier van justitie en de raadsvrouw

De officier van justitie en de raadsvrouw hebben gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

De beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zich niet meer kan herinneren wat hij tijdens het verhoor en op weg naar zijn cel tegen de verbalisanten heeft gezegd. Wel weet hij dat hij boos was en zich genaaid voelde. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte wel degelijke de betreffende woorden tegen de verbalisant heeft geuit. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Tijdens het verhoor heeft verbalisant [verbalisant 1] gehoord dat verdachte op een gegeven moment tegen hem riep: “Houd je kankerbek. Kanker Turk.” Nadat het verhoor beëindigd was, is verdachte door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar zijn cel begeleid. Eenmaal in zijn cel heeft verbalisant [verbalisant 1] wederom gehoord dat verdachte naar hem riep: “Kanker Turk.” Hij zag dat verdachte, terwijl hij deze woorden uitte, bloeddoorlopen ogen had en een dreigende houding had.43

Gelet op het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde bewoordingen heeft geuit. Daarbij heeft de rechtbank eveneens de overtuiging bekomen dat gezien de context waarin deze woorden zijn geuit, namelijk in agressieve toestand (gezien de bloeddoorlopen ogen en de dreigende houding van verdachte), jegens een verbalisant gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, dat de woorden erop waren gericht de verbalisant te beledigen en hem in zijn eer en goede naam aan te tasten.

Conclusie

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen kan worden gedacht dat:

hij op 30 januari 2012 te Nijmegen opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 1], gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, die [verbalisant 1] in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden “vuile kanker Turk”.

Parketnummer 05/821634-1344

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 18 mei 2013 is bij het [benadeelde] aan de [adres 2] te Berg en Dal een bedrag ten hoogte van € 880,- weggenomen.45

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Daartoe heeft zij verwezen naar de aangifte, de processen-verbaal van bevindingen en de bijgevoegde cameraprints.

De beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft bij de politie een beroep gedaan op zijn zwijgrecht. De rechtbank is van oordeel dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Door aangever [slachtoffer 3] (eigenaar van [benadeelde]) zijn de camerabeelden van die avond uitgekeken. Op deze beelden is volgens aangever te zien dat er rond 21.00 uur drie personen binnenkomen. Rond 21.30 uur loopt de medewerker weg van zijn plaats aan de kassa, omdat hij een roulette-machine moet bijvullen. Vervolgens is te zien dat één van de drie personen die eerder zijn binnengekomen met zijn hand door het luikje bij de kassa gaat, de kassa-lade opent en daar een pak biljetten van € 20,- uithaalt. Daarna sluit hij de kassalade weer.46 Aangever heeft deze camerabeelden op een UBS-stick gezet en deze overlegt aan de politie bij zijn aangifte. Een verbalisant heeft hetzelfde waargenomen op de uitgekeken camerabeelden.47

De prints zijn eveneens bekeken door verbalisanten [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [verbalisant 5] en zij hebben verdachte voor 100% herkend.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen kan worden gedacht dat:

hij op 18 mei 2013 te Berg en Dal, in de gemeente Groesbeek met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een kassa (in een [benadeelde] aan de [adres 2] 116) een hoeveelheid geld (een bedrag van ongeveer 800 euro, geheel toebehorende aan [benadeelde] en/of [slachtoffer 3].

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het primair feit onder parketnummer 05/730586-12:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 05/730279-12:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 05/730279-12:

Belaging.

Ten aanzien van feit 3 onder parketnummer 05/730279-12:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Ten aanzien van feit 4 onder parketnummer 05/730279-12:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Ten aanzien van feit 5 onder parketnummer 05/730279-12:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Ten aanzien van het feit onder parketnummer 05/821634-13:

Diefstal

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van tenlastegelegde onder parketnummer 05/730586-12 primair, de feiten 1 tot en met 5 onder parketnummer 05/730279-12 en het tenlastegelegde onder parketnummer 05/821634-13 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van de feiten en het feit dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder verdachte inbeslaggenomen goed, te weten een roze kettingslot, verbeurd wordt verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gesteld dat een werkstraf een groter bestraffend effect op haar cliënt zal hebben dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 24 december 2013, en

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland Adviesunit Arnhem-Nijmegen, d.d. 24 januari 2013, betreffende verdachte;

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland Adviesunit Arnhem-Nijmegen, d.d. 19 november 2013, betreffende verdachte;

 een beknopt voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland Adviesunit Arnhem-Nijmegen, d.d. 15 februari 2013, betreffende verdachte;

 een beknopt voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland Adviesunit Arnhem-Nijmegen, d.d. 11 januari 2013, betreffende verdachte;

 een brief inhoudende een ‘retourzending opdracht reclasseringsadvies’ van Reclassering Nederland Regio Utrecht-Arnhem, d.d. 31 januari 2013, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diverse misdrijven. Drie van deze misdrijven waren gericht tegen het slachtoffer [slachtoffer 2] waarmee hij meende een relatie te hebben. Hij heeft haar gedurende een periode van 3 jaar belaagd door ’s avonds en/of ’s nacht bij haar woning te komen en zo mogelijk op het dak te klimmen om te proberen de woning binnen te komen. Ook heeft hij lange tijd meerdere keren per dag telefonisch contact met haar gezocht. Tevens heeft hij haar in deze periode met de dood bedreigd en verschillende keren mishandeld door haar aan haar haren te trekken, te slaan en een sigaret op haar arm uit te drukken. Door deze gedragingen hebben het slachtoffer en haar vrienden en familieleden zich lange tijd onveilig en in het nauw gedreven gevoeld.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een diefstal bij een casino te Nijmegen en heeft hij samen met een ander openlijk geweld gepleegd tegen slachtoffer [slachtoffer 1]. Bij het casino heeft verdachte op brutale wijze een bedrag van € 880,- gepakt uit een kassalade. Hierdoor heeft hij het slachtoffer, de eigenaar van het casino, zowel materiele schade als een flink onveiligheidsgevoel bezorgd. Het vertrouwen in de medemens wordt door dergelijke inbraken geschaad.

De gepleegde geweldpleging door verdachte en zijn medeverdachte tegen [slachtoffer 1] was grof. Het slachtoffer is meermalen geslagen met de vuist en een kettingslot. Verdachte mag van geluk spreken dat het slachtoffer geen ernstig letsel heeft overgehouden aan dit geweld.

Uit het voorgaande volgt dat verdachte met zijn handelen veel mensen niet alleen in materieel, maar ook in emotioneel opzicht pijn heeft gedaan. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

Ter afdoening van de soort en het aantal strafbare feiten, zoals door verdachte gepleegd, acht de rechtbank, net als de officier van justitie, enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur passend en geboden. Uit de opgemaakte rapportages blijkt dat verdachte geen inzicht heeft willen geven in (de achtergrond van) de gepleegde feiten. Hij heeft geen enkel berouw getoond en staat niet open voor enige vorm van behandeling of begeleiding. Een voorwaardelijk strafdeel is ook daarom naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde.

De rechtbank zal dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van de hierna te noemen duur. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zal hierop in mindering moeten worden gebracht.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder parketnummer 05/821634-13 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.050,--.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het gehele gevorderde bedrag, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van [slachtoffer 3] wegens materiële schade ten aanzien van het feit onder parketnummer 05/821634-13 geheel toewijzen, nu de vordering niet is betwist en de schade rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24, 24c, 27, 33, 33a, 36f, 57, 63, 91, 141, 266, 267, 285, 285b, 300 en 310 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 26, 55 en 56 van de Wet Wapens en Munitie.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een roze kettingslot.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (ten aanzien van het tenlastegelegde feit onder parketnummer 05/821634-13).

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 3] te betalen € 1.050,-- (duizendvijftig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], te betalen € 1.050,-- (duizendvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. D.R. Sonneveldt (voorzitter), mr. J.M. Hamaker en mr. M.G.J. Post, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruessink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 februari 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Zuid, district Stad Nijmegen, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL081N 2012038795, gesloten op 12 juni 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1], d.d. 18 april 2012, pagina 8 en het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 27 april 2012, pagina 26, laatste alinea.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], d.d. 18 april 2012, pagina 6, 12e tot en met 15e zin.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], d.d. 18 april 2012, pagina 7, 1e en 2e zin. .

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], d.d. 18 april 2012, pagina 7, 4e tot en met 7e zin.

6 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], d.d. 18 april 2012, pagina 7, 11e tot en met 15e zin.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], d.d. 18 april 2012, pagina 7, 16e en 17e zin.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], d.d. 18 april 2012, pagina 7, 35ste en 36ste zin.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 april 2012, pagina 15.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 april 2012, pagina 20 en het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 20 april 2012, pagina 21.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 april 2012, pagina 13, derde alinea.

12 Het proces-verbaal van verhoor van getuige H.J. [getuige 6], d.d. 19 april 2012, pagina 9, 6e tot en met 10e zin.

13 Het proces-verbaal van verhoor van getuige H.J. [getuige 6], d.d. 19 april 2012, pagina 9, 12e en 13e zin.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 april 2012, pagina 13, vierde en zesde alinea.

15 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Zuid, district Stad Nijmegen, Tweestromenland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL081N 2012010596, gesloten op 4 februari 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

16 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], d.d. 30 januari 2012, pagina 10, 14e tot en met 17e zin.

17 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], d.d. 30 januari 2012, pagina 11, tweede alinea.

18 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], d.d. 30 januari 2012, pagina 23, laatste alinea.

19 Inmiddels betreft dit tankstation Esso.

20 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], d.d. 30 januari 2012, pagina 11, 29ste tot en met 45ste zin.

21 Het proces-verbaal relaas, d.d. 31 januari 2012, pagina 48, onder het kopje ‘incident 1’.

22 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], d.d. 30 januari 2012, pagina 11, laatste twee zinnen.

23 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 1 februari 2012, pagina 19, vijfde alinea.

24 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1], d.d. 1 februari 2012, pagina 42, 15e tot en met 21ste regel.

25 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], d.d. 30 januari 2012, pagina 24, derde alinea.

26 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 1 februari 2012, pagina 16, tiende en elfde alinea.

27 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], d.d. 1 februari 2012, pagina 27, tweede alinea.

28 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], d.d. 30 januari 2012, pagina 25, eerste alinea.

29 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1], d.d. 1 februari 2012, pagina 42, 10e tot en met 12e zin.

30 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], d.d. 30 januari 2012, pagina 12, 22ste tot en met 24ste zin.

31 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], d.d. 30 januari 2012, pagina 25, tweede alinea.

32 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], d.d. 30 januari 2012, pagina 31, tweede aliena.

33 Het proces-verbaal relaas, d.d. 31 januari 2012, pagina 48, onder het kopje ‘incident 2’.

34 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], d.d. 30 januari 2012, pagina 12, 33ste tot en met 37ste zin.

35 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1], d.d. 31 januari 2012, pagina 39, 13e en 14e zin.

36 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5], d.d. 1 februari 2012, pagina 44, 25ste tot en met 27ste zin.

37 Het proces-verbaal relaas, d.d. 31 januari 2012, pagina 48, onder het kopje ‘incident 3’ en pagina 49.

38 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], d.d. 30 januari 2012, pagina 19, tweede alinea.

39 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1], d.d. 31 januari 2012, pagina 40, tweede alinea.

40 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], d.d. 30 januari 2012, pagina 24, achtste alinea.

41 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 31 januari 2012, pagina 76, laatste zin en pagina 77 eerste alinea.

42 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 1 februari 2012, pagina 58 en het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 31 januari 2012, pagina 77, laatste alinea.

43 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 1 februari 2012, pagina 58.

44 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Zuid, district Stad Nijmegen, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL081N 2013049374, gesloten op 4 oktober 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

45 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], d.d. 27 mei 2013, pagina’s 4 en 5.

46 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], d.d. 27 mei 2013, pagina 4.

47 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 mei 2013, pagina 9.