Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:1087

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
19-02-2014
Zaaknummer
05/841782-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeelt een 52-jarige man wegens een en poging tot zware mishandeling en een vernieling tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen waarvan 178 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met bijzondere voorwaarden en aftrek van voorlopige hechtenis. Daarnaast moet verdachte schadevergoeding aan een slachtoffer betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/841782-13

Datum zitting : 05 februari 2014

Datum uitspraak : 19 februari 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres :[adres]

plaats : 6851 KK Huissen

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid.

Raadsman : mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging1

Verdachte wordt verweten:

  1. Poging doodslag van [slachtoffer 1], en als dat niet bewezen kan worden poging zware mishandeling van [slachtoffer 1];

  2. Vernieling van de mobiele telefoon, een trui en T-shirt van[slachtoffer 2]

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 05 februari 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte aanwezig. Verdachte is bijgestaan door mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem.

De heer[slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend.

De officier van justitie, mr. W. Stienen, heeft de veroordeling van verdachte ten aanzien van de poging zware mishandeling en de vernieling geëist.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs2

Ten aanzien van feit 1

Verdediging en openbaar ministerie zijn van mening dat er onvoldoende bewijs is voor de poging doodslag op [slachtoffer 1]. De officier vraagt wel veroordeling voor de poging zware mishandeling. De verdediging laat het oordeel over de poging zware mishandeling over aan de rechtbank

Beoordeling door de rechtbank

Vast staat dat verdachte [slachtoffer 1] aan haar haren heeft vastgepakt, haar aan haar haren van de barkruk heeft getrokken, haar aan haar haren en haar benen over de straat heeft getrokken en tegen haar hoofd en lichaam heeft geschopt terwijl ze op de grond lag.

Het is een algemene ervaringsregel dat delen van het hoofd zodanig kwetsbaar zijn dat indien daarop fors geweld wordt uitgeoefend, de aanmerkelijke kans bestaat dat dit de dood van het slachtoffer tot gevolg heeft. Ongeacht het uiteindelijk toegebrachte letsel, dient het met grote kracht schoppen tegen het hoofd in beginsel als een poging tot doodslag te worden aangemerkt.

Tegen de politie hebben de getuigen verklaard dat verdachte fors geweld heeft gebruikt tegen het lichaam en het hoofd van aangeefster. Bij de rechter-commissaris zwakken de getuigen de mate waarin verdachte geweld heeft gebruikt af. Ook aangeefster heeft een tweetal brieven geschreven waarin zij het door verdachte gebruikte geweld afzwakt. Voorts is niets bekend over het gewicht en/of de hardheid het materiaal van de schoenen die verdachte tijdens de mishandeling droeg.

Er is dus onvoldoende bekend over de aard van de schoenen die verdachte droeg en de kracht waarmee hij tegen het hoofd van het slachtoffer heeft geschopt. Ook de beschikbare medische informatie betreffende het door het slachtoffer aan het hoofd opgelopen letsel levert onvoldoende aanwijzing op over de kracht waarmee verdachte aangeefster tegen het hoofd heeft geschopt. Daarom zal rechtbank verdachte vrijspreken van de poging tot doodslag.

Gelet op aangifte en de getuigenverklaringen van [getuige 1] en[getuige 2] kan het subsidiaire feit, poging tot zware mishandeling, wel worden bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht bewezen dat:

hij op 20 oktober 2013 te Huissen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- die [slachtoffer 1] bij de haren heeft gepakt en vastgepakt gehouden en

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] aan de haren van een barkruk heeft afgetrokken en

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] aan de haren en de benen over de straat heeft getrokken/gesleurd en - (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) meermalen, die

[slachtoffer 1] tegen het hoofd en elders tegen het lichaam heeft getrapt en/of geschopt en geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Gelet op de aangifte en de verklaring van de getuige[getuige 2] vindt de rechtbank bewezen dat verdachte de telefoon, het T-shirt en de trui van[slachtoffer 2] heeft vernield.

Conclusie

De rechtbank acht bewezen dat :

hij op 20 oktober 2013 te Huissen, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon en een T-shirt en een trui, toebehorende aan[slachtoffer 2], heeft vernield;

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

Poging tot zware mishandeling

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een andere toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden geëist waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Met daaraan de bijzondere voorwaarden verbonden, te weten een meldplicht, een gedragsinterventie en andere voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging benadrukt dat verdachte geen strafblad heeft ten aanzien van geweldsmisdrijven. De reclassering heeft beschreven dat er sprake zijn van drie criminogene factoren, alcohol, huisvesting en geld. Als verdachte langer vast zou zitten dan worden de laatste twee factoren alleen maar erger, ook voor [slachtoffer 1]. Verdachte wil werken aan zijn relatieproblemen en zijn alcoholprobleem. Verdachte is bereid om zich aan de reclasseringsvoorwaarden te houden.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 10 januari 2014 en een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 31 december 2013, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich na een avondje met [slachtoffer 1] in een café schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1]. Verdachte heeft op een grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1], door zeer gewelddadig te handelen. Op de mensen die dit gezien hebben heeft het ook grote indruk gemaakt. Niet alleen getuigen hebben geprobeerd om verdachte te stoppen, ook de politie had moeite om verdachte aan te houden. Verdachte is uiteindelijk met behulp van een politiehond en pepperspray aangehouden. Hoewel de rechtbank, in het voordeel van verdachte meeweegt dat hij spijt heeft, blijft voor op staan dat het een zeer ernstig feit betreft. Daar komt bij dat verdachte een aantal goederen van[slachtoffer 2] heeft vernield. Dit is gebeurd op het moment dat[slachtoffer 2], [slachtoffer 1] wilde helpen en ervoor wilde zorgen dat verdachte zou stoppen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport. Hieruit komt naar voren dat bij verdachte op verschillende leefgebieden problemen zijn.

De rechtbank hecht veel waarde hecht aan behandeling van verdachte. Bovendien is het van belang dat verdachte gaat werken aan zijn andere problemen. Dat is ook van belang omdat verdachte en zijn partner [slachtoffer 1] met elkaar verder willen. Een lange gevangenisstraf zou een en ander kunnen belemmeren. Daarom komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. En met name tot een voorwaardelijk deel en een langere proeftijd.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij[slachtoffer 2] vordert een bedrag van € 645,15 aan materiële schade en € 100,- immateriële schade. In totaal € 74515.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

Beoordeling door de rechtbank

De vordering van[slachtoffer 2] zal worden toegewezen. Er is namelijk geen bezwaar tegen gemaakt door de verdediging.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 57, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 300 (driehonderd) dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 178 (honderdachtenzeventig) dagen niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

  3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich drie dagen na de invrijheidstelling zal melden bij Reclassering Nederland, Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem en zich gedurende de proeftijd van drie jaren zal blijven melden, zolang en zo frequent de reclassering dit noodzakelijk acht.

  2. Gedurende de proeftijd van drie jaren zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een GI-GGZ Korte Leefstijltraining, aangeboden door de Reclassering, of soortgelijke instelling waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens voornoemde instelling aan veroordeelede zullen worden gegeven.

  3. Wordt verplicht gedurende de proeftijd van drie jaren schuldhulpverlening en begeleiding van Rijnstad Lingewaard te accepteren en zich zal houden aan de opdrachten van de reclasseringsorganisatie die in het kader van het toezicht op de naleving van de voorwaarde noodzakelijk zijn, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis per 19 februari 2014.

De beslissingen over de vordering van de benadeelde partij[slachtoffer 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij[slachtoffer 2] toe.

- Veroordeelt de veroordeelde te betalen € 745,- (zevenhonderdenvijvenveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde te betalen de overige, nu nog onbekende, kosten die[slachtoffer 2] gemaakt heeft en de kosten die hij in verband met de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt veroordeelde daarnaast de verplichting op om dit bedrag te betalen aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer[slachtoffer 2]. Als veroordeelde dit niet doet, dient hij 14 dagen in hechtenis te verblijven. Als veroordeelde deze vervangende hechtenis ondergaat, vervalt zijn verplichting tot betaling niet.

- Als veroordeelde dit bedrag aan het slachtoffer betaalt, hoeft hij dit niet meer aan de Staat te betalen. Andersom geldt hetzelfde.

Aldus gewezen door:

mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. R.M. Maanicus, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 februari 2014.

Bijlage I

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 oktober 2013 te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft getrapt en/of geschopt en/of gestampt (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag), terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 20 oktober 2013 te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet - die [slachtoffer 1] bij de haren heeft gepakt en/of vastgepakt gehouden en/of - (vervolgens) die [slachtoffer 1] aan de haren van een barkruk heeft afgetrokken en/of -(vervolgens) die [slachtoffer 1] aan de haren en/of de benen over de straat heeft getrokken/gesleurd en/of -(terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 1] op/tegen het hoofd en/of elders op/tegen het lichaam heeft getrapt

en/of geschopt en/of gestampt en/of geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 20 oktober 2013 te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon en/of een T-shirt en/of een trui, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Bijlage II

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal PL078L 2013113258, gesloten op 11 november 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermel-dingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Ten aanzien van feit 1

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], p. 24:

Ik doe aangifte van zware mishandeling c.q. mishandeling door mijn partner, [verdachte]. Hij heeft mij vannacht 20 oktober 2013 te Huissen aan de haren over straat gesleept en in mijn gezicht geslagen en geschopt.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 30 en 31:

Afgelopen nacht, 20 oktober 2013, bevond ik mij in het café [naam cafe] te Huissen. (…) Ik zag dat de echtgenoot van[slachtoffer 1], genaamd [verdachte] naar binnen kwam stormen. (…) Vervolgens zag ik dat [verdachte],[slachtoffer 1] aan haar haren van de barkruk trok en haar aan haar haren door de deuropening naar buiten sleurde. (…) Buiten zag ik dat [verdachte],[slachtoffer 1] aan haar haren en aan haar voeten over het asfalt door de straat heen en weer sleurde. (…) Op een gegeven moment zag ik dat [verdachte] meerdere malen met kracht op[slachtoffer 1] intrapte. (…) Het was tegen haar boven en onderlichaam. Ook zag ik dat [verdachte],[slachtoffer 1] aan haar haren van de grond omhoog trok en vervolgens weer op de grond liet vallen. Ik heb ook gezien dat [verdachte],[slachtoffer 1] meerdere malen heeft geslagen.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] bij de rechter-commissaris, d.d. 23 januari 2014:

(…) Waar heeft [verdachte] haar geschopt toen het incident voor het café was? Tegen haar hoofd. Heeft u gezien waar mevrouw geraakt is toen het bij u voor de deur was? Ja, op het hoofd. Hij trapte weer op het hoofd. Toen kreeg ze ook weer een klap op het gezicht. (…) Ik heb echt gezien dat er getrapt is tegen het hoofd.

Ten aanzien van feit 2

Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer 2], p. 43 en 44:

Ik doe aangifte van vernieling. (…) Op zaterdag nacht, 20 oktober 2013, omstreeks 1 uur te Huissen hoorde ik geschreeuw op straat. (…) Toen de man was aangehouden ben ik naar mijn mobiele telefoon gaan zoeken, toen ik deze vond, zag ik dat deze was beschadigd. Ik zag, toen ik thuis kwam dat mijn trui en T-shirt waren vernield. Dit is gekomen doordat ik opzettelijk door de man bij mijn kraag werd vastgepakt en over de auto werd geduwd. Mijn T-shirt is door midden gescheurd en mijn trui is helemaal uit zijn elastiek getrokken.

Het proces-verbaal van getuige [getuige 2], p. 41:

(...) Ik zag dat de overbuurman de vrouw te hulp wilde komen. Ik zag dat de buurman door verdachte door de tuin werd gegooid. (…) Ik heb later ook gezien dat de telefoon van deze buurman vernield was. Ik hoorde van de buurman dat zijn telefoon door de aanval van de verdachte uit zijn hand op straat is gevallen.

1 De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

2 De bewijsmiddelen zijn als bijlage II aan dit vonnis gehecht.