Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:1051

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-02-2014
Datum publicatie
18-02-2014
Zaaknummer
06/940315-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

PIJ maatregel van een jeugdige veroordeelde met twee jaren verlengd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team Jeugd- en Familierecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige strafkamer voor jeugdigen

Parketnummer: 06/940315-11

Uitspraak d.d.: 18 februari 2014

Tegenspraak

Ter griffie van deze rechtbank is ingediend een vordering, gedateerd 10 januari 2014, van de officier van justitie in dit arrondissement, strekkende tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [1994],

thans verblijvende in [verblijfplaats],

nader te noemen: betrokkene, met een termijn van twee (2) jaar.

De maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (verder: de PIJ-maatregel) is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Zutphen van 31 januari 2012.

De maatregel is opgelegd terzake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, terwijl bij de jeugdige tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.

De vordering is met gesloten deuren behandeld op de terechtzitting van 4 februari 2014. Van deze behandeling is een proces-verbaal is opgemaakt.

De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder een verlengingsadvies – met bijlagen - van [instelling] van 5 november 2013, ondertekend door drs. [hoofd behandeling], hoofd behandeling, drs. [behandelcoördinator], behandelcoördinator en mr. [hoofd inrichting], hoofd van de inrichting.

Betrokkene is bijgestaan door zijn raadsman mr. J.D. Onland, advocaat te Oldenzaal.

Motivering

De vordering is binnen de in artikel 77t van het Wetboek van Strafrecht vermelde termijn ingediend.

Uit het verlengingsadvies en de daarop gegeven toelichting door de deskundige [behandelcoördinator], voornoemd, komt onder meer het volgende naar voren:

De deskundige heeft allereerst opgemerkt dat ze erg blij is dat betrokkene vandaag op de zitting toch toestemming heeft gegeven voor inhoudelijk contact tussen [instelling] en de ouders van betrokkene. Betrokkene is per 1 januari 2014 overgeplaatst naar een reguliere groep en dat gaat redelijk. Het toewerken naar begeleid verlof duurde wat langer doordat de instelling, op verzoek van betrokkene, geen contact met de ouders van betrokkene mocht opnemen. Het begeleid verlof verloopt verder goed en betrokkene mag binnenkort op onbegeleid (eendaags)verlof. [behandelcoördinator] is van mening dat betrokkene de laatste paar maanden is veranderd, en wel in die zin dat hij positiever is, dat hij meer open staat voor interventies en daar ook mee verder wil. Momenteel volgt betrokkene deels (intern) onderwijs en zet hij zich goed in binnen het arbeidstoeleidingscentrum. Zij acht de betrokkenheid van de ouders en de inzet bij het arbeidstoeleidingscentrum een protectieve factor. Echter, naast de kernproblematiek van betrokkene, kunnen de factoren van het eerder (niet) gewelddadig gedrag, negatieve opvattingen, omgaan met stress en coping, omgaan met boosheid en gebrek aan empathie, gezien worden als risicofactoren onderliggend aan het verhoogd risico op geweldsrecidive. Een behandeling gericht op de kernproblematiek in het kader van de ontwikkeling van betrokkene, het verlagen van risicofactoren en de samenwerking tussen betrokkene, familie en instelling, wordt dan ook zeer wenselijk geacht. [behandelcoördinator] acht het van belang dat betrokkene de komende tijd zijn behandeling zal voortzetten, dat hij daarnaast start met onbegeleid (eendaags)verlof en dat er – ter voorbereiding op het STP – mogelijk op termijn gekeken gaat worden naar wat passend is in het kader van slaapverlof. In het kader van het STP zal betrokkene mogelijk in het laatste jaar van de PIJ-maatregel kunnen gaan wonen binnen een kamertrainingscentrum passend bij zijn functioneren en in de buurt van ouders. [behandelcoördinator] benadrukt hierbij dat het van belang is dat betrokkene zeer gefaseerd zal moeten toewerken aan een STP, zodat de overstap naar buiten niet te groot zal zijn. Momenteel is het voor betrokkene belangrijk dat er een gestructureerd en voorspelbaar kader aanwezig is in de vorm van toezicht en begeleiding vanuit [instelling]. Als dit zou wegvallen is de kans aanwezig dat betrokkene het overzicht verliest en minder controle heeft over de keuzes die hij maakt. Verkeerde beslissingen zouden zijn ontwikkeling nog kunnen schaden.

Gelet op de aard en de omvang van het recidiverisico, de kernproblematiek en de ingeslepen negatieve cognities is het noodzakelijk dat, in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling, betrokkene de komende tijd gaat werken aan de behandeling, dat hij toewerkt naar onbegeleid (slaap)verlof en dat hij vervolgens zeer gefaseerd toewerkt naar een STP. Ondanks de positief veranderde houding van betrokkene in de afgelopen maanden, is [behandelcoördinator], mede gelet op bovenstaande, van mening dat verlenging van de PIJ-maatregel voor de duur van twee jaar thans nog wel passend en geboden is.

De officier van justitie heeft op grond van het verlengingsadvies en de behandeling ter zitting gepersisteerd bij zijn vordering.

De raadsman heeft gesteld dat betrokkene het eerste jaar van de PIJ-maatregel als zeer zwaar heeft ervaren. In het vonnis was namelijk bepaald dat betrokkene geplaatst zou worden in Hoeve Boschoord, maar dit is helaas niet gebeurd. Betrokkene is als gevolg daarvan in dit eerste jaar steeds als een gedetineerde opgesloten geweest, waardoor een behandeling niet aan de orde is geweest. Daarnaast merkt de raadsman op dat het verlengingsadvies al op 31 oktober 2013 is opgemaakt, maar dat betrokkene zich in de tussentijd zeer gunstig heeft ontwikkeld. Dit onderschrijft de deskundige, mevrouw [behandelcoördinator], ook. Het begeleid verlof ging erg goed, betrokkene is veel positiever ingesteld en ook naar buiten toe kan hij contacten onderhouden, aldus de raadsman. Ook heeft betrokkene ter zitting toestemming gegeven dat zijn ouders inhoudelijk contact mogen hebben met de instelling.

Primair heeft de raadsman bepleit de PIJ-maatregel te beëindigen onder voorwaarden. De raadsman voert daartoe aan dat betrokkene al twee jaar heeft vastgezeten en dat hij de laatste periode positief heeft meegewerkt. Betrokkene is bovendien bereid zich aan de te stellen voorwaarden te houden.

Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat als een voorwaardelijke beëindiging niet aan de orde is, de PIJ-maatregel ten hoogste voor de duur van maximaal zes maanden verlengd zou moeten worden. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat betrokkene zich in een korte tijd zeer positief heeft ontwikkeld en dat hij ook heeft laten zien dat hij dit ook in een korte tijd kan. Betrokkene kan in deze zes maanden laten zien dat hij op de goede weg is en dat hij zich (verder) laat behandelen. Gelet op alle omstandigheden acht de raadsman dit een zeer passende oplossing.

Betrokkene kent een uitvoerige hulpverleningsgeschiedenis. Het is hoopvol, dat hij thans goede stappen aan het zetten is. De rechtbank is echter van oordeel, dat het van het grootste belang is dat hij de komende tijd ook zijn behandeling nog zal voortzetten. De rechtbank schaart zich achter het oordeel van de kliniek dat betrokkene met kleine stapjes en zeer gefaseerd zal moeten toewerken aan een STP en zo mogelijk uiteindelijk naar begeleid wonen. Het is nog te vroeg om een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel te beproeven.

De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat bij betrokkene het risico van recidive ter zake van een geweldsmisdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, nog steeds aanwezig is, zodat verlenging van de maatregel nodig is. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene eerst ter zitting heeft aangegeven dat zijn ouders mogen worden betrokken bij zijn behandeling bij [instelling] en dat het thans (te) onduidelijk is hoe deze contacten in de toekomst zullen gaan verlopen. De rechtbank acht het van groot belang dat eerst geïnvesteerd wordt in deze (nieuwe) samenwerking. Met de deskundige en de officier van justitie is de rechtbank daarnaast van oordeel dat het voor betrokkene de komende tijd ook nog zeer belangrijk is dat er een gestructureerd en voorspelbaar kader aanwezig is in de vorm van toezicht en begeleiding vanuit [instelling], dat hij zijn behandeling zal voortzetten en dat vervolgens zeer gefaseerd toegewerkt zal worden aan een STP en aan begeleid wonen. In aanmerking nemende het feit dat de kans aanwezig is dat betrokkene het overzicht verliest en minder controle heeft over de keuzes die hij maakt - keuzes die zijn ontwikkeling nog zouden kunnen schaden - leidt dit tot de conclusie dat de door de officier van justitie gevorderde verlenging van de PIJ-maatregel voor de duur van twee jaar noodzakelijk is. Een verlenging met een kortere duur zou betrokkene valse hoop geven.

De rechtbank neemt hierbij tevens in aanmerking dat de gevorderde verlenging in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van betrokkene en dat betrokkene de komende tijd verder gaat werken aan de in het verlengingsadvies genoemde behandeldoelen.

Beslissing:

De rechtbank verlengt de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [betrokkene] met 2 (twee) jaar.

Aldus gewezen door mr. Ouweneel, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. Bögemann en Steinebach-de Wit, rechters, in tegenwoordigheid van Vriezekolk, griffier en uitgesproken op de terechtzitting van 18 februari 2014.