Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:CA3723

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-06-2013
Datum publicatie
19-06-2013
Zaaknummer
05/900684-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden voor een gewelddadige overval, diefstal van geld met een gestolen pinpas, een ramkraak en diefstal van een auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummers : 05/900684-12 en 05/800532-13

Datum zittingen : 26 september 2012, 12 december 2012, 27 februari 2013, 17 april 2013 en

05 juni 2013

Datum uitspraak : 19 juni 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaken van

de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in HvB [adres]

Raadsman : mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/900684-12 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 april 2012 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 150 EURO) en/of een

camera (Canon A470) en/of een bankpas (ING), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [benadeelde partij1], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die [benadeelde partij1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn

mededader(s) - de voordeur van de woning met kracht heeft/hebben opengeduwd en/of

- (vervolgens) een hand op de mond van die [benadeelde partij1] heeft/hebben gelegd en/of

- (vervolgens) een muts, althans een (soortgelijk) gelaatsbedekkend voorwerp over het hoofd van die [benadeelde partij1] heeft/hebben gedaan/getrokken en/of vastgetaped en/of

- (daarbij) die [benadeelde partij1] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "als je je tong beweegt, ga je eraan", althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- (vervolgens) de handen van die [benadeelde partij1] op haar rug heeft/hebben vastgetaped en/of

- (vervolgens) die [benadeelde partij1] naar boven heeft/hebben geduwd en/of op de bovenverdieping op/tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of

- (daarbij) die [benadeelde partij1] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "als je een foute pincode geeft, kom ik terug en ga je eraan", althans woorden van een gelijke dreigende strekking of aard;

2.

hij op of omstreeks 20 april 2012 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een geldautomaat (ING, gelegen in winkelcentrum Dukenburg)

heeft weggenomen een bedrag van (ongeveer) 1000 EURO en/of in/uit een

geldautomaat (Rabobank, gelegen in winkelcentrum Dukenburg) heeft weggenomen

een bedrag van (ongeveer) 250 EURO, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde partij1], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (een bij een eerdere

woningoverval weggenomen pinpas met bijbehorende pincode);

Aan verdachte is onder parketnummer 05/800532-13 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 02 juni 2012 te Ermelo,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkelpand

(drogisterij Trekpleister) aan de [adres] aldaar heeft weggenomen

een (grote) hoeveelheid rookwaren en/of scheerartikelen, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan Trekpleister, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

2.

hij op of omstreeks 02 juni 2012 te Ermelo,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto (Suzuki Alto, kenteken [x]), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij2], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaken zijn laatstelijk op 05 juni 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht.

De officier van justitie, mr. A.C.J. Nettenbreijers, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

2a. Geldigheid van de dagvaarding

Ten aanzien van zaak onder parketnummer 05/800532-13

Namens de verdachte is aangevoerd dat de dagvaarding ten aanzien van feit 1 partieel nietig is, omdat de officier van justitie heeft nagelaten in de tenlastelegging de feitelijke handelingen op te nemen waaruit de braak, verbreking dan wel inklimming hebben bestaan.

Het verweer wordt verworpen om de volgende redenen.

Een dagvaarding met een tenlastelegging waarin louter aan de wet ontleende termen voorkomen is slechts dan nietig indien deze alleen kwalificatieve en niet tevens feitelijke betekenis hebben. Is dat laatste wel het geval dan beantwoordt de dagvaarding aan de eisen van art. 261 Sv.(Vgl. HR 9 februari 1999, NJ 1999, 327)

Aan de woorden “braak”, “verbreking”en “inklimming” komt voldoende feitelijke betekenis toe en het moet daarom voor de verdachte duidelijk zijn geweest welke concrete feitelijke handelingen daarmee worden bedoeld. De dagvaarding voldoet dus aan de eisen van art. 261 Sv.

3. De beslissing inzake het bewijs

Parketnummer 05/900684-12

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Ten aanzien van feit 1

Op 20 april 2012 rond 21.50 uur zijn twee of meer personen bij [benadeelde partij1], hierna: de aangeefster, in haar woning in Nijmegen binnengedrongen. De voordeur van de woning werd met kracht opengeduwd en aangeefster voelde dat er een hand op haar mond werd gelegd. Er werd een T-shirt over haar hoofd en gezicht gedaan en vastgemaakt met tape en haar handen werden op haar rug vastgetaped. Zij mocht haar tong niet bewegen, anders zou ze eraan gaan. Op het T-shirt is DNA-materiaal van verdachte is aangetroffen. Ook op de binnenranden van de rol tape is het DNA-materiaal van verdachte aangetroffen. De daders hebben in de woning gezocht en aangeefster verzocht om haar pincode. Als ze een foute pincode zou geven, zou een van de daders terugkomen en zou ze eraan gaan.De daders hebben haar naar boven geduwd, naar de grond gegooid en tegen de grond gehouden. Ze hebben een geldbedrag (150 euro en kleingeld), een camera (Canon A470) en een bankpas van de ING-bank (met de daarbij behorende pincode) weggenomen.

Ten aanzien van feit 2

Op 20 april 2012 heeft verdachte met de bankpas op naam van aangeefster en de daarbij behorende pincode om 22.20 uur bij een bank automaat van de ING-bank in het winkelcentrum Dukenburg in Nijmegen, een bedrag van 1000 euro gepind en om 22.24 uur bij een bankautomaat van de Rabobank in datzelfde winkelcentrum, een bedrag van 250 euro.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft steeds enige betrokkenheid bij de overval (feit 1) ontkend. Tijdens een verhoor op 11 juli 2012 heeft verdachte de aanwezigheid van zijn DNA op het tijdens de overval gebruikte T-shirt verklaard als volgt: het is zijn T-shirt, hij droeg dit T-shirt op 18 april 2012 om zijn nek toen hij in het busje van [mededader1] en [mededader2] stapte, hij heeft het T-shirt in het busje afgedaan en daarin laten liggen, hij heeft dit T-shirt niet meer teruggekregen.

De verdediging heeft voorts verzocht om het proces-verbaal houdende de identificatie van het vingerspoor (AAEM7621NL) van het bewijs uit te sluiten. Daartoe heeft de verdediging gesteld dat volgens de FT-norm 804.06 (twaalfpuntenregel) identificatie mag plaatsvinden wanneer sprake is van 12 punten van overeenkomst tussen het aangetroffen vingerspoor en de zich in de HAVANK bevindende vingerafdrukken van verdachte. In dit geval hebben de deskundigen van het KLPD 11 punten van overeenkomst gevonden. Volgens de verdediging is het niet aan de KLPD maar aan het NFI om bij minder dan 12 punten van overeenkomst te identificeren, waarbij ook nog een andere methode wordt toegepast dan hier is gebeurd. Omdat de juiste methode niet is gevolgd door een instantie die volgens de FT-normen niet deskundig genoeg kan worden geacht, concludeert de verdediging dat de identificatie van het vingerspoor van het bewijs moet worden uitgesloten.

Vervolgens heeft de verdediging vrijspraak bepleit voor de onder feit 1 ten laste gelegde diefstal met geweld. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat het enige directe bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de overval is: het aangetroffen DNA van verdachte op het bij de overval gebruikte T-shirt en de tape die daar omheen zat. Hierover heeft verdachte een alternatieve lezing gegeven die niet strijdig is met de bewijsmiddelen en die niet kan worden uitgesloten, terwijl die lezing niet als zijnde onaannemelijk, ongeloofwaardig of onwaarschijnlijk terzijde kan worden geschoven, aldus de verdediging.

Ook ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit, heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Daartoe heeft de verdediging – kort samengevat – aangevoerd dat bij verdachte de opzet ontbrak om met een valse sleutel geld van de rekening van aangeefster te pinnen. De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte niet wist dat de bankpas en pincode die hij gebruikte van een overval afkomstig waren en dat hij daarom niets heeft gedaan om tijdens het pinnen herkenning via camerabeelden te voorkomen.

Beoordeling door de rechtbank

Het verweer van de verdediging dat ziet op de bewijsuitsluiting van de identificatie van het vingerspoor, waarmee naar de rechtbank begrijpt wordt bedoeld het resultaat van het dactyloscopisch onderzoek zoals vervat in het rapport, wordt verworpen. De rechtbank overweegt als volgt.

Op 25 september 2012 heeft de Dienst IPOL van het Korps landelijke politiediensten (summier) gerapporteerd over het resultaat van het door hem verrichte dactyloscopisch onderzoek. Mede naar aanleiding van het verzoek van de verdediging is door de Landelijke Eenheid, Dactyloscopie van de Nationale politie een aanvullend rapport opgesteld , waarin op uitgebreide en heldere wijze inzicht wordt gegeven in het gedane onderzoek, de methode die is gebruikt en de normen die daarbij zijn aangelegd. Hierna is de dactyloscopische deskundige en opsteller van het aanvullend rapport, de heer [deskundige], ter zitting gehoord. De raadsman heeft hierbij gelegenheid gekregen de deskundige te bevragen over zijn deskundigheid, het onderzoek, de methode die is gebruikt, het resultaat dat is bereikt en de conclusie van de deskundigen, maar hiervan is door de verdediging slechts op zeer bescheiden wijze gebruik gemaakt. De rechtbank heeft gelet op de aldus verkregen informatie en inzicht in de gevolgde procedure, geen aanleiding om te twijfelen aan de inhoud van het rapport.

Dat de raadsman via een website van het NFI een andere onderzoeksmethode heeft ontdekt, die in deze zaak niet is gebruikt, doet hieraan niet af. Dit geldt te meer nu de verdediging de deskundige ter zitting niet met deze bevinding heeft geconfronteerd.

Het resultaat van het dactyloscopisch onderzoek zal dus voor het bewijs worden gebruikt.

Dan komt de rechtbank toe aan de vraag of wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten. Bij de beantwoording van deze vraag, neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

De verklaring van aangeefster is opgenomen onder de feiten (feit 1). In haar nadere aangifte heeft aangeefster verklaard dat de eerste dader een bivakmuts op had en dat zij later een persoon tegen haar hoorde praten, terwijl zij iemand anders tussen haar spullen hoorde rommelen. Toen wist zij dat er nog een tweede persoon bij was.

De verklaring van de aangeefster dat zij is vastgebonden en geblinddoekt wordt bevestigd door de bevindingen van verbalisanten die in haar woning sporenonderzoek hebben verricht

In het proces-verbaal van sporenonderzoek relateren de verbalisanten dat zij een stuk textiel omwikkeld met tape op de vloer zagen en dat aan het uiteinde van de tape een rol transparante tape van 5 cm breed zat. De verbalisanten zagen ook dat de rechtermouw van de ochtendjas van aangeefster was omwikkeld met 5 cm breed transparante tape. Van deze bevindingen zijn foto’s genomen die aan het dossier zijn gevoegd. Op foto 9 op pagina 50 is een donkergekleurd stuk textiel te zien dat is opgevouwen in de vorm van een muts en omwikkeld met tape van een nog aanwezige rol transparante tape. Op foto’s 10, 11 en 12 op pagina’s 50 en 51 is een rechterarm van het slachtoffer te zien met daaroverheen een rood/zwart/wit geblokte mouw, die aan het uiteinde is omwikkeld met transparante tape.

De plakband die om de mouw van de ochtendjas van aangeefster was gewikkeld (AAEL8697NL), en het T-shirt met daaromheen de tape AAEM7621NL zijn vervolgens overgedragen aan medewerkers van het deskundigengebied Vingersporen (zie: NFI herzien rapport d.d. 28 september 2012, p. 5, laatste alinea en p. 6 laatste alinea). Door deze deskundigen zijn de onderzoeksmaterialen onderzocht op de aanwezigheid van dactyloscopische sporen. Op de rugzijde van het plakband AAEM7621NL werd na behandeling een dactyloscopisch spoor zichtbaar. Dit spoor is vervolgens fotografisch vastgelegd en verzonden naar de afdeling dactyloscopie van de Regiopolitie Gelderland-Zuid. Het spoor is uiteindelijk onderzocht door de KLPD, die het heeft geïdentificeerd op een afdruk van de rechterringvinger van verdachte.

Bovengenoemde bewijsmiddelen weerleggen het alternatieve scenario dat de verdediging heeft aangedragen, inhoudende dat verdachte niet betrokken is geweest bij de overval op aangeefster in haar woning. De aanwezigheid van de vingerafdruk van verdachte op de tape en de plek waar het DNA van verdachte op die tape is aangetroffen, namelijk aan de binnenrand van de rol, maken het scenario van de secundaire overdracht van DNA (van het T-shirt op de tape) zeer onwaarschijnlijk. De rechtbank stelt, gelet op de aanwezigheid van zowel DNA als een vingerafdruk van verdachte op de tijdens de overval gebruikte hulpmiddelen (T-shirt en tape), dus vast dat verdachte in de woning van aangeefster aanwezig was tijdens de overval op 20 april 2012.

Tijdens zijn verhoor op 12 juli 2012, heeft verdachte verklaard dat hij “overal een hoofddeksel van [maakt]. Van truien en T-shirts.” Uit deze verklaring in samenhang met het feit dat het tijdens de overval gebruikte T-shirt, waarop DNA van verdachte is gevonden, was gevouwen als een muts, komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte het T-shirt als een hoofddeksel heeft gevouwen en dit over het hoofd en gezicht van aangeefster heeft getrokken en met tape vastgemaakt. Hiermee wordt tevens de aanwezigheid van de vingerafdruk van verdachte op de rugzijde van de gebruikte tape die om het T-shirt was gewikkeld, verklaard.

Aangeefster heeft verder verklaard dat er twee daders waren, omdat een dader in de lades aan het zoeken was terwijl een andere dader haar tegen de grond hield en een dader tegen haar sprak terwijl een andere in haar spullen rommelde. De rechtbank stelt gelet hierop vast dat verdachte de overval in nauwe en bewuste samenwerking met een ander heeft gepleegd.

Dat verdachte geen opzet op het gebruik van een valse sleutel zou hebben gehad, zoals door de verdediging betoogd, wordt door de hierboven en onder de feiten gebezigde bewijsmiddelen weerlegd. Verdachte wist dat de bankpas en de bijbehorende pincode tijdens de overval waren gestolen, omdat hij een van de daders van die overval was. De rechtbank stelt dus vast dat verdachte met die gestolen bankpas en de daarbij horende pincode opzettelijk geld van de rekening van aangeefster heeft gepind.

Gelet hierop is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op of omstreeks 20 april 2012 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 150 EURO) en/of een camera (Canon A470) en/of een bankpas (ING), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- de voordeur van de woning met kracht heeft/hebben opengeduwd en/of

- (vervolgens) een hand op de mond van die [benadeelde partij1] heeft/hebben gelegd en/of

- (vervolgens) een muts, althans een (soortgelijk) gelaatsbedekkend voorwerp over het hoofd van die [benadeelde partij1] heeft/hebben gedaan/getrokken en/of vastgetaped en/of

- (daarbij) die [benadeelde partij1] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "als je je tong beweegt, ga je eraan", althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of

- (vervolgens) de handen van die [benadeelde partij1] op haar rug heeft/hebben vastgetaped en/of

- (vervolgens) die [benadeelde partij1] naar boven heeft/hebben geduwd en/of op de bovenverdieping op/tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of

- (daarbij) die [benadeelde partij1] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "als je een foute pincode geeft, kom ik terug en ga je eraan", althans woorden van een gelijke dreigende strekking of aard;

2.

hij op of omstreeks 20 april 2012 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat (ING, gelegen in winkelcentrum Dukenburg) heeft weggenomen een bedrag van (ongeveer) 1000 EURO en/of in/uit een geldautomaat (Rabobank, gelegen in winkelcentrum Dukenburg) heeft weggenomen een bedrag van (ongeveer) 250 EURO, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (een bij een eerdere woningoverval weggenomen pinpas met bijbehorende pincode);

Parketnummer 05/800532-13

Ten aanzien van feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin, Sv en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangeeftster], p. 73 met de bijgevoegde overzicht voorraadmutatie;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige1], p. 82;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 87, 88, 94 en 95.

Ten aanzien van feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op zaterdag 2 juni 2012 rond 5.00 uur is een personenauto, Suzuki Alto, met kenteken [x], toebehorend aan [benadeelde par[benadeelde partij2], vanaf de parkeerplaats op het [adres] zonder toestemming van die [benadeelde partij2] en wederrechtelijk, weggenomen. Verdachte is op 2 juni 2012 rond 5.10 uur aangehouden als bestuurder van een personenauto, Suzuki Alto, met kenteken [x].

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte stelt niet te hebben geweten dat zijn medeverdachten de auto gingen stelen. Hij heeft hiermee niets te maken.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft tijdens zijn verhoren bij de politie verklaard, dat hij op 2 juni 2012, rond 00.30 uur, in Nijmegen is opgehaald door ene [betrokkene1] en diens broer of neef (door verdachte verder het familielid genoemd) In de auto hadden de mannen gesproken over het jatten van een andere auto. Volgens verdachte zouden zij hun auto ergens parkeren, met de gestolen auto de inbraak plegen, terug gaan naar hun auto, de spullen overladen en de gestolen auto ergens parkeren zodat de politie daar druk mee zou zijn. Ze zouden in hun auto wachten totdat het verkeer drukker zou worden en dan weggaan. Verdachte heeft verder verklaard dat zij hun auto hebben geparkeerd en lopend verder zijn gegaan naar de plek waar de andere twee eerder een auto hadden gevonden. Dit bleek een Suzuki Alto te zijn. Verdachte heeft samen met een van de jongens de auto 100 of 200 meter weggeduwd, terwijl de andere jongen achter het stuur zat. Daarna werd de auto zonder sleutel gestart.

Aangeefster [benadeelde partij2] heeft verklaard dat zij haar auto, Suzuki Alto, met kenteken [x], op 1 juni 2012 om 18.00 uur afgesloten had geparkeerd en op zaterdagochtend merkte dat de auto daar niet meer stond.

In het proces-verbaal van aanhouding hebben de verbalisanten gerelateerd dat zij op zaterdag 2 juni 2012 een melding kregen dat er een inbraak zou hebben plaatsgevonden bij de Trekpleister en dat drie mannen zijn weggereden in een personenauto, Suzuki Alto, met kenteken [x]. Verbalisanten zagen op de Frederik Hendriklaan de betrokken Suzuki Alto rijden. De Suzuki werd gestopt en de bestuurder, die verdachte bleek te zijn, werd aangehouden.

Uit bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met twee anderen, waarbij zij een personenauto Suzuki Alto, toebehorende aan [benadeelde partij2], hebben gestolen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op of omstreeks 02 juni 2012 te Ermelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkelpand (drogisterij Trekpleister) aan de [adres] aldaar heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid rookwaren en/of scheerartikelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Trekpleister, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 02 juni 2012 te Ermelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (Suzuki Alto, kenteken [x]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer 05/900684-12

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 2

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels

In de zaak met parketnummer 05/800532-13

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

Ten aanzien van de feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 05/900684-12 onder 1 en 2, en het onder parketnummer 05/800532-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 65 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de aard en ernst van de strafbare feiten en de persoon van de verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 8 mei 2013; en

• een reclasseringsadvies van GGZ Tactus, d.d. 18 augustus 2012, betreffende verdachte;

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich in een tijdbestek van 3 maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan vier diefstallen onder strafverzwarende omstandigheden.

In april 2012 heeft verdachte samen met een ander in de avonduren een destijds 62-jarige alleenstaande vrouw in haar woning overvallen, waarbij die vrouw is vastgebonden, geblinddoekt, op de grond gegooid en gehouden, en bedreigd. Nadat verdachte en zijn mededader goederen van hun gading hadden gevonden, hebben ze de woning verlaten met achterlating van het slachtoffer in een hulpeloze positie. Het is van algemene bekendheid dat slachtoffers van een dergelijk geweldsmisdrijf dit als zeer traumatisch ervaren en nog lange tijd de gevolgen daarvan, zoals psychische problemen en gevoelens van onveiligheid, kunnen ondervinden. Dit klemt eens te meer nu dit misdrijf in de eigen woning van het slachtoffer heeft plaatsgehad. Voorts worden door het plegen van dit soort strafbare feiten de bestaande gevoelens van onveiligheid in de maatschappij bevestigd en versterkt.

Na dit geweldsdelict te hebben gepleegd heeft verdachte de ontvreemde bankpas en daarbij horende pincode gebruikt om geld van de rekening van het slachtoffer op te nemen. Het handelen van verdachte werd slechts ingegeven door zijn eigen financieel gewin zonder dat hij zich rekenschap heeft gegeven van de gevolgen van zijn handelen. De rechtbank rekent verdachte deze feiten ernstig aan.

Twee maanden later, in juni 2012, heeft verdachte samen met anderen een inbraak gepleegd in een winkel, waarbij zij de ruit van het pand hebben kapotgeslagen en een grote hoeveelheid rookwaren en scheerartikelen hebben weggenomen. Vlak door deze inbraak hebben verdachte en zijn mededaders een auto gestolen. Deze auto werd gestolen met als enkel doel deze te gebruiken voor de inbraak.

Dit soort inbraken levert grote schade op aan de winkelpanden, terwijl ook de weggenomen goederen een hoge economische waarde vertegenwoordigden. Bovendien zorgen dergelijke inbraken bij winkeliers voor gevoelens van grote onveiligheid en onmacht. Het is voor hen immers nauwelijks mogelijk zich tegen deze vorm van criminaliteit te beveiligen. Ook in de maatschappij in bredere zin wekken deze brutale inbraken gevoelens van grote onrust en onveiligheid. Tot slot geldt ook voor de eigenaar van de gestolen auto dat zij door het handelen van verdachte en zijn mededaders ernstig is gedupeerd. Ook hier was het handelen van verdachte slechts ingegeven door financieel gewin zonder dat hij zich rekenschap heeft gegeven van de gevolgen van zijn handelen.

Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte, blijkens zijn justitiële documentatie, eerder wegens soortgelijke feiten tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld, laatstelijk in mei 2008. Deze veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank is van oordeel in afwijking van de eis van de officier van justitie dat op grond de hiervoor genoemde omstandigheden een gevangenisstraf van 4 jaar en zes maanden passend en geboden is.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar en 6 (zes) maanden

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

aAldus gewezen door:

mr. M.F. Gielissen (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. G.M.L. Tomassen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.P.H. Brinkman en mr. N.K. Engelbrecht, griffiers

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 juni 2013.