Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:CA3387

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-05-2013
Datum publicatie
17-06-2013
Zaaknummer
239630
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoofdzaak: na tussenvonnis geen feiten of omstandigheden aangevoerd die nopen tot terugkomen op bindende eindbeslissing dat eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Volgt niet-ontvankelijk-verklaring.

In incident (voeging/tussenkoomst) hoeft niet meer te worden beslist wegens gebrek aan belang gelet op uitkomst hoofdzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/239630 / HA ZA 13-102

Vonnis in hoofdzaak en in incident van 15 mei 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGRIOM TRADE B.V.,

gevestigd te Aalsmeer,

eiseres in de hoofdzaak,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGRI INFORMATION PARTNERS B.V.,

gevestigd te Wageningen,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. H.E. ter Horst te Zwolle,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGRIOM B.V.,

gevestigd te Aalsmeer,

eiseres in het incident,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna Agriom Trade, AIP en Agriom worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van de rechtbank Arnhem van 9 mei 2012 in de hoofdzaak tussen Agriom Trade en AIP, die toen nog aanhangig was onder zaaknummer / rolnummer 221086 / HA ZA 11-1354, welke procedure nadien is doorgehaald en vervolgens weer op de rol is geplaatst en is voorzien van het huidige zaaknummer / rolnummer 239630 / HA ZA 13-102

- de incidentele akte tot tussenkomst/voeging, alsmede akte na tussenvonnis tevens houdende akte overlegging producties ex artikel 217 Rv van Agriom

- de conclusie van antwoord in het incident alsmede antwoordakte van AIP.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. Het geschil in de hoofdzaak

2.1. De vordering van Agriom Trade in de hoofdzaak is gebaseerd op een dienstverlenings-/gebruiksrechtovereenkomst tussen haar en AIP, op welke overeenkomst de Fenitvoorwaarden van toepassing zijn. Agriom Trade stelt zich op het standpunt dat AIP is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen tegenover Agriom Trade zoals die blijken uit de artikelen 3.1 en 3.2 van de Fenitvoorwaarden en dat zij als gevolg daarvan schade heeft geleden, bestaande in omzet- en winstverlies.

2.2. Op grond hiervan vordert Agriom Trade in de hoofdzaak, samengevat:

- verklaring voor recht dat AIP onrechtmatig jegens Agriom Trade heeft gehandeld c.q. toerekenbaar jegens haar is tekortgeschoten door te handelen in strijd met artikel 3 van de Fenitvoorwaarden;

- verklaring voor recht dat AIP gehouden is tot nakoming van deze verplichtingen op straffe van een niet voor rechterlijke matiging vatbare boete van € 25.000,00 en € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat AIP deze verplichtingen na betekening van het vonnis in deze zaak overtreedt;

- verklaring voor recht dat AIP aldus schadeplichtig is geworden en gehouden is de door Agriom Trade geleden en nog te lijden schade te vergoeden;

- veroordeling van AIP tot betaling aan Agriom Trade van € 35.000,00 als voorschot op deze schade;

- veroordeling van AIP tot vergoeding van de door Agriom Trade geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- veroordeling van AIP om de dienstbetrekking met mevrouw [betrokkene] te beëindigen op straffe van een dwangsom;

- een en ander vermeerderd met rente en kosten.

2.3. Nadat in de hoofdzaak voor antwoord was geconcludeerd en een comparitie van partijen had plaatsgevonden, heeft de rechtbank Arnhem op 9 mei 2012 een tussenvonnis gewezen. In dat tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat AIP erop mocht vertrouwen dat haar contractspartner en de werkgever van mevrouw [betrokkene] dezelfde rechtspersoon was en dat dit Agriom was. Dit moet, zo overweegt de rechtbank in het tussenvonnis onder 4.4, leiden tot niet-ontvankelijkheid van Agriom Trade in haar vorderingen.

2.4. In een aantal overwegingen ten overvloede is de rechtbank vervolgens echter ingegaan op de uitleg van artikel 3.2 van de Fenitvoorwaarden, die partijen verdeeld hield. Deze overwegingen ten overvloede heeft de rechtbank gegeven om partijen houvast te geven bij eventuele schikkingsonderhandelingen. De zaak is verwezen naar de rol voor het nemen van een akte uitlaten voortprocederen of doorhaling, eerst aan de zijde van Agriom Trade.

2.5. Vervolgens is de zaak doorgehaald, maar nadien is zij – onder toekenning van het huidige zaak- en rolnummer 239630 / HA ZA 13-102 – weer op de rol geplaatst.

2.6. Naar aanleiding van het tussenvonnis van 9 mei 2012 heeft Agriom AIP gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd hetgeen hierboven onder 2.2 staat opgesomd, met dien verstande dat waar daar Agriom Trade is vermeld, nu Agriom moet worden gelezen. De procedure tussen Agriom en AIP is geregistreerd onder zaaknummer / rolnummer 238086 / 13-2.

3. Het geschil in het incident

3.1. Agriom vordert in het incident:

a) in de hoofdzaak te worden toegelaten als tussenkomende partij, althans als gevoegde partij;

b) rolvoeging van de zaken met zaaknummers 239630 en 238086;

c) veroordeling van AIP in de kosten van het incident.

3.2. Voor zover Agriom tussenkomst vordert, legt zij daaraan ten grondslag dat zij – in de aanname dat de visie van de rechtbank moet worden gevolgd dat Agriom de contractuele wederpartij is van AIP – de crediteur is van de vordering waarvan in de hoofdzaak voldoening wordt gevorderd. Voor zover Agriom voeging vordert, legt zij daaraan ten grondslag dat zij er belang bij heeft zich te voegen aan de zijde van Agriom Trade als eiseres in de hoofdzaak. Ook wenst Agriom zich te verweren tegen de eis van AIP dat Agriom Trade wordt veroordeeld tot betaling van de geliquideerde kosten ondanks het feit dat zij het materiële gelijk niet aan haar zijde heeft. Ten slotte voert Agriom aan dat de onderhavige zaak en de zaak met zaaknummer 238086, gelet op de gelijkluidende materiële grondslag, zeer aan elkaar verknocht zijn. Om die reden vordert Agriom rolvoeging en een zo mogelijk gelijktijdige behandeling van beide zaken.

3.3. AIP voert verweer in het incident.

3.4. De rechtbank zal hierna, voor zover van belang, nader ingaan op de stellingen van partijen.

4. De beoordeling in de hoofdzaak

4.1. In het tussenvonnis van 9 mei 2012 heeft de rechtbank geoordeeld dat Agriom Trade niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen (zie hierboven onder 2.3). Dat is een bindende eindbeslissing. Partijen hebben na het tussenvonnis geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de rechtbank zou moeten terugkomen op deze bindende eindbeslissing. De rechtbank zal daarom nu eindvonnis wijzen en Agriom Trade niet-ontvankelijk verklaren in haar vorderingen.

4.2. Agriom Trade zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van AIP worden begroot op € 1.185,00 wegens salaris advocaat (2,0 punten × tarief € 579,00) en € 1.836,00 wegens griffierecht, tezamen € 2.994,00.

5. De beoordeling in het incident

5.1. Gelet op de beoordeling in de hoofdzaak valt niet in te zien welk belang Agriom nog heeft bij haar incidentele vorderingen, indien al zou kunnen worden geconcludeerd dat zij deze tijdig heeft ingesteld. Daarom hoeft in het incident geen beslissing te worden gegeven.

6. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

6.1. verklaart Agriom Trade niet-ontvankelijk in haar vorderingen jegens AIP,

6.2. veroordeelt Agriom Trade in de proceskosten, aan de zijde van AIP begroot op € 2.994,00,

6.3. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

6.4. verstaat dat op de incidentele vorderingen van Agriom niet hoeft te worden beslist.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2013.

Coll.: JC