Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:CA3136

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-06-2013
Datum publicatie
14-06-2013
Zaaknummer
06/920012-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een Apeldoornse verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Verder is hij veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding ruim € 168.000,-- aan één van de benadeelden.

De verdachte heeft op slinke wijze nietsvermoedende slachtoffers bewogen tot het aangaan van hypothecaire geldleningen, om hen zogenaamd uit de financiële problemen te helpen.Daardoor zijn die slachtoffers nog verder in de financiële problemen gekomen en zijn banken grote financiële verliezen toegebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06-920012-10

Uitspraak d.d.: 11 juni 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum],

wonende te [adres].

Raadsman: mr. Sandberg, advocaat te Vorden.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 mei 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 april 2008 tot en met 07 april 2009, in de gemeente(n) Arnhem en/of Apeldoorn en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, een of meermalen, (telkens) opzettelijk

-een werkgeversverklaring van [BV1] BV, betreffende [betrokkene1] [vindplaats document: p.1613], en/of

-een werkgeversverklaring van [BV1] BV, betreffende [betrokkene1], gedateerd 20-04-2009 [vindplaats document: p.1958], en/of

-een salarisspecificatie van [BV1] BV, bestemd voor [betrokkene1], gedateerd 30-04-2008 [ vindplaats document: p.1614], en/of

-een salarisspecificatie van [BV1] BV, bestemd voor [betrokkene1], gedateerd 31-03-2009 [ vindplaats document: p.1960],

-(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- (telkens) valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken en/of dat vervalsen (telkens) hierin bestaan dat

-genoemd persoon niet werkzaam was bij en/of voor [BV1] BV en/of

-genoemd persoon over de in de salarisspecificatie genoemde periode geen

werkelijk salaris heeft genoten en/of ontvangen van [BV1] BV;

subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 april 2008 tot en met 07 april 2009, in de gemeente(n) Arnhem en/of Apeldoorn en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, een of meermalen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of gebruik heeft doen maken van (de/een) (onder meer) hierna te noemen valse document(en) -(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen -waaronder:

-een werkgeversverklaring van [BV1] BV, betreffende [betrokkene1] [vindplaats document: p.1613], en/of

-een werkgeversverklaring van [BV1] BV, betreffende [betrokkene1], gedateerd 20-04-2009 [vindplaats document: p.1958], en/of

-een salarisspecificatie van [BV1] BV, bestemd voor [betrokkene1], gedateerd 30-04-2008 [ vindplaats document: p.1614], en/of

-een salarisspecificatie van [BV1] BV, bestemd voor [betrokkene1], gedateerd 31-03-2009 [ vindplaats document: p.1960],

als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) in het overleggen van dat/die geschrift(en) aan Huis & Hypotheek Apeldoorn, althans een tussenpersoon, en/of internationale Nederland Groep NV en/of ING-bank N.V. en/of ING en/of Westland Utrecht Hypotheekbank N.V., voor het verkrijgen van een of meer hypothecaire geldlening(en), en bestaande die valsheid of vervalsing hierin, dat

-genoemd persoon niet werkzaam waren bij en/of voor [BV1] BV en/of

-genoemd persoon over de in de salarisspecificatie genoemde periode geen

werkelijk salaris hebben genoten en/of ontvangen van [BV1] BV;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart 2006 tot en met 30 juni 2008, in de gemeente(n) Westervoort en/of Apeldoorn en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, een of meermalen, (telkens) opzettelijk

- een werkgeversverklaring van [bedrijfsnaam], gedateerd 31-08-2007, betreffende

[betrokkene2] [vindplaats document: p.2232], en/of

- een salarisspecificatie van [bedrijfsnaam], bestemd voor [betrokkene2],

gedateerd 30-08-2007 [vindplaats document: p.2233], en/of

- een werkgeversverklaring van [BV2] B.V., gedateerd

28-04-2008, betreffende [betrokkene4] [vindplaats document: p.2705], en/of

- een salarisspecificatie van [BV2] BV, bestemd voor [betrokkene4],

gedateerd 18-04-2008 [vindplaats document: p.2706], en/of

- een werkgeversverklaring van [BV2] B.V., gedateerd

18-06-2008, betreffende [betrokkene3] [vindplaats document: p.2982], en/of

- een salarisspecificatie van [BV2] BV, bestemd voor [betrokkene3],

gedateerd 13-06-2008 [vindplaats document: p.2983], en/of

één of meer andere werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s),

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken en/of dat vervalsen (telkens) hierin bestaan dat

-genoemd(e) perso(o)n(en) niet werkzaam was/waren bij en/of voor [bedrijfsnaam]

en/of [BV2] BV en/of [BV2] BV, en/of

-genoemd(e) perso(o)n(en) over de in de salarisspecificatie genoemde periode

geen werkelijk salaris heeft/hebben genoten en/of ontvangen van [bedrijfsnaam]

en/of [BV2] BV en/of [BV2] BV;

subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart 2006 tot en met 30 juni 2008, in de gemeente(n) Westervoort en/of Apeldoorn en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, een of meermalen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of gebruik heeft doen maken van (de/een) (onder meer) hierna te noemen valse document(en) - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - waaronder:

- een werkgeversverklaring van [bedrijfsnaam], gedateerd 31-08-2007, betreffende

[betrokkene2] [vindplaats document: p.2232], en/of

- een salarisspecificatie van [bedrijfsnaam], bestemd voor [betrokkene2],

gedateerd 30-08-2007 [vindplaats document: p.2233], en/of

- een werkgeversverklaring van [BV2] B.V., gedateerd

28-04-2008, betreffende [betrokkene4] [vindplaats document: p.2705], en/of

- een salarisspecificatie van [BV2] BV, bestemd voor [betrokkene4],

gedateerd 18-04-2008 [vindplaats document: p.2706], en/of

- een werkgeversverklaring van [BV2] B.V., gedateerd

18-06-2008, betreffende [betrokkene3] [vindplaats document: p.2982], en/of

- een salarisspecificatie van [BV2] BV, bestemd voor [betrokkene3],

gedateerd 13-06-2008 [vindplaats document: p.2983], en/of

één of meer andere werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s),

als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) in het overleggen van dat/die geschrift(en) aan Huis & Hypotheek Apeldoorn, althans een tussenpersoon, en/of Internationale Nederland Groep NV en/of ING-bank N.V. en/of de Postbank N.V. en/of ING en/of Westland Utrecht Hypotheekbank N.V., voor het verkrijgen van een of meer hypothecaire geldlening(en), en bestaande die valsheid of vervalsing hierin, dat

-genoemd(e) perso(o)n(en) niet werkzaam was/waren bij en/of voor [bedrijfsnaam]

en/of [BV2] BV en/of [BV2] BV, en/of

-genoemd(e) perso(o)n(en) over de in de salarisspecificatie genoemde periode

geen werkelijk salaris heeft/hebben genoten en/of ontvangen van [bedrijfsnaam]

en/of [BV2] BV en/of [BV2] BV;

art. 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 september 2007 tot en met 10 december 2007, in de gemeente(n) Arnhem en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, een of meermalen, (telkens) opzettelijk

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 27-09-2007, gericht aan

[betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x] [vindplaats document:

p.2251], en/of

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 15-11-2007, gericht aan

[betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x] [vindplaats document:

p.2254], en/of

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 29-11-2007, gericht aan

[betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x] [vindplaats document:

p.2257], en/of

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 10-12-2007, gericht aan

[betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x] [vindplaats document:

p.2261],

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken en/of dat vervalsen (telkens) hierin bestaan dat [BV3] b.v. een niet bestaand bedrijf betreft, althans niet onder de in de factu(u)r(en) genoemd Kamer van Koophandel nummer staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 augustus 2007 tot en met 07 mei 2009, in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Arnhem en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,een of meermalen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Internationale Nederland Groep NV en/of ING-bank N.V. en/of de Postbank N.V. en/of ING en/of Westland Utrecht Hypotheekbank N.V., althans een of meer bank(en) (telkens) heeft/hebben bewogen tot het verstrekken van (een) hypothecaire geldlening(en), althans tot de afgifte van bedragen aan geld met een totaalbedrag van euro 1.155.684,= of daaromtrent, althans

- euro 153.065,= [vindplaats: map 5 / [betrokkene1]] en/of

- euro 101.250,= [vindplaats: map 6 / [betrokkene1]] en/of

- euro 354.000,= [vindplaats: map 7 / [betrokkene2]] en/of

- euro 276.500,= [vindplaats: map 8 / [betrokkene4]] en/of

- euro 270.869,= [vindplaats: map 9 / [betrokkene3]] en/of

in elk geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, (een) valse en/of vervalste werkgeversverklaring(en)en/of (een) salarisspecificatie(s) ingediend en/of hebben doen indienen, al dan niet door een tussenpersoon, bij een of meer van genoemde bank(en) ter verkrijging van een hypotheek op naam van een ander dan verdachte, waardoor die bank(en),

werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 april 2008 tot en met 07 mei 2009, in de gemeente(n) Arnhem en/of Apeldoorn en/of Dordrecht en/of Rijnwaarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, een of meermalen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [betrokkene1] en/of [betrokkene3] en/of [betrokkene4], (telkens) heeft/hebben bewogen tot het aangaan van een of meer schuld(en), hebbende verdachte en/of haar mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, genoemde personen voorgehouden

-dat de hypotheeklasten betaald zouden worden indien betrokkene dat niet meer

kon, en/of

-dat het pand na verbouwing met winst zou worden verkocht, en/of

-dat voor huurders gezorgd zou worden, en/of

-dat er een verbouwing zou plaatsvinden, en/of

-dat alles geregeld zou worden, en/of

-dat de verkoop geregeld zou worden

althans woorden van gelijke aard of strekking, waardoor genoemd(e) perso(o)n(en) werden bewogen tot het aangaan van een of meer hypothecaire schuld(en);

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding van het onderzoek

Er zijn een aantal aangiftes gedaan terzake onder meer valsheid in geschrift en oplichting. Uit onderzoek dat vervolgens is verricht ontstond het vermoeden dat er mogelijk sprake was van hypotheekfraude. Begin 2010 is er een operationeel onderzoek gestart door het Team Regionale Recherche. Dit team heeft verder onderzoek gedaan. Uit dit verdere onderzoek rees het vermoeden dat er sprake was van hypotheekfraude en witwassen en dat verdachte [verdachte] als hoofddader aangemerkt kon worden. In januari 2011 is verdachte aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van alle aan verdachte ten laste gelegde feiten. Er is geen sprake is geweest van het plegen van strafbare feiten.

Verdachte was werkzaam als projectontwikkelaar in de onroerend goed branche. Verdachte heeft onroerend goed aangekocht. Dit betroffen moeilijk verkoopbare panden. Deze panden zijn via verdachtes bedrijf vrijwel direct weer doorverkocht aan personen die, met uitzondering van [betrokkene1], als ZZP-er werkzaam waren. Die personen wisten dat de woningen opgeknapt moesten worden. Daardoor zou de waarde van die woningen stijgen. Verdachte heeft veel van dit soort projecten gedaan die allemaal goed zijn verlopen. Door de crisis is de woningmarkt echter ingestort. Indien dit niet was gebeurd, zouden de betreffende personen de woningen met winst doorverkocht hebben en zou er geen strafzaak van gekomen zijn. De aangevers wisten waar zij zich mee bezig hielden en hadden op dat moment boter op het hoofd. Zij hebben willens en wetens documenten geparafeerd en ook ondertekend. Bij het doen van aangifte is de suggestie gewekt dat, indien er geen “stevige” aangiftes tegen verdachte zouden worden gedaan, de betrokken personen zelf een bepaald risico zouden kunnen lopen.

Verdachtes rol heeft alleen maar bestaan uit het ophalen van de documenten bij [bedrijfsnaam] en [BV2]. Verdachte heeft niets van doen gehad met het opstellen daarvan en de inhoud daarvan. [betrokkene7] was van alles op de hoogte en was de spin in het web. [betrokkene1] heeft daadwerkelijk voor [BV1] gewerkt, waaronder als directeur. [betrokkene2], [betrokkene3] en [betrokkene4] hebben de stukken zelf ondertekend en wisten ook waar zij mee bezig waren.

Verdachte heeft niet de bedoeling gehad om met de facturen op naam van [BV3] BV valsheid in geschrift te plegen. Er is sprake geweest van slordigheid. Verdachte heeft de facturen opgesteld en heeft daarbij ten onrechte gegevens gebruikt van zijn vroegere éénmanszaak, die uiteindelijk in een besloten vennootschap is omgezet. De bank heeft de gegevens op de facturen op een gegeven moment gecontroleerd en, toen bleek dat deze niet meer juist waren, rechtstreeks aan [betrokkene2] uitbetaald.

Verdachte heeft niet het oogmerk gehad om banken op te lichten. De banken hebben hypothecaire leningen verstrekt, zonder de aangeleverde gegevens te controleren.

Verdachte heeft verkoopgesprekken gevoerd met [betrokkene1], [betrokkene4] en [betrokkene3]. Zij wisten waaraan zij begonnen. Van het hen oplichten is geen sprake geweest.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 28 mei 2013 verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij geen strafbare feiten - als ten laste gelegd - heeft gepleegd.

Beoordeling door de rechtbank

Inleiding

De rechtbank dient in deze zaak onder meer te beoordelen of er sprake is geweest van schijnconstructies, waarbij door middel van het opzettelijk opmaken van valse documenten financiële instellingen zouden zijn opgelicht. De aan verdachte gemaakte strafrechtelijke verwijten spelen zich ten dele af tegen de achtergrond van pay-rolling.

Bij pay-rolling geeft een bedrijf, dat zelf het personeel werft, zijn verantwoordelijkheid voor het werkgeverschap uit handen en komt het personeel in dienst van de betreffende payroll-onderneming. Hiermee beoogt eerstbedoeld bedrijf de verantwoordelijkheid voor specialistische juridische en administratieve aangelegenheden zoals de salarisadministratie, afdracht van sociale premies en bijvoorbeeld ook pensioenen over te dragen aan de payroll-onderneming tegen een tevoren vastgestelde beloning.

Inhoudelijk

Er is aangifte gedaan van hypotheekfraude door ING te Leeuwarden, waartoe ook ING-Bank NV en de Westland Utrecht Hypotheekbank NV behoren. Daaruit blijkt dat door tussenkomst van de intermediair Huis & Hypotheek te Apeldoorn op 10 april 2008 een hypothecaire lening is aangevraagd voor een bedrag van € 153.065,-- voor de aankoop van een woonhuis op het adres [adres] op naam van [betrokkene1]. Op grond van de overgelegde inkomensgegevens en overige documenten is de hypotheek verstrekt en is de akte daarvan op 23 mei 2008 bij een notaris te Apeldoorn gepasseerd. Bij de hypotheekaanvraag waren inkomensgegevens gevoegd. Daarop stond vermeld dat [BV1] BV te Apeldoorn de werkgever van [betrokkene1] was, dat hij daar sinds 1 januari 2008 als manager werkzaam was en dat zijn bruto jaarinkomen € 34.753,-- bedroeg.

Uit de als bijlage bij de aangifte gevoegde “Model-werkgeversverklaring ten behoeve van het aanvragen van nationale Hypotheekgarantie” , op naam van [betrokkene1], blijkt dat deze op 29 april 2008 is ondertekend door [verdachte] en is voorzien van een firmastempel [BV1] BV te Arnhem. De als bijlage bij de aangifte gevoegde salarisspecificatie van [BV1] BV op naam van [betrokkene1] is gedateerd 30 april 2008.

Er is aangifte gedaan van hypotheekfraude door ING te Leeuwarden. Daaruit blijkt dat door tussenkomst van de intermediair Huis & Hypotheek te Apeldoorn op 7 april 2009 een hypothecaire lening is aangevraagd voor een bedrag van € 101.250,-- , waarvan € 25.000 in depot, voor de aankoop van een woonhuis op het adres [adres] op naam van [betrokkene1]. Op grond van de overgelegde inkomensgegevens en overige documenten is de hypotheek verstrekt en is de akte daarvan op 7 mei 2009 bij een notaris te Apeldoorn gepasseerd. Bij de hypotheekaanvraag waren inkomensgegevens en documenten gevoegd. Daarop stond vermeld dat [BV1] BV te Apeldoorn de werkgever van [betrokkene1] was, dat hij daar sinds 1 maart 2008 als manager werkzaam was en dat zijn bruto jaarinkomen € 34.753,-- bedroeg. In de maanden mei, juni en juli 2009 ontving de ING drie verzoeken tot betaling uit het depot op naam van [betrokkene1]. Deze zijn uitgevoerd en betroffen in totaal een bedrag van € 24.692,50. Dit is geboekt ten gunste van bankrekening 89.38.81.902 ten name van [B[BV1].

Uit de als bijlage bij de aangifte gevoegde werkgeversverklaring , op naam van [betrokkene1], blijkt dat deze op 20 april 2009 is ondertekend door [verdachte] en is voorzien van een firmastempel [BV1] BV te Arnhem. De als bijlage bij de aangifte gevoegde salarisspecificatie van [BV1] BV op naam van [betrokkene1] is gedateerd 31 maart 2009.

Er is aangifte gedaan van hypotheekfraude door ING te Leeuwarden, waartoe ook Postbank NV behoort. Daaruit blijkt dat door tussenkomst van de intermediair Huis & Hypotheek te Apeldoorn op 17 augustus 2007 een hypothecaire lening is aangevraagd voor een bedrag van € 354.000,-- voor de aankoop van een woonhuis op het adres [adres] op naam van [betrokkene2]. Dit bedrag bestond uit een aflossingsvrije lening van € 279.000,-- en een levendeel van € 75.000,--. Op grond van de overgelegde inkomensgegevens en overige documenten is de hypotheek verstrekt en is de akte daarvan op 27 september 2007 bij een notaris te Apeldoorn gepasseerd. Bij de hypotheekaanvraag waren inkomensgegevens gevoegd. Daarop stond vermeld dat [bedrijfsnaam] te Apeldoorn de werkgever van [betrokkene2] was, dat hij daar sinds 25 juni 2007 als manager werkzaam was en dat zijn bruto jaarinkomen € 54.568,-- bedroeg. Wegens uitgevoerde werkzaamheden werden er in oktober, november en december 2007 meerdere gedateerde/ondertekende schriftelijke verzoeken van [betrokkene2] ontvangen om in totaal een bedrag van € 70.656,26 vanuit het afgesloten bouwdepot te boeken ten gunste van bankrekening x ten name van [BV3] BV te Arnhem. Opvallend is dat deze firma op hetzelfde adres is gevestigd als de verkoper van het betreffende pand.

Uit de als bijlage bij de aangifte gevoegde “Model-werkgeversverklaring ten behoeve van het aanvragen van nationale Hypotheekgarantie” , op naam van [betrokkene2], blijkt dat deze op 31 augustus 2007 is ondertekend door [medeverdachte2] en is voorzien van een firmastempel [bedrijfsnaam] te Apeldoorn. De als bijlage bij de aangifte gevoegde salarisspecificatie van [bedrijfsnaam] op naam van [betrokkene2] is gedateerd 30 augustus 2007.

Bij de aangifte van de ING met betrekking tot de op naam van [betrokkene2] verstrekte hypothecaire lening zijn facturen gevoegd. Dit betreffen:

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 27-09-2007, gericht aan

[betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x];

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 15-11-2007, gericht aan

[betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x];

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 29-11-2007, gericht aan

[betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x];

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 10-12-2007, gericht aan

[betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x].

Er is onderzoek gedaan naar bedrijven op naam van verdachte [verdachte]. Vanuit gegevens van de Kamer van Koophandel bleek dat het nummer [x] op 1 september 2005 is ingeschreven en dat het de onderneming - een eenmanszaak - [BV1] betrof. Deze onderneming is op 22 december 2005 uitgeschreven, omdat verdachte op die datum zijn eenmanszaak heeft omgevormd in [BV1] BV.

[BV1] BV is op 22 december 2005 ingeschreven in de rechtsvorm van stichting onder het KvK-nr. x, met onder meer als gebruikte handelsnamen:

- in de periode van 1 januari 2007 tot 1 januari 2008 [BV1];

- in de periode van 1 januari 2008 tot 2 april 2009 (BV3).

Er is aangifte gedaan van hypotheekfraude door ING te Leeuwarden, waartoe ook ING Bank NV en Westland Utrecht Hypotheekbank NV behoren. Daaruit blijkt dat door tussenkomst van de intermediair Huis & Hypotheek te Apeldoorn op 9 mei 2008 een hypothecaire lening is aangevraagd voor een bedrag van € 276.500,-- voor de aankoop van een woonhuis op het adres [adres] op naam van [betrokkene4]. Mede op grond van de overgelegde inkomensgegevens en documenten is de hypotheek verstrekt en is de akte daarvan op 28 mei 2008 bij een notaris te Apeldoorn gepasseerd. Bij de hypotheekaanvraag waren een salarisspecificatie en een werkgeversverklaring gevoegd. Daarop stond vermeld dat [BV2] BV te Westervoort de werkgever van [betrokkene4] was, dat hij daar sinds 4 februari 2008 als manager werkzaam was en dat zijn bruto jaarinkomen € 53.499,00 bedroeg. De werkgeversverklaring was ondertekend door [medeverdachte1].

Uit de als bijlage bij de aangifte gevoegde werkgeversverklaring , op naam van [betrokkene4], blijkt dat deze op 28 april 2008 is ondertekend door [medeverdachte1] en is voorzien van een firmastempel [BV2] BV te Westervoort. De als bijlage bij de aangifte gevoegde salarisspecificatie van [BV2] BV op naam van [betrokkene4] is gedateerd 18 april 2008.

Er is aangifte gedaan van hypotheekfraude door ING te Leeuwarden, waartoe ook ING Bank NV en Westland Utrecht Hypotheekbank NV behoren. Daaruit blijkt dat door tussenkomst van de intermediair Huis & Hypotheek te Apeldoorn in juni 2008 een hypothecaire lening is aangevraagd voor een bedrag van € 270.896,-- voor de aankoop van een woonhuis op het adres x op naam van [betrokkene3]. Mede op grond van de overgelegde inkomensgegevens en documenten is de hypotheek verstrekt en is de akte daarvan op 15 juli 2008 bij een notaris te Apeldoorn gepasseerd. Bij de hypotheekaanvraag waren een salarisspecificatie en een werkgeversverklaring gevoegd. Daarop stond vermeld dat [BV2] BV te Westervoort de werkgever van [betrokkene3] was, dat hij daar sinds 4 februari 2008 als manager werkzaam was en dat zijn bruto jaarinkomen € 53.506,00 bedroeg. De werkgeversverklaring was ondertekend door [medeverdachte1].

Op 18 juli, 27 augustus en 2 oktober 2008 werd door [betrokkene3] telkens een schriftelijk verzoek gedaan tot betaling uit het bouwdepot. Er is in totaal € 10.157,63 wegens te verrichten/nog te verrichten verbouwingswerkzaamheden geboekt ten gunste van bankrekening [x] ten name van [BV3] BV te Arnhem. Van het verstrekte depot is € 20.000,-- in depot vastgehouden. Het restantbedrag van € 342,65 werd op 2 oktober 2008 geboekt ten gunste van rekening [x] ten name van [betrokkene3].

Uit de als bijlage bij de aangifte gevoegde werkgeversverklaring met in de kop “Westland Utrecht Maatwerk in hypotheken en effecten” op naam van [betrokkene3], blijkt dat deze op 18 juni 2008 is ondertekend door [medeverdachte1] en is voorzien van een firmastempel [BV2] BV te Westervoort. De als bijlage bij de aangifte gevoegde salarisspecificatie van [BV2] BV op naam van [betrokkene3] is gedateerd 13 juni 2008.

[medeverdachte2] heeft tegenover de politie verklaard dat hij al voor het opmaken van een werkgeversverklaring op naam van [betrokkene2] daarover met [verdachte] had gesproken. [verdachte] heeft gedicteerd wat er in moest. Het stempeltje op die verklaring is geplaatst door [verdachte]. Die had het stempeltje in zijn zak. Het administratiekantoor [administratiekantoor] was niet zijn kantoor maar dat van [verdachte]. Hij heeft [betrokkene2] salaris betaald, maar het geld kreeg hij voorafgaand aan de betaling van [verdachte]. Hij heeft slechts één keer een werkgeversverklaring op naam van [betrokkene2] opgemaakt. Het kan zijn dat hij meerdere verklaringen heeft getekend, omdat later een verklaring nodig was voor een nader krediet. [medeverdachte2] heeft ook verklaard dat hij facturen van [administratiekantoor] heeft gekregen en dat [verdachte] deze heeft betaald. Dit was voor het opstellen van een werkgeversverklaring op naam van [bedrijfsnaam] ten behoeve van [betrokkene2].

[medeverdachte1] heeft tegenover de politie verklaard dat [verdachte] bij hem op het bedrijf is geweest en aan hem uit de doeken heeft gedaan wat hij zoal wenste. Hij heeft vervolgens blanco formulieren meegegeven, waarop [verdachte] de personalia van de betreffende mensen kon vermelden. Toen [verdachte] weer bij hem kwam is hij begonnen met de administratieve afhandeling, waaronder het opmaken en uitprinten van de salarisspecificaties. [verdachte] bracht blanco werkgeversverklaringen mee, met het verzoek deze in te vullen. Hij heeft tegen [verdachte] gezegd dat het geen normale gang van zaken was. [verdachte] praatte op hem in. Uiteindelijk heeft hij de werkgeversverklaringen op naam [betrokkene6], [betrokkene3] en [betrokkene4] ondertekend en deze en de salarisspecificaties aan [verdachte] meegegeven. Hij heeft [verdachte] ook arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd op naam van die personen meegegeven.

[betrokkene2] is gehoord. Hij heeft verklaard , zakelijk weergegeven, dat hij bij [BV1] ging werken, waarvan [verdachte] eigenaar was. Hij heeft het huis aan de [adres] gekocht van [verdachte]. Hijzelf zag het niet als een pand om in te gaan wonen. [verdachte] zag het als een investering. De woning is opgeknapt onder de vlag van [BV1]. [verdachte] regelde alles, waaronder de aankoop en de hypotheek. Hij is bij de notaris geweest. Het kwam er op neer dat zijn gehele loon naar de hypotheek moest. Hij wist dat in het begin niet eens want via het bouwdepot werd de hypotheek betaald. Toen zag hij de woning aan de [adres]. Deze heeft hij ook gekocht via [verdachte] ([BV1]). Dit is gedaan omdat hij een lening had op de auto en een doorlopend krediet en [verdachte] heeft dit afbetaald. De lening van de auto zat in de hypotheek verweven. [verdachte] regelde de aankopen. Dit ging via Huis en Hypotheek. Hij moest naar Huis en Hypotheek en heeft toen gezien dat op de loonspecificatie stond dat hij voor [bedrijfsnaam] zou werken. Hij heeft daar nooit gewerkt. Ook stond er op de werkgeversverklaring dat hij € 4.000,-- netto zou verdienen, terwijl hij in werkelijkheid € 1.500,-- verdiende. Hij heeft wel drie keer een bedrag van € 2900,-- van [bedrijfsnaam] gehad. Hij heeft dat minus zijn loon terug betaald aan [verdachte].

Ten aanzien van de woning aan de [adres] heeft [verdachte] hem gezegd: “als je het huis verkoopt, zal je er ruim aan overhouden”. [verdachte] heeft hem gezegd dat hij het huis opgeknapt aan hem zou verkopen. Daarvoor was een bouwdepot benodigd van € 95.000,--, hetgeen achteraf te veel was. De verbouwing is uitgevoerd door [BV1]. Hijzelf heeft de facturen ondertekend en [verdachte] heeft ze naar de kredietverstrekker gestuurd. Het geld ging direct na ontvangst naar [verdachte]: hij heeft het gepind en aan [verdachte] gegeven. Als hij materiaal nodig had mocht hij geld achterhouden. Van de € 95.000,-- is voor ongeveer € 30.000,-- aan materialen gekocht en de rest ging naar [verdachte].

[betrokkene4] heeft aangifte gedaan. Hij heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij door zijn werk regelmatig contact had met [ver[verdachte]. Die stelde hem voor de woning te kopen aan de [adres]. [verdachte] zou de financiering regelen. Hijzelf was wel bang dat hij op een gegeven moment misschien ergens anders kon gaan werken en er dan niet meer zou hoeven te wonen. [verdachte] stelde voor om in elk geval Poolse huurders te nemen, zodat de lasten betaald konden worden. [verdachte] zou dit regelen. Hij zou het pand op zijn naam krijgen en zou ook een bedrag aan bouwdepot lenen, zodat met dit geld het pand opgeknapt kon worden. Het opknappen en het betalen van de rekeningen zou via [verdachte] geregeld worden.

Hij heeft bij de notaris getekend voor het huis. Hij heeft geen offerte gezien. Op de leveringsakte stond de naam [ver[verdachte]. Hij heeft geen verkoopbrochure van het huis gezien en wist niet voor welk bedrag het huis te koop stond. Het bouwdepot heeft hij een paar dagen daarna ontvangen. De helft daarvan, € 7.500,--, heeft hij aan [verdachte] overhandigd. Hij had dit nodig om het huis op te knappen. Daarvoor is geen contract getekend. Het is mondeling overeen gekomen. In de weken erna merkte hij dat er niets aan het huis gebeurde. Hij heeft [verdachte] de andere helft van het bedrag niet gegeven. Later bleek hem dat [verdachte] geen huurders in het pand zette. [verdachte] heeft ook nooit voor huurders gezorgd. Hij heeft van de makelaar, die in opdracht van de ING handelde, vernomen dat het pand op € 150.000,-- is getaxeerd. De woning was voor de aankoop getaxeerd op € 239.000,--.

Tijdens het verhoor is aan [betrokkene4] de bij de afgesloten hypotheek behorende werkgeversverklaring getoond. Hij heeft toen verklaard dat hij geen manager was en dat hij nog nooit van [BV2] had gehoord.

[betrokkene3] heeft aangifte gedaan. Hij heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij met [verdachte] in contact is gekomen over het aankopen van een appartement aan de [adres]. Het voorstel van [verdachte] was om het pand voor ongeveer € 200.000,-- te kopen. [verdachte] stelde ook voor om het pand te verhuren aan huurders waar hij zelf wel aan kon komen. Het zou gaan om Poolse mensen. Hij zou de maandelijkse hypotheeklasten van de huuropbrengsten kunnen betalen. Er is afgesproken dat [verdachte] alles zou regelen. Het pand zou op naam van [betrokkene3] komen en hij zou het zelf opknappen. In juli 2008 heeft hij de koopakte getekend bij de notaris. Daar heeft hij [verdachte] ook ontmoet. Hij zag in de akte dat de koopsom € 230.000,-- bedroeg. Hij vertrouwde erop dat het goed was en heeft getekend. Uit de stukken die hij later heeft gekregen bleek dat hij een hypotheek is aangegaan bij Westland Utrecht voor een bedrag van € 270.000,--. Dit was inclusief een bouwdepot van € 25.000,--, dat op zijn naam stond. Hij kreeg alleen toegang tot dat geld door het indienen van facturen. Er zijn mensen via [verdachte] ingehuurd. [verdachte] heeft een rekening bij hem ingediend op naam van [BV3]. Hij factureerde voor € 2.250,--, maar die werkzaamheden zijn niet uitgevoerd. [verdachte] heeft daarna nog meer facturen ingediend. Op een gegeven moment raakte het bouwdepot op, terwijl de werkzaamheden nog niet afgerond waren. Hij heeft via [verdachte] wat Poolse huurders gehad, maar de opbrengsten waren niet genoeg om de hypotheeklasten te betalen. Hij heeft daar een paar keer met [verdachte] over gepraat. Die zei dat het goed zou komen.

Na 20 december 2009 heeft hij via een advocaat stukken opgevraagd bij Westland Utrecht. Hij heeft een werkgeversverklaring gekregen, die was afgegeven door [BV2]. Hierop stond dat hij bij dat bedrijf sinds 4 februari 2008 een arbeidsovereenkomst had als manager, terwijl dat niet zo was. Er was ook een salarisspecificatie bijgevoegd op zijn naam, maar deze was ook vervalst omdat hij niet voor hen heeft gewerkt.

[verdachte] heeft hem onder valse voorwendselen een huis laten kopen en hem opgelicht.

[betrokkene5] heeft namens haar zoon [betrokkene1] aangifte gedaan. Zij heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat haar zoon is opgelicht door [verdachte] door het kopen van twee percelen. Dit ging om het perceel [adres] en het perceel [adres]. Haar zoon kende [verdachte] van de [naam shop]. In 2008 ontstond het contact over het kopen van een appartement. De bedoeling was een appartement te kopen en dit binnen 6 maanden weer te verkopen, zodat er geen overdrachtsbelasting betaald zou hoeven worden. Volgens [verdachte] was dit een maas in de wet. [verdachte] heeft alles geregeld met betrekking tot de koop van de appartementen. Haar zoon had toen werk bij een coffeeshop en heeft zijn salarisstroken aan [verdachte] gegeven voor het regelen van een hypotheek. Hij moest ook diverse documenten ondertekenen. In eerste instantie heeft hij ze eerst doorgelezen en ondertekend en later heeft hij ze ondertekend zonder door te lezen, dit door het vertrouwen dat hij in [verdachte] had gekregen.

Ook bouwde [verdachte] tijdsdruk op door voor de ondertekening van documenten langs te komen op momenten dat haar zoon op het punt stond om weg te gaan.

Toen bleek dat het salaris te weinig was om een hypotheek te krijgen kreeg haar zoon loonstrookjes op naam van het bedrijf [BV1]. Dit was een bedrijf van [verdachte]. Het loon was op papier, want hij heeft het nooit ontvangen. Haar zoon heeft ook een keer een bedrag van € 2.000,-- op zijn rekening ontvangen, maar dat moest hij direct terug betalen aan [verdachte]. Indien de appartementen niet binnen 6 maanden verkocht zouden worden, zou [verdachte] voor huurders zorgen. In Brummen is dat ook gebeurd, maar daar kon de hypotheek niet van betaald worden. Op een gegeven moment kreeg haar zoon geen huurinkomsten meer. [verdachte] verzekerde dat hij het betalen van de hypotheek voor hem zou regelen. [verdachte] zei dat hij zich geen zorgen hoefde te maken.

Haar zoon is op 1 mei 2009 naar Malta verhuisd. Ook toen onderhield hij over deze zaken nog contact met [verdachte]. Op een gegeven moment kreeg haar zoon bericht van [verdachte] dat het appartement niet meer op zijn naam stond. Dit bleek echter wel zo te zijn. In augustus 2010 bleek dat het appartement te Apeldoorn bij openbare executieverkoop was verkocht en dat daardoor een restschuld van € 76.000,-- was ontstaan.

Er is een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt met betrekking tot het werken van [betrokkene1] bij coffeeshop [naam coffeshop] BV. De aldaar werkzame bedrijfsleidster heeft verklaard dat [betrokkene1] tot Koninginnedag 2009 full-time in de coffeeshop heeft gewerkt.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 28 mei 2013 ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit verklaard dat [betrokkene1] heeft gewerkt voor zijn bedrijf [BV1] BV. Hij heeft een werkgeversverklaring op naam van [betrokkene1] laten opstellen door een administratiekantoor. Hij heeft de werkgeversverklaring zelf ondertekend. Verdachte is van oordeel dat [betrokkene1] werkzaam was als manager, aangezien [betrokkene1] ook acquisitiewerkzaamheden heeft verricht. [betrokkene1] wilde de woning in Brummen verkopen, maar dat lukte niet. De woning is toen verhuurd. [betrokkene1] is vervolgens in Apeldoorn gaan wonen. Ook ten behoeve van de aankoop van de woning te Apeldoorn heeft hij een werkgeversverklaring op naam van [betrokkene1] ondertekend.

Uit voornoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd, kan onder meer worden opgemaakt:

- dat verdachte de in de tenlastelegging onder 1 genoemde werkgeversverklaringen en salarisspecificaties op naam van [betrokkene1] heeft opgesteld of laten opstellen;

- dat [betrokkene1] in de periode tot eind april 2009 full-time bij een coffeeshop heeft gewerkt en per 1-5-2009 naar Malta is vertrokken;

- dat [betrokkene1] niet voor verdachte of [BV1] B.V. werkzaamheden heeft verricht dat hij ook geen salaris van [verdachte] of [BV1] heeft gekregen;

- dat hij [verdachte] voor het afsluiten van de hypothecaire lening ten behoeve van de aankoop van de woning [adres] salarisstroken heeft gegeven van het bij de coffeeshop verdiende loon;

- dat de ING-bank een hypothecaire lening heeft verstrekt op basis van op naam van [betrokkene1] staande inkomensgegevens en een werkgeversverklaring afkomstig van [BV1] BV;

- dat ook de Westland Utrecht Hypotheekbank een hypothecaire lening heeft verstrekt op basis van op naam van [betrokkene1] staande inkomensgegevens en een werkgeversverklaring afkomstig van [BV1] BV, terwijl (betrokkene1) op dat moment geen belang had bij het aankopen van een woning in Nederland omdat hij op het punt stond te emigreren.

Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op het voorgaande de conclusie geen andere zijn dan dat [betrokkene1] niet voor verdachte en [BV1] heeft gewerkt en dat de verklaring van verdachte op dat punt leugenachtig is, nu [betrokkene1] geen 24 uur per dag kon werken. Verder kan hieruit ook worden geconcludeerd dat verdachte de werkgeversverklaringen en salarisspecificaties op naam van [betrokkene1] valselijk heeft opgemaakt of doen opmaken om daarmee opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken te geven en deze te gebruiken in de richting van derden.

De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Uit voornoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd kan naar het oordeel van de rechtbank de conclusie geen andere zijn dan dat de onder 2 genoemde werkgeversverklaringen en salarisspecificaties op naam van [betrokkene2], [betrokkene4] en [betrokkene3] valselijk zijn opgemaakt om daarmee opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken gaven en deze te gebruiken in de richting van derden. Hieruit volgt ook dat verdachte dit tezamen en in vereniging heeft gedaan.

De rechtbank acht het onder 2 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit heeft verdachte ter terechtzitting van 28 mei 2013 verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij de in de tenlastelegging vermelde facturen van [BV3] BV op naam van [betrokkene2] heeft opgemaakt. Dit zou vaker voorkomen, ingeval de eigenaar van een woning een verbouwing zelf zou willen uitvoeren. In dit geval betrof het een pand dat hij voor renovatie had aangenomen, waarvan [betrokkene2] had besloten dit zelf te gaan doen. [betrokkene2] heeft geld vanuit het depot bij de bank gekregen en daar mensen mee betaald die voor hem hebben gewerkt. Hijzelf heeft één keer een rekening voor [betrokkene2] betaald. Bij de opmaak van de facturen is het verkeerde inschrijvingsnummer van de kamer van koophandel gebruikt en is ten onrechte aan de handelsnaam “BV” toegevoegd. Dat is niet met opzet gebeurd, maar hij heeft per ongeluk gegevens gebruikt van zijn uitgeschreven éénmanszaak.

Dat hij verleende diensten betaald heeft gekregen uit de hypotheken is niet vreemd.

Uit de bewijsmiddelen in onderling verband beschouwd en op grond van hetgeen de rechtbank met betrekking tot feit 2 hiervoor heeft overwogen is de rechtbank van oordeel dat verdachte met de tenaamstelling in de kop van de facturen opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven en deze facturen ook zo heeft gebruikt in de richting van derden. Verdachte heeft daarbij een eigen rekening gebruikt met de bedoeling dat het geld daarop overgemaakt zou worden.

Dat er sprake zou zijn van het maken van vergissingen bij het opmaken van de facturen is niet aannemelijk geworden.

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 28 mei 2013 verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij heeft bemiddeld bij de aankopen van woningen door [betrokkene1], en de aankoop van een woning door [betrokkene2]. (betrokkene7) heeft bemiddeld bij de aankoop van een woning door [betrokkene4] en de aankoop van een woning door [betrokkene3]. Alle transacties waren normale zakelijke transacties. Hij heeft alleen tegen [betrokkene1] gezegd dat het pand in Brummen verhuurd zou kunnen worden. Er is geen sprake geweest van het oplichten van banken.

De rechtbank is gelet op alle voornoemde bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen van oordeel dat verdachte de feiten 1 tot en met 3 heeft gepleegd met de bedoeling om [betrokkene1], [betrokkene3] en [betrokkene4] op te lichten. De rechtbank baseert zich hierbij ondermeer op de aangiftes, waaruit blijkt dat verdachte telkens op min of meer dezelfde wijze beloofde diensten te leveren als de panden door betrokkenen zouden zijn aangekocht. Verdachte heeft hen opgelicht met het doel om daarbij ook telkens banken op te lichten door deze te bewegen tot het verstrekken van hypothecair krediet aan de betrokken kopers. Het is niet aannemelijk geworden dat in plaats van verdachte de door de verdachte genoemde (betrokkene7) voor een en ander verantwoordelijk zou zijn geweest.

Door de verdediging is aangevoerd dat banken, voordat zij een hypothecaire geldlening verstrekken, een eigen verantwoordelijkheid en een eigen onderzoeksplicht hebben.

De rechtbank deelt de mening dat geldverstrekkers een eigen verantwoordelijkheid hebben bij het beoordelen van verstrekte informatie. Voor zover verdachte beoogt met zijn stelling dat in de hier voorliggende gevallen de controle door de geldverstrekkers ontoereikend is geweest daarmee door hem geen strafbare gedragingen zijn gepleegd kan hij daarin niet worden gevolgd. Degene die een hypothecaire geldlening aanvraagt dient daarbij de gevraagde informatie te verstrekken. De te verstrekken informatie dient volledig en juist te zijn. In de onderhavige strafzaak zijn er per hypotheekaanvraag juist meerdere valse documenten aan de hypotheekverstrekkers verstrekt, met de bedoeling hen dus doende te misleiden. Hierdoor is telkens een totaal ander en op dat moment niet tot zeer moeilijk te controleren beeld van de werkelijkheid aan de hypotheekverstrekker voorgehouden.

De rechtbank acht de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 10 april 2008 tot en met 07 april 2009, in de gemeente(n) Arnhem en/of Apeldoorn en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, meermalen telkens opzettelijk

-een werkgeversverklaring van [BV1] BV, betreffende [betrokkene1], en

-een werkgeversverklaring van [BV1] BV, betreffende [betrokkene1], gedateerd 20-04-2009, en

-een salarisspecificatie van [BV1] BV, bestemd voor [betrokkene1], gedateerd 30-04-2008, en

-een salarisspecificatie van [BV1] BV, bestemd voor [betrokkene1], gedateerd 31-03-2009,

-elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- telkens valselijk heeft opgemaakt, telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken telkens hierin bestaan dat

-genoemd persoon niet werkzaam was bij en/of voor [BV1] BV en

-genoemd persoon over de in de salarisspecificatie genoemde periode geen werkelijk salaris heeft genoten en ontvangen van [BV1] BV;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 22 maart 2006 tot en met 30 juni 2008, in de gemeente(n) Westervoort en/of Apeldoorn en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), meermalen, telkens opzettelijk

- een werkgeversverklaring van [bedrijfsnaam], gedateerd 31-08-2007, betreffende

[betrokkene2], en

- een salarisspecificatie van [bedrijfsnaam], bestemd voor [betrokkene2],

gedateerd 30-08-2007, en

- een werkgeversverklaring van [BV2] B.V., gedateerd

28-04-2008, betreffende [betrokkene4], en

- een salarisspecificatie van [BV2] BV, bestemd voor [betrokkene4],

gedateerd 18-04-2008, en

- een werkgeversverklaring van [BV2] B.V., gedateerd

18-06-2008, betreffende [betrokkene3], en

- een salarisspecificatie van [BV2] BV, bestemd voor [betrokkene3],

gedateerd 13-06-2008, en

één of meer andere werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s),

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - telkens valselijk heeft opgemaakt, telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan dat

-genoemde personen niet werkzaam waren bij en/of voor [bedrijfsnaam]

en/of [BV2] BV en/of [BV2] BV, en

-genoemde personen over de in de salarisspecificatie genoemde periode

geen werkelijk salaris hebben genoten en/of ontvangen van [bedrijfsnaam]

en/of [BV2] BV en/of [BV2] BV;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 27 september 2007 tot en met 10 december 2007, in de gemeente(n) Arnhem en/of Apeldoorn, meermalen, telkens opzettelijk

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 27-09-2007, gericht aan [betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x], en

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 15-11-2007, gericht aan [betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x], en

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 29-11-2007, gericht aan [betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x], en

- een factuur van [BV3] b.v., gedateerd 10-12-2007, gericht aan [betrokkene2], met kamer van koophandel nummer [x],

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan dat [BV3] b.v. een niet bestaand bedrijf betreft;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 17 augustus 2007 tot en met 07 mei 2009, in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Arnhem en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen telkens door een of meer listige kunstgrepen de Internationale Nederland Groep NV en/of ING-bank N.V. en/of de Postbank N.V. en/of ING en/of Westland Utrecht Hypotheekbank N.V., heeft bewogen tot het verstrekken van een hypothecaire geldlening,

- euro 153.065,= en

- euro 101.250,= en

- euro 354.000,= en

- euro 276.500,= en

- euro 270.869,= en

hebbende verdachte en zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid, een valse en werkgeversverklaring en valse een salarisspecificaties ingediend en/of hebben doen indienen, al dan niet door een tussenpersoon, bij een of meer van genoemde bank(en) ter verkrijging van een hypotheek op naam van een ander dan verdachte, waardoor die banken,

werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 01 april 2008 tot en met 07 mei 2009, in de gemeente(n) Arnhem en/of Apeldoorn en/of Dordrecht en/of Rijnwaarden, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [betrokkene1] en/of [betrokkene3] en/of [betrokkene4], heeft bewogen tot het aangaan van een of meer schuld(en), hebbende verdachte en zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of en/of in strijd met de waarheid, genoemde personen voorgehouden

-dat de hypotheeklasten betaald zouden worden indien betrokkene dat niet meer kon, en/of

-dat het pand na verbouwing met winst zou worden verkocht, en/of

-dat voor huurders gezorgd zou worden, en/of

-dat er een verbouwing zou plaatsvinden, en/of

-dat alles geregeld zou worden, en/of

-dat de verkoop geregeld zou worden

althans woorden van gelijke aard of strekking, waardoor genoemd(e) perso(o)n(en) werden bewogen tot het aangaan van een of meer hypothecaire schuld(en).

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven::

1. primair: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

2. primair: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

3. valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

4. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

5. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Ter toelichting op zijn eis heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte ernstige feiten heeft gepleegd, waardoor er hypothecaire geldleningen werden verstrekt aan mensen die die lasten niet konden dragen en op basis van onderpanden die die waarde niet hadden. De banken hebben daardoor grote verliezen geleden en de hypotheeknemers zijn met grote schulden blijven zitten. Verdachte heeft niet geschroomd dit uit eigen financieel gewin na te streven, zonder zich over de gevolgen daarvan te bekommeren. Dit klemt te meer daar het personen betrof die al financiële problemen hadden.

Voorts heeft de officier van justitie rekening gehouden met een eerdere veroordeling voor valsheid in geschrift en met de - in zijn ogen geringe - overschrijding van de redelijke termijn.

De raadsman heeft naast de bepleite vrijspraken aangevoerd dat deze strafzaak ernstige gevolgen voor verdachte heeft gehad, waardoor hij thans een bijstanduitkering heeft en ook uit zijn woning is gezet. Er is loonbeslag gelegd en er dienen nog aanzienlijke bedragen aan de Belastingdienst te worden betaald.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op slinkse wijze nietsvermoedende slachtoffers bewogen tot het aangaan van hypothecaire geldleningen, om hen zogenaamd uit de financiële problemen te helpen. Hij heeft daarbij allerlei toezeggingen gedaan om hen over de streep te trekken, maar heeft die toezeggingen niet waargemaakt. Hij heeft daarmee niet alleen de banken grote financiële verliezen toegebracht, maar ook de directe slachtoffers nog verder in de financiële problemen gebracht. Door de handelwijze van verdachte zullen zij nog jaren met de nadelige financiële gevolgen daarvan worden geconfronteerd. De rechtbank neemt in aanmerking dat verdachte op geen enkele wijze tot uiting heeft gebracht dat hij de strafwaardigheid van zijn handelen inziet.

Bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank onder meer de oriëntatiepunten straftoemeting in fraudezaken in aanmerking genomen. De rechtbank houdt er voorts rekening mee dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en is veroordeeld voor het plegen van valsheid in geschrift.

De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is geweest van een geringe overschrijding van de redelijke termijn. Op 17 augustus 2010 hebben er zoekingen plaatsgevonden. Verdachte heeft daaruit af kunnen leiden dat hij als verdachte werd aangemerkt. Het onderzoek ter terechtzitting is ter terechtzitting op 29 januari 2013 is aangevangen, derhalve een overschrijding van ruim vijf maanden.

Gelet op alle omstandigheden zal de rechtbank een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. Het op te leggen voorwaardelijke strafdeel dient verdachte er mede van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij ING Bank NV heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 351.949,63 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de vordering met betrekking tot de

[adres] toegewezen kan worden, namelijk een bedrag van € 186.307,--. De vordering dient met betrekking tot [adres] niet-ontvankelijk te worden verklaard, aangezien dit feit niet aan verdachte ten laste is gelegd.

De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering met betrekking tot de [adres] te Apeldoorn niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, nu dit geen aan verdachte ten laste gelegd feit betreft. Het deel van de vordering met betrekking tot de [adres] dient eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard. Er is een grote mate van eigen schuld is, hetgeen de vordering te ingewikkeld maakt voor afdoening door de strafrechter.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de [adres] niet-ontvankelijk verklaren nu dit deel van de vordering geen betrekking heeft op een in dit vonnis bewezen verklaard feit.

De rechtbank heeft bij de bespreking van de feiten reeds geoordeeld over de mate van eigen schuld bij banken/geldverstrekkers. Nu verdachte naar het oordeel van de rechtbank een onrechtmatige daad heeft gepleegd, is hij jegens de benadeelde aansprakelijk voor geleden schade.

De vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de [adres] is niet anderszins weersproken. De rechtbank komt dat deel van de vordering niet ongegrond of onrechtmatig voor, zodat dat deel van de vordering zal worden toegewezen, namelijk tot een bedrag van € 168.307,01.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan;

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. primair: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

2. primair: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

3. valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

4. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

5. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

• verklaart verdachte strafbaar;

• veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

• bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

• beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

• veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij ING Bank NV, rekeningnummer 3495500, van € 168.307,01 (éénhonderd achtenzesduizend driehonderdzeven euro en één eurocent), met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

• verklaart de benadeelde partij ING Bank NV voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, E.G. de Jong en Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

11 juni 2013.