Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:CA2936

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
06/850904-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:9415, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zwendel met telefoonabonnementen leidt niet tot veroordelingen wegens mensenhandel, maar in sommige gevallen wel tot veroordelingen wegens oplichting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

parketnummer: 06/850904-12

datum uitspraak: 12 juni 2013

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum],

wonende te [adres] (postadres).

Raadsman: mr. P.P. Verdoorn, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 mei 2013 en 29 mei 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 17 februari 2010 te Apeldoorn, in

elk geval (telkens) in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten, [benadeelde partij1]

(lid 1, onder 1°)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde partij1]

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden

en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie

die [benadeelde partij1] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [benadeelde partij1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of diens mededader(s)

- terwijl die [benadeelde partij1] drugsverslaafd is geweest en/of

- terwijl die [benadeelde partij1] recent in een afkickkliniek had gezeten en/of

- terwijl de verstandelijke vermogens van die [benadeelde partij1] beneden gemiddeld zijn

en/of

- terwijl die [benadeelde partij1] in de auto zit bij verdachte en/of diens mededader(s),

- tegen die [benadeelde partij1] gezegd dat hij meerdere, althans één,

telefoonabonnement(en) moest afsluiten, omdat hij anders problemen zou krijgen

en/of

- terwijl die [benadeelde partij1] bang was dat hij in elkaar geslagen zou worden en/of dat

zijn familie bedreigd zou worden en/of

- tegen die [benadeelde partij1] gezegd 'Mondje dicht en geen politie, anders komen er

problemen", en/of

- tegen die [benadeelde partij1] gezegd dat het/de abonnement(en) en/of contract(en) uit

het archief gehaald zou gaan worden en/of

- tegen die [benadeelde partij1] gezegd welk adres hij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s) en/of

- die [benadeelde partij1] (meerdere malen) in de auto vervoerd en/of

- met die [benadeelde partij1] naar de Belcompany en/of Hi-winkel en/of T-Mobile en/of

Telfort, althans een of meer telefoonwinkel(s) gegaan en/of

- (telkens) nadat die [benadeelde partij1] het telefoonabonnement had afgesloten tegen die

[benadeelde partij1] gezegd dat hij de tas met de telefoon moest afgeven,

- door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [benadeelde partij1] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan hij geen weerstand aan verdachte en/of

diens mededader(s) heeft kunnen bieden en/of

- terwijl die [benadeelde partij1] rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 1)

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 17 februari 2010 te Apeldoorn,

in geval (telkens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij1] heeft

gedwongen

tot de afgifte van meerdere, althans één mobiele telefoon(s) en/of

telefooncontract(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde partij1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of diens mededader(s)

- terwijl die [benadeelde partij1] in de auto zit bij verdachte en/of diens mededader(s),

tegen die [benadeelde partij1] heeft/hebben gezegd dat hij meerdere, althans één

telefoonabonnement(en) moest afsluiten, omdat hij anders problemen zou krijgen

en/of

- terwijl die [benadeelde partij1] bang was dat hij in elkaar geslagen zou worden en/of dat

zijn familie bedreigd zou worden en/of

- tegen die [benadeelde partij1] heeft/hebben gezegd 'Mondje dicht en geen politie, anders

komen er problemen", althans woorden van gelijke dreigende strekking en/of

aard;

(zaaksdossier 1)

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 17 februari 2010 te Apeldoorn, in

elk geval (telkens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij1] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere, althans één mobiele telefoon(s) en/of

contract(en), in elk geval van enig goed,

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

- terwijl die [benadeelde partij1] in de auto zit bij verdachte en/of diens mededader(s),

tegen die [benadeelde partij1] gezegd dat hij meerdere, althans één telefoonabonnement(en)

moest afsluiten, omdat hij anders problemen zou krijgen en/of

- terwijl die [benadeelde partij1] bang was dat hij in elkaar geslagen zou worden en/of dat

zijn familie bedreigd zou worden en/of

- tegen die [benadeelde partij1] gezegd 'Mondje dicht en geen politie, anders komen er

problemen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- tegen die [benadeelde partij1] gezegd dat het contract uit het archief gehaald zou gaan

worden en/of

- tegen die [benadeelde partij1] gezegd welk adres hij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s) en/of

- (telkens) nadat die [benadeelde partij1] het telefoonabonnement had afgesloten tegen die

[benadeelde partij1] gezegd dat hij de tas met de telefoon moest afgeven,

- waardoor die [benadeelde partij1] werd bewogen tot afgifte van meerdere, althans één,

mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en/of het afsluiten van meerdere,

althans één, telefoonabonnement(en),

- terwijl die [benadeelde partij1] rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 1)

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2010 tot

en met 18 maart 2010 te Deventer en/of te Apeldoorn, in elke geval (telkens)

in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten, [benadeelde partij2]

(lid 1, onder 1°)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde partij2]

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden

en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie

die [benadeelde partij2] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot

het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [benadeelde partij2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of diens mededader(s)

- terwijl die [benadeelde partij2] een verstandelijke beperking heeft

- met die [benadeelde partij2] besproken dat zij geld nodig had en/of

- tegen die [benadeelde partij2] gezegd dat als zij tenminste tien telefoonabonnementen

zou afsluiten, zij daar geld voor zou krijgen en/of

- tegen die [benadeelde partij2] gezegd dat hij verdachte en/of diens mededader(s) iemand

kende(n) die het/de abonnement(en) uit het systeem zou halen en/of

- aan die [benadeelde partij2] een adres gegeven dat zij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s) en/of

- die [benadeelde partij2] vervoerd met de auto en/of

- met die [benadeelde partij2] naar KPN en/of Belcompany, althans een of meer

telefoonwinkel(s) is gegaan en/of

- (telkens) nadat die [benadeelde partij2] een telefoonabonnement had afgesloten het/de

contract(en) en/of mobiele telefoon(s) ingenomen en/of

- door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [benadeelde partij2] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of

diens mededader(s) heeft kunnen bieden en/of

- terwijl die [benadeelde partij2] een bedrag van 150 euro heeft ontvangen van verdachte

en/of diens mededader(s) en/of

- terwijl die [benadeelde partij2] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 2)

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2010 tot

en met 18 maart 2010 te Deventer en/of te Apeldoorn, in elke geval (telkens)

in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij2] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere, althans één mobiele telefoon(s) en/of

contract(en), in elk geval van enig goed,

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [benadeelde partij2] gezegd dat als zij tenminste tien telefoonabonnementen

zou afsluiten, zij daar geld voor zou krijgen en/of

- tegen die [benadeelde partij2] gezegd dat hij verdachte en/of diens mededader(s) iemand

kende(n) die het/de abonnement(en) uit het systeem zou halen en/of

- aan die [benadeelde partij2] een adres gegeven dat zij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s),

- waardoor die [benadeelde partij2] werd bewogen tot afgifte van

meerdere, althans één, mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en/of het

afsluiten van meerdere, althans één, telefoonabonnement(en),

- terwijl die [benadeelde partij2] een bedrag van 150 euro heeft ontvangen van verdachte

en/of diens mededader(s) en/of

- terwijl die [benadeelde partij2] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 2)

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 18 maart 2010 te Deventer en/of te

Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten, [benadeelde partij4],

(lid 1, onder 1°)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde partij3],

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden

en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie

die [benadeelde partij3] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [benadeelde partij3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of diens mededader(s)

- aan die [benadeelde partij3] gevraagd of zij geld wilde verdienen en/of

- met die [benadeelde partij3] afgesproken en/of

- tegen die [benadeelde partij3] gezegd dat zij meerdere, althans één,

telefoonabonnement(en) af moest sluiten op haar naam en/of

- tegen die [benadeelde partij3] gezegd welk adres zij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s) en/of

- tegen die [benadeelde partij3] gezegd dat hij verdachte en/of diens mededader(s) iemand

kende(n) die de gegevens uit het systeem zou halen en/of

- tegen die [benadeelde partij3] gezegd dat ze moest doen wat hij, verdachte, en/of diens

mededader(s) zei(den), want anders zouden ze haar huis opzoeken en/of

- die [benadeelde partij3] uitgescholden en/of gezegd dat ze de lul zou zijn als ze niet

deed wat hij, verdachte, en/of diens mededader(s) wilde(n) en/of dat ze haar

wat aan zouden doen en/of

- die [benadeelde partij3] (meerdere malen) in de auto vervoerd en/of

- met die [benadeelde partij3] naar de KPN en/of de Belcompany, althans een of meer

telefoonwinkel(s) gegaan en/of

- (telkens) nadat die [benadeelde partij3] een telefoonabonnement had afgesloten het/de

contract(en) en/of de mobiele telefoon(s) ingenomen en/of

- door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [benadeelde partij3] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of

diens mededader(s) heeft kunnen bieden en/of

- terwijl die [benadeelde partij3] rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 3)

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 18 maart 2010 te Deventer en/of te

Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij4] heeft gedwongen

tot de afgifte van meerdere, althans een, mobiele telefoon(s) en/of

contract(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde partij4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of diens mededader(s)

- tegen die [benadeelde partij3] heeft/hebben gezegd dat zij meerdere, althans één,

telefoonabonnement(en) af moest sluiten op haar naam en/of

- tegen die [benadeelde partij3] heeft/hebben gezegd dat ze moest doen wat hij, verdachte,

en/of diens mededader(s) zei(den), want anders zouden ze haar huis opzoeken

en/of

- die [benadeelde partij3] heeft/hebben uitgescholden en/of tegen die [benadeelde partij3] heeft/hebben

gezegd dat ze de lul zou zijn als ze niet deed wat hij, verdachte, en/of diens

mededader(s) wilde(n) en/of dat ze haar wat aan zouden doen;

(zaaksdossier 3);

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen of omstreeks 18 maart 2010 te Deventer en/of te

Apeldoorn, althans in elk geval (telkens) Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij4] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere, althans een, mobiele telefoon(s) en/of

telefooncontract(en), in elk geval van enig goed,

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

- aan die [benadeelde partij3] gevraagd of zij geld wilde verdienen en/of

- tegen die [benadeelde partij3] gezegd dat zij meerdere, althans één,

telefoonabonnement(en) af moest sluiten op haar naam en/of

- tegen die [benadeelde partij3] gezegd welk adres zij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s) en/of

- tegen die [benadeelde partij3] gezegd dat hij verdachte en/of diens mededader(s) iemand

kende(n) die de gegevens uit het systeem zou halen en/of

- tegen die [benadeelde partij3] gezegd dat ze moest doen wat hij, verdachte, en/of diens

mededader(s) zei(den), want anders zouden ze haar huis opzoeken en/of

- die [benadeelde partij3] uitgescholden en/of gezegd dat ze de lul zou zijn als ze niet

deed wat hij, verdachte, en/of diens mededader(s) wilde(n) en/of dat ze haar

wat aan zouden doen en/of

- waardoor die [benadeelde partij3] werd bewogen tot de afgifte van meerdere, althans één,

mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en/of het afsluiten van meerdere,

althans één, telefoonabonnement(en) en/of

- terwijl die [benadeelde partij3] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 3)

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 11 februari 2011 te Apeldoorn, in

elk geval (telkens) in Nederland

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten, [benadeelde partij3]

(lid 1, onder 1°)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde partij4]

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden

en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie

die [benadeelde partij4] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [benadeelde partij4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of diens mededader(s)

- terwijl die [benadeelde partij4] drugsverslaafd is geweest en/of

- (telkens) die [benadeelde partij4] cocaïne aangeboden en/of laten gebruiken en/of

- (telkens) (terwijl) die [benadeelde partij4] onder invloed was van drugs en/of het gevoel

had dat hij geen nee kon zeggen en/of

- die [benadeelde partij4] verteld dat hij verdachte en/of diens mededader(s) een methode

wist(en) om veel geld te verdienen en/of die [benadeelde partij4] verteld dat hij zich nooit

meer zorgen hoefde te maken over geld en/of drugs en/of

- die [benadeelde partij4] verteld dat hij veel geld kon verdienen door meerdere, althans

één, telefoonabonnement(en) af te sluiten en/of

- die [benadeelde partij4] verteld dat hij 3000 euro per telefoon kon verdienen en/of

- die [benadeelde partij4] verteld dat hem niets kon gebeuren, omdat hij verdachte en/of

diens mededader(s) mensen kende(n) (die in de telefoonwinkels werkten) die

het/de abonnement(en) ongedaan konden maken en/of hackers kende(n) die [benadeelde partij4]

naam konden laten verdwijnen en/of

- bij de ABN AMRO bank 10 euro, althans een geldbedrag, gestort op de rekening

van [benadeelde partij4] en/of

- (telkens) die [benadeelde partij4] in de auto vervoerd en/of

- met die [benadeelde partij4] naar Belcompany en/of een of meer andere telefoonwinkel(s)

gegaan en/of

- (telkens) nadat die [benadeelde partij4] het telefoonabonnement had afgesloten het/de

contract(en) en/of mobiele telefoon(s) ingenomen en/of van die [benadeelde partij4] gekregen

en/of

- door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [benadeelde partij4] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan hij geen weerstand aan verdachte en/of

diens mededader(s) heeft kunnen bieden en/of

- terwijl die [benadeelde partij4] 40 euro en/of verdovende middelen heeft ontvangen van

verdachte en/of diens mededader(s) en/of

- terwijl die [benadeelde partij4] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 10)

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 11 februari 2011 te Apeldoorn, in

elk geval (telkens) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [benadeelde partij3] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere, althans één, mobiele telefoon(s) en/of

contract(en), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten meerdere, althans één,

telefoonabonnement(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

- die [benadeelde partij4] verteld dat hij verdachte en/of diens mededader(s) een methode

wist(en) om veel geld te verdienen en/of die [benadeelde partij4] verteld dat hij zich nooit

meer zorgen hoefde te maken over geld en/of drugs en/of

- die [benadeelde partij4] verteld dat hij veel geld kon verdienen door meerdere, althans

één, telefoonabonnement(en) af te sluiten en/of

- die [benadeelde partij4] verteld dat hij 3000 euro per telefoon kon verdienen en/of

- die [benadeelde partij4] verteld dat hem niets kon gebeuren, omdat hij verdachte en/of

diens mededader(s) mensen kende(n) (die in de telefoonwinkels werkten) die

het/de abonnement(en) ongedaan konden maken en/of hackers kende(n) die [benadeelde partij4]

naam konden laten verdwijnen en/of

- bij de ABN AMRO bank 10 euro, althans een geldbedrag, gestort op de rekening

van [benadeelde partij4] en/of

- waardoor die [benadeelde partij4] werd bewogen tot afgifte van meerdere, althans één,

mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en/of het afsluiten van meerdere,

althans één telefoonabonnement(en),

- terwijl die [benadeelde partij4] 40 euro en/of verdovende middelen heeft ontvangen van

verdachte en/of diens mededader(s) en/of

- terwijl die [benadeelde partij4] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 10)

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 18 februari 2011 te Arnhem en/of

te Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer ander(en), te weten, [benadeelde partij6] en/of [benadeelde partij5]

(lid 1, onder 1°)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde partij6] en/of [benadeelde partij5]

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden

en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie

die [benadeelde partij6] en/of [benadeelde partij5] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te

stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [benadeelde partij6] en/of [benadeelde partij5] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot

het verrichten van arbeid en/of diensten,

heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of diens mededader(s)

- terwijl die [benadeelde partij5] geen werk had en/of over meer geld wilde beschikken en/of

- terwijl die [benadeelde partij6] een schuld heeft bij de bank,

- via de msn en/of ping die [benadeelde partij5] gevraagd of zij snel geld wilde verdienen

en/of zij 1000 euro voor een uurtje wilde verdienen en/of

- die [benadeelde partij5] uitgelegd dat zij een pinpas en/of een ID kaart nodig had en/of

18 jaar moest zijn en/of

- tegen die [benadeelde partij5] gezegd dat het legaal was en/of

- tegen die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] gezegd dat haar/hun gegevens uit het systeem

verwijderd zouden worden en/of

- die [benadeelde partij5] en/of die [benadeelde partij6] met de auto vervoerd en/of

- met die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] naar HI en/of Vodafone en/of Belcompany en/of een

of meer andere telefoonwinkel(s) gegaan en/of

- (telkens) nadat die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] het telefoonabonnement had(den)

afgesloten het/de contract(en) en/of mobiele telefoon(s) ingenomen en/of van

die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] gekregen en/of

- tegen die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] gezegd dat vijf abonnementen wel weinig waren

en/of dat die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] nog wel zeven abonnementen kon(den) afsluiten

en/of

- terwijl die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] geen bedrag heeft/hebben ontvangen van

verdachte en/of diens mededader(s) en/of

- terwijl die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij

heeft ontvangen;

(zaaksdossiers 11 en 12)

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 18 februari 2011 te Arnhem en/of

te Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij6] en/of [benadeelde partij5] heeft/hebben bewogen

tot de afgifte van meerdere, althans één, mobiele telefoon(s) en/of

contract(en), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en) en/of

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

- via de msn en/of ping die [benadeelde partij5] gevraagd of zij snel geld wilde verdienen

en/of zij 1000 euro voor een uurtje wilde verdienen en/of

- die [benadeelde partij5] uitgelegd dat zij een pinpas en/of een ID kaart nodig had en/of

18 jaar moest zijn en/of

- tegen die [benadeelde partij5] gezegd dat het legaal was en/of

- tegen die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] gezegd dat haar/hun gegevens uit het systeem

verwijderd zouden worden,

- waardoor die [benadeelde partij6] en/of [benadeelde partij5] werd(en) bewogen tot afgifte van meerdere,

althans één, mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en/of het afsluiten van

meerdere, althans één, telefoonabonnement(en),

- terwijl die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] geen bedrag heeft/hebben ontvangen van

verdachte en/of diens mededader(s) en/of

- terwijl die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij

heeft ontvangen;

(zaaksdossiers 11 en 12)

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 augustus 2009

tot en met 21 augustus 2009 te Apeldoorn, in geval (telkens) in Nederland

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten, [benadeelde partij7]

(lid 1, onder 1°)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde partij7]

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden

en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie

die [benadeelde partij7] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen

tot het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [benadeelde partij7] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of diens mededader(s)

- terwijl die [benadeelde partij7] in de schuldsanering zit en/of

- terwijl die [benadeelde partij7] een verstandelijke beperking heeft en/of

- terwijl die [benadeelde partij7] wordt begeleid door de Stichting [naam] en/of

- tegen die [benadeelde partij7] gezegd dat ze op zeer eenvoudige wijze aan geld kon komen

en/of

- die [benadeelde partij7] verteld dat ze 1000 euro, althans een geldbedrag, kon verdienen

als ze meerdere, althans één, telefoonabonnement(en) op haar naam zette en/of

- die [benadeelde partij7] in de auto vervoerd en/of

- met die [benadeelde partij7] naar de T-Mobile en/of Primafoon en/of Telfort en/of

Belcompany, althans naar een of meerdere telefoonwinkel(s) gegaan en/of

- (telkens) nadat die [benadeelde partij7] het/de telefoonabonnement(en) had afgesloten het/

de contract(en) en/of mobiele telefoon(s) ingenomen en/of van die [benadeelde partij7]

gekregen en/of

- door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [benadeelde partij7] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of

diens mededader(s) heeft kunnen bieden en/of

- terwijl die [benadeelde partij7] geen bedrag heeft ontvangen van verdachte en/of diens

mededader en/of

- terwijl die [benadeelde partij7] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij heeft ontvangen

(zaaksdossier 15)

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 augustus 2009

tot en met 21 augustus 2009 te Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij7] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere, althans één mobiele telefoon(s) en/of

contract(en), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [benadeelde partij7] gezegd dat ze op zeer eenvoudige wijze aan geld kon komen

en/of

- die [benadeelde partij7] verteld dat ze 1000 euro, althans een geldbedrag, kon verdienen

als ze meerdere, althans één, telefoonabonnement(en) op haar naam zette en/of

- waardoor die [benadeelde partij7] werd bewogen tot afgifte van meerdere, althans één

mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en/of tot het afsluiten van meerdere,

althans één, telefoonabonnement(en),

- terwijl die [benadeelde partij7] geen bedrag heeft ontvangen van verdachte en/of diens

mededader en/of

- terwijl die [benadeelde partij7] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij heeft ontvangen

(zaaksdossier 15)

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding tot het onderzoek

Naar aanleiding van diverse meldingen van frauduleuze praktijken rondom het afsluiten van telefoonabonnementen in onder meer Apeldoorn werd door de recherche Apeldoorn in oktober 2011 een onderzoek gestart.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 6 telkens primair tenlastegelegde feit (mensenhandel). Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht aan de hand van haar schriftelijk requisitoir.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van alle feiten vrijspraak dient te volgen, met uitzondering van het onder 5 subsidiair ten laste gelegde feit. Met betrekking tot het onder 5 subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Door de raadsman is onder meer – samengevat – aangevoerd dat verdachte en/of zijn mededader(s) ontkennen op enigerlei wijze dwang en/of geweld te hebben uitgeoefend of met het gebruik van geweld te hebben gedreigd. Voor het toepassen van die dwangmiddelen is ook geen steun te vinden in andere bewijsmiddelen. Dit geldt eveneens voor het gestelde feitelijk overwicht of afpersing. Dan resteert de vraag of betrokkenen door misbruik te maken van hun kwetsbare positie door verdachte zijn bewogen tot het afsluiten van telefoonabonnementen. Die kwetsbaarheid is in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht géén geobjectiveerd bestanddeel. Wil er sprake zijn geweest van een strafbaar handelen in de zin van uitbuiting, dan moet de eventuele kwetsbaarheid voor verdachte kenbaar zijn geweest, wat niet het geval was. Er is dan ook geen sprake geweest van uitbuiting, aldus de raadsman. Ter zitting heeft de raadsman het standpunt van de verdediging nader uiteengezet aan de hand van zijn pleitaantekeningen.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak mensenhandel (telkens primair, feiten 1-6)

Door de officier van justitie is er voor gekozen om de feiten (het doen afsluiten van telefoonabonnementen ter verkrijging van telefoontoestellen) primair ten laste te leggen als (een vorm van) mensenhandel.

Blijkens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet van 9 december 2004, waarbij artikel 273a (oud) van het Wetboek van Strafrecht (later vernummerd tot 273f) is ingevoerd, is bij mensenhandel steeds sprake van een vorm van uitbuiting. ‘Mensenhandel is (gericht op) uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. De staat dient strafrechtelijke bescherming te bieden tegen aantasting van het recht op deze integriteit en vrijheid’. Daarbij past ook dat de strafbaarstelling van mensenhandel is geplaatst in titel XVIII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid. De delictsomschrijving in het eerste lid, aanhef en onder 4, van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, waarop de tenlastelegging (steeds) is toegesneden, heeft haar oorsprong in de Wet van 9 december 1993 waarbij artikel 250ter (oud) Sr werd gewijzigd. Uit de Memorie van Toelichting en de Memorie van Antwoord bij dat wetsvoorstel blijkt ook dat volgens de wetgever sprake moet zijn van een ‘uitbuitingssituatie’.

De vraag of en zo ja wanneer sprake is van uitbuiting is volgens de Hoge Raad niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Daarbij komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat door de tewerksteller wordt behaald (HR 27 oktober 2009, LJN: BI7099). Verder dient het oogmerk van de dader om het slachtoffer in een uitbuitingssituatie te brengen of te houden, in te houden dat het slachtoffer in een situatie wordt gebracht of gehouden waarin het redelijkerwijs geen andere keuze heeft dan zich te laten exploiteren.

In deze strafzaak zijn diverse aangevers voor de gek gehouden door het verhaal van verdachte(n) dat, nadat zij op hun (aangevers’) naam telefoonabonnementen met gratis toestellen hadden afgesloten, hun (aangevers’) namen later uit de systemen zouden worden verwijderd. Deze handelwijze kan nog niet tot een bewezenverklaring van een op mensenhandel toegesneden tenlastelegging leiden. Weliswaar beschermt artikel 237f van het Wetboek van Strafrecht mensen tegen uitbuiting, die onder meer de in dit geval voor verdachte verrichte diensten kan omvatten, maar naar het oordeel van de rechtbank moet ook zulk handelen beoordeeld worden in de context van de door de wetgever met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht nagestreefde bescherming van de geestelijke en lichamelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid. Die te beschermen belangen zijn hier naar het oordeel van de rechtbank niet in het geding, zodat ook niet kan worden gezegd dat een uitbuitingssituatie, zoals de wetgever die heeft bedoeld en voor ogen heeft gestaan, zich hier voordoet. Daarbij speelt een rol dat bij het vervolgde handelen tussen de aangevers enerzijds en verdachte en/of zijn medeverdachte(n) anderzijds steeds sprake is geweest van relatief kortdurende contacten. Bovendien kan niet bewezen worden dat de aangevers door alleen het gebruik van misleiding als dwangmiddel een reële vrije keuze om de telefoonabonnementen al dan niet af te sluiten, is onthouden.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de hem (telkens primair) ten laste gelegde (varianten van) mensenhandel. De rechtbank zal derhalve in het kader van het steeds primair ten laste gelegde niet tot een nadere bespreking van de afzonderlijke dwangmiddelen komen. Bij beoordeling van de (meer) subsidiair ten laste gelegde feiten zal daarop waar nodig, wel worden ingegaan.

Vrijspraak afpersing feit 1 subsidiair, feit 3 subsidiair

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de hem onder 1 subsidiair en onder 3 subsidiair ten laste gelegde afpersing, nu zij deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen acht. Daartoe wordt het volgende overwogen:

[benadeelde partij1] feit 1 subsidiair

Tegenover de verbale bedreigingen waarover [benadeelde partij1] in zijn aangifte verklaart, staan de in zoverre ontkennende verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte. De rechtbank heeft mede daarom niet de overtuiging gekregen dat [benadeelde partij1] door (bedreiging met) geweld is bewogen tot de afgifte van mobiele telefoons aan verdachte en zijn medeverdachte.

[benadeelde partij3] feit 3 subsidiair

Dat het afsluiten door [benadeelde partij3] van telefoonabonnementen onder dwang of bedreiging zou hebben plaatsgevonden, zoals zij zegt, vindt volgens de officier van justitie steun in het relaas van de politie over het aanspreken van [benadeelde partij3] op 8 maart 2010 bij een winkel van T Mobile (waarbij werd waargenomen dat haar handen en benen trilden en zij aangaf te zijn geschrokken van (de komst van) de politie). Dit relaas overtuigt de rechtbank echter niet. Het gedrag van aangeefster kan ook zijn ingegeven doordat zij besefte dat er iets mis was met het aldus afsluiten van een telefoonabonnement, terwijl zij zowel in/bij de winkel als op het politiebureau tegen de politie heeft gezegd dat er niets aan de hand was.

Vrijspraak oplichting feit 3 meer subsidiair, 6 subsidiair

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen de oplichting die verdachte onder 3 meer subsidiair en 6 subsidiair is ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt:

[benadeelde partij3] (feit 3 meer subsidiair)

Tegen [benadeelde partij3] (feit 3 meer subsidiair) is gezegd dat verdachte dan wel zijn medeverdachte iemand kende die de gegevens uit het systeem zou halen, waarna aangeefster naar eigen zeggen echter te kennen heeft gegeven daar niet in te trappen. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat oplichting niet bewezen kan worden, nu niet bewezen kan worden verklaard dat [benadeelde partij3] door enig oplichtingsmiddel is bewogen tot het aangaan van één of meer telefoonabonnementen.

[benadeelde partij7] (6 subsidiair)

De rechtbank is van oordeel dat het samenstel van uitlatingen dat tegenover [benadeelde partij7] is gedaan (‘zeer eenvoudige wijze aan geld komen’ en ‘€ 1.000,- verdienen bij op naam zetten telefoonabonnementen’) onvoldoende, namelijk in de kern als één leugen, is om tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde samenweefsel van verdichtsels te kunnen komen. Om die reden zal verdachte van het onder 6 subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring oplichting feit 1 meer subsidiair, feit 2 subsidiair, feiten 4 en 5 beide telkens subsidiair.

Vast is komen te staan dat verdachte en zijn medeverdachte derden hebben bewogen om op hun naam telefoonabonnementen af te sluiten en de daarbij verkregen (gratis) telefoons aan de verdachte of de medeverdachte af te staan in ruil voor een geldelijke beloning. De rechtbank heeft (dus) niet met voldoende zekerheid kunnen vaststellen dat daarbij enige vorm van dwang is toegepast.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de hier aan de orde zijnde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden:

Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij op achttienjarige leeftijd zelf ook telefoonabonnementen heeft afgesloten, onder meer op een adres aan de [adres], en dat hij daarvan nooit rekeningen heeft gezien. Hij kwam er pas anderhalf jaar later, naar aanleiding van een BKR registratie, achter, hij was toen twintig, dat een schuld was ontstaan ter zake van door hem afgesloten telefoonabonnementen.

Ten aanzien van feit 1 meer subsidiair

Op 9 maart 2010 werd door [benadeelde partij1] [benadeelde partij1] aangifte gedaan tegen [medeverdachte] en diens neef. Hij werd op 17 februari 2010 gebeld op zijn mobiele telefoon door [medeverdachte]. Hij kende [medeverdachte] alleen van gezicht – [medeverdachte] had verkering gehad met zijn buurmeisje – en had vóór 17 februari 2010 nooit persoonlijk met hem gesproken. [medeverdachte] belde hem om te vragen hoe het met hem ging en vroeg of hij even langs mocht komen. Heel snel daarop stond [medeverdachte] al bij hem voor de deur ([adres], terwijl hij [medeverdachte] zijn adres niet had gegeven. [medeverdachte] was met een licht blauwe Ford Ka en stelde voor om in de auto te gaan zitten praten. Hij is toen bij [medeverdachte] achterin de auto gestapt en zag toen dat er iemand anders achter het stuur zat, waarvan [medeverdachte] zei dat het zijn neef was.

Meteen nadat hij was ingestapt reden ze weg en toen hij vroeg waarom ze wegreden hoorde hij [medeverdachte] zeggen dat hij telefooncontracten ging afsluiten.

Ze zijn daarop naar [adres]g aan de [adres] gereden. De neef stapte uit en kwam terug met een papiertje met daarop twee adressen. De neef zei dat hij het bovenste adres, [adres], moest opgeven bij de telefoonwinkels als zijn adres. Ze zijn daarop naar de Belcompany aan de Europaweg gereden. [medeverdachte] zei hem dat hij een contract moest afsluiten en dat hij een zwarte HTC 2 moest vragen. [medeverdachte] is met hem de winkel ingelopen en is de hele tijd naast hem blijven staan, terwijl de neef in de winkel rondliep. Hij heeft bij de Belcompany een contract afgesloten en toen hij weer buiten de winkel was heeft hij de tas met daarin de telefoon en daarin het contract aan [medeverdachte] afgegeven.

Hierna zijn ze weer in de auto gestapt en zijn ze naar de stad gereden, waar ze naar de Hi winkel aan de [adres] zijn gegaan. In de Hi-winkel moest hij een abonnement afsluiten voor een HTC 2 en een abonnement voor een Nokia. [medeverdachte] en die neef waren meegelopen in de winkel en stonden om de beurt naast hem bij het afsluiten. Na het afsluiten van de contracten pakte een van beiden de door het personeel klaargelegde tas met telefoon aan. Ze zijn vervolgens naar de winkel van T-Mobile aan de [adres] hoek [adres] gelopen. Voor de winkel van T-Mobile werd hem door de neef verteld dat hij een contract moest afsluiten voor een iPhone 16 gig. Hij is daarop de winkel binnengegaan en heeft het contract afgesloten, terwijl [medeverdachte] naast hem bleef staan en de neef in en uit liep. Buiten de winkel heeft hij de tas aan [medeverdachte] afgegeven.

Van die neef moest hij vervolgens nog bij Telfort aan de [adres] nog een abonnement voor een HTC 2 afsluiten.

Ook hier zijn beiden mee de winkel ingelopen. Hij heeft in de winkel het contract afgesloten en toen ze weer buiten de winkel waren werd de tas met de telefoon van hem afgepakt. Ze zijn vervolgens naar de auto gelopen en naar het huis aan de [adres] gereden, waar hij vervolgens mocht uitstappen. Hij zag dat de neef met alle tassen met de telefoons het huis aan de [adres] binnenliep en vervolgens zonder tassen terugkwam. Van de neef kreeg hij ook te horen dat hij (de neef) de contracten uit het archief zou halen en dat er dan niet bekend zou zijn dat hij die contracten had afgesloten. Op 7 maart 2010 werd hij gebeld door de neef van [medeverdachte]. De neef vertelde hem dat hij hem (aangever) uit het systeem had gehaald, waarop hij tegen de neef heeft gezegd dat dat niet waar was en dat hij nu met een enorme schuld zat opgescheept.

Hij heeft geen rekeningen gekregen van de telefoonmaatschappijen, omdat hij het adres [adres] te Apeldoorn had opgegeven, maar hij kreeg wel de afschrijvingen van zijn bankrekening. Hij heeft toen zijn ouders ingelicht. Hij heeft helemaal niets voor het afsluiten van de telefooncontracten gekregen.

In het dossier is opgenomen een aantal contracten ten name van [benadeelde partij1] op het adres [adres] te Apeldoorn (met):

- KPN: aanvraag mobiele telefoonsluiting [nr], abonnement Hi betreffende een HTC HD2, ingangsdatum 17 februari 2010, contracttermijn 2 jaar ;

- KPN: aanvraag mobiele telefoonsluiting [nr], abonnement Hi betreffende een Nokia x6 32GB, ingangsdatum 17 februari 2010, contracttermijn 2 jaar ;

- aanvraagformulier particuliere klant T-Mobile 06-[nr], abonnement Apple iPhone 16 GB BK 3 GS, gedateerd 17 februari 2010 contracttermijn 2 jaar;

- overeenkomst Particuliere contractant Telfort 06-[nr], abonnement Telfort Belbundel 2008, contracttermijn 24 maanden, gedateerd 17 februari 2010 .

Door de politie is een aanvullend proces-verbaal opgemaakt, onder meer over de twee contracten bij KPN, waar onder aan als datum op de documenten is vermeld 8 maart 2010. Navraag bij de functioneel manager van de Hi-winkel leerde dat de datum van 8 maart 2010 de datum is waarop de contracten zijn uitgeprint. Vermoedelijk is aangever later terug gekomen om de contracten op te vragen en dat zal op 8 maart 2010 zijn geweest.

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij [benadeelde partij1] [benadeelde partij1] vanaf 2010 kent van het ROC [naam]. Hij [benadeelde partij1] niet erg goed, hij zag hem enkel af en toe op school. Toen dat met die telefoons van [benadeelde partij1] gebeurde, had [verdachte] die lichtblauwe Ford Ka bij zich. [verdachte] is met [benadeelde partij1] gaan praten. [verdachte] zei vervolgens dat hij met [benadeelde partij1] geld ging maken. [verdachte] heeft hem – [medeverdachte] – daarop gevraagd [benadeelde partij1] te bellen, wat hij ook heeft gedaan. [verdachte] heeft [benadeelde partij1] uitgelegd hoe en wat, dat hij geld kon verdienen maar dan zijn bankpas en legitimatie moest meenemen. Er is toen een afspraak gemaakt voor de volgende dag. [verdachte] heeft hem gevraagd of hij ([medeverdachte]) ook meeging en dat hij dan ook geld kreeg. Ze hebben met de auto [benadeelde partij1] opgehaald voor zijn huis. [verdachte] heeft tegen [benadeelde partij1] gezegd dat hij iemand kende die alles voor [benadeelde partij1] ging regelen, dat [benadeelde partij1] telefoons zou krijgen en geen problemen.

Zij zijn met de auto naar de stad gereden en zijn gedrieën de Telfort winkel binnengegaan. [verdachte] had al een telefoon uitgekozen en heeft tegen [benadeelde partij1] gezegd welk abonnement hij moest nemen. [benadeelde partij1] heeft vervolgens dat abonnement afgesloten. [verdachte] heeft [benadeelde partij1] gevraagd of hij nog een abonnement kon afsluiten, dan zou hij die telefoon ook van [benadeelde partij1] kopen. Hij ([medeverdachte]) is zelf weer in de auto gaan zitten. [verdachte] is daarna nog met [benadeelde partij1] naar een andere telefoonwinkel geweest. [benadeelde partij1] kwam met drie telefoons terug. De toestellen heeft [benadeelde partij1] verkocht aan [verdachte]. Dat was een Blackberry voor € 150,- en twee andere telefoons voor € 250,- per stuk. [medeverdachte] ontkent dat [benadeelde partij1] is gedwongen of bedreigd voor het afsluiten van de telefoonabonnementen. [benadeelde partij1] heeft er geld voor gekregen en is niet onder druk geze[verdachte]rdachte] heeft verklaard dat [benadeelde partij1] [benadeelde partij1] een vriend was van [medeverdachte]. Hij heeft [benadeelde partij1] leren kennen toen deze bij hem in de auto stapte in verband met een afspraak die [medeverdachte] met [benadeelde partij1] had gemaakt. Het was een vrij slome jongen, zo’n coffeeshop type. Als je tegen hem zou zeggen wil je geld verdienen, dan zou hij direct ja zeggen. Hij blowde ook en had geld nodig. Hij heeft [benadeelde partij1] die dag voor het eerst ontmoet en heeft hem daarna nooit meer gezien. [benadeelde partij1] is niet gedwongen om mee te gaan in de auto. Hij is ook uit zichzelf de winkel in gegaan. [medeverdachte] vertelde hem dat je zo ook geld kon krijgen en [benadeelde partij1] had geld nodig. [medeverdachte] heeft hem het verhaaltje verteld van je kan abonnementen afsluiten op naam en je zult er geen rekening van krijgen. We zullen de toestellen verkopen en jij krijgt dan je deel.

Volgens [verdachte] ging het om 4 of 5 toestellen. Wat er over de verdeling is afgesproken weet hij niet meer, maar [benadeelde partij1] kreeg 3 à 400 euro. Hij kreeg de helft van het overgebleven geld en [medeverdachte] nam de andere helft. [medeverdachte] had dat zo afgesproken.

Ter terechtzitting heeft verdachte in dezelfde zin verklaard als destijds bij de politie in oktober 2011.

Zoals hiervoor reeds is overwogen, acht de rechtbank niet bewezen dat sprake is geweest van geweld of bedreiging met geweld. Beoordeeld moet worden of er sprake is van oplichting zoals onder feit 1 meer subsidiair is ten laste gelegd.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich, in vereniging, schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [benadeelde partij1] door hem valselijk, listiglijk danwel bedrieglijk en in strijd met de waarheid te vertellen dat het (telefoon)contract uit het archief zou worden gehaald en te zeggen welk adres hij moest opgeven bij de telefoonwinkels.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair

Op 25 februari 2010 verscheen er op het politiebureau te Apeldoorn een persoon die aangifte wilde doen. Zij heeft toen aangegeven dat zij die dag samen met ene [verdachte] een drietal telefoonabonnementen had afgesloten en dat [verdachte] haar voor de telefoons € 100,- had betaald en vervolgens was verdwenen. Aangeefster werd op dat moment door de politie teruggestuurd naar de zorginstelling waar zij verbleef aangezien het een civiele kwestie betrof. De persoon in kwestie betrof [benadeelde partij2] .

In het kader van het door de politie ingezette onderzoek werd een werknemer van de KPN winkel in Deventer gehoord. Deze werknemer ([werknemer]) kon zich herinneren dat er op 25 februari 2010 een negroïde meisje, [benadeelde partij2], in de winkel was gekomen om telefoonabonnementen op te zeggen om dat zij deze abonnementen onder dwang had afgesloten. Naar aanleiding hiervan is door de politie contact gezocht met [benadeelde partij2].

Door [benadeelde partij2] is op 5 september 2012 aangifte gedaan. Zij heeft verklaard dat zij op 25 februari 2010 aangifte had willen doen. In die tijd was zij via een vriendin, [betrokkene2], in contact gekomen met twee jongens, ene [medeverdachte] en een Joegoslavische jongen uit Apeldoorn Zuid waarvan zij de naam niet weet. Zij had geld nodig en [betrokkene2] wist een manier hoe zij aan geld kon komen. Die beide jongen konden haar daar bij helpen. Met de beide jongens had zij de dag ervoor een ontmoeting op het marktplein in Apeldoorn. Allebei de jongens hebben haar uitgelegd wat zij moest doen en hoe het zou werken. De Joegoslavische jongen was degene die overal het initiatief in nam. Die jongen zei tegen haar dat als zij tenminste tien abonnementen zou afsluiten zij daarvoor geld zou krijgen. Hij kende een vriend bij een telefoonzaak. Die vriend zou de abonnementen uit het systeem halen, zodat zij geen abonnementen op haar naam zou krijgen. Aangeefster dacht dat het wel goed zou zijn, want hoe hij het uitlegde, kwam voor haar overtuigend over.

De volgende dag werd zij door de Joegoslavische jongen en [medeverdachte] opgehaald met een auto en samen zijn zij naar Deventer gegaan naar de KPN winkel. Zij is samen met [medeverdachte] de KPN winkel ingegaan. [medeverdachte] had haar kort daarvoor uitgelegd wat zij moest doen en gaf haar een papiertje met een adres dat zij moest opgeven bij het afsluiten van het telefooncontract. Zij moest het adres [adres] opgeven omdat zij later uit het systeem gehaald moest worden. Dit vertelde zowel [medeverdachte] als de Joegoslavische jongen. In de winkel heeft zij een telefoonabonnement afgesloten. Het winkelpersoneel keek nog wel raar om dat zij zelf eigenlijk niet veel zei en [medeverdachte] haar elke keer influisterde wat zij moest doen. Toen zij het abonnement had afgesloten en naar buiten ging moest zij de telefoon en het contract aan [medeverdachte] afgeven.

Daarna is zij nog in een aantal andere telefoonwinkels in Deventer geweest om abonnementen af te sluiten, maar dat is mislukt, de ene keer omdat het personeel zag dat zij al een abonnement had afgesloten en de andere keer omdat het personeel vermoedelijk de beide jongens had herkend. Vanuit Deventer zijn ze vervolgens naar Apeldoorn gegaan. Zij dacht toen dat er iets niet klopte. In Apeldoorn zij twee abonnementen afgesloten, één voor een Iphone bij de Belcompany richting Ugchelen en één bij de Belcompany in de stad voor een HTC. In totaal heeft zij drie telefoonabonnementen afgesloten en heeft daarvoor € 150,- gekregen.

Uit een schuldenoverzicht van bewindvoerderskantoor [naam] blijkt dat aangeefster [benadeelde partij2] een schuld heeft bij T-Mobile van € 1524,32 en aan KPN van € 2.490,63.

In het dossier is voorhanden een contract ten name van aangeefster [benadeelde partij2] op het adres [adres], ziende op een Aanvraag mobiele telefoonaansluiting KPN betreffende het nummer [nr], gedateerd 25 februari 2010.

Door de medeweker van de KPN winkel in Deventer is verklaard dat hij op 18 maart 2010 een man en een vr[adres]n de [adres] zal binnen komen. Hij herkende de man als de man die ook al op 25 februari 2010 samen met een negroïde meisje [benadeelde partij2] een abonnement in de winkel had afgesloten. Zijn collega [collega] vertrouwde het meteen al niet. [benadeelde partij2] is de dag daarop terug gekomen omdat zij onder dwang het abonnement had afgesloten. Nu – 18 maart 2010 – kwam deze man met een ander meisje de winkel ingelopen. [collega] herkende de man ook. Het meisje ging mee in alles wat de man zei. Getuige hoorde dat de man zei dat het meisje op zoek was naar een ander abonnement. Als [collega] iets vroeg aan het meisje, keek het meisje eerst naar die man, die vervolgens antwoordde. Omdat [collega] het niet vertrouwde zei ze dat het telefoontoestel wat ze wilden hebben niet op voorraad was en dat de zou bellen als het weer op voorraad was. De man en de vrouw verlieten daarop de winkel.

Hij zag vervolgens in de [adres] een kale man staan met gladgeschoren hoofd en een dun lijnbaardje vanaf zijn oren naar zijn mond en daar een ringbaardje omheen, ongeveer 1.70 meter lang met een fors postuur staan met een Belcompany tas in zijn hand. Naast deze man stond nog een man van ongeveer 1.83 meter lang, slank postuur, krullend middenblond haar en een bruin petje van Louis Vuiton op met de cap naar voren. Deze mannen hoorden duidelijk bij elkaar. Die kale man herkende hij van de 25 februari 2010. Toen zag hij deze kale man samen met de eerstgenoemde man en mevrouw [benadeelde partij2] in hun winkel. De kale man sprak hem toen aan en hij had het idee dat de man hem af wilde leiden van de andere man en mevrouw [benadeelde partij2]. De kale man had de andere man ook nog aangesproken in de winkel. De kale man was mij toen extra opgevallen, omdat hij het genoemde baardje op zijn gezicht had getekend met een soort make up, dit was overduidelijk te zien. Even later zag hij de eerdergenoemde man en het meisje vanuit de richting Korte Bisschopstraat komen lopen, ongeveer veertig meter af van de kale man. Volgens getuige hoort deze kale man bij de man die met het meisje in hun zaak was. Hij zag dat de man en het meisje de T-Mobile zaak inliepen. Hij is daarna teruggelopen naar de winkel om opnieuw de politie te bellen, omdat hij vermoedde dat dat meisje onder dwang abonnementen moet afsluiten [verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte] het meisje [benadeelde partij2] kende. Wanneer hij door de politie wordt geconfronteerd met een verklaring van een getuige dat hij - [verdachte] – op de 25e februari 2010 met [benadeelde partij2] in de KPN winkel in Deventer is geweest, verklaart hij daar inderdaad te zijn geweest en dat hij samen met [medeverdachte] met haar is meegelopen. Dat is niet onder dwang gebeurd. [medeverdachte] zei nog dat zij het niet hoefde te doen als zij niet wilde, maar zij had geld nodig.

Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij [benadeelde partij2] absoluut niet kende en dat hij wat met [medeverdachte] heeft meegepraat. Hij is niet in de KPN winkel geweest. Hij heeft onder meer gezegd dat hij zelf nooit problemen had gehad met het afsluiten van telefoonabonnementen en daarvan geen rekening had ontvangen.

Nu er verscheidene leugens aan aangeefster zijn verteld over de voordelen van het afsluiten van telefoonabbonnementen die bovendien niet op haar naam zouden komen te staan en er sprake is geweest van het gebruik van de list van het opgeven van een vals adres komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van deze op overtreding van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht gebaseerde tenlastelegging.

Ten aanzien van feit 4 subsidiair

Op 28 april 2011 werd door [benadeelde partij4] aangifte gedaan van oplichting. Hij heeft verklaard dat hij op 11 februari 2011 met een vriend, [betrokkene3], naar een flat aan de [adres] is gegaan, waar ene [betrokkene5] woonde. Vijf minuten later kwam daar een man, ene [betrokkene4] - licht getinte huidskleur -, die meteen een bolletje cocaïne op tafel gooide. Hij – aangever – heeft deze cocaïne gerookt. Daarna kwam er een heel verhaal dat hij veel geld kon verdienen en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken over geld en drugs. [betrokkene4] vroeg of hij een legitimatiebewijs en bankpasje bij zich had. [betrokkene4] ging vervolgens bellen en gaf zijn gegevens aan iemand door. [betrokkene4] zei hem vervolgens dat het goed was en dat hij veel geld kon verdienen met het afsluiten van telefoonabonnementen. [betrokkene4] vertelde dat hij 3000 euro per telefoon kon verdienen. [betrokkene4] vertelde dat hem - aangever - niets kon gebeuren omdat [betrokkene4] mensen kende die het abonnement ongedaan konden maken. Hij vertelde dat hij mensen kende die in een telefoonwinkel werkten en hackers die zijn naam zouden laten verdwijnen.

Aangever verklaart verder dat hij de helft van het verhaal van [betrokkene4] niet bewust heeft meegemaakt omdat hij onder invloed was na het pijpje cocaïne, het leek dat hij nergens meer ‘nee’ tegen kon zeggen. Ze hadden hem alles vragen en hij zou daarop ‘ja’ hebben gezegd. [betrokkene4] vertelde daarna dat ze naar een winkel gingen en gaf instructie wat hij - aangever - moest doen. Hij gaf aan welk telefoonmerk en model hij moest halen, iets van een Galaxy. Hij moest het adres [adres] opgegeven. [betrokkene4] schreef dat adres op aangevers hand. [betrokkene4] vertelde dat dit adres al heel veel was gebruikt en dat het altijd goed was gegaan. Voordat hij samen met [betrokkene4] naar de telefoonwinkel ging is [betrokkene4] met hem langs de ABN AMRO bank gereden omdat hij – aangever – geen geld op zijn rekening had staan en dat was nodig om een telefoonabonnement te kunnen afsluiten. [betrokkene4] heeft tien euro op zijn rekening gestort en vervolgens zijn ze naar de telefoonwinkel Belcompany aan de Europaweg gereden. [betrokkene4] heeft hem tot de winkel begeleid. Hij heeft vervolgens in de winkel een abonnement afgesloten. [betrokkene4] zat buiten in de auto te wachten. [betrokkene4] pakte toen hij in de auto stapte het tasje met de telefoon en andere spullen van hem af. Hij kreeg vervolgens drie pakketjes cocaïne en heroïne en € 40,- van [betrokkene4] en hij hoorde [betrokkene4] vervolgens met iemand bellen en zeggen dat hij er al ‘eentje’ had. [betrokkene4] heeft hem daarna weer afgezet bij de flat. Daarna is hij met [betrokkene4] nog naar een telefoonwinkel van Telfort in het centrum van Apeldoorn geweest. Die keer ging [betrokkene4] mee de winkel in. Hij heeft in die winkel 1 abonnement afgesloten. [betrokkene4] maakte de keuze welke telefoon en welk abonnement werd afgesloten. Hij heeft facturen van belkosten, abonnementskosten en aansluitkosten. De abonnementen lopen twee jaar door.

Aangever [benadeelde partij4] heeft op 18 februari 2011 al aangifte willen doen van dit feit, maar er is toen door de politie geen aangifte opgenomen omdat er van uit werd gegaan dat het om een civiele zaak ging. Door [benadeelde partij4] is destijds in grote lijnen eenzelfde verklaring afgegeven als op 28 april 2011[verdachte]rdachte] heeft verklaard dat [benadeelde partij4] twee telefoons heeft gehaald, volgens hem Samsungs. Hij heeft hem gelijk geld betaald toen hij de telefoons kreeg. Hij heeft [benadeelde partij4] alles op een nette manier verteld.

[verdachte] heeft verder verklaard dat hij wel eens zegt: “Ik ben [alias]”. [betrokkene3] is een vriend van zijn vader. [benadeelde partij4] was er ook een keer bij. Hij wilde ook toestellen. Hij heeft hem netjes alles verteld op een nette manier. Dat hij misschien maar een of twee toestellen kon aanschaffen omdat hij in BKR stond. Hij heeft hem verteld dat hij zelf nooit een rekening heeft gehad.

Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij [benadeelde partij4] aantrof bij zijn vader in de woning en dat [benadeelde partij4] hem vertelde dat hij problemen had. Hij hem [benadeelde partij4] toen verteld over het afsluiten van telefoonabonnementen en hem ook gezegd dat hij misschien wel een rekening zouden kunnen krijgen. [benadeelde partij4] wilde daar over nadenken maar heeft een paar uur later toch twee abonnementen afgesloten. [benadeelde partij4] heeft daar € 50,- of € 100,- voor gehad en hij heeft de twee telefoons in de stad verkocht.

Nu aangever met ten minste drie leugens is verleid tot het afsluiten van telefoonabonnementen is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een samenweefsel van verdichtsels zoals ten laste is gelegd.

Ten aanzien van feit 5 subsidiar [verdachte] heeft ten aanzien van dit feit verklaard dat [benadeelde partij6] en [benadeelde partij5] twee Turkse meisjes die hij heeft leren kennen via [betrokkene1]. Hij – [verdachte] – woonde toen aan de [adres]. [betrokkene1] kwam toen bij hem en zei dat hij twee meisjes voor hem had voor het afsluiten van abonnementen. Hij is de volgende dag met [betrokkene1] naar Arnhem gegaan. [betrokkene1] had contact met de meisjes via ping en ze hebben de meisjes in Arnhem Zuid opgehaald. Vervolgens zijn ze naar Apeldoorn gegaan de meisjes hebben daar de abonnementen afgesloten terwijl [betrokkene1] en hij op de meisjes wachtten in de auto. Nadat het afsluiten van de abonnementen was afgerond zijn ze naar de grote bibliotheek gegaan, omdat [betrokkene1] had gezegd dat ze zogenaamd iets moesten uitprinten. Hij had een verhaaltje klaar gestoomd dat er geen rekeningen kwamen en dat ze kopieën moesten maken van een factuurtje. Hij - [verdachte] - heeft de telefoons verkocht aan [betrokkene6] in Zuid. De meisjes hebben niets gekregen.

[benadeelde partij5] heeft op 21 februari 2011 aangifte gedaan van chantage, afpersing op gepleegd op vrijdag 18 februari 2011 te Apeldoorn. [benadeelde partij5] is diezelfde dag nogmaals gehoord. Zij heeft toen verklaard dat zij die vrijdag met haar vriendin [benadeelde partij6] achter de computer aan het msn’en was. Een jongen die ze niet kende sprak haar aan. Hij zei: “[benadeelde partij5] wil je geld verdienen?”. Hij zei dat hij een baantje voor haar had als ze dat zou willen. Het was heel makkelijk werk en het verdiende goed. Ze had alleen een pinpas nodig en haar identiteitskaart. Ze moesten niet denken aan iets illegaals. Ze konden € 1.000,- verdienen. Na overleg met [benadeelde partij6] besloten ze het samen te doen.

De jongen zei dat hij hen kwam ophalen. Ze zouden naar Apeldoorn gaan want daar was het werk. Ze werden opgehaald in Arnhem met een blauw/grijze BMW. Achter het stuur zat een onbekende jongen. Naast deze jongen zat de jongen van msn. Aangeefster herkende hem van zijn foto op msn. Op zijn msn staat dat hij [betrokkene1] heet. De jongens stilden zich voor en reden vervolgens direct naar Apeldoorn. Onderweg vertelde de jongens wat ze moesten doen. De bestuurder was hoofdzakelijk aan het woord. Ze zeiden dat het legaal werk was. Ze vertelden dat ze abonnementen moesten afsluiten voor telefoons. Ze moesten in een bepaalde volgorde de winkels af. Eerst de Hi, vervolgens Vodafone en als laatste Belcompany. Als ze een abonnement hadden afgesloten moesten ze de telefoon en de contracten naar de jongens brengen. De jongens vertelden hen dat ze per winkel drie abonnementen konden afsluiten. Ze zouden direct het geld krijgen. Ze gingen als eerste naar de Hi winkel. Ze sloten allebei een abonnement af. Dit kostte ongeveer € 30,- per maand en hierbij kregen we ze de Samsung Galaxy. Ze gaven de telefoons af aan de jongens. De jongen vroeg ook om het contract, maar deze moest uitgeprint worden. De jongen achter het stuur zei dat ze naar de volgende winkel moesten gaan. Ze liepen de Vodafone winkel binnen en konden daar maar één abonnement afsluiten. Ook deze telefoon brachten ze naar de jongens.

Vervolgens moesten ze naar Belcompany. De jongen die naast de bestuurder zat liep een stuk met hen mee om de weg te wijzen. Hij wees de winkel en zei dat ze op moesten schieten. [benadeelde partij6] sloot twee contracten af. Ze stapten weer in de auto. Vervolgens zijn ze naar de bibliotheek in Apeldoorn gereden om daar de contracten uit te printen, maar deze bleek te zijn gesloten. Daarna zijn ze om de hoek bij de muziekschool geweest, maar daar konden ze niet printen. Toen ze vervolgens terugliepen naar de auto bleek de auto verdwenen te zijn.

Aangeefster wilde aangifte doen van het feit dat ze onder dwang telefoonabonnementen moest afsluiten. De baas van de jongen die achter het stuur zat kon gegevens van de contracten wissen bij KPN.

Door de verkoper van het filiaal van Vodafone aan de [adres] is een factuur overgelegd ten name van [benadeelde partij5], gedateerd 18 februari 2011, met betrekking tot een afgesloten telefoonabonnement ziende op een Samsung Galaxy telefoonnummer [nr] contractduur 24 maanden.

Door de verkoper van het filiaal van Hi aan de [adres] is overgelegd een contract aanvraag mobiele telefoonaansluiting KPN ten name van [benadeelde partij5], ingangsdatum 18 februari 2011, met betrekking tot een Samsung GalaxyS, telefoonnummer [nr], contractduur 2 jaar ad € 49,50 per maand en een contract aanvraag mobiele telefoonaansluiting KPN ten name van [benadeelde partij6], ingangsdatum 18 februari 2011, met betrekking tot een Samsung GalaxyS, telefoonnummer [nr], contractduur 2 jaar ad € 49,50 per maand.

[benadeelde partij6] heeft op 21februari 2011 aangifte gedaan van chantage, afpersing gepleegd op 18 februari 2011 aan de [adres]. Zij was gedwongen om drie telefoonabonnementen af te sluiten. [benadeelde partij6] is diezelfde dag nogmaals gehoord. Zij heeft toen verklaard dat haar vriendin [benadeelde partij5] die vrijdag via de ping op haar Blackberry was benaderd door [betrokkene1]. [betrokkene1] zei of zij mensen kende die snel geld wilden verdienen. Duizend euro voor een uurtje. [benadeelde partij5] vroeg wat ervoor gedaan moest worden. [betrokkene1] pingde terug, niet veel je hebt er alleen je pinpas en je id kaart voor nodig en je moet achttien jaar zijn. Ook pingde hij dat het legaal was. [benadeelde partij5] en zij besloten beiden om hieraan mee te werken.

Ze werden opgepikt door [betrokkene1] en zijn vriend met een donkerkleurige BMW. Ze zeiden dat ze zelf niet in de telefoonwinkels naar binnen konden omdat ze dan herkend zouden worden. Ze hadden alleen belangstelling voor Samsung Galaxy en de codes van de telefoon. Wat aangeefster er van heeft begrepen was dat zij het abonnement op haar naam afsloot, zij vervolgens de contracten en de telefoon aan hen af gaf en zij brachten deze contracten naar een andere persoon. Deze persoon had de software van KPN.

Die persoon had zelf bij KPN gewerkt en had daar de software gestolen. Hij kraakte dan de code van de Samsung Galaxy. Hij kon dan in het systeem van de telefoonwinkel waar hij hun gegevens verwijderde. De telefoons verkochten ze op de zwarte markt.

Omstreeks 15.00 uur zijn ze in Apeldoorn aangekomen. Met [benadeelde partij5] is ze als eerste de Hi winkel binnengegaan. Ze heeft daar een abonnement bij KPN afgesloten. Dat is het abonnement dat is afgesloten op 18 februari 2011 om 15.23 uur. [benadeelde partij5] heeft daar een soortgelijk abonnement afgesloten. De jongens zijn niet mee geweest de winkel in. Ze moesten de telefoons afleveren bij de jongens en zijn gelijk naar de Vodafone winkel gegaan. De contracten zouden via email worden opgestuurd. Bij de Vodafone winkel heeft [benadeelde partij5] een contract afgesloten. Ze zijn daarna samen met [betrokkene1] naar de Belcompany gelopen. Toen de winkel in zicht kwam is hij niet verder meegegaan. Ze heeft daarna bij de Belcompany twee contracten afgesloten. Die contracten kreeg ze gewoon in de hand. De kopieën van de contracten heeft ze vandaag opgevraagd om te gebruiken bij haar aangifte.

Ze hebben elkaar daarna ontmoet bij de McDonalds. Ze moesten de contracten nog uitprinten. Daarna bleek dat beiden weg waren. Ze is op geen enkele wijze gedwongen om deze contracten af te sluiten. Ze dacht dat ze op een makkelijk manier van haar schulden afkon komen, en nu heeft ze nog meer schulden erbij. Ze heeft drie contracten en [benadeelde partij5] twee.

Door aangeefster [benadeelde partij6] zijn bij haar aangifte overgelegd:

- een contract mobiele telefoonaansluiting Vodafone telefoonnummer [nr] op naam van [benadeelde partij6], contractduur 24 maanden ad € 45,99 per maand;

- een contract mobiele telefoonaansluiting Vodafone telefoonnummer [nr] op naam van [benadeelde partij6], contractduur 24 maanden ad € 45,99 per maand;

- een contract aanvraag mobiele telefoonaansluiting KPN telefoonnummer [nr] op naam van [benadeelde partij6], contractduur 2 jaar ad € 49,50 per maand, ingangsdatum 18 februari 2011.

De filiaalmanager van de Belcompany heeft verklaard dat hij op 18 februari 2011 de beide meisjes te woord heeft gestaan en dat met [benadeelde partij6] een contract is afgesloten voor een Samsung GalaxyS met gsmnummer [nr] en een Samsung Galaxy 6 met gsmnummer [nr].

Door [betrokkene1] is over dit feit eveneens een verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat zijn rol beperkt is gebleven dat het meerijden. Het gaat om die twee meisjes uit Arnhem. Eentje kan hij zich nog herinneren, [benadeelde partij5] of zoiets. Hij is samen met [verdachte] naar die meisjes in Arnhem gereden met de blauwe BMW. Die meisjes zijn daar ingestapt en ze zijn vervolgens naar Apeldoorn gereden. [verdachte] heeft in de auto precies verteld wat ze moesten doen. Ze zouden veel geld krijgen, maar ze hebben niks gekregen. [verdachte] vertelde in de auto dat hij iemand daar binnen had werken in die telefoonwinkel en dat diegene hun naam wel uit het systeem zou halen. Ze moesten die telefoons uit de winkel halen en abonnementen afsluiten. Die meisjes zouden dan € 1.000,- per persoon overhouden. Die meisjes wilden het zelf en zijn niet gedwongen. Ze zijn naar Apeldoorn gereden. Ze hebben daar abonnementen gedaan. [verdachte] stuurt meisjes de winkel in en zegt dat ze een telefoon moeten halen. Ze sluiten abonnementen af en komen terug. Zij zaten te wachten in de auto. De meisjes gingen samen.

Nu de aangeefsters door leugens over het verdienen van geld en over het verwijderen van hun gegevens uit het systeem van de telefoonmaatschappij zijn verleid tot het afsluiten van telefoonabonnementen is naar oordeel van de rechtbank sprake van een samenweefsel van verdichtsels, zoals is ten laste gelegd in de op overtreding van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht toegesneden tenlastelegging.

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot de volgende bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair, 4 subsidiair en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen op 17 februari 2010 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door één of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij1] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contract(en),

en

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen

hebbende verdachte en/of zijn mededader (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [benadeelde partij1] gezegd dat het contract uit het archief gehaald zou gaan worden en

- tegen die [benadeelde partij1] gezegd welk adres hij moest opgeven bij de telefoonwinkels en/of

- (telkens) nadat die [benadeelde partij1] het telefoonabonnement had afgesloten tegen die

[benadeelde partij1] gezegd dat hij de tas met de telefoon moest afgeven,

- waardoor die [benadeelde partij1] werd bewogen tot afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contracten en het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen,

- terwijl die [benadeelde partij1] rekeningen van de telefoonmaatschappijen heeft ontvangen;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2010 tot en met 18 maart 2010 te Deventer en te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door één of meer listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij2] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contract(en)

en

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [benadeelde partij2] gezegd dat als zij tenminste tien telefoonabonnementen zou afsluiten, zij daar geld voor zou krijgen en

- tegen die [benadeelde partij2] gezegd dat hij verdachte en/of diens mededader iemand kende(n) die het/de abonnement(en) uit het systeem zou halen en

- aan die [benadeelde partij2] een adres gegeven dat zij moest opgeven bij de telefoonwinkel(s),

- waardoor die [benadeelde partij2] werd bewogen tot afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contract(en) en het afsluiten van meerdere telefoonabonnement(en),

- terwijl die [benadeelde partij2] een bedrag van 150 euro heeft ontvangen van verdachte en/of diens mededader en

- terwijl die [benadeelde partij2] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft ontvangen;

4.

hij op tijdstippen op 11 februari 2011 te Apeldoorn (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij3] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contract(en) en tot het aangaan van een schuld, te weten meerdere telefoonabonnementen,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- die [benadeelde partij4] verteld dat hij verdachte een methode wist om veel geld te verdienen en die [benadeelde partij4] verteld dat hij zich nooit meer zorgen hoefde te maken over geld en/of drugs en

- die [benadeelde partij4] verteld dat hij veel geld kon verdienen door meerdere telefoonabonnementen af te sluiten en

- die [benadeelde partij4] verteld dat hij 3000 euro per telefoon kon verdienen en

- die [benadeelde partij4] verteld dat hem niets kon gebeuren, omdat hij verdachte mensen kende (die in de telefoonwinkels werkten) die het/de abonnement(en) ongedaan konden maken en/of hackers kende die [benadeelde partij4] naam konden laten verdwijnen en

- waardoor die [benadeelde partij4] werd bewogen tot afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contract(en) en het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen,

- terwijl die [benadeelde partij4] 40 euro heeft ontvangen van verdachte

en

- terwijl die [benadeelde partij4] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij heeft ontvangen;

5.

hij op tijdstippen op 18 februari 2011 te Arnhem en te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij6] en [benadeelde partij5] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contract(en) en

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen

hebbende verdachte en/of zijn mededader (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [benadeelde partij5] gezegd dat het legaal was en

- tegen die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] gezegd dat haar/hun gegevens uit het systeem verwijderd zouden worden,

- waardoor die [benadeelde partij6] en [benadeelde partij5] werden bewogen tot afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contract(en) en het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen,

- terwijl die [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij6] geen bedrag heeft/hebben ontvangen van verdachte en/of diens mededader en

- terwijl die [benadeelde partij5] en [benadeelde partij6] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij heeft/hebben ontvangen.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1 meer subsidiair, 2 subsidiair en 5 subsidiair telkens: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd,

feit 4 subsidiair: oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake de door haar bewezen geachte feiten (feiten 1 tot en met 6 telkens het primair tenlastegelegde) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. De officier van justitie heeft daarbij met name laten wegen de ernst van de gepleegde feiten. Verdachte heeft over drie jaar verspreid in verschillende combinaties mensen besodemieterd door hen middels misleiding en/of misbruik te maken van hun kwetsbare positie te bewegen telefoonabonnementen af te sluiten, waardoor de personen met hoge schulden zijn geconfronteerd. In totaal zijn 24 abonnementen afgesloten, waarbij elk feit op zich qua strafmaat in de visie van het openbaar ministerie vergelijkbaar is met het oriëntatiepunt dat in het kader van het LOVS wordt gehanteerd voor woninginbraken. Het strafblad van verdachte geeft te zien dat hij is veroordeeld voor vele vermogensdelicten, hetgeen duidt op een bepaalde wijze van geld genereren/verdienen. Aangezien het hier echter om een samenloop van verschillende feiten gaat, het oude feiten betreft, ten aanzien van feit 6 de redelijke termijn is overschreden en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, is een straf zoals geëist volgens de officier van justitie op zijn plaats.

Door de raadsman is aangevoerd dat ingeval de rechtbank tot enige bewezenverklaring mocht komen, hetgeen in de visie van de verdediging enkel kan zien op de onder 5 subsidiair ten laste gelegde oplichting, het opleggen van een taakstraf kan worden overwogen. Voor zover de rechtbank tot een meer omvattende bewezenverklaring mocht komen, heeft de raadsman er op gewezen dat het gaat om oude feiten, terwijl wat betreft het onder 6 ten laste gelegde feit de redelijke termijn volgens hem in ernstige mate is overschreden.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich al dan niet met een ander diverse keren schuldig gemaakt aan oplichting. Aangevers was voorgespiegeld dat zij makkelijk snel geld konden verdienen en niets meer van de zaak zouden horen, omdat hun gegevens uit het systeem zouden worden gehaald. Nadien zijn aangevers echter toch geconfronteerd met vorderingen van de telefoonmaatschappijen in verband met de door hen afgesloten abonnementen. Hoewel de aangevers wel konden vermoeden dat bepaalde zaken niet pluis waren, zijn zij door verdachte en/of zijn mededader bewogen tot het aangaan van telefoonabonnementen en hebben zij de daardoor verkregen telefoons afgegeven aan verdachte danwel zijn mededader. Dat daardoor voor hen financieel nadeel is ontstaan is evident. Verdachte en/of zijn mededader hebben zich kennelijk laten leiden door het snelle en makkelijke financiële gewin en hebben zich er niet om bekommerd dat dit voor de aangevers nog een gevoelig financieel gevolg zou kunnen hebben. Door toedoen van verdachte zijn ingevolge hetgeen door de rechtbank bewezen is geacht 14 à 15 telefoonabonnementen afgesloten ten koste van een vijftal aangevers/slachtoffers.

Ten nadele van verdachte weegt verder dat hij in het verleden is veroordeeld terzake van onder meer vermogensdelicten, waaraan ook een element van het verkrijgen van financieel gewin kan worden ontleend. De rechtbank houdt bij de strafoplegging op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de veroordelingen die blijkens zijn strafblad aan verdachte zijn opgelegd nadat de onderhavige feiten zijn gepleegd. Ten aanzien van feit 6 is sprake van schending van de redelijke termijn.

De rechtbank neemt tevens in aanmerking dat zij anders dan de officier van justitie tot een andersoortige bewezenverklaring komt van bovendien een beperkter aantal feiten. De rechtbank hanteert in beginsel als globale maatstaf voor oplichting met betrekking tot één abonnement een gevangenisstraf van vijf weken. De rechtbank acht het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf – te weten een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk – op zijn plaats. Het voorwaardelijk deel dient er toe om te voorkomen dat verdachte zich opnieuw inlaat met dit soort praktijken.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [benadeelde partij1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 7.929,48 (materieel € 6.929,48 – rekeningen KPN, T-Mobile en Hi –, immaterieel € 1.000,00), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

[benadeelde partij2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 5.136,42 (materieel € 4.636,42 – rekeningen KPN, T-Mobile en Vodafoon –, immaterieel € 500,00), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [benadeelde partij3] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.970,82 (materieel € 1.970,82 – abonnement Vodafoon –, immaterieel € 1.000,00), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [benadeelde partij4] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.287,20 (materieel – rekeningen Vodafoon –), gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen integraal kunnen worden toegewezen. De vorderingen van [benadeelde partij1] en [benadeelde partij2] zijn wat het materiële gedeelte betreft voldoende onderbouwd. De vordering van [benadeelde partij3] kan wat de materiële schade betreft door de rechtbank ambtshalve worden beoordeeld op grond van de stukken die in het proces-verbaal zijn opgenomen (p. 178 tot en met p. 183), terwijl de door [benadeelde partij4] geleden materiële schade eveneens kan worden vastgesteld op basis van wat in het proces-verbaal van de politie is gerelateerd. De telkens door de benadeelden gevorderde immateriële schade is in de visie van de officier van justitie eveneens voor toewijzing vatbaar, gelet op de impact die de onderhavige feiten op de betrokkenen heeft gehad. Daarnaast heeft de officier gevorderd de hoofdelijkheidsclausule toe te passen, voor zover van toepassing, en de gevorderde wettelijke rente toe te wijzen, alsmede de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen, gelet op de door hem bepleite vrijspraken, niet ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering. Voor zover de rechtbank tot een ander oordeel mocht komen heeft de raadsman aangevoerd dat hij zich niet verzet tegen een ambtshalve beoordeling van de verschillende vorderingen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde [benadeelde partij4] heeft raadsman aangevoerd dat aan de hand van de door de benadeelde overgelegde bescheiden niet kan worden beoordeeld of die betrekking hebben op de onderhavige telefoonabonnementen, terwijl evenmin kan worden vastgesteld of in het kader daarvan betalingen zijn gedaan. Die vordering dient dan ook te worden afgewezen.

Wat de immateriële schade betreft heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen dienen te worden afgewezen, wegens onvoldoende dan wel een gebrek aan een deugdelijke onderbouwing. Opvallend is dat de door de betrokkenen aangegeven klachten ernstiger worden naarmate er meer tijd is verstreken en de vorderingen niet zijn onderbouwd met verklaringen van bijvoorbeeld een arts en evenmin anderszins. Door de raadsman is verder verzocht om in het geval de rechtbank een schadebedrag zou toewijzen, deze schade hoofdelijk vast te stellen naar rato van het aantal deelnemers.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde partij3] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij verdachte vrij zal spreken van het onder 3 tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank is ten aanzien van de overige vorderingen van oordeel dat uit het dossier genoegzaam blijkt dat de gevorderde abonnementskosten rechtstreeks voortvloeien uit de verschillende bewezen verklaarde feiten. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit strafproces echter niet eenvoudig vast te stellen in welke mate de schade mede het gevolg is van omstandigheden die aan de respectieve benadeelde partijen – ieder voor zich – kunnen worden toegerekend en dus op grond van artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek voor rekening van de benadeelde partij dient te blijven. Daarom zal de rechtbank de schade vaststellen op 25% van de gevorderde abonnementskosten, te weten: € 1.732,37 inzake [benadeelde partij1], € 1.284,10 inzake [benadeelde partij2] en € 571,80 inzake [benadeelde partij4]. Naar het oordeel van de rechtbank moet verdachte in ieder geval tot die bedragen aansprakelijk worden geacht. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd. Het meerdere kan de desbetreffende benadeelde partij via een procedure bij de burgerlijke rechter op verdachte en/of zijn mededader(s) trachten te verhalen. Daarnaast zal verdachte worden veroordeeld tot vergoeding van de gevorderde wettelijke rente en in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Naar het oordeel van de rechtbank is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden dat de genoemde benadeelde partijen immateriële schade hebben geleden ten gevolge van de bewezenverklaarde feiten die voor vergoeding in aanmerking komen. De benadeelde partijen zullen ten aanzien van de gevorderde immateriële schade niet ontvankelijk worden verklaard in hun vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedragen ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair, 2 primair, 3, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair, 4 subsidiair en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan;

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1 meer subsidiair, 2 subsidiair en 5 subsidiair telkens: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

4 subsidiair: oplichting, meermalen gepleegd

en verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

• veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden;

• bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

• beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

• veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf na te melden datum en met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil;

benadeelde partij bedrag

1. [benadeelde partij1] € 1.732,37

(wettelijke rente vanaf 17 februari 2010)

2. [benadeelde partij2] € 1.284,10

(wettelijke rente vanaf 18 maart 2010)

3. [benadeelde partij3] € 571,80

(wettelijke rente vanaf 11 februari 2011);

verklaart deze benadeelde partijen voor het overige niet ontvankelijk in hun vordering;

• legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het /de navolgende slachtoffer(s) te betalen de hierna genoemde bedragen telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf na te melden datum, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

slachtoffer bedrag hechtenis

1. [benadeelde partij1] € 1.732,37 13 dagen;

(wettelijke rente vanaf 17 februari 2010)

2. [benadeelde partij2] € 1.284,10 11 dagen;

(wettelijke rente vanaf 18 maart 2010)

3. [benadeelde partij3] € 571,80 11 dagen

(wettelijke rente vanaf 11 februari 2011);

• bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

• bepaalt dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag of een gedeelte daarvan is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn bevrijd;

• verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij4] niet-ontvankelijk (feit 3) in haar vordering;

• veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij4] in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door mrs. Van Lookeren Campagne, voorzitter, Prisse en Van der Mei, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitge¬sproken op de openbare terechtzitting van 12 juni 2013.