Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:CA2829

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
06/922011-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

1. primair: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

2. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06-922011-12

Uitspraak d.d.: 11 juni 2013

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboortedatum]

wonende te [adres]

Raadsvrouw: mr. Brouwer, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 mei 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 augustus 2007 tot en met 31 augustus 2007, in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, een of meermalen, (telkens) opzettelijk

- een werkgeversverklaring van [werkgever], gedateerd 31-08-2007, betreffende

[betrokkene] [vindplaats document], en/of

- een salarisspecificatie van [werkgever], bestemd voor [betrokkene],

gedateerd 30-08-2007 [vindplaats document],

-(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- (telkens) valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken en/of dat vervalsen (telkens) hierin bestaan dat

-genoemd persoon niet werkzaam was bij en/of voor [werkgever], en/of

-genoemd persoon over de in de salarisspecificatie genoemde periode geen

werkelijk salaris heeft genoten en/of ontvangen van [werkgever];

subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 augustus 2007 tot en met 31 augustus 2007, in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, een of meermalen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of gebruik heeft doen maken van (de/een) (onder meer) hierna te noemen valse document(en) - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - waaronder:

- een werkgeversverklaring van [werkgever], gedateerd 31-08-2007, betreffende

[betrokkene] [vindplaats document], en/of

- een salarisspecificatie van [werkgever], bestemd voor [betrokkene],

gedateerd 30-08-2007 [vindplaats document],

als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken ( overleggen van dat/die geschrift(en) aan Huis & Hypotheek (vestigingsplaats), althans een tussenpersoon, en/of Internationale Nederland Groep NV en/of ING-bank N.V. en/of de Postbank N.V. en/of ING en/of Westland Utrecht Hypotheekbank N.V., voor het verkrijgen van een of meer hypothecaire geldlening(en), en bestaande die valsheid of vervalsing hierin, dat

-genoemd persoon niet werkzaam was bij en/of voor [werkgever], en/of

-genoemd persoon over de in de salarisspecificatie genoemde periode geen

werkelijk salaris heeft genoten en/of ontvangen van [werkgever];

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 augustus 2007 tot en met 27 september 2007, in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Arnhem en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,een of meermalen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Internationale Nederland Groep NV en/of ING-bank N.V. en/of de Postbank N.V. en/of ING en/of Westland Utrecht Hypotheekbank N.V., althans een of meer

bank(en) (telkens) heeft/hebben bewogen tot het verstrekken van (een) hypothecaire geldlening(en), althans tot de afgifte van een of meer bedrag(en) aan geld met een totaalbedrag van euro 354.000,= of daaromtrent [vindplaats: map 7 / [betrokkene]], in elk geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, (een) valse en/of vervalste werkgeversverklaring(en)en/of (een) salarisspecificatie(s) ingediend en/of

hebben doen indienen, al dan niet door een tussenpersoon, bij een of meer van genoemde bank(en) ter verkrijging van een hypotheek op naam van een ander dan verdachte, waardoor die bank(en), werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Er zijn een aantal aangiftes gedaan terzake onder meer valsheid in geschrift en oplichting. Uit onderzoek dat vervolgens is verricht ontstond het vermoeden dat er mogelijk sprake was van hypotheekfraude. Begin 2010 is er een operationeel onderzoek gestart door het Team regionale Recherche. Dit team heeft verder onderzoek gedaan. Uit dit verdere onderzoek rees het vermoeden dat er sprake was van hypotheekfraude, waarbij gebruik zou zijn gemaakt van onjuist opgestelde salarisspecificaties en werkgeversverklaringen. Verdachte [verdachte] zou één van degenen zijn geweest die dergelijke stukken zou hebben opgesteld.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft hij aangevoerd dat verdachte wellicht niet de bedoeling heeft gehad banken op te lichten, maar dat verdachte door zijn handelen op zijn minst de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat banken werden bewogen tot het verstrekken van hypothecaire geldleningen. Er was geen sprake van een dienstverband tussen [betrokkene] en [werkgever], terwijl de “salarisbetaling” contant en via een omweg verliep.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde aangevoerd dat de documenten niet valselijk zijn opgemaakt. Verdachte heeft deze opgemaakt met de bedoeling dat de betreffende persoon een aan verdachtes bedrijf toegekende opdracht binnen een ook daartoe verleend budget zou uitvoeren. Verdachte heeft in de veronderstelling verkeerd dat de werkgeversverklaring een soort arbeidscontract inhield. De salarisspecificatie is niet door verdachte opgemaakt, maar door Administratiekantoor [naam], een zakenrelatie van [medeverdachte1]. Verdachte wist niet dat [medeverdachte1] de documenten zou gaan misbruiken en er was ook geen reden dat hij dat had moeten weten. Er dient vrijspraak voor het primair ten laste gelegde te volgen.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte van de opgemaakte documenten geen gebruik heeft gemaakt ten opzichte van de financiële tussenpersoon of de in de tenlastelegging genoemde financiële instellingen. Ook via medeplegen kan niet tot een bewezenverklaring daarvan worden gekomen. Uit het dossier blijkt niet dat er sprake is geweest van een bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte1]. Bovendien waren de documenten niet vals, omdat deze ten behoeve van voornoemde opdracht waren opgesteld.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit is aangevoerd dat niet bewezen kan worden verklaard dat het opzet van verdachte gericht was op oplichting van de bank. Verdachte heeft van zijn handelen bovendien geen financieel voordeel gehad. Ook voor dit feit dient vrijspraak te volgen, aldus de raadsman.

Beoordeling door de rechtbank

Er is aangifte gedaan van hypotheekfraude door ING te Leeuwarden, waartoe ook Postbank NV behoort. Daaruit blijkt dat door tussenkomst van de intermediair Huis & Hypotheek te (vestigingsplaats) op 17 augustus 2007 een hypothecaire lening is aangevraagd voor een bedrag van € 354.000,-- voor de aankoop van een woonhuis op het adres [adres] op naam van [betrokkene]. Dit bedrag bestond uit een aflossingsvrije lening van € 279.000,-- en een levendeel van € 75.000,--. Op grond van de overgelegde inkomensgegevens en overige documenten is de hypotheek verstrekt en is de akte daarvan op 27 september 2007 bij een notaris te Apeldoorn gepasseerd. Bij de hypotheekaanvraag waren inkomensgegevens gevoegd. Daarop stond vermeld dat [werkgever] te (woonplaats) de werkgever van [betrokkene] was, dat hij daar sinds 25 juni 2007 als manager werkzaam was en dat zijn bruto jaarinkomen € 54.568,-- bedroeg.

Uit de als bijlage bij de aangifte gevoegde “Model-werkgeversverklaring ten behoeve van het aanvragen van nationale Hypotheekgarantie” , op naam van [betrokkene], blijkt dat deze op 31 augustus 2007 is ondertekend door [verdachte] en is voorzien van een firmastempel [werkgever] te (woonplaats). De als bijlage bij de aangifte gevoegde salarisspecificatie van [werkgever] op naam van [betrokkene] is gedateerd 30 augustus 2007.

[betrokkene] is gehoord . Hij heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij bij [naam bedrijf] ging werken, waarvan [medeverdachte1] eigenaar was. Hij heeft het huis aan de [adres] gekocht van [medeverdachte1]. [medeverdachte1] regelde alles, waaronder de aankoop en de hypotheek. Dit ging via Huis en Hypotheek. Hij moest daar naar toe en heeft toen gezien dat op de loonspecificatie stond dat hij voor [werkgever] zou werken. Hij heeft daar nooit gewerkt. Ook stond er op de werkgeversverklaring dat hij € 4.000,-- netto zou verdienen, terwijl hij in werkelijkheid € 1.500,-- verdiende. Hij heeft wel drie keer een bedrag van € 2900,-- van [werkgever] gehad. Hij heeft dat minus zijn loon terug betaald aan [medeverdachte1].

[medeverdachte1] heeft verklaard dat hij de woning [adres] namens [naam bedrijf] BV heeft verkocht aan [betrokkene]. De facturen die zijn opgemaakt op naam van [naam bedrijf] BV zijn door de bank betaald aan [betrokkene].

De verdachte heeft ter terechtzitting van 28 mei 2013 verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij de werkgeversverklaring van [werkgever] betreffende [betrokkene] heeft opgemaakt. Hij had zelf een werkgeversverklaring in de computer staan, maar in het geval van [betrokkene] heeft hij de door [medeverdachte1] meegebrachte kopie van een werkgeversverklaring gebruikt. Het was geen ”strakke kopie”, maar het leek een uitgeprinte versie van internet. [medeverdachte1] vertelde hem wat hij moest invullen. De salarisspecificatie op naam van [betrokkene] is door administratiekantoor [naam kantoor] opgemaakt. [medeverdachte1] heeft dit geregeld. [medeverdachte1] heeft voor het opmaken van de facturen, die zijn gericht aan [werkgever], betaald. [medeverdachte1] betaalde het salaris dat aan [betrokkene] moest worden uitbetaald contant aan verdachte uit. Hij vond dat heel vreemd, maar heeft dat drie keer zo gedaan.

Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij al voor het opmaken van de werkgeversverklaring op naam van [betrokkene] daarover met [medeverdachte1] had gesproken. [medeverdachte1] heeft hem gezegd dat hij alles zou regelen en dat verdachte daar geen werk mee zou hebben.

Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op het voorgaande de conclusie geen andere zijn dan dat verdachte heeft geweten dat de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie van [werkgever] op naam van [betrokkene] opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken gaven en dat deze gebruikt zouden worden in de richting van derden.

Verdachte wist voorts, althans heeft in de zin van voorwaardelijk opzet de aanmerkelijke kans aanvaard, dat er strafbare feiten met die documenten zouden worden gepleegd. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarmee worden vastgesteld dat verdachte ook opzet heeft gehad op oplichting.

De rechtbank acht de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 17 augustus 2007 tot en met 31 augustus 2007, in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), meermalen, telkens opzettelijk

- een werkgeversverklaring van [werkgever], gedateerd 31-08-2007, betreffende

[betrokkene], en

- een salarisspecificatie van [werkgever], bestemd voor [betrokkene],

gedateerd 30-08-2007,

-(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- telkens valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken telkens hierin bestaan dat

-genoemd persoon niet werkzaam was bij en voor [werkgever], en

-genoemd persoon over de in de salarisspecificatie genoemde periode geen werkelijk salaris heeft genoten en ontvangen van [werkgever];

2.

hij op tijdstippen in de periode van 17 augustus 2007 tot en met 27 september 2007, in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Arnhem en/of Amsterdam en/of Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen de Internationale Nederland Groep NV en/of de Postbank N.V. heeft bewogen tot het verstrekken van een hypothecaire geldlening met een totaalbedrag van euro 354.000,= , hebbende verdachte en zijn toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid, een valse werkgeversverklaringen een valse salarisspecificatie ingediend en/of hebben doen indienen, al dan niet door een tussenpersoon, bij genoemde banken ter verkrijging van een hypotheek op naam van een ander dan verdachte, waardoor die banken werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. primair: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

2. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis.

Ter toelichting op zijn eis heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte door het opmaken van de valse documenten een faciliterende rol heeft gehad in het benadelen van banken en daarvan afgeleid ook de persoon op wiens namen de hypothecaire lening is afgesloten.

Voorts heeft de officier van justitie rekening gehouden met een - in zijn ogen geringe - overschrijding van de redelijke termijn.

De raadsvrouw heeft naast de bepleite vrijspraak aangevoerd dat de strafeis buiten proportie is. Verdachte heeft geen strafblad. Bovendien is er sprake van een aanzienlijk tijdsverloop. Dit moet verdisconteerd worden in een eventueel aan verdachte op te leggen straf. Verdachte verkeert in een slechte financiële situatie. Hij heeft mede door de gevolgen van deze zaak enorme schulden.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft een bijdrage geleverd aan het op geraffineerde en op professionele wijze afhandig maken van een groot geldbedrag van een financiële instelling. Daarmee is niet alleen de financiële instelling gedupeerd, maar ook de persoon op wiens naam de afgesloten hypotheek kwam te staan.

Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit met politie en justitie in aanraking is geweest, dat verdachtes rol beperkt is geweest nu hij slechts één keer zelf een document heeft opgesteld en dit ook één maal heeft gefaciliteerd en dat verdachte niet degene is geweest die het grote financiële gewin heeft gehad.

De rechtbank acht de oplegging van een werkstraf passend.

De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is geweest van een geringe overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte is in deze strafzaak op 24 november 2010 voor het eerst gehoord en het onderzoek ter terechtzitting op 29 januari 2013 is aangevangen, zodat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee maanden.

Gelet op alle omstandigheden zal de rechtbank een lager aantal uren werkstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 47, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan;

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. primair: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

2. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

• verklaart verdachte strafbaar;

• veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 100 (éénhonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen.

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, E.G. de Jong en Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

11 juni 2013.