Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:CA2748

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-04-2013
Datum publicatie
11-06-2013
Zaaknummer
233818
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In het tussenvonnis van 19 december 2012 is Zharkol – onder andere – op de voet van artikel 224 Rv veroordeeld tot het stellen van zekerheid ten behoeve van Go4agri voor de proceskosten van de onderhavige procedure tot een bedrag van € 12.073,00, uiterlijk op 23 januari 2013. De hoofdzaak is naar de rol van 30 januari 2013 verwezen voor de conclusie van antwoord aan de zijde van Go4agri.

Go4agri heeft op 30 januari 2013 niet een conclusie van antwoord ingediend, maar een incidentele conclusie strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van Zharkol, omdat Zharkol in strijd met het tussenvonnis niet de verlangde zekerheid zou hebben verstrekt.

De kern van het geschil betreft de vraag of Zharkol door het bedrag te storten op de derdengeldrekening van haar eigen advocaat zekerheid heeft gesteld zoals is bedoeld in artikel 224 Rv jo 6:51 BW.

De rechtbank is van oordeel dat het storten van het bedrag onder de eigen advocaat voldoende zekerheid kan zijn. Dan is immers sprake van een vermogensbestanddeel binnen Nederland, waarop de schuldeiser zich kan verhalen. Er dient wel zekerheid te bestaan dat het geld niet op eerste verzoek van eiser weer wordt teruggestort.

Zharkol heeft geen bewijs in het geding gebracht van haar stelling dat zij

€ 12.073,00 op de derdengeldrekening van haar advocaat heeft gestort. Go4Agri heeft gesteld dat voor haar niet is na te gaan of dit daadwerkelijk is gebeurd. Daarom zal de zaak naar de rol worden verwezen opdat Zharkol hiervan een betalingsbewijs zal kunnen overleggen. Daarbij zal tevens kunnen worden ingegaan op de vraag in hoeverre eiser aan gedaagde zekerheid heeft geboden dat het gestorte bedrag tijdens de procedure beschikbaar blijft en dat zij zich daarop na een eventuele proceskostenveroordeling ten laste van eiser zal kunnen verhalen. Go4Agri zal daarop mogen reageren. Daarna zal opnieuw vonnis worden bepaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/233818 / HA ZA 12-649

Vonnis in incident van 10 april 2013

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van Kazachstan

ZHARKOL-007 LTD.,

gevestigd te Kostanay, Kazachtstan,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. A.G.W. Leysen te Nijmegen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GO4AGRI INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Bemmel, gemeente Lingewaard,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. R.J. Verweij te Arnhem.

Partijen zullen hierna Zharkol en Go4agri genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis in incident van 19 december 2012,

- de incidentele conclusie houdende exceptie van niet-ontvankelijkheid van Go4agri,

- de conclusie van antwoord in incident tot onbevoegdheid van Zharkol.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. In het tussenvonnis van 19 december 2012 is Zharkol – onder andere – op de voet van artikel 224 Rv veroordeeld tot het stellen van zekerheid ten behoeve van Go4agri voor de proceskosten van de onderhavige procedure tot een bedrag van € 12.073,00, uiterlijk op 23 januari 2013. De hoofdzaak is naar de rol van 30 januari 2013 verwezen voor de conclusie van antwoord aan de zijde van Go4agri.

2.2. Go4agri heeft op 30 januari 2013 niet een conclusie van antwoord ingediend, maar een incidentele conclusie strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van Zharkol, omdat Zharkol in strijd met het tussenvonnis niet de verlangde zekerheid zou hebben verstrekt. Zharkol stelt immers het bedoelde bedrag op de derdenrekening van haar eigen advocaat te hebben gestort, maar dat is geen vorm van zekerheid zoals is bedoeld in artikel 6:51 BW, aldus Go4agri.

2.3. Zharkol heeft verweer gevoerd en zich op het standpunt gesteld dat zij wel degelijk - door middel van het storten van het bedrag op de derdengeldrekening van haar eigen advocaat - aan het tussenvonnis heeft voldaan. Voorts heeft zij verzocht om een beslissing op het incident vooruit te schuiven omdat de inhoud van de vordering niet met zich brengt dat daarop eerst en vooraf moet worden beslist.

2.4. De rechtbank oordeelt als volgt. Allereerst wordt vastgesteld dat de incidentele vordering van Go4agri geen wettelijke grondslag heeft. In dat geval geldt de maatstaf van artikel 209 eerste zin Rv, die inhoudt dat de vordering eerst en vooraf wordt behandeld en beslist “indien de zaak dat medebrengt”. Bij de toepassing van deze maatstaf dient de rechter, aan de hand van de aard en de inhoud van de vordering, de belangen van partijen en het belang van een doelmatige procesvoering, na te gaan of een voorafgaande behandeling en beslissing redelijkerwijs geboden is en niet leidt tot een onredelijke vertraging van het geding (HR 2 maart 2012, NJ 2012, 158 en HR 13 juli 2012, NJ 2012, 482). Binnen het kader van deze maatstaf stelt de rechtbank vast dat de incidentele vordering van Go4agri een zuiver processuele verwikkeling betreft waarop voorafgaande aan de beslechting van het materiële geschil dient te worden beslist. De vraag ligt immers voor of Zharkol ontvankelijk is in haar vordering nu tussen partijen in geschil is of Zharkol voldoende zekerheid heeft gesteld. Op die vraag kan de rechtbank een antwoord geven zonder dat aan een beoordeling van het materiële geschil wordt toegekomen. Moet Zharkol in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard dan is daarmee het einde van de procedure gegeven en in die zin is het in het belang van een doelmatige procesvoering dat eerst wordt beoordeeld of Zharkol in haar vordering ontvankelijk is. De incidentele vordering van Go4agri zal dan ook thans worden behandeld.

2.5. De kern van het geschil betreft de vraag of Zharkol door het bedrag te storten op de derdengeldrekening van haar eigen advocaat zekerheid heeft gesteld zoals is bedoeld in artikel 224 Rv jo 6:51 BW. Het doel van de regeling van artikel 224 Rv is te voorkomen dat verhaal van proceskosten wordt bemoeilijkt doordat de daartoe veroordeelde eiser het centrum van zijn sociale en economische activiteiten buiten Nederland heeft. De te verschaffen zekerheid moet gezien artikel 6:51 lid 2 BW enerzijds voldoende waarborg verschaffen voor de voldoening van in ieder geval de hoofdsom, terwijl de schuldeiser zich zonder moeite op de aangeboden zekerheid moet kunnen verhalen. In deze afweging is de rechtbank van oordeel dat het storten van het bedrag onder de eigen advocaat voldoende zekerheid kan zijn. Dan is immers sprake van een vermogensbestanddeel binnen Nederland, waarop de schuldeiser zich kan verhalen. Er dient wel zekerheid te bestaan dat het geld niet op eerste verzoek van eiser weer wordt teruggestort. Voorshands is de rechtbank van oordeel dat daartoe van de gedaagde niet behoeft te worden gevergd dat hij conservatoir beslag ten laste van eiser legt. Dat komt er immers op neer dat gedaagde kosten moet maken om zich de zekerheid te verschaffen die eiser nu juist moet stellen. Wel voldoende zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de (stichting derdengelden van de) advocaat van eiser met de partijen een depotovereenkomst sluit of zich verbindt om het onder haar gestorte bedrag onder zich te houden totdat eindvonnis is gewezen en een eventuele proceskostenveroordeling ten laste van eiser is voldaan, dan wel zich verbindt aan gedaagde de proceskosten tot een maximum van het in het vonnis van 19 december 2012 bepaalde bedrag te betalen in het geval eiser bij eindvonnis in de proceskosten wordt veroordeeld.

2.6. Zharkol heeft geen bewijs in het geding gebracht van haar stelling dat zij

€ 12.073,00 op de derdengeldrekening van haar advocaat heeft gestort. Go4Agri heeft gesteld dat voor haar niet is na te gaan of dit daadwerkelijk is gebeurd. Daarom zal de zaak naar de rol worden verwezen opdat Zharkol hiervan een betalingsbewijs zal kunnen overleggen. Daarbij zal tevens kunnen worden ingegaan op de vraag in hoeverre eiser aan gedaagde zekerheid heeft geboden dat het gestorte bedrag tijdens de procedure beschikbaar blijft en dat zij zich daarop na een eventuele proceskostenveroordeling ten laste van eiser zal kunnen verhalen. Go4Agri zal daarop mogen reageren. Daarna zal opnieuw vonnis worden bepaald.

2.7. Verder wordt iedere beslissing aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 april 2013 voor akte aan de zijde van Zharkol,

3.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2013.

Cc: AB