Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ9813

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-05-2013
Datum publicatie
08-05-2013
Zaaknummer
05/731042-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, zittingplaats Arnhem, veroordeelt een 40-jarige man wegens een poging tot zware mishandeling, mishandeling, meerdere bedreigingen met een misdrijf tegen het leven gericht, bedreiging met zware mishandeling en bezit van kinderpornografisch materiaal, tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en legt de man daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling op met bevel tot verpleging van overheidswege.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/731042-12

Data zittingen : 5 december 2012, 20 februari 2013 en 24 april 2013

Datum uitspraak : 8 mei 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in PI [adres].

Raadsvrouw : mr. B. Yesligoz, advocaat te Amsterdam.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een op 20 februari 2013 door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging – welk gewijzigde tenlastelegging per abuis niet in het tussenvonnis van 6 maart 2013 is opgenomen – ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 23 t/m 25 augustus 2012 te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan zijn levensgezel, althans een persoon, te weten zijn partner, [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die [slachtoffer] voornoemd gedurende voornoemde periode op een of meer tijdstippen langdurig en/of veelvuldig, althans meermalen (telkens) met kracht met een zweep en/of met een (aluminium) bezemsteel en/of met een pollepel en/of met gebalde vuist(en) en/of met de vlakke hand tegen het lichaam te slaan en/of op haar mond en/of neus en/of oor, althans tegen het gezicht en/of tegen het hoofd te slaan en/of door met kracht (plukken) haar uit haar hoofd te trekken, althans aan haar haren te trekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 t/m 25 augustus 2012 te Nijmegen, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten zijn levensgezel, althans zijn partner, [slachtoffer], langdurig en/of veelvuldig, althans meermalen, (telkens) met kracht met een zweep en/of met een (aluminium) bezemsteel en/of met een pollepel en/of met gebalde vuist(en) en/of met de vlakke hand tegen het lichaam heeft geslagen en/of op haar mond en/of neus en/of oor, althans tegen het gezicht en/of tegen het hoofd heeft geslagen en/of met kracht (plukken) haar uit haar hoofd heeft getrokken althans aan haar haren heeft getrokken,

waardoor deze (telkens) pijn en/of letsel heeft ondervonden;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van juni 2012 t/m 22 augustus 2012 te Nijmegen, (telkens) opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, te weten zijn partner, [slachtoffer], tegen het hoofd en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of haar vingers heeft omgebogen en/of met zijn, verdachtes vinger(s) tegen haar ogen heeft gedrukt/geduwd, waardoor deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van juni 2012 t/m 25 augustus 2012 te Nijmegen, althans in Nederland, [slachtoffer] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte (een of meermalen) opzettelijk dreigend met een mes voor die [slachtoffer] heeft gestaan en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer] heeft gedreigd haar ogen uit te steken zodat zij haar dochter nooit meer zou kunnen zien, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of door dreigend aan voornoemde [slachtoffer] de woorden toe te voegen "als je de goede antwoorden niet geeft, sla ik je helemaal dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, waarbij verdachte op 24 augustus 2012 dreigend een (metalen) bezemsteel heeft getoond aan die [slachtoffer] voornoemd en/of door dreigend aan [slachtoffer] de woorden toe te voegen dat als zij naar de politie zou gaan, hij toch wel binnen zes uren buiten zou staan en haar daarna zou vinden en ervoor zou zorgen dat haar dochter geen moeder meer zou hebben, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij in of omstreeks de nacht van 26 op 27 augustus 2012 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, een (groot aantal) afbeelding(en), te weten foto('s) en/of video('s) en/of film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten een laptop) bevattende (een) afbeelding(en) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (totaal ongeveer 385 kinderpornografische foto's) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s) en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt oraal en/of vaginaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s) en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong) van het lichaam van een ander persoon

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van een persoon (met de mond/tong en/of de vinger(s)/hand)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed en/of opgemaakt is/zijn en/of in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

In onderhavige zaak is op 6 maart 2013 (tussen)uitspraak gedaan, waarbij het onderzoek is heropend. De heropende behandeling heeft op 24 april 2013 ter terechtzitting plaatsgevonden. De verdachte is ter terechtzitting verschenen en is daarbij bijgestaan door mr. B. Yesligoz, advocaat te Amsterdam.

De verdediging en de officier van justitie hebben de gelegenheid gekregen aan de ter zitting gehoorde deskundige, drs. [ps[psychiater], psychiater, vragen te stellen.

3. De beslissing inzake het bewijs

De vastgestelde feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Verdachte en mevrouw [slachtoffer] hebben vanaf april/mei 2012 een (liefdes)relatie met elkaar. In het weekeinde van 23-25 augustus 2012 heeft verdachte mevrouw [slachtoffer] met een zweep geslagen. Mevrouw [slachtoffer] had letsel in de vorm van bloeduitstortingen op haar linkeroor, armen en benen en snijwonden op haar linkerarm en linkerscheenbeen. Dit letsel is beschreven op 10 september 2012.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Op 21 augustus 2012 is aan mevrouw [slachtoffer] een laptop afgeleverd. In de map [bestand] van de laptop zijn 385 afbeeldingen bevattende kinderpornografisch materiaal aangetroffen. Het betreft afbeeldingen (ongeveer 40%) waarop het lichaam van een minderjarige oraal en vaginaal gepenetreerd werd met een penis en/of, vinger/hand, en/of voorwerp en/of mond/tong en anaal werd gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en afbeeldingen waarop een minderjarige een ander oraal met de vinger en/of een voorwerp en/of mond /tong penetreerde, en vaginaal penetreerde met een penis en/of, vinger/hand, en/of voorwerp en/of mond/tong. Voorts betreft het afbeeldingen (ongeveer 30%) waarop minderjarige de geslachtsdelen van een ander betastte met de vinger/hand en/of met de mond/tong. Tevens betreft afbeeldingen (ongeveer 25%) waarop minderjarige geheel en/of gedeeltelijk naakt poseren waarbij door het camerastandpunt en/of de uitsnede van de afbeelding de nadruk op de geslachtsdelen en billen en/of met onnatuurlijke voorwerpen en/of tijdens een stripteaseact en/of in een onnatuurlijke houding.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 primair, feit 2, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van het onder feit 1 primair en onder feiten 2 en 3 ten laste gelegde, heeft de officier van justitie - samengevat - betoogd dat zij de oorspronkelijke verklaringen van mevrouw [slachtoffer] betrouwbaar en aannemelijk acht, omdat deze verklaringen worden gesteund door andere bewijsmiddelen, zoals de verklaringen van verschillende getuigen, de in beslag genomen voorwerpen en de aard van het bij mevrouw [slachtoffer] geconstateerde letsel.

Ten aanzien van het onder feit 4 ten laste gelegde, heeft de officier van justitie gewezen op het proces-verbaal onderzoek afbeeldingen waarin staat dat op de laptop die bij verdachte in gebruik was, 385 afbeeldingen van kinderporno zijn aangetroffen.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feiten 1, 2 en 3

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het onder feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Daartoe heeft de verdediging –samengevat– aangevoerd dat de zaak draait om de belastende verklaring van slechts een persoon, namelijk mevrouw [slachtoffer]. Haar belastende verklaring wordt, volgens de verdediging, niet gesteund door enig ander bewijsmiddel. De verdediging concludeert dat er onvoldoende bewijs is om te komen tot een bewezenverklaring.

Verder heeft de verdediging aangevoerd dat mevrouw [slachtoffer] in latere verklaringen en onder ede haar voor verdachte belastende verklaring(en) heeft gewijzigd in die zin dat verdachte haar met haar instemming heeft geslagen in het kader van een sm-spelletje. Indien sprake is van mishandeling dan is dat met wederzijdse instemming.

Volgens de verdediging zijn de belastende verklaringen van mevrouw [slachtoffer] niet betrouwbaar, omdat zij deze heeft gewijzigd.

Ten aanzien van feit 4

De verdediging heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 4 ten laste gelegde. Daartoe heeft de verdediging - kort samengevat en zakelijk weergegeven - primair aangevoerd dat de inbeslagname van de laptop onrechtmatig is en dat de daarop aangetroffen (incriminerende) beelden dienen te worden uitgesloten van het bewijs, omdat het in beslag nemen van de laptop niet kon bijdragen aan de waarheidsvinding ter zake van de mishandeling.

Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte niet heeft gezocht naar kinderporno en dat het opzet op het bezit van kinderporno dus ontbreekt.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feiten 1, 2 en 3

De door de verdediging gevoerde verweren met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen van mevrouw [slachtoffer], de straffeloosheid van de vermeende mishandeling en het ontbreken van steunbewijs, lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

De rechtbank stelt voorop dat als voorwaarde voor straffeloosheid van handelingen die op zichzelf mishandeling (kunnen) opleveren, geldt dat de persoon die de handeling ondergaat toestemming gaf. Het bestaan van deze toestemming mag pas worden aangenomen als vaststaat dat de betrokkene is geïnformeerd over de aard en ingrijpendheid van de handeling.

Dat mevrouw [slachtoffer] toestemming zou hebben gegeven om met een zweep te worden geslagen, zoals zij later ten overstaan van de politie en onder ede bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting heeft verklaard, acht de rechtbank niet aannemelijk. Uit haar verklaring, dat zij niet wist dat het zo’n pijn deed om met een zweep geslagen te worden, kan immers niet worden afgeleid dat zij was geïnformeerd over de aard en ingrijpendheid van het slaan met een zweep. Voorts weegt de rechtbank mee dat mevrouw [slachtoffer] pas ruim drie weken na het afleggen van de voor verdachte belastende verklaring, heeft verklaard dat zij met het slaan heeft ingestemd. Pas toen verklaarde zij hetzelfde als verdachte.

Dat mevrouw [slachtoffer] bang was voor verdachte staat voor de rechtbank vast. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Mevrouw [slachtoffer] heeft verschillende keren bij de politie consistent en gedetailleerd verklaard dat verdachte snel en erg boos kan worden, dat hij agressief en onvoorspelbaar is, dat zij erg bang voor hem is en zich zorgen maakte dat hij nu nog bozer wordt, nu hij weet dat zij een verklaring heeft afgelegd. Ook heeft ze verklaard dat ze seksspelletjes met hem moest spelen, dat ze dit niet wilde maar wel deed omdat ze bang was klappen van hem te krijgen en dat ze niet terug naar huis durft zolang hij daar is. Zij verklaart dat ze door verdachte, met zijn handen, een zweep, een pollepel en een bezemsteel, is geslagen en mishandeld. Deze verklaringen worden - anders dan de verdediging heeft gesteld - ondersteund door het letsel dat bij mevrouw [slachtoffer] is geconstateerd. Mevrouw [vriendin slachtoffer], een vriendin van mevrouw [slachtoffer], heeft verklaard dat mevrouw [slachtoffer] bang was voor verdachte, dat verdachte een kort lontje heeft en snel boos werd en dat zij bang was dat verdachte haar dood zou slaan. Mevrouw [vriendin slachtoffer] heeft zelf gehoord dat [slachtoffer] de avond van 26 augustus telefonisch tegen verdachte heeft gezegd dat ze niet bij hem durfde terug te komen, omdat ze bang was dat hij haar dood zou slaan. Ook mevrouw [buurvrouw slachtoffer], de buurvrouw van mevrouw [slachtoffer], bevestigt de angst van mevrouw [slachtoffer] voor verdachte. Voorts heeft mevrouw [slachtoffer] tegen een vriendje van haar dochter, de destijds 15-jarige [vriend dochter slachtoffer], gezegd dat zij vreselijk bang was. De verklaringen van mevrouw [slachtoffer] worden verder ook onderstreept door haar gedrag en handelingen op zondagavond 26 augustus 2012. [vriend dochter slachtoffer] verklaart dat hij samen met [slachtoffer] het huis uit is gevlucht. De taxichauffeur, [taxichauffeur], die mevrouw [slachtoffer] naar haar vriendin heeft gebracht, verklaart dat mevrouw [slachtoffer] op de vlucht was voor haar man en dat ze angstig keek en bang was.

Gelet op het bovenstaande hecht de rechtbank geen geloof aan de gewijzigde verklaring van mevrouw [slachtoffer]. De rechtbank acht de door mevrouw [slachtoffer] tegenover de politie afgelegde belastende verklaringen betrouwbaar en zal deze dan ook bezigen tot bewijs van het onder feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde. De door verdachte en zijn raadsvrouw bepleite vrijspraak wegens het ontbreken van (voldoende) wettig en overtuigend bewijs wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze hieronder zullen worden opgenomen en wordt dan ook verworpen.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van die delen van het onder 2 tenlastegelegde, waar verdachte wordt verweten dat hij de vingers van [slachtoffer] heeft omgebogen en het tegen haar ogen heeft gedrukt nu uit de bewijsmiddelen onvoldoende blijkt of deze mishandeling in de periode van juni 2012 t/m 22 augustus of 23 tot en met 25 augustus heeft plaatsgevonden.

Op grond van de in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen overweegt de rechtbank het volgende.

Op zondag 26 augustus 2012, rond 21.00 uur, kwam er een melding binnen via alarmlijn 112 dat op adres [adres] om hulp werd gevraagd. Bij dat adres troffen verbalisanten verdachte aan die verklaarde dat hij alleen thuis was, dat zijn vriendin eerder op de avond was weggegaan en dat hij niet wist wie de alarmlijn had gebeld. De politieambtenaren hebben vervolgens gesproken met de getuige [vriend dochter slachtoffer], die verklaarde dat hij die avond bij mevrouw [slachtoffer] op bezoek was geweest, dat zij hem verwondingen aan haar lichaam had laten zien, dat zij hem ook een briefje had laten zien waarop stond dat zij bang was voor haar vriend, dat zij samen het huis uit zijn gevlucht en naar een café ([cafe]) zijn gefietst waar hij voor mevrouw [slachtoffer] een taxi had gebeld die haar naar een vriendin zou brengen. De taxichauffeur verklaarde dat mevrouw [slachtoffer] hem had verteld dat zij op de vlucht was voor haar vriend, dat zij angstig keek en bang was. De verbalisanten hebben mevrouw [slachtoffer] bij haar vriendin, mevrouw [vriendin slachtoffer], aangetroffen. Mevrouw [slachtoffer] verklaarde aldaar:

- dat zij sinds Pasen 2012 een relatie heeft met verdachte;

- dat zij na ongeveer twee maanden de eerste klap van verdachte heeft gekregen;

- dat hij extreem gewelddadig is en zij bang voor hem is;

- dat zij meerdere malen door hem is geslagen;

- dat zij twee dagen daarvoor met een zweep door hem was mishandeld en dat hij heeft geprobeerd haar ogen uit te steken, waarbij hij zei dat zij haar dochter dan niet meer kon zien; dat dit de ergste mishandeling was;

- dat ze verwondingen hiervan heeft op haar lichaam;

- dat zij dacht dat verdachte boven op de laptop kon zien wat er die avond met [vriend dochter slachtoffer] gebeurde;

- dat zij drie dagen daarvoor met een bezemsteel is geslagen.

De volgende dag heeft mevrouw [slachtoffer] in een informatief gesprek met twee verbalisanten herhaald wat zij op zondag 26 augustus 2012 had verklaard. Bij die gelegenheid verklaarde zij voorts dat zij en verdachte op vrijdag 24 augustus 2012 ’s avonds alleen thuis waren, dat ze op de bank moest gaan zitten en dat verdachte zei dat ze hem de juiste antwoorden moest geven omdat hij haar anders dood zou slaan. Verdachte had een halve bezemsteel vast waarmee hij haar meerdere malen op haar linkerbovenarm sloeg als zij geen correct antwoord op zijn vragen gaf. Zij werd een aantal keren op haar armen en in haar gezicht geslagen (“5 keer of zo”), waardoor zij veel pijn leed en blauwe plekken kreeg. Verdachte heeft een mes gepakt, is dreigend voor [slachtoffer] gaan staan en heeft tegen haar gezegd dat hij niet bang was om te steken. Later op de avond heeft verdachte haar geslagen en hard aan haar haren getrokken, waarbij er haren uit haar hoofd getrokken werden. Mevrouw [slachtoffer] verklaarde verder dat verdachte haar op zaterdag 25 augustus 2012 met een paardenzweep heel hard heeft geslagen. Mevrouw [slachtoffer] heeft daarvan veel pijn ondervonden en was bang dat verdachte haar zou mismaken. Zij verklaarde dat zij ook bang was dat hij haar in het gezicht zou slaan en zij blind zou worden, omdat hij daar al eens mee had gedreigd. Volgens mevrouw [slachtoffer] heeft verdachte haar ook met zijn hand of vuist op haar benen, haar linkerzij, tegen haar ribben, in haar gezicht en op haar neus geslagen, en heeft het slaan met de zweep, handen en vuisten zeker een uur geduurd.

In het proces-verbaal van bevindingen is vermeld dat mevrouw [slachtoffer] tijdens een telefonisch gesprek met verbalisant op 29 augustus 2012, heeft gezegd dat zij nog pijn aan haar lichaam had en dat verdachte haar ook met een pollepel had geslagen. De houten lepel zou in haar woonkamer in een hoek liggen. De houten lepel is op die plek door de verbalisanten aangetroffen. Verdachte gebruikte in de periode dat hij een relatie had met mevrouw [slachtoffer] veel alcohol en cannabis.

Ook de vriendin van mevrouw [slachtoffer], mevrouw [vriendin slachtoffer], heeft verklaard dat mevrouw [slachtoffer] haar had verteld dat zij door verdachte werd geslagen als zij dingen niet deed die zij van verdachte moest doen en dat zij door verdachte met een zweep, een bezem en met de hand was geslagen. Verdachte zou tegen [slachtoffer] hebben gezegd dat, als zij naar de politie zou gaan hij toch wel binnen zes uur buiten zou staan, hij mevrouw [slachtoffer] dan zou vinden en ervoor zou zorgen dat [dochter slachtoffer] (de dochter van mevrouw [slachtoffer]) geen moeder meer zou hebben, aldus [vriendin slachtoffer]. Mevrouw [vriendin slachtoffer] heeft verder verklaard dat mevrouw [slachtoffer] had verteld dat verdachte haar op haar hoofd had geslagen, waardoor zij flitsen zag, dat hij haar reumatisch gebogen vingers naar achteren had gebogen met de bedoeling die te breken en dat hij een keer met zijn vingers haar ogen had ingedrukt. Ook verklaart de getuige dat zij vrijdag 24 augustus een blauwe plek bij het jukbeen/slaap van mevrouw [slachtoffer] heeft gezien en dat zij vertelde dat haar vader haar moeder sloeg. Het was voor de getuige duidelijk dat [slachtoffer] bang was voor verdachte. Op de avond van 26 augustus heeft [vriendin slachtoffer] gezien dat beide bovenbenen van [slachtoffer] bont en blauw waren en dat zich op een van de benen een hoefijzervormig wondje bevond. Mevrouw [vriendin slachtoffer] heeft zelf gehoord dat [slachtoffer] de avond van 26 augustus telefonisch tegen verdachte heeft gezegd dat ze niet bij hem durfde terug te komen, omdat ze bang was dat hij haar dood zou slaan.

Verbalisanten hebben letsel (diepen striemen en blauwe plekken) over de rug, armen en benen van mevrouw [slachtoffer] gezien. Boven haar linkeroog had zij een verdikking en op haar linkeroorschelp had zij een bloeduitstorting. Hiervan zijn foto’s gemaakt, die aan het dossier zijn toegevoegd.

De forensische arts, drs. [forensisch arts], heeft in zijn rapportage letselonderzoek en het verslag van het aanvullend onderzoek naar aanleiding van de letselbeschrijving het bij mevrouw [slachtoffer] geconstateerde letsel beschreven en geïnterpreteerd met betrekking tot de voorwerpen die mogelijk de letsels hebben kunnen veroorzaken. Op grond van de rapportages van de forensische arts, stelt de rechtbank vast dat mevrouw [slachtoffer] is geslagen met een zweep, een roerspaan (pollepel), een bezemsteel en een hand en dat zij daar letsel van heeft bekomen.

Op grond van het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat verdachte in het weekeinde van 23 tot en met 25 augustus 2012, mevrouw [slachtoffer] met kracht met zijn hand, met een bezemsteel, met een pollepel en met een zweep tegen haar lichaam, hoofd en gezicht heeft geslagen. De rechtbank is van oordeel dat door het met diverse voorwerpen met kracht slaan tegen het hoofd, het gezicht en het lichaam een aanmerkelijke kans bestaat dat dit zwaar lichamelijk letsel tot gevolg zal hebben, te meer nu mevrouw [slachtoffer] lichamelijk niet in orde is; zij slikt medicijnen vanwege toevallen, TIA’s en reuma.

De aard van deze gedragingen is naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht op het doen ontstaan van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte heeft door aldus te handelen welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat mevrouw [slachtoffer] daardoor zwaar verwond zou kunnen worden. Het opzet op zwaar lichamelijk letstel is dus in voorwaardelijke vorm aanwezig.

Mevrouw [slachtoffer] heeft verklaard dat zij na ongeveer twee maanden de eerste klap van verdachte heeft gekregen, dat verdachte haar meerdere malen heeft geslagen en dat verdachte haar begin van de week, op donderdag (rechtbank: 23 augustus 2012), op de mond heeft geslagen.

Mevrouw [buurvrouw slachtoffer] heeft verklaard dat mevrouw [slachtoffer] twee weken geleden (rechtbank: omstreeks 20 augustus) heeft gezegd: “Doe de deur op slot, ik ben zo bang. Ik wil de politie bellen, maar ik durf niet”.

[halfzus slachtoffer], de halfzuster van mevrouw [slachtoffer], heeft verklaard dat zij begin juni 2012 met [slachtoffer] naar de dokter is geweest, en dat deze constateerde dat zij gekneusde ribben had. Voorts heeft zij verklaard dat zij in de vierdaagse week een grote blauwe plek op de arm van [slachtoffer] heeft gezien.

[getuige1] heeft verklaard dat zij heel veel blauwe plekken bij [slachtoffer] heeft gezien en zij dan vertelde dat zij zich gestoten had.

[vriendin slachtoffer] heeft verklaard dat [slachtoffer] eind juli, begin augustus tegen haar heeft verteld dat verdachte een kort lontje had en snel boos werd. Twee weken later was verdachte boos geworden op [slachtoffer], omdat zij verkeerde boodschappen had gekocht.

Gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen, zulks gezien in onderlinge samenhang en tijdsverband met hetgeen onder 1 bewezenverklaard is, acht de rechtbank bewezen dat verdachte mevrouw [slachtoffer] in de periode van juni 2012 t/m 22 augustus 2012 heeft mishandeld.

De rechtbank acht gelet op het bovenstaande het primair onder feit 1 en het onder de feiten 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 4

Onder feit 4 is aan verdachte ten laste gelegd - kort gezegd - dat verdachte de kinderporno, zoals beschreven onder de feiten, op een laptop in zijn bezit heeft gehad.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende:

Op 27 augustus 2012 vroeg verdachte aan een verbalisant of deze een laptop die in de slaapkamer van verdachte aan de [adres] stond, uit wilde zetten. De verbalisant trof de laptop, die aanstond en waar op het beeldscherm een aantal seksueel getinte foto’s stonden afgebeeld. Hierop is de laptop onder verdachte in de [adres] in beslag genomen en overgedragen aan FO (forensische opsporing) en onderzocht. [slachtoffer] heeft verklaard dat alleen verdachte gebruik van maakte van deze laptop. Verdachte heeft verklaard dat hij de laptop weleens gebruikte.

Het verweer dat de beelden van het bewijs dienen te worden uitgesloten omdat de inbeslagname van de laptop onrechtmatig is geweest, wordt verworpen. Mevrouw [slachtoffer] heeft op zondag 26 augustus 2012 verklaard, naar aanleiding van een melding betreffende huiselijk geweld, dat verdachte die avond zijn mobiel in de woonkamer had laten liggen en dat hij boven op de laptop kon zien wat er in de woonkamer, met [vriend dochter slachtoffer], gebeurde. Die laptop is vervolgens in het kader van de waarheidsvinding, derhalve rechtmatig in beslag genomen.

De verdediging heeft ook aangevoerd dat het opzet op het bezit van kinderporno ontbreekt, omdat verdachte niet heeft gezocht naar kinderporno.

Dat op de in beslag genomen laptop kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen staat vast. De rechtbank overweegt dat uit de verklaring van mevrouw [slachtoffer] blijkt dat zij de laptop voor verdachte heeft gekocht en hij de enige gebruiker is van de laptop. Het in bezit hebben van kinderporno in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht is strafbaar indien sprake is van opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm. Daarbij moet vast komen te staan dat verdachte zich in meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van kinderporno op zijn gegevensdragers en dat dit materiaal ook daadwerkelijk voor hem toegankelijk was. Nu de afleverbon van de laptop gedateerd is op 21 augustus 2012, de laptop op 27 augustus 2012 in beslag is genomen, verdachte de enige gebruiker van de laptop was en na een betrekkelijk korte gebruiksduur er 385 kinderpornografische bestanden zijn aangetroffen in een map voor data van de Internet browser [browser], heeft verdachte naar deze bestanden gezocht en de bestanden bewaard. Verdachte had dus een zekere beschikkingsmacht over deze bestanden en moet zich daarvan bewust zijn geweest.

Gelet hierop acht de rechtbank het onder feit 4 ten laste gelegde bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair onder feit 1 en onder feiten 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in de periode van 23 t/m 25 augustus 2012 te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan zijn partner, [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die [slachtoffer] voornoemd gedurende voornoemde periode op tijdstippen meermalen (telkens) met kracht met een zweep en/of met een bezemsteel en/of met een pollepel en/of met gebalde vuist(en) en/of met de vlakke hand tegen het lichaam te slaan en/of tegen het gezicht en/of tegen het hoofd te slaan en/of door met kracht (plukken) haar uit haar hoofd te trekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op meer tijdstippen in de periode van juni 2012 t/m 22 augustus 2012 te Nijmegen, (telkens) opzettelijk mishandelend zijn partner, [slachtoffer], tegen het hoofd en/of tegen het lichaam heeft geslagen waardoor deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van juni 2012 t/m 25 augustus 2012 te Nijmegen, althans in Nederland, [slachtoffer] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin bestaande dat verdachte (een of meermalen) opzettelijk door dreigend aan voornoemde [slachtoffer] de woorden toe te voegen "als je de goede antwoorden niet geeft, sla ik je helemaal dood", waarrbij verdachte op 24 augustus 2012 dreigend een (metalen) bezemsteel heeft getoond aan die [slachtoffer] voornoemd en/of door dreigend aan [slachtoffer] de woorden toe te voegen dat als zij naar de politie zou gaan, hij toch wel binnen zes uren buiten zou staan en haar daarna zou vinden en ervoor zou zorgen dat haar dochter geen moeder meer zou hebben, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en

hij op tijdstippen in de periode van juni 2012 t/m 25 augustus 2012 te Nijmegen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, , hierin bestaande dat verdachte (een of meermalen) opzettelijk dreigend met een mes voor die [slachtoffer] heeft gestaan en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer] heeft gedreigd haar ogen uit te steken zodat zij haar dochter nooit meer zou kunnen zien, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of 4.

hij in of omstreeks de nacht van 26 op 27 augustus 2012 te Nijmegen, gegevensdrager(s) (te weten een laptop) bevattende (een) afbeelding(en) terwijl op die afbeelding(en) (totaal ongeveer 385 kinderpornografische foto's) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s) en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt oraal en/of vaginaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s) en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong) van het lichaam van een ander persoon

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon (met de mond/tong en/of de vinger(s)/hand)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed en/of en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/f van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Poging tot zware mishandeling

Ten aanzien van de feit 2:

mishandeling

Ten aanzien van feit 3:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd,

en

bedreiging met zware mishandeling

Ten aanzien van feit 4:

Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Omstandigheden welke de strafbaarheid van verdachte geheel zouden opheffen dan wel uitsluiten zijn niet aannemelijk geworden. Verdachte is strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 primair en de feiten 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, en met oplegging van de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege.

De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de aard en de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat in het PBC-rapport geen stoornis bij verdachte is vastgesteld. Evenmin is volgens de verdediging vastgesteld dat een relatie bestaat tussen het gebruik van alcohol en softdrugs en de feiten zoals ten laste gelegd. Op grond hiervan heeft de verdediging verzocht de door de officier van justitie verzochte oplegging van TBS af te wijzen.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 3 april 2013;

• een Reclasseringsadvies, gedateerd 19 februari 2013; en

• een Pro Justitia Rapportage, opgemaakt door het NIFP, locatie PBC gedateerd 11 februari 2013.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Kort nadat verdachte vrijkwam uit zijn detentie, heeft hij een relatie gekregen met het latere slachtoffer. Nadat verdachte eerder veroordeeld is wegens onder meer geweld binnen relaties, is hij ook binnen deze relatie snel gewelddadig geworden. Kort na het aangaan van deze nieuwe relatie, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling, poging tot zware mishandeling en bedreiging van zijn vriendin. Hiermee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Uit de verklaringen van het slachtoffer ten overstaan van de politie en de foto’s die van het letsel zijn genomen, blijkt dat het slachtoffer over haar hele lichaam bont en blauw was, erg veel pijn heeft geleden en erg bang is voor verdachte. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk, des te meer nu het slachtoffer te kampen heeft met gezondheidsproblemen.

Verdachte was van 18 oktober 2012 tot 6 december 2012 opgenomen in het Pieter Baan Centrum (PBC), alwaar hij werd onderzocht door een multidisciplinair team. Verdachte heeft zijn medewerking aan het onderzoek geweigerd. Vanwege deze weigering heeft nauwelijks gedragskundig onderzoek van verdachte kunnen plaatsvinden en hebben de deskundigen niet de vraag kunnen beantwoorden of er bij verdachte in het bijzonder ten tijde van het tenlastegelegde, sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De deskundigen hebben wel op basis van informatie afkomstig van de groepsobservatie gesteld dat de gedragingen van verdachte een indicatie oplevert voor cluster-B-persoonlijkheidsproblematiek met narcistische trekken.

In het reclasseringsrapport, opgesteld na de opname van verdachte in het PBC, wordt dhr. [psychiater], behandelend psychiater in FPK ‘De [adres]’, geciteerd. Het citaat wordt ontleend aan een als bijlage bij het reclasseringsrapport toegevoegd ‘toeleidingsformulier nazorg veelplegers’, van januari 2012. In dit toeleidingsformulier is informatie opgenomen die is verkregen van referenten, waaronder voornoemde [psychiater], behandelend psychiater van verdachte in de [adres]. Vermeld wordt dat op As I PTSS op de voorgrond staat en dat op As II in verband met het zeer op de voorgrond staan van de PTSS nog niet goed gediagnosticeerd kan worden. Er wordt gedacht aan borderline, theatrale en anti-sociale trekken. Referent stelt dat cliënt de kliniek als het ware ‘gegijzeld’ houdt. Dat wat nodig is wil hij niet, dat wat hij wel wil is niet de hoofdzaak. Eigenlijk zou cliënt het beste af zijn met een TBS. Geen eindigheid aan de behandeling. Referent stelt dat zijn cliënt de meest gestoorde cliënt in de [adres] is. Zonder dit gaat cliënt volgens referent vast weer soortgelijke delicten plegen. Uit het scoringsformulier komt een hoog recidive- en gevaarrisico en worden interventies noodzakelijk geacht.

Het reclasseringsrapport van 19 februari 2013 vermeldt dat verdachte aan de reclassering geen toestemming heeft gegeven referenten te raadplegen. Verdachte heeft niet willen meewerken aan het opstellen van het advies, aldus de reclassering. Gezien de hoge kans op recidive en het hoge gevaarrisico bij verdachte, gezien zijn verleden en zijn opstelling ten opzichte van reclassering en andere hulpverleningsinstanties, ziet de reclassering geen mogelijk hem te begeleiden. Het baart de reclassering zorgen dat ze geen idee hebben wat er in het hoofd van verdachte omgaat.

Om meer inzicht te krijgen in de persoon van verdachte heeft de rechtbank bij het tussenvonnis van 6 maart 2013 gelast dat de oude pro justitia rapportages over verdachte aan het dossier van onderhavige zaak zouden worden gevoegd. Dat is geschied en de rechtbank zal die oude rapportages voor zover in deze zaak van belang, hieronder bespreken.

Uit het pro justitia rapport van psycholoog, drs. [psycholoog], van 7 februari 2005, komt het beeld naar voren van een man bij wie sprake is van ontkenning en verdringing van eigen angsten en belevingen, die sterk op zichzelf is gericht en bij wie agressieve tendensen nogal opvallend aanwezig zijn. De psycholoog concludeerde destijds dat er onvoldoende aanwijzingen waren om te spreken over een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens. De psycholoog merkt op dat, indien de ten laste gelegde feiten bewezen worden verklaard, moet worden vastgesteld dat het denkbaar is dat betrokkenen amper zicht wil of kan geven op belangrijke delen van zijn persoonlijkheid. In dat geval is er zeker kans op recidive. In dat geval van bewezenverklaring wordt vastgesteld dat verdachte zijn eigen behoeften volledig heeft laten prevaleren.

Uit de documentatie van verdachte maakt de rechtbank op dat hij voor een van beide feiten is veroordeeld.

Volgens de psychiater, drs. [psychiater], die verdachte op 6 december 2004 en op 7 januari 2005 heeft onderzocht, zijn er bij verdachte trekken van een verstoorde persoonlijkheids-ontwikkeling met antisociale en narcistische trekken. Geconstateerd wordt dat betrokkene egocentrisch is en vooral oog heeft voor zijn eigen lustbehoefte, de gevoelens van anderen negerend. De rapporteurs hebben observatie in het PBC overwogen, maar vanwege de hardnekkige totale ontkenning van verdachte en zijn weigering iets prijs te geven van zijn gevoelsleven en mogelijk traumatische ervaringen wordt vastgesteld dat dit geen meerwaarde heeft.

Ook in dit rapport wordt opgemerkt dat betrokkene ontkent en geen openheid verschaft.

In april 2009 werd verdachte op basis van een IBS opgenomen in de Gelderse Roos (geestelijke gezondheidszorg) omdat sprake was van suïcidaliteit. Gedurende de opname stonden de persoonlijkheidsproblematiek en verslaving op de voorgrond. AS I vermeldt misbruik van alcohol en op AS II wordt de diagnose uitgesteld (anti-sociale trekken)

Bij verdachte is in de Kliniek Dubbele Diagnose, alwaar hij in de periode van oktober 2009 tot februari 2010 was opgenomen, op AS I Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS), gediagnosticeerd, gerelateerd aan de ernstige, jarenlange en dagelijkse fysieke en psychische mishandeling en seksueel misbruik door zijn moeder en een cannabisafhankelijkheid en misbruik van alcohol.

De rechtbank constateert dat al jarenlang getracht wordt antwoord te krijgen op de vraag of bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijk stoornis van zijn geestvermogens. Ondanks vele pogingen daartoe, lijkt verdachte al die jaren zijn medewerking aan onderzoeken niet te hebben gegeven, waardoor het diagnosticeren van een mogelijke stoornis moeizaam is verlopen. Desondanks komt uit de rapportages het beeld naar voren dat er sprake is van persoonlijkheidsproblematiek. Voorts is in 2010 vastgesteld dat verdachte lijdt aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Daarnaast is een terugkerend thema in bovenstaande rapporten het misbruik van alcohol en de verslaving aan softdrugs door verdachte. Ook in de onderhavige periode was sprake van het gebruik van grote hoeveelheden alcohol en cannabis. Nu verdachte niet afdoende is behandeld voor de persoonlijkheidsproblematiek, de verslaving en de PTSS die bij verdachte zijn vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens welke bestond ten tijde van het begaan van het strafbare feit. De rechtbank acht de verdachte daarom verminderd toerekeningsvatbaar.

Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het bezitten van kinderpornografische afbeeldingen op zijn laptop. De strekking van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht is het tegengaan van seksueel misbruik van jeugdigen en de exploitatie van dergelijk misbruik. Centraal staat de bescherming van de (afgebeelde) jeugdige. Daarom is ook het enkele bezit van kinderpornografie al strafbaar. De wereld van de kinderpornografie is een keiharde industrie waarin minderjarigen worden uitgebuit. De verdachte moet hiervoor mede verantwoordelijk worden gehouden, nu de vraag naar kinderpornografie bijdraagt aan de productie ervan en daarmee aan het daadwerkelijke misbruik van kinderen.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 april 2013, waaruit blijkt dat verdachte in de afgelopen tien jaar is veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens een pedoseksueel delict (aanranding) en wegens verkrachting.

De rechtbank heeft, zoals hierboven reeds is overwogen, op grond van de rapportages die over verdachte zijn uitgebracht geoordeeld dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is wegens afhankelijkheid van middelen en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens welke bestond ten tijde van het begaan van het strafbare feit.

Zoals hiervoor overwogen neemt de rechtbank verder in aanmerking dat verdachte (ook) niet heeft willen meewerken aan het tot stand komen van een reclasseringsadvies. De reclassering heeft het recidiverisico als hoog geschat en heeft geconcludeerd dat zij geen mogelijkheden zien om verdachte te begeleiden in het kader van een opgelegd reclasseringstoezicht met bijzondere voorwaarden waaronder de verplichting tot behandeling. De reclassering maakt zich ernstig zorgen over verdachte.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank de kans op recidive door verdachte reëel.

Dan ziet de rechtbank zich voor de vraag of is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de TBS-maatregel.

De rechtbank stelt vast dat de onder de feiten 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten misdrijven betreffen als bedoeld in artikel 37a, eerste lid onder 1? van het Wetboek van Strafrecht waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat, mede gezien de ernst van de begane feiten en de veelvuldigheid van voorafgegane veroordelingen, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. De rechtbank is voorts van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eisen dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd.

Het onder feit 1 bewezenverklaarde delict is bovendien een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De duur van de dwangverpleging is derhalve niet gemaximeerd.

Nu voldaan is aan alle wettelijke voorwaarden daartoe zal de rechtbank deze maatregel opleggen.

Gezien de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met (alleen) een oplegging van TBS. Gelet op de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd is daarnaast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 37, 37a, 37b, 45, 57, 240b, 285, 300 en 302 van het Wetboek van Straf¬recht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Ter zake van de feiten 1, 2, 3 en 4:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ter zake van de feiten 1, 2 en 3:

Gelast dat veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Aldus gewezen door:

mr. M.F. Gielissen, (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. J.J.H. van Laethem rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.W.M. Heutinck en mr. N.K. Engelbrecht, griffiers

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 mei 2013.