Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ9608

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-05-2013
Datum publicatie
07-05-2013
Zaaknummer
C-06-136846 - KG ZA 13-60
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beslag op springpaarden. Geen toestemming in beslag genomen paarden te verkopen, Geen toestemming om de aankoop van paarden, het overspuiten van vrachtwagens en de aankoop van een nieuwe vrachtwagen met onder andere BV in Duitsland in beslag genomen geld en/of in depot gestelde verkoopopbrengst van paarden te financieren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/06/136846 / KG ZA 13-60

Vonnis in kort geding van 1 mei 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEVI GORSSEL BV,

statutair gevestigd te Amsterdam, feitelijk kantoorhoudend te Gorssel,

eiseres,

advocaat mr. L.M. Schelstraete te Tilburg,

tegen

1. de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK APELDOORN EN OMGEVING U.A.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend te Apeldoorn,

2. MR. ALPHONSUS ANTONIUS MARIA SPLIET

wonende te Zutphen,

3. MR. PAUL FREDERIK SCHEPEL,

wonende te Deventer,

4. PIETER MIEDEMA R.A. ,

wonende te Nijeveen

gedaagden sub 2, 3 en 4 in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROCOMMERCE HOLDING B.V.

gedaagden,

advocaat mr. R.M. Vermaire te Utrecht.

Partijen zullen hierna Gevi Gorssel respectievelijk de Rabobank en de curatoren genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Gevi Gorssel

- de pleitnota van de Rabobank en de curatoren.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Aan Eurocommerce Holding B.V. (hierna ook: EC Holding) is op 21 mei 2012 surseance van betaling verleend. Zij is op 12 juli 2012 in staat van faillissement verklaard met aanstelling van de curatoren als curator. Indirect bestuurder van EC Holding was tot 7 juni 2012 de heer [naam 1].

2.2. EC Holding was tot 1 december 2011 enig aandeelhouder en bestuurder van Eurocommerce Promotie B.V. De aandelen van EC Holding in Eurocommerce Promotie B.V. zijn op 1 december 2011 overgedragen aan Gevi International B.V. (hierna: Gevi International), waarvan bestuurder en enig aandeelhouder is de heer [naam 2]., zoon van [naam 1], voornoemd.

Tegelijkertijd is de naam Eurocommerce Promotie B.V. gewijzigd in Gevi Gorssel B.V.

2.3. Gevi Gorssel exploiteert een gerenommeerde springstal onder de handelsnaam “Stal Eurocommerce”.

2.4. Stellend dat er sprake is geweest van paulianeus handelen hebben de curatoren onder meer een aantal overeenkomsten tussen EC Holding en Gevi Gorssel en tussen Gevi Gorssel en Gevi International vernietigd. Naar de curatoren stellen is als gevolg van die vernietiging een vordering van EC Holding op Gevi Gorssel niet tenietgegaan, waardoor de curatoren (althans de boedel van EC Holding) een bedrag van € 38.250.000,-- (vermeerderd met rente) opeisbaar te vorderen hebben van Gevi Gorssel.

2.5. Ter verzekering van verhaal van deze vordering hebben de curatoren -na daartoe toestemming te hebben gekregen van de voorzieningenrechter in de rechtbank Zutphen- op 15 oktober 2012 ten laste van onder meer Gevi Gorssel en Gevi International conservatoir beslag gelegd op onder meer 22 paarden, op de daarbij behorende paardenpaspoorten en op voertuigen.

2.6. De Rabobank was de huisbankier van de Eurocommerce groep, waartoe onder meer EC Holding behoorde. Tot zekerheid van verhaal van de door de Rabobank verstrekte financiering was een pandrecht ten gunste van de Rabobank gevestigd op de vorderingen van EC Holding op derden. De Rabobank stelt dat zij als inningsbevoegde pandhouder een bedrag van € 38.250.000,-- opeisbaar van Gevi Gorssel te vorderen heeft.

2.7. Na daartoe toestemming van de voorzieningenrechter in de rechtbank Zutphen te hebben gekregen, heeft de Rabobank op 10, 12, 13 en 16 augustus 2012 ten laste van Gevi Gorssel en Gevi International conservatoir beslag gelegd op roerende en onroerende zaken zaken. Tot de op die data in beslag genomen zaken behoorden onder meer 22 paarden, de daarbij behorende paardenpaspoorten en enkele voertuigen.

2.8. Na daartoe toestemming te hebben verkregen van het Amtsgericht Frankfurt heeft de Rabobank op 26 september 2012 ten laste van Gevi International conservatoir derdenbeslag gelegd op een op naam van deze vennootschap gestelde bankrekening bij de Commerzbank te Gronau. Door dit beslag is een bedrag van ongeveer € 3.5 miljoen getroffen.

2.9. Op 10 december 2012 hebben de Rabobank en de curatoren de eerder ten laste van Gevi Gorssel gelegde conservatoire derdenbeslagen opgeheven en onder meer ten laste van Gevi Gorssel beslag gelegd op 12 paarden en de daarbij behorende paspoorten.

De door de Rabobank gelegde beslagen rusten op dezelfde (in de dagvaarding met name genoemde) paarden en voertuigen als de door de curatoren gelegde beslagen.

2.10. Op 21 december 2012 heeft de Rabobank een bedrag van in totaal € 14.320,03 overgeboekt van door Gevi Gorssel bij de Rabobank aangehouden bankrekeningen naar de door EC Holding bij de Rabobank gehouden bankrekening en vervolgens de bankrekeningen van Gevi Gorssel opgeheven. Op 10 januari 2013 heeft de Rabobank conservatoir eigenbeslag gelegd op het bedrag van € 14.320,02.

2.11. Gevi Gorssel heeft in december 2012 met toestemming van de Rabobank en de curatoren het paard Eurocommerce Nevada (Nevada) verkocht voor een bedrag van € 65.000,-- exclusief BTW. Ingevolge tussen Gevi Gorssel, de Rabobank en de curatoren gemaakte afspraken is de verkoopopbrengst gestort op een door de gerechtelijk bewaarder aangehouden bankrekening.

2.12. Bij brieven van 19 december 2012 en 4 januari 2013 is aan de Rabobank en de curatoren verzocht hun medewerking te verlenen aan de verkoop van het paard Pennsylvania voor een bedrag van € 5.000,-- onder dezelfde condities als die waaronder de verkoop van Nevada heeft plaatsgevonden. De Rabobank en de curatoren hebben die toestemming geweigerd en zich op het standpunt gesteld dat het paard ten minste € 6.000,-- zou kunnen opbrengen.

2.13. Bij brief van 28 januari 2013 is aan de Rabobank en de curatoren verzocht mee te werken aan de verkoop van het 50 % eigendomsaandeel van Gevi Gorssel in het paard Namelus R aan Stal Roelofs voor een bedrag van € 60.000,-- ex BTW. Daarbij heeft Gevi Gorssel meegedeeld dat de koopsom voor een bedrag van € 35.000,-- ex BTW zal worden voldaan door verrekening met een vordering van Stal Roelofs op Gevi Gorssel terzake van dekgelden en het restantbedrag van € 25.000,-- per bankoverboeking.

De Rabobank en de curatoren hebben de gevraagde toestemming niet verleend.

2.14. Bij brief van 10 januari 2013 heeft Gevi Gorssel de Rabobank en de curatoren verzocht hun medewerking te verlenen aan het overspuiten van twee in beslag genomen vrachtwagens en aan de vervanging van een eveneens in beslag genomen vrachtwagen. Met het overspuiten van de vrachtwagens zou volgens Gevi Gorssel een bedrag van € 30.000,-- gemoeid zijn en met de vervanging van de vrachtwagen een bedrag van € 135.000,--. Daarnaast heeft zij de Rabobank en de curatoren meegedeeld dat zij het paard Balou heeft gekocht voor een bedrag van € 115.000,-- en het paard Stakkato Gold voor een bedrag van € 150.000,--. Gevi Gorssel wil deze aankopen, het overspuiten van de vrachtwagens en de vervanging van de vrachtwagen financieren uit de in depot gestorte verkoopopbrengst van Nevada en uit de in Duitsland in beslag genomen gelden.

De Rabobank heeft als voorwaarde voor haar medewerking gesteld dat zij volledig inzicht wil krijgen in de financiële positie van Gevi Gorssel om te bezien of er sprake is van een structureel rendabele onderneming. Gevi Gorssel heeft geweigerd aan die voorwaarde te voldoen.

Het paard Balou is inmiddels aan een derde verkocht.

2.15. Bij brief van 1 februari 2013 is de Rabobank en de curatoren verzocht hun medewerking te verlenen aan de verkoop van het 50 % eigendomsaandeel van Gevi Gorssel in het paard Courville Paola aan Spring- en Handelsstal Geerink B.V. voor een bedrag van € 25.000,--. De Rabobank en de curatoren hebben niet op dit verzoek gereageerd.

2.16. Bij brief van 15 februari 2013 is de Rabobank en de curatoren verzocht hun medewerking te verlenen aan de verkoop van het paard Dantino aan Spring- en Handelsstal Geerink B.V. voor € 20.000,-- en van het paard Valesca aan BWG Stables voor een bedrag van € 75.000,-- alsmede aan de aankoop van het paard met afstamming Numero Uno voor een bedrag van € 45.000,--. Daarbij heeft Gevi Gorssel meegedeeld dat zij deze laatste aankoop wil financieren uit de opbrengst van de verkoop van het paard Valesca en dat zij bereid is de restantopbrengst te storten onder de gerechtelijk bewaarder. De Rabobank en de curatoren zijn niet inhoudelijk op dit verzoek ingegaan.

Inmiddels is het paard met afstamming Numero Uno aan een derde verkocht.

2.17. Er is een regeling getroffen waardoor de in beslag genomen paarden deel kunnen blijven nemen aan wedstrijden in binnen- en buitenland.

2.18. Op 21 september 2012 hebben de Rabobank en de curatoren tegen onder meer Gevi Gorssel een bodemprocedure aanhangig gemaakt. Gevi Gorssel voert verweer in deze bodemprocedure.

3. Het geschil

3.1. Gevi Gorssel vordert -samengevat- dat de voorzieningenrechter

1. de Rabobank en de curatoren zal gebieden hun onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de verkoop van het paard Pennsylvania door middel van het opheffen van de door hen op dit paard gelegde conservatoire beslagen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of gedeelte van een dag;

2. de Rabobank en de curatoren zal gebieden hun onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de verkoop van het 50 % eigendomsaandeel van Gevi Gorssel in het paard Namelus R door middel van het opheffen van de door hen op dit eigendomsaandeel gelegde conservatoire beslagen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte van een dag;

3. de curatoren zal gebieden het overspuiten van de vrachtwagens met kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] (in de dagvaarding staat per abuis [kenteken 3]) te gehengen en te gedogen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag,

4. de Rabobank zal gebieden om haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het overspuiten van voormelde vrachtwagens door middel van het met een bedrag van € 30.000,-- gedeeltelijk opheffen van het door haar in Duitsland ten laste van Gevi International gelegde conservatoire beslag op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte van een dag,

5. de Rabobank en de curatoren zal gebieden hun onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het vervangen van de vrachtwagen met kenteken [kenteken 4] door middel van het opheffen van de door hen op deze vrachtwagen gelegde conservatoire beslagen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte van een dag;

6. de Rabobank zal gebieden haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het vervangen van de vrachtwagen [kenteken 4] door middel van het met een bedrag van € 135.000,-- gedeeltelijk opheffen van de door haar ten laste van Gevi International in Duitsland gelegde conservatoire beslag op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag;

7. de Rabobank en de curatoren zal gebieden hun onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de aankoop van het paard Stakkato Gold door het ter beschikking stellen aan Gevi Gorssel van de zich in depot bij de gerechtelijk bewaarder bevindende verkoopopbrengst van het paard Eurocommerce Nevada van € 65.000,-- en in dat kader al datgene te doen wat nodig en/of vereist is op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag;

8. de Rabobank zal gebieden om binnen 24 uur na betekening haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de aankoop van het paard Stakkato Gold door middel van het met een bedrag van € 85.000,-- gedeeltelijk opheffen van het door haar in Duitsland ten laste van Gevi International gelegde conservatoire beslag op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag;

9. de Rabobank en de curatoren zal gebieden hun onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de verkoop van het 50% eigendomsaandeel van Gevi Gorssel in het paard Courville Paola door middel van het opheffen van de door hen op dit eigendomsaandeel gelegde conservatoire beslagen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000 voor elke dag of gedeelte van een dag;

10. de Rabobank en de curatoren zal gebieden hun onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de verkoop van het paard Dantino door middel van het opheffen van de door hen op de paard gelegde conservatoire beslagen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 3.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag;

11. de Rabobank en de curatoren zal gebieden om hun onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de verkoop van het paard Valesca door middel van het opheffen van de door hen op dit paard gelegde conservatoire beslagen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag;

12. de Rabobank en de curatoren hoofdelijk zal veroordelen om aan Gevi Gorssel te betalen een bedrag van € 900,-- per beslagen paard per maand tot op het moment dat de Rabobank en de curatoren de door hen op de paarden gelegde beslagen hebben opgeheven dan wel tot het moment dat de Rabobank en of de curatoren de beslagen paarden heeft/hebben geëxecuteerd, althans

de Rabobank en de curatoren zal gebieden om een bedrag van € 900,-- per beslagen paard per maand aan Gevi Gorssel ter beschikking te stellen van de bij de gerechtelijk bewaarder in depot staande gelden en voor zoveel deze gelden niet meer voldoende mochten zijn de Rabobank zal gebieden om dit bedrag ter beschikking te stellen van het door haar in Duitsland ten laste van Gevi International beslagen banksaldo en in dat kader al datgene te doen wat daartoe nodig en/of vereist is, waaronder het maandelijks gedeeltelijk opheffen van het conservatoire beslag;

13. op zal heffen het door de Rabobank op 10 januari 2013 gelegde conservatoire eigenbeslag;

14. de Rabobank zal veroordelen een bedrag van € 14.320,22 aan Gevi Gorssel te voldoen ten titel van voorschot op de door de Rabobank aan Gevi Gorssel te betalen volledige schadevergoeding;

15. de Rabobank en de curatoren zal verbieden om conservatoir beslag te leggen op het door de Rabobank aan Gevi Gorssel te betalen voorschot van € 14.320,22;

16. de Rabobank en de curatoren hoofdelijk zal veroordelen in de proceskosten met inbegrip van de nakosten.

3.2. De Rabobank en de curatoren voeren verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Gevi Gorssel heeft de door haar verzochte opheffing van de door de Rabobank en de curatoren gelegde beslagen primair gebaseerd op de stelling dat de door de Rabobank en de curatoren aan die beslagen ten grondslag gelegde vorderingen ondeugdelijk zijn en daartoe verwezen naar haar op 3 april 2013 in de bodemprocedure genomen, 56 bladzijden tellende conclusie van antwoord. De Rabobank en de curatoren dienen in de bodemprocedure te bewijzen dat er sprake is geweest van onverplichte rechtshandelingen, van benadeling van de gezamenlijke crediteuren c.q. de pandhouder en van wetenschap van benadeling, maar hebben daartoe volgens Gevi Gorssel in de inleidende (75 bladzijden tellende) dagvaarding onvoldoende gesteld.

De Rabobank en de curatoren hebben dit laatste gemotiveerd weersproken en voorts aangevoerd dat zij aan de beslagen niet alleen paulianeus maar ook onrechtmatig handelen ten grondslag hebben gelegd. Gevi Gorssel heeft dit laatste niet weersproken. Zij heeft (in deze procedure) niet aangevoerd dat de Rabobank en de curatoren onvoldoende hebben gesteld ter onderbouwing van hun vorderingen uit onrechtmatige daad.

Vooralsnog kan derhalve niet gezegd worden dat summierlijk van de ondeugdelijkheid van de door de Rabobank en de curatoren ingestelde vorderingen is gebleken.

4.2. Gevi Gorssel heeft aan haar hiervoor onder 1, 2, 9, 10 en 11 vermelde vorderingen, strekkende tot opheffing van de door de Rabobank en de curatoren gelegde beslagen op (het eigendomsaandeel van Gevi Gorssel in) de paarden Pennsylvania, Namelus R, Courville Paola, Dantino en Valesca tevens ten grondslag gelegd dat de paarden haar eigendom zijn en tot haar handelsvoorraad behoren. Door de beslagen op haar handelsvoorraad wordt zij ernstig in haar bedrijfsvoering belemmerd en lijdt zij aanzienlijke schade. De Rabobank en de curatoren hebben er geen enkel belang bij hun medewerking aan de verkopen te onthouden. Het betreft steeds reële koopsommen en Gevi Gorssel heeft aangeboden (een deel van) de verkoopopbrengst onder de gerechtelijk bewaarder te storten, aldus Gevi Gorssel.

4.3. De Rabobank en de curatoren hebben weersproken dat Gevi Gorssel eigenaar/rechthebbende is van de paarden, dat deze paarden tot de handelsvoorraad van Gevi Gorssel behoren en dat verkoop van de paarden noodzakelijk is voor de financiering van de bedrijfsvoering van Gevi Gorssel. Voorts hebben zij betwist dat de door Gevi Gorssel genoemde verkoopprijzen reële koopsommen zijn. Zij vrezen dat Gevi Gorssel probeert langzaam hun beslagpositie uit te hollen door paarden voor een te lage prijs aan bevriende relaties over te dragen.

4.4. Gevi Gorssel heeft ter onderbouwing van haar stelling dat het reële koopsommen zijn verwezen naar de door haar in het geding gebrachte taxatierapporten van Cavalcade van 7 en 25 september 2012, waarbij de heren [naam 3] en [naam 4] de waarde van de paarden per 1 december 2011 hebben bepaald, en de brief van [naam 3] van [naam bedrijf] van 5 april 2013 over de waarde van het paard Namelus R.

De Rabobank en de curatoren hebben de juistheid van deze taxatierapporten gemotiveerd betwist. Ze hebben aangevoerd dat de waarde van het paard Pennsylvania getaxeerd is op € 500,--, dat Gevi Gorssel het paard wenst te verkopen voor € 5.000,-- en dat de Rabobank verwachtte het paard voor ten minste € 6.000,-- te kunnen verkopen. Toen Gevi Gorssel gevraagd werd volmacht te verlenen voor de verkoop voor een bedrag van € 6.000,-- stelde zij allerlei aanvullende, en volgens de Rabobank en de curatoren irreële voorwaarden. Voorts hebben de Rabobank en de curatoren erop gewezen dat de waarde van het paard Vigaro per 1 december 2011 werd getaxeerd op € 150.000,-- en dat het paard op 24 juli 2012 werd verkocht voor een prijs van € 1,5 miljoen.

Desgevraagd is van de zijde van Gevi Gorssel erkend dat de taxatie van paarden een momentopname is en dat die waarde in korte tijd enorm kan stijgen of dalen.

Nu de waarde van de paarden is getaxeerd per 1 december 2011 heeft Gevi Gorssel derhalve onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door haar bedongen koopsommen de maximale verkoopopbrengst voor de paarden is.

4.5. De Rabobank en de curatoren hebben aangevoerd dat in het vonnis in kort geding van 20 september 2012 gewezen tussen onder meer Gevi Gorssel en de Rabobank is overwogen dat de stelling dat het beslag de handelsvoorraad zou betreffen door de Rabobank gemotiveerd is betwist en door onder meer Gevi Gorssel niet nader aannemelijk is gemaakt. Voorts hebben zij onweersproken verklaard dat tijdens de zitting in kort geding op 30 augustus 2012 door de advocaat van Gevi Gorssel is verklaard dat het bedrijfsmodel van Gevi Gorssel erop gericht is om de bestaande springstal in stand te houden en verder uit te bouwen door paarden te kopen om deze lange tijd te trainen en deze vervolgens -na gebleken geschiktheid- in te zetten voor de (top)sport.

De Rabobank en de curatoren hebben voorts aangevoerd dat zij beslag hebben gelegd op 31 paarden, terwijl uit de taxatierapporten blijkt dat Gevi Gorssel ten minste 106 paarden op stal heeft staan. De in beslag genomen paarden zijn al jaren in het bezit van Gevi International. Uit de website van Gevi Gorssel blijkt dat zij in het geheel geen handel drijft met bij de Federation Equestere International (FEI) geregistreerde paarden, maar dat zij met name jonge veulens (niet FEI geregistreerd) te koop aanbiedt. Gevi Gorssel heeft naast de inkomsten die zij verkrijgt uit de verkoop van niet in beslag genomen paarden ook inkomsten uit dekgelden en uit de zeer aanzienlijke prijzengelden. Op deze inkomsten rust geen beslag en Gevi Gorssel kan deze vrijelijk voor haar bedrijfsvoering gebruiken, aldus de Rabobank en de curatoren.

Gevi Gorssel heeft dit onvoldoende weersproken door haar verklaring dat de springruiters aanspraak kunnen maken op de helft van het prijzengeld. Zij heeft een brief van 12 april 2013 van [naam 5] van de Nijhofgroep aan Gevi International in het geding gebracht. Daarin schrijft [naam 5] dat in 2012 het resultaat van Gevi Gorssel is verbeterd van negatief € 2.633.000,-- naar positief € 2.510.000,-- en dat de stijging van de brutomarge met name te danken is aan de winst op de verkoop van paarden en aan sponsoring. In december 2011 is besloten ook succesvolle paarden te verkopen en deze wijziging in het beleid heeft ervoor gezorgd dat de stal winstgevend werd. De opbrengsten uit prijzengelden, dekgelden en sponsoring waren in de jaren 2011 en 2012 niet voldoende om de kosten van het boekjaar te dekken en daarmee winst te genereren. De opbrengst van de verkoop van paarden is noodzakelijk om de continuïteit van de onderneming te waarborgen, aldus [naam 5] in zijn brief.

De Rabobank en de curatoren kunnen gevolgd worden in hun stelling dat aan deze verklaring maar een beperkte waarde toekomt, nu gesteld noch gebleken is dat [naam 5] een (boeken-)onderzoek heeft gedaan naar de onderliggende werkelijkheid. Hun stelling dat de verklaring van [naam 5] uitsluitend gebaseerd is op hetgeen hem of haar is meegedeeld door Gevi Gorssel is door Gevi Gorssel niet (voldoende) weersproken.

Gevi Gorssel heeft derhalve na betwisting door de Rabobank en de curatoren onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de in beslag genomen paarden tot haar handelsvoorraad behoren en dat verkoop van een of meer van deze paarden noodzakelijk is om haar bedrijf te financieren. Dit leidt tot afwijzing van de vorderingen die onder 3.1. staan vermeld onder 1, 2, 9, 10 en 11. Het antwoord op de vraag wie eigenaar van de in beslag genomen paarden is kan vooralsnog in het midden blijven.

4.6. De curatoren hebben geen verweer gevoerd tegen de vordering te gehengen en te gedogen dat de vrachtwagens met de kentekens [kenteken 1] en [kenteken 3] worden overgespoten. Deze vordering zal daarom worden toegewezen, zij het dat er geen aanleiding bestaat aan het gevraagde gebod een dwangsom te verbinden nu de curatoren hebben verklaard dat zij met dit overspuiten instemmen.

4.7. De vorderingen vermeld in rechtsoverweging 3.1. onder 4, 6, 8 en 12 subsidiair strekken tot gedeeltelijke opheffing van het conservatoire beslag dat is gelegd op de op naam van Gevi International staande rekening bij de Commerzbank te Gronau, Duitsland.

Gevi Gorssel heeft een vaststellingsovereenkomst van 27 februari 2013 in het geding gebracht, gesloten tussen Gevi Gorssel en Gevi International waarin deze partijen verklaren dat zij ten aanzien van (het saldo van) deze bankrekening het volgende zijn overeengekomen:

“ Het Banksaldo behoort toe aan Gevi Gorssel. Indien en voor zoveel nodig draagt Gevi International haar vordering op de bank in verband met het banksaldo over aan Gevi Gorssel. Alleen Gevi Gorssel kan mededeling doen van de overdracht. Zodra Gevi International weer over het banksaldo kan beschikken, zal zij het bedrag overmaken naar een door Gevi Gorssel nader te noemen bankrekening.”

Gevi Gorssel heeft verklaard dat het op de bankrekening staande bedrag van € 3,5 miljoen aan haar toekomt, omdat dit bedrag bestaat uit de verkoopopbrengst van het paard Vigaro en uit prijzen- en dekgelden voor paarden die aan Gevi Gorssel in eigendom toebehoren.

Door de hiervoor geciteerde vaststellingsovereenkomst is een vordering van Gevi Gorssel op Gevi International ontstaan, maar dat brengt nog niet met zich dat Gevi Gorssel in plaats van Gevi International jegens de Commerzbank geldt als de rechthebbende op het banksaldo. Dat ook Gevi Gorssel en Gevi International zich hiervan bewust zijn geweest bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst blijkt niet alleen uit de laatst geciteerde zin van de vaststellingsovereenkomst maar ook uit de mededeling in de dagvaarding dat het de bedoeling is dat Gevi International vrij dient te beschikken over het vrij te maken bedrag teneinde dit aan Gevi Gorssel door te betalen.

Gevi Gorssel is daarom niet-ontvankelijk in haar vorderingen vermeld in rechtsoverweging 3.1. onder 4, 6, 8 en 12 subsidiair, voor zover deze laatste vordering ziet op opheffing van het beslag op de Duitse bankrekening.

4.8. De vordering vermeld in rechtsoverweging 3.1. onder 5 strekt tot opheffing van het beslag op de vrachtwagen met kenteken [kenteken 4].

Gevi Gorssel heeft aangevoerd dat deze vrachtwagen 12 jaar oud is en dringend vervangen moet worden door een nieuwe. Met de vrachtwagen worden de paarden vervoerd die in binnen- en buitenland aan concoursen deelnemen, met welke deelnames Gevi Gorssel inkomsten dient te genereren, aldus Gevi Gorssel

De Rabobank en de curatoren hebben betwist dat de auto vervangen moet worden. Ter onderbouwing hebben zij verwezen naar de door hen in het geding gebrachte brief van 30 januari 2013 van [naam 6] van het Nederlands Taxatie- en Adviesbureau B.V. aan de Rabobank. In die brief schrijft [naam 6] over deze vrachtwagen dat deze volgens mededeling weinig in gebruik is en afgestoten zou kunnen worden.

Na deze betwisting heeft Gevi Gorssel onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van de door haar gestelde noodzaak de vrachtwagen te vervangen. De vordering tot opheffing van het beslag op deze auto zal daarom worden afgewezen. Dat laat onverlet dat het partijen vrij staat onderling overeen te komen dat het beslag op de vrachtwagen met kenteken [kenteken 4] wordt opgeheven en dat het beslag zal komen te rusten op de nieuw aan te schaffen vrachtwagen.

4.9. De vorderingen vermeld in rechtsoverweging 3.1. onder 7 en 12 subsidiair strekken tot het ter beschikking stellen aan Gevi Gorssel van de zich in depot bij de gerechtelijke bewaarder bevindende verkoopopbrengst van Nevada van € 65.000,-- ten behoeve van de aankoop van het paard Stakkato Gold en voor het voldoen van de maandelijkse kosten voor stalling, onderhoud en verzorging van de paarden van Gevi Gorssel.

Gevi Gorssel heeft betoogd dat de Rabobank en de curatoren geen belang hebben bij hun weigering aan de aankoop mee te werken, omdat het paard Stakkato Gold dezelfde waarde vertegenwoordigt als de in depot staande en beslagen gelden.

De Rabobank en de curatoren hebben aangevoerd dat zij met de verkoop van het paard Nevada hebben ingestemd onder onder meer de voorwaarde dat de verkoopopbrengst wordt gestort op de door de gerechtelijke bewaarder bij de ING Bank aangehouden kwaliteitsrekening. Partijen hebben daarbij vastgesteld onder welke voorwaarden Gevi Gorssel aanspraak kan maken op uitbetaling van de depotgelden. Die voorwaarden zijn niet vervuld en Gevi Gorssel kan geen vrijgave van depotgelden vorderen die op basis van tussen partijen gemaakte afspraken bij een bewaarder in depot zijn gegeven.

Daar komt bij dat Gevi Gorssel ook niet heeft voldaan aan de door de Rabobank en de curatoren gestelde voorwaarde voor medewerking aan de aankoop van een paard door een recent taxatierapport van het dier te verstrekken. De Rabobank en de curatoren hebben er voorts op gewezen dat een paard een levend dier is dat bijvoorbeeld kreupel of ziek kan worden waardoor het nagenoeg waardeloos wordt.

Deze weren treffen doel.

Aan de voorwaarden waaronder Gevi Gorssel aanspraak kan maken op betaling van de in depot gestelde gelden is niet voldaan. Dit leidt er al toe dat de Rabobank en de curatoren niet gehouden zijn de in depot staande gelden aan te wenden voor de maandelijkse kosten voor stalling, onderhoud en verzorging van de paarden van Gevi Gorssel, zoals Gevi Gorssel onder 12 subsidiair heeft gevorderd.

Door Gevi Gorssel is ter zitting erkend dat de waarde van een paard in korte tijd sterk kan dalen. In zoverre biedt een vervangende beslag op het paard Stakkato Gold minder zekerheid aan de Rabobank en de curatoren als (beweerdelijke) crediteuren dan de in depot staande gelden.

Het belang van de Rabobank en de curatoren bij het in stand houden van het depot dient daarom te prevaleren boven het belang van Gevi Gorssel om met het in depot staande geld (een deel van de) aankoopsom van het paard Stakkato Gold te financieren. Deze vordering is daarom niet voor toewijzing vatbaar.

4.10. Gevi Gorssel heeft aan haar vorderingen onder 12 om de Rabobank en de curatoren te veroordelen maandelijks een bedrag van € 900,-- per paard te betalen (in totaal een bedrag van (32 x € 900,-- =) € 28.800,--) voor de kosten van stalling, verzorging en onderhoud het volgende ten grondslag gelegd.

Uit de verkoopopbrengst van de in beslag genomen paarden dient Gevi Gorssel de maandelijkse exploitatiekosten te voldoen. Door de op de paarden gelegde beslagen is zij niet meer in staat om de tot de handelsvoorraad behorende paarden te verkopen, terwijl de maandelijkse kosten doorlopen. De Rabobank en de curatoren hebben er bewust voor gekozen de paarden niet in gerechtelijke bewaring te geven om te voorkomen dat zij ex artikel 857 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) belast zouden worden met de kosten van stalling, verzorging en onderhoud van de dieren. Door het beslag op het banksaldo bij de Commerzbank en op een vordering op de Rabobank kan Gevi Gorssel ook deze bedragen niet aanwenden voor haar bedrijfsvoering. Door de beslagen is haar bedrijfsvoering ernstig in gevaar gekomen, hetgeen niet alleen een onredelijke en onbillijke situatie oplevert maar ook een onrechtmatige. Daaraan moet een einde kosten. Dat geldt temeer nu in de executiefase de kosten strekkende tot behoud van de paarden ex artikel 3:284 van het Burgerlijk Wetboek (BW) aan Gevi Gorssel vergoed moeten worden, aldus Gevi Gorssel.

4.11. Voor wat betreft de primaire vordering wordt vooropgesteld dat het een beslaglegger vrijstaat ervoor te kiezen de in beslag genomen paarden niet in bewaring te doen geven aan een gerechtelijk bewaarder. Vast staat dat Gevi Gorssel in deze niet optreedt als gerechtelijk bewaarder. Er bestaat dan ook geen aanleiding om analoog aan artikel 857 Rv de Rabobank en de curatoren als beslagleggers te belasten met de kosten van bewaring van de paarden.

Ook het beroep op artikel 3:284 BW baat Gevi Gorssel niet.

De Rabobank en de curatoren hebben aangevoerd dat dit artikel uitsluitend betrekking heeft op de kosten van verhaal door een schuldeiser en dat de betreffende bepaling alleen toepassing vindt in de executiefase. Ten aanzien van de eigen paarden waarop beslag ligt geldt Gevi Gorssel niet als schuldeiser en er is sprake van een conservatoir en niet van een executoriaal beslag, zo hebben de Rabobank en de curatoren onweersproken aangevoerd.

Dat de Rabobank en de curatoren ingevolge voormelde wettelijke bepaling gehouden zijn de maandelijkse kosten voor de paarden te voldoen, kan daarom niet gezegd worden.

4.12. Ten aanzien van het beroep van Gevi Gorssel op de redelijkheid en billijkheid geldt dat hiervoor onder 4.5. al is overwogen dat Gevi Gorssel na betwisting door de Rabobank en de curatoren onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de in beslag genomen paarden tot haar handelsvoorraad behoren. Ook heeft Gevi Gorssel na betwisting door de Rabobank en de curatoren onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar inkomsten uit dekgelden, prijzengeld en de verkoop van niet in beslag genomen paarden onvoldoende zijn om haar bedrijf te kunnen blijven voeren. Gevi Gorssel heeft derhalve onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij over voldoende inkomsten en liquiditeiten beschikt om zelf de maandelijkse kosten van stelling, onderhoud en verzorging van de paarden te voldoen.

Nu de Rabobank en de curatoren naar wet noch naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid gehouden zijn de maandelijkse kosten van stalling, verzorging en onderhoud van de in beslag genomen paarden te dragen zal ook het primaire onderdeel van deze vorderingen worden afgewezen.

4.13. Hiervoor is ten aanzien van de subsidiaire vordering onder 12 al overwogen dat Gevi Gorssel jegens de Rabobank en/of de curatoren geen aanspraak kan maken op betaling van gelden uit het depot of uit de op naam van Gevi International gestelde, door de Rabobank in beslag genomen bankrekening bij de Commerzbank, zodat deze vordering niet voor toewijzing vatbaar is. De stellingen van Gevi Gorssel behoeven daarom voor wat betreft deze subsidiaire vordering geen verdere bespreking meer.

4.14. De vorderingen vermeld in rechtsoverweging 3.1. onder 13, 14 en 15 zijn ingesteld naar aanleiding van het door de Rabobank op 10 januari 2013 ten laste van Gevi Gorssel gelegde conservatoir eigenbeslag op een bedrag van € 14.320,22.

Gevi Gorssel heeft aangevoerd dat haar vordering op de Rabobank is ontstaan doordat de Rabobank zonder dat zij daartoe opdracht had gekregen van Gevi Gorssel, gelden van Gevi Gorssel heeft overgeboekt naar een rekening van EC Holding waarna de rekeningen van Gevi Gorssel zijn opgeheven. Bij haar verzoek beslag te mogen leggen onder zichzelf heeft de Rabobank een onjuiste althans een onvolledige gang van zaken geschetst door niet te vermelden dat er sprake is geweest van wanprestatie en onrechtmatige daad, bestaande uit diefstal en/of verduistering door de Rabobank. Voorts heeft de Rabobank in haar beslagrekest verzuimd te vermelden dat zij reeds beslag had gelegd op de handelsvoorraad van Gevi Gorssel en op het bedrag van € 3,5 miljoen. Zou de Rabobank de voorzieningenrechter in haar rekest wel volledig en naar waarheid hebben geïnformeerd, dan zou het verzochte beslagverlof -al dan niet na het horen van Gevi Gorssel- niet zijn verleend, aldus Gevi Gorssel.

De stelling van Gevi Gorssel dat de Rabobank in haar beslagrekest melding had moeten maken van de ten laste van Gevi Gorssel gelegde beslagen op de paarden die tot haar handelsvoorraad behoren en op de Duitse bankrekening faalt. Zoals hiervoor overwogen behoren de in beslag genomen paarden niet tot de handelsvoorraad van Gevi Gorssel. Vast staat dat Gevi Gorssel zich eerder jegens de Rabobank en de curatoren op het standpunt heeft gesteld dat de paarden aan Gevi International toebehoorden en niet tot haar handelsvoorraad behoorden. Voorts geldt dat het beslag op de Duitse bankrekening niet ten laste van Gevi Gorssel is gelegd maar ten laste van Gevi International.

Het enkele feit dat de Rabobank in haar beslagrekest niet heeft vermeld dat de vordering van Gevi Gorssel op haar is ontstaan doordat zij zonder recht of titel -volgens de Rabobank als gevolg van een administratieve vergissing in het kader van de afwikkeling van de saldocompensatie van de Eurocommerce Group- bedragen van een bankrekening van Gevi Gorssel heeft overgeschreven naar een rekening van een derde is onvoldoende om te kunnen concluderen dat de voorzieningenrechter, zou hij hiervan op de hoogte zijn geweest, het verlof geweigerd zou hebben.

Gevi Gorssel heeft behoudens over de manier waarop de Rabobank het bedrag van € 14.320,22 onder zich heeft gekregen, geen bijzondere omstandigheden gesteld ter onderbouwing van haar stelling dat met het eigenbeslag beoogd wordt gerechtvaardigde aanspraken van Gevi Gorssel te frustreren. Zij heeft wel een voorbeeld gegeven van een situatie waarin volgens de Hoge Raad sprake was van misbruik van recht door het leggen van eigenbeslag, maar die door Gevi Gorssel beschreven situatie doet zich hier niet voor.

De Rabobank en de curatoren hebben aangevoerd dat de mogelijkheid van eigenbeslag juist in de wet is voorzien voor de gevallen waarin de beslaglegger geen mogelijkheid heeft tot verrekening van het door hem verschuldigde met zijn vordering op de schuldeiser en dat dat geval zich hier voordoet. Gevi Gorssel heeft dit niet (voldoende) weersproken.

Nu niet gezegd kan worden dat de Rabobank misbruik van recht heeft gemaakt door eigenbeslag te leggen, terwijl evenmin gezegd kan worden dat summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de door de Rabobank en de curatoren ingestelde vorderingen ter verzekering waarvan de Rabobank het eigenbeslag heeft gelegd bestaat er geen aanleiding het eigenbeslag op te heffen.

4.15. De vordering vermeld in rechtsoverweging 3.1. onder 14 strekt tot betaling van een schadevergoeding van € 14.320,22.

Voor de vraag of toewijzing bij voorraad van een geldvordering in kort geding geïndiceerd is, moet volgens de Hoge Raad niet alleen worden onderzocht of het bestaan van een vordering van Gevi Gorssel op de Rabobank en de curatoren voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden, welke meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van belangen van partijen dient mede te worden betrokken het risico van de onmogelijkheid van de terugbetaling door Gevi Gorssel van de toe te wijzen geldvordering. Terughoudendheid acht de Hoge Raad geboden.

De Rabobank en de curatoren hebben aangevoerd dat zij een tegenvordering op Gevi Gorssel hebben van ongeveer € 42 miljoen en dat de verhaalswaarde van alle activa waarop zij beslag heeft gelegd dit bedrag bij lange na niet dekt. Zij hebben voorts betwist dat er sprake is van feiten en omstandigheden, welke meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Het bedrag van € 14.320,22 is gelet op de door Gevi Gorssel gestelde omvang van haar bedrijfskosten nauwelijks substantieel te noemen. Uit de door hen in het geding gebrachte uitdraaien van de opgeheven rekeningen blijkt dat vanaf het moment dat (delen van) de Eurocommerce groep in staat van faillissement zijn gesteld door Gevi Gorssel geen actief gebruik meer is gemaakt van de bankrekeningen, aldus de Rabobank en de curatoren.

Na deze betwisting heeft Gevi Gorssel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat met onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is, terwijl voorts rekening gehouden moet worden met een restitutierisico aan de zijde van Gevi Gorssel. Deze vordering is daarom niet voor toewijzing vatbaar.

4.16. Nu de vordering van Gevi Gorssel de Rabobank en de curatoren te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 14.332,22 op de volledige door hen aan Gevi Gorssel te betalen schadevergoeding zal worden afgewezen, heeft Gevi Gorssel geen belang bij een verbod aan de Rabobank en de curatoren om op dit bedrag beslag te leggen. Ook deze vordering zal derhalve worden afgewezen.

4.17. Gevi Gorssel geldt als de overwegend in het ongelijk gestelde partij en zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Rabobank en de curatoren worden begroot op:

- griffierecht € 3.715,--

- salaris advocaat 816,--

Totaal € 4.531,--

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt de curatoren het overspuiten van de vrachtwagens met kentekens

[kenteken 1] en [kenteken 2] (in de dagvaarding staat abusievelijk [kenteken 3]) zoals beschreven onder 21 van de dagvaarding, te gehengen en te gedogen;

5.2. wijst alle overige vorderingen af,

5.3. veroordeelt Gevi Gorssel in de proceskosten, aan de zijde van de Rabobank en de curatoren tot op heden begroot op € 4.531,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2013.